De paradox van de miljardairsfilantropie

Stel je wilt filantroop worden. Waaraan kun je dan het beste je geld uitgeven? Die vraag heb ik enige tijd geleden besproken, aan de hand van het boek Doing Good Better van William Macaskill. Ik moest hieraan denken toen ik het pleidooi van Maite Vermeulen bij de Correspondent las, of eigenlijk beluisterde. Vermeulen komt namelijk met een ‘goed doel’ dat volledig buiten de de scope van Macaskill, maar ook van de filantropische miljardairs als Zuckerberg en Gates ligt.

Maite VermeulenFoto: twitter.com

Vermeulen pleit, op basis van gesprekken met slumbewoners, voor bureaucratie. Ze pleit voor een goed werkend kadaster dat eigendommen registreert, een goed werkende belastingdienst die ervoor zorgt dat de verschuldigde belasting wordt geïnd, voor bouw en woningtoezicht dat ervoor zorgt dat er degelijk en veilig wordt gebouwd. Ze zou ook nog de arbeidsinspectie, gezondheidsinspectie, een goed openbaar ministerie, betrouwbare politie en goede rechtspraak kunnen noemen. Eigenlijk voor al die zaken die wij zo gewoon vinden en waarvan we soms ‘hinder’ ondervinden. Allemaal zaken die we kunnen vatten onder het Engelse begrip Rule of Law, de heerschappij van de wet. Een begrip dat inhoudt dat iedereen voor de wet gelijk is en ook als zodanig behandeld wordt.

Even terug naar die filantropische miljardairs. Eentje ervan, Bill Gates, was enkele weken geleden in Nederland op bezoek. In een interview met de Volkskrant vertelde hij dat hij zich richt op de armsten van de wereld. En een van de manieren waarop hij dat doet, is onderzoek naar bijvoorbeeld schone energie. Gates: “We hebben twintig landen zover gekregen dat zij hun onderzoeksbudget hebben verdubbeld. Natuurlijk steunen we start-ups overal ter wereld die een doorbraak op het gebied van schone energie weten te forceren. Maar als we moeten kiezen, zullen we eerder investeren in landen waarvan de overheid heeft meegedaan aan de budgetverdubbeling.”

Stel Maite Vermeulen begint een project gericht op de opbouw van Rule of Law en ze klopt bij Gates aan voor financiële ondersteuning. Zou Gates, of een van die andere miljardairs, dit financieren? Zouden zij de opbouw van belastingdiensten, kadasters, rechtbanken, arbeidsinspecties, bouwtoezicht en dergelijke steunen? Wetende dat juist hun bedrijven profiteren van het ontbreken hiervan. Wetende dat juist hun bedrijven in de VS en Europa lobbyen voor het behoud van allerlei schimmige belastingconstructies en tegen overheidsbemoeienis.

Een paradox voor de miljardairsfilantropie: help je mensen en landen ook als dat ten koste gaat van het eigen- of bedrijfsbelang?

Eigen gras

Ernst-Jan Pfauth, correspondent zelfverbetering, had zich voorgenomen om een marathon te lopen. En in de training voor de marathon trainde hij, zoals wordt geadviseerd, in een iets lager tempo dan natuurlijk voor hem voelde. Dit ging goed, totdat hij werd ingehaald. Dan wilde hij de snelste zijn met als resultaat blessures en hij heeft nog steeds geen marathon gelopen.

gras

Foto: zoom.nl

Deze persoonlijke onthulling deed hij in een artikel bij de Correspondent met als titel:  “Stop toch met jezelf eindeloos met anderen te vergelijken.”  Want juist dat vergelijken met anderen en het streven om minstens even goed en liever beter dan anderen te zijn, leidt zelden tot nooit tot het gewenste resultaat, aldus Pfauth die zich baseert op een zelfhulpboek De moed van imperfectie van de Amerikaanse Brené Brown.

Volgens Brown en Pfauth leidt dit niet tot resultaat, omdat je je succes afmeet aan dat van anderen en er zijn altijd anderen die het beter voor elkaar lijken te hebben. Bovendien ga je je dan gedragen zoals je denkt dat anderen willen dat je je gedraagt en zo negeer je wat je echt wil. Het gras is bij de buren immers altijd groener. Nee, je kunt betere maling hebben aan hoe je je verhoudt tot anderen en je richten op wat je intrinsiek voldoening heeft.

Een goed te volgen betoog dat een vervolgvraag oproept. Als het voor een persoon beter is om zich niet te vergelijken met anderen, zou dat voor samenlevingen, landen maar ook streken en steden, niet ook gelden? Waarom wil een stad de meest toeristische zijn? Of de beste binnenstad hebben? De groenste gemeente zijn? De logistieke hotspot zijn? Waarom doen ze mee aan dergelijke wedstrijden? Waarom hechten ze zoveel waarde aan hun score in de Atlas der gemeenten? En geldt hetzelfde niet ook voor landen?

Maar vooral voor economieën? Waarom moet ‘Nederland’ de concurrentie met ‘China’ aangaan? Als de economie alsmaar moet groeien om anderen voor te blijven en onze (wie is trouwens die onze?) ‘concurrentiepositie’ te handhaven en te verbeteren, groeien we dan niet alleen maar om anderen voor te blijven? Lopen we dan niet een grote kans om, net zoals Ernst-Jan die andere lopers voor wilde blijven, geblesseerd te raken? Vertoont onze maatschappij al kenmerken die op blessures duiden?

Zullen we ook hier stoppen met vergelijken en onze trots ontlenen aan ‘ons eigen gras’ en niet dat van de buren?

Je verwacht meer

“Een groot Amerikaans advocatenkantoor gaat de strijd om schadevergoeding voor door VW gedupeerde beleggers aan via Nederland.” De eerste zin van een uitgebreid artikel in de Volkskrant. Deze beleggers vinden dat zij de dupe zijn van de affaire met de ‘sjoemelsoftware’ die vorig jaar groot nieuws was. Auto’s van Volkswagen bleken een stukje software te bevatten dat kan ‘ruiken’ als het aan testapparatuur wordt gekoppeld. De motor ging dan over op een energiezuinige en uitstoot-vriendelijke modus. De auto kon zo als milieuvriendelijk worden verkocht terwijl de werkelijkheid anders was. En verkopen deed Volkswagen, wellicht mede hierdoor.

volkswagen-clean-diesel-550Illustratie: www.autoblog.nl

De beleggers vinden dat zij door deze sjoemelsoftware zijn gedupeerd. Sinds het uitkomen van deze affaire zijn de aandelen flink in waarde gedaald. Bovendien hangt VW een stevige boete en schadevergoeding aan gedupeerde kopers boven het hoofd. En dat gaat ten laste van de winst en weer de waarde van het aandeel. Inderdaad, de waarde van de aandelen is fors verminderd en de verkoopbaarheid van het aandeel is wellicht verminderd. Dus terecht dat de beleggers voor een schadevergoeding gaan strijden. Of niet?

Zijn de aandeelhouders niet medeverantwoordelijk voor de sjoemelaffaire? De aandeelhouders zijn immers eigenaar van het bedrijf. Zij hebben een flinke vinger in de pap bij de benoeming van de raad van commissarissen. Die raad heeft als taak toe te zien op de bedrijfsvoering en benoemt het bestuur van het bedrijf. Zijn die commissarissen niet de eersten waarbij de aandeelhouders zich moeten melden als zij vinden dat er iets niet goed is gegaan?

Hebben aandeelhouders niet ook flink geprofiteerd van de fraude door VW? Door die fraude ging het heel goed met VW, wellicht beter dan dat het zonder de fraude zou zijn gegaan. Heeft dit de aandeelhouders niet extra rendement opgeleverd? Onverdiend extra rendement naar nu blijkt, maar nog steeds rendement dat in de zakken van de aandeelhouders is verdwenen. Zouden de aandeelhouders ook bereid zijn dit extra rendement terug te betalen? Het was immers niet verdiend.

Moeten niet juist de aandeelhouders, als eigenaren, voor de schade opdraaien? Zij hebben in goede tijden (voor het uitkomen) geprofiteerd van de fraude en willen nu, in slechte tijden, hun risico op anderen afwentelen. Maar wie is die andere? Het VW-concern zijn ze toch zelf? Je verwacht meer als je Volkswagen rijdt, aldus de reclame. Zou dat ook voor Volkswagen-aandeelhouders gelden?

Van de regen in de drup

De Nederlander krijgt het druk. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is bedoeld om veel meer ondersteuning en zorg door vrijwilligers en mantelzorgers te laten verrichten. Dit om alles betaalbaar te houden.

Stress

Illustratie: 855winthecase.com

Nu wordt er ook gewerkt aan een nieuwe Omgevingswet waarin de overheid zich ook terugtrekt. Wil je iets bouwen, dan moet je draagvlak zoeken. Dit klinkt mooi, maar heeft ook een andere kant. Wil je voorkomen dat iets wordt gebouwd, dan moet je dat ook zelf organiseren. Martin Sommer omschreef het in de Volkskrant als volgt: “Van de omgevingswet moeten we straks, als we vader zijn steunkousen hebben uitgetrokken, naar het buurthuis om de plannen van de projectontwikkelaars te bespreken.”

Maar daarmee zijn we er nog niet. In diezelfde Volkskrant stelt Frank Kalshoven vast: dat Nederland er lekker van zou opknappen als we erin zouden slagen het totaal aantal gewerkte uren te laten toenemen.” Zo krijgen we meer inkomen om bijvoorbeeld een energietransitie te betalen, vluchtelingen op te vangen, de AOW te verhogen, beter te eten en drinken of de schulden af te lossen. Heb je schoolgaande kinderen, dan verwacht de school dat je je actief inzetDat verwacht de sport- en/of culturele vereniging trouwens ook.

Sommer constateert:“De energieke burger is permanent bekaf.” En dat leidt weer tot meer ziekteverzuim en hogere ziektekosten. Ook krijgen de collega’s van de zieke het nog drukker, net als zijn sociale omgeving. Een neergaande spiraal.

Nederland zou lekker opknappen als er meer uren betaald worden gewerkt. Daarmee zullen veel economen en politici het eens zijn. Is het niet vreemd dat veel van diezelfde economen en politici zich ook kunnen vinden in die Wmo en de Omgevingswet? Vreemd omdat juist deze wetten leiden tot de vernietiging van banen? De Wmo omdat veel werk, en dus banen, als bijvoorbeeld huishoudelijke hulp worden geschrapt. Dat werk moet maar door vrijwilligers en mantelzorgers worden gedaan. Dit schrappen leidt tot minder betaalde uren en de druk op vrijwilligers en mantelzorgers zou ook wel eens tot minder betaalde uren kunnen leiden. En de Omgevingswet omdat hierdoor veel overheidsbanen en dus gewerkte uren verdwijnen. En zou het aantal gewerkte uren niet ook afnemen door de druk die zo op de burger wordt gelegd?

Raken we zo niet van de regen in de drup? Tijd voor herbezinning?

Werken aan geluk

“Werken maakt niet gelukkig. Studeren ook niet. Het zijn vervelende activiteiten. We doen ze omdat het moet. Als het kon, dan stopten we er direct mee.” De eerste alinea uit een artikel van Mathijs Bouman in het Financieel Dagblad. Vrijen en dansen maken wel gelukkig. Hij haalt een artikel van twee economen in het Economic Journal aan. Zij hebben een app ontwikkeld, de ‘Mappiness’ en mensen een paar keer per dag vraagt  wat ze op die momenten aan het doen zijn en hoeveel geluk zij ervaren. Zij willen zo geluk meten. Vrijen en dansen komen daar als geluksbrengers uit naar voren.

mappinessIllustratie: steamregister.com

Nu kunnen we eindelijk beleid maken gericht op geluk. Maar dan moet je geluk wel definiëren en dat doen zij. Geluk is: “een stroom van plezierige gevoelens die de mens van moment tot moment ervaart.” En niet de mate waarin iemand tevreden is met zijn leven of het gevoel van doel, betekenis en eigenwaarde. En beleid maken?

Dat wordt toch wel lastig. Mensen worden ongelukkiger van ziek zijn en daar is niet veel aan te doen. En om te kunnen vrijen, moet je toch echt minimaal met z’n tweeën zijn. Bouman: “Dit onderzoek laat precies zien waarom geluk geen beleidsdoelstelling kan zijn. Met een verbod op werken en gratis condooms voor iedereen, komt het land niet veel verder.”

Bouman stelt: “De resultaten laten weinig ruimte voor twijfel.” Is dat wel zo?  Zo worden we van een museumbezoek ruim 8% gelukkiger volgens de onderzoekers. Als een museumbezoek werkelijk zo’n gelukstoename zou betekenen, waarom is het dan niet veel drukker in musea? Maar ja, mensen die musea haten, zullen geen museum bezoeken. Hun ‘ongeluk’ wordt zo niet gemeten. Worden op deze manier niet vooral positieve gebeurtenissen gemeten?

Bouman heeft een punt dat geluk geen beleidsdoelstelling kan zijn. Zeker niet als de meting voornamelijk positieve gebeurtenissen meet. Zeggen dergelijke uitkomsten niet alleen iets over activiteiten die iedereen moet doen en laat dat net de ‘geluksverhinderaars’ zijn, zoals werken of ziekte? Ziek zijn moet niet, maar je hebt geen keus?

Inderdaad komen we zonder werk niet verder. Zou het ‘ongelukscijfer’ voor werk niet aanleiding kunnen zijn om arbeid anders in te richten? Zouden we arbeid niet veel minder centraal moeten stellen? En zou de ‘vernietiging’ van vele banen en de schaarste aan werk, niet een tweede goede aanleiding zijn voor zo’n heroverweging?

Eenvoudige oplossingen

Voor de excellente, hoogbegaafde, top-presterende VWO-leerlingen komt er de mogelijkheid om het VWO in vijf in plaats van zes jaar te doen, zo valt te lezen in de Volkskrant. Een klein experiment op 2 scholen verliep succesvol en nu wordt het uitgebreid tot 25 scholen. Die scholen krijgen zelf veel vrijheid om die ‘versnelling’ in te vullen. Er was altijd al de mogelijkheid om extra vakken of modules te volgen. Daar komt nu de versnelling bij, omdat sommige leerlingen liever snel een diploma op zak willen hebben. Goed dat aan deze leerlingen extra mogelijkheden worden geboden. Maar… .

EcoFoto: www.quofataferunt.com

Kent het probleem van de excellente leerlingen niet een andere oorzaak? Is het niveau van het onderwijs de afgelopen decennia flink gedaald of wordt de mens steeds slimmer? Deze vraag stelde ik al eerder. Als de mens steeds slimmer wordt, moeten dan niet de eisen voor diploma’s worden verhoogd? Als we dat niet doen, dan is op termijn iedereen universitair geschoold. Maar wat zegt dat dan nog? Of is het niveau van het onderwijs gedaald? Dit wellicht om de beleidsdoelstellingen met betrekking tot onderwijs te halen.

Er zijn veel signalen die op dit laatste wijzen. Universiteiten geven studenten bijles wiskunde, omdat het niveau te laag is. Middelbare scholieren moeten om dezelfde reden taal en rekentoetsen maken. Nederland daalt op de Pisa-ranglijsten. Zou het aantal VWO’ers dat niet voldoende wordt uitgedaagd niet ook een signaal kunnen zijn van het dalende niveau? En kunnen de University Colleges niet ook als zo’n signaal worden gezien?  Een signaal van een dalend algemeen niveau van onderwijs?

Zouden we onze energie niet moeten richten op het verhogen van de eisen voor alle diploma’s? Niet alleen voor de excellente leerlingen, maar voor alle leerlingen? Dus minder, maar wel beter opgeleide VWO’ers. Beter opgeleide Havisten en meer en beter opgeleide VMBO’ers? Zou dit ons land niet veel meer opleveren? Zouden hiervan niet alle leerlingen profiteren door kwalitatief beter onderwijs? Door reëlere verwachtingen bij zowel de leerling als de samenleving met betrekking tot het kunnen van de leerling? Een oplossing die weliswaar leidt tot een daling van het aantal hoger opgeleiden, maar is dat erg? Zeker als die hogere opleiding voor het beschikbare werk niet nodig is.

Het versnellen van het VWO en ook het oprichten van ‘excellente universiteiten’ zijn manieren om tegemoet te komen aan de behoefte van de intelligente leerlingen en studenten. Een eenvoudige oplossing. Umberto Eco schreef in De Slinger van Foucault het volgende: “Voor ieder ingewikkeld probleem bestaat een eenvoudige oplossing en die is fout.” Zou dat hier ook het geval kunnen zijn?

Spijkers op laag water

De Britten mogen zich binnenkort uitspreken over hun deelname aan de Europese Unie. In Elsevier speculeert Jelte Wiersma over de mogelijke gevolgen hiervan. De Britten zorgen, volgens Wiersma, voor tegenwicht tegen het ‘corporatistische’ Duitsland en het ‘protectionistische’ Frankrijk door te hameren op vrijhandel en hun lidmaatschap is voor Nederland van het grootste belang. Zeker omdat na de Britten ook de niet-eurolanden, Zweden en Denemarken, uit de Unie zouden kunnen stappen. “Dat is voor Nederland een horrorscenario. De succesvolle protestantse pro-handelslanden in het noordwesten van Europa laten Nederland dan achter met een katholiek anti-vrijhandelsblok,” aldus Wiersma.

BrexitIllustratie: www.voxeurop.eu

Ooit legde Max Weber in zijn boek Die Protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus de relatie tussen het protestantisme en het kapitalisme. De hardwerkende protestanten investeerden hun verdiende geld in plaats van het te verjubelen, zoals katholieken deden. Zo vormden zij de motor van de bedrijvigheid, de handel en dus het kapitalisme. Deze theorie van Weber is altijd omstreden geweest. Was de rijkdom van de Italiaanse stadstaten immers niet ook gebaseerd op handel en bedrijvigheid? En waren deze niet gewoon katholiek? Wiersma lijkt Weber te volgen.

Stel dat het scenario dat Wiersma schetst werkelijkheid wordt. Moet Nederland, als protestants land dan ook de Unie verlaten? Maar wacht even. Wat moeten dan de van oudsher katholieke oostelijke en zuidelijke delen van ons land doen? Zich afscheiden omdat ze niet bij een protestantse pro-handelsnatie passen?

Het lijkt wel alsof Wiersma grote cultuurverschillen ziet tussen katholieken en protestanten. De geschiedenis bestuderend kon hij wel eens gelijk hebben. Katholieken en protestanten hebben zich eeuwenlang de tent uit gevochten. Noord-Ierland is hiervan het laatste nog smeulende voorbeeld. Maar had dit te maken met nijverheid en handel?

Wat moeten we dan met de Europese Grondwet? Die spreekt immers over een joods-christelijke cultuur. Waarbij de protestanten en katholieken op de christelijke hoop zijn geveegd. Wordt er, ook in de Elsevier van Wiersma, niet fel geprotesteerd tegen de komst van vluchtelingen omdat hun islamitische cultuur niet bij onze christelijke past?

Of blaast Wiersma zijn betoog op met grote, zware woorden en vooroordelen? Zoekt hij spijkers op laag water?

Meten met twee maten

In de Volkskrant een artikel over de jonge Haagse villawijk Vroondaal. Een wijk waar al een enkele villa staat, maar die vooral bestaat uit lege percelen. De wijk kwam ‘in de verkeerde periode op de markt’: net toen de economie in crisis schoot. Om wat aan die lege weilanden te doen en natuurlijk ook omdat het verkopen van die grond geld oplevert, komt de gemeente Den Haag nu met een nieuw idee: “Vermogende Chinezen en andere Aziaten die in Den Haag een energieneutrale villa kopen van 1,3 tot 1,6 miljoen euro, krijgen een waardevol welkomstgeschenk: een voorlopige verblijfsvergunning.”

OngelijkheidIllustratie: marketupdate.nl

Het mes snijdt aan twee kanten. De wijk en de gemeentekas worden gevuld en de rijke Aziaten gaan natuurlijk een deel van hun rijkdom uitgeven in De Haag. Dat is natuurlijk goed voor de middenstand en de economie. Een creatief plan, maar …

Hoe verhoudt zich dit tot de komst van vele vluchtelingen, die de gemoederen flink verhit? Voor de ene helft van het land zijn het er ‘teveel van een verkeerde religie en cultuur’ en de andere helft ‘heet ze van harte welkom’. Discussie vooral over de kosten en de zorgen met betrekking tot de (on)mogelijkheid tot integratie. Die vluchtelingen moeten toch een asielaanvraag indienen en dan afwachten of ze een verblijfsstatus krijgen? Moeten ze als statushouder vervolgens niet als de wiedeweerga zorgen dat ze de taal spreken, inburgeren en integreren?

Moeten deze ‘Chinezen en andere Aziaten’ ook de taal leren en inburgeren en integreren? Rijke Aziatische landgenoten kopen een verblijfsstatus en worden met open armen ontvangen. Liggen Syrië, Irak en Afghanistan niet ook in Azië? Hun arme landgenoten treft een heel ander lot. Worden aan die vermogenden ook taal -, inburgerings- en integratie-eisen gesteld of gaan we meten met twee maten?

Zou mijn moeder toch gelijk hebben, als ze de volgende uitspraak deed: ‘d’n duvel schiet altied op de groeëtsten haup’?*

 

 

 

* de duivel schijt altijd op de grootste hoop. Wat wil zeggen dat het geluk degenen die het al goed hebben, goed gezind is.

Zaaien en oogsten

Eigenbelang of hebzucht vervult een centrale rol in het economische denken. De ‘godfather’ van de economische wetenschap, Adam Smith verwoordde het zo: “Het is niet vanwege de welwillendheid van de slager, de brouwer of de bakker dat wij onze maaltijd verwachten, maar vanwege hun eigen belang. Wij doen geen beroep op hun menslievendheid, maar op hun eigenliefde en spreken nooit over onze noden, maar hun belangen. Alleen een bedelaar kiest ervoor om voornamelijk van welwillendheid van medeburgers afhankelijk te zijn.”

Die bakker verkoopt ons goed brood omdat we anders niet meer bij hem kopen, niet omdat hij zo graag goed brood maakt. Voor de bakkers onder de lezers, zo redeneerde Smith en tegenwoordig veel economen en politici. Ik zie ook een intrinsieke motivatie van Bakkerij Rutten om een een lekkere ‘Jocusmik’ te maken

RuttenFoto: https://www.facebook.com/BakkerijRutten

Op dit denken is een groot deel van onze samenleving gebouwd. Daarom is veel sociale wetgeving, zie bijvoorbeeld de Participatiewet, gebouwd op wantrouwen. Als het geld binnen is, zal de uitkeringsgerechtigde niet hard zoeken naar werk. Dus dat moet worden ‘afgedwongen’. Als je met een dergelijke bril naar de wereld kijkt, dan valt inderdaad op dat er mensen zijn die misbruik maken. De ‘brillendrager’ zal dat zien als een bevestiging van zijn gelijk. Wat hij niet ziet, is dat een veel groter aantal mensen geen misbruik maakt. Ziet hij dat wel, dan zal hij daarin ook een bevestiging zien van zijn gelijk. Dat goed gedrag wordt immers door de regels ‘afgedwongen’.

‘Zoals men zaait zo zal men oogsten’ luidt een Nederlands spreekwoord. Zouden we als we eigenbelang en hebzucht zaaien, door in onze regels uit te gaan van wantrouwen, niet ook eigenbelang en hebzucht en dus wantrouwen oogsten? De Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang ziet dit als een van de 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme. Hij zou het economisch stelsel op dit punt graag wat anders zien: “We moeten een economisch stelsel ontwerpen dat er weliswaar rekening mee houdt dat mensen vaak zelfzuchtig zijn, maar dat optimaal gebruik maakt van andere menselijke motieven en het beste uit mensen haalt.” 

Dat brengt mij bij de Braziliaanse ondernemer Ricardo Semler waarover ik al eerder schreef. Semler gelooft in de kracht van geluk en daar bouwde hij zijn bedrijf op. Voor hem staat vertrouwen centraal en hierdoor boort hij de kracht van mensen aan. Dat doet hij met succes. Laten hij en zijn medewerkers zo niet zien dat uitgaan van het goede in mensen goede resultaten oplevert? Zou uitgaan van het goede en dus vertrouwen in de sociale zekerheid betere resultaten opleveren? En wellicht tegen lagere kosten?

 

 

Staande ovatie

Gisteren haalde ik de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang aan. Chang is een bijzondere econoom. Want welke econoom zegt van zijn vak dat het voor 95 procent gezond verstand is dat ingewikkeld wordt gemaakt. En dat zelfs voor de resterende 5 procent geldt dat de essentie van de redenering in eenvoudige termen kan worden uitgelegd. Zijn boek 23 Dingen over het kapitalisme die ze je niet vertellen is het bewijs hiervan. Chang heeft een bijzondere en verfrissende kijk op zaken en onderbouwt die met argumenten en feiten.

OvatieFoto: www.operamagazine.nl

Zo heeft Chang een bijzondere en afwijkende kijk op de rol en functie van het onderwijs. Het Nederlandse beleid is gericht op het zo hoog mogelijk opleiden van de jeugdigen. Om een sterke, groeiende economie te behouden, moeten we het immers van de kennis hebben, de kenniseconomie heeft de toekomst.

Chang kijkt er wat anders naar: “Onderwijs is waardevol, maar de belangrijkste waarde is niet dat de productie verhoogt. Die ligt in het feit dat onderwijs ons helpt ons potentieel te ontwikkelen en ons in staat stelt een meer bevredigend en zelfstandig leven te leiden.” Als dat de belangrijkste functie van het onderwijs is, zou het onderwijs dan niet daarop gericht moeten zijn en niet op een plek op de arbeidsmarkt?

Chang gaat verder: “Als we ons onderwijs hebben laten groeien in het geloof dat het onze economie rijker zal maken, zullen we zwaar teleurgesteld worden want het verband tussen onderwijs en nationaal productiviteit is nogal vaag en ingewikkeld.” Om dit standpunt te ondersteunen verwijst hij naar Zwitserland. Een van de rijkste en meest geïndustrialiseerde landen van de wereld. Maar ook het land met verreweg het laagste percentage inschrijvingen voor het hoger onderwijs, aldus Chang.

Volgens Chang verspillen landen veel geld en middelen aan het streven om ‘iedereen’ hoger opgeleid te krijgen. De hogere opleiding is voor het beschikbare werk niet nodig, maar wel om met andere werkzoekenden te kunnen concurreren. Ook voor werk waarvoor een hogere opleiding eigenlijk niet nodig is. Zou dat de oorzaak ervan kunnen zijn dat veel mensen onder hun opleidingsniveau werken?

Chang maakt het beeldend: “Het stelsel van hoger onderwijs is in deze landen te vergelijken met een theater waar enkele mensen besloten te gaan staan om beter zicht te krijgen, waardoor ze anderen achter hen dwongen ook te gaan staan. Als eenmaal genoeg mensen staan, moet iedereen gaan staan, wat betekent dat niemand meer een beter zicht heeft terwijl iedereen het ongemak van staan ondervindt.”