Goed voorbeeld

“Volgens een woordvoerder van de Nationale Politie moet er echter niet al te zwaar aan de huisbezoeken worden getild. Door even op visite te komen wil de politie de burger slechts laten weten welk effect een post of tweet op internet kan hebben.’’ Een inwoner van Sliedrecht kreeg politiebezoek, nadat hij enkele tweets had geplaatst waarvan dit er een is: “Het college van #Sliedrecht komt met een voorstel om de komende 2 jaar 250 vluchtelingen op te vangen. Wat een slecht plan! #KominVerzet”. Zo valt op Joop te lezen. VU hoofddocent Jaap Timmer constateert dat de politie ook de eenentwintigste eeuw heeft bereikt: “Als iemand vroeger in een café zei dat hij ging demonstreren en dat de ruiten eruit zouden gaan, zou diegene ook een huisbezoekje krijgen.”

VoorbeeldIllustratie: rawforbeauty.com

In het artikel wordt vermeld dat de persoon veel twittert, het artikel bevat alleen dat ene voorbeeld. En als dat de inhoud van de tweets is, waar zit dan de overeenkomst met de ‘kroeguitspraak’? Als de Sliedrechtenaar had opgeroepen de ramen van het gemeentehuis in te gooien, dan was het een ander verhaal. Dan was het te vergelijken. Maar oproepen om in verzet te komen?  Moet de Ballonnendoorprikker zich dan ook zorgen maken omdat hij mensen aan het denken zet en dat denken wel eens tot andere handelingen kan leiden? Handelingen die bijvoorbeeld de economie kunnen schaden? Of tot verzet tegen slecht nadenkende politici?

Nu kom je uitspraken als die van de Sliedrechtenaar vaker tegen in ‘gewone’ en op de ‘sociale’ media, maar ook op spandoeken. Krijgen al die mensen politiebezoek en een goed gesprek over de gevolgen van hun uitspraken? Als iemand bedreigingen uit, dan is een politiebezoek te rechtvaardigen. Dan moet worden aangegeven dat we elkaar in dit land niet bedreigen.

Maken niet bijna alle politici zich schuldig aan het doen van dergelijke en vaak nog veel ernstigere uitlatingen? Denk aan uitlatingen als ‘minder-minder’, de ‘testosteronenbommen’ en hetzelfde ‘#KominVerzet’ door Wilders.  Maar ook de ‘borstvergroting’ van Zijlstra en vele andere vormen van halve en hele leugens en verdraaiingen. Zouden die geen ‘effect’ kunnen hebben waar die politici zich niet bewust van zijn? Heeft de politie hierover al een gesprek gevoerd met Wilders, Zijlstra en de andere?

Of is dat onderdeel van het vrije politieke debat? Als dat zo is, waarom mogen burgers daar dan niet op eenzelfde manier aan deelnemen? Als dat zo is, zouden politici dan niet het voorbeeld moeten geven hoe het wel moet, net zoals ze nu het voorbeeld geven hoe het niet moet?

Als we de cultuur willen behouden

In een artikel bij de Correspondent gaat Marc Chavannes in op de vraag die de Eerste Kamer binnenkort gaat bespreken. De vraag of er een staatscommissie moet komen over het nut van de Eerste Kamer. Chavannes stelt terecht dat dan het hele bestel mee moet worden genomen. Uiteindelijk concludeert hij: “In tijd van crisis moet je niet aan de instituties gaan morrelen, maar zorgen dat zij overleven en het broodnodige beetje eenheid belichamen.” Een terecht conclusie, maar wat dan wel?

DemocratieFoto: stedenintransitie.nl

Zou het met de democratie, en niet alleen bij ons, niet net hetzelfde kunnen zijn als in het bedrijfsleven? Het draait niet goed omdat er wat aan de bedrijfscultuur schort. En omdat cultuur lastig te veranderen is, gaat het bedrijf de structuur veranderen. Al snel blijkt dat dit niet tot het gewenste resultaat leidt en volgt de volgende structuurverandering.

In haar boek De Mars der Dwaasheid onderzoekt de Amerikaanse historica Barbara Tuchman dwaasheid bij bestuurders. Dat doet zij onder andere aan de hand van voorbeelden als de Renaissancepausen, het ontstaan van Amerika en de strijdt in Vietnam. De eerste zinnen van de afsluitende alinea van haar boek zijn leerzaam: “Hoewel zulke deugden werkelijk binnen ieders bereik kunnen liggen, hebben zij in ons systeem minder kans dan geld en meedogenloze ambitie om bij de stembus de overwinning te behalen. Het probleem is misschien wel niet zozeer een kwestie van het opleiden van regeringsfunctionarissen als wel het opvoeden van de kiezers om integriteit van karakter te herkennen en te belonen en het surrogaat te verwerpen. Misschien bloeien betere mensen in betere tijden. Een wijzere regering moet het eerder van een dynamische samenleving hebben dan van een gekwelde en verbijsterde samenleving.” De deugden waarnaar in de eerste zin wordt verwezen zijn waarheid, rechtvaardigheid en gematigdheid.

Als we dit op ‘onze democratie’ toepassen. Zouden we dan niet veeleer in ons onderwijs moeten investeren zodat dit goede burgers aflevert? En dus het onderwijs veel meer aan de samenleving koppelen en veel minder aan ‘opleiden voor de arbeidsmarkt’? Onze kinderen empathie, nieuwsgierigheid en helder denken bijbrengen? Zouden dat niet ook precies de eigenschappen zijn om kinderen voor te bereiden op werk dat nu nog niet bestaat? Dus investeren in cultuur?

Als we de cultuur willen behouden, moeten we haar blijven scheppen,” zei de historicus Johan Huizinga. Moeten we onze democratische cultuur niet blijven scheppen door de kiezers op te voeden? Door onderwijs gericht op het versterken van waarheid, rechtvaardigheid en gematigdheid? Zou dat ons weerbaar maken tegen extremisme?

Allemaal politiek correct

Politiek correct. Eerst een artikel van Rutger Bregman bij de Correspondent en een dag later besteedt de ombudsvrouw van de Volkskrant, Annieke Kranenberg, er haar bijdrage in de zaterdagkrant aan. In reacties van lezers op het net, wordt het woord veelvuldig gebruikt. Met name ‘links’ wordt ervan beschuldigd politiek correct te zijn.

Politiek correctFoto: www.pinterest.com

Maar wat betekent het? Wikipedia, voor zover die betrouwbaar is, geeft de volgende omschrijving: “voorzichtig taalgebruik over, of het vermijden van, onderwerpen die politiek gevoelig liggen, om belediging (van met name minderheden) te voorkomen.” Het cultureel woordenboek geeft een wat bredere omschrijving: “Het taboeïseren van benamingen en opvattingen en het gebruiken van eufemismen bij wijze van oplossing van maatschappelijke problemen en gevoeligheden.” Dus in plaats van gehandicapt heeft iemand een functiebeperking.

Zou het kunnen dat iemand ‘politiek correct’ noemen een manier is om het gesprek, de discussie of het debat te vermijden? Vermijden door de ander te diskwalificeren? Net zoals je een andere kunt diskwalificeren door hem of haar irreëel of onpraktisch te noemen. Of juist door jezelf als praktisch en realistisch neer te zetten. Met onpraktische en niet realistische mensen hoef je immers niet te praten. Die kun je negeren. Is de ander irreëel, onpraktisch en ook politiek correct noemen daarmee niet een zwaktebod in een gesprek, discussie of debat?

Zou je niet juist het gesprek aan moeten met mensen wiens opvattingen anders zijn dan de jouwe? In gesprek door de ander te bevragen en andersom? Zou een dergelijk gesprek niet veel meer opleveren dan het zwaktebod van de gespreksvermijding?

Interessant is de vraag wie nu bepaalt wat politiek correct is? Als ik tegen de opvang van vluchtelingen ben en ik haal alle negatieve voorbeelden aan ben ik dan politiek correct omdat ik de positieve verzwijg? En als ik voor de opvang van vluchtelingen ben en ik haal juiste de positieve voorbeelden en roem de diversiteit, ben ik dan politiek correct omdat ik de negatieve gevolgen verzwijg? Zou het niet kunnen dat iedereen in een debat of discussie zijn zienswijze in een positief daglicht zet en de negatieve kanten ‘vergeet’ of ‘niet ziet’.

Dus: we zijn allemaal irreëel, onpraktisch en vooral POLITIEK CORRECT!

Nationaliseer het onderwijs

Frank Kalshoven zou het interessant vinden als er een soort ‘franchise-formule’ zou komen die landelijk een paar honderd scholen zou exploiteren. Zo’n keten zou een landelijk trainingscentrum kunnen inrichten, wetenschappelijk kunnen experimenteren, schaalvoordelen benutten bij het inkopen van leermiddelen en ICT en beter personeelsbeleid kunnen voeren.  Die scholen zouden meer kwaliteit per euro kunnen leveren en de huidige scholen het goed lastig maken. Meer marktwerking dus. “Wat een walhalla zou dat kunnen zijn,” volgens Kalshoven in de Volkskrant.

FORTIS OVERNAME

Foto: www.nrc.nl

“Creatieve destructie, dat is precies wat het basisonderwijs nodig heeft,” dit concludeert Kalshoven. Creatieve destructie is een proces van voortdurende innovatie, waarbij door succesvolle toepassingen van nieuwe technieken, oude worden vernietigd. De auto die het paard met wagen verving bijvoorbeeld. Nieuwe plannen van staatssecretaris Dekker moeten het stichten van scholen aan de ene kant makkelijker maken en aan de andere kant het sluiten ervan als niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan.

Wat zouden de gevolgen van creatieve destructie via zo’n ketens zijn? Meer kwaliteit per euro kan, maar is dat een zekerheid? Hebben ervaringen in het MBO, HBO en WO niet laten zien dat het geld ook ergens anders aan kan worden besteed? Aan gebouwen bijvoorbeeld. Welk risico lopen ouders en kinderen als zo’n landelijke keten van bijvoorbeeld 200 scholen failliet gaat? Waar kunnen die kinderen dan onderwijs krijgen? Of moet dan de minister ingrijpen net zoals bij het ROC Leiden?

Leren ervaringen in ander sectoren, de financiële sector, de automobielindustrie enzovoorts, niet dat een markt alleen goed functioneert als er een sterke marktmeester is? En is dat niet juist de rol van de overheid. Moet de macht van die marktmeester niet toenemen naarmate de markt complexer is en dichter bij de mens zelf komt? Pleit dat dan niet voor een heel sterke onderwijsmarktmeester? Een meester die bovenop de markt zit?

Volgens Kalshoven zouden de franchise-scholen door hun omvang meer kwaliteit per euro leveren. Als dat zo is waarom dan niet één landelijke keten van scholen? Dan zou je toch de meeste kwaliteit per euro moeten krijgen?

En als we die sterke marktmeester en de kwaliteit per euro combineren. Zou dat er niet voor kunnen pleiten om deze taak te nationaliseren?

Wie zijn heden verprutst

“Het is erg wrang dat er nu zo veel werknemers in de zorg op straat komen te staan, terwijl deze cijfers uitwijzen dat we ze in de toekomst weer keihard nodig hebben.” Een uitspraak van de Limburgse gedeputeerde Daan Prevoo in Dagblad de Limburger als reactie op de laatste bevolkingsprognose. Die laat zien dat de Limburgse bevolking tussen nu en 2050 flink krimpt en veroudert. Dan staat tegenover één werkende één niet-werkende, nu is dat 3 op 2. Hierdoor zal de sociale zekerheid onder druk komen te staan, aldus onderzoeker Hans Kasper: “Minder mensen dragen actief bij aan bijvoorbeeld de bekostiging van uitkeringen. Hoe gaan we dat dan in de toekomst financieren?”

seneca  Illustratie: historiek.net

Nu is het bijzondere aan toekomstvoorspellingen dat het voorspellingen zijn en geen werkelijkheid. Tussen nu en 2050 liggen nog ruim dertig jaar. Dat biedt ruimte om er wat aan of mee te doen. Zou het nu niét ontslaan van de werknemers in de zorg, wat Prevoo lijkt te suggereren, in 2050 een oplossing bieden? Zouden veel van die werknemers dan niet zelf voor zorg in aanmerking komen?  Moeten de oplossingen in een andere richting worden gezocht?

Zou het verhogen van de kinderbijslag of het op een andere manier aantrekkelijk maken van het krijgen van kinderen een oplossing bieden? Als dat beleid nu wordt ingezet, dan levert dat veel extra jongeren en dus meer werkenden. Komen die vele leegstaande schoollokalen ook weer van pas.

Zou de technologische ontwikkeling niet een deel of misschien wel het gehele tekort aan arbeid kunnen oplossen? Zorgrobots die taken van mensen overnemen, administratieve processen die steeds verder worden geautomatiseerd en zaken die we ons nu nog niet voor kunnen stellen. Met andere woorden zou de behoefte aan arbeid niet ook af kunnen nemen? Zou nu daarin investeren over 30 jaar niet tot rendement kunnen leiden?

Met een gelijkblijvend nationaal (of provinciaal) inkomen (alleen voor inflatie gecorrigeerd) en dalende bevolking, stijgt het inkomen per hoofd van de bevolking. In meer dan dertig jaar kan nog veel gebeuren en is nog niets zeker. Of naar een goed Venloos gezegde: “det zit in wiej zek.” Is betaalbaarheid van sociale voorzieningen niet een kwestie van kiezen? Net zoals het nu een keuze was om te bezuinigen op zorg en dus de werknemers in de zorg op straat te zetten?

“Wie zijn heden verprutst, is de slaaf van zijn toekomst,” zei de Romeinse filosoof en staatsman Seneca. Zullen we het heden dan maar niet verprutsen?

Privileges of Principes

“Waarom kunnen wij in Europa niet met een programma komen waarbij deze laagopgeleide, over het algemeen jonge mannelijke vluchtelingen worden teruggestuurd naar de landen rondom Syrië en wij in plaats daarvan in Europa een aanzienlijk aantal in onze westerse samenleving meer kansrijke vluchtelingen (gezinnen met kinderen, getrouwde stellen en hoger opgeleiden) opnemen?” Dit idee oppert briefschrijver Joos de Wit in de Volkskrant. Een interessant idee, alleen vluchtelingen opnemen waarvan we verwachten dat ze daadwerkelijk gaan bijdragen aan onze samenleving.

EisenhowerIllustratie: www.brainyquote.com

Toch roept dit idee wat vragen op. Voor de kniesoor als eerste, hoe bepalen we of iemand kansrijk is? Een gezin met kinderen? Maar wat als al die kinderen een flinke beperking hebben? Hoe bereken je het nut van een individuele vluchteling? Zien we mensen zo niet als een middel in plaats van een doel?

Wat betekent dit voor de landen rondom Syrië? Hoe komt het over als wij de lusten nemen en zij de lasten? Zou dat er niet toe kunnen leiden dat samenlevingen daar destabiliseren omdat er een stuwmeer van ‘kanslozen’ ontstaat? Zou dat leiden tot uitzichtloosheid? En zou dat niet tot nog meer wanhoop leiden? En wellicht tot wanhoopsdaden? Zou dat niet een nog betere voedingsbodem voor wrok en wraak vormen? Wat zou de wereld dan over een aantal jaren te wachten staan? Als de verschillen tussen arm en rijk of kansrijk en uitzichtloos hierdoor nog verder zijn gegroeid?

Nu draaien we het eens om. Stel de landen rondom Syrië komen op ditzelfde idee. Zij houden de ‘succesvollen’ daar en sturen de ‘kanslozen’ deze kant op. Wellicht zou dat de samenlevingen aldaar positief beïnvloeden. Wat zou dat betekenen? Voor de westerse landen zou dat meer problemen betekenen. Maar verkeren wij niet in een veel betere positie om die problemen het hoofd te bieden dan de landen rondom Syrië? Zou dat ervoor kunnen zorgen dat de uitzichtloosheid aldaar vermindert? Dat er daar hoop en optimisme ontstaat? Wat zou dat voor de wereld betekenen? Zou tot een rechtvaardigere en eerlijkere verdeling in de wereld leiden?

Of wellicht de ‘kansrijken’ toch naar hier halen en stel dat alle westerse landen dit doen? Zou er dan een ‘markt’ voor potentieel aantrekkelijke vluchtelingen kunnen ontstaan? Een markt waar deze vluchtelingen ‘bij opbod’ verkocht kunnen worden? En met dat geld zou er rond Syrië iets gedaan kunnen worden voor de kanslozen? Of is dit slavernij?

Of moeten we luisteren naar de Amerikaanse generaal en president Dwight D. Eisenhower? “A People that values its privileges above its principles soon loses both.

Hoe krom is recht

“Niet de media, maar politici moeten steun vinden voor het migratiebeleid. Dat wordt weleens vergeten. Nogmaals, niet Bild, de Volkskrant of de tv-programma’s moeten draagvlak creëren voor het beleid inzake migratie.” woorden van rechtsgeleerde Afshin Ellian in Elsevier. In zijn column waarin hij de media verwijt dat zij: “zich willen gedragen als de poortwachter van Nederland en alsof zij het migratiebeleid mogen bedenken en organiseren.”  Maar dat zal niet lukken omdat: “Wie in de media op grond van bijvoorbeeld humaniteit via bekende Nederlanders noodzakelijk draagvlak wil scheppen voor opname van meer migranten, zal uiteindelijk zijn gezag verliezen.”

JungIllustratie: www.reddit.com

Ellian heeft gelijk dat het uiteindelijk de democratisch gekozen politici zijn, die verantwoordelijkheid dragen voor het beleid. Maar is het zo dat, zoals Elian beweert, beleid door een meerderheid van de bevolking moet worden gedragen? Of is een kamermeerderheid voldoende? En mogen de media en ‘entertainers’ dat proces niet beïnvloeden door hun mening te laten horen en te pleiten voor wat zij de goede zaak vinden? Ook als die mening in de ogen van Ellian ‘politiek correct’ is. Want dat betoogt Ellian. Media zijn er immers alleen, “om kritisch verslag te doen van beleid en uitvoering daarvan.” Waar ligt de grens tussen ‘kritisch verslag doen’ aan de ene kant en beïnvloeden aan de andere kant? Beïnvloed je door kritisch verslag te doen van huidig (falend) beleid niet ook het beleid?

Wie bepaalt trouwens wat politiek correct is? Is het politiek correct om voor of tegen meer vluchtelingen te zijn? Of hangt het antwoord op die vraag af van je positie of mening? Is politiek correct een term om iemand met een andere mening te declasseren en niet serieus te nemen? Dus een vorm van gespreksvermijding? Moeten we niet juist het gesprek aan met andersdenkenden omdat, zoals de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung zei: “Everything that irritates us about others can lead us to an understanding of ourselves.”

Vreemd trouwens dat Ellian, zelf onderdeel van het meningencircus, zijn ‘concullega’s’ die er anders over denken dan hij, verwijt wat hij zelf ook doet. En dat is draagvlak creëren voor zijn ‘beleid’ in zake migratie. Een voorbeeld van de pot die de ketel verwijdt dat hij zwart ziet?

Maar is het niet nog vreemder dat een rechtsgeleerde als Ellian ervoor lijkt te pleiten dat de vrijheid van meningsuiting voor ‘entertainers’ en ‘politiek correcten’ beperkt moet worden. Hoe krom is het recht van Ellian?

Maar is het niet nog vreemder dat een rechtsgeleerde als Ellian ervoor lijkt te pleiten dat de vrijheid van meningsuiting voor ‘entertainers’ en ‘politiek correcten’ beperkt moet worden. Hoe krom is het recht van Ellian?

For the times they are a-changin’

“Het beheren van een camping is natuurlijk geen kerntaak van een gemeente. Vandaar ook dat ze in de jaren negentig massaal van de hand werden gedaan in Nederland. Een gemeentecamping is niet meer van deze tijd …” Zo valt te lezen in een artikel in Dagblad de Limburger van vrijdag 8 januari 2016, waarin de worsteling van de gemeente Peel en Maas om de gemeentelijke camping de Heldense Bossen te verkopen wordt beschreven.

Inderdaad is er geen wet die gemeenten verplicht om een camping te bezitten en te exploiteren en dus is het geen kerntaak. Maar gemeenten doen toch meer dan wat de wet hen opdraagt? Een voetbalstadion of wat normaler, een sportcomplex is ook geen kerntaak en toch worden deze door menig gemeente beheerd. Waarom een camping niet en een sportveld of stadion wel?

Interessante vragen maar veel interessanter is de vraag wie bepaalt wat van deze tijd is en wat niet meer? Het is toch niet zo dat een camping niet meer van deze tijd is? Waarom is een door een particulier of bedrijf beheerde camping wel van deze tijd en een door de gemeente beheerde niet? Waarom is een gemeentelijke camping niet meer van deze tijd maar zijn gemeentelijke camperplaatsen dat wel? Heeft dat ermee te maken dat een camper zelf kan rijden?

Waarom denkt het overgrote deel van de Franse gemeenten daar anders over? Loopt de tijd in Frankrijk anders? Als de rest van Nederland de camping al twintig jaar geleden van de hand heeft gedaan, heeft Peel en Maas dan twintig jaar in een andere tijd geleefd dan de rest van Nederland? Zou het ook kunnen zijn dat de gemeente Peel en Maas nu wel bij de tijd is door juist wel een gemeentecamping te hebben? Moeten de andere gemeenten als de wiedeweerga een camping gaan beheren?

Vreemd begrip de tijd, of moet ik zeggen vreemd argument? Of ben ik niet meer van deze tijd? Maar ja, dan leef ik maar in een ander tijd en wellicht komt die ooit. Want zoals Bob Dylan zingt: ‘For the times they are a-changin’.

Free to Choose

Maar de allergrootste boosdoener was toch wel internet, aldus het bedrijf zelf.” Zo valt te lezen in de Volkskrant En dat bedrijf is Macintosh, een conglomeraat van schoenenwinkels onder verschillende vlaggen. Al die verschillende ‘vlaggen’ zijn nu failliet en er wordt gezocht naar partijen die deze ‘vlaggen’ of delen ervan willen overnemen. Na V&D alweer een ‘winkelbedrijf’ dat het niet redt. Of met die reddingspogingen alle personeelsleden en vestigingen gered kunnen worden is de vraag.

EsscherIllustratie Esscher gevonden bij: william-wright.com

Als dit leidt tot sluiting van winkels in steden, dan zal de druk op die steden toenemen om ‘iets aan de leegstand’ te doen. De stad moet toch aantrekkelijk en leefbaar blijven? Daarover zullen zowel de achterblijvende winkeliers als de inwoners van die steden het eens zijn. De winkeliers, omdat zij een boterham willen verdienen en de inwoners, omdat die door een gezellige en levendige stad willen slenteren. Een stad met leuke winkels, restaurants en terrasjes.

Gingen kleine dorpjes de steden hierin niet al voor? Met als laatste de bakker die de deuren sloot? Een sluiting die tot verontwaardiging leidde want waar moest je nu je brood halen? De gemeente moest er toch iets aan doen? Maar waarom sloot die bakker? Sloot die niet de deur, omdat het grootste deel van de dorpelingen hun brood bij de supermarkt meenamen, dat was makkelijk en ook nog goedkoper? En was die bakker wel handig als je iets was vergeten?

Veranderend koopgedrag, die laatste bakker en alle andere winkeliers uit de kleine dorpjes die voor hem sloten, weten erover mee te praten. En zoals, uit de geciteerde zin blijkt, verandert het koopgedrag onder invloed van internet. Steeds meer wordt via het net gekocht.

Je kunt je geld toch maar een keer uitgeven? Gaat iedere euro aan schoenen via het net niet ten koste van een schoenenwinkelier in de binnenstad? Moet er dan niet iemand sneuvelen? En zal dat niet de winkelier zijn met personeel en een duur pand in een binnenstad? Want is een loods op een industrieterrein en wat logistieke medewerkers niet veel goedkoper? Leidt dat niet tot leegstand en een minder aantrekkelijke binnenstad? Iets waar de gemeente dan weer iets aan moet doen?

Ligt de sleutel hiervoor niet bij onszelf als consument? Willen we niet aan de ene kant het gemak en de lage prijs van internet en aan de andere kant een gezellige binnenstad? Is ook niet hier de universele paradox: you are free to choose but you are not free from the consequence of your choice, van toepassing?

Oorlog der parlementen

Het  D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven maakt zich in het AD druk over de verouderde Belgische kerncentrales. Deze staan in het spotlicht omdat er de laatste tijd steeds meer storingen zijn. Het kamerlid staat niet alleen in haar zorgen. Die leven niet alleen bij Nederlandse politici en bestuurders, ook Belgische en Duitse politici maken zich zorgen. Van Veldhoven doet een vergaand voorstel: Als de belangen zo groot zijn, is het niet meer dan logisch dat Nederland ook mee beslist over de vraag of die centrales open of dicht moeten.” 

Terechte zorgen. Natuurlijk heeft Nederland net als de Belgen zelf belang bij veilige Belgische kerncentrales. Vrijkomende straling trekt zich bij een ongeluk immers niets aan van een landsgrens. Maar waarom dan alleen kerncentrales dicht bij de grens? Liet de ramp bij Tsjernobyl niet zien dat gevolgen ook duizenden kilometers verder nog te voelen waren? Waarom geen beslissingsrecht bij alle Europese kerncentrales? En dan ook gespiegeld, beslissingsrecht van die andere landen op onze kerncentrales?

Hoe groot moeten de belangen zijn alvorens een buurland mee mag beslissen? En bij welke onderwerpen? Zou de in het artikel genoemde milieuminister van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen zich met de Chemelot-campus in Limburg mogen bemoeien? Zou België bijvoorbeeld de uitbreiding van Schiphol kunnen tegenhouden vanwege de wellicht grote economische gevolgen voor de luchthaven van Zaventem? Mag bijvoorbeeld Polen zich bemoeien met eventuele Nederlandse bezuinigingen op defensie? We zitten immers samen in een bondgenootschap. Mogen andere landen zich ook met het Nederlandse belastingbeleid bemoeien? Beleid waardoor Duitse, Franse en Belgische bedrijven via de Amsterdamse Zuidas belasting in eigen land ontwijken?

Of en dat zou wel heel erg zijn, heeft Van Veldhoven geen vertrouwen in haar Belgische collega’s? En moeten daarvoor de bevoegdheden van de nationale parlementen worden vergroot? Hoe bestuurbaar worden landen dan? Zou er dan ‘oorlog’ tussen de parlementen kunnen uitbreken? Zou Van Veldhoven er, ter voorkoming van de ‘oorlog’ tussen parlementen, niet beter voor kunnen pleiten om het- Europees Parlement verantwoordelijk te maken voor het toezicht op de veiligheid van kerncentrales?