En de boer, hij ploegde voort

“Tweederde boeren verdwijnt.” Een alarmerende kop waarmee Dagblad de Limburger op maandag 9 mei opende. Tussen nu en twintig jaar staat dit in Midden-Limburg te gebeuren, zo blijkt uit een onderzoek van de Rabobank Midden-Limburg. Het verdienmodel van bulkproductie tegen lage kostprijs heeft zijn langste tijd gehad. “De boer van de toekomst moet zich richten op onderscheidende producten en nichemarkten, marketing en innovatie,” zo valt te lezen. Dat vraagt om ondernemerschap en daaraan ontbreekt het bij de boeren. Daarom gaat de bank masterclasses ondernemerschap aanbieden.

PloegenFoto: nl.kverneland.com

Ter geruststelling van eenieder die hierdoor in paniek raakt. Tweederde van de boeren is allang gestopt. Dat het aantal boeren vermindert, is iets wat al bijna twee eeuwen aan de gang is. Het is al zo oud als de Industriële revolutie. Sterker nog, het is nog ouder. Niets nieuws onder de zon dus. In 2000 waren er nog 97.000 boerenbedrijven, in 2014 nog maar 65.000. Sinds 1950 daalt het aantal boerenbedrijven met gemiddeld 15 per dag. Dit alles leert het CBS ons.

Dat de resterende boerenbedrijven groter worden, is ook niets nieuws. De benodigde investeringen in gebouwen en materialen zijn immers hoog. Omdat dergelijke kapitaalintensieve investeringen goedkoper worden naarmate de productie hoger is, is het logisch dat de bedrijven groter worden.

Boeren zijn gemiddeld ouder dan de algemene bevolking. Als we de leeftijdsopbouw van de boeren  bekijken, dan was de meerderheid van de boeren in 2007 ouder dan 50 jaar. Door sterfte en vanwege ouderdom verdwijnt zo al een fors deel van de boeren. Zou het niet kunnen zijn dat dit veelal kleinere wat verouderde boerenbedrijven zijn? Bedrijven waarvan de gronden worden opgekocht door een jongere boer die hectares nodig heeft om te groeien?

Hebben boeren aan de afzetkant niet te maken met zeer grote inkoopcombinaties die hun macht gebruiken om prijzen te verlagen? En ook met consumenten die lage prijzen gewend zijn?

Bieden de ‘nichemarkten’ hoop? Hoeveel boeren en tuinders kunnen zich richten op een nichemarkt voordat die verzadigd is en de prijzen gaan dalen? Hoeveel ‘onderscheidende producten’ zijn er te verzinnen waarvoor een markt is? Hoe onderscheidend is een aardappel of gerst? Zijn die nichemarkten trouwens niet al bezet door innoverende en ondernemende boeren?

Geld voor het boerenbedrijf niet nog steeds dat je heel groot moet zijn op de bulkmarkt en dat dit ‘heel groot’ steeds groter wordt? Of met een klein bedrijf groot op een nichemarkt en dat dit klein ook steeds groter wordt?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s