Geen feiten, maar verhalen

Bij Elsevier blogt historicus Geerten Waling vanuit de Verenigde Staten over, zoals hij het zelf zegt, de democratie in Amerika. Dit in navolging van de Fransman Alexis de Tocqueville die dit in de eerste helft van de negentiende eeuw deed en er zijn klassieker Over de Democratie in Amerika over schreef. Een bijzonder lezenswaardig boek waarin hij de Amerikaanse samenleving, het bestuur de rechtspraak en de mentaliteit beschrijft.

tocqueville

Een van de onderwerpen van Waling  is het levendig geloof in complotten. Waling: “Het sterke bijgeloof van de Amerikanen haakt aan op hun ironievrije levenshouding. Gecombineerd met de radicale vrijheid van meningsuiting, de onoverzichtelijke grootheid van het land en de reusachtige belangen die spelen in het landsbestuur, liggen complottheorieën altijd op de loer. Gezag komt hier niet uit feiten, maar uit de overtuigingskracht van de spreker.” In films, boeken en tv-series spelen complotten dan ook vaak een belangrijke rol. Als lezer van diverse opiniesites vraag ik me dan meteen af: en hoe zit het met Nederland?

Op die sites en in artikelen in kranten wordt vaak gesproken over de ellende in de wereld en in het bijzonder, de schuld is van links. Links heeft ons land opengesteld voor gastarbeiders, is de ‘uitvinder’ van de multiculturele samenleving, domineert de media en bepaalt zo de beeldvorming. Links was verantwoordelijk voor die ‘vervloekte’ verzorgingsstaat die mensen beroofde van initiatief en eigen verantwoordelijkheid. Links is ook verantwoordelijk voor de huidige ellende in de (gezondheids)zorg en voor het bureaucratische monster ‘Brussel’. Die sites zien het als hun taak aan te tonen “hoe staat en progressieve propagandisten de bevolking voor de gek houden en schadelijk, irrationeel en immoreel beleid stug blijven uitvoeren. Narratieven ontwaren, dogma’s bestrijden, ballonnen doorprikken, dat idee,”  aldus reaguurder Erik Beckers bij ThePostOnline. “Rechtse echte burgers’ die geloven in een ‘links complot’?

Als we de verkiezingsuitslagen door de jaren heen erop naslaan, dan blijkt dat ‘links’ nooit een meerderheid had. Zelfs het kabinet Den Uyl, het meest linkse dat Nederland ooit had, steunde op de confessionele KVP (een van de voorlopers van het CDA). Als al die zaken de ‘schuld’ zijn van links, dan toch zeker met steun en goedkeuren van rechts. Zou die linkse politieke dominantie een illusie zijn?

Ook het medialandschap was door de jaren heen zeer divers. Naast de ‘linkse’ VARA en Waarheid, was er de ‘rechtse’ TROS en Telegraaf, de liberale AVRO en NRC en de confessionele NCRV en KRO en TROUW en Volkskrant. Allen toeterden luid hun eigen gelijk de wereld in en dat gelijk was zeer divers. Zouden ook die dominante linkse media een illusie zijn?

Het ‘rechtse complot van links, “Geen feiten, maar verhalen,” naar een tussenkop van Geerten Waling?

Algoritmisch profileren

Etnisch profileren, het staat flink in de belangstelling. Mensen als rapper Typhoon en Feyenoord doelman Vermeer die vaak staande worden gehouden vanwege hun huidskleur. De oude en nieuwe media hebben er dit jaar al flink wat pagina’s of bytes aan besteed en terecht. Etnisch profileren is een vorm van risicoberekening op basis van statististische gegevens. Als een te onderscheiden groep mensen vaker voorkomt in misdaadstatistieken in deze voorbeelden, dan worden ze extra in de gaten gehouden en gecontroleerd.

AlgoritmeIllustratie: arabicollege.com

Deze techniek is de basis van de bedrijfsmodellen van bedrijven als Facebook, Google, Apple, maar ook steeds meer traditionele bedrijven als Albert Heijn en andere grootwinkelbedrijven. Er wordt gewerkt met profielen en alle klanten en gebruikers worden in zo’n profiel gestopt. Die profielen worden steeds verder aangevuld met nieuwe informatie. Informatie die wij hen gratis aanleveren door gebruik te maken van hun producten, door bijvoorbeeld te zoeken via Google, te liken via facebook of waspoeder te kopen bij Appie of een boek bij bol.com. Al die informatie wordt gebruikt om de profielen te verbeteren en aan jou producten op maat aan te bieden (kopers van dit boek kochten ook …). Verschil met de etnisch profilerende politie is dat dit profileren gebeurt door een algoritme genoemd naar de wiskundige Mohammed ibn Moesa Al-Chwarizmi.

In Dordrecht kan het zo gebeuren dat je zoonje van vijftien een rood vlaggetje achter zijn naam heeft. “Het betekent: foute boel. Niet nu, maar in de toekomst. Het betekent ook dat er bij één keer spijbelen direct een leerplicht­ambtenaar op de stoep staat. ‘Dan rijden wij met toeters en bellen de straat in en gaan we in gesprek met de betreffende leerling en de ouders’, zegt Erwin Keuskamp,” in een artikel bij de Groene Amsterdammer. Dit terwijl je zoon nog nooit heeft gespijbeld en een voorbeeldig leerling is. Alleen op basis van het algoritme komt hij er als een risicogeval uit. Volgens het artikel willen overheden veel algoritmisch ‘voorspellend’ gaan werken. Burgers via profielen, die zijn gebaseerd op gedragingen van anderen in het verleden, indelen in risicocategorieën. Alleen bieden, zoals de financiele dienstverleners steevast moeten melden, rendementen uit het verleden geen garantie voor de toekomst.

Daar waar je de reclame van Appie of de ‘aanbevelingen’ van bol.com gewoon naast je neer kunt leggen of er zelfs voor kunt kiezen om je boeken bij boekhandel Koops te kopen, ligt dat bij die leerplichtambtenaar van Keuskamp of die andere overheidsdienaren anders, die zijn niet te negeren. Eén stap verder en Keuskamp staat al aan de deur voordat je zoontje spijbelt.

Om met de Borg te spreken, ‘resistance is futile’. Waarom het vlaggetje er staat is soms niet te achterhalen, laat staan dat het ‘algoritmisch geprofileerd’ vlaggetje verwijderd kan worden. Of moeten we zeggen ‘resist before it is futile’?

Zekerheid zonder werk?

D66, een van de grote voorstanders van de liberalisering en flexibilisering van de arbeidsverhoudingen, ziet de keerzijde van dit streven. Veel mensen met een flexbaan of werkend als ZZP’er leven in onzekerheid. Onzekerheid over hun inkomen en die onzekerheid maakt het onmogelijk om bijvoorbeeld een huis te kopen of te investeren in de eigen opleiding. “Maak vaste baan bereikbaar voor iedereen,” aldus D66.

BasisinkomenIllustratie: www.peacetimes.news

Aan de analyse dat veel mensen in (inkomens)onzekerheid leven, mankeert niets. Een nobel streven om mensen meer zekerheid bieden. De partij wil dit bereiken door de: “voordelen weg te nemen die flexcontracten nu nog bieden aan werkgevers – bijvoorbeeld door iedereen recht te geven op een transitievergoeding bij ontslag en niet alleen degenen die langer dan twee jaar in dienst zijn.” Maar ook door: “de ontslagprocedure sneller en minder duur,” te maken. Dit lijkt verdacht veel op de maatregelen die ook met de Wet werk en zekerheid werden beoogd. Meer van hetzelfde medicijn dat tot nu toe niet werkte, is dat de juiste keus? Want hoe zeker is een vaste baan als de ontslagprocedure snel en goedkoop is? Zou dit medicijn zo tot onzekerheid bij veel meer mensen kunnen leiden?

Laten we het probleem eens nader bestuderen. Mensen leven in (inkomens)onzekerheid. Inkomen krijg je via betaald werk. Zekerheid via een vaste baan. Dat is de dominante manier van denken die ook D66 toepast. Nu is er niet voldoende werk, de werkloosheid (zichtbaar en verborgen) is nog altijd fors. Door de automatisering en robotisering dreigt er nog minder werk te komen. Zouden er ook andere manieren zijn om die onzekerheid weg te nemen?

Het bestaande werk herverdelen is een mogelijkheid die in Nederland al langer wordt toegepast. Ons land kent immers vele deeltijdbanen.

Wat als we inkomenszekerheid op een basisniveau loskoppelen van werk? In Canada is er in de jaren zeventig mee geëxperimenteerd. Een experiment dat abrupt werd beëindigd en toen niet werd geëvalueerd. Dat gebeurde pas enkele decennia later, door Evelyn J. Forget. Resultaat: minder ziektekosten in verband met ongelukken en verwondingen maar wat vooral opviel was dat er minder psychische problematiek was. Ook was er sprake van een kleine vermindering van de deelname aan het arbeidsproces door vrouwen en jongeren. Die zaten echter hun tijd niet te verlummelen. Vrouwen spendeerden die tijd aan de opvoeding van hun kinderen en jongeren bleken langer door te leren en dus beter beslagen de arbeidsmarkt op te gaan. Forget concludeert “These results would seem to suggest that a Guaranteed Annual Income, implemented broadly in society, may improve health and social outcomes at the community level.” 

Wellicht een alternatief dat ruimte schept en creativiteit vrijmaakt?

Aandelen ziekenhuis

Waar zou het uitgeven van aandelen door ziekenhuizen toe kunnen leiden? Die vraag schoot mij te binnen toen ik de column van Frank Kalshoven in de de Volkskrant las. Kalshoven pleit er terecht voor om niet te beginnen met argumenteren maar eerst eens te observeren. Een paar dagen geleden gaf ik al een aanzet tot dat observeren. Observeren kan ook door te kijken op plekken waar het al praktijk is, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten.

ziekenhuisFoto: www.dutchcowboys.nl

In de Verenigde Staten ken je publieke en private ziekenhuizen. De private, goed uitgeruste ziekenhuizen, zijn alleen voor verzekerden toegankelijk. Ben je niet of onderverzekerd, dan kun je naar een publiek ziekenhuis. Dat is veel minder goed uitgerust dan de private. Leidt die marktwerking tot betere resultaten? In zijn boek The Rise and Fall of American Growth besteedt Robert J. Gordon ook aandacht aan de Amerikaanse gezondheidszorg.

Gordon (eigen vertaling): “De ‘medische wapenwedloop’ is een vaak gebruikte term als de evolutie van de Amerikaanse ziekenhuizen wordt beschreven. Geen coördinerend toezichtsorgaan dat een ziekenhuisbedrijf belet om een, volledig met state-of-the-art apparatuur uitgeruste, nevenlocatie te bouwen in de nabijheid van een ziekenhuis van een ander ziekenhuisbedrijf. … Kosten worden opgedreven door het excessief kopen van high-tech medische onderzoeksapparatuur. In 1978 was er in Indiana bijvoorbeeld voor iedere 100.000 inwoners één CT-scan, vergeleken met één per miljoen in Canada en één per twee miljoen in Groot Brittannië, met geen duidelijk voordeel in outcome.”

Verspilling van middelen en geld want de totale zorguitgaven per inwoner in de VS zijn bijna twee keer zo hoog als in de rest van de Westerse wereld, terwijl de gemiddelde levensverwachting ongeveer twee jaar lager is. Verspilling ook, omdat de zorg en middelen zich concentreren in gebieden en bij mensen die geld hebben, terwijl makkelijke resultaten bij armen achterwege blijven.

Nu is dit een paar stappen verder dan ‘geld van de markt’ aantrekken via aandelenuitgifte. Het laat wel zien dat marktwerking niet automatisch tot een beter en goedkoper product leidt.

Een pleidooi voor agonisme?

Deze week keek ik naar het polsstokhoogspringen bij de Olympische Spelen. De Franse favoriet Renaud Lavillenie werd uitgejouwd door het Franse publiek. Hij was immers de enige die nog in de strijd was tegen de Braziliaanse troef en latere winnaar Thiago Braz da Silva. Lavillenie’s concentratie voor de sprong werd ruw verstoord door massaal gefluit en boegeroep van grotendeels Braziliaanse publiek. Het uitjouwen van de tegenstander is bij voetbal heel gewoon, bij atletiek niet.

 

Achterhuis

Iets later las ik het boek Met alle geweld van Hans Achterhuis uit. Een passage bleef daarbij hangen en ik moest aan Lavillenie denken: “Wanneer wij een bepaald doel nastreven dat we als overlevingsmachines aan anderen betwisten, dan verklaren we dit doel tot moreel goed waardoor wij de anderen niet simpelweg opzijschuiven maar hen als laag en minderwaardig verketterenen vervolgen: wij vechten voor idealen. Als we in de strijd om erkenning de ander miskennen en vernederen, doen we er nog en schepje bovenopdoor vanuit morele superioriteit te verkondigen dat die ander niet beter verdient. En wanneer we, tot slot, een zondebok kiezen om ons op af te reageren, is het niet voldoende dat deze zwalk is: hij moet moreel slecht zijn.” De brazilianen wilden goud voor hun man en ‘verketterden’ de Fransman.

Uitjouwen komt ook in de politiek voor en daarom bleef de passage extra hangen. Hier worden in het kort de Amerikaanse presidentsverkiezingen beschreven. Ook in het Nederlandse politieke en publieke debat is het door Achterhuis beschreven mechanisme zichtbaar. Vooral op de digitale media wordt er lustig op los verketterd. De toon en beledigingen over en weer zijn van dien aard dat elkaar met wapens te lijf gaan nog maar een kleine stap lijkt.

Partijen die door een verschil van mening eigen werelden creëren. Werelden die vooral bestaan uit het zwelgen in het moreel superieure eigen gelijk aan de ene kant en de verkettering van andersdenkenden aan de andere kant. Ze leven in verschillende werelden. De andere kant wordt bijna als een monster weggezet, als niet menselijk. En als die tegenstander eenmaal niet menselijk is, waarom zouden de mensenrechten dan nog van toepassing zijn?

In de werkelijkheid is er maar één wereld. Eén wereld waar mensen conflicten met elkaar hebben. Achterhuis citeert de Belgische politiek filosofe Chantal Muffé, zij ziet de oplossing in agonisme: “Dit betekent dat ze, hoewel ze met elkaar in conflict verkeren, elkaar zien als behorend tot dezelfde politieke gemeenschap, als deelhebbend aan een gemeenschappelijke symbolische ruimte waarbinnen het conflict plaatsvindt. We zouden kunnen zeggen dat het de taak van de democratie is om het antagonisme in agonisme te transformeren.” 

Een pleidooi voor agonisme?

Iets extra’s voor Bill

Verdere commercialisering van de de zorg, dat wordt een van de punten in de campagne voor de verkiezingen van 15 maart 2017.  Commercialisering die bestaat uit het aantrekken van particulier geld (van grote investeerders en beleggers), die hiervoor rendement ontvangen. Ik schreef er al eerder over. Raoul du Pré pleit in het commentaar in de Volkskrant voor ruimte om: “te onderzoeken of er nieuwe geldstromen kunnen worden aangeboord. Mits het onder strenge voorwaarden gebeurt en de toegang tot zorg voor iedereen gegarandeerd blijft, is er immers geen reden te denken dat er meteen grote ongelukken zullen gebeuren.”

marktwerking-in-de-zorgIllustratie: alkemajanet.wordpress.com

Volgens Du Pré heeft het huidige stelsel met meer marktwerking veel goeds gebracht: “De wachtlijsten zijn nagenoeg verdwenen. Er wordt veel beter op de kosten gelet. Het inkomensverschil tussen artsen en hun gemiddelde patiënt is gehalveerd (…). Het premiestelsel is nivellerender dan in de tijd van het oude ziekenfonds. En de kwaliteit van de zorg scoort onverminderd hoog op de internationale ranglijsten.”  Verdere marktwerking zou in ieder geval onderzocht moeten worden.

Een helder betoog. Maar toch, zijn die resultaten het gevolg van marktwerking of zouden ze ook te bereiken zijn in een zorgsysteem waar de markt geen rol speelt? Waarom zou een ziekenfonds niet zonder wachtlijsten kunnen werken? Waarom zou een ziekenfonds niet op de kosten kunnen letten? Of tot vermindering van inkomensverschillen of een nivellerender premiestelsel kunnen leiden?

En inderdaad, als Bill Gates het geld levert om een ziekenhuis te bouwen, dan hoeft dat niet uit de staatskas. Een voordeel voor de samenleving, dus doen. Maar is er wel sprake van een voordeel voor de samenleving? Gates zal rendement willen op zijn investering. Rendement dat de door hem gemaakte kosten vergoed plus wat extra’s waar hij van kan leven. Wie moet die kosten plus dat extra’s van Bill betalen? Dat zal de patiënt zijn en dus de betaler van verzekeringspremies. Zou die hierdoor goedkoper uitzijn?  Hij of zij moet dezelfde kosten als voorheen betalen plus het extra’s van Bill, dus iets meer.

Zo gaat de bijdrage van de overheid in de gezondheidszorg omlaag en dat is mooi voor de minister van Financiën. De kosten voor de samenleving, gaan omhoog en de vraag is of dat willen?

De jaren zestig revisited

Tot 31 augustus mogen personen die ‘niet correct gekleed, met respect voor moreel gedrag en secularisme, hygiëne en veiligheid’ de stranden niet op.” Een uitspraak van een Franse burgemeester zo lijkt uit een artikel bij Elsevier. Als we het woord ‘secularisme’ weglaten, zou het zo een uitspraak kunnen zijn van een burgemeester uit de jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw of nog eerder.

BadmodeIllustratie: www.zwemkleding.nl

Een tijd dat mensen steeds schaarser gekleed genoten van zon, zee en strand. De tijd toen de bikini haar intrede deed en nog wat later het topless of zelfs naakt zonaanbidden. Bloot was immers aanstootgevend, niet hygienisch en zou de veiligheid van de persoon in kwestie of van anderen op het strand kunnen schaden. Een aantasting van de morele waarden.

Het is echter een uitspraak van een Franse burgemeester in 2016. Hij gebruikt dezelfde argumenten om bedekt zonaanbidden en zwemmen in een boerkini te verbieden. Als bedekt nu niet hygienisch, veilig en moreel correct is, betekent dan dat bloot het wel is?

Of zit de crux juist in dat ene extra woord secularisme? Maar als het seculiere karakter van openbare stranden in het geding is, worden dan ook kettinkjes met kruizen verboden? Zwemmen met een keppeltje? In het openbaar op het strand bidden voor een maaltijd? Het luiden van de aanpalende kerkklok? Wordt dan ook de zonderling die het woord van de Heer verkondigt, de toegang tot het strand ontzegt? Mogen de oude (of jonge) nonnetjes in hun habijt dan ook niet meer over het strand lopen? Erg lastig wordt het dan met getatoeeerde religieuze symbolen, zouden die dan juist wel bedekt moeten worden? Dit zijn immers ook allemaal daden die ‘het seculiere karakter, van de openbare ruimte aantasten. Als secularisme de crux is en het beperkt zich tot de boerkini, is er dan niet sprake van ongelijke behandeling?

Nu zou ik niemand willen adviseren om in een boerkini te gaan zwemmen, sterker nog, ik zou niemand willen adviseren hoe hij zich moet kleden. Behalve als die persoon het me direct vraagt. En zou een overheid dat al helemaal niet moeten doen? Zijn we vergeten dat het verzet van de burgemeesters uit de vorige eeuw tegen de bikini vergeefs was? Dat het juist sterker verzet opriep? Net zoals het verzet tegen lange haren, juist meer langharigen opleverde?

Zou het met moslims niet hetzelfde zijn? Dat hun geloof zo hun identeit wordt in plaats van een onderdeel van hun identiteit?

Kuifje naar de Maan

Voor het eerst mag een commercieel bedrijf naar de Maan vliegen. “De Amerikaanse luchtvaartautoriteiten maakten de goedkeuring woensdag bekend, na overleg met onder andere het Witte Huis en ruimtevaartorganisatie NASA. Aan boord van de maanlander zijn apparaten voor wetenschappelijke onderzoeken, maar ook de as van enkele gecremeerde mensen.” Zo valt in de Volkskrant te lezen. Het bedrijf Moon Express is de gelukkige: “We mogen nu als ontdekkingsreizigers naar het achtste werelddeel zeilen, op zoek naar nieuwe kennis en grondstoffen voor het welzijn van alle mensen.”

Kuifje naar de maan

Illustratie: www.stripspeciaalzaak.be

Dat klinkt allemaal mooi en uitdagend en sluit aan bij het positieve beeld dat ‘ontdekkingsreizigers’ in het geheugen van veel mensen hebben. Het zijn avonturiers die zoeken naar nieuwe zaken. Door het woord ‘zeilen’ te gebruiken, lijkt het bedrijf aan te haken bij die traditie. Maar toch.

Van wie is de Maan eigenlijk? Het bedrijf zegt te werken voor ‘het welzijn van alle mensen’. Ook dat klinkt mooi of is dat welzijn toch beperkt tot de aandeelhouders van het bedrijf? Die gedachte suggereert dat ook de aarde er voor het welzijn van de mens is. Hoe zit het met het welzijn van de andere bewoners van deze planeet? Hoe zit het met de rechten van het ‘mannetje op de maan’? Dat is er niet, maar wat als er op een volgende reisdoel wel leven is? Welk rechten heeft dat leven dan? Kan dat leven dan ook een claim op de aarde leggen? De ervaringen met de Aarde leren dat de mens andere levensvormen vooral als ‘hulpmiddel’ ziet en niet als wezens op zich.

Dit is allemaal nog ver van ons bed. Wat dichter bij dat bed. Zijn de Amerikaanse luchtvaartautoriteiten, het Witte Huis en de NASA bevoegd om hier goedkeuring aan te verlenen? Ja, ze zijn bevoegd voor wat betreft het Amerikaanse luchtruim, maar ook voor dat van de Maan? En als ze die bevoegdheid hebben, van wie hebben ze die dan gekregen en waar is die op gebaseerd? Stel het commerciële bedrijf vindt waardevolle grondstoffen, van wie zijn die dan?

Zou Kuifje zich die vragen ook hebben gesteld toen hij naar de Maan vloog?

Wetenschappelijke waarheden

Volgens socioloog Ruud Koopmans, in een interview in De Groene Amsterdammer, is discriminatie een gevolg van de radicalisering. Hij draait daarmee de veel gehoorde verklaring om, dat radicalisering een gevolg is van discriminatie. Koopmans baseert zich op zijn onderzoeken die laten zien dat bijna de helft van de moslims fundamentalistische ideeën zouden aanhangen en negatief denken over joden en homo’s. Bert Brussen vraagt bij ThePostOnline aandacht voor dit interview omdat het: “bomvol herkenbare observaties en verfrissende wetenschappelijke waarheden,” bevat. Waarheden?

Waarheid

Foto: www.geheugenvannederland.nl

Wetenschap is een manier om de werkelijkheid beter te begrijpen. Een manier die gebruik maakt van theorieën en hypotheses. Een wetenschapper stelt een theorie of een hypothese op, een vooronderstelling. Vervolgens gaat hij onderzoek doen, experimenten uitvoeren. Dat onderzoek en die experimenten bevestigen of ontkennen zijn hypothese of theorie. De theorie is een verklaring van de werkelijkheid en niet de werkelijkheid. In de wetenschap is er één zekerheid en dat is dat alles voorlopig is.

Koopmans is een socioloog en de sociologie is, net als alle sociale- en menswetenschappen, een toegepaste wetenschap. Een wetenschap die naast dat ze is gericht op het verwerven van kennis van de werkelijkheid, ook gericht is op het beïnvloeden van die werkelijkheid. Economen, ook sociale wetenschappers, ontwerpen modellen waarmee zij het effect van maatregelen willen voorspellen. Die voorspellingen beïnvloeden vervolgens keuzes die worden gemaakt. Via hun onderzoek en publicaties beïnvloeden ze zo de beleidskeuzes.

Bovendien geldt voor sociologen hetzelfde als wat Churchill over economen zei: “Zet twee economen samen en je krijgt twee tegengestelde meningen. Behalve als een van de twee Lord Keynes is, dan krijg je er drie.” En dat is niet erg want zit de vooruitgang niet juist in een (al dan niet wetenschappelijk) gesprek of discussie over de verschillen.

Of zou Koopmans, zoals Brussen, lijkt te betogen ‘goddelijke inzichten’ hebben? Of zijn het gewoon inzichten die goed in de ‘theorieën van Brussen passen?

“When they go low, we go high”

De afgelopen weken werd Europa getroffen door enkele verschrikkelijke gebeurtenissen. De vrachtwagen die in Nice dood en verderf zaaide. De man met de bijl en het mes in Wurzburg. De bomaanslag in Ansbach en de schietpartij in München, de vreselijke moord op een Franse priester. Dit houdt de gemoederen flink bezig, zorgt voor flink oplaaiende emoties en verleidt politici tot het doen van forse uitspraken. Zoals van de voormalige Franse president Nicolas Sarkozy na de moord op de priester: “Onze vijand heeft geen enkel taboe, geen limieten, geen moraal. We moeten meedogenloos zijn”

Michelle ObamaFoto: www.ktvu.com

Begrijpelijk dat mensen, overmand door emoties, roepen om harde actie, terugslaan en ‘geen genade’ voor mensen die zo’n vreselijke misdaden begaan. Begrijpelijk maar is het ook verstandig? Is het verstandig om de ‘vijand’ met gelijke munt terug te betalen? Is het verstandig om, zoals Sarkozy zegt, meedogenloos te zijn? Waarin verschil je dan van die ‘vijand’?

Wat zijn de vrijheden die verdedigd moeten worden waard? Wat zijn mensenrechten waard als we er mensen van uitsluiten ook al hebben ze iets gruwelijks gedaan? Wat is een rechtstaat waard als ze niet meer geldt voor hen die de regels ervan overtreden? Als alles geoorloofd is om hen te stoppen, want dat betekent meedogenloos?

Wat is ‘onze manier van leven’ waard als die manier opzij wordt gezet om die manier te beschermen. Of om de Amerikaanse commandant in de Vietnamoorlog aan te halen: ‘We moesten het dorp vernietigen om het te bevrijden.’

Gelukkig kan het ook anders. Gelukkig zijn er ook politieke leiders die juist die menselijkheid centraal stellen. Die juist ‘onze manier van leven’ inzetten als bescherming. Leiders zoals de Duitse bondskanselier Merkel. Leiders die niet meegaan in de vergeldingsretoriek. Leiders die invulling geven aan hetgeen Michelle Obama haar kinderen voorhoudt, als we haar toespraak op de democratische conventie tenminste mogen geloven: “When they go low, we go high.”