Moderne loopgraven

Gisteren schreef ik over de veronderstellingen waarop de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn gebaseerd.  En als we het hebben over veronderstellingen als de moeder van alle mislukkingen, dan moet ik denken aan het boek De Kanonnen van Augustus van de historica Barbara Tuchman. Mijn favoriete boek over de Eerste Wereldoorlog, of The Great War zoals de Engelsen en Fransen hem noemen. Tuchman schrijft op een zeer beeldende manier over de gebeurtenissen die tot de oorlog leidden en de eerste maand van de gevechten. Naar die Eerste Wereldoorlog werd al lang uitgezien.

loopgraaf

Foto:berichtenuithetverleden.wordpress.com

Frankrijk startte al met de voorbereidingen na de nederlaag bij Sedan in de Frans-Duitse oorlog in 1870. Een plan dat bestond uit verdedigende forten, maar vooral uit een aanval met élan waarbij de verloren gebieden, Elzas en Lotharingen, zouden worden heroverd en vervolgens zou rap worden opgetrokken naar Berlijn. Want een Franse aanval met élan was immers niet te stoppen. Om sterker te staan had Frankrijk ook een alliantie  met Tsaristisch Rusland afgesloten.

Het Duitse Keizerrijk liep zo het risico op een oorlog op twee fronten. Om dat te voorkomen werd het Schlieffenplan ontwikkeld. In dit plan zou Frankrijk in vier weken worden verslagen en dan kon het grootste deel van het leger naar het oosten om de Russen te bevechten. Rusland zou eerder toch geen bedreiging vormen, omdat de mobilisatie daar tenminste vier weken zou duren. Het Schlieffenplan was uitgewerkt in draaiboeken, waarin nauwkeurig werd bepaald welke eenheid op welk tijdstip, welke plaats ingenomen zou moeten hebben. Het plan ging uit van een opmars door het neutrale België. Maar die Belgen zouden vrije doorgang geven, zo veronderstelden de Duitsers.

De Britten stonden garant voor de Belgische neutraliteit. Schending daarvan zou automatisch oorlog met Engeland betekenen. De Britten beschikten over een grote marine, het leger was maar klein. Dit wisten zowel de Fransen als de Duitsers. De Fransen hadden contact gezocht met de Engelsen en plannen uitgewerkt voor als de Duitsers de Belgische neutraliteit zouden schenden. Dan zouden de Britten het meest westelijke deel van het front voor hun rekening nemen. Maar dan moest er wel eerst een schending zijn van de Belgische neutraliteit.

De Russen hadden ook mooie plannen uitgewerkt om snel ten strijde te kunnen trekken. Alleen ontbrak het aan het materieel, infrastructuur (spoorwegen) en organisatietalent om het uit te voeren en domineerden incompetentie en corruptie.

De belangrijkste spelers hadden  zo allemaal hun plannen gebaseerd op aannames en veronderstellingen zoals: de kracht van het élan, de Belgische vrijgeleide, de Russische traagheid, de kracht van de Russische beer of stoomwals. Na een maand konden alle plannen de prullenmand in en lagen de partijen vast in de loopgraven. Loopgraven die het graf werden van miljoenen jonge mannen. Mislukt vanwege de starre aannames en de even starre uitvoering. Mislukt al kwamen de Duitsers nog het verst met de realisatie ervan. Daarom lagen de loopgraven in België, Frankrijk en Rusland.

Een leerzaam boek over de Eerste Wereldoorlog, omdat het laat zien waartoe halsstarrigheid kan leiden. Maar vooral waartoe beleid en politiek gebaseerd op aannames en veronderstellingen kunnen leiden. En als we nu kijken naar de belangrijke problemen van onze tijd, in hoeverre spelen veronderstellingen daarin een belangrijke rol?

Neem de crisis in Syrië. Is het werkelijk zo dat IS in Syrië en Irak een grote bedreiging vormt voor onze vrijheid en manier van leven? Wie denkt er werkelijk dat vier F16’s, die nu naast Irak ook nog Syrië moeten bombarderen, het verschil maken? Wie denkt er werkelijk dat bommen op Syrië het perspectief van jeugdigen in de Schilderswijk, Molenbeek of la Courneuve verbeteren en hen dus afhoudt van dwaasheid? Wordt zo niet in ‘moderne’ loopgraven de verkeerde ‘oorlog’ met de verkeerde middelen gevoerd?

Velen zijn boos op de Grieken, omdat zij die vluchtelingen doorlieten en ze niet eens geregistreerd kregen. Wie was er werkelijk van overtuigd dat Griekenland bijna een miljoen vluchtelingen zou kunnen opvangen? Zeker net nadat het land uitgekleed was en onder curatele was gesteld. Waarom zouden de Grieken die aantallen wel kunnen registreren als het Nederland nog niet eens lukt om vijftigduizend mensen tijdig in procedure te nemen? Wie gelooft er werkelijk dat ‘herstel’ van de grenscontroles door Nederland werkelijk iets oplost? Zou dat er niet toe kunnen leiden dat ieder land de eigen grenzen streng bewaakt en zo de eigen kuil graaft waar het vervolgens zelf invalt, omdat iedereen dan vastzit in zijn eigen land?

En over de Grieken gesproken. Wie gelooft er werkelijk dat de Eurocrisis een strijd is tussen landen en geen strijd tussen de ‘haves’ en de ‘havenots’? Nu we toch bij de economie zijn aangeland, wie gelooft er werkelijk dat flexibilisering van het arbeidsrecht goed is voor de werkende? En een stapje verder. Wie denkt er werkelijk dat economische groei aan iedereen ten goede komt? Dat het rijker worden van de rijken goed is voor de armen, omdat die rijken hun geld uitgeven en het geld zo naar beneden druppelt, naar de armen? En wat belangrijker is, wie geloofd er werkelijk dat betaald werk het toppunt van participatie is? Dat we leven om te werken? Wordt werk en daarmee leven zo niet een moderne loopgraaf? Een plek waar we eigenlijk niet willen zijn, maar niet meer uitkomen?

Legitimate opposition

De situatie in Syrië wordt met de dag onoverzichtelijker. Wat er allemaal gebeurt, is voor een geïnteresseerde volger bijna niet meer bij te houden. De ene dag is er sprake van een soort wapenstilstand, maar dan weer niet met IS en Al Nusra. In hoeverre kun je dan van een bestand spreken? Hoe kun je aan een persoon met een Kalashnikov zien bij welke groep hij hoort? En wellicht hoorde hij gisteren wel bij de ene groep en vandaag bij een andere? De volgende dag vallen de bestandspartijen over elkaar heen, maken elkaar voor ‘rotte vis’ uit en bombarderen ze allemaal hun favoriete vijanden.

Russian Foreign Minister Lavrov stand with U.S. Secretary of State Kerry before a meeting in Vienna, Austria

Foto: www.reuters.com

Bij dat uitschelden voor ‘rotte vis’ sprak de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken John Kerry uit dat het bombarderen van “the legitimate opposition” moest stoppen. Woorden gericht aan de Russen die vrolijk stellingen van hun favoriete vijanden aan het beschieten waren. Maar ja, deze vijanden zijn in de ogen van Kerry legitimate opposition. De Russen zullen hem best kunnen volgen en zullen dan zeggen  dat zij ‘niet legitieme’ oppositie beschieten. En dan hebben ze vanuit hun standpunt bekeken, gelijk. En zullen ze zeggen: Kerry, waar zeur je over?

De Turken beschieten de Koerden, omdat die te machtig worden in het grensgebied. En die macht kan de Koerdische opstandigheid in Turkije aanwakkeren. Aangezien de Koerden het redelijk met Assad kunnen vinden, ze laten elkaar met rust, zal Turkije ook zeggen dat ze niet-legitieme oppositie bombarderen. En zullen ze zeggen: Kerry, waar zeur je over?

Voor Kerry en andere Westerse leiders, ligt dat weer anders. Die vechten niet voor iets, zoals de Koerden, Assad, IS en alle andere strijdende partijen, maar vooral tegen iets. En dat iets is IS. En in die strijd tegen IS hebben ze de steun van de Koerden en groepen die door de Russen worden beschoten, nodig. In hoeverre is het verstandig een oorlog te voeren tegen iets? Zou dat niet bijvoorbaat een verloren oorlog zijn? Kun je een oorlog tegen terrorisme, maar ook tegen drugs, ooit winnen?

En zo zijn er nog veel meer partijen die zich direct en indirect met het Syrische strijdtoneel bezighouden. Iedere partij heeft hierbij een eigen perspectief en belangen en zet die met woorden kracht bij. Maar wat als, zoals in Syrië het geval lijkt, die woorden ook het standpunt van de andere kant vertegenwoordigen? Zijn ze het dan  eens zonder het eens te zijn? Maakt dat niet alle woorden hol? Kan dat snelle overeenkomsten opleveren die vervolgens door alle partijen anders worden uitgelegd, met als resultaat dat het schieten gewoon doorgaat? Zouden we daar nu getuige van zijn?

Leadership from behind

In Dagblad de Limburger roept Sjoerd Mossou de voetbalsupporter op om in actie te komen. Volgens hem laten tienduizenden zich in de stadions gijzelen door een klein groepje idioten. Hij adviseert deze tienduizenden: “Loop massaal het stadion uit. Zing een ander – veel beter – lied. Ga in discussie met je buurman. Breng de humor terug in plaats van dat verstikkende oliedomme gebrek aan relativering. Verzin een ludieke actie.” Nu denk ik dat juist dat kleine deel dat ‘poppen ophangt’ etcetera, denkt dat dit ludiek is, een vorm van humor. Volgens Mossou is het verleidelijk en ook deels terecht om naar de KNVB, de club of de overheid te wijzen.

leiderschapIllustratie: www.michellesmirror.com

In de Volkskrant heeft Max Pam een ander, wellicht aanvullend idee: “Zo kan iedereen die getuige is van een voetbalwedstrijd waarbij zich ongeregeldheden voordoen en die daar op de een of andere manier niet tegen is opgestaan, worden beschouwd als een lid van een criminele organisatie.” En om dit kracht bij te zetten, stelt hij voor om de stadionbezoekers borg te laten betalen. Die krijgen ze terug als alles goed gaat, anders niet.

Opvallend is dat beide heren de eigen verantwoordelijkheid van de stadionbezoeker aanspreken. Dat is deels ook terecht. En als niets anders werkt, dan is dat een laatste redmiddel. Laatste, omdat er ook andere zijn. Laten we eens naar de beroepsgroep van Mossou en Pam kijken. Zou het niet meer verslaan van wedstrijden door alle media, een één na laatste redmiddel kunnen zijn? Dit betekent geen TV-gelden voor de clubs en sterk verminderde aantrekkelijkheid voor sponsors.

En met die sponsors komen we bij het op twee na laatste redmiddel. Wat als sponsors zich om die reden terugtrekken? En dan de scheidsrechters? Die kunnen een wedstrijd staken of niet laten beginnen. En daar weer voor de spelers en trainers. Wat zou er gebeuren als die niet verder spelen? En daarvoor de clubs. Zouden die gasten die zich misdragen niet de deur uit kunnen zetten? Het is immers hun huis. Indien nodig kunnen ze hiervoor politieondersteuning vragen. En daar weer voor de voetbalbond. Zou die geen gedragsregels kunnen uitvaardigen hoe te handelen in een dergelijke situatie?

Toont echt leiderschap zich niet juist in moeilijke tijden? Zien we niet een schrijnend gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsbesef? Maar ja, waarom zou het voetbal een uitzondering zijn op het algehele gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsgevoel bij bestuurders, in de politiek en de samenleving? Zien we daar niet ook vormen van hooliganisme en wegduiken? Van het ontwijken en ontduiken van verantwoordelijkheid? Is dit het nieuwe ‘leadership from behind’?

Goed voorbeeld

“Volgens een woordvoerder van de Nationale Politie moet er echter niet al te zwaar aan de huisbezoeken worden getild. Door even op visite te komen wil de politie de burger slechts laten weten welk effect een post of tweet op internet kan hebben.’’ Een inwoner van Sliedrecht kreeg politiebezoek, nadat hij enkele tweets had geplaatst waarvan dit er een is: “Het college van #Sliedrecht komt met een voorstel om de komende 2 jaar 250 vluchtelingen op te vangen. Wat een slecht plan! #KominVerzet”. Zo valt op Joop te lezen. VU hoofddocent Jaap Timmer constateert dat de politie ook de eenentwintigste eeuw heeft bereikt: “Als iemand vroeger in een café zei dat hij ging demonstreren en dat de ruiten eruit zouden gaan, zou diegene ook een huisbezoekje krijgen.”

VoorbeeldIllustratie: rawforbeauty.com

In het artikel wordt vermeld dat de persoon veel twittert, het artikel bevat alleen dat ene voorbeeld. En als dat de inhoud van de tweets is, waar zit dan de overeenkomst met de ‘kroeguitspraak’? Als de Sliedrechtenaar had opgeroepen de ramen van het gemeentehuis in te gooien, dan was het een ander verhaal. Dan was het te vergelijken. Maar oproepen om in verzet te komen?  Moet de Ballonnendoorprikker zich dan ook zorgen maken omdat hij mensen aan het denken zet en dat denken wel eens tot andere handelingen kan leiden? Handelingen die bijvoorbeeld de economie kunnen schaden? Of tot verzet tegen slecht nadenkende politici?

Nu kom je uitspraken als die van de Sliedrechtenaar vaker tegen in ‘gewone’ en op de ‘sociale’ media, maar ook op spandoeken. Krijgen al die mensen politiebezoek en een goed gesprek over de gevolgen van hun uitspraken? Als iemand bedreigingen uit, dan is een politiebezoek te rechtvaardigen. Dan moet worden aangegeven dat we elkaar in dit land niet bedreigen.

Maken niet bijna alle politici zich schuldig aan het doen van dergelijke en vaak nog veel ernstigere uitlatingen? Denk aan uitlatingen als ‘minder-minder’, de ‘testosteronenbommen’ en hetzelfde ‘#KominVerzet’ door Wilders.  Maar ook de ‘borstvergroting’ van Zijlstra en vele andere vormen van halve en hele leugens en verdraaiingen. Zouden die geen ‘effect’ kunnen hebben waar die politici zich niet bewust van zijn? Heeft de politie hierover al een gesprek gevoerd met Wilders, Zijlstra en de andere?

Of is dat onderdeel van het vrije politieke debat? Als dat zo is, waarom mogen burgers daar dan niet op eenzelfde manier aan deelnemen? Als dat zo is, zouden politici dan niet het voorbeeld moeten geven hoe het wel moet, net zoals ze nu het voorbeeld geven hoe het niet moet?

Allemaal politiek correct

Politiek correct. Eerst een artikel van Rutger Bregman bij de Correspondent en een dag later besteedt de ombudsvrouw van de Volkskrant, Annieke Kranenberg, er haar bijdrage in de zaterdagkrant aan. In reacties van lezers op het net, wordt het woord veelvuldig gebruikt. Met name ‘links’ wordt ervan beschuldigd politiek correct te zijn.

Politiek correctFoto: www.pinterest.com

Maar wat betekent het? Wikipedia, voor zover die betrouwbaar is, geeft de volgende omschrijving: “voorzichtig taalgebruik over, of het vermijden van, onderwerpen die politiek gevoelig liggen, om belediging (van met name minderheden) te voorkomen.” Het cultureel woordenboek geeft een wat bredere omschrijving: “Het taboeïseren van benamingen en opvattingen en het gebruiken van eufemismen bij wijze van oplossing van maatschappelijke problemen en gevoeligheden.” Dus in plaats van gehandicapt heeft iemand een functiebeperking.

Zou het kunnen dat iemand ‘politiek correct’ noemen een manier is om het gesprek, de discussie of het debat te vermijden? Vermijden door de ander te diskwalificeren? Net zoals je een andere kunt diskwalificeren door hem of haar irreëel of onpraktisch te noemen. Of juist door jezelf als praktisch en realistisch neer te zetten. Met onpraktische en niet realistische mensen hoef je immers niet te praten. Die kun je negeren. Is de ander irreëel, onpraktisch en ook politiek correct noemen daarmee niet een zwaktebod in een gesprek, discussie of debat?

Zou je niet juist het gesprek aan moeten met mensen wiens opvattingen anders zijn dan de jouwe? In gesprek door de ander te bevragen en andersom? Zou een dergelijk gesprek niet veel meer opleveren dan het zwaktebod van de gespreksvermijding?

Interessant is de vraag wie nu bepaalt wat politiek correct is? Als ik tegen de opvang van vluchtelingen ben en ik haal alle negatieve voorbeelden aan ben ik dan politiek correct omdat ik de positieve verzwijg? En als ik voor de opvang van vluchtelingen ben en ik haal juiste de positieve voorbeelden en roem de diversiteit, ben ik dan politiek correct omdat ik de negatieve gevolgen verzwijg? Zou het niet kunnen dat iedereen in een debat of discussie zijn zienswijze in een positief daglicht zet en de negatieve kanten ‘vergeet’ of ‘niet ziet’.

Dus: we zijn allemaal irreëel, onpraktisch en vooral POLITIEK CORRECT!

Hoe krom is recht

“Niet de media, maar politici moeten steun vinden voor het migratiebeleid. Dat wordt weleens vergeten. Nogmaals, niet Bild, de Volkskrant of de tv-programma’s moeten draagvlak creëren voor het beleid inzake migratie.” woorden van rechtsgeleerde Afshin Ellian in Elsevier. In zijn column waarin hij de media verwijt dat zij: “zich willen gedragen als de poortwachter van Nederland en alsof zij het migratiebeleid mogen bedenken en organiseren.”  Maar dat zal niet lukken omdat: “Wie in de media op grond van bijvoorbeeld humaniteit via bekende Nederlanders noodzakelijk draagvlak wil scheppen voor opname van meer migranten, zal uiteindelijk zijn gezag verliezen.”

JungIllustratie: www.reddit.com

Ellian heeft gelijk dat het uiteindelijk de democratisch gekozen politici zijn, die verantwoordelijkheid dragen voor het beleid. Maar is het zo dat, zoals Elian beweert, beleid door een meerderheid van de bevolking moet worden gedragen? Of is een kamermeerderheid voldoende? En mogen de media en ‘entertainers’ dat proces niet beïnvloeden door hun mening te laten horen en te pleiten voor wat zij de goede zaak vinden? Ook als die mening in de ogen van Ellian ‘politiek correct’ is. Want dat betoogt Ellian. Media zijn er immers alleen, “om kritisch verslag te doen van beleid en uitvoering daarvan.” Waar ligt de grens tussen ‘kritisch verslag doen’ aan de ene kant en beïnvloeden aan de andere kant? Beïnvloed je door kritisch verslag te doen van huidig (falend) beleid niet ook het beleid?

Wie bepaalt trouwens wat politiek correct is? Is het politiek correct om voor of tegen meer vluchtelingen te zijn? Of hangt het antwoord op die vraag af van je positie of mening? Is politiek correct een term om iemand met een andere mening te declasseren en niet serieus te nemen? Dus een vorm van gespreksvermijding? Moeten we niet juist het gesprek aan met andersdenkenden omdat, zoals de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung zei: “Everything that irritates us about others can lead us to an understanding of ourselves.”

Vreemd trouwens dat Ellian, zelf onderdeel van het meningencircus, zijn ‘concullega’s’ die er anders over denken dan hij, verwijt wat hij zelf ook doet. En dat is draagvlak creëren voor zijn ‘beleid’ in zake migratie. Een voorbeeld van de pot die de ketel verwijdt dat hij zwart ziet?

Maar is het niet nog vreemder dat een rechtsgeleerde als Ellian ervoor lijkt te pleiten dat de vrijheid van meningsuiting voor ‘entertainers’ en ‘politiek correcten’ beperkt moet worden. Hoe krom is het recht van Ellian?

Maar is het niet nog vreemder dat een rechtsgeleerde als Ellian ervoor lijkt te pleiten dat de vrijheid van meningsuiting voor ‘entertainers’ en ‘politiek correcten’ beperkt moet worden. Hoe krom is het recht van Ellian?

‘Als je bitch wil chillen…’

De eerste pagina’s van de Volkskrant van zaterdag 9 januari 2016 worden ingenomen door de gebeurtenissen in Keulen in de oudejaarsnacht. In die nacht vielen groepen mannen vrouwen lastig, beroofden ze, randden ze aan en er schijnt zelfs sprake te zijn geweest van verkrachting. Mensonwaardig gedrag dat moet worden bestreden en de schuldigen zullen streng gestraft moeten worden.

ChillenIllustratie: musique.jeuxactu.com

In de krant werd ook de vraag gesteld of het met de cultuur te maken had. De daders werden immers omschreven als Arabisch en Noord-Afrikaans van uiterlijk en al snel werd een verband gelegd naar de vele Syrische vluchtelingen. Een deskundige antwoordde dat dit niet specifiek iets Arabisch is. Ook in Zuid-Amerika kunnen ze er immers wat van.

Ook premier Rutte sprak zich uit: “Hij noemde de gelijkheid van mannen en vrouwen en homo’s en hetero’s met name. Wie die normen niet deelt en ze ernstig overtreedt, ‘heeft hier dus niets te zoeken’.” Gelukkig zijn wij Nederlanders anders, lijkt de premier aan te geven en nieuwkomers die dat niet accepteren moeten maar gaan. Zijn wij Nederlanders wel zoveel anders? Kennen wij niet ook groepen en zelf een politieke partij waarbij mannen een toch wat belangrijkere positie hebben? Kennen wij onder ons niet grote aantallen die niets van homo’s moeten hebben? Als die er niet zouden zijn, waarom geven Rijk en gemeenten dan geld uit aan ‘emancipatie en acceptatie’ projecten? Waarom zijn er anders regenboogsteden die hier een bijzondere rol in vervullen? Waarom is er anders een nationale ‘kom uit de kast dag’?

En wordt dergelijk gedrag niet ook ‘verheerlijkt’ in Nederland? Bij het zien van deze krant en die vragen moest ik aan Ronnie Flex en Lil Kleine denken en hun hitje Drank en Drugs. Een liedje waarin het drinken en het gebruik van drugs wordt aangemoedigd en daarover vielen afgelopen jaar veel mensen. Als je de tekst van dit lied bestudeert, dan lijken zij het gebeuren in Keulen te beschrijven: “Eeh bitch schuif op, we komen binnen met zn allen, je moet zakken tot de grond alsof je moeder is gevallen, ik ken bitches zoals jij en ik vang ze elke keer, morgen weet je zehma niks meer. Dat maakt niet uit want ik vind het wel goed zo, ik bel kleine en ik zeg kom langs bro, misschien dat mn libi vroeg afloopt.”

Wat zou de invloed van dergelijke teksten en bijbehorende clip zijn op de manier waarop jongens naar meisjes kijken? Hoe verhouden dergelijke teksten zich tot de normen van Rutte?

For the times they are a-changin’

“Het beheren van een camping is natuurlijk geen kerntaak van een gemeente. Vandaar ook dat ze in de jaren negentig massaal van de hand werden gedaan in Nederland. Een gemeentecamping is niet meer van deze tijd …” Zo valt te lezen in een artikel in Dagblad de Limburger van vrijdag 8 januari 2016, waarin de worsteling van de gemeente Peel en Maas om de gemeentelijke camping de Heldense Bossen te verkopen wordt beschreven.

Inderdaad is er geen wet die gemeenten verplicht om een camping te bezitten en te exploiteren en dus is het geen kerntaak. Maar gemeenten doen toch meer dan wat de wet hen opdraagt? Een voetbalstadion of wat normaler, een sportcomplex is ook geen kerntaak en toch worden deze door menig gemeente beheerd. Waarom een camping niet en een sportveld of stadion wel?

Interessante vragen maar veel interessanter is de vraag wie bepaalt wat van deze tijd is en wat niet meer? Het is toch niet zo dat een camping niet meer van deze tijd is? Waarom is een door een particulier of bedrijf beheerde camping wel van deze tijd en een door de gemeente beheerde niet? Waarom is een gemeentelijke camping niet meer van deze tijd maar zijn gemeentelijke camperplaatsen dat wel? Heeft dat ermee te maken dat een camper zelf kan rijden?

Waarom denkt het overgrote deel van de Franse gemeenten daar anders over? Loopt de tijd in Frankrijk anders? Als de rest van Nederland de camping al twintig jaar geleden van de hand heeft gedaan, heeft Peel en Maas dan twintig jaar in een andere tijd geleefd dan de rest van Nederland? Zou het ook kunnen zijn dat de gemeente Peel en Maas nu wel bij de tijd is door juist wel een gemeentecamping te hebben? Moeten de andere gemeenten als de wiedeweerga een camping gaan beheren?

Vreemd begrip de tijd, of moet ik zeggen vreemd argument? Of ben ik niet meer van deze tijd? Maar ja, dan leef ik maar in een ander tijd en wellicht komt die ooit. Want zoals Bob Dylan zingt: ‘For the times they are a-changin’.

Veel vragen

Op deze eerste dag van het jaar wil ik jullie, mijn lezers het allerbeste toewensen. Dus veel geluk, liefde, voorspoed, maar vooral veel nieuwsgierigheid: het verlangen om te weten. Want ligt dit verlangen niet aan de basis van de wetenschap: het weten of kennis met een ander woord. En is kennis niet meer dan alleen het weten? Is kennis niet weten, doordenken en begrijpen? Is dat in eerste instantie niet alles betwijfelen wat je ziet, leest of hoort? Is dit niet het bevragen en het van alle mogelijke perspectieven bekijken van waar je mee wordt geconfronteerd?

NieuwsgierigheidFoto: www.menselijk-lichaam.com

Is dat niet wat we nodig hebben om de problemen van onze tijd het hoofd te kunnen bieden? Problemen zoals het omgaan met verschillen, door anderen ook wel integratie of inburgering genoemd? Zou nieuwsgierigheid naar de ander ons niet kunnen helpen om hem of haar te begrijpen? Om de wereld eens vanuit zijn of haar oogpunt te bekijken? En zou dat die andere niet helpen om de wereld achter jou te leren kennen? Zou dat niet tot herkenning van overeenkomsten en begrip voor verschillen kunnen leiden? Zou die herkenning en begrip voor de ander er niet toe kunnen leiden dat er heel andere oplossingen voor die problemen mogelijk zijn?

Zou dat niet ook kunnen helpen bij de ervaren ‘democratische’ crisis in Nederland? U weet wel de ‘kloof’, de gevoelde onbetrouwbaarheid van politici en bestuurders, het betrekken van mensen bij het zoeken naar oplossingen enzovoort.

En niet alleen bij het omgaan met verschillen binnen een land? Zou dat ons niet verder helpen bij de zoektocht naar rechtvaardige en eerlijke oplossingen? Bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? Of de nog altijd sluimerende Griekse, maar eigenlijk financiële en bankencrisis? Zou dat niet kunnen helpen bij de  crisis in de Europese Unie? Zou dat ook niet kunnen helpen bij het zoeken naar oplossingen voor de problemen in het Midden-Oosten en in Afrika?

Maar ach, daar hebben wij geen invloed op. Of toch wel? Wat als wij die nieuwsgierigheid gaan betrachten in ons eigen leven? Als wij geen mening meer geven over iets, maar er vragen bij stellen? Wat zou dat voor een effect hebben op de mensen om ons heen? Hoe zouden die mensen hierop reageren? Wat als zij dit over zouden nemen? Zou dat niet onze invloed op de ‘wereldproblemen’ kunnen zijn?

De Ballonnendoorprikker blijft vragen en bevragen. Doen jullie mee? Ik wens jullie veel vragen toe.

Het Goede Doel

In mijn vorige drie prikkers schreef ik over het utilitarisme. Dit naar aanleiding van een uitspraak dat economische groei goed is. Het utilitarisme streeft naar zoveel mogelijk geluk. In Hoofdprijs was de vraag of dat wat het meeste ‘geluk’ oplevert ook per definitie goed en rechtvaardig is. Lone Survivor handelde over spijt van Marcus Lutrell. Spijt die hij onderbouwde met een utilitaristische redenering.

goede doel

Illustratie: merchandise-entertainment.nl

Het verhaal van Lutrell, bevat nog een tweede voorbeeld van denken over wat goed en rechtvaardig is. De zwaargewonde Lutrell wist uit de handen van de Taliban te blijven en werd uiteindelijk opgevangen in een Afghaans dorpje. Dit dorp nam hem op als gast, verzorgde en beschermde hem. Ook toen de Talban Lutrell met geweld wilde komen halen. De dorpelingen beriepen zich daarbij op het aloude gebruik dat een gast diende te worden beschermd. Het dorp handelde niet vanuit geluk, want voor hun geluk hadden ze Lutrell beter aan de Taliban uit kunnen leveren. Zij handelden vanuit wat voor hen rechtvaardig was en dat was het goede doen, de gast beschermen. Een positieve insteek zo op het eerste gezicht. Is goed doen altijd goed?

Goed doen doet goed, maar wat is goed? Wie bepaalt wat goed is? En op basis waarvan? ‘Wie goed doet, goed ontmoet’, luidt het gezegde. Zou dat ook gelden als christenen, moslims, hindoeïsten, socialisten, communisten of bolsjewisten deze vragen anders beantwoorden?

Hoeveel doden zijn er niet gevallen in godsdienstoorlogen, in de strijd voor de (nationaal) socialistische heilstaten. Beroepen de jihadisten, als meest vergaande vorm van moslimfundamentalisme, zich ook niet op het goede en dus rechtvaardige? Al zullen er niet veel andere mensen zijn die dit ‘goede’ als goed beoordelen. Worden minder aantrekkelijke zaken door hen die zich beroepen op het goede niet vaker verdedigd met het beroep op dat goede doel?

Hebben die stromingen misschien allemaal een ander beeld van dat wat als goed wordt gezien? Vraagt goed doen vanuit een ‘goed doel’ niet om goed uitkijken? Of dat doel nu hemel of heilstaat is?