Money rules

De Italianen mogen zich binnenkort in een referendum uitspreken over een grondwetswijziging. Net als bij het brexitreferendum wordt er weer naar de financiële markten verwezen. Hoe zouden die reageren op de uitslag en het al dan niet vertrekken van premier Renzi. Neem Emile Knossen bij Elsevier: “Aan het politieke referendum zitten vooral veel mogelijke financiële gevolgen vast. Het Italiaanse bankensysteem staat op knappen door 360 miljard euro aan slechte kredieten. De kans dat banken dat geld ooit terugzien is klein en volgens de Financial Times kunnen acht banken, deels als gevolg van politieke instabiliteit, zelfs omvallen.” Dus Italianen bedenk wat u stemt!?

vogl

Wie lijdt er werkelijk schade als die banken omvallen en slechte kredieten niet ingevorderd kunnen worden?

Hebben verkiezingen werkelijk zoveel invloed op het wel en wee op de financiële markt? Hoe groot is de invloed van de politiek, de overheden, op de financiële markten? Ja, overheden lenen geld om hun schulden te financieren, maar is dat invloed? Ja, er is een Europees stelsel  van centrale banken onder aanvoering van de Europese Centrale Bank. Hoeveel invloed en macht heeft de overheid, nationaal of Europees, op het doen en laten van de centrale banken?

Volgens Joseph Vogl weinig, zoals hij beschrijft in zijn boek Het financiële regime. Sterker nog, volgens Vogl is het precies omgekeerd: de politiek staat onder controle van de centrale banken. Centrale banken die op geen enkele wijze verantwoording hoeven af te leggen aan de bevolking. Dit terwijl besluiten van de bank de levens van alle Europeanen beïnvloeden en de centrale banken in de basis toch ‘overheid’ zijn. Centrale banken die de inflatie in toom moeten houden, dus de prijzen stabiel. Of zoals Vogl het beschrijft: “Daarin heeft zich een beslissingsmacht opgehoopt die zichzelf afschermt van gekozen regeringen en instituties, om zich geheel te richten naar de eisen van de financiële markten en hun agenten.”

De centrale banken in dienst van de belangen van de financiële markten? Inflatie vermindert de waarde van geld, wie zou er dan het meeste belang hebben bij lage inflatie? Vogl: “Met de fixatie op monetaire en prijsstabiliteit – en de lage prioritering van andere economische en politieke voorkeuren, zoals werkgelegenheid – wordt bovendien een programma voor de verdeling vastgelegd dat de winstbelangen van banken, financiële instituten, investeringsmaatschappijen, portfoliofinanciering, crediteurenkartels en grote kapitaalvermogens structureel en voor langere duur vooropstelt.”

Zou de uitkomst van het Italiaanse referendum dit kunnen veranderen?

C’est le ton qui fait la musique

Beste Mitchell Esajas,

met veel belangstelling heb ik uw pleidooi bij Joop gelezen. Ik deel uw constatering dat het recht om je mening te laten horen door te demonstreren onder druk staat. Dat autoriteiten te snel en te veel gebruik maken van het argument dat de ‘openbare orde’ in gevaar is. Uw constatering dat vooral tegenstanders van zwarte piet zo monddood worden gemaakt, is niet geheel conform de werkelijkheid laat Bart de Koning bij De Correspondent zien. Die ‘overdrijving’ is u vergeven.

U sluit Uw pleidooi af met vijf punten die iemand concreet kan doen om jullie te steunen. Met het schrijven van dit stuk, voldoe ik al aan uw eerste suggestie, je stem laten horen door iets te schrijven. Zoals ik al schreef, wordt het recht om te demonstreren de laatste jaren te veel beperkt en beknot. Autoriteiten lijken bang en angst is volgens het gezegde, een slechte raadgever. Zeker in een democratie. Dat was niet altijd het geval. De Koning haalt in zijn artikel de liberale minister van Justitie uit de jaren zestig Carel Polak aan: “De democratie is niet een staatsvorm voor bange mensen, niet voor mensen die voor elke politieke beweging of elke politieke verandering angstig zijn. Wij mogen niet de orde en rust bij voorbaat stellen boven de vrijheid van het woord en de vrijheid van meningsuiting. Ook de vrijheid van degenen, die er prijs op stellen, dergelijke mensen te horen, moeten wij zo veel mogelijk eerbiedigen. In dit geval hebben wij dat gesteld boven bij voorbaat een vrees voor het verstoren van de orde.” Deze woorden zouden de huidige bestuurders zich goed in de oren moeten knopen.

Ik zou zelfs nog een stap verder willen gaan. In een sterke, vrije en democratische samenleving hoort het uiten van je mening in het openbaar, in de openbare ruimte tot de openbare orde. Het kan er dus nooit een verstoring van zijn. De eenzame ‘Erdogan-demonstrant’ en de zwarte sinterklaas die De Koning noemt, hadden nooit opgepakt mogen worden. Iets wat ook voor ‘anti-koningshuis-demonstranten’ geldt die bijvoorbeeld tijdens prinsjesdag in woord of op een bord laten horen dat zij tegen het koningshuis zijn. Met tweehonderd mensen door Rotterdam lopen en je mening laten horen, is geen verstoring van de openbare orde. Dat zou het wel worden, als die tweehonderd bijvoorbeeld blijven lopen op een rotonde, geweld gebruiken of zaken vernielen.

spijkers

Illustratie: DickStolk

Nog een stap verder, maar dit is puur gebaseerd op mijn gevoel. Om de openbare orde te handhaven, zet de politie bij demonstraties en ook bij risicowedstrijden in het voetbal (weet ik als vaste tribuneklant bij VVV-Venlo) zichtbaar veel politie en ME in. Juist die zichtbare macht, roept bij mij gevoelens van onveiligheid op. Omdat ik dat voel, kan ik mij voorstellen dat er meer mensen zijn die dat zo voelen. Ik hoop dat ik hiermee ook uw tweede suggestie, personen in machtsposities verantwoordelijk houden voor hun daden, heb getackeld.

Uw volgende twee suggesties sla ik even over en ga naar uw laatste, het verdedigen van het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting en betoging met alle benodigde middelen. Ook daar vindt u mij aan uw zijde als u bedoelt dat dit recht met alle vreedzame middelen moet worden verdedigd. Dat geweld slechts in uiterste noodzaak is toegestaan. Van een uiterste noodzaak is pas sprake als fouten van bestuurders niet meer door de rechter worden hersteld. Als kritiek op het optreden van bestuurders onmogelijk is en leidt tot gevangenisstraf.

Resten nog twee punten en hier wordt het iets problematischer.  De Kinderombudsman, de VN en het College voor de Rechten van de Mens hebben geoordeeld dat zwarte piet een discriminerende en raciale karikatuur is van zwarte mensen. Is dat wel zo? Neem de uitspraak van de Kinderombudsman, die concludeert dat: “… de huidige vorm van Zwarte Piet als onderdeel van het Sinterklaasfeest kan bijdragen aan pesten, uitsluiting of discriminatie en daarmee in strijd is met artikel 2, 3 en 6 IVRK. De Kinderombudsman concludeert daarom dat Zwarte Piet zodanig aangepast moet worden dat gekleurde kinderen geen negatieve effecten meer ervaren en dat ieder kind zich veilig en goed voelt bij het Sinterklaasfeest. Door Zwarte Piet te ontdoen van discriminerende en stereotyperende kenmerken kan er van hem een figuur gemaakt worden die recht doet aan het plezier dat zovelen beleven aan de Sinterklaastraditie en die tegelijk in overeenstemming is met de rechten van alle kinderen in Nederland.” het College voor de Rechten van de Mens komt tot een soortgelijke conclusie. ’Kan bijdragen’ is wat anders dan ‘is een raciale discriminerende karikatuur’. Ik lees hier dat zwarte piet zo kan worden opgevat, dat wil niet zeggen dat expliciet de bedoeling is. Dat geconstateerd hebbende, ben ik het met de Kinderombudsman en waarschijnlijk ook met u eens, dat zwarte piet moet worden aangepast. Want als iets kan bijdragen aan pesten, uitsluiting en discriminatie, ook al is dat niet de intentie ervan, dan moet er iets aan gebeuren. Dat iets lijkt een aanvang te hebben genomen er schijnen nu, naast zwarte, ook roetveeg- en kleurenpieten rond te lopen. Nog niet overal, maar het begin is gemaakt. Of dit (snel) genoeg is, daar kun je over twisten, dat het een begin is, niet.

In dit derde punt gebruikt u het begrip ‘witte privilege’, en uw vierde punt draait om dit begrip. Ik citeer: “Erken je witte privilege en gebruik het door in witte dominantie omgevingen (in je familie, op school, op werk) racisme en discriminatie ter discussie te stellen, juist als het oncomfortabel is.” Met dat ter discussie stellen van discriminatie en racisme, heb ik geen problemen, ook daar vindt u mij aan uw zijde. Dat nog niet iedereen gelijke kansen heeft en dat achtergrond (kleur, religie) daar een rol in speelt, daarvan ben ik me terdege bewust. Dat donker gekleurde mensen, maar ook bijvoorbeeld moslims het lastiger hebben dan mensen met een lichte huidskleur dat is zo en dat is lastig te doorbreken. Mensen zoeken immers naar herkenning, naar iets van zichzelf in de ander. Een andere huidskleur zet iemand dan al op een achterstand. Ik zeg bewust mensen, want dit is niet iets van alleen ‘witte’ mensen. Zo zoeken mensen met buitenlandse wortels bijna altijd een partner met dezelfde wortels. Dit moeten we samen veranderen door het inderdaad ter discussie te stellen en vooral door het gesprek erover aan te gaan.

Lastiger wordt als ik mijn witte privilege moet erkennen. Een privilege is een wettelijk toegestaan recht, een voorrecht aldus Vandale. Als ik erken dat ik zo’n privilege heb, dan erken ik meteen dat u dat (voor)recht niet heeft en daar wringt het. Onze wetgever geeft ons terecht allen dezelfde rechten, niemand heeft daarmee een privilege.

“Dat vele Nederlanders volhouden dat het Sinterklaasfeest in haar huidige hoedanigheid ondanks de schending van burgerrechten van vreedzame antizwarte pietdemonstranten, ondanks de racistische en agressieve bedreigingen van ‘Pietofielen’, ondanks oordelen van mensenrechtenorganisaties en ondanks de toenemende militarisering van het Sinterklaasfeest een onschuldig en gezellig kinderfeestje is, is het ultieme voorbeeld van witte onschuld.” Op het begrip ‘witte onschuld’ kom ik straks terug, nu deze passage. Vermengt u hier niet twee zaken die niets met elkaar te maken hebben behalve het moment waarop ze plaatsvinden? Dat bestuurders de rechten van demonstranten en het recht om te demonstreren schenden, heeft niets met het sinterklaasfeest te maken en zegt niets over het al dan niet racistisch zijn. Dat mensen die tegen zwarte piet demonstreren racistisch en agressief worden benaderd, zegt ook niets over het feest, het zegt iets over mensen die dat doen. In zijn bijdrage op Joop ‘Vijf feiten die aantonen dat Zwarte Piet racistisch is’ doet George Arakel hetzelfde. In mijn reactie op Arakel vroeg ik hem of: “de valse noten van een slechte saxofonist dan ook de verantwoordelijkheid (zijn) van het instrument.” Zo’n manier van argumenteren en onderbouwen is naar mijn stellige overtuiging contraproductief. Hierdoor worden vele goedwillende mensen in een de ‘racistische’ hoek gedrongen die er niet thuis horen en die zullen zich daar tegen verzetten. Het vergroot de afstand en maakt het daarmee moeilijker om gezamenlijke grond te vinden. Dat verzet begint immers met het afwijzen van alles wat u te zeggen heeft. En dat is precies wat er nu gebeurt. Dat racistisch en agressief benaderen zijn daar de extreme uitingen van.

Hiermee kom ik bij het begrip witte onschuld dat u van Gloria Wekker heeft overgenomen: “een dominant zelfbeeld van Nederlanders die zichzelf als open, tolerant en progressief zien en dus fundamenteel niet-racistisch. Dit terwijl Nederland 400 jaar een koloniale natie is geweest.” In januari van dit jaar zette mevrouw Wekker haar denkbeelden bij De Correspondent uiteen. Mevrouw Wekker schrijft daar in grote woorden en met ‘lange halen’ de Nederlandse geschiedenis en de gevolgen daarvan voor het heden. Met lange halen ben je snel thuis. Dat is ook bij haar het geval en dat gaat gepaard met een flinke versimpeling van het verleden. In een eerste reactie op dit artikel heb ik haar gewezen op het toch wat complexer zijn van de geschiedenis en op het niet typisch westers zijn van imperiale en koloniale neigingen en het superioriteitsdenken. In een tweede reactie stelde ik haar gebruik van de geschiedenis voor doelen in het heden ter discussie en concludeerde dat Wekker de geschiedenis aan lijkt te willen passen aan haar huidige mening over het heden.

Aan dat versimpelen van de geschiedenis, in dit geval van de slavernij tot ‘wit is dader en zwart is slachtoffer’, maakte ook documentairemaakster Sunny Bergman zich schuldig in haar ingekorte versie van haar Van der Leeuwlezing in de Volkskrant. In mijn open brief aan haar aanleiding hiervan beschreef ik het als volgt: “Slavernij is echter geen blanke uitvinding. Het is een menselijke uitvinding waaraan alle kleuren mensen zich schuldig maakten en het slachtoffer van waren. Ik weet niet of u nog weet van het Europese feodale stelsel, een stelsel met vele horigen en dat is een andere naam voor ‘slaaf’. Zo waren er ook vele blanke slaven in de Arabische wereld en werden vele donkere mensen door andere donkere mensen gevangen of ontvoerd en tot slaaf gemaakt. Ik weiger echter om de complexiteit van het verleden te vereenvoudigen tot ‘zwart’ tegen ‘wit’ met ‘wit’ als bij voorbaat fout.”

Wekker kent navolgers. Recent schreven Rufus Kain en Malique Mohamud artikelen  bij De Correspondent. Kain over bubbling en in de discussie met de lezers die erop volgde vertelde hij over de uitdaging waarvoor hij stond: “wereldmuziek, bubbling en westerse geschiedvervalsing samenbrengen in één essay.” Mohamud over de verklaringen van het verlies van Clinton. Hij miste de essentiële vragen: “Waar is het historische besef? Waar is de koloniale geschiedenis? En wat is de historische context van onze economische welvaart? Waarom concentreert die zich bij een minderheid?”

Beste meneer Esajas, zou het kunnen dat het terugbrengen van de complexe werkelijkheid tot zwart (goed) tegen wit (fout, tenzij je erkent dat je door ‘witte’ kleur schuldig bent want dan verlies je je witte onschuld), leidt tot een zwart-wit-discussie? Een discussie waarbij beide partijen zich ingraven en verharden in hun eigen gelijk? Een discussie waarbij verschillen worden uitvergroot en positieve ontwikkelingen als de roetveeg- en kleurenpieten van twee kanten de kop in worden gedrukt.

Een discussie waarbij mensen als ik, hun mond het liefst houden omdat ze door beide partijen worden geslagen en geschopt. Immers, omdat ik erken dat zwarte piet mensen kan kwetsen, krijg ik met dezelfde agressie te maken en wordt ik gezien als een overloper, een ‘collaborateur’ om deze beladen term te gebruiken. Omdat ik aan de andere kant mijn ‘witte privilege’ niet erken en beken dat ik schuldig ben aan het hebben van ‘witte onschuld’, behoor ik voor u tot het kamp van de vijand. Dit terwijl we hetzelfde doel voor ogen hebben: een samenleving waarbij ieder mens even veel waarde heeft, waar iedereen ongeacht afkomst, kleur of religie er mag zijn en van zich mag laten horen. Bovendien is de kans groot dat u mijn weigering zult uitleggen als juist het leiden aan die ‘witte onschuld’, want de redenering achter die ‘witte privilege’ of de ‘witte superioriteit’ is zodanig dat het onmogelijk is om aan te tonen dat ze nergens op is gebaseerd. Dat wordt in die redenering namelijk gezien als een symptoom van het hebben ervan. Dit schreef ik ook al in mijn brief aan mevrouw Bergman.

‘C’est la ton qui fait la musique’ aldus een mooi Frans spreekwoord. Zou het kunnen dat u met uw boodschap meer zou bereiken, dat die tot mooiere muziek zou leiden’ als u de ‘toon’ aanpast door oneigenlijke argumenten achterwege te laten en door ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’ achterwege te laten? Want naast verdeeldheid richten deze termen de aandacht op het verleden en dat is weinig productief. Wellicht zou u eens het interview met de filosoof Kwame Anthony Appiah met de Belgische wedsite MO moeten lezen? Ik schreef hier gisteren een artikel over op mijn website. Omdat ze passen in mijn brief aan u, herhaal ik de laatste zinnen: “Of zoals de filosoof Kwame Anthony Appiah het in een goed en verhelderend interview met de Belgische site MO zegt: “verbinding proberen creëren op basis van verleden, zorgen vandaag bijna altijd voor uitsluiting van minderheden. Moeten we niet met z’n allen werken aan de toekomst, aan nieuwe verhalen die ons binden in plaats van oude te herschrijven?  “Daarom zijn toekomstgerichte verhalen veel interessanter, omdat zo veel verschillende verledens er een plaats in kunnen vinden,” zoals Appiah het zegt.”

Als het de bedoeling is om ieder mens als even waardevol individu te zien, is het dan verstandig om de nadruk op kleurverschil te leggen, dat gebeurt immers bij het gebruik van termen als ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’? Want wat gebeurt er met iets waar je de nadruk op legt?

Beste meneer Esajas, net zoals ik ook al aan mevrouw Bergman liet weten, wil ik graag met u werken aan een betere wereld die ieder mens als een even waardevol individu ziet. Dat wordt alleen moeilijk als ik mijn ‘witte privilege moet erkennen. Dan werken we naast en deels tegen elkaar aan dat goede doel en dat zou jammer zijn. Wilt u hierover het gesprek met mij aangaan?

Met vriendelijke groet, De Balonnendoorprikker

Nieuwe verhalen

We leven in onzekere tijden. Voor velen vormt de komst van vele immigranten de bron van onzekerheid. Immigranten met andere gewoonten en gebruiken veranderen het straatbeeld, de muziek, het eten, de taal, de manier waarop we met elkaar omgaan. Veel mensen die immigrant worden genoemd, zijn geen immigrant, zij hebben de Nederlandse nationaliteit.

appiah

Illustratie: Kleding online insider

Het leven in onzekere tijden is van alle tijden, alleen moeten wij leven in deze onzekere tijd. Levend in onzekerheid houden veel mensen vast aan zaken die zekerheid geven en die zekerheid ligt voor veel mensen in het verleden. De onzekerheid uit vervlogen tijden zijn ze vergeten, die zijn verdrongen door de nostalgische beelden van die goede oude tijd. Dan wordt er, zoals vele politici doen, verwezen naar de joods-christelijke cultuur, pleit een politicus voor het verbieden van de islamitische gebedsoproep omdat dit niet in de westerse traditie past en worden boerka’s en boerkini’s bestreden. Dan lees je in partijprogramma’s: “De Nederlandse cultuur is leidend’” en “Nationale feestdagen blijven onaangetast, dus geen Suikerfeest,” (VNL). “Nederland weer van ons,”  en “Nederland de-islamiseren,” (PVV). Of een lofzang op die geweldige Nederlanders (CDA) en hun geweldige land, hun kernwaarden en glorieus verleden (VVD). Weer andere partijen   willen het verleden herschrijven en ‘zuiveren’ van ongewenste gebeurtenissen en elementen (Denk).

Als historicus zou ik blij moeten zijn met al die aandacht voor het verleden, alleen voel ik die blijdschap niet. Politici en politiek gaan namelijk niet over het verleden, politiek is gericht op de toekomst. Politici die zich met het verleden bezighouden zaaien tweedracht. Tweedracht tussen mensen die ‘geloven’ dat hun voorvaderen onderdeel uitmaakten van dat glorieuze verleden en mensen die later in dit land aankwamen. Worden die laatsten zo niet tweederangs burgers? Zaait dit niet verdeeldheid terwijl politiek en politici juist verbinding zouden moeten zoeken? Of zoals de filosoof Kwame Anthony Appiah het in een goed en verhelderend interview met de Belgische site MO zegt: “verbinding proberen creëren op basis van verleden, zorgen vandaag bijna altijd voor uitsluiting van minderheden.

Moeten we niet met z’n allen werken aan de toekomst, aan nieuwe verhalen die ons binden in plaats van oude te herschrijven?  “Daarom zijn toekomstgerichte verhalen veel interessanter, omdat zo veel verschillende verledens er een plaats in kunnen vinden,” zoals Appiah het zegt.

Write your own (version of) history

De leider van het PVV-smaldeel in de Eerste Kamer, Marjolein Faber, doet niet onder voor haar evenknie in de Tweede kamer. In Vrij Nederland besteedt Max van Weezel aandacht aan haar optreden in die Eerste Kamer. Syrische vluchtelinge zijn gelukzoekers, “Busladingen vol profiteurs uit de islamitische woestijn dringen onze dorpen en steden binnen om na het verkrijgen van een verblijfsstatus een ingericht huis te krijgen met de bijbehorende uitkering en verwentoeslagen.” Ronkend, voor de betreffende mensen denigrerend taalgebruik waar Geert Wilders nog een puntje aan kan zuigen, of zoals Van Weezel schrijft: “vergeleken met Marjolein Faber is Geert Wilders een watje.” 

reconquistaIllustratie: Recursos Humanidades

Heel bijzonder wordt het als zij de ‘toestand in de wereld’ en vooral het Midden-Oosten verklaart. Volgens Faber probeerde het Westen daar orde op zaken te stellen en: “ondertussen worden wij in onze eigen achtertuin aangerand, verkracht, neergestoken, neergeschoten en opgeblazen.” Maar dat is eigenlijk niets nieuws voor Faber:“als ik kijk in 1.400 jaar geschiedenis, blijkt dat de islam 1.400 jaar geleden vanuit het Arabisch schiereiland naar het Westen is getrokken. We zien een spoor van verkrachtingen, moord en oorlog.”

Herschrijft Faber hier eigenhandig de geschiedenis? Past zij hier de geschiedenis aan, aan de denkbeelden van haar partij? Welke ‘zaken’ probeerden ‘wij’ op orde te stellen? De situatie in Irak voor de inval door Bush de Tweede? Of was die inval van Bush de Tweede een poging de zaken van Bush de Eerste op orde te krijgen? Of probeerde Bush de Eerste de in ongerede geraakte zaken van de oorlog tussen Iran en Irak op orde te stellen? Of was de oorlog tussen die beide landen waarbij Irak geld en wapens van het Westen kreeg, een poging om de door de Iraanse revolutie in het ongerede geraakte orde, te herstellen? Een revolutie die het gevolg was van Westerse (Amerikaanse) pogingen om de zaken, het regime van de Shah, op orde te houden? En zo kan nog wel even worden doorgegaan en niet alleen voor Irak en Iran.

En ja, de islam werd in haar beginjaren ook met het zwaard verspreid. Een islamitische veldheer drong aan op bekering van de bevolking van veroverde gebieden en daarbij zijn de nodige slachtoffers gevallen. Verschilt dit van de manier waarop de katholieke en later ook de protestantse heersers met de bevolking van veroverd gebied omgingen? Lieten die de bevolking de vrije ‘godsdienstkeuze’? Werden joden en moslims door de katholieke ver- of moet ik zeggen heroveraars van Spanje niet gedwongen bekeerd? Dit terwijl zij, net als voor het katholieke juk gevluchte Europeanen, onder moslim heerschappij in voorspoed en veiligheid konden leven.

Vaandelvlucht Georgina Verbaan

In maart worden de honderdvijftig Tweede Kamerleden weer gekozen. De partijen stellen hun verkiezingsprogramma’s op en stellen hun kieslijsten samen. De lijsten met daarop de verkiesbare kandidaten met bovenaan de naam van de lijsttrekker. Mensen die zich graag graag willen inzetten voor het algemeen belang. Mensen die alleen al daarvoor respect verdienen. Alhoewel?

verbaan

Illustratie: Bontkragen

De Partij voor de Dieren ruimt op haar kieslijst plek in voor ‘prominente’ (een andere woord voor bekende) Nederlanders die de partij en haar ideeën een warm hart toedragen. Deze personen worden als lijstduwer op de lijst opgenomen. Wie dit zijn? Onder andere schrijver A.F.Th. van der Heijden, Zanger Dinand Woesthoff, Babette van Veen en Georgina Verbaan. Ze moeten u en mij verleiden om op de partij te stemmen. De gedachte is dat als A.F.Th. of Dinand deze partij steunt, dan kun je als literatuurliefhebber of Nederpop-liefhebber natuurlijk niet achterblijven.

Natuurlijk mogen ‘bekende Nederlanders’ ook een politieke voorkeur hebben, mogen ze die uiten en zich voor een partij inzetten. Een klein probleem, Dinand, A.F.TH en Mensje van Keulen (ook zij doet mee) zijn niet van plan om de Kamer in te gaan. Nee, ze staan er alleen op om meer kiezers te trekken. Deze ‘kandidaat-Kamerleden’ stoppen al voordat ze zijn begonnen. Ze verkwanselen je stem al vóór ze is uitgebracht. Stemmen op Mensje of Dinand zijn stemmen op Lammert van Raan, Frank Wassenberg of Femke Merel Arisen, mensen die u, net als ik, waarschijnlijk niet kent, maar wel de mensen die er met uw stem op Dinand vandoor gaan. Zij hebben iets wat Dinand niet heeft, de wil om de Kamer in te gaan.

Babette, Mensje en A.F.Th. en anderen geven nu al aan dat ze zich niets van uw stem aan zullen trekken. Waarom zouden we dan nog op hen stemmen? Steun je partij financieel, doe mee als campagnemedewerker of in een reclamespotje, maar ga niet op een lijst staan als je niet in de Kamer wilt. Dat is kiezersbedrog of nog erger vaandelvlucht!

Multiculturalistische onzin?

“De term ‘multiculturalist’ lijkt in sommige kringen vandaag de dag wel een scheldwoord geworden te zijn,” zo schrijft Gert Jan Geling in een artikel bij ThePostOnline. Dit terwijl het multiculturalisme in Nederland in veel kringen nog springlevend is, zo beweert hij. In zijn artikel betoogt Geling dat multiculturalisme een onliberale ideologie is terwijl het jarenlang populair is geweest in liberale kringen en was het: “de achterliggende ideologie aan de hand waarvan we decennialang hebben geprobeerd onze diverse samenleving te managen.” En die ideologie luidde dat de overheid niet alleen de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen dient te erkennen, nee: “zij dient hierin verder te gaan, en deze culturele en religieuze groepen in stand te houden, waarbij de unieke groepsidentiteit gekoesterd wordt.”

integratie

Illustratie: Plazilla

De overheid die als plicht heeft om de groep koptische Egyptenaren, winti Surinamers of sjiitische Irakezen in stand te houden? Wanneer is dit ooit een doel van het overheidsbeleid geweest? Als dat zo was, waarom heeft de katholieke kerk dan geen aanspraak gemaakt op ‘overheidshulp’ om de leegloop van de kerken tegen te gaan? Dat zou inderdaad strijdig zijn met de liberale nadruk op het individu. Maar, maakt Geling hier niet een karikatuur van de werkelijkheid?

In zijn boek De Nieuwe Democratie bespreekt de socioloog Willem Schinkels ook de kritiek op het multiculturalisme. Een multiculturalisme dat in zijn ogen nooit heeft bestaan. Volgens Schinkels was het doel van wat achteraf multiculturalisme is genoemd, hetzelfde als het doel sla van het huidige beleid: “Het was gericht op assimilatie. … Het ging uit van het idee dat mensen het makkelijkst hogerop komen wanneer ze dat doen vanuit hun eigen kracht. Die werd, net als tegenwoordig heel essentialiserend, als ‘hun eigen cultuur’ gezien. Het idee was dat vervolgens mensen, wanneer ze succesvol waren en tot ‘maatschappelijke emancipatie’ kwamen, die ‘eigen cultuur’ vanzelf achter zich zouden laten en aangepast zouden zijn.” Daarom was de erkenning van de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen belangrijk. Dit nieuwe beleid dat nodig was omdat dat ‘gastarbeiders’ niet terug gingen, was gebaseerd op een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van 1979. 

Beleid dat door de achtereenvolgende kabinetten Lubbers door CDA, VVD en PvdA werd gedragen en waar de overige partijen in de Tweede Kamer in meegingen, de CD van Hans Janmaat uitgezonderd. Beleid dat juist zeer goed aansloot bij het liberalisme, het ging immers uit van het zich ontwikkelende individu.

Verkoopt Geling, net als vele andere ‘critici van het multiculturalisme’ geen multiculturalistische onzin?

Bier, sigaretten en wiet

Hangt u op de bank met een biertje of gaat u er dagelijks voor naar de kroeg? Laat u uw werk of school schieten om nog even een fles jonge klare naar binnen te werken? Drinkt u er lekker op los? Vervalt u met andere woorden in ledigheid omdat het in Nederland legaal is om alcohol te kopen en te drinken? Denken sommigen van jullie erover om de stap van drank naar misdaad te maken?

Volgens René van Rijckevorsel, plaatsvervangend hoofdredacteur van Elsevier, gaat dat wel gebeuren als de teelt van wiet legaal wordt: “Een overheid die drugs voorziet van een stempel van goedkeuring, zegt tegen zijn burgers: blow er lekker op los, blijf lekker in je luie bank hangen, school is niet belangrijk.” Van Rijckevorsel richt zich in zijn artikel in Elsevier tot het VVD-congres alwaar VVD’ers uit Zuid-Nederland pleiten voor regulering van de wietteelt. Een bijzondere redenering.

alcohol

Illustratie: DrugsForum.info

Alcohol is, net als tabak ,legaal te gebruiken. Geeft de overheid daarmee een ‘stempel van goedkeuring’? Een pakje sigaretten bevat al jaren teksten als: ‘Roken is dodelijk’ al dan niet aangevuld met ‘Roken is schadelijk en brengt u en anderen om u ernstige schade toe’ en ‘Rokers sterven jonger’. Teksten die er verplicht op moeten staan. De overheid heft extra accijns op tabak en ook op alcohol om het gebruik te ontmoedigen. Tabaksreclames zijn verboden, alcoholreclames zijn aan beperkende regels gebonden. De overheid initieert en subsidieert vele anti-rook en anti-drinkcampagnes. Lijkt de overheid hiermee niet te willen zeggen ‘doe het niet, het is niet goed voor u’ en legt de vrijheid van het gebruik bij de burger?

Als we dit vergelijken met de teelt en het gebruik van wiet, wordt het wrang. Teelt en handel is verboden, gebruik niet. Van Rijckevorsel is bang dat legalisering leidt tot: “‘staatswiet’ met mindere werking en illegale wiet die je knock-out slaat.” Aan de teelt en het product worden nu geen eisen gesteld, nu kan er dus ook knock-out wiet zijn en mildere. Tabaksfabrikanten moeten nu meewerken aan de ontmoediging van hun product (de teksten op de pakjes), wietfabrikanten niet. Tabak en alcoholgebruik worden ontmoedigd via accijnzen, wietgebruik is accijnsvrij.

Ja, bij overmatig gebruik van wiet liggen psychoses en schizofrenie op de loer. Bij overmatig alcoholgebruik levercirrose en Korsakov. Bij overmatig tabaksgebruik diverse vormen van kanker. En als softdrugs: “vooral funest (zijn) voor de zwakkeren in de samenleving,”  geldt dat dan niet ook voor alcohol en tabak?

Het gebruik van tabak en alcohol is door alle maatregelen flink verminderd. Zou hetzelfde niet ook kunnen gebeuren met wiet?

‘Terreurorganisaties’

Bij de Correspondent een gesprek dat Thomas Vanheste voerde met de Belgische Hoogleraar Dries Lesage. Een gesprek over het boek Wat u niet mag weten over Turkije van Lesage waarin hij ervoor pleit om op een andere manier naar Turkije te kijken, “Want door al onze pijlen op Erdogan te richten en zijn tegenstanders wit te wassen, voeden we het Turkse ressentiment jegens het Westen en zorgen we dat Turkije van ons afdrijft.” In dit artikel wordt ook gesproken over ‘terreurorganisaties’ als de PKK.

Terreurorganisatie, dat stempel krijg je en dan mag je met alle geweld en middelen worden bestreden. Is iets als terrorisme bestempelen niet afhankelijk van je perspectief? Zo woedde er in de jaren tachtig in Nicaragua een strijd tussen de Sandinistische regering en de Contra’s. Met de woorden van nu zou de Sandinistische regering de Contra’s terroristen noemen. ‘The Great Communicator’, de Amerikaanse president Reagan, noemde ze ‘freedom fighters’. Dezelfde mensen vanuit twee invalshoeken op een tegengestelde manier geframed.

sloterdijk

Het boek Sferen. Schuim van Peter Sloterdijk dat ik recent las, bood een andere kijk op terrorisme. Volgens Sloterdijk is de grondgedachte van terreur: “dat niet meer op het lichaam van de vijand werd gemikt maar op zijn omgeving, zijn milieu.”  Terrorisme is: “geen tegenstander, maar een modus operandi, een strijdmethode is, die in de regel door beide partijen in een conflict wordt gehanteerd.” Terrorisme maakt “… een einde aan het onderscheid tussen geweld tegen personen en geweld tegen zaken in de omgeving van die personen: het is geweld tegen die mensen-omgevende ‘zaken’ zonder welke de personen geen personen kunnen blijven.” Terrorisme begint niet met een aanslag: “maar veeleer met de bereidheid en de wil ven de strijdende partijen om op een groter slagveld te opereren.” Slagveld is hierbij niet alleen geografisch bedoeld, het bevat alles wat voor het leven noodzakelijk is.

Heeft Sloterdijk niet een punt? En wordt dat slagveld waarop wordt geterroriseerd niet steeds groter? Wat is ‘digitale oorlogsvoering’ anders dan ‘geweld tegen ‘mensen omgevende zaken’? De cyberaanval op op Amerikaanse kiesregisters en mailboxen een daad van terrorisme, net als digitale aanvallen op nucleaire installaties in Iran?

Bedienen landen zich in de ‘War on Terror’ die ik al eerder dwaasheid noemde, niet van terroristische methoden? Behoren zij daarmee niet ook tot de terreurorganisaties?

 

Zwarte Piet fundamentalisme

Beste George Arakel,

Met veel belangstelling heb ik uw artikel bij Joop met als titel ‘Vijf feiten die aantonen dat Zwarte Piet racistisch is’ gelezen. Laat ik ook even voorop stellen dat het voor mij niets uitmaakt welke kleur Piet heeft. Het valt me trouwens op dat het vooral een discussie is tussen mensen die niet meer in Sinterklaas geloven, maar wel ‘geloven’ in Zwarte Piet. De ene kant gelooft dat Piet zwart moet zijn en de andere kant dat Piet racistisch is omdat hij zwart is. Een geloof dat van beide kanten fundamentalistische karaktertrekken vertoont. Nee, het gaat mij om de vijf ‘feiten’ die voor u het racistische karakter van Zwarte Piet aantonen.

Uw eerste ‘feit’ is een blanke, als Zwarte Piet verklede, mevrouw die met een Surinaams accent praat. Voor u bewijst dit het koloniale en racistische verleden van Piet. Ik zie er even vanaf dat er ook blanke Surinamers zijn die ‘met een Surinaams accent’ spreken. Het gaat mij erom dat u een algemene conclusie trekt uit één voorbeeld. Is dat wel verantwoord? Bewijst dit dat de eerste Piet ook met een dergelijk accent sprak? Nu ben ik in mijn leven ook Zwarte Pieten tegen gekomen die gewoon Nederlands spraken of zelfs het mooie Venlose dialect. Dat zou dus ook kunnen betekenen dat Piet een Nederlander of zelfs ‘unne Venlonaer’ is. Gaat u hier niet te kort door de bocht?

Uw tweede ‘feit’ zijn de neo-nazi’s die: “met hart en ziel Zwarte Piet verdedigen en dat als gelegenheid gebruiken om allochtonen en, vooral, zwarte mensen verbaal en fysiek aan te vallen.” Daarom moet Zwarte Piet wel koloniaal en racistisch zijn, zo betoogt u, want neo-nazi’s zetten hem als instrument in. Zijn de valse noten van een slecht saxofonist dan ook de verantwoordelijkheid van het instrument?

“Er worden aan de lopende band donkere mensen voor Zwarte Piet uitgemaakt,” uw derde feit. Dat mensen iemand voor ‘Zwarte Piet’ uitmaken, zegt iets over die mensen, niet over Zwarte Piet. Marokkanen maken, als ik het mag geloven, blanke Nederlanders ‘aan de lopende band’ uit voor kaas, ook een vorm van racistisch profileren. Betekent dat dan ook dat een kaas racistisch is?

Bij uw vierde feit combineert u het laatste feit met het knechtschap van Piet: “Want feitelijk worden donkere mensen dan uitgemaakt voor knecht, en laat dat nou iets uit de geschiedenis zijn.” Wist u dat het verleden ook zeer veel blanke knechten kende? Honderd jaar geleden had iedere boer en niet alleen een boer, knechten en ‘dienstmeisjes’ in de vrouwelijke vorm.

Als laatste ‘feit’ de weigering om een zwarte Sinterklaas toe te laten. Zegt dat niet veeleer iets over de overspannen reacties van de overheid? Overspannen reacties gebaseerd op juist die ‘fundamentalistische gelovigen van beide kanten?

Als uw ‘feiten’ al iets aantonen, zou het dan niet juist die overspannenheid zijn? Overspannenheid die het belemmert om feit van fictie te onderscheiden, die het denken belemmert?

Eerlijke geschiedschrijving

Het is er! Het verkiezingsprogramma van de nieuwe politieke partij DENK. Speciale aandacht vraagt de partij voor de zwarte bladzijden uit het Nederlandse verleden. Zo wil de partij formele excuses voor het slavernijverleden. Ook is de partij: “Vóór het dekoloniseren van onze straatnamen, bruggen, tunnels en musea, door kolonisatoren niet meer te vereren.” Dit wordt gevolgd door een voorbeeld: “De Coentunnel is vernoemd naar de wrede kolonisator Jan Pieterszoon Coen.”

saddamFoto: NRC

Het neerhalen van ‘onwelgevallige’symbolen uit het verleden komt vaker voor. Na de val van de Sovjet Unie werden vele beelden van Stalin, Lenin en monumenten ter ere van de grootheid van het Sovjetrijk van hun sokkel gerukt en vernield. Het eerste wat de Amerikanen deden toen ze Bagdad innamen, was het beeld van Saddam Hoessein van zijn sokkel trekken. De Taliban vernietigden de twee Boeddha’s van Bamyan en IS vernielde recentelijk nog tweeduizend jaar oude overblijfselen in Palmyra.

Het bijzondere aan de geschieduitingen in de openbare ruimte is, dat die altijd door de overwinnaars worden ‘geschreven’. Zo werden er in de jaren na de Tweede Wereldoorlog veel straatnamen vernoemd naar ‘prominente slachtoffers’ van de bezetting. Vanaf het moment dat nog levende verzetslui begonnen te sterven, kregen zij hun straatnaambordjes. Monumenten weerspiegelen de ‘algemene opinie’ van het moment waarop ze worden geplaatst. Hetzelfde geldt voor straatnamen. Zo is de Coentunnel in de jaren zestig gebouwd en vernoemd naar de toen nog populaire ‘Hollandse’ zeeheld. Straatnamen, monumenten en ook gebouwen maken het verleden tastbaar en laten zien hoe er over het verleden werd gedacht.

Het verleden van de Zeven Provinciën en later Nederland kan niet los worden gezien van de reizen naar de Oost en de West, trouwens de geschiedenis van de Oost en de West ook niet. Die reizen werden gemaakt in een heel andere tijd met hele andere opvattingen over goed en kwaad. Coen is inderdaad ook een wrede kolonisator, als we hem vanuit één bepaald huidig perspectief bekijken. Doen we Coen en met hem niet alle voorvaderen onrecht aan als we ze naast de morele maatlat van 2016 leggen?

DENK is: “Vóór het stimuleren van een ‘kleurrijk’ een eerlijker perspectief in de geschiedschrijving, door het opzetten van een faculteit voor Afro-Caribische en Indische geschiedschrijving.”  Dat het DENK’s perspectief van de geschiedenis kleurrijk wordt geloof ik wel, maar hoe eerlijk wordt die geschiedschrijving als hedendaagse opvattingen daarbij overheersen?