Al Capone en de vluchteling

“Meer dan 90 procent van de migranten maakt gebruik van ‘facilitaire diensten’ van criminele bendes. Het gaat dan voornamelijk om netwerken van mensensmokkelaars.” Dit blijkt, volgens Elsevier, uit een onderzoek van Europol en Interpol. Een conclusie die Elsevier, gezien de kop en deze formulering, lijkt te verbazen. Aanpak van die smokkel, waar volgens hetzelfde rapport, zo’n 5 tot 6 miljard dollar in omgaat, staat hoog op de politieke agenda. Zo moet de ‘Turkije-deal’ er mede voor zorgen dat de smokkelaars brodeloos worden. Iets wat door de onderzoekers lijkt te worden betwijfeld: “… door de flexibiliteit van smokkelnetwerken kunnen vooral de kleinere routes zich snel aanpassen als gevolg van externe factoren. Externe factoren zoals grensbewaking hebben de meeste invloed op het wijzigen van smokkelroutes … .”

Al CaponeIllustratie: www.pinterest.com

Hoe verbaasd moeten we zijn over die 90%? Hoe verbazend is de conclusie dat 90% van de drugsgebruikers gebruik maakt van facilitaire diensten van criminele bendes?  Dat zou niemand verbazen, drugshandel en gebruik is immers verboden. En als iets is verboden en er is toch vraag naar, dan zal die vraag door de ‘onderwereld’ worden ingevuld. Die verdient er vervolgens flink geld aan.

In de jaren twintig van de vorige eeuw dachten de Verenigde Staten het alcoholgebruik en vooral -misbruik te lijf te gaan met een verbod erop, de drooglegging. Het alcoholgebruik en -misbruik nam niet noemenswaardig af. Er ontstonden illegale stokerijen, illegale handel en illegale kroegen. Allemaal zonder controle op de kwaliteit waardoor er veel spul van slechte kwaliteit op de markt kwam, met de nodige dodelijke slachtoffers. Hoe verbazend zou de conclusie zijn dat 90% van de alcoholgebruikers, toen gebruikmaakten van facilitaire diensten van criminele bendes? Bendes zoals die van de legendarische Al Capone?

Zou die smokkel van migranten wellicht een gevolg zijn van het Europese en nationale migratie- en vluchtelingenbeleid? Beleid dat legale migratie bijna onmogelijk maakt? Beleid dat vluchtelingen afweert? Beleid dat is gericht op het niet delen van welvaart?

Zou de beste bestrijding van die criminaliteit niet het beëindigen van de ‘hekken en murenpolitiek’ zijn? En de vervanging hiervan door goed geregelde legale migratie en het vereenvoudigen van het vluchten per vliegtuig?

Wereldkampioen ‘leider’

Oh jee, dat wordt een groot probleem voor mij. Ik mag Obama, Poetin of zelfs Merkel niet beter vinden dan Mark Rutte. Stel je voor dat we premier Wilders krijgen, dan wordt het probleem voor mij nog veel groter. Want wat lees en hoor ik,  Ebru Umar vindt dat iemand met een Nederlands paspoort een buitenlandse leider niet ‘beter’ mag vinden dan de Nederlandse premier.

CollignonIllustratie: http://www.volkskrant.nl

Nu heb ik gelukkig alleen een Nederlands paspoort. Maar als je toevallig ook nog Brits staatsburger bent en je vindt Cameron beter, dan zou je dat in moeten leveren, zo vindt Umar. Nu denkt zij natuurlijk niet aan die Britse expat, maar eerder aan een Turkse gelukzoeker.

Volgens de ‘Wet van Umar’, leef ik al bijna mijn hele leven in de gevarenzone. Sinds ik mag kiezen, vond ik Olof Palme beter dan Ruud Lubbers. Wim Kok was beter dan Lubbers maar haalde het niet bij Nelson Mandela. Daarna werd het een ramp: Jan-Peter Balkenende. Nu had hij geluk dat ook in het buitenland veel slechte leiders rondliepen zoals onder andere Blair en Bush jr. Gelukkig hadden we de Braziliaan Lula. Nu zitten we opgescheept met ‘teflon lachebekje’ Rutte die zelfs ik slechter vind dan Erdogan. Wat niet wil zeggen dat ik het met Erdogan eens ben, verre van dat zelfs. Als leider is hij wel beter. Gelukkig hebben we nu de Canadees Justin Trudeau die in alle opzichten beter is.

Eist Umar niet hetzelfde als de door haar zo gehate Erdogan? Erdogan wil dat alle Turken de loftrompet over hem steken. Komt het van Nederlanders eisen om hun premier beter te vinden dan andere buitenlandse leiders niet op hetzelfde neer? Wellicht mogen we van Umar wel een binnenlandse oppositieleider beter vinden dan de premier. Komt dat er dan niet als vanzelf op neer dat de beste leider altijd uit Nederland komt? Dat de Nederlandse premier altijd wereldkampioen ‘leider’ is?

Gelukkig is het nog niet zover en het is te hopen dat Ebru Umar nooit haar zin krijgt. Als zij wel haar zin krijgt, dan hoop ik dat er nog een land in de wereld is dat een Nederlandse politieke vluchteling op wil nemen.

Betuttelende overheid

“De staat mag mij niet voor mijn bestwil beschermen.’  De kop boven een interview met Christopher Snowden in Trouw. De overheid moet zich niet bemoeien met de eet-, rook- en andere gewoonten van mensen. Snowden hangt het schadebeginsel aan van John Stuart Mill en dat luidt: persoonlijke vrijheid mag slechts worden beperkt om te verhinderen dat anderen worden geschaad. We moeten ons niet bemoeien met de alcoholist, het is immers zijn vrije keuze om teveel te drinken. In de filosofie wordt dit negatieve vrijheid genoemd, vrijheid van belemmeringen. Daar tegenover staat een stroming die vindt dat er pas sprake is van vrijheid als iemand ook de mogelijkheid heeft om gebruik te maken van die vrijheid. Deze stroming wordt positieve vrijheid genoemd. Zij vinden dat de samenleving zich wel moet bemoeien met de alcoholist omdat die door zijn verslaving niet vrij is. Hoe vrij is ons handelen?

kinderarbeidFoto: www.politiebond.nl

Hoe bepaal je of iets alleen jezelf schade toebrengt? Als ik naar de fles grijp, dan beïnvloedt dat het leven van mijn kinderen, mijn vrouw, mijn familie en vrienden. Emotionele schade, geen schade in de vorm van blauwe plekken of kneuzingen. Wat als mijn zoon later ook naar de fles grijpt? Is dat dan zijn vrije keus of komt dat door het voorbeeld dat hij heeft gezien?

Handelen leidt tot gevolgen. Sommige gevolgen zijn bedoeld, andere onbedoeld. Niet iedereen kan even goed inschatten wat de gevolgen van een bepaalde handeling zijn. Neem een naïef wat minder begaafd meisjes dat verliefd wordt op een foute jongen, een loverboy. Zij doet alles voor hem, maar schaad zichzelf daarbij zonder dat zij dit als schade ziet. Zij kiest zelf. Hoe vrij is haar keus?

Iets van heel andere orde. Hoe zou de wereld eruit hebben gezien als overheden daadwerkelijk alleen maar de orde zouden hebben gehandhaafd? Zouden er dan wegen zijn aangelegd? Of rioleringen, spoorwegen en vliegvelden? Zou dan de slavernij zijn afgeschaft? Of de kinderarbeid? Want waarom zou een kind van tien niet mogen werken? Zouden kinderen dan naar school gaan?

ThePostOnline oprichter Bert Brussen mag dan wel vinden dat Snowden: “Een heerlijk verhaal, bomvol waarheden,” verkondigt, die waarheden hebben een keerzijde.

Newspeak

In haar column in de Volkskrant deelt Sheila Sitalsing een pluim uit aan de medewerker van Volkswagen die het gesjoemel met software bij dieselauto’s heeft weten terug te brengen tot een onschadelijk lijkende term: dieselthematiek. Ik moest terugdenken aan 1984 van George Orwell dat ik om mijn VWO diploma te halen, las. Newspeak is een van de termen uit het boek die mij altijd bij is gebleven. Newspeak, de nieuwe taal waarmee de totalitaire heersers het gebruik van onwelgevallige gedachten willen voorkomen door de taal aan te passen en woorden te verbieden.

george orwellIllustratie: reasonandmeaning.com

Prachtig hoe Volkswagen zo dit ‘probleem’ weet om te bouwen tot een ‘uitdaging’, om er eens een andere vorm van newspeak tegenaan te gooien. Op LinkedIn zie ik veel van dergelijke uitspraken en het valt mij op dat met name managers en (loopbaan)coaches dergelijke uitspraken plaatsen, vaak voorzien van een leuk plaatje. Maar wat heb je dan als je de uitdaging niet aankunt? Heb je dan wel een probleem?

Of wat te denken van de volgende: ‘Als je denkt dat het inhuren van een professional duur is, wacht maar tot je een amateur inhuurt.’ Dan vraag ik mij af of een amateur er een nog grotere puinhoop van gemaakt zou hebben bij bijvoorbeeld Vestia, Amarantis, Fortior of de ABN? Of neem: ’Nothing is wasted, it’s all learning’. Wat als je niet leert, is het dan wel verspilling?

Nog zo’n mooie. ‘Great leaders don’t tell you what to do .. they show how it’s done.’ Dan denk je aan die paar goede leiders die je kent, een Nelson Mandela, Mahatma Gandhi en inderdaad die leiden door het voorbeeld te geven. Iets langer nadenkend kom je bij bijvoorbeeld Adolf Hiltler of Josef Stalin, gaven die niet ook het voorbeeld dat werd nagevolgd?  Doen slechte leiders dus niet precies hetzelfde? Hoe weet je dan of de leider die je wilt volgen goed of slecht is?

En dan een van mijn favoriete, de spreuk van Apple’s goeroe Steve Jobs: “People who are crazy enough tot think that they can change the world are the ones who do.” Een waarbij ik mijn hart vasthou. Want zijn er niet voldoende ‘gekken’ met ideeën die beter nooit werkelijkheid worden?

Als laatste en naar mijn idee een van de gevaarlijkste: ’A job ins’t a job. It’s who you are.’ Wat als je dan geen baan hebt? Ben je dan niets? Is een mens dan een middel? Een radertje in het wiel van een machine? Ik hoop toch van niet?

Oorlog met België

We moeten ons echt zorgen gaan maken en onze militairen, helikopters en vliegtuigen terughalen uit Mali, Syrië, Irak en eventueel andere plekken waar ze actief zijn. Waarom? De situatie in België is zeer zorgelijk en om te voorkomen dat het Belgische leger ons land binnenvalt, moeten we onze militairen aan de zuidgrens posteren. Dat was het eerste waar ik aan dacht toen ik op de digitale voorpagina van Elsevier keek: “Leger België zit vol met geradicaliseerde moslims.”

UniversalSodlrie2Foto: cineville.nl

Om de dreiging goed in te kunnen schatten, ben ik maar eens gaan kijken hoe groot het Belgische leger is. Dat levert nog meer zorgen op. Zoekend naar meer informatie las ik dat het Belgische leger in de top 50 van sterkste legers staat. Hoger dan Nederland, de lijst bevat de 55 sterkste legers en Nederland staat er niet eens in. Iets verder zoekend een beter bericht, maar dat is al wat ouder, uit 2011, met als kop: “We krijgen een soort Belgisch leger.” Alhoewel beter, het bericht spreekt van bezuinigingen en het ontstaan van een soort tweederangs krijgsmacht. Zou het Belgische leger dan toch wat zwakker zijn dan die 49ste plek doet vermoeden? Trouwens een goede prestatie om via bezuinigingen toch beter te worden dan de Belgen. Zouden die nog meer bezuinigen of zijn Nederlanders slimmer? Dat zou mooi zijn want luidt het spreekwoord niet ‘wie niet sterk is, moet slim zijn’? En slimheid hebben we wel nodig tegen de sterkere Belgen. Zullen we toch maar het zekere voor het onzekere nemen en de opschorting van de dienstplicht opheffen?

Gealarmeerd door deze kop, las ik het artikel. “De Belgische militaire inlichtingendienst houdt zestig extremistische militairen in de gaten, schrijft de Waalse krant La Libre op basis van Kamerstukken. Het zou gaan om 55 soldaten en vijf onderofficieren.” Een hele geruststelling, het Belgische leger bestaat maar uit iets meer dan zestig man. Nou ja geruststelling, dat moeten dan wel heel sterke mannen en vrouwen zijn. Wellicht in allerlei gevechtstechnieken getraind door actieheld en ‘Universal Soldier’ Jean Claude Vandamme.

Het lijkt mij sterk dat het Belgische leger uit minder dan honderd man bestaat. Hoe dan ook, het probleem, als religieus fundamentalistische soldaten al een probleem zijn, is niet zo dramatisch als Elsevier in de kop suggereert. Nu is een kop in een krant altijd een wat krassere uitspraak. Deze kop is wel erg kras, sterker nog, het is een schromelijke overdrijving. Wat wil Elsevier bereiken met die digitale kop?

Twee plus drie is zeven

‘Twee plus drie is zeven!’ Fout zullen jullie mij inpeperen. Het juiste antwoord is vijf. ‘Nee, naar mijn mening is het antwoord zeven en we hebben vrijheid van meningsuiting en ik mag die mening hebben en dus ook uiten.’  Jullie zullen mij meewarig aankijken en me wellicht hoofdschuddend voor gek verklaren. Maar zullen jullie dat ook doen als ik leerkracht ben op de basisschool en dit jullie kinderen leer? Dan zullen jullie naar de directeur lopen en aandringen op mijn ontslag. Dat zou ik ook doen in jullie geval. De directeur valt mij bij en onderstreept mijn recht op vrije meningsuiting. Ook de rechter die jullie inschakelen geeft mij en de directeur gelijk. Jullie zouden je kinderen naar een ander school brengen. En daar zou hetzelfde kunnen gebeuren.

Gescinska

Een voorbeeld om te laten zien tot welke absurde situaties de absolute en onbegrensde vrijheid van meningsuiting leidt. Of zoals de Belgisch-Poolse filosofe Alicja Gescinska schrijft: “De context van het klaslokaal toont ook mooi aan dat onzin verkopen en beledigen niet zomaar overal ongestraft kan. Niet wanneer die onzin en beledigingen grote groepen treft, niet wanneer die gericht is tot een enkel individu. Een leraar mag ook niet zomaar het kleinste meisje van de klas voor stomme lilliputter uitschelden en de jongen met ietwat grote oren voor lompe olifant houden.” Natuurlijk mag een leraar kinderen niet uitschelden voor stomme lilliputter of lompe olifant, als dat gebeurt dan zal iedereen er schande van spreken en de leraar zal waarschijnlijk zijn baan verliezen. Toch vliegen in het publieke debat ons soortgelijke verwensingen om de oren. Personen en groepen die worden uitgescholden voor geitenneuker wat weer wordt beantwoord met andere verwensingen.

In haar boek De verovering van de vrijheid. Van luie mensen, de dingen die voorbijgaan behandelt Gescinska de vrijheid en haar grenzen en daarbij komt in het laatste hoofdstuk ook de nu veel aangehaalde vrijheid van meningsuiting aan bod. Het filosofisch debat over vrijheid kent twee richtingen, de negatieve en de positieve. Om dit verschil duidelijk te maken, gebruikt zij een ervaring uit haar jeugd. Dat doet zij trouwens het hele boek door. Voorbeelden die een relatie leggen tussen de filosofische discussie en de wereldse werkelijkheid. Voorbeelden die het filosofische betoog een leesbare lichtheid geven.

Als klein meisje vluchtten haar ouders, net voor de val van de muur, vanuit het communistische Polen naar België. In Polen had zij verhalen gehoord van het prachtige speelgoed, de overvloed  en de vrijheid in het westen. Haar eerste kennismaking met die overvloed en vrijheid viel haar flink tegen. Met haar ouders en oudere zusje, bezocht zij een speelgoedwinkel. Inderdaad lag daar het mooiste speelgoed, waren er poppen in overvloed en konden die in alle vrijheid worden gekocht. Alleen het geld ontbrak om ook maar het kleinste popje te kopen. Zo is het ook met vrijheden. Je kunt er heel veel hebben, maar wat heb je eraan als je er geen gebruik van kan maken. Aanhangers van negatieve vrijheid, willen de best gevulde speelgoedwinkel. Aanhangers van positieve vrijheid willen werken aan de mogelijkheid van het kind om er iets te kopen.

Aanhangers van negatieve vrijheid pleiten voor een maximale individuele vrijheid. Voor vrije markten waarop vrije individuen dat doen waarvan zij denken dat het hen het meeste geluk brengt. Waarbij zij dat mogen doen zolang zij anderen geen schade berokkenen. De alcoholist mag niet worden belemmerd in zijn zucht naar drank, dat is zijn vrije keus. Een pleidooi voor absolute vrijheid van meningsuiting past hierbij. Zij pleiten voor een kleine, terughoudende overheid die alleen optreedt als schade wordt berokkend aan iemand anders.

Gescinska denkt daar anders over: “Keuzevrijheid impliceert niet automatisch een keuzevermogen, laat staan keuzeblijheid.” Iemand die niet kan lopen heeft natuurlijk de vrijheid om te gaan en staan waar hij of zij wil, de persoon mist alleen het vermogen om dit te doen. Voor een aanhanger van negatieve vrijheid is het hebben van die vrijheid voldoende. Gescinska vindt dit een wel erg beperkte opvatting van vrijheid en noemt dit moreel onverschillig. Je hebt alleen wat aan vrijheid, als je er gebruik van kan maken en daarbij kunnen mensen wel wat hulp gebruiken, bijvoorbeeld een rolstoel. Zij pleit voor een positieve invulling van vrijheid en in het verlengde daarvan een samenleving en overheid die zich wel met het individu bemoeit. Die mensen een duwtje in de rug geeft, een duwtje om zichzelf te ontdekken. Een duwtje uit belangeloze betrokkenheid. Een duwtje om aan je vrijheid te werken, want vrij zijn betekent werken en kost inspanning. Vrijheid komt niet vanzelf.

Aanhangers van negatieve vrijheid zullen tegenwerpen dat dit leidt tot ‘wij bepalen wel wat goed voor jou is’ en de deur open zet voor totalitarisme. Een staat die bepaalt wat geluk is, hoe dit te bereiken en wie daarvoor wat moet doen. Gescinska werpt tegen dat dit een karikatuur is van positieve vrijheid en onderbouwt dit met twee argumenten. Als eerste kun je je kunt afvragen hoe vrij de alcoholist, net zoals de drugsverslaafde en de luilak, is. “Zijn zij niet allen de slaven van hun onvermogen om te weerstaan aan het object van hun destructieve verlangen, en is verslaving niet sowieso het tegendeel van individuele vrijheid?” vraagt zij zich af. Als tweede betekent absolute vrijheid dat iedereen voor zichzelf bepaalt wat goed is en welke regels voor hem gelden: Niemand bepaalt zichzelf volledig, zoals niemand ook zijn eigen wetten uitvaardigt.” Absolute negatieve vrijheid leidt niet tot vrijheid en autonomie, maar tot chaos en het recht van de sterkste, ze keert zich tegen de mensen. Volgens Gescinska is autonomie juist een fundamentele pijler van de positieve vrijheid, die draait in essentie: “om zelfrealisatie en het goede leven. Maar zelfrealisatie en het goede leven zijn niet mogelijk als ze afgedwongen worden.”

Er zal niemand zijn die stelt dat iedereen de vrijheid heeft om welke daad dan ook te verrichten. Zelfs de pleitbezorgers van negatieve vrijheid vinden dat er een grens is en die is dat je de ander niet mag schaden. “Maar waarom zouden we dan wel de vrijheid moeten hebben om eender welk woord te spreken?” Vraag Gescinska zich af, want: “soms kunnen woorden even hard en pijnlijk zijn als een messteek in de rug of een slag in het gelaat.”

Gescinska houdt een boeiend pleidooi voor de positieve invulling van vrijheid, voor betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Ik zou bijna zeggen verplichte kost voor iedereen en zeker voor politici, journalisten, columnisten en satirici. Verplicht omdat het de voetangels en klemmen, de valkuilen en het mijnenveld toont van een gesprek over vrijheid. Lezen voordat je begint met schelden en beledigen! Alleen klinkt verplicht zo onvrij. Dus anders geformuleerd: politici, journalisten, columnisten en satirici, mag ik jullie een advies geven, lees De verovering van de vrijheid van Alicja Gescinska. Zo’n ‘duwtje in de rug’ past in een pleidooi voor positieve vrijheid.

 

Creativiteit en voorspelbaarheid

Adviezen heb je in soorten en maten. Soms lees je er een en vraag je je af wat ze nu bedoelen. Het rapport Winnaars van morgen, opgesteld onder leiding van de KNVB is er zo een. Tenminste, dat wat erover in de Volkskrant is verschenen.

Met de voor velen in Nederland belangrijkste bijzaak, het voetbal, gaat het immers niet zo goed. Komende zomer ontbreekt Nederland op het Europees kampioenschap waar de helft van alle landen aan deel neemt. Nederlandse clubs schoppen in de Europese competities geen deuk in een pakje boter. Ook is, volgens de deskundigen, het voetbal in de Eredivisie niet om aan te zien.

VoetbalFoto: www.bet.nl

Vele nationale en internationale toptrainers zijn gevraagd om hun mening en inbreng. Hun analyse en advies: “laat jullie voetbalcultuur niet los, de cultuur van aanvallend, dominant, creatief en positief arrogant voetbal, maar het moet beter. Jullie zijn te voorspelbaar, in je aanvallende en creatieve voetbal.” En toen kwamen de vraagtekens. ‘Te voorspelbaar in je creativiteit’? Creativiteit: het vermogen om iets te scheppen. Iets dat er niet was, iets nieuws. Hoe kun je te voorspellen zijn in creativiteit? Creativiteit is toch onvoorspelbaar?

“En we moeten stoppen met al die balletjes achteruit en breed. De bal moet goed en functioneel vooruit. Middenvelders in het jeugdvoetbal kijken vaak niet eens meer naar voren, en aanvallers rekenen niet eens meer op de bal.” Een uitspraak van de technisch manager van de KNVB, Jelle Goes. Hier is ‘voorspelbaarheid’ te lezen en een gebrek aan ‘creativiteit’. Zou dat de werkelijke analyse zijn? Dit lijkt een goede beschrijving van het Nederlandse voetbal.

Even naar het andere uiterste, naar Barcelona. De club van Messi. De club die wordt geroemd om haar creatieve voetbal. Alleen ontbrak die creativiteit een paar wedstrijden en zag het er in de kwartfinale van de Champions League tegen Atletico Madrid behoorlijk voorspelbaar uit. Het leek wel het Nederlands elftal, Ajax (met als extreem voorbeeld de wedstrijd tegen De Graafschap waar de club het kampioenschap miste) of een andere Nederlandse club. Rondspelen om de bal in bezit te hebben. Oorzaak, de creatieve spelers Messi en Neymar waren niet in vorm. Is creativiteit niet afhankelijk van creatieve individuen als Messi, Neymar en vroeger Maradonna, Cruijff en Pelé? Spelers die iets doen wat niemand verwacht?

Naast een geniaal voetballer en trainer is Cruijff ook bekend om zijn vele uitspraken. Uitspraken zoals: ‘De basis is de bal zo snel mogelijk onder controle krijgen, zodat je iets meer tijd hebt om te kijken.’ Een waarheid als een koe. Alleen heb je daar weinig aan als je speelt tegen super fitte spelers als die van Atletico Madrid. Door hun fitheid zijn ze eerder bij je en heb je nog steeds te weinig tijd om goed rond te kijken. Dat bewees de halve finale wedstrijd van die club tegen Bayern München. De Bayern spelers werden zo opgejaagd dat hen de tijd ontbrak om te kijken. En ook bij Bayern waren de ‘Messi’s’ er niet (Robben) of onder de maat (Ribéry). Is creativiteit dan toch afhankelijk van individuen?

De verbetertips: “… de kwaliteit van trainers, cursussen, het opleiden van echte verdedigers, hogere weerstand door sterkere competities te formeren, waarin de besten elkaar vaker treffen.” Dit lezend, denk ik aan Manchester City,  Chelsea. Teams die bestaan uit grote, sterke en fitte spelers. Spelers met een conditie om twee wedstrijden achter elkaar te spelen. Ze hebben alles behalve creativiteit. Dit lezend denk ik aan structuur, organisatie en discipline, aan alles behalve creativiteit. Creativiteit voelt zich niet thuis in structuren, zou dat niet ook voor voetballers gelden? Zou je creatieve voetballers niet vrij moeten laten en ze niet vangen in structuren? Neem Cruijff, die liep waar hij wilde, waar hij dacht dat het nodig was en deed vanaf die plek iets wat niemand verwachte. Sterker nog, hij werd niet eens op die plek verwacht. En Maradonna, die was ook niet aan een positie te binden en gebonden. Doet Messi nu niet precies hetzelfde? Zwerft hij niet ook over het veld?

Dit schrijvend, moet ik denken aan het boek De Barbaren van Alessandro Baricco. In dit boek beschrijft Baricco het steeds oppervlakkiger worden van de samenleving. Het draait steeds meer om de kick van het moment en niet om diepgang. Om snelheid in plaats van creativiteit en schoonheid. Ook het voetbal komt in dit boek aan de orde in de persoon van Roberto Baggio. Voor degenen van jullie die het niet weten of niet meer weten, Roberto Baggio was een geniale ouderwetse nummer tien. Een spelmaker om je vingers bij af te likken, omdat hij oplossingen verzon die niemand zag en die niemand kon uitvoeren. Alleen jammer dat hij een van de spelers was die in de beslissende strafschoppenreeks in de finale van het WK van 1994 namens Italië een strafschop miste.

Baggio was een geniale specialist en die werden en worden steeds minder gewaardeerd. Generalisten zijn gevraagd. De back moet kunnen aanvallen en een voorzet geven, de centrale verdediger moet inschuiven, de aanvaller mee verdedigen. Ze moeten dus vooral fit zijn, veel lopen, de middenvelders nog het meest. Allemaal hebben ze een goede basistechniek, ze kunnen de bal redelijk snel onder controle krijgen en als ze de bal niet hebben, snel bij de man met bal zijn. Ze kunnen veel maar zijn niet creatief. Die opkomende back is blij dat hij de achterlijn haalt en slingert de bal dan blind voor. Hij heeft niet de rust en het overzicht van een ouderwetse buitenspits als John van ’t Schip. De rust en het overzicht om tijdens het hollen en draven rond te kijken waar de bal het beste naar toe kan. Maar ja, de John van ’t Schips verdedigden veel minder mee, ze spaarden hun energie. Alleen dat kan tegenwoordig niet meer, je moet immers mee verdedigen. Die middenvelder holt, weet misschien wel waar de bal naar toe moet, maar heeft niet de techniek en de rust om die man voor hem, op het verkeerde been te zetten en zo de ruimte te creëren om de bal daar te krijgen. Baggio kon dat wel. Maar ja, Baggio was grote delen van de wedstrijd afwezig. Dan leek het of hij droomde. Dat kan tegenwoordig niet meer, hij zou moeten meeverdedigen, gaten trekken, ruimtes afdekken. Daarom zat hij, tot groot verdriet van Baricco en anderen, in de latere jaren van zijn carrière, veel op de bank.

Tegenwoordig moet alles snel en daarover zegt Baricco het volgende: “Om ervoor te zorgen dat er alles kan gebeuren op elk deel van het veld, moet je snel rennen, snel spelen, snel denken. Middelmatigheid is snel. Genialiteit is traag. In middelmatigheid vindt het systeem een snelle omgang van ideeën en handelingen; in de genialiteit, in de diepzinnigheid van de edelste individu, wordt dat ritme doorbroken.” Waar zullen de verbetertips toe leiden? Tot creativiteit of voorspelbaarheid? Kun je genialiteit en creativiteit opleiden?

Zou een Cruijff doorbreken in voetbal waar de nadruk ligt op structuur, organisatie, discipline en vooral grote en sterke spelers? Welke trainer zou nu het gedrag van de jonge Cruijff accepteren, zou accepteren dat een broekie van zeventien zegt hoe het moet? De laatste eigenwijze topspeler (Clarence Seedorf) die ons land heeft voortgebracht, werd al op jonge leeftijd verdreven naar het buitenland en heeft nooit een belangrijke rol in het Nederlands elftal vervuld. Lezen we niet genoeg berichten van ‘lastige jeugdspelers’ die bij de topclubs de deur worden gewezen? Spelers als Oussama Tannane. Een creatieve dwarsligger, niet van het niveau Cruijff of Messi, maar wel eentje die iets bijzonders doet. Is de opgave niet om creatieve eigenwijze spelers de ruimte te geven? Ruimte die zij nodig hebben, maar er niet moet zijn voor alleen eigenwijze types?

Heeft Messi niet het geluk gehad dat Cruijff de lijnen had uitgezet bij Barcelona? Lijnen die ruimte boden voor Messi. De vraag is alleen of de ervaren, eigenwijze, oude Cruijff zijn jonge zelf de ruimte zou hebben geboden om tegen hem in te gaan?

Helikoptergeld en helikopters met geld

Helikoptergeld, een term gemunt door Milton Friedman en de laatste tijd hoor je hem weer vaak. Als de economie in het slop zit, deel dan geld uit aan de mensen. Je vliegt met een helikopter over het land en gooit het geld eruit. De mensen gaan het uitgeven en dan gaat de economie weer groeien. In de Volkskrant schrijft Derk-Jan Eppink er het volgende over: “Helikoptergeld is sluipend gif. Welvaartcreatie ontstaat uit werk gebaseerd op goed onderwijs, innovatie, ondernemerschap, open markten en prikkels tot prestatie. Geld drukken brengt geen welvaart. Helikoptergeld is verslavend als ooit het opium in China.” Voor hem moet de helikopter aan de grond blijven, andere economen denken daar anders over.

helicoptergeldIllustratie: www.marctomarket.com

Vliegen er niet al sinds 2015  transporthelikopters met geld rond?  Die vliegen van de Europese Centrale Bank (ECB) naar de banken en kopen daar staats- en bedrijfsobligaties mee op? Die banken krijgen zo meer geld ter beschikking. Ook kunnen banken geld van de ECB lenen en hoeven daarvoor geen of slechts weinig rente te betalen. Gratis geld dus. Dit allemaal met de bedoeling om het weer uit te lenen aan bedrijven. De ECB doet dit om de inflatie aan te wakkeren. Die is nu ongeveer 0% en zou minimaal 2% moeten zijn. Alleen bereikt slechts een klein deel van dat geld de bedrijven. De banken potten het op en vullen er hun buffers mee aan.

Vlogen er vóór de crisis niet ook al helikopters met geld rond? Helikopters van de banken en wat die helikopters deden, leek verdacht veel op het ‘helikoptergeld’? Werd het niet steeds makkelijker om een steeds hogere hypotheek te krijgen, die niet afgelost hoefde te worden? Was, en en is het niet nog steeds verrassend eenvoudig om te kopen op afbetaling? Helikopters van banken die heel eenvoudig geld kunnen creëren waar de actiegroep Ons geld zich druk om maakt?

Vliegen er niet al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw helikopters die geld van de kleine man naar de 1% en vooral naar de 0,1% rijksten transporteren? Helikopters die vliegen via Panama, de Kaaimaneilanden en die een tussenlanding maken op de Amsterdamse Zuidas? Die vliegen om belastingen te ontwijken waardoor de kleine man meer belasting moet betalen? Helikopters die via speculatie op de beurzen vooral de kleine man en zijn pensioenspaargeld plunderen?

Zijn die helikopters niet ook sluipend gif? Helikopters die de kleine man en overheden verschulden en de 1% en vooral de 0,1% verrijken, zoals Piketty aantoont? Helikopters die samenlevingen ontwrichten. Wat zou er gebeuren als ze niet meer zouden vliegen en de ‘Friedman helikopter’ wel? En wellicht zou dan de ‘Friedman helikopter’ ook overbodig zijn?

En de boer, hij ploegde voort

“Tweederde boeren verdwijnt.” Een alarmerende kop waarmee Dagblad de Limburger op maandag 9 mei opende. Tussen nu en twintig jaar staat dit in Midden-Limburg te gebeuren, zo blijkt uit een onderzoek van de Rabobank Midden-Limburg. Het verdienmodel van bulkproductie tegen lage kostprijs heeft zijn langste tijd gehad. “De boer van de toekomst moet zich richten op onderscheidende producten en nichemarkten, marketing en innovatie,” zo valt te lezen. Dat vraagt om ondernemerschap en daaraan ontbreekt het bij de boeren. Daarom gaat de bank masterclasses ondernemerschap aanbieden.

PloegenFoto: nl.kverneland.com

Ter geruststelling van eenieder die hierdoor in paniek raakt. Tweederde van de boeren is allang gestopt. Dat het aantal boeren vermindert, is iets wat al bijna twee eeuwen aan de gang is. Het is al zo oud als de Industriële revolutie. Sterker nog, het is nog ouder. Niets nieuws onder de zon dus. In 2000 waren er nog 97.000 boerenbedrijven, in 2014 nog maar 65.000. Sinds 1950 daalt het aantal boerenbedrijven met gemiddeld 15 per dag. Dit alles leert het CBS ons.

Dat de resterende boerenbedrijven groter worden, is ook niets nieuws. De benodigde investeringen in gebouwen en materialen zijn immers hoog. Omdat dergelijke kapitaalintensieve investeringen goedkoper worden naarmate de productie hoger is, is het logisch dat de bedrijven groter worden.

Boeren zijn gemiddeld ouder dan de algemene bevolking. Als we de leeftijdsopbouw van de boeren  bekijken, dan was de meerderheid van de boeren in 2007 ouder dan 50 jaar. Door sterfte en vanwege ouderdom verdwijnt zo al een fors deel van de boeren. Zou het niet kunnen zijn dat dit veelal kleinere wat verouderde boerenbedrijven zijn? Bedrijven waarvan de gronden worden opgekocht door een jongere boer die hectares nodig heeft om te groeien?

Hebben boeren aan de afzetkant niet te maken met zeer grote inkoopcombinaties die hun macht gebruiken om prijzen te verlagen? En ook met consumenten die lage prijzen gewend zijn?

Bieden de ‘nichemarkten’ hoop? Hoeveel boeren en tuinders kunnen zich richten op een nichemarkt voordat die verzadigd is en de prijzen gaan dalen? Hoeveel ‘onderscheidende producten’ zijn er te verzinnen waarvoor een markt is? Hoe onderscheidend is een aardappel of gerst? Zijn die nichemarkten trouwens niet al bezet door innoverende en ondernemende boeren?

Geld voor het boerenbedrijf niet nog steeds dat je heel groot moet zijn op de bulkmarkt en dat dit ‘heel groot’ steeds groter wordt? Of met een klein bedrijf groot op een nichemarkt en dat dit klein ook steeds groter wordt?

The perfect circle

Een bijzondere uitspraak van het IJslandse parlementslid en hacker Brigitta Jóhnsdóttir: “Ik weet dat ik bespioneerd word vanwege mijn betrokkenheid bij Wikileaks en Snowden. Ik kan er niets tegen doen omdat het zo alomvattend is. En het ergste is dat iedereen die me belt dus ook wordt gevolgd. Iedereen die me schrijft ook.” Zij doet deze uitspraak in de Tegenlicht-documentaire Offline als luxe waarin aandacht wordt besteed aan het ‘permanent online zijn’. Wellicht kunnen we Jóhnsdóttir een dienst bewijzen door haar allemaal een brief te schrijven?

Apple CupertinoFoto: www.quotenet.nl

Volgens Jóhnsdóttir is het internet van een vrijplaats verworden tot een plaats waar grote bedrijven en ook overheden informatie over ons verzamelen en bewaren. Waar we zijn, met wie we contact hebben, waar onze interesses liggen, alles is interessant. En met het ‘internet of things’ zal dat alleen maar meer worden. Interessant voor overheden om onze ‘veiligheid’ in de ‘oorlog tegen het terrorisme’ en voor bedrijven omdat zij die informatie kunnen benutten en verkopen. Of zoals ze het zelf noemen, ons opmaat van dienst te kunnen zijn, onze vragen te beantwoorden voordat we de vraag gesteld hebben (‘anderen die dit boek kochten, kochten ook de volgende boeken’).

Positief? Een hele grote ‘maar’ die goed naar voren komt in het boek De Cirkel van Dave Eggers. Eggers voert dit namelijk tot in het extreme door: totale transparantie, alles wat je doet is openbaar. Het bedrijf ‘The Circle’ staat centraal, een bedrijf gevestigd in een cirkelvormig gebouw… . Het heeft iets ontwikkeld waardoor alle gezeur met wachtwoorden overbodig is. Het bedrijf wordt hierdoor het enige bedrijf dat alle informatie beheert en er flink aan verdient. Het monopoliseert informatie en niet alleen informatie, ook de democratie. Zo ontstaat op het eerste gezicht een blije vrolijke samenleving.

‘The Circle’ is een bedrijf zoals Facebook of Google graag willen zijn. Ook overheden en vooral hun veiligheidsdiensten zouden deze positie graag innemen: de machthebber over informatie. Het alziende oog. Het panopticum van Bentham, de cirkelvormige gevangenis met de bewakers in een toren in het midden.

Hoe past dit in ons vrijheidsbegrip? Je weet dat je altijd wordt bekeken en dat alles wat je doet, zegt en schrijft, wordt gezien. Wat betekent dit voor ons gedrag? ‘Als je niets verkeerd doet, heb je niets te vrezen’, is het obligate en veel gebruikte antwoord op deze angst. Alleen hoe weet je of je niets verkeerd doet? Want wat vandaag niet verkeerd is, kan morgen anders zijn. Woorden kunnen anders worden opgevat dan ze bedoeld zijn. Zou de spontaniteit hiermee verloren gaan?  Als we de Franse filosoof Michel Foucault (zie zijn boek Discipline, toezicht en straf. De geboorte van de gevangenis) mogen geloven, disciplineert ‘gezien worden’. Dat zou jammer zijn, want dan verliest het leven een van de charmes.

Waarom zou het nieuwe Apple hoofdkantoor een cirkelvorm hebben?