Nationaliseer het onderwijs

Frank Kalshoven zou het interessant vinden als er een soort ‘franchise-formule’ zou komen die landelijk een paar honderd scholen zou exploiteren. Zo’n keten zou een landelijk trainingscentrum kunnen inrichten, wetenschappelijk kunnen experimenteren, schaalvoordelen benutten bij het inkopen van leermiddelen en ICT en beter personeelsbeleid kunnen voeren.  Die scholen zouden meer kwaliteit per euro kunnen leveren en de huidige scholen het goed lastig maken. Meer marktwerking dus. “Wat een walhalla zou dat kunnen zijn,” volgens Kalshoven in de Volkskrant.

FORTIS OVERNAME

Foto: www.nrc.nl

“Creatieve destructie, dat is precies wat het basisonderwijs nodig heeft,” dit concludeert Kalshoven. Creatieve destructie is een proces van voortdurende innovatie, waarbij door succesvolle toepassingen van nieuwe technieken, oude worden vernietigd. De auto die het paard met wagen verving bijvoorbeeld. Nieuwe plannen van staatssecretaris Dekker moeten het stichten van scholen aan de ene kant makkelijker maken en aan de andere kant het sluiten ervan als niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan.

Wat zouden de gevolgen van creatieve destructie via zo’n ketens zijn? Meer kwaliteit per euro kan, maar is dat een zekerheid? Hebben ervaringen in het MBO, HBO en WO niet laten zien dat het geld ook ergens anders aan kan worden besteed? Aan gebouwen bijvoorbeeld. Welk risico lopen ouders en kinderen als zo’n landelijke keten van bijvoorbeeld 200 scholen failliet gaat? Waar kunnen die kinderen dan onderwijs krijgen? Of moet dan de minister ingrijpen net zoals bij het ROC Leiden?

Leren ervaringen in ander sectoren, de financiële sector, de automobielindustrie enzovoorts, niet dat een markt alleen goed functioneert als er een sterke marktmeester is? En is dat niet juist de rol van de overheid. Moet de macht van die marktmeester niet toenemen naarmate de markt complexer is en dichter bij de mens zelf komt? Pleit dat dan niet voor een heel sterke onderwijsmarktmeester? Een meester die bovenop de markt zit?

Volgens Kalshoven zouden de franchise-scholen door hun omvang meer kwaliteit per euro leveren. Als dat zo is waarom dan niet één landelijke keten van scholen? Dan zou je toch de meeste kwaliteit per euro moeten krijgen?

En als we die sterke marktmeester en de kwaliteit per euro combineren. Zou dat er niet voor kunnen pleiten om deze taak te nationaliseren?

Wie zijn heden verprutst

“Het is erg wrang dat er nu zo veel werknemers in de zorg op straat komen te staan, terwijl deze cijfers uitwijzen dat we ze in de toekomst weer keihard nodig hebben.” Een uitspraak van de Limburgse gedeputeerde Daan Prevoo in Dagblad de Limburger als reactie op de laatste bevolkingsprognose. Die laat zien dat de Limburgse bevolking tussen nu en 2050 flink krimpt en veroudert. Dan staat tegenover één werkende één niet-werkende, nu is dat 3 op 2. Hierdoor zal de sociale zekerheid onder druk komen te staan, aldus onderzoeker Hans Kasper: “Minder mensen dragen actief bij aan bijvoorbeeld de bekostiging van uitkeringen. Hoe gaan we dat dan in de toekomst financieren?”

seneca  Illustratie: historiek.net

Nu is het bijzondere aan toekomstvoorspellingen dat het voorspellingen zijn en geen werkelijkheid. Tussen nu en 2050 liggen nog ruim dertig jaar. Dat biedt ruimte om er wat aan of mee te doen. Zou het nu niét ontslaan van de werknemers in de zorg, wat Prevoo lijkt te suggereren, in 2050 een oplossing bieden? Zouden veel van die werknemers dan niet zelf voor zorg in aanmerking komen?  Moeten de oplossingen in een andere richting worden gezocht?

Zou het verhogen van de kinderbijslag of het op een andere manier aantrekkelijk maken van het krijgen van kinderen een oplossing bieden? Als dat beleid nu wordt ingezet, dan levert dat veel extra jongeren en dus meer werkenden. Komen die vele leegstaande schoollokalen ook weer van pas.

Zou de technologische ontwikkeling niet een deel of misschien wel het gehele tekort aan arbeid kunnen oplossen? Zorgrobots die taken van mensen overnemen, administratieve processen die steeds verder worden geautomatiseerd en zaken die we ons nu nog niet voor kunnen stellen. Met andere woorden zou de behoefte aan arbeid niet ook af kunnen nemen? Zou nu daarin investeren over 30 jaar niet tot rendement kunnen leiden?

Met een gelijkblijvend nationaal (of provinciaal) inkomen (alleen voor inflatie gecorrigeerd) en dalende bevolking, stijgt het inkomen per hoofd van de bevolking. In meer dan dertig jaar kan nog veel gebeuren en is nog niets zeker. Of naar een goed Venloos gezegde: “det zit in wiej zek.” Is betaalbaarheid van sociale voorzieningen niet een kwestie van kiezen? Net zoals het nu een keuze was om te bezuinigen op zorg en dus de werknemers in de zorg op straat te zetten?

“Wie zijn heden verprutst, is de slaaf van zijn toekomst,” zei de Romeinse filosoof en staatsman Seneca. Zullen we het heden dan maar niet verprutsen?

Privileges of Principes

“Waarom kunnen wij in Europa niet met een programma komen waarbij deze laagopgeleide, over het algemeen jonge mannelijke vluchtelingen worden teruggestuurd naar de landen rondom Syrië en wij in plaats daarvan in Europa een aanzienlijk aantal in onze westerse samenleving meer kansrijke vluchtelingen (gezinnen met kinderen, getrouwde stellen en hoger opgeleiden) opnemen?” Dit idee oppert briefschrijver Joos de Wit in de Volkskrant. Een interessant idee, alleen vluchtelingen opnemen waarvan we verwachten dat ze daadwerkelijk gaan bijdragen aan onze samenleving.

EisenhowerIllustratie: www.brainyquote.com

Toch roept dit idee wat vragen op. Voor de kniesoor als eerste, hoe bepalen we of iemand kansrijk is? Een gezin met kinderen? Maar wat als al die kinderen een flinke beperking hebben? Hoe bereken je het nut van een individuele vluchteling? Zien we mensen zo niet als een middel in plaats van een doel?

Wat betekent dit voor de landen rondom Syrië? Hoe komt het over als wij de lusten nemen en zij de lasten? Zou dat er niet toe kunnen leiden dat samenlevingen daar destabiliseren omdat er een stuwmeer van ‘kanslozen’ ontstaat? Zou dat leiden tot uitzichtloosheid? En zou dat niet tot nog meer wanhoop leiden? En wellicht tot wanhoopsdaden? Zou dat niet een nog betere voedingsbodem voor wrok en wraak vormen? Wat zou de wereld dan over een aantal jaren te wachten staan? Als de verschillen tussen arm en rijk of kansrijk en uitzichtloos hierdoor nog verder zijn gegroeid?

Nu draaien we het eens om. Stel de landen rondom Syrië komen op ditzelfde idee. Zij houden de ‘succesvollen’ daar en sturen de ‘kanslozen’ deze kant op. Wellicht zou dat de samenlevingen aldaar positief beïnvloeden. Wat zou dat betekenen? Voor de westerse landen zou dat meer problemen betekenen. Maar verkeren wij niet in een veel betere positie om die problemen het hoofd te bieden dan de landen rondom Syrië? Zou dat ervoor kunnen zorgen dat de uitzichtloosheid aldaar vermindert? Dat er daar hoop en optimisme ontstaat? Wat zou dat voor de wereld betekenen? Zou tot een rechtvaardigere en eerlijkere verdeling in de wereld leiden?

Of wellicht de ‘kansrijken’ toch naar hier halen en stel dat alle westerse landen dit doen? Zou er dan een ‘markt’ voor potentieel aantrekkelijke vluchtelingen kunnen ontstaan? Een markt waar deze vluchtelingen ‘bij opbod’ verkocht kunnen worden? En met dat geld zou er rond Syrië iets gedaan kunnen worden voor de kanslozen? Of is dit slavernij?

Of moeten we luisteren naar de Amerikaanse generaal en president Dwight D. Eisenhower? “A People that values its privileges above its principles soon loses both.

ZZP’er avant la lettre

The Tragedy of the Commons, de tragedie van de gemeenschappelijke gronden of de meent en iets ruimer het gemeenschappelijke bezit. Een term gemunt door de Amerikaanse ecoloog Garrett Hardin. De grond, bijvoorbeeld een weide heeft een beperkte omvang en er kunnen dus slechts een beperkt aantal schapen op grazen. Overbegrazing zorgt ervoor dat de hele weide onbruikbaar wordt. Een schaap meer voor herder A betekent voor hem een hoger inkomen, dus zal herder A liever een schaap meer nemen. Voor het geheel betekent dit grotere kans op overbegrazing, dat risico ligt echter bij de hele groep. De rationele conclusie van herder A zal dus dat ene schaap meer te nemen. Dat gaat echter ook op voor alle andere herders en dus is overbeweiding onvermijdelijk. Zo is de redenatie van Hardin.

commonsIllustratie: www.themarysue.com

Hieraan moest ik denken toen ik het eerste, tweede en derde deel in de reeks columns van Frank Kalshoven in de Volkskrant las. Een reeks die handelt over een ander soort economie. In deel twee beschrijft hij in het kort de ‘Off the grid-economie’. Je koppelt je los van de bestaande economie en probeert zo zelfvoorzienend mogelijk te zijn. Dus je eigen energie/stroom opwekken, je eigen drinkwater regelen, je eigen afval verwerken en ook in je eigen voedsel voorzien. Hoe meer je dat lukt, hoe minder geld je nodig hebt en hoe minder je dus afhankelijk bent van de ‘reguliere’ economie.

Is er voldoende grond om iedereen zijn eigen voedsel te laten verbouwen? Want verliezen we dan niet het specialisme van de huidige landbouw? Een specialisme dat tot gigantische productiestijging heeft geleid. Zou dat te ondervangen zijn door bijvoorbeeld ‘Off the Grid’ dorpen? Dorpen waarin mensen samenwerken om gezamenlijk hun eigen voedsel te produceren? Een soort ‘collectieve boerderij’ of beter nog, een ‘collectief dorp’. Waar kennen we die ook al weer van? Alleen met dat verschil dat die, de kolchozen in de Sovjet Unie, van bovenaf werden verordonneerd. Zou dat een richting kunnen zijn om ‘Off the grid’ te leven? Zou dat geen schoolvoorbeeld van participatiesamenleving zijn?

Hoe nieuw is dat ‘Off the grid’ eigenlijk? Lijkt dat niet verdacht veel op de manier waarop het overgrote deel van onze voorouders eeuwenlang geleefd heeft? Een lapje grond met wat vee. Alles bij elkaar bijna genoeg om te overleven. De rest verkregen ze door de meent, de gezamenlijke gronden, wateren of bossen te gebruiken.

Maar ja, die gaan toch in de tragedie ten onder, volgens Hardin?  Inderdaad de meent ging in een tragedie ten onder waardoor velen in absolute armoede werden gestort en als dagloner moesten zien te overleven (de ZZP’er avant la lettre). Maar, kende de tragedie geen andere oorzaak dan die Hardin beschrijft? Ging de meent niet vooral ten onder omdat de landeigenaar er een hek omzette en de grond zelf in productie bracht? Omheining die mogelijk werd gemaakt omdat de opkomende parlementen (bevolkt door landeigenaren) dit mogelijk maakten. Betekende de onmogelijkheid om de grond nog gezamenlijk te gebruiken en dus het einde van de meent niet de poort naar armoede voor de oude ‘off the gridder’?

Het oude ‘Off the grid’ was geen keus maar een noodzakelijkheid. En geldt dat niet net zo voor ons huidige economische bestel? Dit bestel biedt heel veel keuze op triviaal niveau als het gaat over een pak wasmiddel, maar keuzemogelijkheid is er op het fundamentele niveau tussen “Off’ of “On the grid”? Is ons bestel niet erg eenzijdig ingericht en gericht op een leven ‘On the grid’? Is de keuze voor ‘Off the grid’ niet alleen mogelijk als je kiest voor een zeer sober bestaan als zwerver of als je voldoende kapitaal bezit? En hoe eerlijk is dat?

Wat zou er nu nodig zijn om mensen zelf te laten kiezen tussen “Off’ of “On the grid” zonder mensen tot dagloner te laten vervallen? Staat keuzevrijheid niet hoog in ons vaandel in onze westerse samenleving? Ja, maar dus niet op dit fundamentele niveau. Wij kunnen niet kiezen tussen vol blijven deelnemen aan de huidige tredmolens als ene uiterste en volledig individueel ‘Off the grid’ gaan als andere uiterste en alle varianten ertussen in. Daar is ons economische, sociale en maatschappelijke systeem niet op ingericht. Hoe groot is dan onze vrijheid om zelf te kiezen hoe we ons leven willen inrichten?

Zou een basisinkomen een nieuwe vorm van ‘meent’ kunnen zijn om ieder van ons die vrijheid te geven?

For the times they are a-changin’

“Het beheren van een camping is natuurlijk geen kerntaak van een gemeente. Vandaar ook dat ze in de jaren negentig massaal van de hand werden gedaan in Nederland. Een gemeentecamping is niet meer van deze tijd …” Zo valt te lezen in een artikel in Dagblad de Limburger van vrijdag 8 januari 2016, waarin de worsteling van de gemeente Peel en Maas om de gemeentelijke camping de Heldense Bossen te verkopen wordt beschreven.

Inderdaad is er geen wet die gemeenten verplicht om een camping te bezitten en te exploiteren en dus is het geen kerntaak. Maar gemeenten doen toch meer dan wat de wet hen opdraagt? Een voetbalstadion of wat normaler, een sportcomplex is ook geen kerntaak en toch worden deze door menig gemeente beheerd. Waarom een camping niet en een sportveld of stadion wel?

Interessante vragen maar veel interessanter is de vraag wie bepaalt wat van deze tijd is en wat niet meer? Het is toch niet zo dat een camping niet meer van deze tijd is? Waarom is een door een particulier of bedrijf beheerde camping wel van deze tijd en een door de gemeente beheerde niet? Waarom is een gemeentelijke camping niet meer van deze tijd maar zijn gemeentelijke camperplaatsen dat wel? Heeft dat ermee te maken dat een camper zelf kan rijden?

Waarom denkt het overgrote deel van de Franse gemeenten daar anders over? Loopt de tijd in Frankrijk anders? Als de rest van Nederland de camping al twintig jaar geleden van de hand heeft gedaan, heeft Peel en Maas dan twintig jaar in een andere tijd geleefd dan de rest van Nederland? Zou het ook kunnen zijn dat de gemeente Peel en Maas nu wel bij de tijd is door juist wel een gemeentecamping te hebben? Moeten de andere gemeenten als de wiedeweerga een camping gaan beheren?

Vreemd begrip de tijd, of moet ik zeggen vreemd argument? Of ben ik niet meer van deze tijd? Maar ja, dan leef ik maar in een ander tijd en wellicht komt die ooit. Want zoals Bob Dylan zingt: ‘For the times they are a-changin’.

De kleur van je T-Ford

“Het aantal vrijwilligers en stagiaires bij podia liep op van 5 duizend in 2005 naar ruim 9 duizend in 2014. Het aantal werknemers in loondienst daalde daarentegen juist van bijna 10 duizend naar ruim 8 duizend personen vorig jaar.” Dit valt te lezen in een artikel in de Volkskrant. De podia hebben zich zo met succes gehandhaafd in een periode waarin de subsidie landelijk werd gekort met 13% en het economisch tij ook nog eens flink tegen zat. Waarlijk een knappe prestatie. En niet alleen podia, ook musea en andere culturele instellingen maken, gedreven door bezuinigingen, steeds meer gebruik van vrijwilligers. Zo kunnen ze het hoofd boven water houden. Knap, maar toch …

t-fordFoto: carstyling.ru

Toch knelt het. Is er hier geen sprake van verdringing waarbij werk wat eerst door betaalde krachten werd gedaan, nu door vrijwilligers of stagiaires wordt overgenomen? Moeten we daar blij mee zijn? Welke toekomst is er voor de betaalde krachten die hun baan verloren? En voor die stagiaires? Hebben die wel uitzicht op betaald werk bij de podia? Of worden ze misbruikt met als ‘verleiding’ dat ze nuttige werkervaring opdoen die ze weer op hun CV kunnen vermelden? Iets waaraan steeds meer organisaties en bedrijven zich schuldig maken. Zo hebben ze immers een gratis werknemer. Moeten we blij zijn met deze ontwikkeling?

Hoe strookt dat met het adagium dat betaald werk het toppunt van maatschappelijke participatie is? Natuurlijk, vrijwilligerswerk is ook goed, als je daarnaast maar naar betaald werk zoekt. Knelt het hier niet op een fundamenteel niveau? Op de tegenstrijdigheid tussen de participatiesamenleving waarbij we ‘voor onze naaste’ moeten zorgen en ons vrijwillige steentje moeten bijdragen aan de ene kant. En juist het ‘heilig’ verklaren van betaald werk aan de andere. Hoe moeten we deze trend nu beoordelen?

Zou een basisinkomen die tegenstrijdigheid kunnen oplossen? Geeft dat mensen niet keuzevrijheid? Keuzevrijheid die nu lijkt op de keuze uit kleuren bij de oude T-Ford: alle kleuren zijn mogelijk als het maar zwart is. Maakt dat het niet mogelijk om te kiezen voor meer geld (betaald werk) aan de ene kant en je volledig voor anderen inzetten aan de andere kant en alle varianten daartussen? Dan kan iedereen zijn eigen kleur T-Ford kiezen.

Free to Choose

Maar de allergrootste boosdoener was toch wel internet, aldus het bedrijf zelf.” Zo valt te lezen in de Volkskrant En dat bedrijf is Macintosh, een conglomeraat van schoenenwinkels onder verschillende vlaggen. Al die verschillende ‘vlaggen’ zijn nu failliet en er wordt gezocht naar partijen die deze ‘vlaggen’ of delen ervan willen overnemen. Na V&D alweer een ‘winkelbedrijf’ dat het niet redt. Of met die reddingspogingen alle personeelsleden en vestigingen gered kunnen worden is de vraag.

EsscherIllustratie Esscher gevonden bij: william-wright.com

Als dit leidt tot sluiting van winkels in steden, dan zal de druk op die steden toenemen om ‘iets aan de leegstand’ te doen. De stad moet toch aantrekkelijk en leefbaar blijven? Daarover zullen zowel de achterblijvende winkeliers als de inwoners van die steden het eens zijn. De winkeliers, omdat zij een boterham willen verdienen en de inwoners, omdat die door een gezellige en levendige stad willen slenteren. Een stad met leuke winkels, restaurants en terrasjes.

Gingen kleine dorpjes de steden hierin niet al voor? Met als laatste de bakker die de deuren sloot? Een sluiting die tot verontwaardiging leidde want waar moest je nu je brood halen? De gemeente moest er toch iets aan doen? Maar waarom sloot die bakker? Sloot die niet de deur, omdat het grootste deel van de dorpelingen hun brood bij de supermarkt meenamen, dat was makkelijk en ook nog goedkoper? En was die bakker wel handig als je iets was vergeten?

Veranderend koopgedrag, die laatste bakker en alle andere winkeliers uit de kleine dorpjes die voor hem sloten, weten erover mee te praten. En zoals, uit de geciteerde zin blijkt, verandert het koopgedrag onder invloed van internet. Steeds meer wordt via het net gekocht.

Je kunt je geld toch maar een keer uitgeven? Gaat iedere euro aan schoenen via het net niet ten koste van een schoenenwinkelier in de binnenstad? Moet er dan niet iemand sneuvelen? En zal dat niet de winkelier zijn met personeel en een duur pand in een binnenstad? Want is een loods op een industrieterrein en wat logistieke medewerkers niet veel goedkoper? Leidt dat niet tot leegstand en een minder aantrekkelijke binnenstad? Iets waar de gemeente dan weer iets aan moet doen?

Ligt de sleutel hiervoor niet bij onszelf als consument? Willen we niet aan de ene kant het gemak en de lage prijs van internet en aan de andere kant een gezellige binnenstad? Is ook niet hier de universele paradox: you are free to choose but you are not free from the consequence of your choice, van toepassing?

Lenen, lenen, lenen

De Europese Centrale Bank heeft als hoofddoelstelling het handhaven van prijsstabiliteit in de Euro-zone. Dit is nader ingevuld door het streven naar 2% inflatie. Nu ligt de inflatie onder die 2% en zelfs bijna onder 0%. Daarom wordt er om actie gevraagd van de ECB.

Zo ook door voormalig hoogleraar economie aan New York University Melvyn Kraus. In de Volkskrant pleit hij voor meer actie van de ECB en die ziet hij niet: “De inflatie in de eurozone ligt ver onder de taakstelling. En als we afgaan op het magere pakket aan stimuleringsmaatregelen dat is overeengekomen in de vergadering van het ECB-bestuur in december, lijkt de centrale bank van Europa geen haast te maken om deze toestand recht te zetten.” Kraus heeft een punt, een instelling heeft een doel en moet dat nastreven. Of?

Inderdaad is de hoofddoelstelling van de ECB prijsstabiliteit. De 2% is daarvan een afgeleide en wat is dan belangrijker? Want zijn bij een lagere inflatie of zelfs 0% de prijzen niet nog stabieler dan bij een inflatie van 2%?

Waarom is er prijsstabiliteit bij een inflatie van 2% en niet als de inflatie 1,5% of 2,5% is? Zou het kunnen omdat een lichte inflatie (dus prijsstijging) mensen aanzet tot consumeren? Vandaag kan ik voor dezelfde Euro immers meer kopen dan morgen of volgend jaar. En zou het kunnen dat consumptie bijdraagt aan de, in het huidige denken, broodnodige economische groei? Want bij dalende prijzen wachten we toch met geld uitgeven? Maar, vandaag heb je toch ook eten, drinken, energie, kleren etcetera nodig? Stellen we de aankoop daarvan allemaal uit omdat het morgen goedkoper is?

Zou het ook kunnen dat door een lichte inflatie, de toenemende schulden betaalbaar blijven? Met de geleende Euro kan ik vandaag immers meer kopen dan morgen. En groeit de economie hier niet ook door? En wat voor mij geldt, gaat ook op voor de overheid en de staatsschuld. Dus omdat bij een lichte inflatie de schuldenberg kan blijven groeien, zonder dat de schuldenaar in al te grote problemen komt? De economie groeit toch en kan zo de schuldenaar niet het meerdere inkomen uitgeven aan aflossing van de schulden?

Is dat niet het kenmerk van het huidige economische systeem: schulden maken om te groeien om vervolgens die schulden met groei weer af te betalen? En moet er daarom sprake zijn van lichte inflatie? Of om Youp van ’t Hek uit zijn voorstelling Mans Genoeg uit 1983, aan te halen: “lenen, lenen, lenen, betalen, betalen, betalen.”

 

 

Paardenraces

In een artikel over het faillissement van V&D in de Volkskrant zegt Guido van Woerkom, de voorzitter van Detailhandel Nederland: “Als V&D geen doorstart maakt, zal de leegstand oplopen. Dat doet afbreuk aan de aantrekkingskracht op het winkelend publiek.” En daarom wordt het een hels karwei voor gemeenten om hun binnenstad vitaal te houden. Want die binnenstad moet natuurlijk wel aantrekkelijk blijven, anders komen er nog minder mensen en moeten de andere winkels (de achterban van Van Woerkom) ook hun deuren sluiten. Dus actie is gewenst.

PaardenracesFoto: bet.nl

Maar waarom de gemeenten? De consument koopt zijn spullen bij andere, veelal digitale, winkels en de fysieke winkels verliezen omdat ze duurder zijn. En dat leidt tot leegstand. Is dat niet gewoon een gevolg van de zo bejubelde marktwerking?Waarom zou de overheid hier iets aan moeten doen?

Niets zal menigeen zeggen, maar de lege binnenstad, dat is wel een overheidsprobleem. zoals ook Van Woerkom zegt. Maar waarom is het gevolg, leegstand, van marktwerking ineens wel een overheidsprobleem? De V&D panden zijn in bezit van beleggers en is het niet hun probleem? Waarom zouden gemeenten het voortouw moeten nemen om het bedrijfsrisico van deze beleggers op te lossen?

Zijn het niet de winkeliers en ondernemers die zoveel mogelijk mensen willen lokken en daarom een aantrekkelijk centrum willen? Veel gemeenten gaan hierin mee, maar is dit wel een overheidsbelang? Leidt die concurrentie niet tot ‘verketenisering’ van binnensteden? Een streven waarbij iedere zichzelf respecterende stad toch minstens een V&D, Bijenkorf, Primark enzovoorts moet hebben omdat dit publiekstrekkers zijn? Wat is het algemene belang van deze geldverslindende concurrentie tussen steden?

Aan de andere kant de digitale winkels die zich veelal willen vestigen op een van die industrieterreinen langs een snelweg. Is er gemeenten niet ook veel aan gelegen die te trekken? En staan de bestuurders niet te jubelen als ze zo’n grote speler gelokt hebben? Zo’n concurrent van de binnenstad? En concurreren gemeenten niet ook met elkaar om die bedrijven te lokken?

Gemeenten wedden en concurreren op twee paarden? Ze spreiden hun risico kun je zeggen en dat lijkt positief. Maar wat als alle gemeenten het wedden aan de ondernemers overlaten?

Veel vragen

Op deze eerste dag van het jaar wil ik jullie, mijn lezers het allerbeste toewensen. Dus veel geluk, liefde, voorspoed, maar vooral veel nieuwsgierigheid: het verlangen om te weten. Want ligt dit verlangen niet aan de basis van de wetenschap: het weten of kennis met een ander woord. En is kennis niet meer dan alleen het weten? Is kennis niet weten, doordenken en begrijpen? Is dat in eerste instantie niet alles betwijfelen wat je ziet, leest of hoort? Is dit niet het bevragen en het van alle mogelijke perspectieven bekijken van waar je mee wordt geconfronteerd?

NieuwsgierigheidFoto: www.menselijk-lichaam.com

Is dat niet wat we nodig hebben om de problemen van onze tijd het hoofd te kunnen bieden? Problemen zoals het omgaan met verschillen, door anderen ook wel integratie of inburgering genoemd? Zou nieuwsgierigheid naar de ander ons niet kunnen helpen om hem of haar te begrijpen? Om de wereld eens vanuit zijn of haar oogpunt te bekijken? En zou dat die andere niet helpen om de wereld achter jou te leren kennen? Zou dat niet tot herkenning van overeenkomsten en begrip voor verschillen kunnen leiden? Zou die herkenning en begrip voor de ander er niet toe kunnen leiden dat er heel andere oplossingen voor die problemen mogelijk zijn?

Zou dat niet ook kunnen helpen bij de ervaren ‘democratische’ crisis in Nederland? U weet wel de ‘kloof’, de gevoelde onbetrouwbaarheid van politici en bestuurders, het betrekken van mensen bij het zoeken naar oplossingen enzovoort.

En niet alleen bij het omgaan met verschillen binnen een land? Zou dat ons niet verder helpen bij de zoektocht naar rechtvaardige en eerlijke oplossingen? Bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? Of de nog altijd sluimerende Griekse, maar eigenlijk financiële en bankencrisis? Zou dat niet kunnen helpen bij de  crisis in de Europese Unie? Zou dat ook niet kunnen helpen bij het zoeken naar oplossingen voor de problemen in het Midden-Oosten en in Afrika?

Maar ach, daar hebben wij geen invloed op. Of toch wel? Wat als wij die nieuwsgierigheid gaan betrachten in ons eigen leven? Als wij geen mening meer geven over iets, maar er vragen bij stellen? Wat zou dat voor een effect hebben op de mensen om ons heen? Hoe zouden die mensen hierop reageren? Wat als zij dit over zouden nemen? Zou dat niet onze invloed op de ‘wereldproblemen’ kunnen zijn?

De Ballonnendoorprikker blijft vragen en bevragen. Doen jullie mee? Ik wens jullie veel vragen toe.