Een onderzoek naar dwaasheid

In 1984 verscheen het boek The March of Folly van de Amerikaanse historica Barbara Tuchman. In Nederland De Mars der Dwaasheid met als ondertitel Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam. De eerste alinea van het boek maakt meteen duidelijk waar het boek over gaat, als dit na het lezen van de titel al niet duidelijk is: “Een verschijnsel dat we overal en altijd in de geschiedenis tegenkomen is dat regeringen een beleid volgen dat tegen hun eigenbelang indruist. Het lijkt alsof de mens van besturen een magerder vertoning maakt dan van elke andere bedrijvigheid. Wijsheid, die men zou kunnen omschrijven als het uitoefenen van een oordeel op basis van ervaring, gezond verstand en beschikbare informatie, is hier verder te zoeken en wordt vaker in de wind geslagen dan eigenlijk zou mogen. Hoe komt het dat hoogwaardigheidsbekleders zo vaak handelen in strijd met wat de rede of het welbegrepen eigenbelang hun influistert? Waarom lijkt het gezond verstand het zo menigmaal af te laten weten?In het boek gaat Tuchman op zoek naar antwoorden. Hiervoor maakt zij een reis door de geschiedenis en behandelt vier gevallen van wat zij dwaasheid noemt, uitgebreid. Naast enkele kleinere voorbeelden. Die vier zijn: de val van Troje, de handel en wandel van de Renaissance pausen tussen grofweg 1450 en 1550, de Amerikaanse onafhankelijkheid van Engeland en als laatste de strijd in Vietnam tussen 1945 en 1975.

De Mars der Dwaasheid

Illustratie: boeken.tweedehands.net

Zouden we dwaasheid al ontgroeid zijn? Of verschilt de tegenwoordige mens niet zoveel van zijn voorvaderen? Delven ook nu de waarheid, rechtvaardigheid en gematigdheid niet vaak het onderspit tegen het opportunisme, net zoals Tuchman dat voor vroeger tijden laat zien? “Het probleem is misschien wel niet zozeer een kwestie van het opleiden van regeringsfunctionarissen als wel het opvoeden van de kiezer om integriteit van karakter te herkennen en te belonen en surrogaat te verwerpen. Misschien bloeien betere mensen in betere tijden. Een wijzere regering moet het eerder van een dynamische samenleving hebben dan van een gekwelde en verbijsterde maatschappij.

Ik wil met jullie, en dat klinkt hoogdravend, een bijdrage leveren aan de dynamiek van onze samenleving en dus met het ‘opvoeden’ van de kiezer. Dit door samen met jullie de vinger op de zere plek van potentiële dwaasheid te leggen. Welke mogelijke voorbeelden van dwaasheid zien jullie? Maar voordat jullie met voorbeelden komen, ga ik eerst wat dieper in op dwaasheid, wat is dwaasheid en waaraan kunnen we het herkennen. Het onderzoek van Tuchman is hierin leidend.

Vormen van wanbestuur

Dwaasheid staat niet op zichzelf. Dwaasheid is voor Tuchman een van de vier vormen van wanbestuur. De vier vormen zijn:

1. tirannie of onderdrukking;

2. buitensporige ambitie, de poging van Philips II om met zijn Armada Engeland te veroveren valt, volgens Tuchman, in deze categorie. Net als de pogingen van Duitsland om Europa te overheersen;

3. onbekwaamheid of verval, voorbeelden hiervan zijn onder andere de val van het Romeinse rijk en de laatste Chinese keizerlijke dynastie;

4. en als laatste dwaasheid en daarover handelt dit artikel.

En die vormen komen vaak “in vereniging”, dus samen voor, aldus Tuchman.

paard van trojeIllustratie: dvd.nl

Drie criteria van dwaasheid

Iedereen kan zich wel een beeld vormen van wat dwaasheid is. Maar toch, een dergelijk onderzoek kan alleen maar succesvol zijn, als te voren een definitie wordt gegeven van het kern begrip en dat is dwaasheid. En om in Tuchmans boek als dwaasheid bestempeld te kunnen worden, moet de gevoerde politiek aan drie criteria voldoen. Als eerste moet de gevoerde politiek destijds ook als averechts zijn onderkend en niet pas achteraf. Dus Trojanen moeten destijds ook al hebben geprotesteerd tegen het binnenhalen van het befaamde paard. Het tweede criterium is dat er geschikte alternatieve gedragslijnen beschikbaar moesten zijn: de Trojanen hadden ook kunnen besluiten om het paard eerst goed te onderzoeken door het open te breken of het gewoonweg buiten de stad laten staan. Het laatste criterium is dat het de politiek van een groep moet zijn geweest en niet van een individuele heerser. Een politiek die langer heeft geduurd dan een politieke levensduur. Tuchman constateert terecht dat het Trojaanse paard hiervan afwijkt, maar Vietnam versleet bijvoorbeeld vijf Amerikaanse presidenten van verschillende signatuur.

Kenmerken van dwaasheid

Aan de hand van de drie grote en wat kleinere niet helemaal aan de criteria voldoende voorbeelden, gaat Tuchman op zoek naar kenmerken die, indien ze worden waargenomen, kunnen duiden op dwaasheid. De eerste twee kenmerken beschrijft zij aan de hand van een van de niet helemaal complete voorbeelden, namelijk de opheffing van het Edict van Nantes door de Franse koning Lodewijk XIV. Niet compleet omdat de koning niet van tevoren werd gewaarschuwd. Een overbodige daad omdat de Hugenoten loyaal en hardwerkend waren, ze waren alleen niet katholiek. Dit leidde tot de vervolging en de vlucht van de Hugenoten wat tot een flinke economische schade leidde. Een daad die ook de absolute monarchie schaadde omdat de Hugenoten het recht van de koning om godsdienstige eenheid op te leggen, verwierpen en dus de bijl aan de wortel van de koninklijke almacht zetten. Het eerste kenmerk van dwaasheid dat hieruit naar voren komt is dat dwaasheid niet is gebaseerd op een plan voor de lange termijn. Het tweede kenmerk hangt er nauw mee samen en dat is de hardnekkigheid waarmee een eenmaal ingezette dwaling wordt voortgezet. Dit kenmerk komt ook naar voren uit de voorbeelden ‘Verenigde Staten’ en Vietnam.

Een derde en, volgens Tuchman, veel voorkomende kenmerk is culturele onwetendheid. Culturele onwetendheid speelde een belangrijke rol in zowel het ontstaan van de Verenigde Staten als de strijdt in Vietnam. Bij het voorbeeld Vietnam is dat eenvoudig te verklaren. De Amerikanen kenden het hele land en de cultuur niet, dus ze begonnen al slecht. Bij het ontstaan van de Verenigde Staten lag dat minder voor de hand, de Engelsen en Amerikanen waren verwante volkeren. De Amerikanen waren immers voor het belangrijkste deel ‘geëmigreerde’ Engelsen. Toch was er sprake van een flink cultuurverschil. De kolonisten waren uit Engeland vertrokken om het dwingende culturele, religieuze en bestuurlijke juk van de Engelsen te ontvluchten. Ze zochten vrijheid en de mogelijkheid om hun leven op hun eigen manier vorm te geven. De jaren in de kolonie hebben dat gevoel verstrekt, terwijl dat juk in Engeland alleen maar werd verstevigd.

Wat het conflict zowel het Amerikaanse als het Vietnamese, nog heeft verergerd is een vierde kenmerk, een gevoel van superioriteit. De Engelsen voelden zich superieur aan de Amerikanen en deden daarom ook in het geheel geen moeite om zich in de Amerikanen te verdiepen. Dit terwijl er voldoende Amerikanen in Engeland waren die hen op andere gedachten hadden kunnen brengen. Saillant detail, de Engelse upper class sloot haar opleiding meestal af met een grand tour. Een tocht van vaak meer dan een jaar door andere landen. Die tour kende de Europese landen en steden als studiedoel en bracht slechts zeer weinigen naar Amerika. De Amerikanen kenden een soortgelijk superioriteitsgevoel ten opzichte van Vietnam. Uitspraken als: ‘het kan toch niet zijn dat zo’n vierderangs mogendheid als Vietnam iets tegen ons kan uitrichten’. Als een superioriteitsgevoel ook nog wordt gecombineerd met incompetentie, dan is dwaasheid bijna onafwendbaar, aldus Tuchman. En bij de Amerikaanse opstand combineerden de Engelsen deze twee eigenschappen.

American-Revolution-07Illustratie: www.rollthedice.nl

Dwaasheid en macht

Dwaasheid is een kind van de macht, aldus Tuchman. “We zijn ons minder bewust dat macht ook dwaasheid voorbrengt; dat de macht om te bevelen vaak tot gebrek aan nadenken leidt; dat de verantwoordelijkheid van de macht vaak verdwijnt als meer van die macht gebruik wordt gemaakt.”  Wijze bestuurders zijn die bestuurders die de dwaasheid van schadelijke politiek herkennen en de wijsheid en het zelfvertrouwen hebben, om de politiek te herzien. Dat komt maar zelden voor. Tuchman noemt het voorbeeld van de voormalige Egyptische president Sadat: “die afstapte van een vruchteloze vijandschap met Israel en in een weerwil van woede en bedreigingen van zijn buren, op zoek ging naar nuttigere verhoudingen.”  Helaas komen dergelijke voorbeelden van wijsheid slechts zelden voor. Sinds de reis van Sadat springt alleen het optreden van Nelson Mandela na zijn vrijlating en vooral zijn manier van handelen als president eruit als een voorbeeld van wijsheid.

Tuchman constateert: “De afwezigheid van intelligent denken bij regeerders is een tweede universeel gegeven en roept de vraag op of er in moderne staten in het politieke en ambtelijke leven iets is wat de werking van het intellect aan routinedenken onderwerpt zonder dat men op rationele verwachtingen acht slaat.” en dan lijkt zij verzuchtend te concluderen dat hierin geen verandering lijkt te komen: “Het lijkt wel of dit een permanent vooruitzicht is. Het lijkt wel of mensen die naar macht over anderen streven, grote kans lopen de macht over zichzelf te verliezen. Het lijkt wel of zij een belangrijke les van Machiavelli, die Tuchman ook aanhaalt, vergeten. De les dat een goede heerser: “een groot vragensteller moet zijn en een geduldig luisteraar naar de waarheid over de  dingen waarnaar hij gevraagd heeft, en in toorn moet ontsteken als hij ontdekt dat iemand ervoor terugdeinst hem de waarheid te vertellen.” Tuchman trekt de les door naar regeringen: “Wat een regering nodig heeft, is grote vragenstellers.

Waar moeten we op letten?

Met jullie hulp wil ik onderzoek doen naar hedendaagse dwaasheid. Grote en kleine, Europese, landelijke, provinciale en lokale voorbeelden die op het eerste gezicht passen binnen de criteria en waar verschillende kenmerken worden herkend. Meld ze! Dan ga ik ze samen met jullie verder onderzoeken en kijken we of we met dwaasheid te maken hebben, iets wat tot dwaasheid kan leiden of wellicht iets anders.

Tuchman beschrijft achteraf en dan is makkelijk te zien of iets langer dan een politieke levensduur (een kabinets- of collegeperiode) heeft geduurd. Ik wil met jullie naar het heden kijken en dat betekent dat we ook voorbeelden die de potentie hebben om dwaasheid te worden, gaan onderzoeken. Door die voorbeelden langs Tuchmans ‘lat van dwaasheid’ te leggen en ze te beschrijven en publiceren, kunnen we wellicht de loop der dingen beïnvloeden en voorkomen dat een historicus over 50 jaar dit voorbeeld als dwaasheid betitelt.

Dus we letten vooral op de eerste twee criteria:

  1. Zijn er nu al mensen die het dwaas noemen?
  2. En worden er alternatieven geboden?

En natuurlijk op de kenmerken van dwaasheid.

  1. Het ontbreken van een plan voor de lange termijn.
  2. Hardnekkigheid of koppigheid waarmee gedrag wordt voortgezet.
  3. Culturele onwetendheid, niet kunnen of willen inleven en invoelen in de ander.
  4. Een gevoel en uitstraling van superioriteit.
  5. Incompetentie.

Dit komt immers veel en vooral als het in combinatie voorkomt ligt dwaasheid om de hoek. Geef je voorbeelden, beschrijf kort aan de hand van de criteria en geef eveneens kort aan welke kenmerken je in je voorbeeld herkent.

Hoe ziet het vervolg eruit?

De Ballonnendoorprikker maakt een lijst van al jullie voorbeelden met daarbij jullie beschrijvingen. Zijn het er veel dan gaan we ‘stemmen’ welke voorbeelden we het eerste uitwerken. We, want ook daar zal ik jullie vragen om mee te denken.

Vietnam

Foto: users.telenet.be

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s