Maar in de kleur van je hart

In een artikel bij de Correspondent schrijft Gloria Wekker over de ‘witte onschuld’. Het fenomeen dat het zelfbeeld van ‘Nederland’ en de ‘Nederlanders’ anders wordt gezien dan de werkelijkheid. Dat ‘witte Nederlanders’ dit niet weten en van de andere kant ook niet willen weten dat de voorvaderen imperialistisch en racistisch waren en dat dit nog steeds in de huidige ‘witte’ Nederlanders sluimert. Zij wil de ogen van die ‘witte Nederlanders’ hiervoor openen. Dit artikel roept bij mij wat vragen op.

In dit artikel valt de volgende passage te lezen: “Nederland heeft bijna vierhonderd jaar een imposant koloniaal rijk gehad. … Dat rijk strekte zich ooit uit van Nieuw-Amsterdam, Indië, Formosa, Ceylon, Zuid-Afrika en allerlei forten aan de westkust van Afrika tot delen van Noord-Brazilië, Suriname en de Antillen. Het zette Nederland op de kaart als een belangrijke wereldspeler en bezorgde diens inwoners gevoelens van superioriteit.”

Nederland bestaat toch pas sinds 1815? Daarvoor bestond er geen Nederland. Werd dat koloniale rijk niet gesticht door kooplui uit Holland en Zeeland? Is mijn eigen woonplaats en omgeving, Venlo, in die vierhonderd jaar niet wingewest geweest van Holland, Spanje, Oostenrijk en Frankrijk? Werd het niet pas in 1815 een onderdeel van het koninkrijk der Nederlanden? Deed het vervolgens in de opstand tegen koning Willem I niet mee aan de Belgische kant? Werd het niet pas in 1839 weer een onderdeel van het verkleinde koninkrijk der Nederlanden? En was het als hertogdom Limburg niet ook nog lid van de Duitse bond waarvan het pas in 1866 afscheid nam? Werd het niet pas toen eenduidig en definitief een onderdeel van het koninkrijk der Nederland?

Vertoont Venlo zo niet meer overeenkomsten met Formosa, Ceylon en Indië dan met Holland? Holland was immers een van ‘kolonisatoren’ die het gebied als een wingewest behandelden. Heeft dat niet ook het denken over Limburgers flink beïnvloed en werkt dat niet nog steeds door? Zullen er in de Gouden Eeuw niet ook Hollanders zijn geweest die helemaal niets vandoen hadden met het bouwen van dat wereldrijk? Die alleen maar bezig waren met het dagelijkse overleven? En dat zouden er wel eens heel veel kunnen zijn.  Zijn er zo niet meerdere geschiedenissen, of is eenzelfde gebeurtenis niet vanuit meerdere invalshoeken te bekijken?

Iets verder schrijft Wekker over:”… een algemeen Europees ethos waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.” Met een andere woord imperialisme, een proces waarbij landen hun macht, invloed en cultuur in andere delen van de wereld willen laten gelden. Is imperialisme een typisch West-Europees iets? Deden de Maya’s, Inca’s, het Chinese rijk en  Djengis Khan niet ook aan imperialisme? En het Ottomaanse Rijk? En wat deed het oude Egypte? Wat je wel kunt constateren is dat de West-Europese landen vanaf 1500 het meest succesvol waren door hun superieure (wapen)techniek. Vertonen landen, en niet alleen westerse, nu niet nog steeds imperialistische neigingen? Vertoont het conflict in Syrië niet sterk imperialistische trekken en dus lastig om op te lossen? Hoe moet het gekrakeel tussen Iran en Saoedi Arabië van de afgelopen dagen anders worden beoordeeld? En is het handelen van Kagama van Ruanda niet ook imperialistisch geïnspireerd? En wat te denken van China, Japan, Vietnam en de Filippijnen in de Zuid-Chinese zee? En het robbertje met de Oekraïne als inzet?

Is dit een ‘ethos van landen’ of van heersers en machtigen, de mensen die de koers van landen bepalen dus? Zeker als die machtigen (koningen, stadhouders etcetera) niet door het totale volk worden gekozen. Want kent Nederland niet pas sinds de Grondwetswijziging van 1917 algemeen kiesrecht? En kun je zelfs in een democratie niet macht kopen en zo je zin doordrukken? Zijn er zo niet weer vele geschiedenissen mogelijk?

Is het superioriteitsdenken dat ten grondslag ligt aan racisme, niet ook iets waar niet-westerse landen zich schuldig aan maken? En niet alleen landen. Maakt bijvoorbeeld een beweging als IS, die uitgaat van de superioriteit van haar ideologie en eenieder die deze niet onderschrijft als minderwaardig ziet, zich niet ook hieraan schuldig? Net zoals iedere godsdienst of deel ervan dat zich als de ware ziet? Is dit niet een manier  van denken waaraan iedereen zich schuldig kan maken? En begint het aanpakken ervan niet juist ermee dat we dit ons realiseren?

Kunnen wij niet alleen iets in het hier en nu doen? Het verleden kunnen we immers niet meer veranderen. Kunnen we dat niet alleen maar vanuit de positie waarin we per toeval terecht zijn gekomen?  Heb jezelf invloed gehad op de plaats en de situatie waarin je bent geboren? Kan ik er iets aan doen dat ik uit blanke ouders in Velden ben geboren of is dat voor mij een feit waarmee ik het moet doen? Spelen toeval en geluk daarbij geen belangrijke rol?

Kunnen we niet pas dan wat aan racisme doen, als we ons realiseren en erkennen dat wij niet voor onze eigen ‘kleur’ hebben gekozen? En dat het een menselijke neiging is om zich af te zetten tegen anderen, om welke redenen die dan ook anders mag zijn? Maar vooral als we ieder mens als individu en doel op zich zien? Of om Frank Boeijen aan te halen: “Denk niet wit, denk niet zwart. Denk niet zwart-wit. Maar in de kleur van je hart.”

De splinter en de balk

Samira Bouchibti pleit er in de Volkskrant  voor dat islamitische ouders niet alleen bij de religieuze voorschriften stilstaan, maar ook nadruk leggen op het humanistische aspect van de islam en dat alle ouders in de opvoeding de nadruk leggen op wat ons bindt.

Petit NicolasFoto: www.theguardian.com

Maar: “Veel islamitische kinderen groeien op in gezinnen waarin het niet vanzelfsprekend is om zelf na te denken en je mening te vormen. Thuis wordt niet echt vrij gepraat over onderwerpen als (homo)seksualiteit, vrijheid van meningsuiting of gelijkwaardigheid. Kinderen worden niet geacht vragen te stellen – laat staan dat ze antwoorden krijgen,” aldus Bouchibti. Dus er is bij de islamitische gezinnen nog een wereld te winnen. Alleen bij de islamitische gezinnen?

Wat algemener. Hoort, bij zelf je mening vormen, niet dat je vanuit allerlei verschillende invalshoeken naar iets kijkt? En betekent dat niet dat voor een kind in een gezin dat het op een vraag een zeer genuanceerd antwoord krijgt. En eventueel een handreiking hoe de zoektocht naar een eigen mening verder voort te zetten? Hoe vanzelfsprekend is het dat kinderen opgroeien in gezinnen waarin ze worden aangezet om zelf na te denken en zelf een mening te vormen?

En (homo)seksualiteit, vrijheid van meningsuiting en gelijkwaardigheid, zijn dat onderwerpen waarover in overige gezinnen echt vrij wordt gepraat? Of zouden er ook gezinnen zijn waar een taboe rust op deze onderwerpen? En waar de vooroordelen over homoseksualiteit welig tieren? De vrije mening beperkt is tot de eigen mening van de ouders?

Hoe vanzelfsprekend is het in gezinnen dat kinderen vragen stellen en antwoorden krijgen? Antwoord zullen ze wellicht wel krijgen, maar zijn dat antwoorden waarmee de kinderen vooruit kunnen? Die hun helpen bij het vormen van een eigen mening?

In het pleidooi van mevrouw Bouchibti gericht op de islamitische gemeenschap zal bijna iedereen zich kunnen vinden. De splinter in de ogen van de ander is immers makkelijk te zien, maar hoe zit het met de balk in het eigen oog?

Veel vragen

Op deze eerste dag van het jaar wil ik jullie, mijn lezers het allerbeste toewensen. Dus veel geluk, liefde, voorspoed, maar vooral veel nieuwsgierigheid: het verlangen om te weten. Want ligt dit verlangen niet aan de basis van de wetenschap: het weten of kennis met een ander woord. En is kennis niet meer dan alleen het weten? Is kennis niet weten, doordenken en begrijpen? Is dat in eerste instantie niet alles betwijfelen wat je ziet, leest of hoort? Is dit niet het bevragen en het van alle mogelijke perspectieven bekijken van waar je mee wordt geconfronteerd?

NieuwsgierigheidFoto: www.menselijk-lichaam.com

Is dat niet wat we nodig hebben om de problemen van onze tijd het hoofd te kunnen bieden? Problemen zoals het omgaan met verschillen, door anderen ook wel integratie of inburgering genoemd? Zou nieuwsgierigheid naar de ander ons niet kunnen helpen om hem of haar te begrijpen? Om de wereld eens vanuit zijn of haar oogpunt te bekijken? En zou dat die andere niet helpen om de wereld achter jou te leren kennen? Zou dat niet tot herkenning van overeenkomsten en begrip voor verschillen kunnen leiden? Zou die herkenning en begrip voor de ander er niet toe kunnen leiden dat er heel andere oplossingen voor die problemen mogelijk zijn?

Zou dat niet ook kunnen helpen bij de ervaren ‘democratische’ crisis in Nederland? U weet wel de ‘kloof’, de gevoelde onbetrouwbaarheid van politici en bestuurders, het betrekken van mensen bij het zoeken naar oplossingen enzovoort.

En niet alleen bij het omgaan met verschillen binnen een land? Zou dat ons niet verder helpen bij de zoektocht naar rechtvaardige en eerlijke oplossingen? Bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? Of de nog altijd sluimerende Griekse, maar eigenlijk financiële en bankencrisis? Zou dat niet kunnen helpen bij de  crisis in de Europese Unie? Zou dat ook niet kunnen helpen bij het zoeken naar oplossingen voor de problemen in het Midden-Oosten en in Afrika?

Maar ach, daar hebben wij geen invloed op. Of toch wel? Wat als wij die nieuwsgierigheid gaan betrachten in ons eigen leven? Als wij geen mening meer geven over iets, maar er vragen bij stellen? Wat zou dat voor een effect hebben op de mensen om ons heen? Hoe zouden die mensen hierop reageren? Wat als zij dit over zouden nemen? Zou dat niet onze invloed op de ‘wereldproblemen’ kunnen zijn?

De Ballonnendoorprikker blijft vragen en bevragen. Doen jullie mee? Ik wens jullie veel vragen toe.

Stem ballonnendoorprikker!

“Ongekozen CDA-asielmeneer het beste bewijs voor de noodzaak van snelle invoering van de gekozen burgemeester.” Een tweet van Geert Wilders en een zin aan het einde van een artikeltje in de Volkskrant. Aanleiding voor de uiting van Wilders is de boodschap die de burgemeester van Katwijk, Jos Wienen, zendt. Die boodschap luidt dat uitspraken van politici effect hebben op mensen en dat politici zich hiervan bewust moeten zijn.

stemmenIllustratie: slimbeleggen.net

Het gaat nu even niet om de boodschap van de burgemeester, nog nut en noodzaak van gekozen burgemeesters. Het gaat erom dat een ‘ongekozen’ iemand een uitspraak doet en van Wilders een veeg uit de pan krijgt omdat hij ongekozen is.

Sinds wanneer is het recht om uitspraken te doen alleen voorbehouden aan gekozen functionarissen? Hoe zit het dan met de rolverdeling? Mogen raadsleden alleen een mening hebben over zaken die hun gemeente raken en niet over provinciale of landelijke zaken? Daar zijn ze immers niet voor gekozen. Betekent dat ook dat Wilders zijn mond moet houden over Europa omdat hij ‘alleen maar’ een nationaal gekozene is?

Ik was altijd van mening dat de vrijheid om een mening te uiten aan iedereen toebehoorde? Is dat nu niet meer het geval? Als dat zo is dan kunnen alle kranten, media en ‘meningenmensen’ en ook de ballonnendoorprikker wel opdoeken. Ze zijn niet gekozen en mogen hun mening dus niet uiten. Jammer, ben ik net begonnen moet ik al weer ophouden.

Gaat het in een gesprek, discussie of debat niet om de inhoud van wat iemand zegt en zijn kennis en kunde van het onderwerp? Gaat het niet om de inhoud? Of zou het kunnen zijn dat de ontvanger van de boodschap nattigheid voelt en om die te verdoezelen de boodschapper op de korrel neemt? Als de boodschap je niet bevalt dan schiet je gewoon de boodschapper neer. Is dit niet een bijzonder zwakke en laffe manier van gespreks- discussie- of debatvoering? Is dergelijk gedrag niet een parlementslid onwaardig?

En als het toch zo is dat alleen gekozenen een mening mogen hebben, dan bij deze een oproep aan jullie, mijn lezers. Voor een frisse mening: STEM op de BALLONNENDOORPRIKKER!

It takes two to tango

In 2014 deed Motivaction een onderzoek naar de gevoeligheid van jongeren voor religieus geweld veel stof opwaaien, omdat er werd geconcludeerd dat er onder met name Turkse jongeren veel sympathie voor IS leek te bestaan. Op het Motivaction-onderzoek bleek onderzoekstechnisch van alles aan te merken en daarom heeft het SCP een onderzoek gedaan met als titel Een wereld van verschil. Dit onderzoek laat zien dat een veel kleiner deel van de jongeren begrip zegt te hebben voor religieus geweld.

AAN53JFoto: xn--apart-fsa.com

“We moeten ons richten op die kleine groep mensen die Isis en religieus geweld goedkeuren, maar we hoeven en we mogen niet hele groepen mensen wantrouwen.” Dit zegt minister Asscher in reactie op de uitkomsten van het SCP-onderzoek.

Richt Asscher zijn pijlen wel op het goede doel? Natuurlijk! Zal de eerste reactie van velen zijn. We moeten voorkomen dat deze jongeren naar Syrië gaan en jihadist worden. Dus dat rechtvaardigt dat we ons daarop richten.

Zou het doel niet die grote andere groep moeten zijn? De groep die juist geen begrip heeft voor religieus geweld? Het SCP constateert dat de helft van de Nederlanders met Turkse of Marokkaanse wortels zich geen volwaardig burger voelt, zoals de Volkskrant het samenvat. Zouden de pijlen niet juist op dit probleem gericht moeten worden? Een probleem van niet alleen deze groep, maar ook van de ‘autochtone’ Nederlanders? Volwaardig lid worden van een groep vraagt immers ook inspanningen van degenen die tot de groep behoren omdat integratie tweerichtingsverkeer is. Immers ‘it takes two to tango’. Hieraan heb ik in Inburgeren al aandacht besteed.

Zouden die pijlen niet moeten bestaan uit een aanpak die uitgaat van de kracht van onze open democratische samenleving, waaraan ik in Vrijheid, democratie en verbieden en Vrijheid vieren aandacht schonk? Een aanpak die een sterk alternatief biedt tegenover de aantrekkingskracht van het jihadisme waar ik in Waar vóór naar zocht? Zou dat geen succesvollere aanpak kunnen zijn? Zou dat helpen bij de tango? Toch nog eens de vraag: richt Asscher zijn pijlen wel op het goede doel?

Het Goede Doel

In mijn vorige drie prikkers schreef ik over het utilitarisme. Dit naar aanleiding van een uitspraak dat economische groei goed is. Het utilitarisme streeft naar zoveel mogelijk geluk. In Hoofdprijs was de vraag of dat wat het meeste ‘geluk’ oplevert ook per definitie goed en rechtvaardig is. Lone Survivor handelde over spijt van Marcus Lutrell. Spijt die hij onderbouwde met een utilitaristische redenering.

goede doel

Illustratie: merchandise-entertainment.nl

Het verhaal van Lutrell, bevat nog een tweede voorbeeld van denken over wat goed en rechtvaardig is. De zwaargewonde Lutrell wist uit de handen van de Taliban te blijven en werd uiteindelijk opgevangen in een Afghaans dorpje. Dit dorp nam hem op als gast, verzorgde en beschermde hem. Ook toen de Talban Lutrell met geweld wilde komen halen. De dorpelingen beriepen zich daarbij op het aloude gebruik dat een gast diende te worden beschermd. Het dorp handelde niet vanuit geluk, want voor hun geluk hadden ze Lutrell beter aan de Taliban uit kunnen leveren. Zij handelden vanuit wat voor hen rechtvaardig was en dat was het goede doen, de gast beschermen. Een positieve insteek zo op het eerste gezicht. Is goed doen altijd goed?

Goed doen doet goed, maar wat is goed? Wie bepaalt wat goed is? En op basis waarvan? ‘Wie goed doet, goed ontmoet’, luidt het gezegde. Zou dat ook gelden als christenen, moslims, hindoeïsten, socialisten, communisten of bolsjewisten deze vragen anders beantwoorden?

Hoeveel doden zijn er niet gevallen in godsdienstoorlogen, in de strijd voor de (nationaal) socialistische heilstaten. Beroepen de jihadisten, als meest vergaande vorm van moslimfundamentalisme, zich ook niet op het goede en dus rechtvaardige? Al zullen er niet veel andere mensen zijn die dit ‘goede’ als goed beoordelen. Worden minder aantrekkelijke zaken door hen die zich beroepen op het goede niet vaker verdedigd met het beroep op dat goede doel?

Hebben die stromingen misschien allemaal een ander beeld van dat wat als goed wordt gezien? Vraagt goed doen vanuit een ‘goed doel’ niet om goed uitkijken? Of dat doel nu hemel of heilstaat is?

Een Glazen bol

In een artikel in Trouw betoogt JOVD-voorzitter Matthijs van de Burgwal dat Turkije op vele punten niet voldoet aan de eisen voor toetreding. Zo is het slecht gesteld met de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en weigert Turkije om Cyprus te erkennen. Het land is duidelijk niet klaar om lid van de EU te worden, aldus Van de Burgwal.

Glazen bolFoto: grenswetenschap.nl

Van de Burgwal heeft gelijk dat Turkije niet klaar is om lid te worden als het niet voldoet aan de voorwaarden. Dat andere landen, die ook niet aan de huidige eisen voldoen, wel al lid zijn doet nu niet terzake. Als je eisen stelt moet je ze handhaven. Landen die er niet aan voldoen en wel al lid zijn, zouden onder druk moeten worden gezet om er wel aan te gaan voldoen zodat uiteindelijk ieder land aan de eisen voldoet.

“Het is aan de Nederlandse regering om van 14 december 2015 écht een historisch moment te maken en een definitief veto uit te spreken tegen Turkse toetreding tot de Europese Unie,” aldus Van de Burgwal. Wordt het dan niet een ander verhaal? Een ander verhaal omdat definitief een definitieve uitspraak is?

Heeft Van de Burgwal een glazen bol waarin hij kan zien dat Turkije nooit en te nimmer aan de toelatingseisen zal voldoen? Want dan kan definitief worden bepaald dat Turkije nooit kan toetreden.

Zonder deze ‘glazen bol’ wekt zo’n uitspraak bevreemding. Wat als Turkije aan alle eisen voldoet? Sterker nog, als beste van alle landen op de lijstjes scoort? Mag het land dan nog steeds geen lid worden van de EU? Als dat niet het geval is, dan zijn er nog andere toelatingseisen of criteria, maar welke zijn dat dan?

Als Turkije voldoet aan de eisen, wil worden toegelaten en het niet wordt, dan is het een ander verhaal. Dan wil de EU Turkije niet als lid. In dat geval maakt het niet uit wat Turkije doet en hoe goed het op welke ranglijst dan ook scoort. Als dat het geval is, dan kan het beter meteen worden gezegd. Liefst met redenen waarom niet. Dat scheelt veel geld en energie.

Is er bij Van de Burgwal sprake van een glazen bol of wil hij Turkije om welke reden dan ook, er niet bij?

246 soorten kaas

In gesprek met een medelezer van de Correspondent stelde deze de volgende vraag: “Wat ik mij hierbij dan wel altijd afvraag is, waarom het al die Arabische landen in de periode van de dekolonisatie nooit gelukt is een goed en sociaal onderling samenwerkingsverband te organiseren. 

KaasIllustratie: petersekaas.nl

Een interessante vraag en dan is een woordenboek soms verhelderend. Je kunt de betekenis van een woord opzoeken. Land leverde niet veel op dus toen maar een equivalent, staat, opgezocht: “door een geordend gezag geregeerde en bestuurde volksgemeenschap. Belangrijk woord in deze verklaring is volksgemeenschap en dus het woord volk. Dit woord kent meerdere verklaringen waarvan de eerste luidt: “historisch gegroeide gemeenschap van erfelijk verwante mensen met min of meer gelijke taal en gewoonten.”  Vooral het ‘historisch gegroeid’ is interessant.

Na de val van het Ottomaanse rijk in 1914, verdeelden Engeland en Frankrijk wat wij het Midden Oosten noemen, onder elkaar. De grenzen zijn behoorlijk willekeurig. Je kunt dit zien aan de rechte lijnen die lengte en breedte graden volgen. Daarom wonen er zoveel verschillende stammen in een land en is een stam vaak verdeeld over meerdere landen. Na de kolonisator, de gemeenschappelijke vijand, eruit te hebben gegooid, moesten ze plotseling een land zijn en dat waren ze nooit geweest.

Na dit stukje geschiedenis terug naar de vraag waarom deze landen niet goed onderling kunnen samenwerken. Land of natie is een Westerse uitvinding. De rest van de wereld had stammen die soms rijkjes en rijken vormden. Maar het leven speelde zich vooral af in de eigen stam. Zou het niet kunnen zijn dat de stap van stam naar volk en land niet is gezet? Zou het misschien kunnen zijn dat er geen ‘historisch gegroeide gemeenschap’ is in wat wij zien als een land? Wat bond hen behalve de vrees voor een dictator? Of zoals Generaal De Gaulle het ooit gezegd schijnt te hebben toen hij over Frankrijk sprak: “Het is moeilijk een land te regeren dat 246 soorten kaas heeft.”

In West Europa hebben we er enkele eeuwen over gedaan om een land of natie te worden. En vervolgens kostte het ons ongeveer een eeuw en twee wereldoorlogen om tot samenwerking tussen landen te komen. En gaat die samenwerking niet nog steeds met horten en stoten?

Kijken en gebruiken we misschien het verkeerde frame? Zou het kunnen zijn dat zij zich zien als lid van een stam en niet als ‘Syriër, Libiër of Irakees?  Zou het kunnen dat land, natie en staat niet in hun denken voorkomen? Zouden we ook nu kunnen leven zondere begrippen als land en staat?

Participatie-inkomen

De hoogleraren Gradus (economie) en Buijs (politieke filosofie) zien in Trouw de voordelen van een basisinkomen maar vrezen de onbetaalbaarheid. En een lager basisinkomen zou weer gepaard moeten gaan met aanvullende regelingen. Bovendien ontbreekt het christelijk-sociale uitgangspunt van wederkerigheid in solidariteit bij een basisinkomen, aldus de heren. “Dit brengt ons bij de gedachte van een participatie-inkomen. Alleen inwoners die actief bijdragen aan de samenleving ontvangen een participatie-inkomen.”

oordelen(Illustratie: artikelen.foobie.nl)

Beide heren geven wat voorbeelden van het leveren van een actieve bijdrage: werken, mensen die zich laten scholen (ook studenten), bepaalde vormen van vrijwilligerswerk (bijvoorbeeld in de zorg of het onderwijs) en ook de jongere ouderen (tot 75 jaar) zouden deels een participatie-inkomen moeten krijgen wat bekostigd moet worden door de Aow evenredig te verlagen. Dit om hen te stimuleren meer dan nu actief te participeren. Dit klinkt goed en past helemaal in de huidige ’participatiesamenleving’.

Maar toch. Wanneer draag je actief bij en wie bepaalt dat? Is het als vrijwilliger trainen van een team voetbalpupillen geen actieve bijdrage en hetzelfde doen als vrijwilliger bij een school wel? Is het zijn van bestuurslid van de fanfare geen actieve bijdrage? Is het zijn van voorzitter van de Rotary een actieve bijdrage? Is het verlamd op een bed liggen een actieve bijdrage? Is het vrijwillig schrijven van stukjes die mensen aan het denken zetten een actieve bijdrage?

Als we het basisinkomen nu eens als een gift zien? Zou van die gift dan niet net zoveel druk op wederkerigheid in solidariteit uit kunnen gaan? In vroeger jaren, en nu zelfs ook nog, verplichtte een gift tot een tegengift van minstens evenveel ‘waarde’.

Zouden de beide heren gevangen zitten in een frame dat de mens ziet als een calculerend wezen dat alleen zijn eigen belang najaagt?

Prikker, vrijdag 23 oktober 2015