Wat wil Bussemaker?

“Parttime werken is voor vrouwen vooral een strategie om niet overbelast te raken. Het is niet een doelbewuste keuze voor minder carrièrekansen en financiële afhankelijkheid van hun partner.” Zo valt te lezen in de Volkskrant. Dit omdat vrouwen, zo blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau, werk, zorg en ontspanning minder goed kunnen scheiden dan mannen. Gevolg is wel dat veel vrouwen financieel afhankelijk zijn. Dit zou volgens minister Bussemaker wel moeten. Bovendien leidt dit, volgens haar, tot verspilling van talent. Dit moet niet alleen thuis maar ook op het werk worden besproken. Bussemaker: Het zou goed zijn als werkgevers vrouwen vragen wat zij kunnen doen om hen te ontlasten en tegelijk meer uren te laten werken. Dat kan bijvoorbeeld gaan om meer mogelijkheden voor flexibele werktijden of thuis werken.”

stressIllustratie: www.loyalist.nl

Dus om financieel onafhankelijk te zijn en zorg en werk goed te kunnen combineren en zo de druk te verminderen moeten vrouwen meer gaan werken. Zou meer en flexibeler werken ervoor zorgen dat vrouwen minder voelen dat ze “tekortschieten op het werk en voor naasten”? Dat vrouwen minder spanning ervaren en meer relaxt gaan leven? Zou dit probleem, dat ‘in het hoofd’ van vrouwen zit, zo worden opgelost?

Niet alleen vrouwen ervaren problemen, één op de vijf fulltime werkende vaders wil korter werken om voor hun kinderen te zorgen. Zo valt te lezen in een ander artikel in de Volkskrant. En ook dat moet met de werkgever worden besproken. Deze mannen hebben volgens dezelfde minister goede redenen om korter te willen werken. Ze zijn “belangrijke bondgenoten in de vrouwenemancipatie.” Wat als die mannen door korter te werken ineens niet meer financieel op eigen benen kunnen staan? Is dat dan géén probleem?

Maar is het niet vreemd dat de minister mannen adviseert om minder, en vrouwen juist om meer te werken? Zou de minister in de gaten hebben dat haar adviezen op het oog tegenstrijdig zijn?

Zou een verkorting van de werkweek een oplossing kunnen zijn? Naar 30 uur zoals in Zweden? Dit leidt wel tot minder inkomen bij een fulltime baan, maar zou banen creëren voor werklozen. Of wellicht een basisinkomen? Waarschijnlijk leidt dat via een omweg ook tot een verkorting van de gemiddelde werkweek en tot werk voor meer mensen. Beide ideeën zouden de druk verminderen. Een experiment waard?

Assumption is the mother of all fuck ups

“Gemeenten zijn de meest nabije overheid en zij kunnen het beste de zorg voor mensen organiseren.” Een zin uit de column van Tof Thissen, de algemeen directeur van UWV Werkbedrijf en vaste columnist in Dagblad De Limburger in zijn column van zaterdag 20 februari 2016. Veel mensen zullen zich kunnen vinden in deze zin. In de diverse media is dit immers zeer vaak gezegd, politici hebben er jaren op gehamerd. Sterker, deze zin vormt de basis voor de grote decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn erop gebaseerd.

assumption

Illustratie: www.orakels.net

Maar iets roepen en herhalen, maakt het nog niet tot een feit. Is de gemeente wel de meest nabije overheid? Als ‘meest nabij’ wordt uitgelegd als kleinste schaal (na provincie en Rijk) dan klopt het. Maar wat als we naar de opkomst bij verkiezingen kijken? Trekken landelijke verkiezingen niet steevast meer kiezers? Zou dat kunnen duiden op grotere nabijheid bij mensen? Hoe bepalen we wat ‘meest nabij’ is?

De redenering van Thissen suggereert ook dat er een relatie is tussen nabijheid en het organiseren van zorg. Hoe nabijer, hoe beter de zorg is die georganiseerd wordt. Uiteindelijk zou ik dan de beste zorg voor mijn vrouw en kinderen kunnen organiseren. En als ik nergens naar zou hoeven te kijken en alles wist, dan zou er een leger aan zorgverleners klaar staan. Laten we zeggen een compleet ziekenhuis met alle kennis en kunde van de wereld. Net zoals mijn buurman dat ook zou doen voor zijn gezin.

Zou het niet slimmer zijn om zoiets op wat meer afstand te organiseren? Basiszorg in de wijk of het dorp. Een ziekenhuis op regionale schaal. En specialistische zorg, zoals het Antonie van Leeuwenhoek, op landelijke schaal? Zou zo’n meer afstandelijke organisatie niet tot betere zorg kunnen leiden?  Is de overheid die het meest nabij is ook het beste in staat om zorg voor mensen te organiseren? Brengt beleid, en dat is wetten opstellen, op basis van zo’n aannames niet risico’s met zich mee? Zijn we ons bewust van die risico’s? Zit nabijheid trouwens niet veeleer in de zorgverleners persoonlijk?

Bij zo’n aannames moet ik altijd denken aan de film Under Siege 2: Dark Territoriry, een film met actieheld Steven Seagal in de hoofdrol. Het karakter van Seagal lijkt onder de trein te zijn gekomen, maar als er toch nog bad guys dood worden gevonden, vraagt het personage gespeeld door de acteur Al Sapienza of ze het lijk hebben gezien. ‘Ik zag hem vallen en ik zag bloed, dus ik nam aan dat ….’  Waarop Sapienza’s personage de volgende legendarische uitspraak doet: “Assumption is the mother of all fuck ups!” 

Van de regen in de drup

De Nederlander krijgt het druk. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is bedoeld om veel meer ondersteuning en zorg door vrijwilligers en mantelzorgers te laten verrichten. Dit om alles betaalbaar te houden.

Stress

Illustratie: 855winthecase.com

Nu wordt er ook gewerkt aan een nieuwe Omgevingswet waarin de overheid zich ook terugtrekt. Wil je iets bouwen, dan moet je draagvlak zoeken. Dit klinkt mooi, maar heeft ook een andere kant. Wil je voorkomen dat iets wordt gebouwd, dan moet je dat ook zelf organiseren. Martin Sommer omschreef het in de Volkskrant als volgt: “Van de omgevingswet moeten we straks, als we vader zijn steunkousen hebben uitgetrokken, naar het buurthuis om de plannen van de projectontwikkelaars te bespreken.”

Maar daarmee zijn we er nog niet. In diezelfde Volkskrant stelt Frank Kalshoven vast: dat Nederland er lekker van zou opknappen als we erin zouden slagen het totaal aantal gewerkte uren te laten toenemen.” Zo krijgen we meer inkomen om bijvoorbeeld een energietransitie te betalen, vluchtelingen op te vangen, de AOW te verhogen, beter te eten en drinken of de schulden af te lossen. Heb je schoolgaande kinderen, dan verwacht de school dat je je actief inzetDat verwacht de sport- en/of culturele vereniging trouwens ook.

Sommer constateert:“De energieke burger is permanent bekaf.” En dat leidt weer tot meer ziekteverzuim en hogere ziektekosten. Ook krijgen de collega’s van de zieke het nog drukker, net als zijn sociale omgeving. Een neergaande spiraal.

Nederland zou lekker opknappen als er meer uren betaald worden gewerkt. Daarmee zullen veel economen en politici het eens zijn. Is het niet vreemd dat veel van diezelfde economen en politici zich ook kunnen vinden in die Wmo en de Omgevingswet? Vreemd omdat juist deze wetten leiden tot de vernietiging van banen? De Wmo omdat veel werk, en dus banen, als bijvoorbeeld huishoudelijke hulp worden geschrapt. Dat werk moet maar door vrijwilligers en mantelzorgers worden gedaan. Dit schrappen leidt tot minder betaalde uren en de druk op vrijwilligers en mantelzorgers zou ook wel eens tot minder betaalde uren kunnen leiden. En de Omgevingswet omdat hierdoor veel overheidsbanen en dus gewerkte uren verdwijnen. En zou het aantal gewerkte uren niet ook afnemen door de druk die zo op de burger wordt gelegd?

Raken we zo niet van de regen in de drup? Tijd voor herbezinning?

Wat de wet toestaat

Een column in de Volkskrant van de hand van Margriet Oostveen handelt over de Brabantse apotheker Paul Harder die zelf pillen draait. Dat mag en is een uitkomst voor menig patiënt. Zeker omdat Harder niet-gepatenteerde medicijnen op maat kan maken en medicijnen maakt waarvoor maar weinig klanten zijn. Hij maakt ook pillen voor adhd-patiënten die door psychiaters naar hem worden doorgestuurd. Dit betekent dat hij steeds meer pillen draait en nu heeft een farmaceut hem aangeklaagd omdat een medicijn voor 300 patiënten maken, grootschalig is en dat mag niet. “De Raad van State oordeelde intussen dat, zolang de Nederlandse wetgever niet precies formuleert wat kleinschalig is, de rechter de productie van Paul Harder inderdaad grootschalig mag noemen.” Zo schrijft Oostveen in het artikel.

MontesquieuIllustratie: www.boomfilosofie.nl

Hoe kleinschalig is kleinschalig? Een leuke vraag maar wat is het antwoord? De Raad van State redeneert dat zolang kleinschalig niet is omschreven, alles grootschalig mag worden genoemd. Een interessante redenering. Wat als ik een geneesmiddel nodig heb dat niet is gepatenteerd en ik maak het zelf? Dus voor één patiënt. Dan is dat ook niet kleinschalig volgens die redenering. Dus is alles grootschalig.

Als kleinschalig niet is gedefinieerd mag alles dus grootschalig worden genoemd. Wat een bijzondere redenering. Wat als we het omdraaien? Als alleen farmaceuten grootschalig medicijnen mogen produceren? Heeft de wet grootschalig wel omschreven? Ik denk het niet omdat een omschrijving van grootschalig meteen ook duidelijk zou maken wat kleinschalig is. Wat als de apotheker zich erop beroept dat wat hij doet kleinschalig is? Wat zou de reactie van de Raad van State dan zijn? Ik wil de deskundigheid van de Raad van State op het gebied van de interpretatie van wetgeving in het algemeen niet ter discussie stellen. Maar …

De Franse filosoof Montesquieu schreef: “Vrijheid is het recht om alles te doen wat de wet toestaat.” Zou de Raad in dit geval niet hebben moeten oordelen dat juist omdat het begrip niet is omschreven, zij in deze niet kan oordelen? Dat het handelen van Harder dus binnen de kaders van de wet valt? Want maakt de uitspraak van de Raad het zelf pillendraaien door apothekers niet onmogelijk?

Wie zijn heden verprutst

“Het is erg wrang dat er nu zo veel werknemers in de zorg op straat komen te staan, terwijl deze cijfers uitwijzen dat we ze in de toekomst weer keihard nodig hebben.” Een uitspraak van de Limburgse gedeputeerde Daan Prevoo in Dagblad de Limburger als reactie op de laatste bevolkingsprognose. Die laat zien dat de Limburgse bevolking tussen nu en 2050 flink krimpt en veroudert. Dan staat tegenover één werkende één niet-werkende, nu is dat 3 op 2. Hierdoor zal de sociale zekerheid onder druk komen te staan, aldus onderzoeker Hans Kasper: “Minder mensen dragen actief bij aan bijvoorbeeld de bekostiging van uitkeringen. Hoe gaan we dat dan in de toekomst financieren?”

seneca  Illustratie: historiek.net

Nu is het bijzondere aan toekomstvoorspellingen dat het voorspellingen zijn en geen werkelijkheid. Tussen nu en 2050 liggen nog ruim dertig jaar. Dat biedt ruimte om er wat aan of mee te doen. Zou het nu niét ontslaan van de werknemers in de zorg, wat Prevoo lijkt te suggereren, in 2050 een oplossing bieden? Zouden veel van die werknemers dan niet zelf voor zorg in aanmerking komen?  Moeten de oplossingen in een andere richting worden gezocht?

Zou het verhogen van de kinderbijslag of het op een andere manier aantrekkelijk maken van het krijgen van kinderen een oplossing bieden? Als dat beleid nu wordt ingezet, dan levert dat veel extra jongeren en dus meer werkenden. Komen die vele leegstaande schoollokalen ook weer van pas.

Zou de technologische ontwikkeling niet een deel of misschien wel het gehele tekort aan arbeid kunnen oplossen? Zorgrobots die taken van mensen overnemen, administratieve processen die steeds verder worden geautomatiseerd en zaken die we ons nu nog niet voor kunnen stellen. Met andere woorden zou de behoefte aan arbeid niet ook af kunnen nemen? Zou nu daarin investeren over 30 jaar niet tot rendement kunnen leiden?

Met een gelijkblijvend nationaal (of provinciaal) inkomen (alleen voor inflatie gecorrigeerd) en dalende bevolking, stijgt het inkomen per hoofd van de bevolking. In meer dan dertig jaar kan nog veel gebeuren en is nog niets zeker. Of naar een goed Venloos gezegde: “det zit in wiej zek.” Is betaalbaarheid van sociale voorzieningen niet een kwestie van kiezen? Net zoals het nu een keuze was om te bezuinigen op zorg en dus de werknemers in de zorg op straat te zetten?

“Wie zijn heden verprutst, is de slaaf van zijn toekomst,” zei de Romeinse filosoof en staatsman Seneca. Zullen we het heden dan maar niet verprutsen?

Veel vragen

Op deze eerste dag van het jaar wil ik jullie, mijn lezers het allerbeste toewensen. Dus veel geluk, liefde, voorspoed, maar vooral veel nieuwsgierigheid: het verlangen om te weten. Want ligt dit verlangen niet aan de basis van de wetenschap: het weten of kennis met een ander woord. En is kennis niet meer dan alleen het weten? Is kennis niet weten, doordenken en begrijpen? Is dat in eerste instantie niet alles betwijfelen wat je ziet, leest of hoort? Is dit niet het bevragen en het van alle mogelijke perspectieven bekijken van waar je mee wordt geconfronteerd?

NieuwsgierigheidFoto: www.menselijk-lichaam.com

Is dat niet wat we nodig hebben om de problemen van onze tijd het hoofd te kunnen bieden? Problemen zoals het omgaan met verschillen, door anderen ook wel integratie of inburgering genoemd? Zou nieuwsgierigheid naar de ander ons niet kunnen helpen om hem of haar te begrijpen? Om de wereld eens vanuit zijn of haar oogpunt te bekijken? En zou dat die andere niet helpen om de wereld achter jou te leren kennen? Zou dat niet tot herkenning van overeenkomsten en begrip voor verschillen kunnen leiden? Zou die herkenning en begrip voor de ander er niet toe kunnen leiden dat er heel andere oplossingen voor die problemen mogelijk zijn?

Zou dat niet ook kunnen helpen bij de ervaren ‘democratische’ crisis in Nederland? U weet wel de ‘kloof’, de gevoelde onbetrouwbaarheid van politici en bestuurders, het betrekken van mensen bij het zoeken naar oplossingen enzovoort.

En niet alleen bij het omgaan met verschillen binnen een land? Zou dat ons niet verder helpen bij de zoektocht naar rechtvaardige en eerlijke oplossingen? Bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? Of de nog altijd sluimerende Griekse, maar eigenlijk financiële en bankencrisis? Zou dat niet kunnen helpen bij de  crisis in de Europese Unie? Zou dat ook niet kunnen helpen bij het zoeken naar oplossingen voor de problemen in het Midden-Oosten en in Afrika?

Maar ach, daar hebben wij geen invloed op. Of toch wel? Wat als wij die nieuwsgierigheid gaan betrachten in ons eigen leven? Als wij geen mening meer geven over iets, maar er vragen bij stellen? Wat zou dat voor een effect hebben op de mensen om ons heen? Hoe zouden die mensen hierop reageren? Wat als zij dit over zouden nemen? Zou dat niet onze invloed op de ‘wereldproblemen’ kunnen zijn?

De Ballonnendoorprikker blijft vragen en bevragen. Doen jullie mee? Ik wens jullie veel vragen toe.

Clash of Civilizations

“De verzorgingsstaat moet er vooral óók toe inspireren dat mensen participeren, de participatiesamenleving moet er vooral óók toe leiden dat we de verworvenheden van de verzorgingsstaat wijs en behoedzaam inzetten.” Woorden van Anne Buskens (directeur/bestuurder van de welzijnsorganisatie Traject) in Dagblad de Limburger van dinsdag 29 november 2015. Die samenlevingen moeten elkaar vinden in de ‘zoektochtsamenleving’ zoals ze die Maastricht noemen. Een samenleving die de uitdaging heeft: “de goede wil samen goed te kanaliseren.” Omdat, volgens Buskens de meeste mensen van goede wil zijn.

clash of civilizationsIllustratie: www.reddit.com

Het duizelt mij. Hebben wij niet maar één samenleving op het grondgebied van Nederland en maakt niet iedereen daar deel van uit? En participeert daar niet iedereen in die in Nederland woont?

Hoe ziet dat eruit, die verschillende ‘samenlevingen’ die met elkaar strijden en samenwerken? Een nieuwe versie van HuntingtonsClash of Civilizations’? Een botsing tussen verschillende overheidsinstanties en door de overheid gesubsidieerde en betaalde instellingen die ieder vanuit hun eigen belang met elkaar in strijd en samenwerking gaan om het goede voor en met de burger te doen?

Alleen wat is dat goede? En wie bepaalt dat? Zijn dat die op verschillende wetten gebaseerde ‘samenlevingen’?  Zijn dat die ‘samenlevingen’ en hun instanties waar de welzijnsorganisaties voorbeelden van zijn? Wordt dat opgelegd aan de mensen? Zijn die wetten, zoals de Participatiewet, waarop die samenlevingen zijn gebaseerd niet voorbeelden van gestold wantrouwen? Gaat het dominante denkmodel over mensen niet uit van wantrouwen? Hoe zit het dan met de vrijheid van mensen om zelf hun geluk te kiezen?

Geeft Buskens niet de sleutel voor een veel simpelere oplossing. Als de meeste mensen van goed wil zijn, waarom dan niet uitgaan van die goede wil? Wat zou er gebeuren als je de mensen van goede wil de vrijheid en ruimte geeft? Dat vraagt het afzweren van het denkmodel dat uitgaat van wantrouwen en dat is lastig. Experimenten met basisinkomen tonen echter aan dat uitgaan van het goede, goede resultaten oplevert voor zowel mens als samenleving.

Zou dit geen betere oplossing zijn dan de ‘Clash of Civilizations’?

Over de balk

“Dat geld kan veel effectiever ingezet … Door extra banen te realiseren in de publieke sector, dus bij gemeenten of non-profitorganisaties die subsidie ontvangen van de gemeente. Denk hierbij aan scholen, bibliotheken, muziekscholen, musea en andere kunstinstellingen. Kortom, banen die ten dienste komen aan de gemeenschap,” dit zegt SP Kamerlid Sadet Karabulut in de Volkskrant. Zij reageert hiermee op plannen van het kabinet waarmee voor een half miljard euro zevenduizend laagbetaalde banen worden gecreëerd.

balkFoto: haagsallerlei.nl

Karabulut heeft een punt want er wordt iets meer dan zeventigduizend euro per baan besteed. Waar kan ik me melden voor zo’n laagbetaalde baan? Of krijgt de laagbetaalde slechts het minimumloon (zesentwintigduizend euro)? Waar gaat dan de overige ruim vierenveertigduizend naar toe?

Daar wil ik het echter niet over hebben. Dat punt heeft Karabulut al gemaakt. Wel over de plekken waar zij banen wil creëren. Veelal bij instellingen die de afgelopen jaren een flinke bezuiniging voor de kiezen hebben gekregen: bibliotheken, muziekscholen, musea en andere kunstinstellingen. Juist die instellingen hebben de afgelopen jaren veel gekwalificeerd personeel de deur moeten wijzen, omdat ze minder subsidie kregen.

Als er dan toch een half miljard te besteden is en je wil het in deze sectoren doen, waarom dan niet de bezuinigingen op de reguliere subsidie teruggedraaid? Teruggedraaid zodat zij het gekwalificeerd personeelsbestand weer kunnen aanvullen? Een extra conciërge is leuk en nuttig voor een muziekschool, maar zou een gekwalificeerde gitaarleraar niet nog nuttiger zijn?

Zou het geld niet voor een deel besteed kunnen worden aan een fatsoenlijk uurloon voor hulpen in de huishouding? Laagbetaald werk dat in toenemende mate onder druk staat en waarvan de overheid lijkt te vinden dat het door mantelzorgers en vrijwilligers moet gebeuren. Werk waarvan de overheid redeneert dat dit het begin is van een ondersteuningstraject, maar is dat voor de betreffende ondersteuningsvrager en zijn sociaal netwerk wel zo?

In Rotterdam verdienen ze het, in Den Haag verdelen ze het en in Amsterdam smijten ze het over de balk,” aldus de Rotterdamse nachtburgemeester Jules Deelder. De balk lijkt nu ook in Den Haag te staan. Tijd voor een aangepaste uitspraak?

Marktwerking en solidariteit

Verzekeren is solidariteit en kansberekenen. We lopen allemaal een risico. Meestal en bij de meeste mensen, treedt dat niet op. Soms is er wel iemand de klos. Om de kosten hiervan te dragen, berekent een verzekeraar hoe groot de kans is en wat de schade dan is. De verzekeraar berekent de premie die de schade en zijn onkosten dekt én nog wat winst voor hem oplevert. De kans op schade is afhankelijk van je omstandigheden.

Marktwerking en solidariteit

(Illustratie: http://www.visionair.nl/wp-content/uploads/2012/07/cartoon_2006_june.jpg)

Oudere mensen of mensen met een chronische aandoening lopen een grotere kans op schade en soms weet je de schade al. Bij jongere gezonde mensen is die kans weer kleiner. Door hier geen rekening mee te houden en te doen alsof ieder mens dezelfde kans heeft op schade, kan de premie voor een zorgverzekering voor iedereen even hoog zijn, het oude ziekenfonds.

Op een vrije markt zullen verzekeraars producten maken voor specifieke groepen. Lagere premies voor mensen die weinig risico lopen (en meer winst voor de verzekeraar). Dit betekent wel dat die mensen die een hogere kans op schade lopen, meer premie moeten betalen. Hoe nu de verzekering voor de laatste groep betaalbaar te houden?

Door verevening. En aan die vervening gaat wat veranderen: “De verzekeraar draagt volgend jaar een groter deel van de premie van een jonge, gezonde klant af aan de verzekeraar die chronisch zieken verzekert en dus hoge kosten maakt”, dit valt te lezen in de Volkskrant. Dit is een manier om solidariteit vorm te geven en de markt te beteugelen.

Zou er geen betere manier zijn om solidariteit vorm te geven nu de markt blijkbaar niet het gewenste resultaat oplevert? Een manier met minder bureaucratie? Een manier waarbij winst niet nodig is? Een manier die mensen als mens ziet en niet als een mogelijke winstbron? Een die lijkt op het oude …?