Gelijkheid en geweld

Een tijd geleden las ik het boek De kunst van het vreedzaam vechten van Hans Achterhuis en Nico Koning. Een boek waarin de schrijvers  oorzaken van geweld en de manier waarop de mens geweld door de eeuwen heen heeft beteugeld, onderzoeken. Zij zien gelijkheid als een van de belangrijkste oorzaken van geweld.

Als de beteugeling van geweld van boven komt, dan is er, volgens hen, sprake van een verticale beschavingsorde. Dit was eeuwen lang de manier om het onderling geweld in een clan, stam, dorp, stad of rijk te beteugelen. Beteugelen door ongelijkheid aan te brengen. Het gezag kwam van boven en werd uiteindelijk gesanctioneerd door een god of de goden. In sommige culturen werd aan de hoogste leider zelfs een goddelijke status toegekend. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Egyptische farao’s maar ook de Chinese en Japanse keizers. Dit zorgde voor stabiliteit en meestentijds voor interne vrede, meestentijds maar niet altijd. Rebellie tegen een heerser betekende dan vaak ook rebellie tegen de heersende godsdienst en dat zorgde voor een flinke drempel. Maar te brute uitoefening van gezag, het ontstaan van een concurrerende religie, ideologie of identiteit of langdurige onvrede over de manier waarop de macht wordt uitgeoefend, waren en zijn de drie hoofdoorzaken waarom mensen in opstand komen.

vreedzaam-vechten

Wat zien we als we naar onze huidige westerse samenleving kijken? Dan zien we dat gelijkheid samen met vrijheid de basis vormt van die samenleving. Onze samenleving kent, in de woorden van Achterhuis en Koning een horizontale beschavingsorde. De orde wordt niet van bovenaf afgedwongen en gesanctioneerd, dat kan immers niet tussen gelijken. De eerste artikelen van onze grondwet handelen over gelijkheid en vrijheid. Als gelijkheid een van de belangrijkste oorzaken van geweld is, zoals de auteurs beweren, hoe komt het dan dat onze samenleving die is gebaseerd op gelijkheid, toch relatief vreedzaam is? Volgens de auteurs is dit een gevolg van een proces van modernisering. Een proces dat ervoor heeft gezorgd dat in de westerse wereld de verticale ordening is vervangen door horizontale vormen van beschavingsordening. We hebben manieren gevonden om zonder de hiërarchie toch geweld te beteugelen. Hierbij moeten we denken aan beschavingsordening via: “… de rechtsorde, de marktorde, de wetenschap, de sport, de overlegcultuur en de democratische procedures.” Dit zijn manieren om de gevaren van gelijkheid te beteugelen en beheersen.

Laten we eens wat verder kijken? Lijkt er dan niet een vorm van verticale ordening te groeien in onze samenleving die horizontaal van aard is? Kijken we naar de marktorde dan zien we dat hier onder invloed van het neoliberalisme een verticale ordening te ontstaan tussen rijk en arm. De groeiende tweedeling tussen tussen de 1% en de overige 99%, zoals Joseph Stiglitz het noemt in zij  boek The Price of Inequality noemt, lijkt die richting op te wijzen. En voor wat betreft de Verenigde Staten toont Stiglitz aan dat die 1% ook de rechtsorde, de (economische en sociale) wetenschap, en de democratische procedures naar hun hand aan het zetten zijn. Barber noemt het in Consumed. How Markets Corrupt Children, Infantilize Adults & Swallow Citizens Whole het ‘consumer capitalism’ en komt tot eenzelfde conclusie.

Kijken we naar de politieke discussie dan is er steeds sprake van ‘elite’ en ‘volk’ die tegenover elkaar staan. Al is niet duidelijk wie  wanneer tot ‘volk’ of ‘elite’ behoort. Het denken in ‘elite’ en ‘volk’ is dat niet denken in verticale structuren? En als we kijken naar verschillende migranten, in hoeverre kennen de landen waaruit de migranten zijn geëmigreerd een verticale ordening? Zou dat een reden kunnen zijn voor wrijving tussen migrant en ‘land van aankomst’?

Een westerse wereld met een horizontale ordening en nu lijkt er onder de grote druk van de markt een nieuwe verticale ordening te ontstaan. Wat zou dat voor de westerse samenleving betekenen?  Achterhuis en Koning laten zien dat dit knellen in het verleden vaak gepaard gingen met veel geweld tenzij andere factoren een dempend effect hadden. Zou de manier waarop solidariteit of, zoals ik eerder schreef, empathie en compassie wordt vormgegeven niet een belangrijke ‘geweldsdempende’ factor kunnen zijn?

Geen woorden maar daden

Minister van Financiën Dijsselbloem roept in de Volkskrant bedrijven en hun commissarissen op om iets aan de almaar stijgende salarissen en bonussen van de topbestuurders te doen. Dijsselbloem: “Koppel de stijging van topsalarissen aan de stijging van de lonen in de cao. Volg voor de variabele beloning voor topbestuurders het maximum van 20 procent dat inmiddels geldt in de financiële sector en bij staatsdeelnemingen.”  Volgens Dijsselbloem moet er iets gebeuren: “Het maatschappelijk debat hierover zal niet snel verstommen. Integendeel, het raakt aan de onvrede over de kloof tussen ‘de elite’ en de gewone burgers. Als we één samenleving willen blijven vormen, zullen de bestuurders en commissarissen zich rekenschap moeten geven van die onvrede.”

bonusIllustratie: www.joop.nl

Het zou inderdaad goed zijn als bestuurders en commissarissen van bedrijven zich wat gelegen zouden laten liggen aan de onvrede die ontstaat over de beloning en bonussen van hun bestuurders. Maar… .

Is het niet de taak van de overheid om te zorgen voor rust en orde in de samenleving? En dus ook om in te grijpen als die rust en orde worden bedreigd? Om hiertegen preventieve maatregelen te nemen? In de strijd tegen het terrorisme neemt de overheid die rol zeer serieus en vragen ministers en overheidsdiensten steeds meer bevoegdheden die de privacy van mensen schenden.

Ligt de taak om die maatschappelijke onrust door te hoge bonussen en beloningen te voorkomen niet ook bij de overheid en dus op het bordje van minister Dijsselbloem en vooral van zijn staatssecretaris Wiebes? Door de inzet van het belastinginstrument heeft de overheid uitstekende papieren om die onrust te voorkomen. Een extra belasting schijf van bijvoorbeeld tachtig of negentig procent voor inkomens (inclusief bonussen) boven bijvoorbeeld de bekende ‘Balkenendenorm’ zou wonderen verrichten. De kloof in inkomen zou hierdoor flink worden verkleind en daarmee ook het risico op onvrede. Bovendien zou het een welkome aanvulling betekenen op de belastinginkomsten.

Absurd? Dergelijke tarieven waren tot in de jaren zeventig heel gebruikelijk. Nederland kende een toptarief van tweeënzeventig procent, de Verenigde Staten een van eenennegentig procent  het Verenigd Koninkrijk spande de kroon met vijfennegentig procent.

Beste minister Dijsselbloem, als u zich werkelijk zorgen maakt, handel en hef belasting: geen woorden maar daden!

 

Sympathy is what we need my friend

Minister Schippers van Volksgezondheid hield dit jaar de H.J. Schoo-lezing georganiseerd door Elsevier. De minister sprak niet over haar beleidsterrein, maar hield een pleidooi voor het beschermen van onze kernwaarden. Dit omdat ze zich zorgen maakt om haar dochter: “Die zorgen gaan over de vrijheid die mijn dochter zal hebben om haar eigen keuzes te kunnen maken. Over de vrijheid die mijn dochter zal hebben om zelf te kunnen beslissen hoe zij wil leven en wie zij liefheeft. Om zelf te beslissen waarin zij wil geloven. Om haar eigen identiteit te kunnen bepalen. Wat zij wil worden, wat zij wil doen, hoe zij zich wil kleden.” Schippers wil terecht dat haar dochter zelf mag kiezen wat ze met haar leven wil.

Rare bird

Illustratie: www.youtube.com

Die toekomst wordt, volgens Schippers bedreigd door de politieke islam en de: “vaak hoogopgeleide mensen die bereid zijn tot dat compromis op onze kernwaarden.” Van die compromissen zijn anderen, homo’s, transgenders, vrouwen, mensen die kiezen anders te zijn, moslimvrouwen die meer vrijheid willen, kwetsbaren in onze samenleving de dupe.

Om die bedreiging het hoofd te bieden wil Schippers juist de kracht van de vrijheid inzetten, want, zo schrijft Schippers: “onze propositie is beter! Onze vrijheid is nú, onze kansen kun je nú pakken, onze welvaart kun je nú hebben, jouw kinderen kunnen het beter krijgen dan jij nu. Je mag nu van het leven genieten, muziek luisteren, een feestje vieren, jezelf ontplooien, verliefd worden.”  Uitgaan van de kracht van vrijheid, daar kan Schippers op mijn steun rekenen. Ik hield immers al eerder een pleidooi voor leiderschap dat uitgaat van de kracht van onze vrije, open democratische samenleving.

Alleen slaat een dergelijk pleidooi dood als het niet vergezeld gaat van empathie en compassie met degenen in onze samenleving die het minder hebben getroffen. Degenen waarvoor er geen of slechts kleine kansen zijn omdat ze voor een dubbeltje geboren zijn. Degenen met een andere dan een blanke huidskleur. Diegenen die door jaren van neoliberaal beleid, geen deel hebben aan ‘onze welvaart’ en waarvan de kinderen het waarschijnlijk niet beter krijgen. Diegenen die de vrijheid hebben, maar die het aan de mogelijkheid, of de vermogens zoals Martha Nussbaum en Amartya Sen het noemen, ontbreekt om van die vrijheid gebruik te maken. Schippers maakt zich hierbij terecht druk om de islamitische vrouw die vrijheid wil, maar er zijn veel meer mensen die het aan het vermogen ontbreekt om van die vrijheid gebruik te maken. Empathie en sympathie gevolgd door acties om hen die vermogens te geven.

Alleen slaat een dergelijk pleidooi dood als het niet wordt vergezeld van empathie en compassie met degenen buiten onze samenleving die het minder hebben getroffen. Daarvoor is, beste minister Schippers, een veel beter verhaal nodig dan de ‘opvang in de regio’ die ook u lijkt te bepleiten. Want die regio bestaat bijvoorbeeld uit landen als Turkije, Saoedie-Arabië en Iran. Landen die, en daar verzet u zich tegen, geld in: “koranscholen en moskeeën (pompen) om deze vijandige gedachten te verspreiden.” Landen die zich weinig tot niets aan de vrijheden waarvoor u terecht pleit, gelegen laten liggen.

Is die politieke islam wel de grootste bedreiging voor onze vrijheden? Is de onmacht van onze politieke leiders om empathie en sympathie met de achterblijvers in en buiten onze samenleving vorm te geven en iets aan hun situatie te verbeteren, niet een grotere vijand? En zou die onmacht gekoppeld aan de overreactie van vele politici, opiniemakers en ook gewone burgers op die politieke islam niet een veel grotere bedreiging zijn voor die vrijheden dan de politieke islam? Neem bijvoorbeeld de PVV die moskeeën en islamitische scholen wil sluiten en de koran wil verbieden. Ideeën die strijdig zijn met onze grondwet en onze vrijheden. Een partij die virtueel meer dan dertig kamerzetels heeft, meer dan eenvijfde van de kiezers. Dat is een veelvoud van het aantal politiekislamieten en door dat grote aantal ‘potentiële aanhangers’ nemen andere partijen ideeën over.

“And sympathy. Is what we need my friend. And sympathy. Is what we need. And sympathy. Is what we need my friend, ‘cause there’s not enough love to go round. Gevolgd door: “Now half the world. Hits the other half. And half the world. Has all the food. And half the world, lies down and quietly starves, ‘cause there’s not enough love to go round.” Aldus Rare Bird eind jaren zestig van de vorige eeuw. Een vooruitziende blik of is er sindsdien niet veel veranderd?

 

Verslaafd en borderline

Een van de opdrachten bij de Jeugdwet die per 1 januari 2015 van kracht werd, is zoveel mogelijk proberen te normaliseren. In plaats van de jeugdige uit zijn omgeving te lichten en hem te ‘behandelen’, moet gekeken worden hoe de jeugdige met zijn omgeving kan omgaan én de omgeving met de jeugdige. Of zoals in de memorie van toelichting beschreven staat:”Aan dit wetsvoorstel ligt de visie op de pedagogische civil society ten grondslag waarin ieder kind een veilige omgeving om zich heen heeft, waarin de school, de naschoolse opvang, de sportclub en de buurt een belangrijke rol spelen. Investeren in een positieve opvoeding, talentontwikkeling, een succesvolle schoolloopbaan en doorstroom naar werk ligt aan de basis van welbevinden, economische zelfstandigheid en democratisch burgerschap. Algemene jeugdvoorzieningen zoals de kinderopvang, de jeugdgezondheidszorg, scholen, sportclubs, buurthuizen, jongerenwerk en vrijwillige inzet dragen bij aan een positief opgroei- en opvoedklimaat.” De wetgever wil dat de samenleving problemen met jeugdigen zoveel mogelijk oplost. Dat is een nobel streven en daar kan niemand iets op tegen hebben. In ’t Schaep met de 5 pooten werd immers al gezongen: “We benne op de wereld om mekaar om mekaar om mekaar om mekaar te helpen, nietwaar?”

DSM V

Wat als de Belg, Dirk de Wachter, gelijk heeft? Hij vergelijkt in zijn boek ‘Borderlinetimes. Het einde van de Normaliteit’ onze samenleving met de stoornis Borderline: “BPS of Borderline Personality Disorder is ‘een diepgaand patroon van instabiliteit en intermenslijke relatie, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties… .” Hoe normaal is de samenleving?

De bijbel voor psychische of psychosociale stoornissen de DSM V bevat naast borderline ook verslaving als stoornis. Iemand is verslaafd als hij drie of meer van de volgende zeven kenmerken vertoont binnen twaalf maanden:

  1. Tolerantie treedt op, dat wil zeggen dat er steeds meer van het verslavende middel nodig is om het gewenste effect te bereiken of dat steeds minder effect optreedt bij het gebruik van eenzelfde hoeveelheid van het verslavende middel;
  2. Er treden ontwenningsverschijnselen op, specifiek voor dat middel, of er worden gelijksoortige middelen genomen om de ontwenningsverschijnselen het hoofd te bieden;
  3. Het middel wordt in steeds grotere hoeveelheden genomen, over een langere tijd dan eigenlijk de bedoeling was;
  4. Er is de drang om te stoppen met het middel, verschillende (mislukte) pogingen zijn ondernomen om te stoppen, te minderen;
  5. Veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van het middel en/of het gebruiken van het middel;
  6. Belangrijke sociale activiteiten, werk en/of vrijetijdsbesteding worden opgegeven of verminderd voor het middelengebruik;
  7. Ook al weet de persoon dat het middel dat wordt genomen zorgt voor fysieke of psychologische aandoeningen of verslechtering daarvan, hij of zij blijft doorgaan met het gebruik ervan.

De DSM V is er om een individu te beoordelen, maar wat als de samenleving langs deze kenmerken wordt gelegd. Economische groei is de norm en die groei moet het liefst stevig en robuust zijn. Als de groei een half procent is dan noemen we het zwakke groei en we vergelijken ons altijd met landen die een hogere groei hebben. Die doen het beter. Met een beetje fantasie kun je beweren dat onze samenleving aan het eerste criterium voldoet.

Als de economie krimpt, dan ontstaat paniek en slaat de stress toe. Ook het tweede kenmerk, de ontwenningsverschijnselen, lijkt van toepassing.

Hoe hoger de groei, hoe beter het wordt beoordeeld. Groei wordt beoordeeld in vergelijking met andere landen en andere perioden. Het streven is daarbij om het beter te doen. Ik ben geen psycholoog en kan daarom niet goed beoordelen of daarmee wordt voldaan aan het derde kenmerk.

Het vierde kenmerk is slechts bij een klein deel van de samenleving te herkennen en nog zeker niet doorgedrongen tot politici en bestuurders. De samenleving zit nog in de ontkenningsfase: nee, wij zijn niet verslaafd. Economische groei staat centraal in politiek en beleid. In  verkiezingstijd komt dit bijvoorbeeld tot uiting en gaat het debat vooral over een paar tienden meer of minder economische groei bij het uitvoeren van de maatregelen uit de verkiezingsprogramma’s. Hierbij vervult het Centraal Plan Bureau de rol van ‘onafhankelijk scheidsrechter’. Alsof de modellen die hierbij worden gebruikt vrij van waarden en interpretaties zijn. Dus ja, veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van economische groei en daarmee aan het vijfde kenmerk.

Als het daarbij tegenzit, dan moet er worden bezuinigd en dat gebeurt vooral op zaken waarvan het economische rendement lastig tot niet te berekenen is, zaken zoals cultuur, sport en natuurbeheer. Zaken die wel belangrijk zijn voor het functioneren van een samenleving (zesde kenmerk).

Ook is bij een groot deel van de samenleving inmiddels het besef doorgedrongen dat we, het voor ons overleven zo belangrijke milieu, schoon water, schone lucht, schone bodem, de vernieling in helpen als het zo door gaat. Dat de grondstoffenvoorraad zo snel wordt uitgeput dat het leven van onze kinderen en kleinkinderen in gevaar komt. Het besef is er maar het wordt nog steeds verdoofd door het geloof in het technisch vernuft, de technologische ontwikkeling zal de reddende engel zijn en voor alle problemen oplossingen vinden.

Kan de conclusie worden getrokken dat onze samenleving niet alleen aan borderline lijdt, maar ook nog verslaafd is? Zouden de problemen met de jeugdigen voor een deel niet een gevolg kunnen zijn van deze ‘ziekte’ van de samenleving?

Trouw aan een land

Bij The PostOnline bekritiseert columnist Ralph Posset cultuurhistoricus en oud-hoogleraar Gerard Rooijakkers. Volgens Rooijakkers zorgen de sterke familiebanden ervoor dat Turken loyaal blijven aan Turkije. Volgens Posset is dit: “een absoluut kulargument. Je bent niet trouw aan een land dat in jouw ogen slecht voor jouw familie zorgt. … Het heeft er alles mee te maken dat men wel met voeten in de Nederlandse klei staat maar dat hun hart nog steeds klopt voor het Ottomaanse rijk.”  Een land dat je familie slecht behandelt, is je trouw niet waard. Een interessante redenering van Posset.

trouw aan je land

Illustratie: www.considerati.com

Laten we eens met de redenering van Posset naar de Nederlandse situatie kijken. Als een land slecht slecht voor jou en de familie zorgt, dan verdient dat land je trouw niet. Zou het kunnen dat velen die in dit land ‘allochtoon’ worden genoemd en zo met woorden buiten de samenleving worden gezet, niet zo’n warme band hebben met Nederland? Als je steeds te horen krijgt dat er nog iets schort aan je ‘inburgering’. Als je steeds wordt aangesproken op, en je moet distantiëren van het gedrag van anderen die tot ‘dezelfde groep’ behoren. Als je als groep en probleem wordt gezien en niet als individu. Zou je dan de indruk kunnen krijgen dat dat land ‘slecht voor je zorgt’? Zou je je dan af kunnen vragen of dat land je ‘trouw’ wel waard is?

Zou het dan kunnen dat je hart meer klopt voor een land dat jij ooit hebt verlaten? Of zelfs een land dat je ouders of grootouders ooit hebben verlaten? Een land dat je alleen maar kent van die jaarlijkse vakantie als iedereen blij is elkaar weer te zien en alles leuk lijkt. Een land dat je verder kent van de televisiezenders uit dat land. Televisiezenders die, net als de Nederlandse, een vertekend beeld van de werkelijkheid geven. Een land dat je hierdoor warmere gevoelens bezorgt dan het land waar je woont.

Zou de redenering van Posset, dat een land dat slecht voor je is, je trouw niet waard is, een kern van waarheid bevatten? Met dat verschil dat het land niet Turkije is, in het voorbeeld van Posset, maar Nederland?

Oorlog en Vrede

“Behalve dat de handelsblokken elkaar dwars gaan zitten door hun valutakoersen te manipuleren, zullen ze elkaar nu ook blijven bestrijden met tarifaire (importheffingen) en non-tarifaire (regelgeving) handelsbarrières. En daar kwam gisteren nog een andere oorlog bij zodat in economische zin de totale oorlog bijna een feit is.” Aldus Peter de Waard in de Volkskrant. Die andere oorlog is gestart met de naheffing van dertien miljard die de EU gisteren aan Apple op heeft gelegd. En dat allemaal omdat TTIP niet doorgaat.

oorlog en vredeIllustratie: www.geschiedenis.nl

Dus omdat TTIP er niet komt, breekt er een volledige, totale economische oorlog uit. Economische anarchie en dat is slecht voor iedereen behalve het internationale bedrijfsleven: “Zij hebben de wereld als hun speelveld en gedijen bij oorlogen. Zo lang de grootmachten ruziën, zit het wel snor met hun voornemen zo weinig mogelijk belasting te betalen en zo veel mogelijk winst op te potten voor de aandeelhouders.” De Waard legt een verband tussen handelsverdragen en belastinginning. “ Als mondiaal afspraken worden gemaakt over uniforme handels- en belastingregels kunnen ze niet langer de machtsblokken tegen elkaar uitspelen,” aldus De Waard. Zonder verdragen als TTIP wordt belastingontwijking nog makkelijker.

Daar wordt ook anders over gedacht. Op de site RTLZ schetst Hella Hueck een heel ander beeld. De titel vat het kernachtig samen: “Belasting ontwijken wordt makkelijker door TTIP.”  Hueck: “Het heffen van belasting wordt gezien als een belangrijk onderdeel van de soevereiniteit van een land. Daarom maken de meeste landen bij het afsluiten van internationale handelsverdragen een uitzondering (‘carve-out’) : bedrijven mogen staten niet voor een arbitragehof slepen als het om belasting gerelateerde zaken gaat. Onderzoekers namen honderden ISDS-zaken onder de loep en nu blijkt dat in 24 gevallen landen toch gedaagd zijn over belastingwetgeving. Daar zijn ook gevallen bij waarbij het bedrijven is gelukt hun belastingaanslagen aan te vechten en te verlagen.” Nederland speelt hierbij een belangrijke rol vanwege de vele ‘brievenbussen op de Zuidas’. Met TTIP wordt belastingontwijking makkelijker. Dus ook zonder ruzie, met ‘vrede’ via verdragen ‘gedijt belastingontwijking door het bedrijfsleven’.

Handels- en belastingregels of niet, het bedrijfsleven gedijt bij economische Oorlog en Vrede? Of zouden de Apples van deze wereld in de problemen komen in een ‘oorlogssituatie’? Want wat als ze zich, gelokt door lage belastingen, vestigen op Barbados en de VS en de rest van de wereld, verhogen het importtatrief op de iPhone? Of als belastingontwijkers door een boycot getroffen worden vanwege ‘on Amerikaans’ gedrag?

Verkiezingen

In Trouw komt filosoof Ger Groot tot de conclusie dat verkiezingsprogramma’s de kiezer ook niet echt helpen. Hij pleit er dan ook voor om naar de persoon van de politicus te kijken: “In het onderhandelingsproces komt het op zíjn inslag en karakter aan, veel meer dan op de voornemens van zijn partij. Wat doet híj in de moeilijke en onvoorziene omstandigheden van de praktische politiek? Bewijst hij, zelfs wanneer hij de helft van zijn verkiezingsprogramma overboord kiepert, desondanks voor zijn kiezers een betrouwbare persoon te zijn?” Dan heb je niets aan programma’s ook al passen ze op één a-viertje.

Rawls

Maar hoe beoordeel je de woorden en daden van de politicus? Hoe vergelijk je politici onderling? En hoe verklein je het risico dat je wordt verleid door mooie woorden ter verdediging van verschrikkelijke daden? Hoe voorkom je dat de menselijkheid in bijvoorbeeld de zorg, wordt opgeofferd aan het streven naar economische groei. Groei die ook nog eens scheef wordt verdeeld.

In zijn belangrijke werk Een Theorie van Rechtvaardigheid pleit de filosoof John Rawls voor rechtvaardigheid als billijkheid. Hij formuleert twee beginselen. Een: “Elke persoon dient gelijke rechten te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele rechten, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen.” Twee: “Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze (a) het meest ten goede komen aan de minst bevoordeelden, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder gelijke voorwaarden van billijke gelijkheid van kansen.”

Hoe zou het boerkinidebat verlopen met deze beginselen als leidraad? Hoe zou dan de pleitbrief om belastingverlaging van de Amerikaanse techbedrijven worden beoordeeld?  Met welke redenering en argumenten zou een politicus komen om een maatregel die tot meer ongelijkheid leidt, te bepleiten? Hoe zou een politicus een keuze die tot een schevere verdeling van de welvaart leidt, verdedigen?

Wellicht is het een idee om deze beginselen in een verkiezingsdebat eens centraal te stellen en de deelnemers dan een viertal casusses voor te leggen? Bijvoorbeeld twee handelend over de afgelopen vier jaar en twee vraagstukken die de komende jaren spelen. Het proberen waard?

 

‘Islamitisch hoofddoekje’

‘Geen islamitische hoofddoekjes in een publieke functie’, dat is een van de programmapunten van de PVV. Een programma met als titel en motto: ‘Nederland weer van ons’ en dat roept meteen de vraag op wie die ‘ons’ is, maar daar wil ik het niet over hebben. Het gaat mij over dat islamitisch hoofdoekjesverbod in publieke functies.

hoofddoekje

Foto: www.moossie.nl

Hoe kun je aan een hoofddoekje zien dat het ‘islamitisch’ is? Welke kenmerken heeft zo’n hoofddoekje en waarin verschilt het van andere hoofddoekjes? Natuurlijk bedoelt de PVV wat anders. Ze bedoelt dat het dragen van islamitische religieuze uitingen door mensen in een publieke functie, verboden moet worden en het dragen van een hoofddoekje is zo’n uiting. Net zoals het dragen van een kruisje een christenlijk religieuze uiting is, een sikh een tulband draagt en zo heeft iedere religie haar symbolen.

Bedoelt de PVV dat religieuze uitingen niet meer gedragen mogen worden door mensen in publieke functies? Dat zou wel consequent zijn. Als immers alleen het dragen van uitingen van één religie verboden zou zijn, dan discrimineert de overheid immers. Zou de PVV er dan ook voor willen ijveren om de verwijzing naar god in de aanhef van iedere Nederlandse wet (‘Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz’) te verwijderen? Door de ambtseed aan de passen en alleen af te sluiten met ‘Dat verklaar en beloof ik’ en dus ‘Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’  niet meer toe te staan? ‘God almachtig’ is trouwens een goede vertaling van  ‘Allahoe akbar’.

Waarschijnlijk bedoelt de PVV dat niet. Het programma verwijst alleen naar islamitische symbolen en lijkt zich niet druk te maken over de bevoorrechting van de christenlijke god door de overheid zelf. Roept de partij de overheid op om te discrimineren op basis van religie? Of wil de partij ook de Grondwet aanpassen en daarin op laten nemen welke religie wel onder de godsdienstvrijheid valt en welke niet? En nog een stap verder, wil de partij de islam de status van godsdienst ontnemen? Dan ben ik benieuwd naar de onderbouwing van die keuze.

Gifpijlen op het verkeerde doel

Bij ThePostOnline gaat columniste Annabel Nanninga, met de boerkini-discussie in het achterhoofd, weer eens flink te keer tegen ‘links’. Nanninga: “En hier zien we wederom gebeuren wat de hele integratie tot zo een giftige mislukking heeft gemaakt: progressief-links verwart vrijheid en tolerantie met lafheid en laksheid. Het laten oprichten van moskeeën en islamitische scholen: ja, want we hebben vrijheid van godsdienst, maar uit lafheid is er nooit de eis gesteld dat Nederlands de voertaal is in dergelijke instellingen. Uit laksheid is er nooit op gelet waar het geld vandaan kwam.” 

schoolstrijdIllustratie: debrug.ipabo.nl

Beste Annabel, hoe kom je erbij dat dit komt omdat progressief links geen eisen stelt? Dat er moskeeën kunnen worden opgericht is een gevolg van de Nederlandse wetgeving die ons vrijheid van godsdienst geeft en ook de vrijheid om daarvoor speciale huizen te stichten. Dat gebeurt ook in de biblebelt waar nog steeds nieuwe kerken worden gebouwd. Dat de overheid niet controleert waar het geld vandaan komt, is ook een gevolg van die wetgeving. Ook die kerken in de bilblebelt hoeven niet aan te geven hoe zij hun ‘godshuizen’ betalen. Net zoals de katholieken dat vroeger ook niet hoefden. Terwijl dat geld weleens uit het, begin vorige eeuw nog ‘verketterde’ (al is dat een slecht woord in deze) Rome zou kunnen komen. Dat noemen we de scheiding tussen kerk en staat. Als je daar wat aan wilt doen, dan moet je de vrijheid van godsdienst ter discussie stellen. Iets wat schuurt tegen een ‘staatsgodsdienst’, want als je de ene wel toestaat en de andere niet, dan kun je spreken van ‘staatsgodsdienst’. Wil je dat?

Dat religieuze stromingen scholen kunnen stichten is een gevolg van de Nederlandse wetgeving die ons de vrijheid van onderwijs geeft. Een vrijheid om een school van je ‘stroming’ te stichten en als je aan de eisen voor een school voldoet, en Nederlands als voertaal is daarvoor een vereiste, dan heb je recht op bekostiging door de staat. Als je daaraan wilt tornen, dan moet je de vrijheid van onderwijs ter discussie stellen en pleiten voor alleen maar openbare, door de staat georganiseerde en gefinancieerde scholen, pleiten. Als je daarvoor pleit, vind je mij aan je zijde.

Die Nederlandse wet is geen ‘linkse laks- of lafheid’. Vooral niet als het de godsdienst betreft. Die is een gevolg van ons eigen godsdienstige verleden. Een verleden van strijd en twisten tussen de verschillende stromingen, tussen protestanten en ‘vanuit Rome aangestuurde’ katholieken. Maar vooral de strijd die de confessionele stromingen voerden met de socialistische en liberale stromingen. Een strijd juist om die rechten. Een strijd die in 1917 tot een monsterakkoord leidde, de ‘pacificatie’, waarmee een einde kwam aan de schoolstrijd en de socialisten het algemeen kiesrecht zekerstelden.

Geen laf- of laksheid van links, maar behoudzucht van confessioneel rechts. Beste Annabel, richt je je ‘gifpijlen’ wel op het juiste doel?

Beloften en gratuite excuses

De Haagse politici zijn weer terug van vakantie en met verkiezingen voor de boeg betekent dit veel kift. De eerste verkiezingsprogramma’s zijn al uit en partijleiders profileren zich nog wat meer. Bij dat profileren hoort voor VVD-leider Mark Rutte ook terugkijken en fouten toegeven. Voor Rutte zijn dat vooral beloften die hij niet is nagekomen: “Duizend euro voor werkend Nederland, niet morrelen aan de hypotheekrenteaftrek en geen geld meer naar de Grieken. Laat ik daar volstrekt helder over zijn: ik zeg daar sorry voor,” zo is te lezen in Trouw.

RutteFoto: www.nrc.nl

Mooi toch een politicus die zijn excuses aanbiedt voor gebroken beloften. “Ik stond simpelweg voor de keuze: ga ik die belofte ongeacht de politieke en economische realiteit toch gestand doen? Dan zou ik voor Nederland risico’s hebben gelopen,” zo beargumenteert Rutte zijn excuus. Goed, een politicus die kijkt naar het ‘landsbelang’ en daarvoor zelfs zijn eigen standpunten opoffert. Hulde voor Rutte.

Toch wringt er iets. De beloften werden gedaan vlak voor de laatste Tweede Kamerverkiezingen, ze werden gebroken vlak erna. Was die politieke realiteit en het landsbelang in die korte tijd zo veranderd? Was die economische realiteit ineens heel anders? Werden er niet al voor de verkiezingen vraagtekens gezet bij het realiteitsgehalte van deze beloften? Werd niet al tevoren de vraag gesteld waarvan die duizend euro te betalen? Was de onhoudbaarheid van de hypotheekrenteaftrek niet al jaren duidelijk? En ook de Griekse problemen kwamen niet ineens uit de lucht vallen.

De ‘risico’s die Nederland’ liep met die beloften, waren al voor de verkiezingen duidelijk. Natuurlijk, er is nooit een verkiezingsprogramma dat tot op de letter wordt uitgevoerd. Dat weet iedere politicus en ook iedere kiezer. Met een belofte ligt dat wat anders, die gaat verder. Wat zegt het over een politicus in het algemeen en een politiek leider in het bijzonder, als hij mooi klinkende beloften doet waarvan hij weet dat ze onhoudbaar en schadelijk zijn? Is dat niet een schoolvoorbeeld van opportunisme? En maakt dat de excuses niet gratuit?

Of moeten we de komende verkiezingscampagne het advies van de Duitse toneelschrijver Max Halbe ter harte nemen: “Wenn ein Mensch sein Versprechen wiederholt, ist er entschlossen es zu brechen” ?