Wetenschappelijke waarheden

Volgens socioloog Ruud Koopmans, in een interview in De Groene Amsterdammer, is discriminatie een gevolg van de radicalisering. Hij draait daarmee de veel gehoorde verklaring om, dat radicalisering een gevolg is van discriminatie. Koopmans baseert zich op zijn onderzoeken die laten zien dat bijna de helft van de moslims fundamentalistische ideeën zouden aanhangen en negatief denken over joden en homo’s. Bert Brussen vraagt bij ThePostOnline aandacht voor dit interview omdat het: “bomvol herkenbare observaties en verfrissende wetenschappelijke waarheden,” bevat. Waarheden?

Waarheid

Foto: www.geheugenvannederland.nl

Wetenschap is een manier om de werkelijkheid beter te begrijpen. Een manier die gebruik maakt van theorieën en hypotheses. Een wetenschapper stelt een theorie of een hypothese op, een vooronderstelling. Vervolgens gaat hij onderzoek doen, experimenten uitvoeren. Dat onderzoek en die experimenten bevestigen of ontkennen zijn hypothese of theorie. De theorie is een verklaring van de werkelijkheid en niet de werkelijkheid. In de wetenschap is er één zekerheid en dat is dat alles voorlopig is.

Koopmans is een socioloog en de sociologie is, net als alle sociale- en menswetenschappen, een toegepaste wetenschap. Een wetenschap die naast dat ze is gericht op het verwerven van kennis van de werkelijkheid, ook gericht is op het beïnvloeden van die werkelijkheid. Economen, ook sociale wetenschappers, ontwerpen modellen waarmee zij het effect van maatregelen willen voorspellen. Die voorspellingen beïnvloeden vervolgens keuzes die worden gemaakt. Via hun onderzoek en publicaties beïnvloeden ze zo de beleidskeuzes.

Bovendien geldt voor sociologen hetzelfde als wat Churchill over economen zei: “Zet twee economen samen en je krijgt twee tegengestelde meningen. Behalve als een van de twee Lord Keynes is, dan krijg je er drie.” En dat is niet erg want zit de vooruitgang niet juist in een (al dan niet wetenschappelijk) gesprek of discussie over de verschillen.

Of zou Koopmans, zoals Brussen, lijkt te betogen ‘goddelijke inzichten’ hebben? Of zijn het gewoon inzichten die goed in de ‘theorieën van Brussen passen?

8 gedachtes over “Wetenschappelijke waarheden

  1. Wat je schrijft over wetenschap is niet waar. Wetenschap is een manier om de waarheid te achterhalen. Fouten worden er wel gemaakt, maar dat zijn er niet veel. De eisen die in de loop van de tijd voor wetenschappelijke methodes opgesteld zijn, zijn bedoeld om fouten in de waarheidsvinding te voorkomen. Iets wat wetenschappelijk vastgesteld is, is niet voorlopig, maar het is waar. Binnen de marges die het wetenschappelijk onderzoek hanteert. De wetten van Newton staan nog steeds. Ook al zijn ze verfijnd door Einstein, ze worden nog dagelijks gebruikt en binnen de geldende marges zijn ze juist. Een theorie is een beschrijving van de werkelijkheid, niet de werkelijkheid zelf, daarin heb je gelijk; maar een wetenschappelijke waarneming is niet tijdelijk en wetenschappelijke conclusies zijn niet voorlopig.
    De argumenten van Koopmans heb ik (nog) niet bestudeerd, maar jij gebruikt die ook niet. Je haalt geen enkel argument aan. Je probeert alleen op grond van algemene noties over wetenschap (noties bovendien die onjuist zijn) twijfel te zaaien.

    Like

    1. Beste Jan,

      bedankt voor je reactie. Ik zie het als een uitnodiging om het gesprek hierover aan te gaan en dus bij deze.

      Maakt de geschiedenis van de wetenschap niet duidelijk dat die ‘waarheid’ steeds verandert? Zo is de aarde allang niet meer het centrum van het heelal maar gedegradeerd tot een planeetje in van de miljoenen of zelfs miljarden zonnestelsels die de melkweg (ons heelal) groot is. En waarschijnlijk zelfs in een van de miljoenen of zelfs miljarden heelallen die er rond zweven.

      Eis er niet een verschil tussen exacte en toegepaste wetenschappen? Jij verwijst naar de natuurkunde en dat is een exacte wetenschap. Daar wordt geprobeerd de waarheid te achterhalen en een natuurkundige theorie is daarmee van een andere orde. Al zou het ook daar kunnen dat er uiteindelijk een situatie wordt gevonden waarin de weten van Einstein niet gelden. Ik wil dat niet op voorhand uitsluiten.

      Ligt dat bij de sociale wetenschappen (en dat zijn toegepaste wetenschappen) niet anders en sociologie net als economie, zijn sociale wetenschappen? Waarom is er zoveel verschil van mening en discussie in de sociale wetenschappen als er daar sprake is van de waarheid? Proberen wetenschappers aldaar niet meer inzicht te krijgen in de werkelijkheid van de mens? En is die werkelijkheid niet weerbarstig en kan zij op heel veel verschillende manier worden verklaard? Daarom verschillen de wetenschappers daar ook zoveel van mening en laaien de discussie zo hoog op, dan zouden er meerdere waarheden zijn en dat lijkt mij lastig. Het voorbeeld van de relatie tussen radicalisering en discriminatie is er zo een. En omdat er zoveel verschillende verklaringen mogelijk zijn zou ik hier niet willen spreken van waarheid, maar van een opvatting of een mening. Een wetenschappelijk onderbouwde opvatting, mening of theorie, maar geen waarheid.

      Mijn betoog in dit stuk is niet gericht tegen Koopmans en zijn argumenten. Het is gericht tegen Bert Brussen die het woord waarheid gebruikt om zo zijn positie extra gewicht te geven.

      Like

      1. Jij maakt er een sport van om alles in twijfel te trekken. Je presenteert een aantal opvattingen die nooit onderdeel van een wetenschap zijn geweest. Het betitelen van een wetenschappelijke conclusie als een opvatting is een belediging aan de wetenschap en de wetenschapper. Het is beslist eenduidig vast te stellen of A B veroorzaakt, of omgekeerd, of dat A en B een gemeenschappelijke oorzaak hebben. Als sociologen daar anders over denken, dan moeten ze ontslagen worden en vervangen door echte wetenschappers. Als het niet uit de beschikbare gegevens herleid kan worden, dan is er nader onderzoek nodig. De werkelijkheid mag dan op verschillende manieren verklaard kunnen worden, over feiten kun je niet van mening verschillen. Als Koopmans inderdaad vastgesteld heeft wat hier beweerd wordt – en daarvoor moeten we toch naar de argumenten van Koopmans – dan is het woord ‘waarheid’ op zijn plaats.

        Like

      2. Inderdaad trek ik in twijfel omdat twijfel tot nieuwe inzichten leidt.

        Een eenvoudige vraag over het gestelde van Koopmans. Als radicalisering tot discriminatie leidt, dan zou er voordat er sprake was van radicalisering, geen discriminatie zijn. Mij lijkt dat we niet kunnen stellen dat er enig moment in de geschiedenis is geweest dat er geen sprake was van discriminatie. Of zie jij dat anders?

        Like

      3. Op grond van algemene noties trek jij de conclusie van Koopmans in twijfel. Nu betwijfel je een oorzakelijke relatie omdat er altijd al discriminatie is geweest. Deze manier van vragen stellen leidt helemaal niet tot nieuwe inzichten! Als je tot nieuwe inzichten wilt komen, laat dan zien dat je de argumenten van Koopman begrijpt en stel specifieke vragen. Op deze manier ben je geen ballonnendoorprikker, maar een ballonnenblazer.
        We hebben het hier over discriminatie van blanken jegens moslims en niet over de discriminatie van moslims jegens anderen. Om je vraag te beantwoorden: er zal altijd wel enige discriminatie zijn geweest, maar ik denk wel dat die rond 1990 heel gering was. Net zoals Indonesiërs en Molukkers vrijwel niet gediscrimineerd worden, was dat bij moslims ook ooit zo.
        Het maakt voor het punt dat jij wilt maken niet veel uit. Ook al was er altijd al enige discriminatie, dat zegt niet dat een oorzakelijke relatie tussen radicalisering en discriminatie onmogelijk is. Dat lijk jij hier te beweren, maar dat is onzin.

        Like

      4. Beste Jan,

        Als ik de huidige discussie rond de ;witte onschuld’ volg, dan lijkt het of Nederland barst van het impliciet en expliciet racisme. En racisme kun je, volgens mij, niet los zien van discriminatie. Denk je dat die Molukkers, Antillianen, Surinamers en anderen ook zullen zeggen dat er voor 1990 geen sprake was van discriminatie?

        Ik stel vragen bij de logica van Koopmans. Als A alleen wordt veroorzaakt door B, dan moet A er zijn voordat B er kan zijn. Koopmans stelt dat discriminatie een gevolg is van radicalisering, dan zou radicalisering er eerst moeten zijn. Het kan best dat radicalisering, discriminatie versterkt het kan er echter niet de oorzaak van zijn en dat lijkt Koopman wel te beweren.

        Like

      5. Dat kan best. Stel dat discriminatie wordt veroorzaakt door twee factoren, P en Q. Als P en Q allebei nul zijn, dan is er geen discriminatie. Als P > 0 en Q = 0, is er discriminatie. Als P = 0 en Q > 0, is er discriminatie. Als P > 0 en Q > 0, dan is er discriminatie. Stel nu dat de effecten van P en Q geen invloed op elkaar uitoefenen, dan kun je niet zeggen dat een van beide factoren de discriminatie versterkt.

        Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s