De Ballonnendoorprikker schrijft korte prikkelende columns, waarin kromme redeneringen, verhullend taalgebruik en rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak worden gesteld
Het commentaar van de Volkskrant beschreef de affaires bij het ministerie van Veiligheid en Justitie van de afgelopen 20 jaar. Het eerste waaraan ik moest denken bij het lezen van dit commentaar was het boek De Mars der Dwaasheid van de Amerikaanse historica Barbara Tuchman. Waarom? Omdat ik samen met jullie, mijn lezers, een onderzoek wil opstarten naar huidige vormen van dwaasheid.
Beleid dat tegen het eigen belang indruist, dat is de korte omschrijving van dwaasheid. Tuchman geeft drie criteria waaraan het handelen moet voldoen om voor haar dwaas genoemd te mogen worden. Als eerste moet de gevoerde politiek destijds ook als averechts zijn onderkend en niet pas achteraf. Het tweede criterium is dat er geschikte alternatieve gedragslijnen beschikbaar moesten zijn. Het laatste criterium is dat het de politiek van een groep moet zijn geweest die langer heeft geduurd dan een politieke levensduur en niet van een individuele heerser.
Tuchman ziet verschillende kenmerken die zouden kunnen duiden op dwaas handelen en één daarvan is als de bestuurder een gevoel en uitstraling van superioriteit heeft. En is dit niet juist een van de kenmerken van de affaires op dit ministerie? Is dit niet wat de Volkskrant suggereert in de zin:“Rond de Teevendeal is sprake van minachting van de waarheid”?
Delven ook nu de waarheid, rechtvaardigheid en gematigdheid niet vaak het onderspit tegen het opportunisme, net zoals Tuchman dat voor vroeger tijden laat zien? Met jullie hulp wil ik onderzoek doen naar hedendaagse dwaasheid. Grote en kleine, Europese, landelijke, provinciale en lokale voorbeelden die op het eerste gezicht passen binnen de criteria en waar verschillende kenmerken worden herkent.
Meld ze! Dan ga ik ze samen met jullie verder onderzoeken en kijken we of we met dwaasheid te maken hebben of iets wat tot dwaasheid kan leiden. Maar voordat jullie gaan melden, lees eerst Een onderzoek naar dwaasheid voor een toelichting op, en voorbeelden van dwaasheid volgens Tuchman.
Meld ze als reactie op dit bericht, per mail via redactie@ballonnendoorprikker.nl of onder de pagina Een onderzoek naar dwaasheid
“Want er zijn niet alleen West-Europese landen die weer gaan controleren aan de grenzen, maar ook blijven de Midden- en Oost-Europese lidstaten dwarsliggen als het gaat om het opvangen van vluchtelingen. In het verenigd Europa overheersen, te midden van een van de zwaarste crises in zijn bestaan – zo niet de zwaarste – de nationale reflexen, waar men ook kijkt.” Een citaat uit een artikel van Arie Elshout in de Volkskrant. Het artikel handelt over de vluchtelingenproblematiek in Europa en de deadline van twee maanden die premier Rutte (als EU-voorzitter) en EU-president Tusk hebben gesteld voor het oplossen van die problematiek. Deze problematiek lijkt nog het meest op een Gordiaanse knoop van scheepstouw die de twee met een aardappelschilmesje willen doorhakken.
De Amerikaanse generaal en president Dwight D. Eisenhower voorzag dat het veiligheidsprobleem in Europa alleen opgelost kon worden door een soort ‘Verenigde Staten van Europa’. Maar daarvoor was echt leiderschap met visie nodig en daarom verzuchtte hij dat de leiders die hij zag ‘te voorzichtig, te bang en te lui waren en teveel persoonlijke ambitie hadden’.
Is de Europese samenwerking niet ooit begonnen om de aartsvijanden Frankrijk en Duitsland zo aan elkaar te binden dat een oorlog tussen beide onmogelijk zou worden. Dus om dat veiligheidsprobleem op te lossen. Begonnen met zes landen in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Een samenwerking tussen de twee genoemde landen, Italië en de Benelux. Uiteindelijk gegroeid tot de Europese Unie bestaande uit 28 landen. En het is gelukt, er is geen oorlog meer geweest tussen de twee erfvijanden. En op dit punt en ook nog op andere is de Unie een doorslaand succes. Het lijkt steeds meer op de ‘voorspelling’ van Eisenhower.
De Unie kan de laatste jaren maar weinigen bekoren. Landelijke politici geven af op ‘Brussel’ waarvan ze bevoegdheden terug willen. Wordt Europa voor de betere politici niet pas interessant als de landelijke carrière erop zit en er nog wat goedbetaalde tijd tot het pensioen moet worden overbrugd? Als de ambitie is gedoofd? Vertonen de huidige leiders niet dezelfde gebreken als die Eisenhower in zijn tijd waarnam? Welke politicus of bestuurder van enig statuur zet zich met ziel en zaligheid in voor de Unie en onderbouwt dit met een gepassioneerd betoog?
“All of the great leaders have had one characteristic in common: it was the willingness to confront unequivocally the major anxiety of their people in their time. This, and not much else, is the essence of leadership,” aldus de Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith. Ontbreekt het niet aan echt leiderschap?
“Volgens de Brabantse cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers past het bungelende varken bij een eeuwenoude volkstraditie: als de mensen het niet eens waren met iets of iemand, werden dode beesten in bomen gehangen.” Een uitspraak gedaan na de protesten tegen de komst van een asielzoekerscentrum in de Brabantse plaats Heesch, zo valt te lezen in de Volkskrant.
Volkstraditie wil zeggen een onderdeel van de cultuur van de streek. Als dit een volkstraditie is en dus een onderdeel van de plaatselijke cultuur, moeten we dan die cultuur met al haar ingrediënten wel willen behouden? Moeten we blij zijn met cultuurelementen al het ophangen van een dood varken?
Columnist Theodor Holmann sprak zich in Het Parool uit tegen ludieke protesten waarbij mannen in korte rokjes gaan lopen. Een protest moet de kern raken en effectief zijn, explosief noemde hij het. Zou het ophangen van dode varkens de kern raken en effectief zijn? Is het explosief? Wil de ‘varkenophanger’ asielzoekers soms vergelijken met varkens? Zou dat zijn punt zijn?
Laat veel mensen er nu net voor vrezen dat de instroom van veel vluchtelingen en migranten zal leiden tot aantasting van die cultuur. In Trouw verwijt Patrick van Schie, de directeur van de liberale Telderstichting, mensen die veel vluchtelingen willen toelaten dat zij bereid zijn: “een grote terugval in de geschiedenis te accepteren,” omdat de Westerse waarden onder druk komen te staan. Ik wil de mensen uit die tijd niet te kort doen, maar hoe Middeleeuws is deze volkstraditie? Zou de komst van vele vluchtelingen dan niet vooruitgang in plaats van terugval kunnen betekenen?
Ik kom uit een streek waar veel volkstradities zijn. Vooral in het huidige jaargetijde staat mijn woonplaats Venlo er bol van. Het ophangen van dode beesten als protest is er geen onderdeel van. Als dat een onderdeel is van ‘onze’ cultuur, wil ik dan iets met die cultuur van doen hebben?
Gelukkig is cultuur niet statisch. Cultuur verandert onder invloed van gebeurtenissen, nieuwe zienswijzen op zaken en nieuwe manieren van denken in de tijd. Er is dus nog hoop voor degenen die het ophangen van dode dieren als een volkstraditie zien. Hoe lang zullen de verantwoordelijken nog in de Middeleeuwen blijven? Hoe lang zou het duren voordat bij hen de Verlichting aanbreekt?
In een artikel bij de Correspondent gaat Marc Chavannes in op de vraag die de Eerste Kamer binnenkort gaat bespreken. De vraag of er een staatscommissie moet komen over het nut van de Eerste Kamer. Chavannes stelt terecht dat dan het hele bestel mee moet worden genomen. Uiteindelijk concludeert hij: “In tijd van crisis moet je niet aan de instituties gaan morrelen, maar zorgen dat zij overleven en het broodnodige beetje eenheid belichamen.” Een terecht conclusie, maar wat dan wel?
Zou het met de democratie, en niet alleen bij ons, niet net hetzelfde kunnen zijn als in het bedrijfsleven? Het draait niet goed omdat er wat aan de bedrijfscultuur schort. En omdat cultuur lastig te veranderen is, gaat het bedrijf de structuur veranderen. Al snel blijkt dat dit niet tot het gewenste resultaat leidt en volgt de volgende structuurverandering.
In haar boek De Mars der Dwaasheid onderzoekt de Amerikaanse historica Barbara Tuchman dwaasheid bij bestuurders. Dat doet zij onder andere aan de hand van voorbeelden als de Renaissancepausen, het ontstaan van Amerika en de strijdt in Vietnam. De eerste zinnen van de afsluitende alinea van haar boek zijn leerzaam: “Hoewel zulke deugden werkelijk binnen ieders bereik kunnen liggen, hebben zij in ons systeem minder kans dan geld en meedogenloze ambitie om bij de stembus de overwinning te behalen. Het probleem is misschien wel niet zozeer een kwestie van het opleiden van regeringsfunctionarissen als wel het opvoeden van de kiezers om integriteit van karakter te herkennen en te belonen en het surrogaat te verwerpen. Misschien bloeien betere mensen in betere tijden. Een wijzere regering moet het eerder van een dynamische samenleving hebben dan van een gekwelde en verbijsterde samenleving.” De deugden waarnaar in de eerste zin wordt verwezen zijn waarheid, rechtvaardigheid en gematigdheid.
Als we dit op ‘onze democratie’ toepassen. Zouden we dan niet veeleer in ons onderwijs moeten investeren zodat dit goede burgers aflevert? En dus het onderwijs veel meer aan de samenleving koppelen en veel minder aan ‘opleiden voor de arbeidsmarkt’? Onze kinderen empathie, nieuwsgierigheid en helder denken bijbrengen? Zouden dat niet ook precies de eigenschappen zijn om kinderen voor te bereiden op werk dat nu nog niet bestaat? Dus investeren in cultuur?
“Als we de cultuur willen behouden, moeten we haar blijven scheppen,” zei de historicus Johan Huizinga. Moeten we onze democratische cultuur niet blijven scheppen door de kiezers op te voeden? Door onderwijs gericht op het versterken van waarheid, rechtvaardigheid en gematigdheid? Zou dat ons weerbaar maken tegen extremisme?
The Tragedy of the Commons, de tragedie van de gemeenschappelijke gronden of de meent en iets ruimer het gemeenschappelijke bezit. Een term gemunt door de Amerikaanse ecoloog Garrett Hardin. De grond, bijvoorbeeld een weide heeft een beperkte omvang en er kunnen dus slechts een beperkt aantal schapen op grazen. Overbegrazing zorgt ervoor dat de hele weide onbruikbaar wordt. Een schaap meer voor herder A betekent voor hem een hoger inkomen, dus zal herder A liever een schaap meer nemen. Voor het geheel betekent dit grotere kans op overbegrazing, dat risico ligt echter bij de hele groep. De rationele conclusie van herder A zal dus dat ene schaap meer te nemen. Dat gaat echter ook op voor alle andere herders en dus is overbeweiding onvermijdelijk. Zo is de redenatie van Hardin.
Hieraan moest ik denken toen ik het eerste,tweede en derde deel in de reeks columns van Frank Kalshoven in de Volkskrant las. Een reeks die handelt over een ander soort economie. In deel twee beschrijft hij in het kort de ‘Off the grid-economie’. Je koppelt je los van de bestaande economie en probeert zo zelfvoorzienend mogelijk te zijn. Dus je eigen energie/stroom opwekken, je eigen drinkwater regelen, je eigen afval verwerken en ook in je eigen voedsel voorzien. Hoe meer je dat lukt, hoe minder geld je nodig hebt en hoe minder je dus afhankelijk bent van de ‘reguliere’ economie.
Is er voldoende grond om iedereen zijn eigen voedsel te laten verbouwen? Want verliezen we dan niet het specialisme van de huidige landbouw? Een specialisme dat tot gigantische productiestijging heeft geleid. Zou dat te ondervangen zijn door bijvoorbeeld ‘Off the Grid’ dorpen? Dorpen waarin mensen samenwerken om gezamenlijk hun eigen voedsel te produceren? Een soort ‘collectieve boerderij’ of beter nog, een ‘collectief dorp’. Waar kennen we die ook al weer van? Alleen met dat verschil dat die, de kolchozen in de Sovjet Unie, van bovenaf werden verordonneerd. Zou dat een richting kunnen zijn om ‘Off the grid’ te leven? Zou dat geen schoolvoorbeeld van participatiesamenleving zijn?
Hoe nieuw is dat ‘Off the grid’ eigenlijk? Lijkt dat niet verdacht veel op de manier waarop het overgrote deel van onze voorouders eeuwenlang geleefd heeft? Een lapje grond met wat vee. Alles bij elkaar bijna genoeg om te overleven. De rest verkregen ze door de meent, de gezamenlijke gronden, wateren of bossen te gebruiken.
Maar ja, die gaan toch in de tragedie ten onder, volgens Hardin? Inderdaad de meent ging in een tragedie ten onder waardoor velen in absolute armoede werden gestort en als dagloner moesten zien te overleven (de ZZP’er avant la lettre). Maar, kende de tragedie geen andere oorzaak dan die Hardin beschrijft? Ging de meent niet vooral ten onder omdat de landeigenaar er een hek omzette en de grond zelf in productie bracht? Omheining die mogelijk werd gemaakt omdat de opkomende parlementen (bevolkt door landeigenaren) dit mogelijk maakten. Betekende de onmogelijkheid om de grond nog gezamenlijk te gebruiken en dus het einde van de meent niet de poort naar armoede voor de oude ‘off the gridder’?
Het oude ‘Off the grid’ was geen keus maar een noodzakelijkheid. En geldt dat niet net zo voor ons huidige economische bestel? Dit bestel biedt heel veel keuze op triviaal niveau als het gaat over een pak wasmiddel, maar keuzemogelijkheid is er op het fundamentele niveau tussen “Off’ of “On the grid”? Is ons bestel niet erg eenzijdig ingericht en gericht op een leven ‘On the grid’? Is de keuze voor ‘Off the grid’ niet alleen mogelijk als je kiest voor een zeer sober bestaan als zwerver of als je voldoende kapitaal bezit? En hoe eerlijk is dat?
Wat zou er nu nodig zijn om mensen zelf te laten kiezen tussen “Off’ of “On the grid” zonder mensen tot dagloner te laten vervallen? Staat keuzevrijheid niet hoog in ons vaandel in onze westerse samenleving? Ja, maar dus niet op dit fundamentele niveau. Wij kunnen niet kiezen tussen vol blijven deelnemen aan de huidige tredmolens als ene uiterste en volledig individueel ‘Off the grid’ gaan als andere uiterste en alle varianten ertussen in. Daar is ons economische, sociale en maatschappelijke systeem niet op ingericht. Hoe groot is dan onze vrijheid om zelf te kiezen hoe we ons leven willen inrichten?
Zou een basisinkomen een nieuwe vorm van ‘meent’ kunnen zijn om ieder van ons die vrijheid te geven?
De eerste pagina’s van de Volkskrant van zaterdag 9 januari 2016 worden ingenomen door de gebeurtenissen in Keulen in de oudejaarsnacht. In die nacht vielen groepen mannen vrouwen lastig, beroofden ze, randden ze aan en er schijnt zelfs sprake te zijn geweest van verkrachting. Mensonwaardig gedrag dat moet worden bestreden en de schuldigen zullen streng gestraft moeten worden.
In de krant werd ook de vraag gesteld of het met de cultuur te maken had. De daders werden immers omschreven als Arabisch en Noord-Afrikaans van uiterlijk en al snel werd een verband gelegd naar de vele Syrische vluchtelingen. Een deskundige antwoordde dat dit niet specifiek iets Arabisch is. Ook in Zuid-Amerika kunnen ze er immers wat van.
Ook premier Rutte sprak zich uit: “Hij noemde de gelijkheid van mannen en vrouwen en homo’s en hetero’s met name. Wie die normen niet deelt en ze ernstig overtreedt, ‘heeft hier dus niets te zoeken’.” Gelukkig zijn wij Nederlanders anders, lijkt de premier aan te geven en nieuwkomers die dat niet accepteren moeten maar gaan. Zijn wij Nederlanders wel zoveel anders? Kennen wij niet ook groepen en zelf een politieke partij waarbij mannen een toch wat belangrijkere positie hebben? Kennen wij onder ons niet grote aantallen die niets van homo’s moeten hebben? Als die er niet zouden zijn, waarom geven Rijk en gemeenten dan geld uit aan ‘emancipatie en acceptatie’ projecten? Waarom zijn er anders regenboogsteden die hier een bijzondere rol in vervullen? Waarom is er anders een nationale ‘kom uit de kast dag’?
En wordt dergelijk gedrag niet ook ‘verheerlijkt’ in Nederland? Bij het zien van deze krant en die vragen moest ik aan Ronnie Flex en Lil Kleine denken en hun hitje Drank en Drugs. Een liedje waarin het drinken en het gebruik van drugs wordt aangemoedigd en daarover vielen afgelopen jaar veel mensen. Als je de tekst van dit lied bestudeert, dan lijken zij het gebeuren in Keulen te beschrijven: “Eeh bitch schuif op, we komen binnen met zn allen, je moet zakken tot de grond alsof je moeder is gevallen, ik ken bitches zoals jij en ik vang ze elke keer, morgen weet je zehma niks meer. Dat maakt niet uit want ik vind het wel goed zo, ik bel kleine en ik zeg kom langs bro, misschien dat mn libi vroeg afloopt.”
Wat zou de invloed van dergelijke teksten en bijbehorende clip zijn op de manier waarop jongens naar meisjes kijken? Hoe verhouden dergelijke teksten zich tot de normen van Rutte?
In een artikel bij de Correspondent schrijft Gloria Wekker over de ‘witte onschuld’. Het fenomeen dat het zelfbeeld van ‘Nederland’ en de ‘Nederlanders’ anders wordt gezien dan de werkelijkheid. Dat ‘witte Nederlanders’ dit niet weten en van de andere kant ook niet willen weten dat de voorvaderen imperialistisch en racistisch waren en dat dit nog steeds in de huidige ‘witte’ Nederlanders sluimert. Zij wil de ogen van die ‘witte Nederlanders’ hiervoor openen. Dit artikel roept bij mij wat vragen op.
In dit artikel valt de volgende passage te lezen: “Nederland heeft bijna vierhonderd jaar een imposant koloniaal rijk gehad. … Dat rijk strekte zich ooit uit van Nieuw-Amsterdam, Indië, Formosa, Ceylon, Zuid-Afrika en allerlei forten aan de westkust van Afrika tot delen van Noord-Brazilië, Suriname en de Antillen. Het zette Nederland op de kaart als een belangrijke wereldspeler en bezorgde diens inwoners gevoelens van superioriteit.”
Nederland bestaat toch pas sinds 1815? Daarvoor bestond er geen Nederland. Werd dat koloniale rijk niet gesticht door kooplui uit Holland en Zeeland? Is mijn eigen woonplaats en omgeving, Venlo, in die vierhonderd jaar niet wingewest geweest van Holland, Spanje, Oostenrijk en Frankrijk? Werd het niet pas in 1815 een onderdeel van het koninkrijk der Nederlanden? Deed het vervolgens in de opstand tegen koning Willem I niet mee aan de Belgische kant? Werd het niet pas in 1839 weer een onderdeel van het verkleinde koninkrijk der Nederlanden? En was het als hertogdom Limburg niet ook nog lid van de Duitse bond waarvan het pas in 1866 afscheid nam? Werd het niet pas toen eenduidig en definitief een onderdeel van het koninkrijk der Nederland?
Vertoont Venlo zo niet meer overeenkomsten met Formosa, Ceylon en Indië dan met Holland? Holland was immers een van ‘kolonisatoren’ die het gebied als een wingewest behandelden. Heeft dat niet ook het denken over Limburgers flink beïnvloed en werkt dat niet nog steeds door? Zullen er in de Gouden Eeuw niet ook Hollanders zijn geweest die helemaal niets vandoen hadden met het bouwen van dat wereldrijk? Die alleen maar bezig waren met het dagelijkse overleven? En dat zouden er wel eens heel veel kunnen zijn. Zijn er zo niet meerdere geschiedenissen, of is eenzelfde gebeurtenis niet vanuit meerdere invalshoeken te bekijken?
Iets verder schrijft Wekker over:”… een algemeen Europees ethos waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.” Met een andere woord imperialisme, een proces waarbij landen hun macht, invloed en cultuur in andere delen van de wereld willen laten gelden. Is imperialisme een typisch West-Europees iets? Deden de Maya’s, Inca’s, het Chinese rijk en Djengis Khan niet ook aan imperialisme? En het Ottomaanse Rijk? En wat deed het oude Egypte? Wat je wel kunt constateren is dat de West-Europese landen vanaf 1500 het meest succesvol waren door hun superieure (wapen)techniek. Vertonen landen, en niet alleen westerse, nu niet nog steeds imperialistische neigingen? Vertoont het conflict in Syrië niet sterk imperialistische trekken en dus lastig om op te lossen? Hoe moet het gekrakeel tussen Iran en Saoedi Arabië van de afgelopen dagen anders worden beoordeeld? En is het handelen van Kagama van Ruanda niet ook imperialistisch geïnspireerd? En wat te denken van China, Japan, Vietnam en de Filippijnen in de Zuid-Chinese zee? En het robbertje met de Oekraïne als inzet?
Is dit een ‘ethos van landen’ of van heersers en machtigen, de mensen die de koers van landen bepalen dus? Zeker als die machtigen (koningen, stadhouders etcetera) niet door het totale volk worden gekozen. Want kent Nederland niet pas sinds de Grondwetswijziging van 1917 algemeen kiesrecht? En kun je zelfs in een democratie niet macht kopen en zo je zin doordrukken? Zijn er zo niet weer vele geschiedenissen mogelijk?
Is het superioriteitsdenken dat ten grondslag ligt aan racisme, niet ook iets waar niet-westerse landen zich schuldig aan maken? En niet alleen landen. Maakt bijvoorbeeld een beweging als IS, die uitgaat van de superioriteit van haar ideologie en eenieder die deze niet onderschrijft als minderwaardig ziet, zich niet ook hieraan schuldig? Net zoals iedere godsdienst of deel ervan dat zich als de ware ziet? Is dit niet een manier van denken waaraan iedereen zich schuldig kan maken? En begint het aanpakken ervan niet juist ermee dat we dit ons realiseren?
Kunnen wij niet alleen iets in het hier en nu doen? Het verleden kunnen we immers niet meer veranderen. Kunnen we dat niet alleen maar vanuit de positie waarin we per toeval terecht zijn gekomen? Heb jezelf invloed gehad op de plaats en de situatie waarin je bent geboren? Kan ik er iets aan doen dat ik uit blanke ouders in Velden ben geboren of is dat voor mij een feit waarmee ik het moet doen? Spelen toeval en geluk daarbij geen belangrijke rol?
Kunnen we niet pas dan wat aan racisme doen, als we ons realiseren en erkennen dat wij niet voor onze eigen ‘kleur’ hebben gekozen? En dat het een menselijke neiging is om zich af te zetten tegen anderen, om welke redenen die dan ook anders mag zijn? Maar vooral als we ieder mens als individu en doel op zich zien? Of om Frank Boeijen aan te halen: “Denk niet wit, denk niet zwart. Denk niet zwart-wit. Maar in de kleur van je hart.”
Op deze eerste dag van het jaar wil ik jullie, mijn lezers het allerbeste toewensen. Dus veel geluk, liefde, voorspoed, maar vooral veel nieuwsgierigheid: het verlangen om te weten. Want ligt dit verlangen niet aan de basis van de wetenschap: het weten of kennis met een ander woord. En is kennis niet meer dan alleen het weten? Is kennis niet weten, doordenken en begrijpen? Is dat in eerste instantie niet alles betwijfelen wat je ziet, leest of hoort? Is dit niet het bevragen en het van alle mogelijke perspectieven bekijken van waar je mee wordt geconfronteerd?
Is dat niet wat we nodig hebben om de problemen van onze tijd het hoofd te kunnen bieden? Problemen zoals het omgaan met verschillen, door anderen ook wel integratie of inburgering genoemd? Zou nieuwsgierigheid naar de ander ons niet kunnen helpen om hem of haar te begrijpen? Om de wereld eens vanuit zijn of haar oogpunt te bekijken? En zou dat die andere niet helpen om de wereld achter jou te leren kennen? Zou dat niet tot herkenning van overeenkomsten en begrip voor verschillen kunnen leiden? Zou die herkenning en begrip voor de ander er niet toe kunnen leiden dat er heel andere oplossingen voor die problemen mogelijk zijn?
Zou dat niet ook kunnen helpen bij de ervaren ‘democratische’ crisis in Nederland? U weet wel de ‘kloof’, de gevoelde onbetrouwbaarheid van politici en bestuurders, het betrekken van mensen bij het zoeken naar oplossingen enzovoort.
En niet alleen bij het omgaan met verschillen binnen een land? Zou dat ons niet verder helpen bij de zoektocht naar rechtvaardige en eerlijke oplossingen? Bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? Of de nog altijd sluimerende Griekse, maar eigenlijk financiële en bankencrisis? Zou dat niet kunnen helpen bij de crisis in de Europese Unie? Zou dat ook niet kunnen helpen bij het zoeken naar oplossingen voor de problemen in het Midden-Oosten en in Afrika?
Maar ach, daar hebben wij geen invloed op. Of toch wel? Wat als wij die nieuwsgierigheid gaan betrachten in ons eigen leven? Als wij geen mening meer geven over iets, maar er vragen bij stellen? Wat zou dat voor een effect hebben op de mensen om ons heen? Hoe zouden die mensen hierop reageren? Wat als zij dit over zouden nemen? Zou dat niet onze invloed op de ‘wereldproblemen’ kunnen zijn?
De Ballonnendoorprikker blijft vragen en bevragen. Doen jullie mee? Ik wens jullie veel vragen toe.
“Bij een val van het kabinet staat het beleid anderhalf jaar stil. En stilstand is achteruitgang.” een uitspraak van minster Dijsselbloem van financiën. Dijsselbloem is niet de enige, vele anderen zullen deze uitspraak herkennen en zeggen: ‘ja, dat is zo.’ Maar toch.
Als je de uitspraak letterlijk neemt en je tijdens een wandeling stil gaat staan, ga je niet achteruit. Dan sta je stil en ga je niet achteruit. Nu is deze uitspraak vrijwel altijd figuurlijk bedoeld. Is figuurlijke stilstand achteruitgang? Ga je als persoon achteruit als je je niet meer verder ontwikkeld? Als ik uit de tredmolen stap en een jaar de tijd neem om me te bezinnen. Ik ga als het ware stilstaan bij mezelf. Ga ik dan achteruit? Of sta ik gewoon stil? Of ga ik toch vooruit omdat ik me juist bezin op wat belangrijk is en me daarop focus?
Nu naar het beleid waar Dijsselbloem het over heeft. Is stilstand daar achteruitgang? Gaat ingezet beleid niet gewoon door als er geen kabinet is? We mogen toch hopen van wel. Er wordt geen nieuw beleid gemaakt, maar is dat nieuwe beleid altijd een vooruitgang? Of kan beleid ook tot achteruitgang leiden? Zou vier jaar geen beleid maken tot stilstand leiden? Of zou de weldadige ‘beleidsrust’ tot ontwikkeling en vooruitgang kunnen leiden?
Dan de economie en de financiële stabiliteit waar Dijsselbloem aan refereert als hij pleit voor politieke stabiliteit. Betekent economische stabiliteit groei? En betekent economische groei altijd vooruitgang? En geen groei of krimp achteruitgang? Wat als de revenuen van die groei scheef worden verdeeld, ik krijg alles en jullie niets, is dat vooruitgang? Hier wees ik in Het geluk van een kopje koffie al op. Wat als we de stilstand eerlijker verdelen, blijven we dan stilstaan gaan we voor- of achteruit? En wat als het beëindigen van allerlei milieuvervuilende en mensen verziekende activiteiten, tot krimp van de economie leidt?
En hoe moeten we financiële stabiliteit beoordelen? Als de afgelopen jaren iets duidelijk hebben gemaakt, dan is het dat de financiële wereld behoorlijk instabiel is. Sinds de val van de muur zijn we van de ene naar de andere financieel crisis gehold, de Aziëcrisis, de Argentijnse, de Roebelcrisis en via de banken- naar de Eurocrisis. Is van crisis naar crisis hollen vooruitgang?
Zou stilstand of zelfs krimp van de economie en de financiële sector niet ook vooruitgang kunnen betekenen?
“Ik vroeg me onmiddellijk af wie of wat de bondskanselier het recht gaf om met zoveel aplomb het Duitsland van het jaar 2040 neer te zetten?” Dit schrijft Sylvain Ephimenco in Trouw in een column waarin hij ingaat op de toespraak die Bondskanselier Merkel hield op het CDU-partijcongres. De toespraak van Merkel deed hem denken aan de ‘I have a dream’-toespraak van Martin Luther King met dit verschil dat de King droomde van een toekomst en Merkel het, in de ogen van Ephimenco, als een vaststaand feit neerzette.
Nu lijkt het me lastig om de samenleving van over 25 jaar als een vaststaand feit neer te zetten. Dus ook Merkel zal een droom of visioen hebben geschetst. Als het een droom is dan roept Merkels droom vragen op.
Is Duitsland nu dan nog geen nieuwsgierig, tolerant en spannend land? Heeft het nu nog geen sterke identiteit met gelijkwaardigheid van man en vrouw, met afkeuring van antisemitisme, racisme en discriminatie van homoseksuelen? Is dat nu nog geen werkelijkheid want Merkel schetst het pas over 25 jaar? Schetste Merkel wel een toekomstbeeld? Of bedoeld Merkel dat Duitsland dan nog steeds zo’n land is? Inderdaad zijn er nu vele gebeurtenissen die hiermee vloeken, maar betekent dit dat het land nog niet zo is? Of is het de droom van Merkel dat die gebeurtenissen er in 2040 niet meer zijn? Met andere woorden is de toekomstvisie van Merkel niet conservatief namelijk de voortzetting van het heden?
En als antwoord op de vraag van Ephimenco een wedervraag: waarom zou de bondskanselier dat recht niet hebben? En als vervolg erop. Wie heeft dan het recht om het recht te geven het wel te doen? Heeft niet iedereen het recht om zijn eigen toekomst te dromen?
Sterker nog. Missen we juist niet de dromen in de politiek? Dromen die mensen kunnen inspireren en tot actie aanzetten om de droom te verwezenlijken? Zouden dergelijke dromen niet een alternatief kunnen bieden tegen het jihadisme, zoals ik me in Waar vóór al afvroeg? Zouden degelijke dromen de betrouwbaarheid van de politiek niet ten goede komen, zoals ik me in La politique est comme l’oiseau de Twitter afvroeg? Is het niet juist een kenmerk van een echte leider dat hij of zij, zoals Martin Luther King dat kon, een positief toekomstbeeld schetst dat mensen verbindt, zoals ik me in I have a dreamafvroeg? Zou Ephimenco zich niet moeten afvragen wat de toekomstdroom van die andere politieke leiders is?