Historische dementie

‘We moeten onze cultuur beschermen’, en ‘onze beschaving staat onder druk’, deze en soortgelijke uitspraken vallen tegenwoordig veel en vaak te lezen en te horen. Veel in verband met de instroom van vluchtelingen maar ook in in andere verbanden zoals de al bijna ‘traditionele’ Zwarte-Pietendiscussie.

Otgea y Gasset

Illustratie: www.lemniscaat.nl

In zijn boek De opstand van de massamens geschreven in de jaren dertig van de vorige eeuw, behandelt de Spaanse denker José Ortega y Gasset dit thema ook. “Eén aspect, concreter gezegd, nauw verweven met de vaart der volkeren, en dat is de rijke ervaring waaruit men kan putten. Ik doel op het lange verleden dat de beschaving achter zich heeft, haar geschiedenis. Het ontwikkelen van historisch besef is een van de beste manieren om een geavanceerde beschaving in stand te houden. Niet zo zeer om ons positieve oplossingen te bieden voor de nieuwe problemen die het nieuwe leven opwerpt – het leven is immers altijd weer anders dan het was – maar om dezelfde naïeve dwalingen van vroeger te vermijden.”  Zo schrijft hij.

Normaal, aldus Ortega y Gasset, gaan beschavingen ten onder omdat beginselen waarop ze zijn gebaseerd niet meer toereikend bleken. In de jaren dertig van de vorige eeuw zag hij een andere mogelijke reden voor de ondergang van een beschaving: “Het leven wordt moeilijker naarmate je ouder wordt, maar dat wordt gecompenseerd door ervaring. Als je dan ook nog je geheugen bent kwijtgeraakt waardoor je er niet meer uit kunt putten, blijven alleen de nadelen over. Welnu, ik geloof dat Europa zich juist in die situatie bevindt. Zelfs de meest ‘gecultiveerde’ mensen van onze tijd lijden aan een ontstellend gebrek aan historisch besef.”

Onze beschaving wordt in vage termen beschreven; joods-christelijke cultuur. Waarbij men zich niet realiseert dat die christelijke cultuur de joodse eeuwenlang te vuur en te zwaard heeft bestreden. Daarnaast blonk die christelijke cultuur nu niet uit in eenheid.

Iets specifieker wordt het als er wordt gesproken over de gelijkheid van man en vrouw en gelijke behandeling van homo’s. Daarbij wordt voor het gemak vergeten dat hele volksstammen Europeanen die gelijkheid toch net wat anders zien.

Wat zijn de belangrijke waarden waarop de westerse samenleving is gebaseerd en hoe hebben die zich ontwikkeld? Waar komen ze vandaan? Hoe verhouden die waarden zich tot elkaar? Welke ‘naïeve dwalingen’ zijn begaan en  moeten worden vermeden? Tiert historische dementie niet welig?

Arbeiderszelfbestuur

De Braziliaanse ondernemer Ricardo Semler heeft een succesvolle keten van bedrijven gebouwd. Bedrijven waarin iedereen mee kan beslissen en mee kan delen in de winst, maar ook in het verlies. Medewerkers krijgen de ruimte om mee te denken en te besluiten en worden uitgenodigd om zelf met alternatieven te komen. Hij gelooft in de kracht van geluk.

atlas shruggedIllustratie: www.amazon.com

Na het lezen van Atlas Shrugged van Ayn Rand moest ik hieraan denken. Een roman van ruim duizend pagina’s die door de filosoof Hans Achterhuis de utopie van het kapitalisme wordt genoemd. In dit boek is de wereld langzaam ten onder aan het gaan aan het ‘socialisme’. Dit bestaat eruit dat de behoeften van de mensen centraal staan. Die behoeften moeten worden geledigd ook al gaat dat gepaard met forse verliezen en zelfs het faillissement van bedrijven. De overheden keken alleen maar naar die behoeften. Dit leidt tot steeds grotere ellende omdat steeds minder zaken functioneren. De beste ondernemingen gaan eraan onderdoor en hun eigenaren lijken van de aardbodem te verdwijnen.

Voor Rand en haar volgers was dat logisch. Een ‘socialistisch’ systeem kan niet werken, het moet imploderen. Die volgers waren niet de minsten zoals onder andere Milton Friedman en Alan Greenspan, jawel de voormalig president van het Amerikaanse stelsel van centrale banken. Daarom waren zij fervente aanhangers van het onbegrensde kapitalisme en dus een zo klein mogelijke overheid. Een overheid die alleen maar voor de in- en externe veiligheid en de rechtspraak moet zorgen. De val van de Berlijnse muur en het uit elkaar vallen van de Sovjet Unie bevestigden de visie van Rand.

Ergens in het boek wordt de ‘ondergang’ van een bedrijf beschreven. De eigenaren van het bedrijf zijn fervente aanhangers van de ‘socialistische’ filosofie. Zij laten de werknemers de keus wie welk salaris krijgt en welk werk moet doen. Dit gaat natuurlijk helemaal fout. Er wordt meer uitgegeven dan er binnen komt. Er ‘werken’ steeds meer en nieuwe mensen die de ruif mee leegplukken en de beste medewerkers vertrekken. Uiteindelijk stort het bedrijf helemaal in. Medewerkers die een bedrijf runnen dat kan natuurlijk niet. Zonder duidelijke sturing van boven wordt dat chaos.

Als het bij een Braziliaans bedrijf werkt, zou het dan ook in andere landen en bij andere bedrijven kunnen werken? Zouden overheidsorganisaties ook op die manier kunnen werken? Zou dat veel ellende en ‘bonnetjesaffaires’ helpen voorkomen? En als altruïsme dan ook nog gezonder, stressbestendiger en gelukkiger maakt? Toch maar pleiten voor arbeiderszelfbestuur?

 

Staande ovatie

Gisteren haalde ik de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang aan. Chang is een bijzondere econoom. Want welke econoom zegt van zijn vak dat het voor 95 procent gezond verstand is dat ingewikkeld wordt gemaakt. En dat zelfs voor de resterende 5 procent geldt dat de essentie van de redenering in eenvoudige termen kan worden uitgelegd. Zijn boek 23 Dingen over het kapitalisme die ze je niet vertellen is het bewijs hiervan. Chang heeft een bijzondere en verfrissende kijk op zaken en onderbouwt die met argumenten en feiten.

OvatieFoto: www.operamagazine.nl

Zo heeft Chang een bijzondere en afwijkende kijk op de rol en functie van het onderwijs. Het Nederlandse beleid is gericht op het zo hoog mogelijk opleiden van de jeugdigen. Om een sterke, groeiende economie te behouden, moeten we het immers van de kennis hebben, de kenniseconomie heeft de toekomst.

Chang kijkt er wat anders naar: “Onderwijs is waardevol, maar de belangrijkste waarde is niet dat de productie verhoogt. Die ligt in het feit dat onderwijs ons helpt ons potentieel te ontwikkelen en ons in staat stelt een meer bevredigend en zelfstandig leven te leiden.” Als dat de belangrijkste functie van het onderwijs is, zou het onderwijs dan niet daarop gericht moeten zijn en niet op een plek op de arbeidsmarkt?

Chang gaat verder: “Als we ons onderwijs hebben laten groeien in het geloof dat het onze economie rijker zal maken, zullen we zwaar teleurgesteld worden want het verband tussen onderwijs en nationaal productiviteit is nogal vaag en ingewikkeld.” Om dit standpunt te ondersteunen verwijst hij naar Zwitserland. Een van de rijkste en meest geïndustrialiseerde landen van de wereld. Maar ook het land met verreweg het laagste percentage inschrijvingen voor het hoger onderwijs, aldus Chang.

Volgens Chang verspillen landen veel geld en middelen aan het streven om ‘iedereen’ hoger opgeleid te krijgen. De hogere opleiding is voor het beschikbare werk niet nodig, maar wel om met andere werkzoekenden te kunnen concurreren. Ook voor werk waarvoor een hogere opleiding eigenlijk niet nodig is. Zou dat de oorzaak ervan kunnen zijn dat veel mensen onder hun opleidingsniveau werken?

Chang maakt het beeldend: “Het stelsel van hoger onderwijs is in deze landen te vergelijken met een theater waar enkele mensen besloten te gaan staan om beter zicht te krijgen, waardoor ze anderen achter hen dwongen ook te gaan staan. Als eenmaal genoeg mensen staan, moet iedereen gaan staan, wat betekent dat niemand meer een beter zicht heeft terwijl iedereen het ongemak van staan ondervindt.” 

Revolutionaire waskracht

Gisteren schreef ik over de onderwijsplannen van Maurice de Hond. De Hond sprak over een andere wereld waarin onze kinderen opgroeien dan de wereld waarin mensen van boven de veertig zijn opgegroeid. Door deze zin moest ik denken aan het derde Venlo College dat ik afgelopen week bezocht. Een van de sprekers, crisiscommunicatie-specialist Hans Siepel, sprak over de bijzondere tijd waarin we leven. We staan op een kruispunt  tussen ‘eerlijke’ communicatie en ‘mannetjesmakerij’, zoals ik het interpreteer. En er is nu zo’n druk vanuit de samenleving, dat de eerlijke communicatie gaat winnen van het machtsdenken van de ‘mannetjesmakerij’. Barbara Tuchman heeft een boek geschreven over dat machtsdenken door de eeuwen heen. Conclusie: de mens blijkt hardleers.

wassenFoto: www.ehabweb.net

Nu horen we dat vaker: we leven in bijzondere tijden en de ‘Brave New World’ ligt binnen handbereik. Uitspraken waarbij de nadruk wordt gelegd op het bijzondere van het huidige tijdsgewricht. Aan het eind van het vorige millennium gingen we bijvoorbeeld het tijdperk van de ‘nieuwe economie’ in. Een tijdperk van eeuwigdurende economische groei mogelijk gemaakt door de dot.com revolutie en dat eindigde met een knappende ballon.

Nu denken mensen als De Hond dat er compleet andere tijden aanbreken. Tijden waarin de virtuele wereld de reële langzaam naar de achtergrond zal verdrijven. Het eerste Venlo College was eraan gewijd: “De technologische en digitale ontwikkeling gaat steeds sneller. Dit heeft grote gevolgen voor hoe we in de toekomst ons werk doen en hoe we in contact staan en communiceren met onze inwoners”, zo viel te lezen op de uitnodiging.

Is er sprake van een plotselinge verandering? Een algehele ommekeer? Of is het meer van hetzelfde? Werk vervangen door techniek is al zo oud als de vuistbijl. Informatie vastleggen om die voor het nageslacht beschikbaar te houden heeft ook al een lange baard. Wie kent er nog de oral history? De rotstekeningen? De kleitabletten? De papyrusrollen? De schilderijen? De gedrukte boeken? Is het niet een gestage ontwikkeling die alleen wat sneller gaat omdat we met wat meer mensen zijn?

Nu is het heel menselijk om de huidige tijd en de gebeurtenissen erin als revolutionair te zien. De Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang constateert dat in zijn boek 23 Dingen die je ze niet vertellen over het kapitalisme ook en brengt perspectief aan: … in termen van economische en sociale veranderingen die erdoor teweeg zijn gebracht is de revolutie van het internet (althans tot nu toe) minder belangrijk geweest dan die van de wasmachine en andere huishoudelijke apparaten, … .” 

Zou Chang een revolutionair waskracht-punt hebben?

Modern Times

Maurice de Hond pleit in de Volkskrant voor het op een heel andere manier vormgeven van het onderwijs. De wereld verandert volgens De Hond: “Door Google en Wikipedia, smartphones en sociale media heb je waar ook ter wereld altijd de beschikking over alle informatie in de wereld. Dit leidt tot een compleet andere wereld dan de wereld waarin de mensen boven de veertig jaar zijn opgegroeid.”

ChaplinIllustratie: decentfilms.com

Daarom moet er in het huidige curriculum worden geschrapt (hij denkt aan bijvoorbeeld Latijn, Grieks of wiskunde) om plek te maken voor bijvoorbeeld programmeren en ondernemen. “We leren je het nu, wie weet heb je het ooit nodig. Veel van wat je leerde, was in de rest van je leven nooit meer relevant.” Omdat informatie nu in overvloed beschikbaar is, is dat niet nodig. Als je het nodig hebt, zoek je het immers gewoon even op. De Hond lijkt ervoor te pleiten om het onderwijs af te stemmen op dat wat de markt vraagt.

Volgens De Hond is andere kennis en zijn andere vaardigheden nodig: “We moeten veel ruimte geven aan creativiteit, kritisch denken, leren leren, burgerschap.” Was en is dat niet altijd de opdracht van het onderwijs geweest? Is het daarom niet juist van belang om te weten wat de generaties voor jou dachten? Moet je dan ook niet de kennis van hun taal voor de samenleving behouden zodat die teksten uit de eerste hand gelezen kunnen worden? Is wiskunde niet ook van belang omdat het logisch nadenken en redeneren ontwikkelt en bevordert? Zou de wereld niet juist gebaat zijn bij meer logisch nadenken? En bovenal, is dat niet juist een vaardigheid die je goed van pas komt bij het schrijven van algoritmes en het programmeren?

De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum hield een paar jaar geleden in haar boek Not for Profit juist een pleidooi voor het opwaarderen van wat zij humanities, de geesteswetenschappen noemt. Zij waarschuwt voor de dominantie van het ‘marktdenken’: “Hongerig naar winst, verwaarlozen landen en hun onderwijssystemen vaardigheden die nodig zijn om de democratie levend te houden. Als die trend doorzet, produceren landen van over de hele wereld generaties van bruikbare machines in plaats van complete burgers die zelf kunnen denken, tradities bekritiseren en die het belang inzien van andermans lijden en prestaties. De toekomst van de democratie staat op het spel (eigen vertaling).” 

Heeft zij hier een punt? Stimuleer je creativiteit niet juist door kinderen kennis te laten maken met andere culturen, of dat nu huidige of vergane culturen zijn? Zou dat niet ook de nieuwsgierigheid en het empathisch vermogen vergroten? Kan dit geen positieve invloed hebben op de samenleving en dus bijdragen aan ‘burgerschap’? Spant De Hond het paard niet achter de wagen?

Genoeg hebben is geluk

In een interview met de Volkskrant licht PvdA-fractieleider Diederik Samsom zijn plan toe hoe om te gaan met de vluchtelingenstroom. Samsom: “Vluchtelingen verdienen een veilig heenkomen maar de mensen die hier wonen verdienen dat wij hun welvaartsstaat overeind houden.” Een interessante zin die uit twee delen bestaat en die delen worden door Samsom tegenover elkaar gezet. Zowel bij die twee delen als ook bij het tegenover elkaar zetten zijn vragen te stellen.

Vluchteling

Foto: www.dewereldmorgen.be

Vluchtelingen verdienen een veiling heenkomen. Even naar het plan. Dat komt erop neer dat vluchtelingen zich moeten melden en laten registreren in ‘veilige’ landen buiten de EU. En om de druk op die landen wat te beperken, is de EU bereid om maximaal 250.000 van hen op te nemen. De rest moet maar in de regio worden opgevangen. Schuift de EU zo niet het probleem terug?  En schuift die vluchteling zo niet uiteindelijk terug naar de oorlog die hij ontvluchtte? Want waarom zouden buurlanden wel al die vluchtelingen opnemen?

De mensen die hier wonen verdienen dat de welvaartsstaat overeind wordt gehouden. Is die welvaartsstaat de afgelopen twintig jaar door de successievelijke kabinetten (met en zonder de PvdA) niet aardig gedecimeerd? Moest die niet worden geofferd op het altaar van de neoliberale ideologie? Een ideologie van ieder voor zich? Is er niet gesneden in de hoogte en de lengte van uitkeringen? En zijn de toegangspoorten voor ondersteuning door de overheid niet steeds verder gesloten? Is die welvaartsstaat met de troonrede 2013 niet doodverklaard ten faveure van de participatiesamenleving?

En dan de hele zin. Is het wel een keuze tussen onze welvaartsstaat en hun veilig heenkomen? Zouden beiden ook samen kunnen? Lao Tse schijnt eens gezegd te hebben: “Genoeg hebben is geluk; meer dan genoeg hebben brengt ongeluk. Dat geldt voor alle dingen, vooral echter voor geld.” Behouden we welvaart niet juist door eerlijk te delen?

Hoe word ik een goede filantroop

 

Goed doen is makkelijk. Er zijn zoveel goede doelen die vragen om je geld. Geef je €100 aan de Hartstichting of aan het Rode Kruis? Allebei de doelen zullen zeer blij zijn met je bijdrage. Maar welke organisatie komt het verst met je €100? Daarover heeft William Macaskill een boek geschreven: Doing Good Better. A Radical New Way to Make a Difference. Een interessant boek dat je ogen opent. Op meerdere manieren. Voor een uitgebreide bespreking van het boek en de erin verwoorde ideeën zie Minder t-shirt voor meer geld..

Eerlijke handelIllustratie: www.happynews.nl

Macaskills benadering past heel goed bij de moderne manier van denken. Hij wil de grote en kleine filantroop handvatten bieden om zoveel mogelijk wel te doen voor hun geld. Hij redeneert hierbij wel heel erg vanuit de gever zelf, terwijl de wereld er voor de ontvanger heel anders uitziet. Dit is hem te vergeven omdat hij wel belangrijke punten maakt. Zo wordt er veel geld verspild aan zaken waarvan het nog maar de vraag is of ze enig effect hebben. Sommigen zouden zelfs wel eens een negatief effect kunnen hebben. Ook de Nederlandse heibel om de salarissen van managers stelt hij terecht in een ander daglicht. Dure managers die succesvolle programma’s organiseren kunnen hun geld wel eens meer dan waard zijn terwijl ‘vrijwillige’ managers van slechte programma’s wel eens heel duur kunnen zijn.

Waar hij echt uit de bocht vliegt is bij zijn carrière-adviezen en dan vooral zijn advies om dan maar een baan te zoeken waar je heel veel kunt verdienen. Hij heeft hier in het geheel geen oog voor de schade die je kunt aanrichten in je jacht naar een zo hoog mogelijk inkomen.

Al met al biedt Macaskill een interessante manier om naar liefdadigheid te kijken. De vijf deelvragen die hij stelt als hij zoekt naar het antwoord hoe je het meeste waar voor je geld krijgt, zijn goede en terechte vragen. Alleen zou je bij het beantwoorden ervan verder moeten kijken dan de utilitaristische-neus lang is. Het is één manier om te kijken, niet de enige. De keuze voor goede liefdadigheid ligt waarschijnlijk in de combinatie. En zou de beste keuze niet kunnen zijn om zaken te doen met bedrijven die hun personeel goed behandelen en goed betalen? En voor de consument het betalen van een eerlijke en rechtvaardige prijs voor producten? Is dat niet de manier om mensen in ontwikkelingslanden zelf te laten kiezen hoe ze zich willen helpen? Dan kunnen ze zelf bepalen of ze een malarianet, ontwormingspillen of boeken kopen.

 

Een onderzoek naar dwaasheid

De Mars der Dwaasheid

Illustratie: boeken.tweedehands.net

Het commentaar van de Volkskrant beschreef de affaires bij het ministerie van Veiligheid en Justitie van de afgelopen 20 jaar. Het eerste waaraan ik moest denken bij het lezen van dit commentaar was het boek De Mars der Dwaasheid van de Amerikaanse historica Barbara Tuchman. Waarom? Omdat ik samen met jullie, mijn lezers, een onderzoek wil opstarten naar huidige vormen van dwaasheid.

Beleid dat tegen het eigen belang indruist, dat is de korte omschrijving van dwaasheid. Tuchman geeft drie criteria waaraan het handelen moet voldoen om voor haar dwaas genoemd te mogen worden. Als eerste moet de gevoerde politiek destijds ook als averechts zijn onderkend en niet pas achteraf. Het tweede criterium is dat er geschikte alternatieve gedragslijnen beschikbaar moesten zijn. Het laatste criterium is dat het de politiek van een groep moet zijn geweest die langer heeft geduurd dan een politieke levensduur en niet van een individuele heerser.

Tuchman ziet verschillende kenmerken die zouden kunnen duiden op dwaas handelen en één daarvan is als de bestuurder een gevoel en uitstraling van superioriteit heeft. En is dit niet juist een van de kenmerken van de affaires op dit ministerie? Is dit niet wat de Volkskrant suggereert in de zin:Rond de Teevendeal is sprake van minachting van de waarheid”?

Delven ook nu de waarheid, rechtvaardigheid en gematigdheid niet vaak het onderspit tegen het opportunisme, net zoals Tuchman dat voor vroeger tijden laat zien? Met jullie hulp wil ik onderzoek doen naar hedendaagse dwaasheid. Grote en kleine, Europese, landelijke, provinciale en lokale voorbeelden die op het eerste gezicht passen binnen de criteria en waar verschillende kenmerken worden herkent.

Meld ze! Dan ga ik ze samen met jullie verder onderzoeken en kijken we of we met dwaasheid te maken hebben of iets wat tot dwaasheid kan leiden. Maar voordat jullie gaan melden, lees eerst Een onderzoek naar dwaasheid voor een toelichting op, en voorbeelden van dwaasheid volgens Tuchman.

Meld ze als reactie op dit bericht, per mail via redactie@ballonnendoorprikker.nl of onder de pagina Een onderzoek naar dwaasheid

Hotspot met Assanges

Vorige week stond er een interview met de Zweedse minister van Migratie Morgan Johansson in de Volkskrant. In dit interview geeft hij een schets van het Zweedse en het Europese probleem. Volgens hem is er maar één oplossing:  “… vasthouden aan het principe van de solidariteit tussen lidstaten. Dat we elkaar helpen in moeilijke tijden. Dat betekent de vluchtelingen eerlijk verdelen over de lidstaten. Hoe? De enige manier is de asielaanvraag aan de Europese buitengrenzen af te handelen, in een Europees centrum, een hotspot. Daar worden zij die recht hebben op asiel verdeeld over de lidstaten. Vluchtelingen kunnen niet kiezen waarheen ze gaan, lidstaten niet of ze ze ontvangen.”  

AssangeFoto: www.telegraph.co.uk

Asielaanvragen buiten de EU en pas daarna naar binnen. Dat klinkt logisch. Het voorkomt immers dat mensen tevergeefs een lange, dure en gevaarlijke reis maken. Ook hoeft er zo niemand meer te worden teruggestuurd omdat alleen de erkende vluchtelingen binnen mogen. Op het eerste gezicht een goede oplossing. Maar hoe is dat als we wat verder kijken?

Waar komen die hotspots? Komen die in de buurlanden van de Unie? Als dat zo is, dan moet een vluchteling uit China nog steeds een verre en dure reis aanvaarden met als risico om vlak voor het einde te worden geweigerd en dan zit de Afghaan bijvoorbeeld in Turkije en zit Turkije met het probleem. En zou Turkije dat lang volhouden als er zo veel vluchtelingen in Turkije blijven? Komt het er dan niet op neer dat de landen waar de hot-spots gevestigd zijn met de problemen worden opgescheept? Waarom zouden die landen dat accepteren? En wat let hen dan om hetzelfde te doen als de EU en dus het probleem naar de buurlanden te exporteren? Leidt dit in extremis niet tot eenzelfde situatie als opvang in de regio? Namelijk dat iedereen in zijn eigen land vastzit en niet kan vluchten?

Of komen de hotspots in ieder land? Hoe gaan we dat regelen in Syrië, is een eerste redelijk obligate vraag. Maar stel dat dit toch lukt en ik wil vluchten uit een land omdat het regime aldaar, mij wil oppakken vanwege mijn ideeën, godsdienst of geaardheid. Wat zou er dan gebeuren als ik die hotspot binnenloop? Zou ik die dan nog wel kunnen verlaten tijdens de behandeling van mijn aanvraag of als mijn aanvraag wordt afgewezen? Of staat de politie mij al op te wachten bij de poort? Is Julian Assange, de man van Wikileaks, niet een sprekend voorbeeld van wat er dan gebeurt?

Het vluchtelingenprobleem is dan opgelost omdat vluchten onmogelijk wordt. Maar is dat de wereld die we willen? Stel we moeten zelf vluchten? Al is het maar voor de stijging van de zeespiegel?

Follow Nelson Mandela

De vluchtelingenproblematiek en de rol van de media zijn het onderwerp van een artikel van Kristel van Teeffelen in Trouw. De media zouden het negatieve beeld rond vluchtelingen aanwakkeren door veel aandacht te besteden aan de boze burger en incidenten en te weinig aan de meerderheid die bereid is vluchtelingen op te vangen en te helpen. Van Teeffelen verwijst naar VVD-Eerste Kamerlid Annemarie Jorritsma: “dat media angstgevoelens onder burgers vergroten. Incidenten, bijvoorbeeld in azc’s, worden breed uitgemeten, waardoor ze ineens heel groot lijken, aldus Jorritsma. Het maakt mensen onzeker.”

Mandela

Foto: tryzzer.com

Nu doen de media verslag van wat er gebeurt en staat bij dat verslag doen niet de uitzondering centraal? Zijn incidenten niet die uitzondering? Een vliegtuig dat veilig op de plaats van bestemming aankomt, haalt de krant niet. Dat doet het pas als het misgaat. Zou daaruit het beeld kunnen ontstaan dat vliegtuigen onveilig zijn omdat ze alleen de krant halen als ze neerstorten? Is nieuws niet per definitie iets wat van het gewone afwijkt?

Als we het opiniërende deel van de media erop naslaan, komen daar niet alle denkbare inzichten aan bod? Regent het niet verwijten van politieke correctheid en vluchtelingenknuffelaars van de ene kant? En zijn van de andere kant de verwijten van extreem rechts en racisme niet van de lucht? Het ene medium neigt meer naar de ene en het andere meer naar de andere kant, maar is dat niet altijd zo?

Ligt het probleem niet elders? Want missen we niet juist de politici en de politieke leiders in de discussie? Moet Jorritsma dus niet in de spiegel kijken? Duikt de politieke hoek niet veel te veel weg? Missen we daar niet visie en leiderschap? Is visie niet veel meer dan een olifant die het uitzicht belemmert of het noemen van een getal? Is visie niet de manier waarop waarden zoals vrijheid, rechtvaardigheid, solidariteit enzovoorts worden ingevuld in goede en in slechte tijden?

“Het is beter achter de schermen leiding te geven en anderen op de voorgrond te zetten, vooral wanneer je overwinningen viert en er mooie dingen gebeuren. Als er sprake is van gevaar, dien je vooraan te staan. Dan zullen de mensen je leiderschap waarderen.” Aldus een wijze raad van Nelson Mandela. Welke leider volgt dit advies en gaat vooraan staan?