Economie volgens Van Klaveren (1 van 7)

Bij ThePostOnline geeft Joram van Klaveren van de nieuwe ‘klassiek-liberale’ partij VNL, zijn economische visie. Daar waar GroenLinks voorman Jesse Klaver pleit voor minder, pleit hij voor meer economisme. In ongeveer 650 woorden zet hij zijn visie op de wereld in het algemeen en de economie in het bijzonder neer. Het kost mij helaas meer dan zes keer zoveel woorden om er wat van te zeggen. Zes keer zoveel omdat hij relaties legt die er niet zijn en zaken beweert die hij niet onderbouwt. In verschillende delen, zal ik zijn bijzondere kijk op economie onderzoeken, bevragen en van kritische noten voorzien. Dit kost meer dan één A-4tje, laat staan in 140 tekens omdat achter de redeneringen van Van Klaveren een hele grote, gecompliceerde en genuanceerde wereld schuilgaat. Laat ik beginnen met mijn hoop uit te spreken dat Van Klaveren niet representatief is voor politici in het algemeen en de andere 149 kamerleden in het bijzonder. Dat zou te denken geven. Deze woorden komen tot jullie in verschillende prikkers die ieder zijn gewijd aan een specifiek punt uit het betoog van Van Klaveren. Het zijn er zeven en om de dag komt er een. Plak ze allemaal achter elkaar en je hebt een lange analyse van de economische plannen van Van Klaveren.

Van KlaverenFoto: www.dagelijksestandaard.nl

Verleden, heden, toekomst

Van Klaveren start met een ronkende passage: “Door in te zetten op de fundamentele uitgangspunten voor welvaart: vrij ondernemerschap, individualisering, lage belastingen, deregulering en het principe van prijsbepaling door vraag en aanbod. Kortom, inzetten op meer economische vrijheid,” zullen we: “inkomens creëren, welvaart vergroten en armoede verkleinen.”  Het leest lekker weg en lijkt logisch en past in het dominante neoliberale discours. Maar toch. Van Dale geeft een “toestand van maatschappelijke voorspoed,” als betekenis voor welvaart. Zijn de door Van Klaveren genoemde zaken fundamentele uitgangspunten voor welvaart? Kan er zonder deze ‘fundamentele uitgangspunten’ geen welvaart zijn? En welvaart voor wie? Heeft welvaart wel uitgangspunten? Als we naar het verleden kijken, dan zijn er diverse rijken en landen geweest waar het maatschappelijk voorspoedig ging, neem het Romeinse rijk, de Inca’s of het oude Egypte. Kenden deze vrij ondernemerschap? Was individualisering er niet ver te zoeken? Speelde de markt niet een heel marginale rol, laat staan de vrije markt? Van Klaveren lijkt te denken dat het huidige economische systeem met een belangrijke rol voor de vrije markt en ondernemers, altijd heeft bestaan. Hij kent aan het huidige economische systeem eeuwigheidswaarden toe die het niet heeft. Niet naar het verleden en waarschijnlijk ook niet naar de toekomst. Want zou het niet toevallig zijn dat de economische ontwikkeling, precies nu wij leven, haar eindpunt heeft bereikt?

Wisdom of the crowd

De PvdA-fractie in het Europees Parlement pleit voor het kwijtschelden van een fors deel van de Griekse schulden. Dit valt te lezen in de Volkskrant. Die schuld zou, volgens de fractie, maximaal 100 procent van het Bruto Binnenlands Product mogen bedragen. Dit zou betekenen dat een slordige €140 miljard aan schulden kwijtgescholden moeten worden, een astronomisch bedrag. Volgens fractieleider Paul Tang is dit wel nodig om ervoor te zorgen dat Griekenland financieel weer op eigen benen kan staan: “We zijn nu al zes jaar met de Griekse crisis bezig. Ik wil niet dat Griekenland over zes jaar nog steeds onder Europese curatele staat.”

griekenlandIllustratie: www.welingelichtekringen.nl

Tangs partijgenoot en minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, reageert kort en duidelijk en gooit het voorstel in de prullenbak: “Nu bijna 150 miljard euro kwijtschelden, daarvoor is zeer begrijpelijk geen enkel draagvlak in de eurolanden die dat zouden moeten betalen.” Ook economisch snijdt het volgens Dijsselbloem geen hout: “Tang kijkt ten onrechte alleen naar de omvang van de schuld en niet naar de zeer lage rente en de lange tijd die Griekenland krijgt om deze af te lossen.” Een partij, twee opvattingen. Goed dat er ook binnen partijen verschillend wordt gedacht. Welke PvdA-ers het ‘economisch’ beste voorstel doet, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de argumentatie van Dijsselbloem, het draagvlak.

Draagvlak is een politiek ‘toverwoord’. Voordat een besluit wordt genomen, wordt eerst onderzocht wat de mensen ervan vinden. Daarna wordt er een oplossing gezocht die tegenmoet komt aan de ideeën en wensen van wat de grootste groep vindt. Waar komt toch de idee vandaan dat besluiten op draagvlak moeten kunnen rekenen? Dat een meerderheid van de bevolking zich erin moet kunnen vinden? Ja, het lijkt op en top democratisch om dát te doen waar een meerderheid zich in kan vinden. Je maakt gebruik van de ‘Wisdom of the crowd’. Klopt het wel dat een door een meerderheid gedragen besluit ook het beste of wijste besluit is wat je kunt nemen? Of zou John Stuart Mill gelijk hebben toen hij schreef: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.”

Hebben onze volksvertegenwoordigers en onze regering niet als taak om de de beste, wijste  besluiten te nemen? Als dat een besluit is waar het overgrote deel van de mensen zich in kan vinden is het mooi meegenomen. Als dat niet het geval is, is het een impopulair besluit, is het dan niet aan de volksvertegenwoordigers en de regering om dit besluit uit te leggen en er zo draagvlak voor te creëren en leiderschap te tonen?

Free to choose

Het basisinkomen krijgt steeds meer aandacht. Een burgerinitiatief is al door bijna 50.000 mensen ondertekend. In Zwitserland zijn ze al een stapje verder. Daar wordt een referendum gehouden over het invoeren van een basisinkomen. Peter de Waard besteedt hier zijn column in de Volkskrant aan. Het Zwitserse basisinkomen zou 2.500 frank per maand bedragen en moet in de plaats komen van andere sociale regelingen zoals pensioenen, werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, bijstand, studiebeurzen en kinderbijslag.

basisinkomenIllustratie: www.flickr.com

De Waard gebruikt een rekensom om de onbetaalbaarheid van het basisinkomen aan te tonen: “Nu verdient een Zwitsers echtpaar met allebei een parttime baan van 50 procent in het onderwijs ieder 3.500 frank: samen 7.000 frank. Wie na de invoering van een basisinkomen geen dief van de eigen portemonnee wil zijn, kiest ervoor een van de parttimers fulltime te laten werken voor 7.000 frank, waarna de ander thuis nog eens 2.500 binnenhaalt: samen 9.500 frank.” Het gezin zou zo netto 2.500 frank meer te besteden hebben en wie moet dat betalen?

Maakt De Waard niet een basisfout door alleen de partner die niet werkt een basisinkomen toe te rekenen in laats van aan beiden? Maar dat zou de onbetaalbaarheid nog verhogen omdat het gezin dan 5.000 frank meer te besteden heeft. Alle reden dus om tegen een basisinkomen te zijn. Zeker als er: “…geen mensen meer zijn te vinden voor vuil en onaangenaam werk, dat nu vaak laagbetaald is.”

Of toch niet? Het basisinkomen moet ergens uit worden betaald en dat kan alleen maar uit belastinginkomsten. Andere inkomsten heeft een overheid niet. Zou een basisinkomen niet betekenen dat die werkende partner meer belasting moet betalen om zijn eigen en het basisinkomen van zijn partner mee te betalen? Dat het belastingstelsel veel progressiever wordt dan het nu is? Dat aftrekposten, zoals de hypotheekrente-aftrek, vervallen. Dat hij voor een fulltime functie dan netto geen 7.000 frank overhoudt, maar wellicht maar 2.500 of zelfs maar 2.000? In dat laatste geval heeft het gezin net zoveel te besteden als voor de invoering van het basisinkomen. En zou het voor mensen met een topinkomen niet kunnen betekenen dat hun besteedbaar inkomen zelfs daalt?

Maakt De Waard niet de fout om te suggereren dat een basisinkomen is bedoeld om iedereen iets extra’s te geven? Is het niet bedoeld om mensen een redelijk bestaan en meer keuzevrijheid te bieden? De vrijheid om minder te werken, anders te werken of om niet te werken?

En over dat vuile werk hoeft hij zich geen zorgen te maken. Als het echt noodzakelijk is, dan zal de beloning stijgen waardoor mensen het toch gaan doen. Of, en dat zou beter zijn, het wordt geautomatiseerd. Nu kan het tegen lage beloning omdat mensen geen keus hebben, met een basisinkomen is die keuze er wel.

Voorrechten of vooroordelen?

In de Volkskrant reageert auteur Renzo Verwer op een eerdere bijdrage van geschiedenisdocent Lofti Abdel Hamid. Hamid betoogde dat het islamdebat geen dialoog is op gelijkwaardige basis omdat: “moslims voornamelijk worden neergezet als theologisch denkende en handelende mensen met een in essentie achterlijk waardenstelsel,” en dan: “is een gesprek bij voorbaat een verspilling van tijd en energie.” Volgens Verwer is het in groepen wegzetten van mensen, eigen aan een debat. Zeker als een groep, zoals de moslims voorrechten hebben en speciaal worden behandeld. Waaruit bestaan die volgens Verwer: “ze mogen met hun haar onzichtbaar op de paspoortfoto (niet-moslims niet), ze mogen gescheiden zwemmen, ze mogen vrouwen discrimineren (geen hand geven, weigeren geholpen te worden in een winkel in het dorp Oranje), en we pikken het allemaal!”

vooroordelenIllustratie: arkompas.com

Laten we het eens nalopen. Een foto voor het paspoort moet aan strikte eisen voldoen. Hierbij moet het hoofd onbedekt zijn behalve als: “het om godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen niet toegestaan (is) om uw hoofd onbedekt te laten.” Het geldt voor iedereen die godsdienstige bezwaren heeft tegen een ontbloot hoofd. Dat kan een moslima zijn, maar ook van een sikh of welke andere religie dan ook. Is dit een voorrecht specifiek voor moslims?

Is gescheiden zwemmen een (voor)recht? Is iemand vrij om een zwembad af te huren en er vervolgens alleen met vrouwen of mannen in te zwemmen? Mag een zwembad als marktproduct niet een uurtje zwemmen voor alleen vrouwen aanbieden? Er wordt ook zwemmen met baby’s, zwemmen voor ouderen en wellicht nog andere doelgroepen aangeboden. Hoe moet het dan met wedstrijdzwemmen? Heeft Verwer wellicht ook bezwaar tegen gescheiden voetballen of hockeyen?

Het geven van een hand is een gebruik in Nederland, maar is het daarmee een verplichting? Staat het iemand niet vrij om zelf te bepalen wie hij of zij een hand geeft en met welke reden? Heb je, want dat is de andere kant van de medaille, recht op een hand? Staat het mij ook vrij om in een winkel te weigeren door iemand geholpen te worden? Is het dan niet aan de winkelier om daarop te reageren door iemand anders mij te laten bedienen of mij als klant de deur te wijzen en dat heb ik dan te accepteren?

Verwer windt zich op over het frame: “dat de eigenlijke slachtoffers van de terroristische aanslagen door moslims de moslims zelf zijn. Want die krijgen het nu zo zwaar.”  Kijkt Verwer wellicht met een frame dat van vooroordelen voorrechten maakt?

De volgende genocide?

Sylvana Simons kreeg een hele strontkar aan verwensingen en verwijten over zich, toen ze bekend maakte als politica actief te willen worden bij de nieuwe partij DENK. Vervolgens werden en worden nieuwe strontkarren uitgekeerd over de hoofden van de ‘kiepers van de karren’ over Simons. In dit ‘strontkarren kiepen’ speelt ook het woord genocide een rol en dan vooral de Armeense genocide. Aan de hand van een gebeurtenis in het verre verleden, nu de Armeense genocide maar het kan ook de slavernij of het kolonialisme zijn, een gebeurtenis waar de laatste overlevende waarschijnlijk al van is overleden, wordt bepaald hoe fout iemand in het heden is. Zo ook in de discussie onder een column van collega Sylvia Witte.

genocideFoto: www.examiner.com

Nu dus het onderwerp Armeense genocide, een gebeurtenis uit 1915 terwijl het woord genocide pas in 1944 is gemunt. Was er dan sprake van een genocide avant la lettre? Er wordt een nieuwe lat langs oud verleden gelegd en het is de vraag of dat wel correct is. Het is verleidelijk om te doen. Ligt echter misbruik van het verleden voor doelen in het heden dan niet op de loer? Houdt die fixatie op ‘fout’ zijn in de vorige, niet meegemaakte, oorlog niet het risico in dat we de huidige oorlog missen?

Neem het begrip genocide. De Engelse wikipedia onderscheidt acht stadia. Stadium één: mensen worden verdeeld in wij en zij. Stadium twee: als dit wordt gecombineerd met haat kunnen symbolen aan de paria-groepen worden opgedrongen. Stadium drie: de ene groep ontkent de menselijkheid van de andere groep en vergelijkt ze met dieren, ongedierte en ziektes. Stadium vier: speciale ‘legereenheden en milities’ worden getraind en bewapend. Stadium vijf: haatgroepen zenden hun propaganda uit. Stadium zes: slachtoffers worden geïdentificeerd en gesepareerd. Stadium zeven: de uitvoering van de ‘uitroeiing van de ander die toch geen mens is. Stadium acht: de ontkenning van de begane misdaad.

Wij versus zij, komt dat bekend voor? Symbolen als de ‘varkenskop’? De  IS-vlag? Vergelijkingen: de tsunami van islamisering? Onze cultuur is superieur? Ongelovigen mogen worden gedood? En ik vergeet vast nog wel iets. Hoe moeten we het duiden als steeds dezelfde mensen het slachtoffer zijn van de oorlog tegen het jihadisme? Als zij steeds uit de rij worden gepikt, uit vliegtuigen verwijderd omdat ze er ‘anders’ uitzien, je raar aankijken of een differentiaalvergelijking oplossen? Staan de sociale en reguliere media niet vol met propaganda voor ‘het goede doel’ en met afkeer van de andere? Hoe moeten we de segregatie in de samenleving duiden? Is dit een voorstadium van separatie. Gelukkig is de uitroeiing nog niet aan de orde. Maar komt het toejuichen van verdrinkende vluchtelingen niet al in de buurt?  Zouden de strontkarren die onder het mom van de vrije meningsuiting worden gestort, straks als ‘ontkenning’ worden gebruikt: ik maakte alleen van het recht op vrije meningsuiting gebruik?

De sprookjes van Halbe

Er was eens een fractievoorzitter die krasse uitspraken en beloften deed om kiezers te lokken. Krasse uitspraken en beloften die na de verkiezingen knellen en worden gebroken en niet alleen door linkse partijen, zoals Roderick Veelo beweert. Op het VVD-partijcongres deed fractievoorzitter Halbe Zijlstra weer een flinke duit in het zakje: Onze minister van Justitie zou een cartoonist niet door een arrestatieteam van zijn bed laten lichten. Onze partij zou nooit de sharia invoeren al zou de meerderheid van Nederland dat willen. En onze partij zou nooit een gedachtenpolitie instellen. 

HalbeIllustratie: www.volkskrant.nl

Drie krasse uitspraken. Waar hebben we dergelijke uitspraken eerder gehoord? Wie herinnert zich nog de uitspraak van de VVD minister en staatssecretaris van justitie dat de moordenaar van Pim Fortuyn nooit op vrije voeten zou komen? In onze wetgeving gaan de minister en de staatssecretaris daar niet over, dus konden zij deze belofte niet nakomen. Wie bepaalt in Nederland of en hoe er iemand gearresteerd moet worden? Heeft de minister van justitie hierin een rol? Of is het de officier van justitie die bepaalt wie er wordt gearresteerd? Is het vervolgens aan de politie om een dreigingsanalyse te maken en te bepalen hoe groot en zwaar het arrestatieteam moet zijn? Is niet juist de kracht van een rechtstaat dat ministers niet bepalen wie er wel en niet gearresteerd moeten worden?

Dan het invoeren van de sharia als een meerderheid dat wil. Mocht er een sharia-meerderheid zijn en die krijgt de sharia via de regels van de democratie ingevoerd, wie kan die meerderheid dan dat recht ontzeggen? Dat zou voor mij wel een reden zijn om te verhuizen. Trouwens een zeer hypothetische gebeurtenis gezien het geringe aantal moslims. Het CBS houdt de kerkelijke gezindheid van de Nederlanders bij en daaruit blijkt dat ongeveer 45% niet kerkelijk is, 45% een christenlijke gezindheid aanhangt en 10% een overige gezindheid. Moslims maken een deel uit van die 10% net als hindoes boeddhisten en anderen. En lang niet alle moslims zullen voor de invoering van de sharia zijn. Wil Zijlstra angst zaaien?

Als laatste de ‘gedachtenpolitie’. Zijlstra verwijst hier naar CDA-leider Buma die het verheerlijken van geweld en terreur strafbaar wil stellen. Hoe zit het dan met het weren van imams? Toen er verleden jaar in Rijswijk een bijeenkomst zou plaatsvinden waar een imam zou spreken die ‘banden zou hebben met jihadisten’, sprak VVD-kamerlid Azmani: “De vrije samenleving dient beschermd te worden.” Het visum van de imam moest worden ingetrokken en liever nog zou het hele gala niet door moeten gaan. Gedachtenpolitie?

 

Guns don’t kill people

“Als ze in Parijs vuurwapens hadden gehad was er misschien niets gebeurd,” aldus Donald Trump, kandidaat voor het Amerikaanse presidentschap. Hij deed die uitspraak bij zijn vrienden, “ I’ve been an member for a long time…”, van de National Rifle Association (NRA). De NRA is de machtigste lobby-organisatie in de VS en heeft maar een doel: het vrije wapenbezit. De club steunt Trump in zijn streven om president te worden.

NRA Illustratie: bluevirginia.us

Terug naar de ‘Parijs-uitspraak’. Een hypothetische als …, dan… redenering waarvan de geldigheid nooit is te bewijzen, je kunt er wel over speculeren en dat is wat Trump doet. Als ook in Frankrijk iedere burger een wapen zou mogen dragen, dan hadden de aanslag-plegers zich wellicht bedacht. Zou iemand met een bomgordel onder de kleren zich werkelijk laten stoppen?  Hoe komt het dan dat in landen waar militairen en gewapende groeperingen het straatbeeld bepalen, ook dergelijke aanslagen worden gepleegd? Landen als Irak, Syrië en Jemen.

Zou de terrorist met de kalashnikov die het niet erg vindt om zelf te sterven, zich laten stoppen door burgers met wapens? Wellicht had hij minder slachtoffers gemaakt omdat een gewapende burger hem had neergeschoten. Dat zou kunnen en daar zou Trump op kunnen doelen. Zou het niet ook kunnen, dat in zo’n geval gewapende burgers elkaar gaan beschieten? Hoe onderscheid je immers een terrorist met een wapen van een burger met een wapen? Allemaal hypothetisch.

Dat er in de VS veel meer grote en kleine schietpartijen zijn op scholen, bioscopen en andere locaties, dan in Europa is geen hypothese. Dat is een feit. En dat bij die schietpartijen meer slachtoffers vallen dan bij die enkele aanslag, is ook een feit. Ook een feit is dat er jaarlijks vele doden vallen, omdat ze per ongeluk door kinderen (wellicht hun eigen) worden doodgeschoten, in 2015 liefst 265. Dat zijn er meer dan er slachtoffers vielen in Parijs. Toch maar liever geen vrij vuurwapenbezit?

‘Guns don’t kill people’ is meestal het verweer van de NRA na weer een schietpartij met veel doden. Inderdaad schieten geweren niet vanzelf, daar is een mens voor nodig, een mens met een wapen.  Moet dan toch de mens worden verboden? De planeet en haar andere bewoners, zouden er wel bij varen.

En ’t werd zomer

“De overheid als grote herverdeler, als bezorger van banen en een basisinkomen. Een overheid die ondernemers hun winsten afroomt en verwacht dat zij risico’s voor lief nemen. Een droomwereld waar de overheid zorgt en regelt, waar nivelleren een nationale feestdag heeft en waar kleinschalige landbouw 7 miljard mensen voedt.”  Dat is het grote ‘linkse’ wensdenken volgens Roderick Veelo in zijn column op RTL Z.

Zwaluw.jpgFoto: zoom.nl

In die column verwijt hij ‘links’ dat het onmogelijke zaken belooft, dat weet en eenmaal aan de macht deze beloften moet breken dus liegt. Hij vraagt zich af waarom het vertrouwen van links in de overheid nog fier overeind staat na alle ellende die de overheid heeft veroorzaakt. Want de crisis is immers een gevolg van het beleid van de Amerikaanse regering dat iedere Amerikaan een eigen huis zou moeten bezitten, aldus Veelo. Dit heeft immers tot al die rommelhypotheken geleid. Is het beloven van zaken die niet waar worden gemaakt alleen iets van ‘links’ of is dit eigen aan de politiek?

Ja, inderdaad heeft overheidsbeleid in Amerika de weg vrijgemaakt voor rommelhypotheken die uiteindelijk tot de financiële en economische crisis hebben geleid. Alleen, zouden daar niet wat stappen tussen zitten? Was dat beleid niet gebaseerd op het ‘rechtse’ neoliberale vrije-markt-utopisme? Het absolute vertrouwen in de vrije markt en het absolute wantrouwen in de overheid? Leidde dit beleid er niet toe dat de overheid de rol van toezichthouder op de markt slechts zeer beperkt invulde? En bood dat de banken en financieel dienstverleners niet de mogelijkheid om veel verder te gaan in het verlenen van kredieten dan goed voor hen en voor de kredietontvangers was?

Kwam deze crisis niet van ‘rechts’? En is dat ‘rechtse’ neoliberale vrije-markt-utopisme niet nog steeds dominant in politiek en bedrijfsleven? Heeft het niet werkelijke hervormingen weten tegen te houden?

Liet de periode tussen 1945 en pak weg 1970 zien wat een actieve overheid kon bereiken: welvaartsgroei voor iedereen bij een beperkte inkomens- en vermogensongelijkheid, welvaarts- en economische groei, innovatie gebaseerd op overheidsinvesteringen? Zou het ‘linkse’ vertrouwen in de overheid hierop gebaseerd zijn?

Inderdaad kon het Griekse Syriza haar belofte niet waarmaken, het strijden tegen een ‘rechtse’ neoliberale overmacht. ‘Een zwaluw maakt nog geen zomer,’ luidt het spreekwoord. Wat als Syriza de eerste zwaluw is? Inmiddels is er Podemos in Spanje doet Jesse Klaver het goed in Nederland, hebben we Corbyn in Engeland en Sanders in de VS. Zou het toch zomer worden?

‘Just because you can’

“Jolene, Jolene, Jolene, Jolene I’m begging of you, please don’t take my man. Jolene, Jolene, Jolene, Jolene. Please don’t take him just because you can.” Aan deze song van Dolly Parton moest ik denken toen ik het commentaar van Fokke Obbema in de Volkskrant las.

SterksteFoto: www.youtube.com (voor de liefhebber is hier ook de song te beluisteren)

Het streven van de Franse regering om het ontslagrecht te versoepelen, is volgens Obbema geen overbodige luxe. Het land kent een hoge werkloosheid en: “Elders in Europa drong al eerder het inzicht door dat ontslagbescherming nieuwe toetreders tot de arbeidsmarkt in de weg kan zitten.” Is het inzicht of geloof dat elders doordrong? Geloof dat een vrije markt het algemeen belang het beste dient?

Zorgt dat geloof er niet voor dat de positie van het individu (de werknemer) wordt uitgehold ten gunste van de werkgever? Voor neerwaartse druk op de beloning? Inderdaad hebben andere landen, waaronder Nederland, het ontslagrecht al eerder versoepeld en ook die landen kampen met werkloosheid. Werkloosheid die weer leidt tot pleidooien voor verdere versoepelingen van het ontslagrecht. En de banen die het oplevert, zijn veelal te mager om fatsoenlijk van te kunnen leven.

Bizar wordt het als Obbema de wet omschrijft: “… ook al gaat het om een verder weinig effectieve wet,” een: “wettekst die vis noch vlees is.” Een wet van niks die niet zal bijdragen aan het bereiken van het doel. Toch drukt Obbema de Franse regering op het hart om door te gaan en geen ‘bakzijl te halen onder druk van de straat’. Waarom een flutwet erdoor drukken? Omdat: “Een volgende nederlaag voor een linkse regering zou bewijzen dat de Franse politieke klasse niet tot dit soort hervormingen in staat is.” 

Alleen maar om aan te tonen dat je in staat bent om dit soort hervormingen door te drukken? Om te laten zien dat je een wet aan kunt nemen, dat je kunt ‘hervormen’, moet je het doen? Al is het een wet waar niemand iets mee opschiet en dus geen toonbeeld van een ‘hervorming’? ‘Pietje, waarom sla je Jantje? Omdat ik het kan!’

Dat moet volgens Obbema omdat een nederlaag, en dat zou het intrekken van deze wet zijn, de: “… toch al grote afkeer van de politiek,” voedt en dat zou extreem-links en extreem-rechts in de kaart spelen. Kracht tonen om te laten zien dat je het kunt, is dat geen zwaktebod? Zou dat niet juist leiden tot een grotere afkeer van de politiek?

Binnenstebuiten samenleving

“Is de multiculturele samenleving nou mislukt of geslaagd?” Die vraag werd gisteren gesteld bij Pauw. Nee, zei de een. Ik zie toch geslaagde integratie, zei de ander. Het is niet geworden zoals het ons is voorgespiegeld, zei de gastheer alsof er iemand ooit een plan had dat eraan ten grondslag lag. Het is het nog niet, zei weer een andere gast. De Turken en Marokkanen trouwen nog binnen hun groep, riep iemand. Nu is die multiculturele samenleving in het recente verleden al vaker onderwerp van discussie geweest. Discussie waarin werd geroepen dat ze is mislukt of dat ze moet worden afgeschaft.

SamenlevingIllustratie: www.kennislink.nl

Een bijzondere gesprek tussen mensen met meningen en opvattingen. Bijzonder omdat lukken of mislukken suggereert dat er een norm is waaraan een samenleving moet voldoen, om van succes te spreken. Alleen wat is die norm en wie bepaalt hem? Wat gebeurt er als een samenleving niet aan die norm voldoet? Is er dan geen sprake van een samenleving? Als er dan geen samenleving is, wat is er dan wel? De positieve kant is trouwens ook interessant. Want wat moet er dan gebeuren als een samenleving wel aan de norm voldoet? Mag er dan niets meer veranderen? Zou die samenleving dan eeuwig zo moeten blijven? Dit laatste roept de vraag op of die norm niet ook aan verandering onderhevig is. Het zou immers kunnen dat toekomstige generaties er anders over denken.

In het boek Denken in een tijd van sociale hypochondrie, beschrijft de socioloog Willem Schinkel de worsteling in het gesprek en Nederland. Mensen en groepen worden al naar gelang het doel van de spreker, gezien als probleem binnen de samenleving en toch gezien als staand buiten de samenleving. Dit is, volgens Schinkel: “… paradoxaal omdat enerzijds ‘de Nederlandse maatschappij’ een [integratie]probleem cq. -vraagstuk heeft, terwijl dat anderzijds juist bestaat uit het ‘buiten de maatschappij staan’ en het ‘niet meedoen’ van diegenen die binnen de maatschappij voor het [integratieprobleem] zorgen.”

Een samenleving is “het geheel van de met elkaar verkerende mensen.” Hoe vaststaand is dat geheel? Verandert een samenleving niet permanent omdat er mensen bij komen door geboorte en emigratie en en er vallen mensen weg door sterfte en immigratie? En ook door kennisontwikkeling? Dit verandert immers mensen. Is een samenleving daarmee niet een fluïde iets en iets wat nooit ‘af’ of ‘compleet’ is?