Maatschappelijk belang

Carlijne Vos schrijft in het commentaar in de Volkskrant over het D’66 wetsvoorstel om de donorwet aan te passen. Nu moet iemand expliciet aangeven donor te zijn, als het wetsvoorstel wordt aangenomen, moet je expliciet aangeven géén donor te willen zijn.

orgaandonor

Illustratie: afvallen-gezondleven.nl

D’66 heeft dit wetsvoorstel opgesteld, omdat er te weinig donoren zijn om aan de vraag te voldoen. Hierdoor sterven mensen, omdat er geen passende donor is. Ongeveer 25% van de Nederlanders is donor terwijl uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft wel zou willen doneren. Meer donoren vergroten de kans dat er bijvoorbeeld een passend hart is voor een donor patiënt. Daarom zou het goed zijn als meer mensen zouden aangeven donor te willen zijn. Het wetsvoorstel kan eraan bijdragen, maar daar wil ik het nu niet over hebben.

Ik wil het hebben over het argument van Carlijne Vos in de afsluitende zin van het commentaar: “Het bezwaar dat mensen nu mogelijk ongewild donor worden omdat ze hun post niet open maken of wilsonbekwaam zijn, legt het af tegen het grotere maatschappelijk belang.”

Een van de taken van de overheid is om de zwakkeren te beschermen. Zijn de wachters op een donororgaan de zwakkeren die extra beschermd moeten worden? En wordt die bescherming met dit wetsvoorstel geboden? Zou de overheid niet juist de wilsonbekwamen moeten beschermen?

Deze passage roept meer vragen op. Creëert Vos niet een oneigenlijke tegenstelling om haar opvattingen kracht bij te zetten? De belangen van de wachters op een donororgaan noemt zij een maatschappelijk  belang. Geldt datzelfde niet ook voor de belangen van de wilsonbekwamen of de ongewilde donoren? Is dat niet ook een maatschappelijk belang? Wat maakt dat het ene een maatschappelijk belang is en het ander niet? Waarin zit dat verschil? Of zijn het allemaal individuen met belangen? Heeft de overheid niet ook de taak om voorzichtig om te springen met de belangen van mensen die zo ongewild donor worden?

Werken aan geluk

“Werken maakt niet gelukkig. Studeren ook niet. Het zijn vervelende activiteiten. We doen ze omdat het moet. Als het kon, dan stopten we er direct mee.” De eerste alinea uit een artikel van Mathijs Bouman in het Financieel Dagblad. Vrijen en dansen maken wel gelukkig. Hij haalt een artikel van twee economen in het Economic Journal aan. Zij hebben een app ontwikkeld, de ‘Mappiness’ en mensen een paar keer per dag vraagt  wat ze op die momenten aan het doen zijn en hoeveel geluk zij ervaren. Zij willen zo geluk meten. Vrijen en dansen komen daar als geluksbrengers uit naar voren.

mappinessIllustratie: steamregister.com

Nu kunnen we eindelijk beleid maken gericht op geluk. Maar dan moet je geluk wel definiëren en dat doen zij. Geluk is: “een stroom van plezierige gevoelens die de mens van moment tot moment ervaart.” En niet de mate waarin iemand tevreden is met zijn leven of het gevoel van doel, betekenis en eigenwaarde. En beleid maken?

Dat wordt toch wel lastig. Mensen worden ongelukkiger van ziek zijn en daar is niet veel aan te doen. En om te kunnen vrijen, moet je toch echt minimaal met z’n tweeën zijn. Bouman: “Dit onderzoek laat precies zien waarom geluk geen beleidsdoelstelling kan zijn. Met een verbod op werken en gratis condooms voor iedereen, komt het land niet veel verder.”

Bouman stelt: “De resultaten laten weinig ruimte voor twijfel.” Is dat wel zo?  Zo worden we van een museumbezoek ruim 8% gelukkiger volgens de onderzoekers. Als een museumbezoek werkelijk zo’n gelukstoename zou betekenen, waarom is het dan niet veel drukker in musea? Maar ja, mensen die musea haten, zullen geen museum bezoeken. Hun ‘ongeluk’ wordt zo niet gemeten. Worden op deze manier niet vooral positieve gebeurtenissen gemeten?

Bouman heeft een punt dat geluk geen beleidsdoelstelling kan zijn. Zeker niet als de meting voornamelijk positieve gebeurtenissen meet. Zeggen dergelijke uitkomsten niet alleen iets over activiteiten die iedereen moet doen en laat dat net de ‘geluksverhinderaars’ zijn, zoals werken of ziekte? Ziek zijn moet niet, maar je hebt geen keus?

Inderdaad komen we zonder werk niet verder. Zou het ‘ongelukscijfer’ voor werk niet aanleiding kunnen zijn om arbeid anders in te richten? Zouden we arbeid niet veel minder centraal moeten stellen? En zou de ‘vernietiging’ van vele banen en de schaarste aan werk, niet een tweede goede aanleiding zijn voor zo’n heroverweging?

Leadership from behind

In Dagblad de Limburger roept Sjoerd Mossou de voetbalsupporter op om in actie te komen. Volgens hem laten tienduizenden zich in de stadions gijzelen door een klein groepje idioten. Hij adviseert deze tienduizenden: “Loop massaal het stadion uit. Zing een ander – veel beter – lied. Ga in discussie met je buurman. Breng de humor terug in plaats van dat verstikkende oliedomme gebrek aan relativering. Verzin een ludieke actie.” Nu denk ik dat juist dat kleine deel dat ‘poppen ophangt’ etcetera, denkt dat dit ludiek is, een vorm van humor. Volgens Mossou is het verleidelijk en ook deels terecht om naar de KNVB, de club of de overheid te wijzen.

leiderschapIllustratie: www.michellesmirror.com

In de Volkskrant heeft Max Pam een ander, wellicht aanvullend idee: “Zo kan iedereen die getuige is van een voetbalwedstrijd waarbij zich ongeregeldheden voordoen en die daar op de een of andere manier niet tegen is opgestaan, worden beschouwd als een lid van een criminele organisatie.” En om dit kracht bij te zetten, stelt hij voor om de stadionbezoekers borg te laten betalen. Die krijgen ze terug als alles goed gaat, anders niet.

Opvallend is dat beide heren de eigen verantwoordelijkheid van de stadionbezoeker aanspreken. Dat is deels ook terecht. En als niets anders werkt, dan is dat een laatste redmiddel. Laatste, omdat er ook andere zijn. Laten we eens naar de beroepsgroep van Mossou en Pam kijken. Zou het niet meer verslaan van wedstrijden door alle media, een één na laatste redmiddel kunnen zijn? Dit betekent geen TV-gelden voor de clubs en sterk verminderde aantrekkelijkheid voor sponsors.

En met die sponsors komen we bij het op twee na laatste redmiddel. Wat als sponsors zich om die reden terugtrekken? En dan de scheidsrechters? Die kunnen een wedstrijd staken of niet laten beginnen. En daar weer voor de spelers en trainers. Wat zou er gebeuren als die niet verder spelen? En daarvoor de clubs. Zouden die gasten die zich misdragen niet de deur uit kunnen zetten? Het is immers hun huis. Indien nodig kunnen ze hiervoor politieondersteuning vragen. En daar weer voor de voetbalbond. Zou die geen gedragsregels kunnen uitvaardigen hoe te handelen in een dergelijke situatie?

Toont echt leiderschap zich niet juist in moeilijke tijden? Zien we niet een schrijnend gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsbesef? Maar ja, waarom zou het voetbal een uitzondering zijn op het algehele gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsgevoel bij bestuurders, in de politiek en de samenleving? Zien we daar niet ook vormen van hooliganisme en wegduiken? Van het ontwijken en ontduiken van verantwoordelijkheid? Is dit het nieuwe ‘leadership from behind’?

Eenvoudige oplossingen

Voor de excellente, hoogbegaafde, top-presterende VWO-leerlingen komt er de mogelijkheid om het VWO in vijf in plaats van zes jaar te doen, zo valt te lezen in de Volkskrant. Een klein experiment op 2 scholen verliep succesvol en nu wordt het uitgebreid tot 25 scholen. Die scholen krijgen zelf veel vrijheid om die ‘versnelling’ in te vullen. Er was altijd al de mogelijkheid om extra vakken of modules te volgen. Daar komt nu de versnelling bij, omdat sommige leerlingen liever snel een diploma op zak willen hebben. Goed dat aan deze leerlingen extra mogelijkheden worden geboden. Maar… .

EcoFoto: www.quofataferunt.com

Kent het probleem van de excellente leerlingen niet een andere oorzaak? Is het niveau van het onderwijs de afgelopen decennia flink gedaald of wordt de mens steeds slimmer? Deze vraag stelde ik al eerder. Als de mens steeds slimmer wordt, moeten dan niet de eisen voor diploma’s worden verhoogd? Als we dat niet doen, dan is op termijn iedereen universitair geschoold. Maar wat zegt dat dan nog? Of is het niveau van het onderwijs gedaald? Dit wellicht om de beleidsdoelstellingen met betrekking tot onderwijs te halen.

Er zijn veel signalen die op dit laatste wijzen. Universiteiten geven studenten bijles wiskunde, omdat het niveau te laag is. Middelbare scholieren moeten om dezelfde reden taal en rekentoetsen maken. Nederland daalt op de Pisa-ranglijsten. Zou het aantal VWO’ers dat niet voldoende wordt uitgedaagd niet ook een signaal kunnen zijn van het dalende niveau? En kunnen de University Colleges niet ook als zo’n signaal worden gezien?  Een signaal van een dalend algemeen niveau van onderwijs?

Zouden we onze energie niet moeten richten op het verhogen van de eisen voor alle diploma’s? Niet alleen voor de excellente leerlingen, maar voor alle leerlingen? Dus minder, maar wel beter opgeleide VWO’ers. Beter opgeleide Havisten en meer en beter opgeleide VMBO’ers? Zou dit ons land niet veel meer opleveren? Zouden hiervan niet alle leerlingen profiteren door kwalitatief beter onderwijs? Door reëlere verwachtingen bij zowel de leerling als de samenleving met betrekking tot het kunnen van de leerling? Een oplossing die weliswaar leidt tot een daling van het aantal hoger opgeleiden, maar is dat erg? Zeker als die hogere opleiding voor het beschikbare werk niet nodig is.

Het versnellen van het VWO en ook het oprichten van ‘excellente universiteiten’ zijn manieren om tegemoet te komen aan de behoefte van de intelligente leerlingen en studenten. Een eenvoudige oplossing. Umberto Eco schreef in De Slinger van Foucault het volgende: “Voor ieder ingewikkeld probleem bestaat een eenvoudige oplossing en die is fout.” Zou dat hier ook het geval kunnen zijn?

Spijkers op laag water

De Britten mogen zich binnenkort uitspreken over hun deelname aan de Europese Unie. In Elsevier speculeert Jelte Wiersma over de mogelijke gevolgen hiervan. De Britten zorgen, volgens Wiersma, voor tegenwicht tegen het ‘corporatistische’ Duitsland en het ‘protectionistische’ Frankrijk door te hameren op vrijhandel en hun lidmaatschap is voor Nederland van het grootste belang. Zeker omdat na de Britten ook de niet-eurolanden, Zweden en Denemarken, uit de Unie zouden kunnen stappen. “Dat is voor Nederland een horrorscenario. De succesvolle protestantse pro-handelslanden in het noordwesten van Europa laten Nederland dan achter met een katholiek anti-vrijhandelsblok,” aldus Wiersma.

BrexitIllustratie: www.voxeurop.eu

Ooit legde Max Weber in zijn boek Die Protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus de relatie tussen het protestantisme en het kapitalisme. De hardwerkende protestanten investeerden hun verdiende geld in plaats van het te verjubelen, zoals katholieken deden. Zo vormden zij de motor van de bedrijvigheid, de handel en dus het kapitalisme. Deze theorie van Weber is altijd omstreden geweest. Was de rijkdom van de Italiaanse stadstaten immers niet ook gebaseerd op handel en bedrijvigheid? En waren deze niet gewoon katholiek? Wiersma lijkt Weber te volgen.

Stel dat het scenario dat Wiersma schetst werkelijkheid wordt. Moet Nederland, als protestants land dan ook de Unie verlaten? Maar wacht even. Wat moeten dan de van oudsher katholieke oostelijke en zuidelijke delen van ons land doen? Zich afscheiden omdat ze niet bij een protestantse pro-handelsnatie passen?

Het lijkt wel alsof Wiersma grote cultuurverschillen ziet tussen katholieken en protestanten. De geschiedenis bestuderend kon hij wel eens gelijk hebben. Katholieken en protestanten hebben zich eeuwenlang de tent uit gevochten. Noord-Ierland is hiervan het laatste nog smeulende voorbeeld. Maar had dit te maken met nijverheid en handel?

Wat moeten we dan met de Europese Grondwet? Die spreekt immers over een joods-christelijke cultuur. Waarbij de protestanten en katholieken op de christelijke hoop zijn geveegd. Wordt er, ook in de Elsevier van Wiersma, niet fel geprotesteerd tegen de komst van vluchtelingen omdat hun islamitische cultuur niet bij onze christelijke past?

Of blaast Wiersma zijn betoog op met grote, zware woorden en vooroordelen? Zoekt hij spijkers op laag water?

De potten verwijten de ketel

De hele ‘internationale gemeenschap’ staat op haar achterste benen. Nee, niet over de al jaren voortslepende ellende in Irak en Syrië. Daar staat de hele ‘internationale gemeenschap’ tegenover elkaar op het slagveld. De hele internationale gemeenschap? Nee een relatief klein landje tussen China en Zuid-Korea bemoeit zich er niet mee. En laat nu net de rest van de ‘internationale gemeenschap’ op haar achterste benen staan omdat dat land, Noord-Korea, een lange afstandsraket heeft gelanceerd. Een raket waarmee het landje naar eigen zeggen een satelliet in een baan om de aarde heeft gebracht.

Noord Korea

Foto: www.nrc.nl

Laten er nu de laatste jaren steeds meer landen zijn die lange afstandsraketten lanceren en daarmee satellieten in banen om de aarde brengen. India, China, Japan, Rusland, de Verenigde Staten de Europese Unie allemaal schoten ze al raketten het firmament in om satellieten in een baan om de aarde te brengen.

Sterker nog, er zijn tegenwoordig ook al rijke Amerikaanse ondernemers die zoiets ook doen. Die willen naar Mars of nog verder. Die laatsten halen steevast de media met hun kapriolen en worden door velen aanbeden als echte ondernemers en avonturiers.

Dit alles leidde nog niet tot een ‘internationale gemeenschap’ die op de achterste benen staat en uitroept dat zoiets ‘absoluut onaanvaardbaar’ is en een ‘onvergeeflijke provocatie’. Waarom wordt er dan wel zo gereageerd als Noord-Korea een satelliet met een raket in een baan om de aarde brengt?

Omdat Noord-Korea een vreemd, isolationistisch regime heeft, waarin de leider wordt verheerlijkt. Bovendien beschikt het land over kernwapens en die kunnen met die raket de halve wereld over vliegen. Dat is gevaarlijk en daarom moet hard worden opgetreden. Zo is de teneur in de media.

Heeft Rusland niet ook een vreemd regime, waarin de leider wordt verheerlijkt en dat over kernwapens beschikt? Moeten we in de VS niet ook maar afwachten wie president is? Maken we na Bush junior  nu niet weer kans op een clown als president van het enige land dat al kernwapens heeft gebruikt? En is China een toonbeeld van zuiverheid en rechtvaardigheid?

Verwijten de potten hier de ketel dat hij zwart ziet?

Leuker kunnen we het niet maken

Op LinkedIn kwam ik een berichtje tegen. Een plaatje van een man, liggend in het gras met een tablet en de volgende tekst erbij: “Post van de gemeente digitaal ontvangen? Gebruik de Berichtenbox van MijnOverheid.” De overheid digitaliseert steeds meer dienstverlening en ook de correspondentie met de overheid gaat steeds meer digitaal. De overheid gaat met de tijd mee en dat is positief. Maar toch. Zoals alle digitalisering, die eigenlijk niet meer is dan automatisering, gaan hierbij arbeidsplaatsen verloren. Dat is vervelend maar daar wil ik het niet over hebben.

Overheid

Als de overheid vroeger contact met mij wilde zoeken, dan werd er een brief gestuurd die netjes door de PTT in mijn fysieke brievenbus werd gestopt. Als het erg belangrijk was, dan kon de brief worden aangetekend en moest ik tekenen voor ontvangst. Ik kon dus altijd zien of bijvoorbeeld de Belastingdienst iets van mij wilde, dan lag er immers een blauwe enveloppe op mijn deurmat.

Nu maakt de overheid een Berichtenbox aan en dan moet ik daar maar gaan kijken of er post voor mij is. En de overheid is niet de enige die het zo doet. Veel bedrijven doen hetzelfde. De ‘MijnEssents’ of ‘MijnKNPs’ zijn talrijk. Daar waar je vroeger je post van de deurmat haalde, moet je nu langs diverse sites surfen. Sites waar je steevast een gebruikersnaam en wachtwoord voor moet invullen en zo moet je zelf postbode spelen om je post te verzamelen. En als je wat vergeet, dan is het je eigen schuld.

Op al die ‘MijnBrievenbussen’ sites staan persoonsgegevens. En aangezien er geregeld digitale gegevens worden gestolen, lopen we het risico dat een van die ‘MijnBrievenbussen’ wordt gekraakt. Dat er gegevens worden verwijderd of toegevoegd. Ben ik ouderwets als me dat een unheimisch gevoel geeft?

Maar als dit de moderne manier van communiceren is, waarom dan niet op eenzelfde manier terug communiceren? Door een eigen digitale ‘MijnBrievenbus’ te beginnen en daarin alle post voor bijvoorbeeld de gemeente, het energiebedrijf, de Belastingdienst en anderen te zetten? Een brievenbus waarin zij dan inloggen met een gebruikersnaam en wachtwoord en kijken welke post ik voor hen heb?

Als toch ieder bedrijf of organisatie zelf bepaalt hoe er met haar moet worden gecommuniceerd, dan mag ik dat als persoon toch ook zelf bepalen? Leuker kunnen we het niet maken!

Meten met twee maten

In de Volkskrant een artikel over de jonge Haagse villawijk Vroondaal. Een wijk waar al een enkele villa staat, maar die vooral bestaat uit lege percelen. De wijk kwam ‘in de verkeerde periode op de markt’: net toen de economie in crisis schoot. Om wat aan die lege weilanden te doen en natuurlijk ook omdat het verkopen van die grond geld oplevert, komt de gemeente Den Haag nu met een nieuw idee: “Vermogende Chinezen en andere Aziaten die in Den Haag een energieneutrale villa kopen van 1,3 tot 1,6 miljoen euro, krijgen een waardevol welkomstgeschenk: een voorlopige verblijfsvergunning.”

OngelijkheidIllustratie: marketupdate.nl

Het mes snijdt aan twee kanten. De wijk en de gemeentekas worden gevuld en de rijke Aziaten gaan natuurlijk een deel van hun rijkdom uitgeven in De Haag. Dat is natuurlijk goed voor de middenstand en de economie. Een creatief plan, maar …

Hoe verhoudt zich dit tot de komst van vele vluchtelingen, die de gemoederen flink verhit? Voor de ene helft van het land zijn het er ‘teveel van een verkeerde religie en cultuur’ en de andere helft ‘heet ze van harte welkom’. Discussie vooral over de kosten en de zorgen met betrekking tot de (on)mogelijkheid tot integratie. Die vluchtelingen moeten toch een asielaanvraag indienen en dan afwachten of ze een verblijfsstatus krijgen? Moeten ze als statushouder vervolgens niet als de wiedeweerga zorgen dat ze de taal spreken, inburgeren en integreren?

Moeten deze ‘Chinezen en andere Aziaten’ ook de taal leren en inburgeren en integreren? Rijke Aziatische landgenoten kopen een verblijfsstatus en worden met open armen ontvangen. Liggen Syrië, Irak en Afghanistan niet ook in Azië? Hun arme landgenoten treft een heel ander lot. Worden aan die vermogenden ook taal -, inburgerings- en integratie-eisen gesteld of gaan we meten met twee maten?

Zou mijn moeder toch gelijk hebben, als ze de volgende uitspraak deed: ‘d’n duvel schiet altied op de groeëtsten haup’?*

 

 

 

* de duivel schijt altijd op de grootste hoop. Wat wil zeggen dat het geluk degenen die het al goed hebben, goed gezind is.

Zaaien en oogsten

Eigenbelang of hebzucht vervult een centrale rol in het economische denken. De ‘godfather’ van de economische wetenschap, Adam Smith verwoordde het zo: “Het is niet vanwege de welwillendheid van de slager, de brouwer of de bakker dat wij onze maaltijd verwachten, maar vanwege hun eigen belang. Wij doen geen beroep op hun menslievendheid, maar op hun eigenliefde en spreken nooit over onze noden, maar hun belangen. Alleen een bedelaar kiest ervoor om voornamelijk van welwillendheid van medeburgers afhankelijk te zijn.”

Die bakker verkoopt ons goed brood omdat we anders niet meer bij hem kopen, niet omdat hij zo graag goed brood maakt. Voor de bakkers onder de lezers, zo redeneerde Smith en tegenwoordig veel economen en politici. Ik zie ook een intrinsieke motivatie van Bakkerij Rutten om een een lekkere ‘Jocusmik’ te maken

RuttenFoto: https://www.facebook.com/BakkerijRutten

Op dit denken is een groot deel van onze samenleving gebouwd. Daarom is veel sociale wetgeving, zie bijvoorbeeld de Participatiewet, gebouwd op wantrouwen. Als het geld binnen is, zal de uitkeringsgerechtigde niet hard zoeken naar werk. Dus dat moet worden ‘afgedwongen’. Als je met een dergelijke bril naar de wereld kijkt, dan valt inderdaad op dat er mensen zijn die misbruik maken. De ‘brillendrager’ zal dat zien als een bevestiging van zijn gelijk. Wat hij niet ziet, is dat een veel groter aantal mensen geen misbruik maakt. Ziet hij dat wel, dan zal hij daarin ook een bevestiging zien van zijn gelijk. Dat goed gedrag wordt immers door de regels ‘afgedwongen’.

‘Zoals men zaait zo zal men oogsten’ luidt een Nederlands spreekwoord. Zouden we als we eigenbelang en hebzucht zaaien, door in onze regels uit te gaan van wantrouwen, niet ook eigenbelang en hebzucht en dus wantrouwen oogsten? De Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang ziet dit als een van de 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme. Hij zou het economisch stelsel op dit punt graag wat anders zien: “We moeten een economisch stelsel ontwerpen dat er weliswaar rekening mee houdt dat mensen vaak zelfzuchtig zijn, maar dat optimaal gebruik maakt van andere menselijke motieven en het beste uit mensen haalt.” 

Dat brengt mij bij de Braziliaanse ondernemer Ricardo Semler waarover ik al eerder schreef. Semler gelooft in de kracht van geluk en daar bouwde hij zijn bedrijf op. Voor hem staat vertrouwen centraal en hierdoor boort hij de kracht van mensen aan. Dat doet hij met succes. Laten hij en zijn medewerkers zo niet zien dat uitgaan van het goede in mensen goede resultaten oplevert? Zou uitgaan van het goede en dus vertrouwen in de sociale zekerheid betere resultaten opleveren? En wellicht tegen lagere kosten?

 

 

Taleb-wet

Een politicus moet vrij zijn en vrij betekent: “niet gedwongen kunnen worden om te doen wat hij anders nooit gedaan zou hebben,” zoals Nassim Nicholas Taleb het omschrijf in zijn boek Antifragiel. Daar moest ik aan denken toen het VVD-Kamerlid Bart de Liefde bekend maakte het Kamerlidmaatschap in te ruilen voor een bestaan als lobbyist bij Uber. De Liefde is de laatste maar zeker niet de eerste en enige politicus die de Kamer verlaat voor een lobby en/of bestuursfunctie. Kamerleden weten hoe de politieke en ambtelijke hazen lopen, hebben de juiste connecties en dat maakt hen gewild voor deze functies. Zijn bestuurders niet ook lobbyisten? Dat even terzijde.

Taleb

Illustratie: verraes.net

In de Binnenhofse kringen wordt met onbegrip gereageerd op de overstap van De Liefde. Maar is jobhoppen tegenwoordig niet de norm? En wordt het Kamerlidmaatschap niet gezien als werk, als een baan? Is het dan niet logisch dat een Kamerlid hiervan gebruik maakt? Juist om de overeenkomst met andere banen te benadrukken is de wachtgeldregeling aangepast en meer in lijn gebracht met de reguliere ww. Moeten we dan niet blij zijn dat De Liefde nu overstapt omdat het zo wachtgeld bespaart?

Het kamerlidmaatschap of een ministerschap, is niet altijd een baan of werk geweest. Bij de oude Atheners was politiek iets voor vrije mensen. Want alleen een vrij man kon zijn eigen standpunten bepalen en was van niemand afhankelijk voor zijn levensonderhoud. Een afgeleide hiervan was het kiesrecht op basis van de hoogte van het inkomen, zoals het tot het einde van de negentiende eeuw dominant was. Politiek was iets voor de rijken en de armen moesten maar afwachten

De twintigste eeuw kende de politicus met een ‘roeping’. Na een korte carrière in het bedrijfsleven of de (semi)overheid, het bestuur in en nooit meer onder ‘de stolp’ uit. En nu kennen we de politiek als carrièrestap. Met als nadeel dat niet bekend is hoe ‘vrij’ de politicus is. Want wat is zijn vorige of volgende job en hoe beïnvloedt dit zijn handelen? Past hij, om Taleb te parafraseren ‘zijn overtuigingen aan zijn daden aan, in plaats van zijn daden aan zijn overtuigingen’?

Maar ja, hoe voorkom je dat het Kamerlidmaatschap als opstapje wordt gebruikt en de overtuigingen worden aangepast? Taleb doet de volgende suggestie: “Iedereen die een openbaar ambt bekleedt, zou verboden moeten worden daarna in een commerciële functie meer te verdienen dan de meestverdienende ambtenaar.” 

Zou dit helpen en moeten we een ‘Taleb-wet’ invoeren?