Naar de bron

“Occupy heeft inderdaad niet de neoliberale wereldorde omver geworpen, maar Bernie Sanders, Syriza, Jeremy Corbyn en Podemos zijn ondenkbaar zonder het voorwerk van Occupy.” Dit schrijft Hassan Bahara in de Volkskrant bij zijn bespreking van het boekje Ik kom in opstand van Eva Rovers. Volgens Bahara, ik heb het boekje nog niet gelezen,  handelt het boek over de kracht, of eigenlijk de zwakte, van opstanden via sociale media. Bij deze ‘digitale opstanden’ ontbreekt de onderlinge verbondenheid die, volgens Rovers, nodig is voor succesvolle sociale veranderingen. Rovers onderbouwt haar betoog met het Occupy voorbeeld, de Egyptische opstand tegen Mubarak en Black Lives Matter. Bij Occupy en Black Lives Matter vindt Bahara de voorbeelden van Rovers niet overtuigend.

bronFoto: Woon & Leven

Of de voorbeelden het betoog van Rovers versterken, kan ik niet beoordelen, ik heb haar boek niet gelezen. Dat weerhoudt mij niet om kanttekenen bij de redeneringen van Bahara te plaatsen. Zou Syriza in Griekenland er werkelijk niet zijn geweest zonder Occupy? Dat zou betekenen dat Syriza haar visie op de wereld aan Occupy te danken heeft, dat Sanders, Corbyn en Podemos putten uit het gedachtegoed van Occupy. Dat zou betekenen dat het denken ingrijpend is gewijzigd door Occupy en dat Occupy een nieuwe visie op de wereld heeft geformuleerd.

Een vreemde gedacht omdat diverse auteurs de ‘Occupy’ boodschap al vóór 2011 brachten. Neem John Cassidy en Wat als de markt faalt” uit 2009, Benjamin Barber en zijn Cunsumed uit 2007, Naomi Klein in No Logo uit 1999 en Hans Achterhuis en zijn Het rijk van de schaarste uit 1988 om er slechts een paar te noemen. Een oude boodschap trouwens, in de negentiende eeuw bracht Karl Marx deze al. Trouwens niet alleen ‘schrijvers’, ook demonstranten zoals de Indignados in Spanje vlak voor het eerste Occupy tentenkamp op Wallstreet of bij de diverse bijeenkomsten van de Wereld Handelsorganisatie zoals in 1999.

Zou het kunnen dat Occupy niet de bron is maar dat het uit dezelfde bron put als Corbyn, Sanders, Syriza en Podemos?

Een stukje geschiedenis

Vandaag op Radio 1 twee items over de komende verkiezingen voor de tweede kamer. Het eerste meldde dat de ‘scholierenvakbond’ LAKS ook mee gaat doen aan de verkiezingen en zich gaat focussen op jongeren en onderwijs. Het tweede meldde de naam van lijsttrekker Nieuwe Wegen, de nieuwe partij van Jaques Monasch. Triomfantelijk werd er gemeld dat het geen beroepspoliticus is. One issue partijen, nieuwe partijen en volledig opgeschoonde oude partijen, straks is een ruime meerderheid van de Tweede Kamerleden nieuw. Een onderwerp waar vaker aandacht voor is.

Evans.jpg

Toen ik dit hoorde moest ik denken aan het boek De eeuw van de macht. Europa 1815-1914 van Richard J. Evans. In dit boek besteedt hij natuurlijk ook aandacht aan ontluikende en ontwikkelende democratieën. Hij constateert dat Frankrijk en Italië na 1870 een snelle opvolging van kabinetten kenden. Een Franse kabinetsleider hield het gemiddeld nog geen jaar uit, zijn evenknie in Italië iets langer. Bovendien ontstonden er steeds weer nieuwe partijen. Dit stond in schril contrast met de situatie in bijvoorbeeld Engeland en Duitsland. Het eerste wat je dan denkt is dat Frankrijk en Italië in die tijd instabiel waren. Volgens Evans was dit echter niet het geval. De premiers wisselden zich dan wel snel af, de meesten bleven wel actief als minister, premier was een rol die een minister erbij vervulde. Politici en bestuurders kenden een zeer lange levensduur, het waren, zo zouden we nu zeggen, beroepspolitici. De stabiliteit van het systeem zat in de mensen die erin actief waren en belang hadden bij dat systeem.

Terug naar onze tijd. Ook nu kennen we een keur aan nieuwe partijen. Net als toen, zijn er ook nu one issuepartijen. Het kabinet Rutte II redt het de volle vier jaar of dat ook het komende kabinet is gegeven staat nog in de sterren. Het lijkt dus nog niet op het Italië of Frankrijk van eind negentiende eeuw. Mocht het zover komen, wie zorgt er dan voor de stabiliteit? Ervaren politici ontbreken dan immers.

Patent op het ‘goede leven’

“De gewone mensen zijn terecht ongerust over wat de kosmopolieten en de hen steunende gevestigde politieke partijen hebben aangericht en nog aanrichten.” Een zin uit een artikel van Juriaan Van Acker bij ThePostOnline. In dat artikel betoogt hij dat populisme eigenlijk gedefinieerd moet worden als: “opkomen voor de gewone man, voor het goede leven en voor het behoud van tradities en de eigen identiteit.”

kreeft

Illustratie: Visionair

Wat deze zinnen en daarmee het betoog van Van Acker bijzonder maakt, is dat hij zijn eigen positie, zijn eigen levensopvatting of mening, voorziet van kwalificaties als ‘gewoon’. Anderen, noemt hij ‘kosmopolieten’ en betitelt ze als ‘elite’, het onvermijdelijke woord om iemand met een andere opvatting te diskwalificeren. Zijn mensen die er een andere mening of levensopvatting op nahouden dan ongewoon? Is iemand met ‘kosmopolitische opvattingen’ ongewoon en maakt die persoon dan meteen ook deel uit van de ‘elite’?  Ook bepaalt Van Acker en passant meteen wat een leven goed maakt. Het leven zoals hij het zich voorstelt, is het ‘goede leven’.

Het mag geen verbazing heten dat zijn vorm van populisme aan de goede kant van de streep staat. Je eigen positie onderbouwen met woorden die een positieve connotatie hebben, je ziet het vaker. Je voegt woorden als praktisch, pragmatisch of realistisch toe en dat maakt de ander meteen onpraktisch, niet-pragmatisch of irreëel. Voeg de ander dan ook meteen wat kwalificaties toe die door velen tegenwoordig als negatief worden ervaren zoals ‘kosmopoliet’ of ‘elite’, en je hoeft ze niet meer serieus te nemen. Ze staan aan de verkeerde kant en zijn, volgens Van Acker schuldig aan de vernietiging van de aarde en de natuur, aan de massa-migratie, eigenlijk aan alles wat er fout gaat.

Als, in de ogen van Van Acker, ongewoon mens maak ik mij zorgen over deze manier van discussiëren die mensen met andere opvattingen buiten het ‘gewone’ plaatst. Ja, ik behoor tot de mensen die vooral naar het heden en de toekomst kijken. Ik denk trouwens dat ook Van Ackers ‘gewone mensen’ dat doen. In het verleden kun je immers niet leven je kunt er wel veel van leren.

Beste meneer Van Acker, tenzij u mij de ‘patenten’ kunt laten zien, bepaalt u niet wie ‘gewone mensen’ zijn, en wat het ‘goede leven’ is. De strijd om het ‘goede leven’ is trouwens een zeer bloedige, een die we niet zouden moeten willen voeren. Immers wat goed voor u is, is niet persé goed voor anderen. Wist u trouwens dat ook IS voor het goede strijdt?

Door de bank genomen

De Brexit is nu al een flinke tijd in het nieuws. Alle hel en verdoemenis scenario’s aan de ene en jubelscenario’s aan de andere kant zijn de revue al een gepasseerd. De Amsterdamse wethouder Kajsa Ollongren zet alles op alles om haar stad te laten profiteren van die Brexit.

verleiders

Namens het het bestuur van Amsterdam probeert zij allerlei financiële instellingen te verleiden om naar Amsterdam te komen, zo valt te lezen in de Volkskrant. Die‘ bedienen’ nu vanuit Londen de Europese markt en als de Britten werkelijk afscheid hebben genomen van de Europese Unie, dan wordt dat lastig omdat Londen dan buiten die Unie ligt. En, net als bij de ‘Tesla-frabiek’ strijden ook hier meerdere steden (overheden) om de gunsten van de financiële sector, naast Amsterdam strijden Dublin, Frankfurt en Parijs. Ollongren wil hierbij het Nederlandse ‘bonussen beleid’ opnieuw bezien: “We moeten kijken in hoeverre wij als Nederland last hebben van deze regel.” Een discussie waard, maar een die ik nu niet wil voeren.

Waarover dan wel? Over de vraag of we die grotere financiële sector wel moeten willen? “We doen dit niet voor de banken. We doen dit omdat de financiële sector als geheel belangrijk is voor de Nederlandse economie en de Amsterdamse werkgelegenheid. Ik vind dat we daarbij moeten inzetten op wat moet worden in plaats van wat is – de klassieke banken dus. Daarom praat ik in Londen met fintech-bedrijven. Vernieuwende start-ups,” aldus Ollengren. Is die financiële sector wel zo belangrijk? Of eigenlijk moet ik de vraag anders stellen: is de financiële sector niet te belangrijk gemaakt? Wat voor een financiële sector willen we?

‘Fintech-bedrijven’ en vernieuwende start-ups’ dat klinkt spannend en uitdagend. De ‘klassieke bank’ van Ollengren ontwikkelde rente derivaten, verzamelde leningen in grote pakketten waarvan niemand meer wist wat ze nu eigenlijk waard waren en drong je deze producten vervolgens op. Die waren innoverend, vernieuwend en vooral op zoek naar eigen winst. Hierbij namen ze onverantwoorde risico’s waar de belastingbetaler de ‘rekening’ van moest betalen. Die werd zo ‘door de bank genomen’ om het plastisch uit te drukken.

Moet de financiële sector niet saai en doorzichtig zijn? Eigenlijk niet meer als een klassieke bank, bijvoorbeeld de ouderwetse Boerenleenbank. Een bank waar mensen hun geld stalden en die dat heel voorzichtig uitleende aan particulieren en bedrijven. De bankdirecteur kende iedereen want hij woonde immers in dezelfde stad of hetzelfde dorp. Moet de financiële sector niet weer gewoon saai, doorzichtig en vooral dienend worden?

Ach, die arme geschiedenis

Zit u goed? Als dat niet zo is, ga dan even goed zitten voor u de volgende zin leest. “Onze samenleving vindt haar oorsprong in de joods-christelijke traditie, het humanisme, de Verlichting en het liberalisme, fundamenten die hebben geleid tot een vrije en tolerante samenleving.” De openingszin van een artikel op de opiniesite Jalta van VVD-kamerlid Malik Azmani. U weet wel het kamerlid dat het VVD-vluchtelingenbeleid van ‘opvang in de regio’ verzon. Een prachtige ronkende openingszin joods, christelijk, humanisme, Verlichting, liberalisme die de fundamenten van onze vrije en tolerante samenleving vormden. Haast te mooi om waar te zijn. Haast te mooi of gewoon te mooi?

kantIllustratie: Emaze

Neem dat joods-christelijke, Azmani is niet de enige die deze woorden tegenwoordig achter elkaar zet alsof ze bij elkaar horen. Toch dachten christenen daar eeuwen lang, eigenlijk nog tot kort geleden, anders over. De Europese christelijk geschiedenis loopt nu niet over van enthousiasme voor joden. Van buitensluiting, via progoms tot systematische vernietiging in gaskamers. Ook onderling waren die christenen niet altijd, of eigenlijk bijna nooit, goede vrienden. Denk maar eens aan de godsdienstoorlogen.

De Verlichting en het christendom en ook het jodendom, ook geen gelukkige combinatie. Verlichte denkers zetten zich juist af tegen voorgekookte waarheden van een religie. Zij moedigden mensen, in tegenstelling tot de dominees en priesters, juist aan tot zelfstandig denken en zoeken naar de waarheid. Gebruik de rede en kom tot de waarheid, zo zou je het kort kunnen samenvatten. Dat is trouwens ook in het kort de samenvatting van het humanisme. Ook dat zette zich juist af tegen het ‘bovennatuurlijke’ geloof en ging daar verder waar klassieke denkers waren opgehouden, of beter gezegd verdrongen door christelijke denkers. Nee, die vrije en tolerante samenleving is er eerder ondanks, dan dankzij het christendom gekomen.

Dan het liberalisme, welk liberalisme bedoelt hij? Zou een negentiende-eeuwse liberaal zich herkennen in de VVD-variant van nu? Een eeuw geleden was de liberaal Pieter Cort van der Linden premier, hij zou de huidige ‘liberale’ premier Rutte waarschijnlijk bestrijden. Zou Azmani weten dat het socialisme en zelfs het communisme ‘kinderen’ zijn van het liberalisme? En hoewel ze onderling flink van mening konden verschillen en elkaar de koppen in konden slaan, waren de confessionelen toch hun belangrijkste tegenstanders.

Beste meneer Azmani, achter die mooie ronkende zin zit veel meer dan u denkt. De werkelijkheid achter de combinatie van deze woorden is heel anders, heel wat minder mooi dan u hier suggereert. Maar ja wie maalt daar om. Het is geschiedenis en die kun je te pas en te onpas gebruiken om je eigen waarheid te creëren. Daarin staat u niet alleen.

Als historicus rest mij te verzuchten: ach, die arme geschiedenis.

21ste eeuwse oplossing

Beste meneer Asscher,

Met veel belangstelling heb uw artikel bij Joop gelezen waarin u reageert op een kritiek op u van Barbara Baarsma in de Telegraaf. U verzet zich tegen de voorstellen van Baarsma die erg overeenkomen met: “de ideeën van D66 en de VVD, die ook vinden dat hét recept voor onze arbeidsmarkt bestaat uit het afschaffen van vaste contracten — via de duur of de uitholling van de ontslagbescherming. ‘Vast’ aantrekkelijker maken voor werkgevers, door ‘vast’ af te schaffen of anders te definiëren.”  U maakt zich hard voor een eerlijke beloning voor eerlijk werk en vaste arbeidscontracten voor vast werk. Baarsma slaat de plank volgens u mis met haar voorstellen: “ook al worden ze geflankeerd door aantrekkelijke woorden als “modern” en “positieve prikkel.”  U geeft aan: “graag in discussie met experts van diverse gebieden,” te gaan.

21ste-eeuw

Beste meneer Asscher, ik ben geen econoom, geen arbeidsmarktdeskundige doch slechts een eenvoudig historicus. Ik lees wel geregeld werk van economen en een van hen, de Zuid Koreaan Ha-Joon Chang, schreef dat economie voor 95% gezond verstand is en dat de overige 5% ook geen hogere wiskunde is. Laat ik, al zeg ik het zelf, wel in bezit zijn van gezond verstand, daarom deze brief aan u.

Ik ben het met u eens dat vele veranderingen tegenwoordig worden verkocht met ‘positieve’ termen als modern(iseren) flexibiliseren enzovoorts en het afschaffen van vaste contracten is, daar ben ik het met u eens, niet erg modern. Sterker, dat is terug naar de negentiende eeuw, de eeuw van de dagloner die maar moest afwachten of er die dag voor hem werk en dus inkomen was.

Voor u is: “het vaste contract (de) hoeksteen van zekerheid voor werknemers en gezinnen.” Dat mag dan wel uw uitgangspunt zijn, het is voor velen niet de werkelijkheid en die velen worden er steeds meer, ondanks al uw pogingen om daar wat aan te doen. Zou het kunnen dat uw oplossing ook ‘de plank misslaat’ en niet ‘modern’ is? Lijkt het vaste contract niet een twintigste eeuwse oplossing die niet meer voldoet in de eenentwintigste eeuw? Een oplossing die het probleem niet oplost, lijkt mij geen oplossing.

Zou het helpen om het probleem vanuit een ander frame te bekijken? Een frame waarin betaald werk niet meer de oplossing is van alle kwalen omdat er niet voldoende werk is voor iedereen? Wat als we ‘er zijn’ zien als het belangrijkste in het leven? En voor dat ‘er zijn’ krijg je een voldoende basis(inkomen)? Voor meer dan die basis moet je zelf zorgen en dat kan via werk. Zou dat de positie van de werknemer niet enorm versterken? Wellicht zijn flexibele contracten dan helemaal geen probleem meer. Zou dat een eenentwintigste eeuwse oplossing kunnen zijn?

Als u hierover met mij van gedachten wilt wisselen, laat het me weten.

 

De grens en het lekke mandje

De Tweede kamer moet terugkomen van haar reces en in debat met premier Rutte en Minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie. Tenminste, als het aan PVV-leider Wilders ligt. De reden? De pleger van de aanslag in Berlijn is waarschijnlijk via Nijmegen en Amsterdam naar zijn, naar we nu weten, ‘eindbestemming’ Milaan gereisd. “Onze grenzen zijn blijkbaar zo lek als een mandje en ons land loopt gevaar,” aldus Wilders.

krickenbecker-seenFoto: Natuurhistorisch Genootschap in Limburg

Beste meneer Wilders, hoezo reageert u zo verbaasd? Als Kamerlid behoort u toch te weten dat er een vrij verkeer van personen en goederen is tussen de landen die het Schengenakkoord hebben getekend. Dat vrije verkeer van personen betekent dat er geen grenscontroles worden gehouden, dat u en ik zonder dat we aan de grens worden gecontroleerd, naar een ander ‘Schengenland’ kunnen reizen. Laat zowel Nederland en Duitsland dit verdrag hebben getekend.

Heel handig voor mensen, die zoals ik, in uw geboorteplaats Venlo aan de grens met Duitsland wonen. Die voor een bezoek aan een restaurant in het zeven kilometer verderop gelegen Straelen niet hoeven te rekenen met extra wachttijd aan de grens. Die zo zonder paspoort een fietstocht kunnen maken via de Groote Heide in Venlo naar de Krickenbecker Seen (foto) gaan en via de Poellvensee en Herongen de Nederlandse grens weer oversteken. U weet wel via de grenspost waar zich het Venlo-incident afspeelde. Die op een warme dag naar het openlucht zwembad in Walbeck of in de Blue Lagoon willen gaan zwemmen. En die het onze Duitse vrienden mogelijk maakt om zonder oponthoud, behalve dan voor het zoeken van een parkeerplek, de Venlose binnenstad kunnen bezoeken voor een dagje shoppen.

Ja, dat kan betekenen dat een onverlaat zoals de Berlijnse aanslagpleger ook die grens over kan. Dat hoeft niemand te verbazen. Wilt u al die voordelen inruilen en weer grenscontroles invoeren? Denkt u werkelijk dat er dan geen onverlaat de grens passeert? Wilt u terug naar de situatie voor Schengen? Was het toen onmogelijk voor bijvoorbeeld een IRA-terrorist om de grens te passeren en een aanslag te plegen in bijvoorbeeld Roermond of in Nieuw Bergen? Werden toen alle leden van de Rote Armee Fraktion bij de grens tegengehouden?

Beste meneer Wilders, ja die aanslagpleger is door verschillende landen gereisd. Werd hij niet zeer snel gevonden? Zou dat misschien niet een compliment waard zijn voor de opsporingsdiensten?

Fijne feestdagen meneer Rutte

Beste premier Rutte,

ik hoorde dat ik politiek correct ben en dat ik de Nederlandse identiteit te grabbel gooi of me ervoor schaam. Waarom? Omdat ik u en alle andere mensen op deze wereld fijne feestdagen wil wensen. Het zijn volgens u geen feestdagen, we zijn immers in Nederland en daar vieren kerst. Dat hoort, volgens u, bij de Nederlandse traditie en cultuur en dus moeten we elkaar fijne Kerstdagen wensen.

kersteiFoto: https://www.facebook.com/happyei.bv/?fref=nf

Laten we het religieuze aspect even buiten beschouwing. Al kan ook dat ter discussie worden gesteld omdat onze zeer verre nog heidense voorvaderen rond deze tijd ook een feest vierden. Een feest verbonden met de lichtwende, u weet wel dat de dagen weer langer gaan worden. Laten we het daar niet over hebben. Dan raken we de joods-christelijke wortels van onze cultuur zoals we het nu zien. Als historicus weet u vast ook wel dat daar vroeger heel anders over werd gedacht en dat joden en christenen niet veel met elkaar ophadden. Bovendien is ons heden beïnvloed door veel meer zaken dan het joodse en christelijke.

Beste meneer Rutte, wat er nu wordt gevierd is het kerstfeest en dat duurt twee dagen. Als ik u fijne feestdagen toewens, wens ik u dan niet hetzelfde toe als wanneer ik u een fijne kerst wens? In het eerste geval benadruk ik de twee dagen die het feest duurt, in het tweede geval het feest dat wordt gevierd. Het wordt door menigeen ook wel gecombineerd en die wensen je dan fijne kerstdagen. Wellicht zijn er zelfs mensen, ik ben ze nog niet tegengekomen maar wil het niet uitsluiten, die je fijne kersfeestdagen toewensen. Waarom gooi ik de ‘Nederlandse cultuur’ te grabbel als ik u fijne feestdagen toewens en niet als ik u fijne kerstdagen toewens?

Beste meneer Rutte, maakt u zo niet van een mug een olifant? Of beter gezegd van niets een complete theatervoorstelling? Draagt u met uw uitspraken niet juist bij aan het ter discussie stellen van een traditie? Want wordt iets niet juist als een traditie betiteld als het ter discussie staat?

Beste meneer Rutte, als u zich toch zorgen maakt over ‘tradities’ wilt u uw partijgenoot Halbe Zijlstra er dan op attenderen dat de traditie van het paasei te grabbel wordt gegooid. Nee, niet door de HEMA die er ‘verstopeitjes’ van maakte, dit tot groot ongenoegen van Zijlstra. Meneer Rutte, de kerstdagen worden overspoeld met ‘paaseitjes in kerstversiering’ en die drukken zo de ‘traditionele kerstkransjes weg.

Postadres ‘witte Nederlandse cultuur

Beste meneer Kartosen-Wong, op de site Joop bekritiseert u de criticasters van de documentaire ‘Wit is ook een kleur’ van Sunny Bergman. “De documentaire roept kennelijk al op voorhand zoveel ongemak op bij sommige critici dat zij zich in allerlei bochten wringen om deze te diskwalificeren,” zo schrijft u en daarom begrijpen zij de kern ervan niet. U hoopt toch dat: “witte Nederlanders zich dit realiseren en daardoor openstaan voor de inzichten die de documentaire aandraagt,” omdat die bewustwording uiteindelijk bijdraagt aan het oplossen van het probleem.

racisme

Beste meneer Kartosen-Wong,  wat is het probleem dat moet worden opgelost? Volgens mij komt het erop neer dat iedereen zich moet realiseren dat hij of zij vooroordelen heeft, dat er bij voorkeur wordt gekozen op gelijkenis en niet op verschil. Heel menselijk gedrag, dat onwenselijke gevolgen kan hebben. Net zoals we ons als samenleving moeten realiseren dat we heel voorzichtig moeten zijn met het baseren van beleidskeuzes op statistische gegevens.

Als ik u en de uwen moet geloven ligt het anders, dan is dat ‘ingebouwd racisme’ in de ‘westerse cultuur’ het probleem. “Uiteindelijk wordt ‘witte Nederlandse cultuur’ als voortbrenger van dergelijke vooroordelen aangeklaagd, en niet de individuele witte Nederlander wiens denken en handelen daar onbewust door worden gestuurd, zo schrijft u.

Een cultuur die een gevolg is van een ‘cultureel archief’ van de West-Europese landen: “waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen,” zoals Gloria Wekker bij De Correspondent beweert. Een bijzondere, of eigenlijk dubieuze, theorie omdat ze uitgaat van een vooropgezet plan van ‘witte West-Europeanen’ om de wereld te domineren. Alleen is de ‘plan-kaart’ of, zoals ik eerder schreef, het ‘Risk-opdrachtkaartje‘ nooit gevonden en lijkt het erop dat geschiedenis wordt aangepast aan het door u en de uwen gewenste frame. Bijzonder om nog een tweede reden en dat is dat ontkennen of ter discussie stellen van die theorie geen zin heeft, want dan lijd je aan ‘witte onschuld’ en daarmee toon je het gelijk aan van de theorie.

Als mensen zich niet aangesproken hoeven te voelen, wie dan wel? Waaruit bestaat een cultuur als ze niet uit mensen bestaat? Wie koestert dan dat: “nationale zelfbeeld van een moreel superieure Nederlandse cultuur en samenleving,” zoals u schrijft? Wat is dan het ‘postadres van de witte Nederlandse cultuur?

Zou het kunnen dat u en de uwen zoals Sunny Bergman, Mitchell Esajas, Charlene Hiwat-Kortstam, Gloria Wekker en anderen, eens in de spiegel zouden moeten kijken? Niet letterlijk om de huidskleur te bekijken, maar figuurlijk om uw eigen denken en de theorie die eraan ten grondslag ligt eens kritisch te beschouwen?

Democratie is stemmen!?

Volgens wiskundig ingenieur Kees Pieters kan onze democratie via de partij GeenPeil wennen aan de politiek van de eenentwintigste eeuw, zo valt te lezen bij ThePostOnline. Dat wordt, zo blijkt uit zijn betoog, de eeuw van de directe democratie. Volgens Pieters zijn kamerleden voor veel zaken niet meer nodig.

parlementFoto:www.isgeschiedenis.nl

Zo hoeven kamerleden geen rol meer te spelen in het vormen van een opinie en die uitdragen. Volgens Pieters liet men dit vroeger over aan een: “kleine goed opgeleide elite, die het parlement bevolkte.” Nu is: “iedereen in Nederland goed opgeleid,” Kamerleden zijn daarom niet meer nodig, iedereen kan zijn eigen opinie vormen. Dan de belangrijke functie van de volksvertegenwoordiging, die van wetgever: “Met de mogelijkheden van het huidige internet kan iedereen op elk ogenblik op elke plek stemmen. Net zoals de burger vandaag geen reisbureau meer nodig heeft om zijn reis te boeken, heeft de kiezer geen parlementslid meer nodig om te stemmen. GeenPeil vervult hier in de politiek dezelfde rol als Booking.com in de reiswereld.” Alleen de controlerende rol van de volksvertegenwoordiger blijft overeind, aldus Pieters. Sterker nog, die is: “Omdat de overheid haar takenpakket de afgelopen halve eeuw aanzienlijk heeft uitgebreid,” veel groter geworden. Daarom heeft het GeenPeil-model, dat zich volgens Pieters focust op de controlerende taak, de toekomst.

Nu kon vroeger ook iedereen zichzelf een mening vormen, alleen was er minder informatie beschikbaar en was die informatie lastig bereikbaar. Beide problemen zijn opgelost, maar is het daardoor makkelijker om een afgewogen mening te vormen? Is nu juist niet het tegenovergestelde een probleem, te veel, vaak tegenstrijdige informatie en zelfs desinformatie? Denk bijvoorbeeld aan de hoogopgeleide vaccinatieweigeraars.

Ja, er wordt uiteindelijk gestemd, maar is het traject dat aan het stemmen vooraf gaat, het opstellen, bespreken en amenderen van een wetsvoorstel niet juist de belangrijkste taak van een kamerlid? Wie gaat dit nuttige werk doen als de kamerleden dit laten liggen?

Maakt Pieters, in navolging van GeenPeil, de rol van de wetgever niet erg klein? Is het niet een verarming van de samenleving als democratie alleen maar wordt beperkt tot JA of NEE zeggen?