Het geluk van een kopje koffie

“Dat het goed gaat in Nederland, blijkt ook uit de raming van het CPB dat de economie volgend jaar met 2,1 procent groeit (neem ik aan, dit laatste woord ontbreekt).” Een citaat op de site van Trouw. Een citaat waarbij veel mensen zullen staan te juichen: de economie groeit en dat is goed. Dit is een utilitaristische denkwijze.

EinsteinIllustratie: funmozar.com

Het utilitarisme is een stroming in de filosofie die gaat voor maximaal geluk. Probleem is alleen, hoe bereken je geluk? Bijvoorbeeld het geluk van een kopje koffie. Is dat voor iedereen op ieder moment hetzelfde?  Ook is het lastig om het toekomstig geluk van een actie te bepalen. Door geluk te koppelen aan geld, kan er wel worden gerekend. Het geluk van een kopje koffie is dan de prijs ervan. Het bruto binnenlands product (bbp) is dan de maatstaf voor geluk. Een economische groei van 2,1 procent betekent dat het bbp met dat percentage groeit. Gaat het wel goed als de economie groeit?

“Not everything that counts can be counted, and not everything that can be counted counts.” een uitspraak van de natuurkundige Albert Einstein. Is deze uitspraak niet ook op het gebruik van het bbp als maatstaf voor geluk van toepassing ?

Telt alles wat van waarde is wel mee? Geluk zit voor mij ook in een knuffel van mijn dochter of een homerun geslagen door mijn zoon. Dit telt niet mee. Vrijwilligerswerk telt niet mee. Dit terwijl het geluk dat de trainer van een honkbalteam zijn pupillen (en hun ouders) bezorgt, van grote waarde is voor hen. En waarschijnlijk ook voor hemzelf. Mantelzorg telt ook niet mee, maar een zelfde activiteit verricht door een ‘zorgprofessional’ wel. Is dat niet meten met twee maten? Een milieuvervuilende activiteit, zoals de teerzand oliewinning in Canada telt mee. De olie heeft waarde. Maar de vernietiging van het landschap en het land telt niet mee.

Is alles wat meetelt wel van waarde? De schadelijke financiële producten die de financiële crisis en de daarop volgende economische crisis veroorzaakten, tellen mee. Wat was en is hun waarde? Wat dragen die bij aan het geluk?

Als laatste zegt de grootte van de taart, niets over de verdeling. Als de groei slechts bij een paar personen terechtkomt, gaat het dan wel goed? Gaat het werkelijk goed met een land en haar inwoners als de economie groeit?

Best and Brightest

In Lijdende’ cultuur’ schreef ik over het CDA-Kamerlid Pieter Heerma. Heerma wil de leidende cultuur en dat is er bij hem een die gebaseerd is op de joods-christelijke traditie, actief uitdragen. Anders mislukt volgens hem de integratie. In het artikel van Heerma vallen nog twee zinnen op: “Om aan alle individuele behoeften te voldoen is een grote, onpersoonlijke en bureaucratische overheid gebouwd. In plaats van die grote overheid moet weer een sterke samenleving ontstaan.” Twee zinnen waaraan toch wel wat knelt.

best and brightestIllustratie: www.baudville-bnb.com

De overheid is, volgens Heerma, ‘groot, onpersoonlijk en bureaucratisch’ gebouwd om aan individuele behoeften te voldoen. De overheid was er toch voor maatschappelijke behoeften en de markt voor individuele? En een van die maatschappelijke behoeften is toch dat we een fatsoenlijke en rechtvaardige samenleving willen zijn?  Een samenleving die ervoor zorgt dat niemand hoeft te creperen. Wordt dat niet ingevuld door een basisvoorzieningenniveau te garanderen?  Ja, deze basisvoorzieningen worden aan individuen verstrekt. Maar wordt via het voorzien in de individuele behoeften niet een maatschappelijk doel nagestreefd?

En inderdaad is het gebouwde apparaat bureaucratisch, groot en onpersoonlijk. Maar, is dat niet een keuze? Een keuze waarbij we uitgaan van wantrouwen in mensen? En zou een keuze die uitgaat van vertrouwen, bijvoorbeeld een basisinkomen, niet tot een veel persoonlijkere, kleinere en minder bureaucratische overheid leiden?

In de tweede zin suggereert Heerma dat een grote overheid tot een zwakke samenleving leidt en hij suggereert dat een kleine daarmee tot een sterke samenleving leidt. Waarop baseert hij deze uitspraak? Is dit wel de juiste vergelijking? Vergelijkt hij geen appels met peren? Zou het niet kunnen zijn dat er om een sterke samenleving  te kunnen zijn, een samenleving met een sterke vrije markt er juist ook een sterke overheid nodig nodig is? Sterk om als markt- en samenlevingsmeester’ op te treden? Sterk om daar op te treden waar de sterken de belangen van de zwakkeren met voeten treden? En dat groot of klein niets zegt over de sterkte van een overheid? Zouden we niet moeten streven naar een sterke overheid waar de ‘best en brightest’ werken?

Een pleidooi voor de overheid

“Klimaatprobleem? Silicon Valley lost het wel op.” De kop van een artikel in de Volkskrant. In dit artikel wordt gewag gemaakt van de Breaktrough Energy Coalition die in Parijs is gelanceerd. In deze coalitie werken 28 miljardairs samen die hun geld willen steken in het doorbreken van de afhankelijkheid van fossiele energie. Woordvoerder Bill Gates geeft aan dat het geen liefdadigheid is: “Het winstmotief is niet volledig afwezig.”  Maar de miljardairs hebben iets voor: ze hebben zoveel geld dat ze langjarige investeringen vol kunnen houden.

LvSMazzucato

Illustratie: lezersvanstavast.blogspot.com

Positief dat de rijksten der rijken hun geld hiervoor beschikbaar stellen en zo een maatschappelijk probleem helpen oplossen. Tenminste, op het eerste gezicht. Iets verder erover nadenkend, zijn er toch kritische vragen.

Deze rijken zijn rijk geworden ten koste van de samenleving. De mijnbouwers onder hen, hebben de mijnrechten vaak voor een fractie van de werkelijke waarde in bezit gekregen. In haar boek No Time laat Naomi Klein hiervan mooie voorbeelden zien. Gelukkig is het merendeel rijk geworden in de informatietechnologie. Maar wacht eens, hoe hebben zij dat gedaan? Eigen vernuft, technisch inzicht en creativiteit.

Inderdaad, maar is dat wel op het vlak van de techniek? Hebben zij niet hun belangrijkste ‘grondstof’, de innovatieve basisproducten, bijna cadeau gekregen van de overheden? Overheden die in de Koude Oorlog bijvoorbeeld miljarden hebben gestoken in technologie om de wapen- of de ruimtevaartwedloop met de Sovjet Unie te winnen. Technologie die ook op een andere manier gebruikt kon worden en ook werd na het einde van de Koude Oorlog. Deed de overheid de kennis toen niet voor een appel en een ei over aan marktpartijen? Die vervolgens hun vernuft en creativiteit op marketing gebied inzetten om deze kennis te monopoliseren en er flink aan te verdienen? Een manier die ons eerst als belastingbetaler en vervolgens als consument liet betalen. Laat Mariana Mazzucato dit niet zien in haar boek De Ondernemende Staat?

Willen ze ons nu bij het aanpakken van energie- en klimaatproblemen nog een derde keer laten betalen? Is hun insteek niet: ontwikkelen, patenteren en vervolgens cashen? Verruilen we, als we dit aan deze rijken laten, niet de ene sjeik (olie) in voor de andere (technologie)?

Zijn we niet veel meer gebaat bij patentloosheid zoals ik in Gratis kennis en Kosten medicijnen al schreef? Zodat de knappe koppen snel op elkaars uitvindingen kunnen voortborduren. Moeten we deze innovatieve rol niet juist bij de overheid leggen? Een overheid die hiervoor, zo laat Mazzacuto zien, goede papieren kan overleggen.

Gordon Gekko

In Trouw schrijft Ger Groot over het lied Imagine van John Lennon. Groot schetst het mooie van de droom in het lied, maar ook de nachtmerrie die het kan worden als die droom werkelijkheid wordt. Zeker het lezen waard. In dit artikel de volgende zin: “Bezit houdt de hebzucht in bedwang, want we weten dat we nooit álles het onze kunnen noemen en ons dus moeten neerleggen bij ons deel.”

greed-is-good-gordon-gekko-parousie_ov-720x340Illustratie: tradeacademy.in

Bezit neemt een centrale plek in onze samenleving in. Bezit, bijvoorbeeld een huis of een lapje grond, is vermogen, kapitaal. En kapitaal kan productief worden gemaakt en dat levert inkomen op. Toch is er iets aan deze zin wat een belangrijke vraag oproept. Inderdaad kunnen we nooit alles bezitten en moeten we ons neerleggen bij ons deel. Maar houdt bezit werkelijk hebzucht in bedwang?

Wil de neoliberale vorm van kapitalisme, die nu dominant is, dat hebzucht in toom wordt gehouden? Pleit het neoliberalisme niet voor hebzucht en is het daarmee aanhanger van Gordon Gekko, de hoofdrolspeler in de film Wall Street gespeeld door Michael Douglas? Gekko zei: “The point is, ladies and gentleman, that ‘greed’ — for lack of a better word — is good. Greed is right. Greed works. Greed clarifies, cuts through, and captures the essence of the evolutionary spirit. Greed, in all of its forms — greed for life, for money, for love, knowledge — has marked the upward surge of mankind. And greed — you mark my words — will not only save Teldar Paper, but that other malfunctioning corporation called the USA.”  En waarnaar moet die hebzucht leiden? Naar geld, macht, invloed, kennis, bezit en misschien wel allemaal tegelijk?

Waarop baseert Groot zijn uitspraak? Als ik kijk naar onze huidige samenleving dan zie ik dat iedereen zijn bezit wil uitbreiden. Als de buurman een nieuwe auto heeft, dan moet ik minstens een grotere. Heeft je vriend of collega de nieuwste telefoon, dan moet er ook bij jou iets gebeuren. Koopt een vriendin een nieuw, groter huis, dan begint het ook bij jou te kriebelen. Spiegelen we ons aan de mensen om ons heen en willen we die niet minsten evenaren en liefst overtreffen? Lokt bezit zo niet meer bezit uit? En versterkt het daarmee niet de hebzucht? Leven we niet in de wereld van Gekko?

 

Modellen of modellen?

Model

In zijn wekelijkse column in de Volkskrant bespreekt Wouter Bos het politieke spectrum. Hij komt tot de conclusie dat: “Het hoefijzer is, …,  recht gebogen.” Het hoefijzer verwijst naar een theorie, waarbij de partijen van extreem links tot extreem rechts niet op een rechte lijn worden verdeeld, maar op een hoefijzer. Aan de twee uiteinden de extremen en in het midden de middenpartijen. In deze theorie staan de extremen qua methoden en gevoelens dicht bij elkaar en bij een lijn is dat niet het geval.

Het hoefijzer en de rechte lijn zijn sociaalwetenschappelijke theorieën of modellen. Een model is een vereenvoudiging van de werkelijkheid om die werkelijkheid beter inzichtelijk en begrijpelijk te maken.

Het hoefijzermodel is zo aantrekkelijk, omdat het de extremen dicht bij elkaar plaatst maar toch een drempel voor overstappen opwerpt. Nu uit peilingen blijkt dat veel kiezers overstappen van de SP (extreem links) naar de PVV (extreem rechts), zet Bos het hoefijzer bij het grofvuil.

Handelt hij niet te snel? Zou het niet kunnen, dat de extreme partijen wat uit de uiterste punt van het hoefijzer zijn gezakt? Dat ze wat meer naar het centrum zijn geschoven? Of moeten we juist spreken van het ‘sluiten’ van het hoefijzer en dus de introductie van het cirkelmodel?

Zou het kunnen, dat alle partijen steeds meer op elkaar lijken en dat we het ‘kluitjesmodel’ moeten introduceren? Omdat zoals Willem Schinkels het formuleert: “Politieke partijen (…) een grote amalgameren (hebben) ondergaan: ze zijn inhoudelijk samengesmolten en hun verschillen zijn miniem geworden” (zie zijn boek: De Nieuwe Democratie. Naar andere vormen van politiek, pagina 13).  Een model waarbij mensen niet meer kiezen voor een wetenschappelijk model of ideologie, maar voor modellen met ’mooie praatjes’ of een ‘lekker kontje’?

Modellen en de werkelijkheid

“Uiteindelijk is de enige oplossing dat Griekenland bereid is vergaande hervormingen door te voeren en moeilijke maatregelen te nemen.” Een zin uitgesproken door onze minister-president Mark Rutte.  Diverse Europese leiders deden al soortgelijke uitspraken. Een zin die precies aantoont wat er mis is in de Europese politiek.

MArk Rutte(foto: www.visionair.nl)

In de politiek gaat het over de maatschappij. Je hebt er een studie voor, genaamd politicologie en dat is een sociale wetenschap net als economie. Sociale wetenschappen zijn geen exacte wetenschappen, hoeveel wiskunde (zie economie) ze ook gebruiken om iets helder te maken.  Sociale wetenschappen gaan over mensen in hun omgeving en dat is complex. Om met die complexheid om te gaan worden modellen gebruikt.  Een model is een schematische weergave van de werkelijkheid. Een weergave die uitgaat van veronderstellingen. Een tegenwoordig veel gebruikte veronderstelling is dat markten vrij moeten zijn van overheidsingrijpen. Dat zou maatschappelijk gezien het meeste rendement opleveren.

Het gebruik van modellen in de sociale wetenschappen kent twee problemen. Als eerste beïnvloeden ze onze kijk op de werkelijkheid. We kijken met de bril van het model en zien alles volgens dat model. We zien niet de werkelijkheid, maar het door het model opgelegd beeld van die werkelijkheid. Pas als de signalen die niet in het model passen zo overvloedig zijn, dan pas stellen we het model ter discussie.

Het tweede probleem is dat modellen de werkelijkheid kunnen beïnvloeden. Als we een model hanteren dat de mens als een homo-economicus ziet, dan zal een groot deel van de mensen zich na verloop van tijd ook als zodanig gaan gedragen.

Ziet premier Rutte de werkelijkheid of zijn model?  Dat hij maar één oplossing ziet, baart zorgen. Dat wijst op modeldenken en dat zou jammer zijn want daarmee gaat een wereld verloren. Ook een wereld aan oplossingen.

Prikker, woensdag 8 juli 2015