ZZP’er avant la lettre

The Tragedy of the Commons, de tragedie van de gemeenschappelijke gronden of de meent en iets ruimer het gemeenschappelijke bezit. Een term gemunt door de Amerikaanse ecoloog Garrett Hardin. De grond, bijvoorbeeld een weide heeft een beperkte omvang en er kunnen dus slechts een beperkt aantal schapen op grazen. Overbegrazing zorgt ervoor dat de hele weide onbruikbaar wordt. Een schaap meer voor herder A betekent voor hem een hoger inkomen, dus zal herder A liever een schaap meer nemen. Voor het geheel betekent dit grotere kans op overbegrazing, dat risico ligt echter bij de hele groep. De rationele conclusie van herder A zal dus dat ene schaap meer te nemen. Dat gaat echter ook op voor alle andere herders en dus is overbeweiding onvermijdelijk. Zo is de redenatie van Hardin.

commonsIllustratie: www.themarysue.com

Hieraan moest ik denken toen ik het eerste, tweede en derde deel in de reeks columns van Frank Kalshoven in de Volkskrant las. Een reeks die handelt over een ander soort economie. In deel twee beschrijft hij in het kort de ‘Off the grid-economie’. Je koppelt je los van de bestaande economie en probeert zo zelfvoorzienend mogelijk te zijn. Dus je eigen energie/stroom opwekken, je eigen drinkwater regelen, je eigen afval verwerken en ook in je eigen voedsel voorzien. Hoe meer je dat lukt, hoe minder geld je nodig hebt en hoe minder je dus afhankelijk bent van de ‘reguliere’ economie.

Is er voldoende grond om iedereen zijn eigen voedsel te laten verbouwen? Want verliezen we dan niet het specialisme van de huidige landbouw? Een specialisme dat tot gigantische productiestijging heeft geleid. Zou dat te ondervangen zijn door bijvoorbeeld ‘Off the Grid’ dorpen? Dorpen waarin mensen samenwerken om gezamenlijk hun eigen voedsel te produceren? Een soort ‘collectieve boerderij’ of beter nog, een ‘collectief dorp’. Waar kennen we die ook al weer van? Alleen met dat verschil dat die, de kolchozen in de Sovjet Unie, van bovenaf werden verordonneerd. Zou dat een richting kunnen zijn om ‘Off the grid’ te leven? Zou dat geen schoolvoorbeeld van participatiesamenleving zijn?

Hoe nieuw is dat ‘Off the grid’ eigenlijk? Lijkt dat niet verdacht veel op de manier waarop het overgrote deel van onze voorouders eeuwenlang geleefd heeft? Een lapje grond met wat vee. Alles bij elkaar bijna genoeg om te overleven. De rest verkregen ze door de meent, de gezamenlijke gronden, wateren of bossen te gebruiken.

Maar ja, die gaan toch in de tragedie ten onder, volgens Hardin?  Inderdaad de meent ging in een tragedie ten onder waardoor velen in absolute armoede werden gestort en als dagloner moesten zien te overleven (de ZZP’er avant la lettre). Maar, kende de tragedie geen andere oorzaak dan die Hardin beschrijft? Ging de meent niet vooral ten onder omdat de landeigenaar er een hek omzette en de grond zelf in productie bracht? Omheining die mogelijk werd gemaakt omdat de opkomende parlementen (bevolkt door landeigenaren) dit mogelijk maakten. Betekende de onmogelijkheid om de grond nog gezamenlijk te gebruiken en dus het einde van de meent niet de poort naar armoede voor de oude ‘off the gridder’?

Het oude ‘Off the grid’ was geen keus maar een noodzakelijkheid. En geldt dat niet net zo voor ons huidige economische bestel? Dit bestel biedt heel veel keuze op triviaal niveau als het gaat over een pak wasmiddel, maar keuzemogelijkheid is er op het fundamentele niveau tussen “Off’ of “On the grid”? Is ons bestel niet erg eenzijdig ingericht en gericht op een leven ‘On the grid’? Is de keuze voor ‘Off the grid’ niet alleen mogelijk als je kiest voor een zeer sober bestaan als zwerver of als je voldoende kapitaal bezit? En hoe eerlijk is dat?

Wat zou er nu nodig zijn om mensen zelf te laten kiezen tussen “Off’ of “On the grid” zonder mensen tot dagloner te laten vervallen? Staat keuzevrijheid niet hoog in ons vaandel in onze westerse samenleving? Ja, maar dus niet op dit fundamentele niveau. Wij kunnen niet kiezen tussen vol blijven deelnemen aan de huidige tredmolens als ene uiterste en volledig individueel ‘Off the grid’ gaan als andere uiterste en alle varianten ertussen in. Daar is ons economische, sociale en maatschappelijke systeem niet op ingericht. Hoe groot is dan onze vrijheid om zelf te kiezen hoe we ons leven willen inrichten?

Zou een basisinkomen een nieuwe vorm van ‘meent’ kunnen zijn om ieder van ons die vrijheid te geven?

For the times they are a-changin’

“Het beheren van een camping is natuurlijk geen kerntaak van een gemeente. Vandaar ook dat ze in de jaren negentig massaal van de hand werden gedaan in Nederland. Een gemeentecamping is niet meer van deze tijd …” Zo valt te lezen in een artikel in Dagblad de Limburger van vrijdag 8 januari 2016, waarin de worsteling van de gemeente Peel en Maas om de gemeentelijke camping de Heldense Bossen te verkopen wordt beschreven.

Inderdaad is er geen wet die gemeenten verplicht om een camping te bezitten en te exploiteren en dus is het geen kerntaak. Maar gemeenten doen toch meer dan wat de wet hen opdraagt? Een voetbalstadion of wat normaler, een sportcomplex is ook geen kerntaak en toch worden deze door menig gemeente beheerd. Waarom een camping niet en een sportveld of stadion wel?

Interessante vragen maar veel interessanter is de vraag wie bepaalt wat van deze tijd is en wat niet meer? Het is toch niet zo dat een camping niet meer van deze tijd is? Waarom is een door een particulier of bedrijf beheerde camping wel van deze tijd en een door de gemeente beheerde niet? Waarom is een gemeentelijke camping niet meer van deze tijd maar zijn gemeentelijke camperplaatsen dat wel? Heeft dat ermee te maken dat een camper zelf kan rijden?

Waarom denkt het overgrote deel van de Franse gemeenten daar anders over? Loopt de tijd in Frankrijk anders? Als de rest van Nederland de camping al twintig jaar geleden van de hand heeft gedaan, heeft Peel en Maas dan twintig jaar in een andere tijd geleefd dan de rest van Nederland? Zou het ook kunnen zijn dat de gemeente Peel en Maas nu wel bij de tijd is door juist wel een gemeentecamping te hebben? Moeten de andere gemeenten als de wiedeweerga een camping gaan beheren?

Vreemd begrip de tijd, of moet ik zeggen vreemd argument? Of ben ik niet meer van deze tijd? Maar ja, dan leef ik maar in een ander tijd en wellicht komt die ooit. Want zoals Bob Dylan zingt: ‘For the times they are a-changin’.

De kleur van je T-Ford

“Het aantal vrijwilligers en stagiaires bij podia liep op van 5 duizend in 2005 naar ruim 9 duizend in 2014. Het aantal werknemers in loondienst daalde daarentegen juist van bijna 10 duizend naar ruim 8 duizend personen vorig jaar.” Dit valt te lezen in een artikel in de Volkskrant. De podia hebben zich zo met succes gehandhaafd in een periode waarin de subsidie landelijk werd gekort met 13% en het economisch tij ook nog eens flink tegen zat. Waarlijk een knappe prestatie. En niet alleen podia, ook musea en andere culturele instellingen maken, gedreven door bezuinigingen, steeds meer gebruik van vrijwilligers. Zo kunnen ze het hoofd boven water houden. Knap, maar toch …

t-fordFoto: carstyling.ru

Toch knelt het. Is er hier geen sprake van verdringing waarbij werk wat eerst door betaalde krachten werd gedaan, nu door vrijwilligers of stagiaires wordt overgenomen? Moeten we daar blij mee zijn? Welke toekomst is er voor de betaalde krachten die hun baan verloren? En voor die stagiaires? Hebben die wel uitzicht op betaald werk bij de podia? Of worden ze misbruikt met als ‘verleiding’ dat ze nuttige werkervaring opdoen die ze weer op hun CV kunnen vermelden? Iets waaraan steeds meer organisaties en bedrijven zich schuldig maken. Zo hebben ze immers een gratis werknemer. Moeten we blij zijn met deze ontwikkeling?

Hoe strookt dat met het adagium dat betaald werk het toppunt van maatschappelijke participatie is? Natuurlijk, vrijwilligerswerk is ook goed, als je daarnaast maar naar betaald werk zoekt. Knelt het hier niet op een fundamenteel niveau? Op de tegenstrijdigheid tussen de participatiesamenleving waarbij we ‘voor onze naaste’ moeten zorgen en ons vrijwillige steentje moeten bijdragen aan de ene kant. En juist het ‘heilig’ verklaren van betaald werk aan de andere. Hoe moeten we deze trend nu beoordelen?

Zou een basisinkomen die tegenstrijdigheid kunnen oplossen? Geeft dat mensen niet keuzevrijheid? Keuzevrijheid die nu lijkt op de keuze uit kleuren bij de oude T-Ford: alle kleuren zijn mogelijk als het maar zwart is. Maakt dat het niet mogelijk om te kiezen voor meer geld (betaald werk) aan de ene kant en je volledig voor anderen inzetten aan de andere kant en alle varianten daartussen? Dan kan iedereen zijn eigen kleur T-Ford kiezen.

Lenen, lenen, lenen

De Europese Centrale Bank heeft als hoofddoelstelling het handhaven van prijsstabiliteit in de Euro-zone. Dit is nader ingevuld door het streven naar 2% inflatie. Nu ligt de inflatie onder die 2% en zelfs bijna onder 0%. Daarom wordt er om actie gevraagd van de ECB.

Zo ook door voormalig hoogleraar economie aan New York University Melvyn Kraus. In de Volkskrant pleit hij voor meer actie van de ECB en die ziet hij niet: “De inflatie in de eurozone ligt ver onder de taakstelling. En als we afgaan op het magere pakket aan stimuleringsmaatregelen dat is overeengekomen in de vergadering van het ECB-bestuur in december, lijkt de centrale bank van Europa geen haast te maken om deze toestand recht te zetten.” Kraus heeft een punt, een instelling heeft een doel en moet dat nastreven. Of?

Inderdaad is de hoofddoelstelling van de ECB prijsstabiliteit. De 2% is daarvan een afgeleide en wat is dan belangrijker? Want zijn bij een lagere inflatie of zelfs 0% de prijzen niet nog stabieler dan bij een inflatie van 2%?

Waarom is er prijsstabiliteit bij een inflatie van 2% en niet als de inflatie 1,5% of 2,5% is? Zou het kunnen omdat een lichte inflatie (dus prijsstijging) mensen aanzet tot consumeren? Vandaag kan ik voor dezelfde Euro immers meer kopen dan morgen of volgend jaar. En zou het kunnen dat consumptie bijdraagt aan de, in het huidige denken, broodnodige economische groei? Want bij dalende prijzen wachten we toch met geld uitgeven? Maar, vandaag heb je toch ook eten, drinken, energie, kleren etcetera nodig? Stellen we de aankoop daarvan allemaal uit omdat het morgen goedkoper is?

Zou het ook kunnen dat door een lichte inflatie, de toenemende schulden betaalbaar blijven? Met de geleende Euro kan ik vandaag immers meer kopen dan morgen. En groeit de economie hier niet ook door? En wat voor mij geldt, gaat ook op voor de overheid en de staatsschuld. Dus omdat bij een lichte inflatie de schuldenberg kan blijven groeien, zonder dat de schuldenaar in al te grote problemen komt? De economie groeit toch en kan zo de schuldenaar niet het meerdere inkomen uitgeven aan aflossing van de schulden?

Is dat niet het kenmerk van het huidige economische systeem: schulden maken om te groeien om vervolgens die schulden met groei weer af te betalen? En moet er daarom sprake zijn van lichte inflatie? Of om Youp van ’t Hek uit zijn voorstelling Mans Genoeg uit 1983, aan te halen: “lenen, lenen, lenen, betalen, betalen, betalen.”

 

 

Paardenraces

In een artikel over het faillissement van V&D in de Volkskrant zegt Guido van Woerkom, de voorzitter van Detailhandel Nederland: “Als V&D geen doorstart maakt, zal de leegstand oplopen. Dat doet afbreuk aan de aantrekkingskracht op het winkelend publiek.” En daarom wordt het een hels karwei voor gemeenten om hun binnenstad vitaal te houden. Want die binnenstad moet natuurlijk wel aantrekkelijk blijven, anders komen er nog minder mensen en moeten de andere winkels (de achterban van Van Woerkom) ook hun deuren sluiten. Dus actie is gewenst.

PaardenracesFoto: bet.nl

Maar waarom de gemeenten? De consument koopt zijn spullen bij andere, veelal digitale, winkels en de fysieke winkels verliezen omdat ze duurder zijn. En dat leidt tot leegstand. Is dat niet gewoon een gevolg van de zo bejubelde marktwerking?Waarom zou de overheid hier iets aan moeten doen?

Niets zal menigeen zeggen, maar de lege binnenstad, dat is wel een overheidsprobleem. zoals ook Van Woerkom zegt. Maar waarom is het gevolg, leegstand, van marktwerking ineens wel een overheidsprobleem? De V&D panden zijn in bezit van beleggers en is het niet hun probleem? Waarom zouden gemeenten het voortouw moeten nemen om het bedrijfsrisico van deze beleggers op te lossen?

Zijn het niet de winkeliers en ondernemers die zoveel mogelijk mensen willen lokken en daarom een aantrekkelijk centrum willen? Veel gemeenten gaan hierin mee, maar is dit wel een overheidsbelang? Leidt die concurrentie niet tot ‘verketenisering’ van binnensteden? Een streven waarbij iedere zichzelf respecterende stad toch minstens een V&D, Bijenkorf, Primark enzovoorts moet hebben omdat dit publiekstrekkers zijn? Wat is het algemene belang van deze geldverslindende concurrentie tussen steden?

Aan de andere kant de digitale winkels die zich veelal willen vestigen op een van die industrieterreinen langs een snelweg. Is er gemeenten niet ook veel aan gelegen die te trekken? En staan de bestuurders niet te jubelen als ze zo’n grote speler gelokt hebben? Zo’n concurrent van de binnenstad? En concurreren gemeenten niet ook met elkaar om die bedrijven te lokken?

Gemeenten wedden en concurreren op twee paarden? Ze spreiden hun risico kun je zeggen en dat lijkt positief. Maar wat als alle gemeenten het wedden aan de ondernemers overlaten?

Veel vragen

Op deze eerste dag van het jaar wil ik jullie, mijn lezers het allerbeste toewensen. Dus veel geluk, liefde, voorspoed, maar vooral veel nieuwsgierigheid: het verlangen om te weten. Want ligt dit verlangen niet aan de basis van de wetenschap: het weten of kennis met een ander woord. En is kennis niet meer dan alleen het weten? Is kennis niet weten, doordenken en begrijpen? Is dat in eerste instantie niet alles betwijfelen wat je ziet, leest of hoort? Is dit niet het bevragen en het van alle mogelijke perspectieven bekijken van waar je mee wordt geconfronteerd?

NieuwsgierigheidFoto: www.menselijk-lichaam.com

Is dat niet wat we nodig hebben om de problemen van onze tijd het hoofd te kunnen bieden? Problemen zoals het omgaan met verschillen, door anderen ook wel integratie of inburgering genoemd? Zou nieuwsgierigheid naar de ander ons niet kunnen helpen om hem of haar te begrijpen? Om de wereld eens vanuit zijn of haar oogpunt te bekijken? En zou dat die andere niet helpen om de wereld achter jou te leren kennen? Zou dat niet tot herkenning van overeenkomsten en begrip voor verschillen kunnen leiden? Zou die herkenning en begrip voor de ander er niet toe kunnen leiden dat er heel andere oplossingen voor die problemen mogelijk zijn?

Zou dat niet ook kunnen helpen bij de ervaren ‘democratische’ crisis in Nederland? U weet wel de ‘kloof’, de gevoelde onbetrouwbaarheid van politici en bestuurders, het betrekken van mensen bij het zoeken naar oplossingen enzovoort.

En niet alleen bij het omgaan met verschillen binnen een land? Zou dat ons niet verder helpen bij de zoektocht naar rechtvaardige en eerlijke oplossingen? Bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? Of de nog altijd sluimerende Griekse, maar eigenlijk financiële en bankencrisis? Zou dat niet kunnen helpen bij de  crisis in de Europese Unie? Zou dat ook niet kunnen helpen bij het zoeken naar oplossingen voor de problemen in het Midden-Oosten en in Afrika?

Maar ach, daar hebben wij geen invloed op. Of toch wel? Wat als wij die nieuwsgierigheid gaan betrachten in ons eigen leven? Als wij geen mening meer geven over iets, maar er vragen bij stellen? Wat zou dat voor een effect hebben op de mensen om ons heen? Hoe zouden die mensen hierop reageren? Wat als zij dit over zouden nemen? Zou dat niet onze invloed op de ‘wereldproblemen’ kunnen zijn?

De Ballonnendoorprikker blijft vragen en bevragen. Doen jullie mee? Ik wens jullie veel vragen toe.

Clash of Civilizations

“De verzorgingsstaat moet er vooral óók toe inspireren dat mensen participeren, de participatiesamenleving moet er vooral óók toe leiden dat we de verworvenheden van de verzorgingsstaat wijs en behoedzaam inzetten.” Woorden van Anne Buskens (directeur/bestuurder van de welzijnsorganisatie Traject) in Dagblad de Limburger van dinsdag 29 november 2015. Die samenlevingen moeten elkaar vinden in de ‘zoektochtsamenleving’ zoals ze die Maastricht noemen. Een samenleving die de uitdaging heeft: “de goede wil samen goed te kanaliseren.” Omdat, volgens Buskens de meeste mensen van goede wil zijn.

clash of civilizationsIllustratie: www.reddit.com

Het duizelt mij. Hebben wij niet maar één samenleving op het grondgebied van Nederland en maakt niet iedereen daar deel van uit? En participeert daar niet iedereen in die in Nederland woont?

Hoe ziet dat eruit, die verschillende ‘samenlevingen’ die met elkaar strijden en samenwerken? Een nieuwe versie van HuntingtonsClash of Civilizations’? Een botsing tussen verschillende overheidsinstanties en door de overheid gesubsidieerde en betaalde instellingen die ieder vanuit hun eigen belang met elkaar in strijd en samenwerking gaan om het goede voor en met de burger te doen?

Alleen wat is dat goede? En wie bepaalt dat? Zijn dat die op verschillende wetten gebaseerde ‘samenlevingen’?  Zijn dat die ‘samenlevingen’ en hun instanties waar de welzijnsorganisaties voorbeelden van zijn? Wordt dat opgelegd aan de mensen? Zijn die wetten, zoals de Participatiewet, waarop die samenlevingen zijn gebaseerd niet voorbeelden van gestold wantrouwen? Gaat het dominante denkmodel over mensen niet uit van wantrouwen? Hoe zit het dan met de vrijheid van mensen om zelf hun geluk te kiezen?

Geeft Buskens niet de sleutel voor een veel simpelere oplossing. Als de meeste mensen van goed wil zijn, waarom dan niet uitgaan van die goede wil? Wat zou er gebeuren als je de mensen van goede wil de vrijheid en ruimte geeft? Dat vraagt het afzweren van het denkmodel dat uitgaat van wantrouwen en dat is lastig. Experimenten met basisinkomen tonen echter aan dat uitgaan van het goede, goede resultaten oplevert voor zowel mens als samenleving.

Zou dit geen betere oplossing zijn dan de ‘Clash of Civilizations’?

Stilstand is vooruitgang

“Bij een val van het kabinet staat het beleid anderhalf jaar stil. En stilstand is achteruitgang.” een uitspraak van minster Dijsselbloem van financiën. Dijsselbloem is niet de enige, vele anderen zullen deze uitspraak herkennen en zeggen: ‘ja, dat is zo.’ Maar toch.

vooruitgangIllustratie:www.standaard.be

Als je de uitspraak letterlijk neemt en je tijdens een wandeling stil gaat staan, ga je niet achteruit. Dan sta je stil en ga je niet achteruit. Nu is deze uitspraak vrijwel altijd figuurlijk bedoeld. Is figuurlijke stilstand achteruitgang? Ga je als persoon achteruit als je je niet meer verder ontwikkeld? Als ik uit de tredmolen stap en een jaar de tijd neem om me te bezinnen. Ik ga als het ware stilstaan bij mezelf. Ga ik dan achteruit? Of sta ik gewoon stil? Of ga ik toch vooruit omdat ik me juist bezin op wat belangrijk is en me daarop focus?

Nu naar het beleid waar Dijsselbloem het over heeft. Is stilstand daar achteruitgang? Gaat ingezet beleid niet gewoon door als er geen kabinet is? We mogen toch hopen van wel. Er wordt geen nieuw beleid gemaakt, maar is dat nieuwe beleid altijd een vooruitgang? Of kan beleid ook tot achteruitgang leiden? Zou vier jaar geen beleid maken tot stilstand leiden? Of zou de weldadige ‘beleidsrust’ tot ontwikkeling en vooruitgang kunnen leiden?

Dan de economie en de financiële stabiliteit waar Dijsselbloem aan refereert als hij pleit voor politieke stabiliteit. Betekent economische stabiliteit groei? En betekent economische groei altijd vooruitgang? En geen groei of krimp achteruitgang? Wat als de revenuen van die groei scheef worden verdeeld, ik krijg alles en jullie niets, is dat vooruitgang? Hier wees ik in Het geluk van een kopje koffie  al op. Wat als we de stilstand eerlijker verdelen, blijven we dan stilstaan gaan we voor- of achteruit? En wat als het beëindigen van allerlei milieuvervuilende en mensen verziekende activiteiten, tot krimp van de economie leidt?

En hoe moeten we financiële stabiliteit beoordelen? Als de afgelopen jaren iets duidelijk hebben gemaakt, dan is het dat de financiële wereld behoorlijk instabiel is. Sinds de val van de muur zijn we van de ene naar de andere financieel crisis gehold, de Aziëcrisis, de Argentijnse, de Roebelcrisis en via de banken- naar de Eurocrisis. Is van crisis naar crisis hollen vooruitgang?

Zou stilstand of zelfs krimp van de economie en de financiële sector niet ook vooruitgang kunnen betekenen?

Vestzak, broekzak, platzak

Staatssecretaris Van Rijn wil het overheden of van overheidsgeld betaalde werken, onmogelijk maken om te werken met Zelfstandigen Zonder Personeel (ZZP), zo valt te lezen op de belangensite van ZZP’ers. “De reden dat Van Rijn het werken met ZZP’ers aan banden wil leggen is dat hij niet wil dat er in schijnconstructies gewerkt wordt, waarbij geen sprake is van ondernemerschap, maar wel de ondernemersfaciliteiten worden benut.” Goed dat Van Rijn het misbruik van faciliteiten onmogelijk wil maken. Alle lof. Zou dit voorstel helpen?

fraudeIllustratie: stt.nl

Wie profiteert er van de schijnconstructie? Is dat de ZZP’er die van de ondernemersfaciliteiten (lees belastingvoordeel) gebruik maakt? Of is dat de opdrachtgever (in dit geval dus een overheid) die deze faciliteiten al van de inhuurprijs afhaalt? Zorgt de vestzak (de inhurende overheid) er niet voor dat zijn korting op de inhuurprijs, wordt betaald door de broekzak (de belasting ontvangende overheid)?

Van Rijns plannen maken het overheden en met overheidsgeld betaalde werken, onmogelijk om ZZP’ers te gebruiken. Dus JA het helpt. Maar is het niet vreemd dat hiervoor dit verbod nodig is? Bij schijnconstructies is altijd een werkgever betrokken en dat is in deze gevallen de overheid. Werkt de overheid dan mee aan schijnconstructies?

Als dat zo is, dan zijn er ook andere middelen om dit misbruik te voorkomen. Verbied het overheden om met dergelijke schijnconstructies te werken. Laat de vestzak niet door de broekzak betalen, maar zorg ervoor dat de vestzak een goede prijs betaalt, die vervolgens via de broekzak weer deels terugkomt. Zou dat niet veel effectiever zijn? Zeker als blijkt dat in twaalf van de dertien gevallen er geen sprake is van een schijnconstructie. Is het doelmatig om die twaalf het werken onmogelijk te maken om dat ene, door de overheid mogelijk gemaakte, fraudegeval te bestrijden?

Wat zou er gebeuren als Van Rijn doorzet? Zou het niet kunnen dat de schijnconstructie dan wordt verplaatst? Zou het kunnen dat de overheid dan een detacheerder contracteert, een detacheerder die vervolgens een zzp’er via een schijnconstructie inhuurt? Als dat zou gebeuren dan schiet Van Rijn er niets mee op. Of toch wel? Zou dit er niet voor zorgen dat dezelfde zzp’er de overheid dan meer kost omdat de detacheerder ook moet leven? Betaalt dan niet de vestzak veel meer, moet de broekzak nog steeds betalen en gaat de overheid dan platzak aan de detacheerder?

The spirit of Christmas

Volledig open grenzen betekent voor de laagst betaalden het einde van de welvaart en voor iedereen het einde van de welvaartsstaat.” Dit schrijft hoogleraar openbare financiën Harry Verbon in de Volkskrant. De niet hoogopgeleiden kunnen volgens Verbon alleen worden beschermd tegen de verarming als de instroom van concurrerend arbeidsaanbod uit het buitenland wordt beperkt. Dus als de grenzen worden gesloten. Worden de grenzen niet gesloten dan moeten niet hoogopgeleiden concurreren met buitenlandse instroom en zal de druk op de sociale voorzieningen groot worden: “Die pot wordt niet groter. Dan zal de aanwezigheid van vluchtelingen gevoeld worden in de vorm van lagere uitkeringen.” Een op het eerste gezicht redelijk en veel gehoord betoog.

christmas caroll

Illustratie: filmdoctor.co.uk

Toch kunnen er wat vragen bij worden gesteld. Als een welvaartsstaat alleen maar mogelijk is binnen een land, wat zou er dan gebeuren als de hele wereld een land is? De grenzen zijn gesloten, we hoeven immers geen Marsmannetjes te verwachten. Is dan een welvaartsstaat en welvaart mogelijk? Als dat mogelijk is, waarom moeten we dan de grenzen sluiten? Moeten we dan niet inzetten op een wereldwijde welvaartsstaat? Wat zou dat betekenen voor vluchtelingenstromen? Zouden er dan nog stromen gelukzoekers zijn? Wellicht is dit een conferentie zoals de afgelopen klimaatconferentie, waard?

Als een welvaartsstaat alleen maar binnen huidige landen mogelijk is. Wat zou er dan gebeuren als alle landen tot hetzelfde niveau van welvaart komen? Hebben we dan niet een wereldwijde welvaartsstaat en wereldwijde welvaart? Of is welvaart alleen maar voor een paar landen mogelijk en willen die koste wat het kost hun bevoorrechte positie vasthouden?

Of zit de crux op een ander punt in het verhaal van Verbon? Is dat punt misschien dat die pot niet groter wordt omdat juist degenen die nu flink van de welvaart profiteren, niet willen delen? Want waarom zou die  pot niet groter kunnen worden? Als de economie groeit, groeit de pot dan niet mee? Vermogens zijn steeds oneerlijker verdeeld, zo toonde Thomas Piketty aan, ook in Nederland? En als we wat willen doen aan de ongelijkheid, kan dan de pot niet harder groeien dan de economie?

Zijn het misschien de grenzen tussen de haves en de have nots die gesloten moeten blijven? Toch maar eens ‘A Chrismas Caroll’ van Dickins lezen of kijken in deze Kersttijd?