Eye wish, Pearl of ‘Gans Anders’?

‘Nederland is een verzorgingsstaat en daarin zijn we veel te ver doorgedraaid. Zo ver dat mensen geen initiatief en verantwoordelijkheid meer nemen. Niet voor het schoon en sneeuwvrij houden van hun eigen stoepje. Niet meer voor het poetsen van het huis van je oude moeder, als die het zelf niet meer kan. Heb je geen werk dan houd je je hand op want je hebt immers recht op die uitkering. In dit land word je van wieg tot graf verzorgd. Heb je ergens een probleem, maak je geen zorgen de overheid neemt het van je over en lost het op. Hoog tijd dat daar iets aan wordt gedaan. Dat mensen weer zelf verantwoordelijkheid nemen, dat de werkloze van die bank komt en wat gaat doen, al is het in eerste instantie vrijwillig. Dat die oudere zelfredzaam blijft en zich inzet voor een ander. Dat kinderen en buren verantwoordelijkheid nemen voor ouders en buurtgenoten. Of eigenlijk dat we verantwoordelijkheid nemen voor elkaar. Maar niet alleen voor elkaar, ook voor onze leefomgeving. Die moeten de bewoners zelf schoon, veilig en heel houden. Dat er niet zoveel naar de overheid wordt gekeken. Dat we een participatiesamenleving worden waarin ieder zijn steentje bijdraagt, het liefst via betaald werk want dan participeer je pas echt.’  

cave

Illustratie: johnveldhuis.com

In iets meer dan tweehonderd woorden staat hier het nu populaire discours beschreven. Een discours dat is, en wordt vertaald in steeds meer wetten. Zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet en de Jeugdwet. Maar wat als dit, zowel de ‘verzorgingsstaat’ als de ‘participatiesamenleving’ frames zijn. Brillen waarmee we naar de wereld kijken? Neem bijvoorbeeld de brief van de voorzitters van DWARS, ROOD, de Jonge Socialisten en FNV Jong in de Volkskrant. Een brief die ze afsluiten met de woorden “Het zijn jongeren die vol willen meedraaien in de maatschappij. Werkgevers, maak geen misbruik van hun positie door ze tegen stageloon, of zelfs tegen helemaal geen loon, in te zetten om productief werk te doen. Neem ze aan, gun ze een goede start van hun carrière!” Woorden uit een betoog dat ademt dat je alleen met betaald werk participeert in de samenleving en zij zijn niet de enigen.

Een andere bril

‘De sociale wetgeving zoals die vanaf de Noodwet ouderdomsvoorziening, later uitgebouwd tot de Algemene ouderdomswet (AOW), van Drees is opgebouwd, was en is bedoeld om mensen in hun kracht te zetten. Om mensen in lastige situaties, zoals werkloosheid, hun onafhankelijkheid en zelfstandigheid te laten behouden zodat ze ook in die lastige situaties als vrij persoon kunnen blijven deelnemen en handelen. Dat ze niet afhankelijk worden en blijven van de goedertierenheid van hun kinderen, buren of kerkgenootschap. Dat ze, zoals dat tegenwoordig heet, volwaardig kunnen blijven participeren in de samenleving.’ 

Zouden deze bijna negentig woorden, de bril kunnen zijn waarmee vanaf de jaren vijftig is gebouwd aan een wetgevingsstelsel dat nu ‘verzorgingsstaat’ wordt genoemd? Is de kern hiervan niet de zelfstandigheid van het individu om zelf zijn leven in te richten? Ter verdediging van die ‘Noodwet van Drees’ zoals hij werd genoemd, sprak premier Drees de hoop uit dat deze moest uitgroeien: “… tot een regeling, die vaste rechten geeft, vaste rechten, die een redelijk zelfstandig bestaan kunnen waarborgen.” Met soortgelijke woorden kondigde de koning bij de Troonrede in 2013 de ‘participatiesamenleving aan: “In deze tijd willen mensen hun eigen keuzes maken, hun eigen leven inrichten en voor elkaar kunnen zorgen.”

Meer overeenkomst

Ook in de manier waarop georganiseerd wordt, zijn verrassende overeenkomsten te zien. Neem het organiseren van de gezondheidszorg, de zorg voor de jeugd en de ondersteuning van individuen en gezinnen. Er wordt gewerkt met wijkteams die kort op de problemen moeten zitten, zonder ze over te nemen. Die moeten werken aan het weerbaar maken van het individu en het gezin en die hierbij de buren en familie betrekken. Die alert moeten zijn op problemen en die zo vroeg moeten signaleren, dat er snel wat aan gedaan kan worden. Die in de haarvaten van de samenleving moeten zitten. Die voor de bewoners van de wijk het logische aanspreekpunt moeten zijn als ze ergens mee zitten. Zo wordt inhoud gegeven aan de participatiesamenleving. Maar dit lijkt ook verdacht veel op de wijkzorg die vanaf de jaren vijftig tot in de jaren tachtig actief was. Die was opgebouwd als een onderdeel van de nu vervloekte ‘verzorgingsstaat’. Hoe verhoudt dit zo vroeg mogelijk, liefst al voor de geboorte, signaleren van problemen, en het in de haarvaten van de samenleving zitten, zich eigenlijk tot die eigen verantwoordelijkheid en de terugtredende overheid?

Hetzelfde doel, dezelfde middelen maar toch een heel ander frame, een heel andere kijk op de wereld. ‘Als eenzelfde aanpak geschikt is, wat maakt dat frame, die bril of kijk dan uit’, zou je kunnen vragen. Zou het voor een werkloze medemens wat uitmaken of hij wordt gewantrouwd als een ‘luie uitvreter’, iemand die de kantjes ervan afloopt en die profiteert van het ‘zuurverdiende’ geld van anderen, als een potentieel fraudeur? Of…, omdat hij buiten zijn schuld om, zijn baan heeft verloren, een lot dat ons allemaal kan treffen; dat hij nu even financiële hulp nodig heeft om zichzelf, en eventueel zijn gezin, deze moeilijke tijd te laten overleven; dat we weten dat hij er alles aan zal doen om zo snel mogelijk weer in zijn eigen levensonderhoud te voorzien? Zou het voor een hulpbehoevende oudere uitmaken of hij als een kostenpost wordt gezien, waarvan de kosten zo laag mogelijk moeten blijven; als een last voor zijn familie, buurt en samenleving; en ook als een mogelijke fraudeur of profiteur? Of dat hij wordt gezien als een mens die door ongemakken is getroffen en daarom onze hulp nodig heeft; als een persoon en mens die iets bijdraagt gewoon door er te zijn? Zou dat verschil maken? Als dat verschil maakt, welke boodschap zendt de overheid dan nu uit?

‘Gans’ Anders

Even terug in de tijd. Bij de bouw van wat nu de ‘verzorgingsstaat’ wordt genoemd, werkten liberalen, sociaal-democraten en christen-democraten (al waren die toen verdeeld over meerdere partijen), gebroederlijk samen. De liberalen vanuit vrijheid, de sociaal-democraten vanuit gelijkheid en de christen-democraten vanuit broederschap. Wat zien we terug van vrijheid, gelijkheid en broederschap? Hoe liberaal is het om iemands vrijheid te beknotten door hem afhankelijk te maken van de goedertierenheid van zijn familie en buren? Familie die steeds vaker ver weg woont. Hoe liberaal is het om iemands vrijheid te beperken, zoals nu gebeurt met werklozen en bijstandsgerechtigden? Hoe gelijk ben je nog als je afhankelijk bent van de goedertierenheid van familie en buren? Als je als werkloze bijstandsgerechtigde vanuit de hoogte wordt bekeken en met woorden en daden in de grond wordt getrapt? Hoe sociaaldemocratisch en broederlijk is dat? Hoe broederlijk is het als je door de zorg voor je naaste en alle andere ‘verplichtingen (werk, vrijwilliger etcetera) er zelf aan onderdoor gaat?

Nu werken die stromingen gebroederlijk samen aan de ‘participatiesamenleving’. Wat zou er gebeuren als ze de brillen afzetten? Als die drie stromingen zouden kijken vanuit vrijheid, gelijkheid en broederschap? Zou dat leiden tot beter beleid en wetten? Zou een onvoorwaardelijk basisinkomen dan tot de mogelijkheden behoren? Een basisinkomen dat net voldoende is om op een karige manier rond te komen. Tot de mogelijkheden behoren omdat het de vrijheid van mensen om zelf keuzes te maken, vergroot? Keuzes gebaseerd  op eigen wensen en plannen en veel minder vanuit nood gedreven? Tot de mogelijkheden behoren omdat het ieders startpunt voor het maken van keuzes gelijker maakt, ook de keuze om te studeren? Gelijker omdat niemand zich zorgen hoeft te maken om het rondkomen? Tot de mogelijkheden behoren omdat het de broederschap bevordert? Bevordert omdat het mensen de gelegenheid geeft om zich zonder schuldgevoel en inkomensvrees voor een ander in te zetten? Om dit echt vanuit het hart te doen en zich dan ook niet schuldig te voelen als dat betekent dat de persoon geen betaald werk verricht.

Of dat tot de mogelijkheden behoort is de vraag. Komt op die vraag niet alleen een antwoord als de Eye wish en Pearl brillen worden afgezet en ‘Gans Anders*’ wordt gekeken.

*Gans is Venloos voor helemaal

Het eeuwige heden

Eeuwenlang stond het verleden centraal. De toekomst lag immers vast: de terugkomst van de Verlosser, dus volstond herhalen van wat de voorvaderen deden. Vanaf de verlichting kwam de toekomst steeds meer in beeld. Door God af te wijzen, was de mens immers verantwoordelijk voor zijn eigen toekomst en de mensheid moest vooruit naar die toekomst. Het heden, maar ook het verleden werden gezien als fase in de ontwikkeling naar die toekomst. Over wat dat einddoel was, kon je van mening verschillen. Voor de een was dat een communistische heilstaat en voor de ander een vrije markt. Maar ja, met de val van de muur, was er geen strijd meer, was de toekomst bereikt, en werd de geschiedenis, door Francis Fukuyama beëindigd, verklaard en brak het eeuwige heden uit.

 

safranski

De filosoof Rüdiger Safranski komt op een andere manier tot eenzelfde conclusie. In het interessante boek Tijd. Hoe tijd en mens elkaar beïnvloeden onderzoekt hij de tijd. In hoofdstuk vier constateert hij iets bijzonders. Prikkels zorgen bij een mens voor opwinding. Door de ‘toegenomen gelijktijdigheid’ het ‘real time’ niet becommentarieerd meekrijgen van vanalles in de wereld, krijgt de moderne mens steeds meer prikkels. Door die hoeveelheid treedt er gewenning op en is er steeds een hogere dosis nodig om opgewonden te raken. Volgens Safranski zorgt dat voor een opwaardering van het heden. Dus door de vele prikkels lijkt de mens in het eeuwige heden te leven.

Hoe verhoudt zich dat tot de vele aandacht voor het verleden? Bijvoorbeeld voor het anti-semitisme van de grondvester van het protestantisme, Maarten Luther. Of de slavernij en het kolonialisme die nog steeds in de belangstelling staan. Maar ook de radicale islamitische aandacht voor het glorieuze verleden van de islam en de westerse misdaden van de afgelopen eeuwen.

Is dit werkelijke aandacht voor het verleden of zijn er hedendaagse bedoelingen? Is de aandacht voor Luthers antisemitisme niet voor hedendaags gebruik? Net als de aandacht voor slavernij, het  kolonialisme en de westerse misdaden tegen de islamieten? Bedoelingen om het huidige eigen gelijk en het eigen goede te benadrukken?

De toekomst lijkt er in ieder geval bekaaid af te komen. Het vluchtelingenprobleem, de voort etterende financiële crisis, de milieucrisis, de toekomst van de Europese samenwerking? Waar zijn de inspirerende verhalen om mensen voort te stuwen? Zitten we werkelijk in het eeuwige heden? Dan moeten we ons volgens John F. Kennedy toch echt zorgen maken: “Verandering is de wet van het leven. En degenen die alleen kijken naar het verleden of het heden zullen zeker de toekomst missen.”

‘Loonslaven’ fabriek

In de Volkskrant werd de vraag gesteld hoe houdbaar het advies Ons Onderwijs 2032 is. Deze vraag wordt door verschillende mensen beantwoord; ook de door voorzitter van het Platform Onderwijs 2032 de opstellers van het advies, Paul Schnabel. Bij  De Correspondent wordt de vraag gesteld hoe inhoud te geven aan het vak burgerschapsvorming, een onderdeel van het kerncurriculum dat het advies voorstelt.

loonslavenFoto: www.brekend.nl

Burgerschapsvorming als kernvak? Is met dit vak het doel van het onderwijs verworden tot een middel? Want was het doel van het onderwijs niet om jeugdigen de bagage mee te geven om hun weg te vinden in hun leven. Een leven samen met anderen in onze democratische samenleving? Dus om volwaardig burger van die samenleving te kunnen zijn? Om ze de daarvoor benodigde kennis en vaardigheden bij te brengen? En zou het totale curriculum niet het middel zijn om dat doel te bereiken? Dit roept de vraag op, wat dan het nieuwe doel van het onderwijs is?

Een curriculum dat: “belangrijk (is) voor leerlingen die naar de universiteit willen, maar evengoed voor toekomstige loodgieters en cateraars,” aldus Schnabel en dat verder bestaat uit Nederlands, Engels, Wiskunde en Digitale Vaardigheden. Voor wat het laatste vak betreft de vraag wie er dan wie, wat moet leren? Want leren de ervaringen niet dat leerlingen dit zich makkelijk zelf eigen maken en hierin veel vaardiger zijn dan leraren? Is het doel dan de groei van de economie? En draagt het onderwijs bij door het leveren van voldoende arbeidskrachten? Is het met andere woorden een ’loonslaven’ fabriek?

Waarom zijn er nieuwe vaardigheden nodig? Waren, en zijn juist voor onze democratie, maar ook voor de economie, kritische, creatieve en zelfdenkende mensen nodig die zich in een ander kunnen inleven? Stimuleer je creativiteit niet juist door kinderen kennis te laten maken met andere culturen, of dat nu huidige of vergane culturen zijn? Zou dat ook de nieuwsgierigheid, verbeeldingskracht en het empathisch vermogen vergroten? Zijn dat, om Schnabel aan te halen, nu juist de vaardigheden die belangrijk zijn “voor leerlingen die naar de universiteit willen, maar evengoed voor toekomstige loodgieters en cateraars?” Die vooral van belang zijn voor toekomstige kritische, creatieve, zelf denkende burgers in een democratische samenleving?

Lange, gevoelige tenen

In de avondshow Pauw pleitte cabaretier Hans Theeuwen ervoor om de Turkse president Erdogan tot op het bot te beledigen. Erdogan heeft dit, volgens Theeuwen, verdiend omdat hij zich niets gelegen laat liggen aan de vrijheid van meningsuiting. Zeker nu Erdogan een Duitse komiek, Jens Böhmermann, heeft aangeklaagd en de Duitse regering heeft verzocht om dit ook te doen vanwege het beledigen van een staatshoofd.

lange tenenFoto: melodymusic62.wordpress.com

Natuurlijk had Erdogan niet moeten reageren op het satirische lied Erdowie, erdowo, Erdogan dat de aanleiding vormde voor deze rel. Een lied dat eigenlijk meer was bedoeld om de handelswijze van de Europese unie en in het bijzonder bondskanselier Merkel, aan de kaak te stellen. Door er aandacht aan te besteden wordt het immers groter. Er worden stukjes over geschreven en de ‘Pauws’ besteden er aandacht aan.

Dat komt natuurlijk omdat Erdogan wil dat iedereen in Turkije, en het liefst ook in de rest van de wereld, naar zijn pijpen danst. Dat iedereen hem ziet als de almachtige sultan en leider van de Turken en liefst ook de islamitische wereld. Zou hij dan niet iets moeten doen aan de kalief van IS-land? Een kalief heeft toch een hoger gezag dan een sultan, emir of koning? Natuurlijk draait het hem alleen maar om macht. Natuurlijk heeft hij lak aan een vrije pers en welke oppositie dan ook en stopt hij mensen in het gevang die hem tegenspreken. Natuurlijk wordt onder zijn leiding Koerdisch gebied gebombardeerd en vallen daarbij nodeloos veel onschuldige slachtoffers. Natuurlijk gebruikt hij Syrische en andere vluchtelingen als machtsmiddel. Natuurlijk chanteert hij de Europese leiders, maar laten die zich niet ook maar al te graag chanteren in de hoop dat hij hun probleem maskeert? Natuurlijk liet hij een megalomaan paleis bouwen waar Ceaucescu jaloers op zou zijn. Waarschijnlijk verrijkt hij ook zichzelf en zijn familie. Natuurlijk heeft Erdogan veel te lange en gevoelige tenen. Maar is dat niet gewoon als je geen tegenspraak duldt en gewend bent dat iedereen naar je pijpen danst?

Allemaal waar en daarvoor verdient Turkije dat er zeer terughoudend zaken worden gedaan met het land. Daarvoor verdient hij dat zijn daden flink worden uitvergroot en op de hak genomen door cabaretiers, humoristen en columnisten. Verdient hij daarvoor niet onze bestuurlijke afwijzing? Verdient hij daarvoor harde woorden van EU regeringsleiders? En daartegen verdienen vooral de Turkse opposanten onze steun?

Zouden cabaretiers als Theeuwen hun toorn niet beter kunnen richten op de hypocrisie van de eigen leiders? Vandaar ook het lied gericht aan Merkel en eigenlijk aan alle EU leiders. Want laten die het op moreel gebied niet flink afweten. Beste Hans en andere cabaretiers en grappenmakers, neem Rutte op de hak, haal hem door de mangel, maar doe het wel op inhoud. Beledigen en kwetsen is een zwaktebod en een zichzelf respecterend cabaretier onwaardig.

Debat, partijen en parlement

In de Volkskrant stelt Willem van Ewijk een bijzondere vraag naar aanleiding van het Oekraïnereferendum. Een referendum waardoor er eindelijk een debat over de inhoud en niet over ‘poppetjes’ werd gevoerd. Eindelijk een debat tussen mensen die het niet met elkaar eens zijn. Eindelijk een debat over concreet beleid, zo constateert Van Ewijk, alleen jammer dat het was over een verdrag dat al getekend was.

debat

Foto: dspace.library.uu.nl

Zo’n debat smaakt naar meer, want dat is: “waar een gezonde democratie op draait: het voortdurende debat”, zoals Van Ewijk terecht constateert.  Alleen: “Het is een ideaal natuurlijk, maar iets waar de Tweede Kamer al lang niet meer in uitblinkt”  Het debat wordt, aldus Van Ewijk, nu beheerst door het kleine groepje Nederlanders dat lid is van een politieke partij. En dan stelt hij de vraag: “Als burgers niet meer debatteren via politieke partijen, waarom houden we dan zo krampachtig vast aan die parlementaire democratie?” Op de vraag wat er dan voor in de plaats moet komen, geeft hij geen antwoord, maar daar gaat het nu niet om.

Een bijzondere vraag, omdat er een relatie wordt gelegd tussen het publieke debat, politieke partijen en het parlement. Eerst de relatie tussen het publieke debat en politieke partijen. Van Ewijk lijkt het publieke debat te beperken tot de het debat in de Tweede Kamer. Is dat niet heel erg beperkt? Die partijen zouden het debat moeten voeren en dat doen ze niet. Is het publieke debat niet het gesprek tussen burgers op straat, in kranten, via Facebook en Twitter, via sites als www.ballonnendoorprikker.nl? Zijn politieke partijen hierbij onmisbaar?

Dan de relatie tussen politieke partijen en de parlementaire democratie. Van Ewijk lijkt te suggereren dat partijen cruciaal zijn in een parlementaire democratie. De Grondwet kent geen politieke partijen. Die kent parlementsleden die: “stemmen zonder last (artikel 67 lid 3). Zij zijn vrij om naar eigen oordeel en goeddunken te stemmen. Zou een parlementaire democratie kunnen functioneren zonder politieke partijen? Gewoon 150 landgenoten die we kiezen en die ons representeren, of ze representatief kunnen uitloten naar de ideeën van David van Reybrouck?

En daarmee zijn we aanbeland bij de relatie tussen parlement en publiek debat.  Parlementsleden moeten het publieke debat volgen, vragen stellen en op basis van de argumenten voor en tegen en hun eigen opvattingen, een keuze maken. Een keuze die niet overeen hoeft te komen met de ideeën en wensen van de meerderheid. Want het publieke debat kan eeuwig doorgaan, op enig moment moet er echter worden besloten en daarvoor worden die 150 mensen gekozen. Zou onze parlementaire democratie zo kunnen werken?

De wens en de gedachte

Een wel heel bijzondere conclusie op basis van het Oekraïnereferendum werd getrokken door Gerry van der List in Elsevier. In zijn column De heilzame invloed van de volkswil onderschrijft hij dat referenda nadelen hebben, zeker in een vertegenwoordigende democratie als de Nederlandse. Van der List: “Het volk is in meerderheid nogal behoudend. Het heeft in elk geval een relatief scherp oog voor de nationale belangen.” Deze conclusie is om meerdere redenen bijzonder.

Het volkIllustratie:www.lambiek.net

Als eerste heeft bij dit referendum 32% van de stemgerechtigden de stem uitgebracht. Indien dit een representatieve steekproef was, dan zouden er wetenschappelijk verantwoorde uitspraken over het geheel gedaan kunnen worden. Het betreft echter geen steekproef. De opzet van het referendum is zodanig, dat het voor een tegen-stemmer duidelijk was wat doen. Een vóór-stemmer kon kiezen uit twee mogelijkheden: vóór stemmen of niet stemmen. Hoeveel van de niet-stemmers niet stemden, omdat ze tegen waren, is niet duidelijk en dat maakt dat er geen wetenschappelijk verantwoorde uitspraken over het geheel gedaan kunnen worden.

Ten tweede concludeert Van der List dat de meerderheid van het volk behoudend is. Waarop is deze conclusie gebaseerd? Dat kan niet op basis van de referendumuitslag. Waarom iemand stemt zoals hij stemt, is niet gevraagd en niet bekend. En iemand kan om progressieve of conservatieve reden zowel vóór als tegen stemmen.

Van der List concludeert dat het volk in meerderheid behoudend is. Misschien is dit zo of wellicht varieert die ‘behoudendheid’ per onderwerp? Misschien wil hij graag dat de meerderheid behoudend is, hard maakt hij het niet en op basis van de referendumuitslag kan dat ook niet.

De bijzonderheid neemt verder toe, als hij stelt dat die ‘behoudende meerderheid’ een ‘scherp oog’ heeft voor nationale belangen. Van der List doet het voorkomen alsof het nationaal belang een objectief vaststelbaar feit is, maar is dat wel het geval? Konden zowel voor- als tegenstanders niet met even veel recht en rede verdedigen dat hun positie ten opzicht van het associatieverdrag in het nationaal belang is?

Of is bij Van der List de wens, de vader van de gedachte? Wil hij zijn behoudende denkbeelden versterken door het volk achter zich te scharen en deze denkbeelden objectiveren door ze tot nationaal belang te bombarderen?

Werk aan de winkel

Kees Kraaijeveld concludeert in Vrij Nederland dat de staat van de Nederlandse economie sinds 2010 flink is verbeterd.“Economisch gezien ziet het basispad er best aantrekkelijk uit. Niets doen is politiek-economisch niet zo’n slechte optie.”  En voegt eraan toe dat: “Dat betekent dat Rutte puik werk heeft geleverd.” Alleen de zorg vraagt de komende jaren extra aandacht. De zorgkosten dreigen weer flink te stijgen, omdat de maatregelen van minister Schippers eindigen. Die zouden een vervolg moeten krijgen. De regeringspartijen zullen dit economische succes in de komende verkiezingscampagne claimen en uitventen. Of het economische ‘succes’ werkelijk het gevolg is van kabinetsbeleid is de vraag. Een belangrijkere vraag is of het beleid maatschappelijk een succes is?

Werk aan de winkelFoto: www.ad.nl

Waar hebben bijvoorbeeld de door Kraaijeveld bejubelde maatregelen van Schippers toe geleid, behalve een lagere groei van de zorgkosten? Wat merkt de patiënt ervan, behalve dat hij bijvoorbeeld meer zelf betaalt, omdat zijn eigen risico is gestegen en dat een afspraak bij de huisarts vaak langer op zich laat wachten? Als mensen hierdoor benodigde zorg mijden? Als ouderen geen ondersteuning meer krijgen vanwege de maatregelen die Schippers’ staatssecretaris Van Rijn heeft doorgevoerd?

De werkloosheid daalt, dat lijkt positief. Maar loont werken nog wel voor iedereen? Neemt het aantal werkende armen niet flink toe? Wat betekent het voor mensen als ze op een denigrerende (soms zelfs kleinerende en vernederende) manier worden behandeld als ze een uitkering aanvragen?

Wat betekent het voor mensen als ze van alle kanten onder druk worden gezet? Onder druk, omdat ze het liefst fulltime moeten werken en daarnaast voor hun kinderen, ouders en/of grootouders moeten zorgen, zich als vrijwilliger in moeten zetten op school of de sportclub en ook nog de openbare ruimte schoon, heel en veilig moeten houden?

Wat betekent het als een steeds kleiner deel van de mensen profiteert van die economische groei? Staat de economie of de mens centraal? Wat betekent het voor een student als zijn werkende leven begint met een flinke studieschuld?

Het huidige en voorgaande kabinetten hebben flink in de winkel gewerkt en hem van binnen aangepast aan de individualistische neoliberale formule van ‘ieder voor zich en de markt voor ons allen’. Zou een nieuw kabinet niet aan de winkel moeten werken? Aan een nieuwe, meer samenbindende formule? Aan ‘samen voor elkaar’?

Het kind en het badwater

Pegida, de beweging die zich keert tegen vluchtelingen, migranten en de islam, demonstreerde in Den Haag. Een demonstratie waarbij tientallen mensen zijn opgepakt. Zij werden door de politie aangehouden, omdat er een ordeverstoring dreigde. Volgens de berichtgeving bij de NOS ging het hierbij voornamelijk om tegendemonstranten.

Demonstratie Pegida tegen de huidige vluchtelingenstroom

Foto: nos.nl

Van Dale beschrijft de openbare orde als: ”de maatschappelijke rust en orde,” waarbij orde begrepen moet worden als “een regelmatige plaatsing of schikking van iets.” Verstoring van de openbare orde is dan iets wat de normale regelmatigheid verstoort en daarmee de maatschappelijke rust. Aangezien een demonstratie niet tot de ‘normale regelmatigheid’ behoort, is er bij een demonstratie dus al sprake van een verstoring van die openbare orde. Maar in onze democratie hebben we het recht om onze mening te uiten en dat kan ook in een demonstratie, maar dan moet je wel een vergunning hebben om te demonstreren.

Een demonstratie, of uiting van een mening door een grote groep, kan ertoe leiden dat de omstanders aanstoot nemen aan die mening en hun afkeer van die mening duidelijk laten horen. Dat moet kunnen in een gezonde democratie. Het wordt pas een probleem als het tot een handgemeen of erger een vechtpartij komt. Pas dan is de openbare orde in de klassieke zin, in het geding. Dan wordt het recht met geweld in eigen hand genomen en dat kan niet, omdat de overheid immers het geweldsmonopolie heeft. Dan moet de overheid optreden.

Gaat de overheid niet te ver als zij het laten horen van een tegengeluid bij een demonstratie ziet als een verstoring van de openbare orde? Belemmert de overheid daarmee niet het publieke debat? Zeker als “Agenten … een linkse activist die met Pegida-aanhangers in discussie ging,” arresteerden. Is het in gesprek gaan, of het voeren van een discussie een (dreigende) verstoring van openbare orde?

Wordt zo een gesprek, discussie of debat tussen mensen met verschillende opvattingen niet onmogelijk? En moet een sterke democratie het niet juist van een gesprek, die discussie of dat debat hebben? Gooit, de overheid door zo te handelen, het democratische kind niet met het badwater weg?

 

 

Dwalende dwaallichten

In Dagblad de Limburger van 8 april 2016, betoogt Henk Steenbekkers dat, zoals de titel van zijn bijdrage luidt, (de) islam (een) bron van terreur is. In zijn betoog haalt hij onder ander Palestijnse lesboekjes aan en sluit hij af met de zin: Het fundament, de islam, de geloofsbeleving, de navolging van Mohammed uitroeien, is onmogelijk. Het is moeilijk te bevatten dat de politieke elite, wereldwijd, geen acht slaat op de ervaringen van de mensheid. Historisch besef ontbreekt vaak.” Dergelijke redeneringen of beweringen zijn tegenwoordig gangbaar en we kennen zelfs politieke partijen die deze uitdragen.

dwaallichtIllustratie: plazilla.com

Als er dan toch wordt gesproken over historisch besef. Hoe kan het dat de islamitische wereld en cultuur eeuwenlang niet gewelddadiger was dan de christelijke? Sterker nog, veel minder gewelddadig. Hoe kan het dan dat de islamitische wereld in haar eerste eeuwen onderdak en bescherming bood aan joden en christenen die de christelijke wereld ontvluchtten, omdat ze werden vervolgd door de katholieke kerk? Hoe kan het dat in die islamitische cultuur het denken en de wetenschap bloeiden terwijl het in de christelijke wereld onmogelijk was vanwege de geloofsdwang?

Die islamitische wereld volgde dezelfde Mohammed en dat leverde heel andere resultaten op. Hoe kan dat als het radicale jihadisme ingebakken zit in de leer van Mohammed? Hoe kan het dan dat er ook nu miljoenen moslims zijn die de leer en het leven van Mohammed heel anders uitleggen? Interpreteren deze moslims en de vroegere islamieten de leer verkeerd of zien de radicale islam en de radicale jihadisten het verkeerd? Of is die leer niet zo duidelijk als wordt beweerd en kun je er meerdere kanten mee op? Net zoals trouwens de christelijke leer op verschillende manieren kan worden uitgelegd. Een uitleg die ook tot vele godsdienstoorlogen, waanzin en extremisme heeft geleid.

De inquisitie beriep zich op de katholieke leer en was zelfs ingesteld door de kerk zelf, maakt dat het katholicisme tot een gewelddadig, wrede leer? Dat terroristen zich, gesanctioneerd door een of meerdere geestelijken, beroepen op de islam, maakt dat de islam tot een ‘terroristische leer’? Of zijn de radicalen dwalende dwaallichten? Dwalende dwaallichten gebaseerd op generalisatie? Generalisatie waaraan ook Steenbekkers zich schuldig maakt.

Poen, poen, poen, poen …

‘Geld maakt niet gelukkig’, een bekend gezegde. Gelukkig niet, maar wel hebberig zou je eraan toe kunnen voegen. Die hebberigheid wordt door de uitgelekte ‘Panama-papers’ weer goed blootgelegd. Veel hebben is niets, veel houden is de kunst. Veel houden en vooral niet willen delen door belastingen te betalen. Die centen heb je immers verdiend. Verdiend door hard te werken, door je unieke talent in te zetten of gewoon door ‘kind van’ te zijn.

kaaimanIllustratie: www.catawiki.nl

Het klinkt zo logisch, Bill Gates vindt een stukje software uit en bouwt daarop eigenhandig met hard werken een enorm bedrijf. Je bent immers  Lionel Messi, de beste voetballer van de wereld; iedereen wil je zien en je vervoert velen met je spel. Het geld dat je verdient, komt je toe vanwege je talent en je werkt er hard voor. Bovendien moet je het als speler voor je vijfendertigste verdienen. Logisch toch, dus ze moeten niet zeuren.

Wat is hierbij je eigen verdienste, afgezien van hard werken? Je intellect of talent heb je bij je geboorte meegekregen, daar heb je niets voor hoeven te doen. Bovendien zijn er veel meer mensen met een goede bovenkamer of specifieke talenten. Velen daarvan doen heel nuttige zaken. Zaken die echter veel minder goed worden beloond. Neem docenten, die werken hard en vervullen een heel belangrijke rol, zonder hen was Gates niets geweest.

Wat zou er van Messi met al zijn voetbaltalent zijn geworden als voetbal niet bestond? Of als voetbal eenzelfde status zou hebben als handboogschieten? Dan zou hij op een houtje moeten bijten. Het is niet je eigen verdienste dat de samenleving jouw talent zo belangrijk vindt. Heb je niet geluk als dat toevallig zo is? Wat zouden al die belastingontwijkende bedrijven en individuen zijn, zonder de samenleving? Wie betaalt de opleiding van de medewerkers van die bedrijven? Wie zorgt er voor de infrastructuur? Voor orde en veiligheid?

Zonder het geheel zouden individuen als Gates, Zuckerberg, Messi of wie er dan verder nog in de ‘papers’ wordt genoemd, niets zijn geweest. Natuurlijk hebben ze er hard voor gewerkt, maar dat doet bijna iedereen. Veel mensen met een talent en passie voor iets, moeten op een houtje bijten of het als hobby zien. Zouden talenten die het geluk aan hun zijde hebben hier niet blij mee moeten zijn?

Sterker, want ze zijn waarschijnlijk blij, zouden zij niet dankbaar moeten zijn? Zouden zij die dankbaarheid niet moeten uiten door gewoon belasting te betalen in het land waar ze hun geld verdienen? Zou dat niet hun belangrijkste bijdrage aan de samenleving moeten zijn waaraan zij hun toevallige geluk te danken hebben?