Helikoptergeld en helikopters met geld

Helikoptergeld, een term gemunt door Milton Friedman en de laatste tijd hoor je hem weer vaak. Als de economie in het slop zit, deel dan geld uit aan de mensen. Je vliegt met een helikopter over het land en gooit het geld eruit. De mensen gaan het uitgeven en dan gaat de economie weer groeien. In de Volkskrant schrijft Derk-Jan Eppink er het volgende over: “Helikoptergeld is sluipend gif. Welvaartcreatie ontstaat uit werk gebaseerd op goed onderwijs, innovatie, ondernemerschap, open markten en prikkels tot prestatie. Geld drukken brengt geen welvaart. Helikoptergeld is verslavend als ooit het opium in China.” Voor hem moet de helikopter aan de grond blijven, andere economen denken daar anders over.

helicoptergeldIllustratie: www.marctomarket.com

Vliegen er niet al sinds 2015  transporthelikopters met geld rond?  Die vliegen van de Europese Centrale Bank (ECB) naar de banken en kopen daar staats- en bedrijfsobligaties mee op? Die banken krijgen zo meer geld ter beschikking. Ook kunnen banken geld van de ECB lenen en hoeven daarvoor geen of slechts weinig rente te betalen. Gratis geld dus. Dit allemaal met de bedoeling om het weer uit te lenen aan bedrijven. De ECB doet dit om de inflatie aan te wakkeren. Die is nu ongeveer 0% en zou minimaal 2% moeten zijn. Alleen bereikt slechts een klein deel van dat geld de bedrijven. De banken potten het op en vullen er hun buffers mee aan.

Vlogen er vóór de crisis niet ook al helikopters met geld rond? Helikopters van de banken en wat die helikopters deden, leek verdacht veel op het ‘helikoptergeld’? Werd het niet steeds makkelijker om een steeds hogere hypotheek te krijgen, die niet afgelost hoefde te worden? Was, en en is het niet nog steeds verrassend eenvoudig om te kopen op afbetaling? Helikopters van banken die heel eenvoudig geld kunnen creëren waar de actiegroep Ons geld zich druk om maakt?

Vliegen er niet al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw helikopters die geld van de kleine man naar de 1% en vooral naar de 0,1% rijksten transporteren? Helikopters die vliegen via Panama, de Kaaimaneilanden en die een tussenlanding maken op de Amsterdamse Zuidas? Die vliegen om belastingen te ontwijken waardoor de kleine man meer belasting moet betalen? Helikopters die via speculatie op de beurzen vooral de kleine man en zijn pensioenspaargeld plunderen?

Zijn die helikopters niet ook sluipend gif? Helikopters die de kleine man en overheden verschulden en de 1% en vooral de 0,1% verrijken, zoals Piketty aantoont? Helikopters die samenlevingen ontwrichten. Wat zou er gebeuren als ze niet meer zouden vliegen en de ‘Friedman helikopter’ wel? En wellicht zou dan de ‘Friedman helikopter’ ook overbodig zijn?

En de boer, hij ploegde voort

“Tweederde boeren verdwijnt.” Een alarmerende kop waarmee Dagblad de Limburger op maandag 9 mei opende. Tussen nu en twintig jaar staat dit in Midden-Limburg te gebeuren, zo blijkt uit een onderzoek van de Rabobank Midden-Limburg. Het verdienmodel van bulkproductie tegen lage kostprijs heeft zijn langste tijd gehad. “De boer van de toekomst moet zich richten op onderscheidende producten en nichemarkten, marketing en innovatie,” zo valt te lezen. Dat vraagt om ondernemerschap en daaraan ontbreekt het bij de boeren. Daarom gaat de bank masterclasses ondernemerschap aanbieden.

PloegenFoto: nl.kverneland.com

Ter geruststelling van eenieder die hierdoor in paniek raakt. Tweederde van de boeren is allang gestopt. Dat het aantal boeren vermindert, is iets wat al bijna twee eeuwen aan de gang is. Het is al zo oud als de Industriële revolutie. Sterker nog, het is nog ouder. Niets nieuws onder de zon dus. In 2000 waren er nog 97.000 boerenbedrijven, in 2014 nog maar 65.000. Sinds 1950 daalt het aantal boerenbedrijven met gemiddeld 15 per dag. Dit alles leert het CBS ons.

Dat de resterende boerenbedrijven groter worden, is ook niets nieuws. De benodigde investeringen in gebouwen en materialen zijn immers hoog. Omdat dergelijke kapitaalintensieve investeringen goedkoper worden naarmate de productie hoger is, is het logisch dat de bedrijven groter worden.

Boeren zijn gemiddeld ouder dan de algemene bevolking. Als we de leeftijdsopbouw van de boeren  bekijken, dan was de meerderheid van de boeren in 2007 ouder dan 50 jaar. Door sterfte en vanwege ouderdom verdwijnt zo al een fors deel van de boeren. Zou het niet kunnen zijn dat dit veelal kleinere wat verouderde boerenbedrijven zijn? Bedrijven waarvan de gronden worden opgekocht door een jongere boer die hectares nodig heeft om te groeien?

Hebben boeren aan de afzetkant niet te maken met zeer grote inkoopcombinaties die hun macht gebruiken om prijzen te verlagen? En ook met consumenten die lage prijzen gewend zijn?

Bieden de ‘nichemarkten’ hoop? Hoeveel boeren en tuinders kunnen zich richten op een nichemarkt voordat die verzadigd is en de prijzen gaan dalen? Hoeveel ‘onderscheidende producten’ zijn er te verzinnen waarvoor een markt is? Hoe onderscheidend is een aardappel of gerst? Zijn die nichemarkten trouwens niet al bezet door innoverende en ondernemende boeren?

Geld voor het boerenbedrijf niet nog steeds dat je heel groot moet zijn op de bulkmarkt en dat dit ‘heel groot’ steeds groter wordt? Of met een klein bedrijf groot op een nichemarkt en dat dit klein ook steeds groter wordt?

Back to the Future

“Begrijp me goed: ik ben hier niet tegen. Maar het werkt zo niet, ben ik bang. Lonen laten zich niet zo gemakkelijk omhoog praten, ook niet als vakbonden zich hard zouden maken voor een loongolf.” Zo betoogt Frank Kalshoven in zijn wekelijkse column in de Volkskrant. Dat ‘het’ waar hij over schrijft is een flinke loonsverhoging die ervoor zou moeten zorgen dat de binnenlandse bestedingen stijgen en dat tevens het grote handelsoverschot kleiner wordt. Volgens Kalshoven gaat het niet werken omdat de arbeidsmarkt ruim is en: “Op een ruime arbeidsmarkt pleiten voor een loongolf – omdat het macro-economisch lekker zou uitkomen – is wel begrijpelijk. Maar het gaat niet gebeuren.”

Back to the Future DeLorean Time Machine

Illustratie: en.wikipedia.org

Volgens de nu gebruikelijke economische theorieën heeft Kalshoven gelijk. Een te groot aanbod zorgt voor lage prijzen. Maar wat als er een permanent overaanbod is op de arbeidsmarkt? Wat als de de automatisering en robotisering tot minder werk leidt? Welke oplossingen bieden die modellen dan? Bieden ze wel oplossingen of moet er vanuit een ander paradigma naar oplossingen worden gezocht?

Dat laatste doet Paul Mason, economieredacteur bij Channel 4 News in zijn laatste boek Postkapitalisme. Een gids voor de toekomst. Hij betoogt dat het kapitalistische systeem op zijn einde loopt omdat steeds meer producten uit ‘informatie’ bestaan. Mason zoekt oplossingen voorbij de huidige kapitalistische economische modellen. Geen kapitalisme? Dat klinkt vreemd, we zijn immers niet anders gewend en de enige concurrent, het communisme, heeft bijna dertig jaar geleden het loodje gelegd. Zoals Mason terecht betoogt, is het kapitalisme pas iets van de laatste 250 jaar. De mensheid heeft eeuwen zonder gekund. In het boek beschrijft Mason het ontstaan van het kapitalisme en, in navolging van de Russische econoom Kondratieff, de verschillende ongeveer vijftig jaar durende cycli. Cycli met eerst een periode van voorspoed en ontwikkeling en daarna een ongeveer even lange periode van stagnatie en crises.

Een cyclus begint met een innovatie, denk aan de stoommachine, de spoorwegen maar ook aan de arbeidsdeling van Taylor en de lopend band van Ford. Dit trekt kapitaal omdat investeren hierin lucratief is. Het kost echter ook arbeid en om daar een plek voor te vinden worden nieuwe ‘markten’ ontwikkeld. Tegenwoordig zijn dat diensten en vooral diensten die eerst gratis waren zoals hulp in de huishouding, kinderopvang en ouderenzorg. Diensten die vroeger tot het huishouden behoorden. Als de markt verzadigd is, op het hoogtepunt van de cyclus, rendeert het kapitaal niet meer en dat gaat op zoek naar rendement. Dat zijn meestal financiële producten: er wordt geld met geld gemaakt. Tegenwoordig bijvoorbeeld de bundels van verschillende hypotheken, rentes en andere -swaps en dergelijke. Dit gaat een tijdje goed en dan klapt de financiële markt. Waarna een nieuwe cyclus begint.

De belangrijkste innovatie nu, is informatie. Informatie heeft tegenwoordig als kenmerk dat zij oneindig en onbeperkt wordt gedeeld en dat betekent dat de prijs ervan naar nul neigt en het dus gratis is. Kapitalisme kan hier, volgens Mason, niet mee omgaan omdat het een systeem is dat is gebaseerd op schaarste. Als een machine van €1 miljoen oneindig lang producten en dus oneindig veel kan maken, dan bedragen de machinekosten per product €1 miljoen gedeeld door oneindig en dat neigt naar € 0, dus gratis.

De enige manier waarop kapitalisme er wel mee kan omgaan, is via een monopolie en dat is wat we tegenwoordig zien. Facebook monopoliseert informatie die mensen er gratis in hebben gestopt. Google, Apple maar ook bijvoorbeeld Appie Heijn met de bonuskaart, doen precies hetzelfde. Zij monopoliseren informatie die zij gratis hebben gekregen. En die berg informatie neemt, volgens Mason, de komende jaren alleen nog maar toe. Omdat steeds meer apparaten aan het internet worden gekoppeld, het Internet of things. Het monopoliseren van informatie leidt in een netwerksamenleving tot steeds meer wrevel en die wrevel leidt tot wiki-oplossingen. Gezamenlijk ontwikkelde producten die geen eigenaar kennen en die gratis beschikbaar zijn. Producten zoals Linux, Android en Wikipedia waaraan mensen met veel energie werken zonder er ook maar een cent aan te verdienen. Hoeveel rendement kan kapitaal maken op gratis?

Een tweede reden waarom Mason voorbij het kapitalisme zoekt, heeft te maken met de ecologische crisis, gecombineerd met de bevolkingscrisis, groei in met name Afrika en vergrijzing in de rest van de wereld. Volgens Mason kan die crisis niet worden opgelost door de markt en dus niet binnen het kapitalisme. Die crisis vraagt om een ‘open source’ aanpak. Een aanpak waarbij we voort kunnen borduren op elkaars werk. Het kapitalisme, met een belangrijke rol voor eigendom en patenten, maakt een dergelijke aanpak onmogelijk

Een overgang naar postkapitalisme gaat niet van de ene op de andere dag, daar gaan jaren overheen. Het feodalisme is immers ook niet van de ene op de andere dag verdwenen. Mason ziet vier topdoelstellingen op de korte termijn voor zijn postkapitalisme-project. Het terugdringen van de CO2 uitstoot, het stabiliseren van het financiële systeem, het bieden van materiële voorspoed en als laatste het afstellen van de technologische ontwikkeling op het terugdringen van ‘noodzakelijke arbeid’. Dit laatste om de transitie naar een geautomatiseerde economie te bevorderen en daarmee een samenleving waarin werk niet langer belangrijk is. De vrije beschikbaarheid van informatie is voor deze doelstellingen cruciaal. Zijn beleidsvoorstellen bevatten daarom het stimuleren van WIKI oplossingen, het beteugelen of socialiseren van monopolies en ook het financieel systeem.

Terug naar de arbeidsmarkt. Die is ruim en Mason pleit voor nog veel meer ruimte. Hij wil immers een samenleving waarin werk geautomatiseerd is, een arbeidsvrije samenleving. Volgens de huidige economische logica is loonsverhoging een manier om die ruimte te creëren. Als arbeid duurder wordt, zal er sneller naar een machinale, dus geautomatiseerde oplossing worden gezocht. Probleem is alleen, zoals Kalshoven aandraagt, dat de arbeidsmarkt al ruim is en naar verwachting ruim zal blijven. Bovendien is de arbeidersmacht zeer beperkt omdat de positie van vakbonden sinds de jaren tachtig ernstig is uitgehold. Een gebeurtenis die Mason ook beschrijft. Wie dwingt die hogere lonen af? Toch hoeft de zwakke vakbondsmacht geen belemmering te zijn. De acties voor een verhoogd minimumloon in de VS, kennen successen. Successen met als keerzijde dat er banen door verdwijnen en er weer nieuwe moeten komen. Laagwaardige banen die Mason ‘bullshit banen’ noemt zoals boodschappen inpakkers, banen zoals de oude Melkert-, en ID banen in Nederland. Banen zoals ze nu gecreëerd moeten worden om de Participatiewet een succes te laten zijn. Mason wil af van de centrale rol van arbeid.

Een van de maatregelen die Mason bepleit, is het basisinkomen. Dit laatste tenminste voor zo lang als nodig. Want als bijna alles gratis is, dan is inkomen overbodig. Zou een basisinkomen voor krapte op de arbeidsmarkt kunnen zorgen omdat mensen hun ‘bullshit baan’ opzeggen of gedeeltelijk stoppen met werken? Krapte waardoor de innovatie die nodig is om de geautomatiseerde economie dichterbij te brengen, wordt aangewakkerd?

Het interessante van Mason is dat hij buiten de gebaande paden kijkt en zoekt. Alhoewel buiten de gebaande paden? In hoeverre verschilt de ideale netwerksamenleving van Mason waarin delen centraal staat, van de oude pre-kapitalistische samenleving? Het ‘netwerk’ was veel kleiner, maar delen en gezamenlijkheid stonden daarin centraal. Misschien moeten we de verbouwde DeLorean Van Emmett Brown (Doc) uit Back to the Future lenen en net als Marty McFly teruggaan naar het verleden om daar ideeën en contouren voor de toekomstige samenleving op te doen.

On Liberty

Onbegrensde vrijheid leidt tot chaos, anarchie en uiteindelijk het recht van de sterkste. De vrijheid van de een, wordt begrensd door de vrijheid de ander. “Zodra een deel van iemands handelen nadelig is voor de belangen van anderen, valt het onder de jurisdictie van de maatschappij, en wordt het een punt  van discussie of het algemeen belang al dan niet gediend zal zijn als men ingrijpt.” Aldus John Stuart Mill in On Liberty zijn beroemde boek over vrijheid. We hebben in onze rechtstaat de rechter om de grens tussen mijn en jouw vrijheid te bewaken. Vrijheden zijn niet onbegrensd, ook vrijheid van meningsuiting niet.

Mill

Illustratie: www.quotehd.com

“De beste vrienden van de Turkse president zijn niet zozeer in de moskeeën van Dyanet te vinden als wel in het Paleis van Justitie te ‘s-Gravenhage, de mooie stad waar de koning in woont.” De laatste zin van de column van Han van der Horst op de site JOOP. Hij komt tot deze conclusie na een uitspraak van het Haagse gerechtshof in een zaak die oud staatssecretaris Hilbrand Nawijn had aangespannen tegen het Zoetermeerse SP-raadslid Fijen. Nawijn had uitgesproken te hopen dat er bij hem in de stad nooit een islamitische school zou komen, omdat ‘zulke scholen niet thuis horen in een van christendom doordesemde maatschappij’. Fijen had Nawijn daarop uitgemaakt voor racist. Volgens het gerechtshof een opzettelijke belediging.

Je kunt veel zeggen en vinden van Nawijn. Dat hij er bizarre ideeën op nahoudt. Dat hij met zijn opmerking over een islamitische school, juist wil tornen aan het recht waar die christenlijke stromingen in vroeger eeuwen voor hebben gevochten. Namelijk het recht om een islamitische school te stichten en die door de overheid betaald te krijgen. Dat wellicht ook achterhaalde recht hebben ze. Dat hij en de LPF, namens welke partij hij staatssecretaris was, een karikatuur van de politiek en het besturen hebben gemaakt. Een karikatuur die navolging heeft gekregen en die het aanzien van de politiek en het bestuur geen goed doet. Dat hij publiciteitsgeil lijkt.

Wat je hem niet kunt ontzeggen, is zijn recht om de gang naar de rechter te maken als hij zich beledigd voelt. Dat, wellicht ook achterhaalde recht, heeft hij. Natuurlijk had hij van zijn ‘zwijgrecht’ gebruik kunnen maken en het over zijn kant kunnen laten gaan. Hij heeft ervoor gekozen om aangifte te doen en dat recht heeft hij. Ook al heeft hij het wellicht alleen maar gedaan voor het effect: de media-aandacht. Iets dat hem dus is gelukt.

Net zoals Fijen het recht heeft om te zeggen wat hij wil. Had hij niet gebruik kunnen maken van zijn ‘zwijgrecht’? Betekent zeggen wat je wil, je mening uiten, niet ook dat je de wettelijke gevolgen ervan moet dragen? En het gevolg nu, is een veroordeling door de rechter. Zo werkt onze rechtstaat en dat is maar goed ook.

TTIP en welvaart

“Vrijhandel leidt tot meer welvaart.” Dit schrijft Hans Wansink in het Commentaar in de Volkskrant. In dit commentaar bespreekt hij het Transaltlantic Trade and Investment Partnership (TTIP), een handelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. TTIP kwam in het nieuws nadat Arjen Lubach in zijn programma Zondag met Lubach een item eraan besteedde. Voor en tegenstanders vallen nu over elkaar heen zonder dat de inhoud van het verdrag bekend is. Die is namelijk geheim. Althans, dat was zo tot Greenpeace deze week grote delen van het verdrag onthulde.

Wansink pleit voor voorzetting van de onderhandelingen omdat vrijhandel tot meer welvaart leidt. Een argument dat in diverse vormen, waaronder economische groei en inkomensstijging, terugkomt in de discussie. Naast meer welvaart moet het ook goedkopere producten opleveren. Vrijhandel leidt tot welvaart, is dat een wetmatigheid?

Vrijhandel is iets van redelijk recente datum. Eigenlijk pas van na het ineenstorten van het systeem van vaste wisselkoersen in 1971. De vaste wisselkoersen, met de Amerikaanse dollar als spil, waren aan het einde van de Tweede Wereldoorlog ingevoerd om de financiële chaos van de vooroorlogse jaren te voorkomen. Deze zogenaamde ‘Bretton Woods afspraken’ boden landen de ruimte om hun eigen economie te stimuleren en beschermen zonder dat het verviel in het vooroorlogse protectionisme. En laat nu net die jaren van veel minder vrije handel, zich kenmerken door de grootste economische groei. En dat niet alleen, die groei werd ook nog eens eerlijk over de bevolking verdeeld. De ongelijkheid in inkomen en vermogen waren in die periode historisch laag, zo laat Piketty zien in Capital in de Twenty-First Century.  Sinds 1971 en vooral sinds 2000 is de economische groei zeer laag en neemt de ongelijkheid flink toe.

De econoom Ha-Joon Chang (23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme) laat zien dat nu succesvolle’ landen als China en India, die de ‘neoliberale vrijhandel’ niet aanhangen, het snelst groeien. En wat verder terug in de tijd: de Verenigde Staten zijn groot geworden door hun markt af te schermen voor buitenlandse (vooral Engelse) producten.

Maken deze feiten niet duidelijk dat vrijhandel niet automatisch tot meer welvaart leidt? En zeker niet tot meer gelijkheid. Want is de ongelijkheid sinds de jaren zeventig niet flink toegenomen, omdat dat beetje groei dat er was, ook nog bijzonder oneerlijk werd verdeeld? Wansink zal met betere argumenten moeten komen.

Het leven onder de Haagse stolp

“Een derde van de ondervraagde kiezers overwoog om op de PVV te stemmen. De PVV kan dus, zoals het er nu uitziet, maximaal 50 zetels halen. Van die 50 heeft Wilders er in de wekelijkse peilingen van De Hond al 38 binnengehaald. Dat is heel veel. En omdat veel PVV sympathisanten in het stemhokje op het laatste moment toch nog voor VVD of CDA zullen kiezen lijkt de electorale grens van de PVV met 38 zetels wel bereikt.” Dit schrijft Mijndert Fennema. Het potentieel voor de PVV is daarmee groot. Belangrijker dan het aantal stemmen en zetels tijdens de verkiezingen, is het aantal zetels erna en wat er vervolgens met die zetels wordt gedaan en bereikt.

MeeusStabiliteit is bij de PVV immers ver te zoeken. De partij zelf is ontstaan toen kamerlid Wilders in 2004 uit de VVD stapte, als de groep Wilders verder ging en die groeide uit tot de eenmanspartij PVV. Sinds 2006 zit de partij in de kamer en hebben zich diverse afscheidingen voor gedaan. Het begon in 2012 met Hero Brinkman, niet lang daarna gevolgd door de Wim Kortenhoeven en Marcial Hernandez. Hiermee verloor de fractie 3 van de 24 zetels. Iets dat zich na de verkiezingen van 2012 voortzette. In 2014 verliet Roland van Vliet de fractie en ging voor zichzelf verder. Niet veel later stapten Louis Bontes en Joram van Klaveren uit de fractie en gingen samen verder. Hiermee gingen 3 van de 15 zetels verloren. En ook op lokaal en provinciaal niveau kent de partij een baaierd aan afscheidingen.

In zijn boek Haagse invloeden. Hoe de Nederlandse politiek echt werkt, besteed Tom-Jan Meeus het eerste hoofdstuk aan de paranoia in de PVV.  Meeus neemt de lezer in een prettig leesbaar boek met een ironische ondertoon mee door de Haagse werkelijkheid. Dit levert een onthutsend beeld op van politiek met een hele, hele, hele kleine p. Meeus noemt het mini-politiek: “Net als in de reclame draait politiek tegenwoordig primair om message control.” Dit valt niet alleen de politiek te verwijten, de oude en nieuwe media werken hier stevig aan mee, net als de burger. Door de grote hoeveelheid makkelijke en digitale media ontstaat: “het fenomeen dat mensen bijna alleen nog nieuws afnemen van bronnen die hun opvattingen delen.” Veel mensen komen hierdoor niet meer in aanraking met andere opvattingen en met misstappen van hun politieke helden.

Meeus neemt de lezer in het eerste hoofdstuk mee in de krochten van de PVV en daaruit stijgt een beeld op van paranoïde personen die vooral bezig zijn met de eigen macht en positie. Een partij die intern uiterst verdeeld is over  de te volgen lijn en een partijleider die alleen uit is op effect en aandacht in de media. Het bereiken van iets voor zijn kiezers, laat staan de Nederlanders, is daarna ver ondergeschikt, zelfs bijna afwezig. PVV-stemmers lees het boek! Al vraag ik me af of dit stukje, laat staan het boek passen bij hun opvattingen.

Andere partijen zijn ook niet gevrijwaard van kortzichtig korte termijn effect najagen, de mini-politiek. Een vorm van politiek gericht op effect bij de eigen achterban en het voorkomen van gezichtsverlies, vandaar het streven naar message control. Het compromis (gepolder) is hierdoor in een slecht daglicht komen te staan, terwijl dit, aldus Meeus, toch echt nodig is om het land te regeren. Maar ja, wie durft er compromissen te sluiten die in Nederland nodig zijn om te regeren, als je de dag erna door Maurice de Hond wordt geconfronteerd met een potentiële en bij de volgende verkiezingen een werkelijke electorale afstraffing? Zo wordt het belang van het land ondergeschikt aan zetelwinst in de peilingen en bij de volgende verkiezingen.

Dan de Haagse draaideur. Van lobbyist word je kamerlid en later minister en vice versa en welk belang je waar vertegenwoordigd, wordt steeds onduidelijker. Of van journalist naar voorlichter, kamerlid en ‘mediapersoonlijkheid’. Neem het voorbeeld van  het inmiddels oud VVD-kamerlid Bart de Liefde die is gaan lobbyen voor Uber. Wellicht nog ernstiger is een nieuwe lobby-generatie, die stukken schrijven voor kamerleden en verkiezingsprogramma’s.

De zucht naar ‘message control’  heeft ook zijn uitwerking op de adviesorganen en de ambtenarij. Topambtenaren die van de hoed en de rand weten en aan het publieke debat deelnemen, bestaan niet meer. Afwijkende meningen maken het immers lastig om de boodschap te controleren. De ambtenaar. Ook de invloed op en van adviesorganen komt vaak slecht uit en daarom worden er ander topmensen benoemt. Kritische geesten die deelnemen aan het publieke debat, worden vervangen. Een laatste voorbeeld hiervan is de vervanging van de Kinderombudsman. het moest allemaal wat minder activistisch, dus wat minder kritisch. De ambtenaar en adviseur is: “Minder public, meer servant.” 

Verder komt in het boek aan de orde hoe de politiek de greep op de media vergroot, hoe beleid struikelt over de gevolgen van de uitvoering voor de burger. De burger die bescherming en enige zekerheid vraagt en vol in een onzeker wind wordt gezet. Dit met alle onvrede tot gevolg. En hoe mensen met geld invloed en nu vooral nog raadszetels kopen.

Al met al schetst Meeus een treurig beeld van onze democratie. Een beeld dat hij lardeert met voorbeelden. Klagen is mooi, maar hoe anders? Meeus komt niet veel verder dan het fuseren van partijen, het anders kiezen van de senaat. Hij stelt voor terug naar het oude: een senator gekozen voor zes jaar en iedere drie jaar de helft van de senatoren vervangen. Aanpassingen aan de structuur die niets doen aan de mini-politiek, de ‘message control en de ijzeren greep waarin politiek en media elkaar houden: de scoringsdrang waardoor de korte termijn het wint van de lange en het onbelangrijke van het belangrijke. Want is de cultuur niet veeleer het probleem? En dan bedoel ik het gebrek aan sterke persoonlijkheden? Aan leiders met visie die de discussie sturen in plaats van volgen? Die zich niets gelegen laten liggen aan peilingen?

IJsjes, de euro en ons inkomen

In zijn zaterdagse column besteedt Martin Sommer aandacht aan de toestand in Europa en in het bijzonder in Nederland. Hij legt, in navolging van Heleen Mees en de Britse UBS-bank, een verband tussen de invoering van de euro en de inkomensverdeling. Sinds de invoering van de euro zijn de lage inkomens erop achteruit gegaan en de hoge op vooruit. Net als trouwens in Oostenrijk.

ijsjesFoto: favim.com

Sommer concludeert in navolging van de eerder genoemden dat dit een gevolg is van de Euro. Bij zo’n uitspraak moet ik denken aan Ionica Smeets. Smeets gaf een klein college op het Zomerparkfeest in Venlo. Hét zomerevenement bij uitstek dat dit jaar voor de veertigste keer plaatsvindt. Een college over statistiek en de ongelukken die je ermee kunt veroorzaken. Ik moest vooral denken aan het volgende voorbeeld.

Twee grafieken vertonen in grote lijnen hetzelfde verloop. Er lijkt sprake van correlatie. De ene beschrijft de ijsverkoop en de andere het aantal verdrinkingsdoden. Een snelle conclusie en mogelijke ‘beleidsmaatregel’ is dan het verbieden van de ijsverkoop. Deze maatregel zal niet tot het gewenste resultaat leiden. ‘IJsverkoop’ correleert namelijk niet met ‘verdrinkingsdoden’. Het verband loopt via een derde grootheid, namelijk de temperatuur. Hoe warmer, hoe meer ijs er wordt gegeten en hoe meer er wordt gezwommen. Meer zwemmers leidt vervolgens tot meer verdrinkingen.

Zouden Sommer, Mees en de UBS niet op zoek moeten naar een ‘temperatuur’ bij hun  ‘ijsjes’ (euro) en ‘verdrinkingsdoden’ (inkomensverdeling)? Zou die schuldige niet het Nederlandse beleid kunnen zijn? Het beleid van de immer voortdurende loonmatiging? Het beleid van het jarenlang op de nullijn houden van uitkeringen? Het beleid van het steeds maar weer bezuinigen op sociale voorzieningen?

Zijn dat niet maatregelen die samen met een economische crisis, met name de onderkant van het inkomensgebouw hard treffen? Die nog worden versterkt door zaken als de geliberaliseerde huurverhogingen van sociale huurwoningen en eigen risico’s in de zorg ?

Dat het resultaat van deze maatregelen in euro’s wordt uitgedrukt, maakt de euro nog niet tot de oorzaak ervan. Want was met dergelijk beleid en de gulden als munt, niet hetzelfde gebeurt? Is het niet te makkelijk om de euro als schuldige aan te wijzen? De euro en de EU zijn een gewilde schuldige. Getuigt dit niet van intellectuele armoede en populisme?

Het regent in Engeland

“Langer werken, stelt hij bovendien, was vroeger heel gewoon, en in China nog steeds.” De reactie van de Britse minister van Volksgezondheid Jeremy Hunt op de staking van ziekenhuisartsen in opleiding, de junior doctors. Die staken omdat de minister een zevendaagse gezondheidszorg wil zonder extra personeel en geld. De werkweek van de artsen is nu begrensd op 72 uur, die gaat vervallen. Dit roept de vraag op of er in Engeland dan dagen zijn waarop er geen zorg is. Daar gaat het nu niet om. Het gaat om de uitspraak van Hunt.

regenFoto: www.urban75.org

Vroeger was het onthoofden van criminelen heel gewoon en in Saoedi-Arabië en bij IS is dat nog steeds heel gewoon. Dus maar weer invoeren? Vroeger was er een absolute vorst en hadden we als ‘gepeupel’ niets in te brengen en in Noord-Korea is dat nog steeds het geval. Dus maar weer invoeren? Vroeger hadden we een kerkelijke inquisitie die heidenen en zondaars strafte en in Pakistan en bij IS is dat nog steeds zo. Dus maar weer invoeren? Eenzelfde redenering als Hunt: ‘in China werken ze langer en vroeger was dat ook hier heel gewoon.’ Zet Hunt hier anderhalve eeuw aan beschaving bij het vuilnis?

Niet alleen beschaving. De geschiedenis van de verkorting van de arbeidstijd leert dat door die verkorting de arbeidsproductiviteit toenam. Zweden denkt er mede daarom over om de werkdag te verkorten van 8 naar 6 uur. De medewerkers hebben dan meer energie en kunnen zich beter concentreren. Wat zou het terugdraaien ervan betekenen voor de arbeidsproductiviteit?

Dezelfde geschiedenis leerde ons ook dat het aandeel bedrijfsongevallen flink verminderde door het verkorten van de arbeidstijd. Logisch als je de Zweden mag geloven, meer energie en betere concentratie voorkomt fouten en ongelukken. Zou minister Hunt geopereerd willen worden door een arts die aan zijn 8-ste uur begint die week? Wat zou dit betekenen voor de gezondheid van mensen en de kosten van de zorg? In ieder geval moeten de artsen dan nog langer werken.

Van de Franse Beeldhouwer Auguste Rodin is de uitspraak: “Beschaving is niet meer dan een verflaagje dat bij de minste regen verdwijnt.”  Zou die Engelse regen aan ons voorbij gaan?

Het paard van Troje

De stad Troje werd jaren, zonder veel succes, belegerd door de Grieken. De Griekse held Achilles vond in deze oorlog zijn dood door een pijl in zijn beroemde hiel. Pas toen Odysseus de list met het paard verzon, lukte het de Grieken de stad te veroveren. Daaraan moest ik denken na het lezen van de plannen die Saoedi-Arabië kiest, om de economie te hervormen.

paard van TrojeIllustratie: www.geschiedenisbeleven.nl

Het land is verslaafd aan olie, of eigenlijk aan het geld verdiend met die olie. Het land verdiende ieder jaar zoveel met de verkoop van olie, dat alle onvrede kon worden afgekocht en de sjeiks het breed konden laten hangen. Die bouwden grote luxe paleizen, kochten de Londense en New Yorkse binnenstad op en besteedden sloten geld aan verliesgevende voetbalclubs. Het afgelopen jaar daalde de olieprijs fors en kwam er veel minder binnen dan er werd uitgegeven. Daarom wil het land het over een andere boeg gooien.

Het land heeft ambitieuze plannen. Er worden metro’s en spoorwegen aangelegd en midden in de woestijn worden vijf ‘economische steden’ gebouwd. Wat ‘economische steden’ zijn wordt niet duidelijk. Dit moet ervoor zorgen dat het een dynamisch land wordt dat voor minstens 60% leeft van de particuliere sector. Om dit te betalen, wordt het  staatsfonds voor beleggingen (PIF) vergroot van €142 miljard naar €1,66 biljoen. Hiervoor wordt 5% van de aandelen van de staatsoliemaatschappij Aramco verkocht.

Goed idee van het land om de economische basis te verbreden. Door de zonnepanelen, windmolens en andere alternatieve energiebronnen proberen ook andere landen hun afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. En niet alleen landen, ook steeds meer individuele burgers plaatsen zonnepanelen en kopen elektrische of hybride auto’s.

Maar wacht eens. Als steeds meer mensen en landen overschakelen op schone energie, wat zijn dan die aandelen waard? Aramco’s waarde wordt mede bepaald door de Saoedische oliereserve’s. Komen we zo niet bij een kritisch punt in de plannen van de Saoediërs: de verkoop van aandelen in een olie maatschappij? De Saoediërs willen af van hun oliebedrijf, omdat het geen toekomst heeft.

Als olie en fossiele brandstoffen een aflopende zaak zijn, waarom zou iemand dan die aandelen kopen? Wie investeert er in een verliezende en verdwijnende industrie? Wie wil er aandelen kopen en zo een paard van Troje binnenhalen? Is dat de Achilleshiel van de Saoedische plannen?

Druk, druk, druk

‘De basis is de bal zo snel mogelijk onder controle krijgen, zodat je iets meer tijd hebt om te kijken,’ aldus Johan Cruijff. Doe iets sneller dan hou je meer tijd over voor iets anders. Voor een voetballer is dat anders, om je heen kijken en vervolgens de juiste keus maken. En dat gaat niet alleen op voor de voetballer.

Toch is er iets vreemds aan de hand. Ondanks alle moderne technieken waardoor alles steeds sneller gaat, heeft menigeen een gebrek aan tijd. Je krijgt de ‘bal’ steeds sneller onder controle en toch heb je geen tijd om ‘om je heen’ te kijken. Hoe kan dit? Die vraag houdt Ignaas Devisch bezig in zijn interessante en makkelijk te lezen boek Rusteloosheid. Pleidooi voor een mateloos leven. Hoe kan het dat de zoektocht naar rust niet tot rust leidt, hooguit tot rusteloosheid?

DevischIllustratie: www.uitinvlaanderen.be

Devisch onderscheidt drie ontwikkelingen: versnelling, secularisering en individualisering die zorgen voor permanente druk. De moderne technieken, de snellere sociale en economische processen, de ‘pingen’ op je telefoon, het flexwerk zorgen voor versnelling. Die versnelling maakt dat de mens met meer dingen tegelijk bezig is, verdichting noemt Devisch dit. Versnelling en verdichting zorgen voor onrust. De voetballer heeft de bal sneller onder controle, maar door de fittere en sterkere tegenstander mist hij nog steeds de tijd om te kijken. Om die onrust te lijf te gaan, wordt bijvoorbeeld een cursus time-management, yoga, een training communicatieve vaardigheden enzovoorts gevolgd. Dit zorgt voor een gevulde werktijd en trouwens ook voor gevulde vrije tijd, want versnelling en verdichting werken ook in de vrije tijd door.

Als dit de oorzaak was van de drukte, dan was het eenvoudig op te lossen: langzamer lopen of minder doen. Dat dit niet gebeurt, komt, volgens Devisch, omdat de westerse mens van nature rusteloos is. Die rusteloosheid is een gevolg van de secularisatie. Secularisatie betekent voor Devisch vooral een andere manier van omgaan met tijd. De seculiere mens weet dat het leven op aarde, zijn enige is. Er is geen ‘leven na de dood’ en dat betekent dat alles in dit leven moet gebeuren. De film The Bucket list illustreert dit, volgens Devisch goed, een lijst met activiteiten die je toch echt nog moet doen voordat je sterft. En omdat de wereld een ‘global village’ is, weet en zie je steeds meer dingen om op die lijst te zetten.

Als laatste de individualisering. Waar voor onze voorouders veel keuzes vastlagen, je vader was slager, dus jij werd ook slager, je was huisvrouw en dat was ook het lot van je dochter, maakt ieder nu zijn eigen keuzes. Het: “heeft te maken met ons verlangen iets of iemand te willen zijn,” zo schrijft Devisch. Alleen wie is die zelf en blijft die steeds hetzelfde? Devisch: “We bouwen onze identiteit op door onszelf te vergelijken met anderen. Zo concurreren we met elkaar om liefde, ‘likes’ op Facebook en ‘volgers’ op Twitter of andere fora. Niet zozeer wie of wat we zijn doet ertoe, maar wie we zijn in verhouding tot anderen.” En dit vergelijken is een continuproces. Een proces dat door de Franse filosoof René Girard mimetische begeerte is genoemd. Die begeerte wakkert die rusteloosheid en onrust nog verder aan.

‘Druk, druk, druk’ is het meest voorkomende antwoord op de vraag hoe het met iemand gaat. Hoe dan die druk te ontvluchten? Devisch kiest een compleet andere benadering. Want: De ‘oplossingen’ die tot doel hebben de rusteloosheid te bestrijden … lijken geen structurele uitweg te bieden.” Het zijn manieren om de wereld te ontvluchten en dat lukt wellicht even, of je moet kluizenaar worden. Bij terugkomst in de wereld blijkt er niets te zijn veranderd en draaf je weer mee in het ‘eeuwige gejaag’. Devisch kiest ervoor om de positieve kanten van die rusteloosheid te benaderen, het mateloze. Want juist in het mateloze van de mens zit ook het creatieve, het scheppende, het vernieuwende. Ze brengen de mens tot grootse daden. Maar: “Het blijft echter noodzakelijk die mateloosheid ter discussie te blijven stellen opdat die geen maatschappelijke norm of plicht wordt.”

Of moeten we toch naar de gevatte reactie van Theo Maassen op het antwoord ‘druk, druk, druk’. luisteren: ‘Als je het drie keer kunt zeggen, heb je het niet druk,’?