Het gloednieuwe testament

In Trouw las ik dat het christelijke Wheaton College professor Larycia Hawkins op non-actief heeft gesteld omdat zij van mening is dat islamieten en christenen dezelfde god aanhangen. Nu zijn God en zijn islamitische alter ego Allah, de laatste tijd volop in het nieuws. De ene vanwege de komende kerst en omdat onze samenleving toch is gebaseerd op de ‘christenlijke waarden’ van zijn zoon en de ander omdat gewelddadige jihadisten in zijn naam dood en verderf zaaien.

Andere culturen kenden en kennen een veelheid aan goden. Dit maakt het makkelijk om verschillen te duiden. Het is immers het werk van met elkaar concurrerende en strijdende goden. De Griekse mythologie staat er bol van.

griekse godIllustratie: iamag.co

De aanhangers van de islam, het christendom en daarvoor al het jodendom hebben er een ander concept van gemaakt. Er is maar één godheid. Maar dat maakt het wel lastig om verschillen en tegenstrijdigheden te duiden. Wat wil die godheid nu? Dus zijn al die tegenstrijdigheden een gevolg van de interpretatie van de wil van de godheid. En daarover kunnen dus complete oorlogen worden gevoerd. Oorlogen binnen en tussen de aanhangers van de verschillende godheden.

Ik heb niets met welke religie dan ook, maar stel dat er toch maar één god is. Is zijn boodschap dan niet erg vaag en voor velerlei uitleg vatbaar? Zijn de signalen die hij uitstraalt niet bijzonder tegenstrijdig? Moet die god dan niet een cursus effectief communiceren volgen? Of heeft hij een fout in de schepping gemaakt en slechte luisteraars van ons gemaakt?

Dat zou allemaal kunnen. Een veel interessantere optie werd behandeld in de film Le Tout Nouveau Testament van de Belgische regisseur Jaco van Dormael (Hieronder de trailer van deze film. In de film bestaat god en woont hij met zijn vrouw en dochter in Brussel. Zijn zoon is tweeduizend jaar geleden overleden. Hij bestaat en is een zeer sarcastisch persoon die niet alleen zijn gezin maar ook de mensheid tiranniseert. Hij heeft de mensheid geschapen voor zijn plezier en dat plezier bestaat erin om het de mens zo lastig mogelijk te maken. Past dat beeld niet veel beter bij de werkelijkheid?

 

It takes two to tango

In 2014 deed Motivaction een onderzoek naar de gevoeligheid van jongeren voor religieus geweld veel stof opwaaien, omdat er werd geconcludeerd dat er onder met name Turkse jongeren veel sympathie voor IS leek te bestaan. Op het Motivaction-onderzoek bleek onderzoekstechnisch van alles aan te merken en daarom heeft het SCP een onderzoek gedaan met als titel Een wereld van verschil. Dit onderzoek laat zien dat een veel kleiner deel van de jongeren begrip zegt te hebben voor religieus geweld.

AAN53JFoto: xn--apart-fsa.com

“We moeten ons richten op die kleine groep mensen die Isis en religieus geweld goedkeuren, maar we hoeven en we mogen niet hele groepen mensen wantrouwen.” Dit zegt minister Asscher in reactie op de uitkomsten van het SCP-onderzoek.

Richt Asscher zijn pijlen wel op het goede doel? Natuurlijk! Zal de eerste reactie van velen zijn. We moeten voorkomen dat deze jongeren naar Syrië gaan en jihadist worden. Dus dat rechtvaardigt dat we ons daarop richten.

Zou het doel niet die grote andere groep moeten zijn? De groep die juist geen begrip heeft voor religieus geweld? Het SCP constateert dat de helft van de Nederlanders met Turkse of Marokkaanse wortels zich geen volwaardig burger voelt, zoals de Volkskrant het samenvat. Zouden de pijlen niet juist op dit probleem gericht moeten worden? Een probleem van niet alleen deze groep, maar ook van de ‘autochtone’ Nederlanders? Volwaardig lid worden van een groep vraagt immers ook inspanningen van degenen die tot de groep behoren omdat integratie tweerichtingsverkeer is. Immers ‘it takes two to tango’. Hieraan heb ik in Inburgeren al aandacht besteed.

Zouden die pijlen niet moeten bestaan uit een aanpak die uitgaat van de kracht van onze open democratische samenleving, waaraan ik in Vrijheid, democratie en verbieden en Vrijheid vieren aandacht schonk? Een aanpak die een sterk alternatief biedt tegenover de aantrekkingskracht van het jihadisme waar ik in Waar vóór naar zocht? Zou dat geen succesvollere aanpak kunnen zijn? Zou dat helpen bij de tango? Toch nog eens de vraag: richt Asscher zijn pijlen wel op het goede doel?

The spirit of Christmas

Volledig open grenzen betekent voor de laagst betaalden het einde van de welvaart en voor iedereen het einde van de welvaartsstaat.” Dit schrijft hoogleraar openbare financiën Harry Verbon in de Volkskrant. De niet hoogopgeleiden kunnen volgens Verbon alleen worden beschermd tegen de verarming als de instroom van concurrerend arbeidsaanbod uit het buitenland wordt beperkt. Dus als de grenzen worden gesloten. Worden de grenzen niet gesloten dan moeten niet hoogopgeleiden concurreren met buitenlandse instroom en zal de druk op de sociale voorzieningen groot worden: “Die pot wordt niet groter. Dan zal de aanwezigheid van vluchtelingen gevoeld worden in de vorm van lagere uitkeringen.” Een op het eerste gezicht redelijk en veel gehoord betoog.

christmas caroll

Illustratie: filmdoctor.co.uk

Toch kunnen er wat vragen bij worden gesteld. Als een welvaartsstaat alleen maar mogelijk is binnen een land, wat zou er dan gebeuren als de hele wereld een land is? De grenzen zijn gesloten, we hoeven immers geen Marsmannetjes te verwachten. Is dan een welvaartsstaat en welvaart mogelijk? Als dat mogelijk is, waarom moeten we dan de grenzen sluiten? Moeten we dan niet inzetten op een wereldwijde welvaartsstaat? Wat zou dat betekenen voor vluchtelingenstromen? Zouden er dan nog stromen gelukzoekers zijn? Wellicht is dit een conferentie zoals de afgelopen klimaatconferentie, waard?

Als een welvaartsstaat alleen maar binnen huidige landen mogelijk is. Wat zou er dan gebeuren als alle landen tot hetzelfde niveau van welvaart komen? Hebben we dan niet een wereldwijde welvaartsstaat en wereldwijde welvaart? Of is welvaart alleen maar voor een paar landen mogelijk en willen die koste wat het kost hun bevoorrechte positie vasthouden?

Of zit de crux op een ander punt in het verhaal van Verbon? Is dat punt misschien dat die pot niet groter wordt omdat juist degenen die nu flink van de welvaart profiteren, niet willen delen? Want waarom zou die  pot niet groter kunnen worden? Als de economie groeit, groeit de pot dan niet mee? Vermogens zijn steeds oneerlijker verdeeld, zo toonde Thomas Piketty aan, ook in Nederland? En als we wat willen doen aan de ongelijkheid, kan dan de pot niet harder groeien dan de economie?

Zijn het misschien de grenzen tussen de haves en de have nots die gesloten moeten blijven? Toch maar eens ‘A Chrismas Caroll’ van Dickins lezen of kijken in deze Kersttijd?

Het Goede Doel

In mijn vorige drie prikkers schreef ik over het utilitarisme. Dit naar aanleiding van een uitspraak dat economische groei goed is. Het utilitarisme streeft naar zoveel mogelijk geluk. In Hoofdprijs was de vraag of dat wat het meeste ‘geluk’ oplevert ook per definitie goed en rechtvaardig is. Lone Survivor handelde over spijt van Marcus Lutrell. Spijt die hij onderbouwde met een utilitaristische redenering.

goede doel

Illustratie: merchandise-entertainment.nl

Het verhaal van Lutrell, bevat nog een tweede voorbeeld van denken over wat goed en rechtvaardig is. De zwaargewonde Lutrell wist uit de handen van de Taliban te blijven en werd uiteindelijk opgevangen in een Afghaans dorpje. Dit dorp nam hem op als gast, verzorgde en beschermde hem. Ook toen de Talban Lutrell met geweld wilde komen halen. De dorpelingen beriepen zich daarbij op het aloude gebruik dat een gast diende te worden beschermd. Het dorp handelde niet vanuit geluk, want voor hun geluk hadden ze Lutrell beter aan de Taliban uit kunnen leveren. Zij handelden vanuit wat voor hen rechtvaardig was en dat was het goede doen, de gast beschermen. Een positieve insteek zo op het eerste gezicht. Is goed doen altijd goed?

Goed doen doet goed, maar wat is goed? Wie bepaalt wat goed is? En op basis waarvan? ‘Wie goed doet, goed ontmoet’, luidt het gezegde. Zou dat ook gelden als christenen, moslims, hindoeïsten, socialisten, communisten of bolsjewisten deze vragen anders beantwoorden?

Hoeveel doden zijn er niet gevallen in godsdienstoorlogen, in de strijd voor de (nationaal) socialistische heilstaten. Beroepen de jihadisten, als meest vergaande vorm van moslimfundamentalisme, zich ook niet op het goede en dus rechtvaardige? Al zullen er niet veel andere mensen zijn die dit ‘goede’ als goed beoordelen. Worden minder aantrekkelijke zaken door hen die zich beroepen op het goede niet vaker verdedigd met het beroep op dat goede doel?

Hebben die stromingen misschien allemaal een ander beeld van dat wat als goed wordt gezien? Vraagt goed doen vanuit een ‘goed doel’ niet om goed uitkijken? Of dat doel nu hemel of heilstaat is?

Lone Survivor

In Het geluk van een kopje koffie schreef ik over het utilitarisme. Voor het utilitarisme is iets rechtvaardig als het maximaal geluk oplevert. In die column stond de uitspraak van Einstein centraal dat niet alles van waarde te meten is en niet alles wat te meten is van waarde is. Nu een ander probleem van het utilitarisme en rechtvaardigheid. Het resultaat telt, niet je intentie.

Maar hoe weet je het resultaat? Om dit dilemma duidelijk te maken, een voorbeeld dat ik vond in het boek Rechtvaardigheid. Wat is de juiste keuze, van de filosoof Michael J. Sandel. Dit voorbeeld is echt gebeurd en is verfilmd. De titel van de film is Lone Survivor (zie trailer onder deze prikker). Ja hoor, filosofie in een oorlogsfilm.

lone survivorIllustratie: electric-shadows.com

Een viertal Amerikaanse soldaten in Afghanistan onder leiding van korporaal Marcus Lutrell komt tijdens een gevaarlijke geheime missie twee Afghaanse boeren en een kind van 14 jaar tegen. Hun missie was het opsporen en arresteren (of doden) van een Taliban-leider. Ze weten niet of de drie tot de Taliban behoorden of niet. De Taliban zat dichtbij.

Wat te doen? Ze meenemen kan niet. Hen laten lopen kan betekenen dat hun positie aan de Taliban wordt verraden en zij in gevecht zullen geraken. Het alternatief is de boeren en de jongen doden. Dat zal hun leven in ieder geval redden, maar wellicht dood je drie onschuldige mensen. Wat doe je? Wat is de juiste en/of rechtvaardige keuze?

Ze besluiten de drie te laten gaan. Dit leidt tot de dood van de drie collega’s van Lutrell en nog 16 andere Amerikanen die hen in een helikopter probeerden te redden. Hoeveel Taliban erbij omkwamen is niet bekend. Lutrell had achteraf spijt van zijn beslissing en onderbouwde die met een utilitaristische redenering: had ik de drie maar gedood, dat had veel levens gespaard.

Lutrell maakt een eenvoudige rekensom. Maar klopt die wel? Wellicht gaat het kind in de toekomst een belangrijke rol spelen in het beëindigen van de ellende in Afghanistan en de wereld of in de wetenschap? En hoe weeg je dat dan weer mee? Wegen bij zo’n keuze bekenden niet altijd zwaarder dan onbekenden? En weegt de nabije toekomst zo niet altijd zwaarder? Is dat niet ook het probleem waarmee in Parijs op de klimaatconferentie werd geworsteld?

 

Het geluk van een kopje koffie

“Dat het goed gaat in Nederland, blijkt ook uit de raming van het CPB dat de economie volgend jaar met 2,1 procent groeit (neem ik aan, dit laatste woord ontbreekt).” Een citaat op de site van Trouw. Een citaat waarbij veel mensen zullen staan te juichen: de economie groeit en dat is goed. Dit is een utilitaristische denkwijze.

EinsteinIllustratie: funmozar.com

Het utilitarisme is een stroming in de filosofie die gaat voor maximaal geluk. Probleem is alleen, hoe bereken je geluk? Bijvoorbeeld het geluk van een kopje koffie. Is dat voor iedereen op ieder moment hetzelfde?  Ook is het lastig om het toekomstig geluk van een actie te bepalen. Door geluk te koppelen aan geld, kan er wel worden gerekend. Het geluk van een kopje koffie is dan de prijs ervan. Het bruto binnenlands product (bbp) is dan de maatstaf voor geluk. Een economische groei van 2,1 procent betekent dat het bbp met dat percentage groeit. Gaat het wel goed als de economie groeit?

“Not everything that counts can be counted, and not everything that can be counted counts.” een uitspraak van de natuurkundige Albert Einstein. Is deze uitspraak niet ook op het gebruik van het bbp als maatstaf voor geluk van toepassing ?

Telt alles wat van waarde is wel mee? Geluk zit voor mij ook in een knuffel van mijn dochter of een homerun geslagen door mijn zoon. Dit telt niet mee. Vrijwilligerswerk telt niet mee. Dit terwijl het geluk dat de trainer van een honkbalteam zijn pupillen (en hun ouders) bezorgt, van grote waarde is voor hen. En waarschijnlijk ook voor hemzelf. Mantelzorg telt ook niet mee, maar een zelfde activiteit verricht door een ‘zorgprofessional’ wel. Is dat niet meten met twee maten? Een milieuvervuilende activiteit, zoals de teerzand oliewinning in Canada telt mee. De olie heeft waarde. Maar de vernietiging van het landschap en het land telt niet mee.

Is alles wat meetelt wel van waarde? De schadelijke financiële producten die de financiële crisis en de daarop volgende economische crisis veroorzaakten, tellen mee. Wat was en is hun waarde? Wat dragen die bij aan het geluk?

Als laatste zegt de grootte van de taart, niets over de verdeling. Als de groei slechts bij een paar personen terechtkomt, gaat het dan wel goed? Gaat het werkelijk goed met een land en haar inwoners als de economie groeit?