Think different

In zijn boek Over Vrijheid behandelt de Engelse filosoof John Stuart Mill de relatie tussen het individu en de publieke opinie. Mill: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.” En als we de geschiedenis bezien, dan staan dwarsdenkers inderdaad steeds aan de basis van vernieuwing en ontwikkeling. Daarom hebben democratische machthebbers, volgen Mill, de plicht om in tijden dat de druk van de publieke opinie groot is naar dit individu te luisteren: “Juist in deze omstandigheden moeten uitzonderlijke personen niet afgeschrikt, maar aangemoedigd worden om anders te handelen dan de massa.*”

Think DifferentIllustratie: gazoz5.deviantart.com

Hieraan moest ik denken bij het lezen van een artikel in Elsevier. Een artikel waarin de krant bericht over een interview van de NRC met Frits Bolkestein. In dat interview pleit Bolkestein voor het afsluiten van de buitengrens van de Europese Unie. Volgens Bolkestein kan de EU het aantal vluchtelingen niet aan en zal het tot integratieproblemen leiden.

Het gaat mij niet om de grenzen sluiten of de eventuele (on)mogelijkheid van integratie. Ook daar is een en ander over te zeggen. Het gaat om de volgende zin: “Er is allerwegen op Orbán gescholden vanwege onmenselijk gedrag maar hij doet tenminste waar wij allemaal om vragen.”

Bolkestein spreekt blijkbaar namens een groep die allemaal hetzelfde wil. Wie zijn die ‘wij’ waar Bolkestein het over heeft? Zijn dat alle Nederlanders of slechts een deel ervan? Behoor ik ook bij die ‘wij’? Mij is niets gevraagd en hoe kan Bolkestein dan weten wat ik wil? Vraag ik om hekken om Europa? Daar was ik me niet van bewust. Hoe groot is die ‘wij’? Dat lijkt me wel belangrijk om te weten.

En vooral waarom vragen ‘wij’ dat? Welke redenering en welke argumenten gebruiken ‘wij’? En welke alternatieven zijn mogelijk? Zouden dat niet de vragen zijn die een politicus en landsbestuurder zou moeten stellen, alvorens tot actie over te gaan? En kan dat er niet toe leiden dat bestuurders wel eens anders moeten handelen dan ‘wij’ vragen? Is het dan niet de taak van de leider om dat besluit uit te leggen ook als dat tot veel onbegrip leidt? Is dat niet wat wij van leiders vragen?

Computerfabrikant Apple had het in 1997 goed gezien: Think different

* Zie John Stuart Mill, Over Vrijheid Uitgeverij Boom 2009, pagina 115

Veel vragen

Op deze eerste dag van het jaar wil ik jullie, mijn lezers het allerbeste toewensen. Dus veel geluk, liefde, voorspoed, maar vooral veel nieuwsgierigheid: het verlangen om te weten. Want ligt dit verlangen niet aan de basis van de wetenschap: het weten of kennis met een ander woord. En is kennis niet meer dan alleen het weten? Is kennis niet weten, doordenken en begrijpen? Is dat in eerste instantie niet alles betwijfelen wat je ziet, leest of hoort? Is dit niet het bevragen en het van alle mogelijke perspectieven bekijken van waar je mee wordt geconfronteerd?

NieuwsgierigheidFoto: www.menselijk-lichaam.com

Is dat niet wat we nodig hebben om de problemen van onze tijd het hoofd te kunnen bieden? Problemen zoals het omgaan met verschillen, door anderen ook wel integratie of inburgering genoemd? Zou nieuwsgierigheid naar de ander ons niet kunnen helpen om hem of haar te begrijpen? Om de wereld eens vanuit zijn of haar oogpunt te bekijken? En zou dat die andere niet helpen om de wereld achter jou te leren kennen? Zou dat niet tot herkenning van overeenkomsten en begrip voor verschillen kunnen leiden? Zou die herkenning en begrip voor de ander er niet toe kunnen leiden dat er heel andere oplossingen voor die problemen mogelijk zijn?

Zou dat niet ook kunnen helpen bij de ervaren ‘democratische’ crisis in Nederland? U weet wel de ‘kloof’, de gevoelde onbetrouwbaarheid van politici en bestuurders, het betrekken van mensen bij het zoeken naar oplossingen enzovoort.

En niet alleen bij het omgaan met verschillen binnen een land? Zou dat ons niet verder helpen bij de zoektocht naar rechtvaardige en eerlijke oplossingen? Bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? Of de nog altijd sluimerende Griekse, maar eigenlijk financiële en bankencrisis? Zou dat niet kunnen helpen bij de  crisis in de Europese Unie? Zou dat ook niet kunnen helpen bij het zoeken naar oplossingen voor de problemen in het Midden-Oosten en in Afrika?

Maar ach, daar hebben wij geen invloed op. Of toch wel? Wat als wij die nieuwsgierigheid gaan betrachten in ons eigen leven? Als wij geen mening meer geven over iets, maar er vragen bij stellen? Wat zou dat voor een effect hebben op de mensen om ons heen? Hoe zouden die mensen hierop reageren? Wat als zij dit over zouden nemen? Zou dat niet onze invloed op de ‘wereldproblemen’ kunnen zijn?

De Ballonnendoorprikker blijft vragen en bevragen. Doen jullie mee? Ik wens jullie veel vragen toe.

Denken en gevolgen

In een klein boekje Leidraad voor het Verstand geeft de filosoof John Lock handvatten voor helder en logisch denken. In dit boekje komen ook hinderpalen bij het helder en logisch denken aan bod. Aan dit boekje moest ik denken toen ik in de Volkskrant het interview met VVD-kamerlid Malik Azmani las.

Azmani is de man achter het VVD vluchtelingenbeleid waarin opvang in de regio centraal staat. Een beleid waarvan het belangrijkste begrip, de regio, niet is gedefinieerd. Is het beleid daarmee niet op drijfzand gebaseerd? Is dit niet een voorbeeld van een redenering die is gebaseerd op een ondeugdelijk principe?

Helder redenerenIllustratie: carful.wordpress.com

Azmani constateert dat succesvol integreren of inburgeren soms lastig is: “Het heeft te maken met: onbekend maakt onbemind. Het is een menselijk automatisme om elkaar leuk te vinden op basis van wat overeenkomt. Zoals wij hier samen thee zitten te drinken, vinden we elkaar leuk. Integratie is ook: hoe communiceer je met elkaar?”  Contact en tweerichtingsverkeer lijken voor Azmani daarmee vereist. Maar op de vraag of ook Nederlanders verantwoordelijk zijn voor de integratie, antwoordt hij vervolgens: “Ik vind niet dat een ontvangende samenleving iets van haar identiteit moet afstaan.”  Geen antwoord op de vraag, maar wel iets waar een NEE in doorschemert terwijl je een duidelijk JA zou verwachten op basis van de eerdere uitspraak. Hoe logisch en helder denkt Azmani? Of zegt Azmani de logica vaarwel omdat het niet in het wereldbeeld van zijn partij past of niet aansluit bij de algemene opinie?

Azmani’s antwoord roept nog aanvullende vragen op. Vragen die ook met helder en logisch nadenken te maken hebben. Is integratie of met een ander woord inburgeren eigenlijk wel mogelijk zonder verantwoordelijkheid van de ontvangende samenleving? Kun je integreren als de groep waarin je moet integreren niet meewerkt? Hoe kan een samenleving waarin geïntegreerd wordt precies dezelfde identiteit of cultuur behouden? Kan dat niet alleen als de nieuwkomers exacte kopieën worden van de reeds aanwezige mensen? Als ze niets van hun vorige leven behouden? Laat de werkelijkheid niet zien dat mensen altijd iets van hun land van herkomst behouden, al is het maar de eetcultuur?

Jammer dat deze vragen, die de stevigheid van Azmani’s denkwerk onderzoeken, niet werden gesteld. Want denken leidt tot keuzes en keuzes hebben gevolgen. En wat zouden de antwoorden betekenen voor de keuzes?

“Koppigheid komt niet voort uit aanhankelijkheid aan de waarheid, doch uit onderwerping aan vooroordelen,” aldus Lock. Zou Azmani hieraan lijden?

Clash of Civilizations

“De verzorgingsstaat moet er vooral óók toe inspireren dat mensen participeren, de participatiesamenleving moet er vooral óók toe leiden dat we de verworvenheden van de verzorgingsstaat wijs en behoedzaam inzetten.” Woorden van Anne Buskens (directeur/bestuurder van de welzijnsorganisatie Traject) in Dagblad de Limburger van dinsdag 29 november 2015. Die samenlevingen moeten elkaar vinden in de ‘zoektochtsamenleving’ zoals ze die Maastricht noemen. Een samenleving die de uitdaging heeft: “de goede wil samen goed te kanaliseren.” Omdat, volgens Buskens de meeste mensen van goede wil zijn.

clash of civilizationsIllustratie: www.reddit.com

Het duizelt mij. Hebben wij niet maar één samenleving op het grondgebied van Nederland en maakt niet iedereen daar deel van uit? En participeert daar niet iedereen in die in Nederland woont?

Hoe ziet dat eruit, die verschillende ‘samenlevingen’ die met elkaar strijden en samenwerken? Een nieuwe versie van HuntingtonsClash of Civilizations’? Een botsing tussen verschillende overheidsinstanties en door de overheid gesubsidieerde en betaalde instellingen die ieder vanuit hun eigen belang met elkaar in strijd en samenwerking gaan om het goede voor en met de burger te doen?

Alleen wat is dat goede? En wie bepaalt dat? Zijn dat die op verschillende wetten gebaseerde ‘samenlevingen’?  Zijn dat die ‘samenlevingen’ en hun instanties waar de welzijnsorganisaties voorbeelden van zijn? Wordt dat opgelegd aan de mensen? Zijn die wetten, zoals de Participatiewet, waarop die samenlevingen zijn gebaseerd niet voorbeelden van gestold wantrouwen? Gaat het dominante denkmodel over mensen niet uit van wantrouwen? Hoe zit het dan met de vrijheid van mensen om zelf hun geluk te kiezen?

Geeft Buskens niet de sleutel voor een veel simpelere oplossing. Als de meeste mensen van goed wil zijn, waarom dan niet uitgaan van die goede wil? Wat zou er gebeuren als je de mensen van goede wil de vrijheid en ruimte geeft? Dat vraagt het afzweren van het denkmodel dat uitgaat van wantrouwen en dat is lastig. Experimenten met basisinkomen tonen echter aan dat uitgaan van het goede, goede resultaten oplevert voor zowel mens als samenleving.

Zou dit geen betere oplossing zijn dan de ‘Clash of Civilizations’?

Stem ballonnendoorprikker!

“Ongekozen CDA-asielmeneer het beste bewijs voor de noodzaak van snelle invoering van de gekozen burgemeester.” Een tweet van Geert Wilders en een zin aan het einde van een artikeltje in de Volkskrant. Aanleiding voor de uiting van Wilders is de boodschap die de burgemeester van Katwijk, Jos Wienen, zendt. Die boodschap luidt dat uitspraken van politici effect hebben op mensen en dat politici zich hiervan bewust moeten zijn.

stemmenIllustratie: slimbeleggen.net

Het gaat nu even niet om de boodschap van de burgemeester, nog nut en noodzaak van gekozen burgemeesters. Het gaat erom dat een ‘ongekozen’ iemand een uitspraak doet en van Wilders een veeg uit de pan krijgt omdat hij ongekozen is.

Sinds wanneer is het recht om uitspraken te doen alleen voorbehouden aan gekozen functionarissen? Hoe zit het dan met de rolverdeling? Mogen raadsleden alleen een mening hebben over zaken die hun gemeente raken en niet over provinciale of landelijke zaken? Daar zijn ze immers niet voor gekozen. Betekent dat ook dat Wilders zijn mond moet houden over Europa omdat hij ‘alleen maar’ een nationaal gekozene is?

Ik was altijd van mening dat de vrijheid om een mening te uiten aan iedereen toebehoorde? Is dat nu niet meer het geval? Als dat zo is dan kunnen alle kranten, media en ‘meningenmensen’ en ook de ballonnendoorprikker wel opdoeken. Ze zijn niet gekozen en mogen hun mening dus niet uiten. Jammer, ben ik net begonnen moet ik al weer ophouden.

Gaat het in een gesprek, discussie of debat niet om de inhoud van wat iemand zegt en zijn kennis en kunde van het onderwerp? Gaat het niet om de inhoud? Of zou het kunnen zijn dat de ontvanger van de boodschap nattigheid voelt en om die te verdoezelen de boodschapper op de korrel neemt? Als de boodschap je niet bevalt dan schiet je gewoon de boodschapper neer. Is dit niet een bijzonder zwakke en laffe manier van gespreks- discussie- of debatvoering? Is dergelijk gedrag niet een parlementslid onwaardig?

En als het toch zo is dat alleen gekozenen een mening mogen hebben, dan bij deze een oproep aan jullie, mijn lezers. Voor een frisse mening: STEM op de BALLONNENDOORPRIKKER!

Lange neus

“We beginnen met de grootste gebeurtenis van 2015: de ongekende vluchtelingenstroom naar welvarend Europa,” aldus hoofdredacteur Philippe Remarque in het commentaar van de Volkskrant. Iets wat aan het einde van ieder jaar, decennium en eeuw gebeurt: terugkijken op die afgelopen periode. Dan wordt gevraagd naar de belangrijkste gebeurtenis, de belangrijkste of grootste persoon, de beste muziek, de beste voetballer, de sportman en sportvrouw van die periode. Interessante vragen waarop steevast een antwoord komt, maar wat zeggen die antwoorden?

lange neusIllustratie: VK/DeJaap eindejaarscolumns: 2011 lange neus naar babyboomers …

Domineert bij het bepalen van dergelijke zaken niet vooral de plaats of het land waar je woont? Een inwoner van Parijs zal er anders over denken, die zal twee aanslagen noemen. Net als een Chinees of Japanner aan wie die hele vluchtelingenstroom voorbij is gegaan.

Domineert bij het bepalen hiervan niet het heden? Dat wat nu actueel is, de vluchtelingenstroom, komt eerder bij ons op dan iets van wat verder terug in het jaar, de Griekse crisis. Wie werd begin deze eeuw ook al weer tot de grootste Nederlander uit de geschiedenis verkozen? Wie liet Erasmus, Spinoza, Willem van Oranje en Thorbecke achter zich? Pech voor de Nederlandse handbalvrouwen, hun prestatie de afgelopen weken, is volgend jaar bij het uitkiezen van de sportploeg van het jaar al weer vergeten. Behalve natuurlijk als ze Olympisch kampioen worden.

Domineert het heden niet ook als Remarque spreekt over ‘een ongekende vluchtelingenstroom naar welvarend Europa’? Is die vluchtelingenstroom wel zo ongekend? Was de stroom vanuit Joegoslavië in de jaren negentig van de vorige eeuw niet vergelijkbaar? En hoe zit het met de stroom vanuit Oost-Europa aan het einde van de Tweede Wereldoorlog? Al was welvaart toen ver te zoeken? En hoeveel vluchtende Belgen kwamen er in het begin van de Eerste Wereldoorlog niet naar Nederland? Waren dat er niet niet ruim één miljoen? Hoeveel Antwerpenaren en andere Vlamingen trokken er na de val van Antwerpen in 1585 niet naar Holland in het algemeen en Amsterdam in het bijzonder? Al waren dat rijke vluchtelingen die naar armere gebieden vluchtten met medeneming van hun kennis en kapitaal. En bouwde Holland daarop niet haar wereldrijk?

Als we onze eigen tijd altijd het meest bijzonder vinden, moeten we dan niet heel voorzichtig zijn met het benoemen van ‘belangrijkste’ gebeurtenissen? Moeten we dan niet altijd verder terugkijken dan ons huidige neus lang is.

 

Stilstand is vooruitgang

“Bij een val van het kabinet staat het beleid anderhalf jaar stil. En stilstand is achteruitgang.” een uitspraak van minster Dijsselbloem van financiën. Dijsselbloem is niet de enige, vele anderen zullen deze uitspraak herkennen en zeggen: ‘ja, dat is zo.’ Maar toch.

vooruitgangIllustratie:www.standaard.be

Als je de uitspraak letterlijk neemt en je tijdens een wandeling stil gaat staan, ga je niet achteruit. Dan sta je stil en ga je niet achteruit. Nu is deze uitspraak vrijwel altijd figuurlijk bedoeld. Is figuurlijke stilstand achteruitgang? Ga je als persoon achteruit als je je niet meer verder ontwikkeld? Als ik uit de tredmolen stap en een jaar de tijd neem om me te bezinnen. Ik ga als het ware stilstaan bij mezelf. Ga ik dan achteruit? Of sta ik gewoon stil? Of ga ik toch vooruit omdat ik me juist bezin op wat belangrijk is en me daarop focus?

Nu naar het beleid waar Dijsselbloem het over heeft. Is stilstand daar achteruitgang? Gaat ingezet beleid niet gewoon door als er geen kabinet is? We mogen toch hopen van wel. Er wordt geen nieuw beleid gemaakt, maar is dat nieuwe beleid altijd een vooruitgang? Of kan beleid ook tot achteruitgang leiden? Zou vier jaar geen beleid maken tot stilstand leiden? Of zou de weldadige ‘beleidsrust’ tot ontwikkeling en vooruitgang kunnen leiden?

Dan de economie en de financiële stabiliteit waar Dijsselbloem aan refereert als hij pleit voor politieke stabiliteit. Betekent economische stabiliteit groei? En betekent economische groei altijd vooruitgang? En geen groei of krimp achteruitgang? Wat als de revenuen van die groei scheef worden verdeeld, ik krijg alles en jullie niets, is dat vooruitgang? Hier wees ik in Het geluk van een kopje koffie  al op. Wat als we de stilstand eerlijker verdelen, blijven we dan stilstaan gaan we voor- of achteruit? En wat als het beëindigen van allerlei milieuvervuilende en mensen verziekende activiteiten, tot krimp van de economie leidt?

En hoe moeten we financiële stabiliteit beoordelen? Als de afgelopen jaren iets duidelijk hebben gemaakt, dan is het dat de financiële wereld behoorlijk instabiel is. Sinds de val van de muur zijn we van de ene naar de andere financieel crisis gehold, de Aziëcrisis, de Argentijnse, de Roebelcrisis en via de banken- naar de Eurocrisis. Is van crisis naar crisis hollen vooruitgang?

Zou stilstand of zelfs krimp van de economie en de financiële sector niet ook vooruitgang kunnen betekenen?

Who has a dream?

“Ik vroeg me onmiddellijk af wie of wat de bondskanselier het recht gaf om met zoveel aplomb het Duitsland van het jaar 2040 neer te zetten?” Dit schrijft Sylvain Ephimenco in Trouw in een column waarin hij ingaat op de toespraak die Bondskanselier Merkel hield op het CDU-partijcongres. De toespraak van Merkel deed hem denken aan de ‘I have a dream’-toespraak van Martin Luther King met dit verschil dat de King droomde van een toekomst en Merkel het, in de ogen van Ephimenco, als een vaststaand feit neerzette.

ML KingFoto: www.paradiso.nl

Nu lijkt het me lastig om de samenleving van over 25 jaar als een vaststaand feit neer te zetten. Dus ook Merkel zal een droom of visioen hebben geschetst. Als het een droom is dan roept Merkels droom vragen op.

Is Duitsland nu dan nog geen nieuwsgierig, tolerant en spannend land? Heeft het nu nog geen sterke identiteit met gelijkwaardigheid van man en vrouw, met afkeuring van antisemitisme, racisme en discriminatie van homoseksuelen? Is dat nu nog geen werkelijkheid want Merkel schetst het pas over 25 jaar? Schetste Merkel wel een toekomstbeeld? Of bedoeld Merkel dat Duitsland dan nog steeds zo’n land is? Inderdaad zijn er nu vele gebeurtenissen die hiermee vloeken, maar betekent dit dat het land nog niet zo is? Of is het de droom van Merkel dat die gebeurtenissen er in 2040 niet meer zijn? Met andere woorden is de toekomstvisie van Merkel niet conservatief namelijk de voortzetting van het heden?

En als antwoord op de vraag van Ephimenco een wedervraag: waarom zou de bondskanselier dat recht niet hebben? En als vervolg erop. Wie heeft dan het recht om het recht te geven het wel te doen? Heeft niet iedereen het recht om zijn eigen toekomst te dromen?

Sterker nog. Missen we juist niet de dromen in de politiek? Dromen die mensen kunnen inspireren en tot actie aanzetten om de droom te verwezenlijken? Zouden dergelijke dromen niet een alternatief kunnen bieden tegen het jihadisme, zoals ik me in Waar vóór al afvroeg? Zouden degelijke dromen de betrouwbaarheid van de politiek niet ten goede komen, zoals ik me in La politique est comme l’oiseau de Twitter afvroeg? Is het niet juist een kenmerk van een echte leider dat hij of zij, zoals Martin Luther King dat kon, een positief toekomstbeeld schetst dat mensen verbindt, zoals ik me in I have a dream afvroeg? Zou Ephimenco zich niet moeten afvragen wat de toekomstdroom van die andere politieke leiders is?

Serious Request!

Een nieuwe ‘traditie’ van de laatste jaren is het Glazen Huis. Dit wordt Serious Request genoemd en er wordt geld ingezameld voor een goed doel. Ieder jaar zijn er veel steden die het Glazen Huis in hun stad willen hebben. Het levert veel publiciteit op en de middenstand een flinke omzet. Het huis staat dit jaar in Heerlen. Een drietal discjockeys van 3FM laten zich daar opsluiten in het Glazen Huis. De drie eten niet en draaien die plaatjes waarvoor luisteraars betalen. Dit jaar is het geld bestemd voor kinderen in oorlogs- en conflictgebieden.

Serious requestIllustratie: seriousrequest.3fm.nl

Op Kerstavond worden de drie ‘bevrijd’ en wordt de eindstand bekend gemaakt. Dan is er een minister present die namens het kabinet (en dus eigenlijk namens het Nederlandse volk) een extra duit in het zakje doet. Een nieuwe traditie waarmee mensen kunnen laten zien hoe goed ze het voorhebben met mensen die het minder hebben getroffen. Om extra geld op te halen, worden er de raarste dingen uitgehaald.

In Oostindisch doof schreef ik over rechtvaardigheid. Aanleiding hiervoor was een besluit van staatssecretaris Dijkhof om een doof driejarig Afghaans meisje een gehoorimplantaat te weigeren. Geen asiel, geen implantaat aldus de staatssecretaris. Ontegenzeggelijk zal zo’n implantaat het leven van dit meisje en de mensen in haar omgeving beïnvloeden. Hier in Nederland, maar zeker in oorlogs- en conflictgebied Afghanistan. Is dit niet wrang?

De staatssecretaris heeft dit besluit namens het kabinet en dus het Nederlandse volk genomen. Hetzelfde volk waarvan nu een deel zich de benen onder de kont uitloopt om geld op te halen voor dezelfde kinderen. Is dit niet wrang?

Het kabinet dat donderdagavond namens ons allen weer een duit in de zak zal doen. Zou het kabinet dit geld niet beter kunnen besteden aan  dit meisje en anderen zoals zij, die uit oorlogs- en conflictgebieden naar hier zijn gevlucht? En als het kabinet het niet doet, zou de opbrengst van Serious Request er niet deels voor gebruikt kunnen worden? Of die jongeren nu mogen blijven of niet, zou dat geen mooi cadeau zijn? Een serious request aan kabinet en Serious Request. Zou het niet wrang zijn als kabinet en Serious Request Oostindisch doof bleven?

Oostindisch doof

“Doofheid is een wereldwijd voorkomend verschijnsel en doven kunnen zonder implantaat een aanvaardbaar bestaan leiden.” Dit is de reden dat een driejarig meisje geen gehoorimplantaat krijgt, zo is te lezen op opiniesite JOOP. Een implantaat dat haar leven aanmerkelijk makkelijker zou maken. Als dit een kind zou zijn van twee ouders wiens familie hier al generaties lang woont, zou dan het land te klein zijn? Ik denk het wel.

Het meisje heeft echter de pech dat haar ouders uit Afghanistan komen en hun asielaanvraag hier afgewezen is. Ze moeten terug. En daarom komt het kind niet in aanmerking voor een implantaat. Zo heeft staatssecretaris Dijkhof besloten. Is dit besluit rechtvaardig?

malalaIllustratie: one.org

In Het geluk van een kopje koffie, Lone Survivor en Hoofdprijs heb ik de utilitaristische kijk op rechtvaardigheid beschreven. Als iets tot maximaal geluk leidt, dan is het voor een utilitarist rechtvaardig. Bekijken we dit geval vanuit de optiek van landen, dan moet Nederland investeren en neemt het geluk in Afghanistan toe, want daar moeten ouders en kind naar terug. Niet doen dus. Maar wat als het kind een tweede Malala wordt, het Pakistaanse kind dat door de Taliban ernstig werd verminkt, in Engeland is geopereerd en nu met de Nobelprijs gelauwerd voor vrede strijdt?

Wat als je geluk op wereldniveau beschouwt? Hoeveel ongelukkiger wordt Nederland ervan om dit kind te helpen? En hoeveel gelukkiger het gezin en Afghanistan? Zouden de kosten dan niet ruimschoots tegen de baten kunnen opwegen?

Maar rechtvaardig kan ook zijn dat wat goed is. En over wat goed is valt te twisten en dat doen gelovigen, ongelovigen, socialisten, communisten enzovoorts dan ook, zoals ik in Het Goede Doel al aankaartte. Maar zouden ze ook twisten over de vraag of het implantaat goed is?

Er is nog een derde stroming in het denken over rechtvaardigheid. Een stroming die individuele vrijheid centraal stelt. Deze stroming vindt haar oorsprong bij de Duitse filosoof Immanuel Kant. Volgens Kant is een mens altijd een doel op zich. Ziet de staatssecretaris hier het meisje als doel? Of als middel om een harde boodschap uit te stralen? Hoe zou Kant oordelen?

De Amerikaanse filosoof John Rawls heeft dit verder uitgewerkt en kwam tot twee beginselen van rechtvaardigheid. Als eerste dat iedereen recht heeft op een zo maximaal mogelijk stelsel van vrijheid dat verenigbaar is met een vergelijkbaar stelsel voor iedereen. Het tweede dat iets rechtvaardig is als de minstbedeelden er meer van profiteren dan de beter bedeelden. Zou het meisje, als een van die minst bedeelden, niet veel meer van een implantaat profiteren dan Nederland van die paar euro? Hoe zou Rawls oordelen?

De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum en de Indiase econoom Amartya Sen zijn verder gaan bouwen op het werk van Rawls. Zij kwamen met de capability approach, de vermogens benadering. Vermogens, zo schrijft Nussbaum in haar boek Mogelijkheden scheppen op pagina 40: “zijn antwoorden op de vraag: ‘Wat kan deze persoon doen en zijn?” Het zijn: … “substantiële vrijheden’ … een reeks van (over het algemeen onderling gerelateerde) kansen om te kiezen en te handelen.” 

Lichamelijke gezondheid is een van deze vermogens. Net als het gebruik van je zintuigen om te denken, fantaseren en te redeneren. Een rechtvaardige samenleving zorgt voor een goed basisniveau en vervolgens wordt het tweede beginsel van Rawls toegepast. Hoe zouden Sen en Nussbaum Oordelen?

Zou de staatssecretaris naar hun argumenten willen luisteren of zou hij zich oostindisch doof houden?