Reizen Waes

In diverse media heeft het KNMI het weer gedaan. Er zijn ‘hittegolven’ weggestreept in de eerste helft van de twintigste eeuw en daardoor lijkt het alsof er de laatste jaren steeds meer hittegolven zijn. De hele discussie gaat over het al dan niet terecht aanpassen van oude temperatuurgegevens voor meetstation De Bilt. Een groep onderzoekers noemt deze aanpassingen onterecht. Nu is kritiek op en discussie over de manier van meten onderdeel van de wetenschap. 

Bron: 27 vakantiedagen

Bij Opiniez besteedt Robert Bor hier aandacht aan. Bor gaat een stapje verder. Zijn kritiek richt zich op klimaatmodellen. Natuurlijk mag men kritiek leveren op klimaatmodellen. De Ballonnendoorprikker levert ook geregeld kritiek op modellen van welke soort dan ook. Modellen zijn immers een versimpeling van de werkelijkheid. 

Bor ziet opzet. “Het zaakje stinkt aan alle kanten.” Daarmee gaat Bor iets verder dan wetenschapskritiek. Bor suggereert opzet: “De ‘fout’ van het KNMI valt, net als de fouten van het Planbureau voor de Leefomgeving, precies uit ten faveure van het versterken van het beeld van klimaatopwarming door de mens en het nemen van klimaatmaatregelen. De overcorrectie van zeer specifieke gegevens is geen kwestie van slordigheid, daarvoor zijn ze te gericht. Het heeft alle schijn van moedwillige manipulatie van de meetgegevens.” Moedwillige manipulatie met als doel: “om door massage van de waarnemingen de publieke opinie te beïnvloeden en zich op het gladde ijs van politieke natuurkunde te begeven.” Nogal een stevig verwijt. Terecht of niet? 

Nu is er naast het gebruik van ‘theoretische modellen, ook een andere manier om wetenschap te bedrijven. Je kunt ook naar de werkelijkheid kijken en proberen te verklaren wat je ziet. Temperatuur meten is er daar een van. Op metingen moet je zuinig zijn. En met het aanpassen van oude gegevens, zoals de de KNMI heeft gedaan, moet je zeer terughoudend zijn. Beter kun je het niet doen. 

Gelukkig zijn er ook nog andere manieren om klimaatverandering waar te nemen. Neem foto’s die door de jaren heen van een gletsjer zijn gemaakt en die laten zien dat het ijs zich steeds verder terugtrekt. Of de ijskap op de Noordpool die steeds kleiner wordt. Makkelijk waar te nemen omdat havens en gebieden die vroeger altijd dichtvroren dat nu niet meer doen. Zo bezocht de Belg Tom Waes, voor zijn programma Reizen Waes, Groenland.

De werkelijkheid laat smeltend ijs zien en dat duidt op een stijging van de temperatuur. Als dat over een langere periode gebeurt, dan kunnen we concluderen dat het klimaat verandert. Het klimaat is immers niets meer dan een langjarig gemiddelde. Zo zijn er vele waarnemingen die duiden op een klimaatverandering. Rest alleen de vraag of menselijke activiteit hiervan de oorzaak is. Aangezien koolstofdioxide voor een broeikaseffect zorgt en de menselijke activiteit veel van dat gas uitstoot, ligt het voor de hand dat die activiteit het in ieder geval niet voorkomt.

Klimaat en klimaat

Ik schrijf al een paar jaar ‘Prikkers’ om mensen aan het denken te zetten. Prikkers die je kunt zien als kritiek op iets of iemand. Na het lezen van een artikel van Tim Engelbart bij DDS vraag ik me af of dat eigenlijk wel mag. Waarom? Wie ben ik om iemand de maat te nemen?

Illustratie: Pixabay

Volgens Engelbart mag ‘weerman’ Gerrit Hiemstra geen kritiek leveren op Thierry Baudet van het Forum voor Democratie. Engelbart: “klimaatverandering bestaat en wordt door de mens een weinig opbeurend handje geholpen. Dat zijn gewoon de feiten, en het is inderdaad onverantwoordelijk van Thierry Baudet dat hij zich tegen deze wetenschappelijke consensus keert.” Maar, zo beweert Engelbart: “het is niet de taak van de NOS om hele politieke partijen door het slijk te halen. Daarvoor zijn weer andere politieke partijen, maar niet de weermannen van het Achtuurjournaal. Schoenmaker, blijf bij je leest!” Gelukkig ben ik Ballonnendoorprikker die zichzelf de opdracht heeft gegeven om rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak te stellen. Dus bij deze.

Hiemstra mag geen kritiek leveren op de ‘klimaat en milieuanalyse’ van Baudet want hij is geen politieke partij. Sterker nog, hij is ‘de NOS’ en dat moet een ‘bolwerk van politieke neutraliteit zijn. Een vreemde redenering om drie redenen.

Als eerste wordt Hiemstra vereenzelvigd met de NOS. Dus iemand die voor een bedrijf werkt is dat bedrijf. Iemand die twee baantjes heeft is dus twee bedrijven. Een bijzondere redenering. Dit zou betekenen dat onze premier Nederland is. Onze koning trouwens ook, net als de koningin. 

Als tweede, omdat Hiemstra ‘de NOS’ is, moet hij zijn mond houden. De NOS moet immers neutraal zijn en dat betekent, als ik Engelbart goed begrijp, dat de mensen die er werken geen mening mogen uiten. Als zij hun mening uiten dan schenden ze de neutraliteit van de NOS. Neutraliteit is het hebben van geen mening? Zou neutraliteit niet ook kunnen betekenen dat je verschillende ‘meningen’ een platform geeft om met elkaar in gesprek te gaan? 

Dan het derde en belangrijkste punt. Volgens Engelbart mogen alleen politici andere politici de maat nemen en aanspreken op eventuele ‘onzin’ die ze uitkramen. Laten we het eens omdraaien. Mag Baudet zich dan wel uitspreken over klimaatverandering? Is klimaatverandering dan niet het exclusieve terrein van klimaatwetenschappers? De geschiedenis het exclusieve terrein van historici en stukadoren van stukadoors? Daarom vroeg ik mij af of ik eigenlijk wel stukjes mag schrijven.

Zijn de samenleving, het maatschappelijk klimaat, de wetenschap, het klimaat en vooral de politici er niet juist bij gebaat dat mensen van divers pluimage met elkaar in gesprek gaan? Dat een klimaatdeskundige, historicus of natuurkundige een politicus aanspreekt? Dat zij zich in het debat mengen en dit voorzien van de wetenschappelijke inzichten?

Moslims, knikkers, wetenschap en profetie

Migranten, islam, antisemitisme, woorden die vaak in combinatie voorkomen. Zo ook in een artikel van Robert Bor bij Opiniez. Bor: “Als je weet hoe mensen in moslimlanden over Joden denken, dan heb je een goed beeld welke overtuigingen men meeneemt van het thuisland naar het gastland.” Wat Bor zegt lijkt op het eerste gezicht logisch. Als je een pot met 1.000 knikkers hebt waarvan er 40% zwart en 60% wit zijn en ze zijn goed gemengd, dan zal een willekeurige greep uit de pot ongeveer 40% zwarte knikkers bevatten. Zou dat ook opgaan voor mensen?

marbles-3275438_960_720

Illustratie: Pixabay

Is het per definitie zo dat een deelverzameling (de vluchtelingen) dezelfde overtuigingen meenemen dan de totale verzameling (het thuisland) waaruit ze wordt gehaald? Wat als er regionale of culturele verschillen in opvattingen zijn en vluchtelingen vooral uit een specifieke regio of cultuur komen? Wat als met name de mensen die gruwen van antisemitisme vluchten? Een land met mensen en opvattingen is niet te vergelijken met een pot levenloze knikkers. 

Bor reageert op een rapport waaraan onder andere de Leidse hoogleraar migratiegeschiedenis Leo Lucassen heeft meegewerkt. Lucassen ziet dat anders  en concludeert dat de huidige islamitische vluchtelingen niet de oorzaak zijn van de vermeende toename van antisemitisme. Bor hierover: “Voor degenen die gehoopt hadden dat de sociale wetenschappen op klip en klare wijze nu eindelijk hebben aangetoond hoe het echt zit, zal dit rapport een teleurstelling zijn.” Wetenschap die ‘klip en klaar’ aantoont hoe het echt zit en dan vooral sociale wetenschappen? Wetenschap als een soort god, die zekerheid geeft?

Wetenschap levert kennis, laat licht schijnen op zaken, maar zekerheid? Kan de wetenschapper en vooral een sociale wetenschapper, die bieden? Als wetenschap ‘klip en klaar’ zou aantonen hoe iets zit, als ze zekerheid zou geven, dan zou ze zich niet ontwikkelen. Dan zou de uitdrukking ‘voortschrijdend inzicht’ niet bestaan. Vooral in de sociale wetenschappen beïnvloedt het beweerde het onderzochte, heb je te maken met zichzelf bevestigende en ontkennende beweringen en uitspraken.

De enige zekerheid die een wetenschapper, zeker een sociale wetenschapper, kan geven is dat niets zeker is. Beweert de wetenschapper andere zekerheid te geven, dan is het een ‘profeet’ en moet je met ‘profeten’ niet uitkijken? 

In de sterren geschreven

Een artikel in de Volkskrant over de lancering van Tess (Transit Exoplanet Survey Satellite) zorgde voor een leuke serie van lezersbrieven. Tess is opvolger van Kepler en: “Tess volgt een andere strategie bij zijn speurtocht. (…) Kepler had een relatief grote telescoop waarmee hij diep het heelal in kon turen. De sterren die Kepler bestudeerde, stonden ver weg – honderden lichtjaren. Vanwege zijn grote telescoop kon Kepler maar een klein deel van de hemel bekijken. (…) Tess is kleiner en gaat de complete hemel bestuderen, zowel het noordelijk als zuidelijk halfrond. Maar liefst 200 duizend sterren zal Tess de komende jaren in zijn vizier krijgen, op enkele tot honderd lichtjaren.” Rond die sterren wordt gezocht naar planeten en vooral naar planeten waar leven zou kunnen zijn.

andromeda-galaxy-755442_960_720

Foto: pixabay

De brievencorrespondentie begon met een brief van Uri Lavy. Lavy vindt de miljarden die aan Tess en andere dergelijke zaken worden uitgegeven, verspild geld. Dat er planeten zullen zijn met leven, is voor Lavy een statistisch gegeven. “Maar even duidelijk is dat de mensheid absoluut niets aan het identificeren van zo’n planeet kan hebben – zeker niet zolang we niet met ten minste de snelheid van het licht kunnen reizen. En dan nog, bij aankomst kan blijken dat de moederster intussen allang uitgedoofd is.” Dus verspilling van geld, aldus Lavy.

Een duidelijke redenering waar lastig een speld tussen is te krijgen. Alleen zijn conclusie dat dergelijke investeringen zinloos zijn, wordt betwist door sterrenkundige Lucas Ellerbroek in de Volkskrant. Die investeringen zijn niet zinloos: “Die kennis kunnen we verkrijgen door in eerste instantie de aarde te observeren (onder andere door observatie met  dure! satellieten) en onze plek in het heelal te vergelijken met zijn soortgenoten. (…)  Kennis heeft de mensheid gebracht waar zij nu is. Alleen door meer kennis te verkrijgen en daar wijs mee om te gaan, waarborgen we een gezonde toekomst voor ons nageslacht.” Ook een duidelijke redenering waarbij je wel de vraag kunt stellen of kennis wijs wordt gebruikt? Immers techniek kan ook ten kwade worden aangewend.

Met die opmerking kom ik bij de reactie van Frank Rijckaert. Hij is het volledig eens met Lavy” “maar niet met zijn bewering dat het statistisch duidelijk is dat het aantal planeten waar intelligent leven bestaat naar oneindigheid zal neigen. Er is slechts één waarneming van een planeet waarop intelligent leven voorkomt. Daarmee valt geen statistiek te bedrijven.” En daar heeft Rijckaert een punt, met één waarneming kun je geen statistiek bedrijven. Sterker nog, en dat punt mist Rijckaert, je kunt er zelfs niet de conclusie aan verbinden dat op die ene planeet, de aarde, intelligent leven voorkomt. Wat is immers de schaal waaraan je intelligentie op planeten afmeet? 

Dat er andere sterren met planeten zijn, lijkt zeker. Dat er planeten met leven zullen zijn ook. Of er intelligent leven is en of het leven op aarde intelligent is, dat staat … in de sterren geschreven.

Tapijt

Witte Onschuld het laatste boek van Gloria Wekker . Ik schreef er twee keer eerder over. De eerste keer over ‘ witte onschuld’ een gebrek aan kennis dat volgens Wekker tot macht leidt. De tweede keer over het alles verklarende ‘culturele archief’ waarnaar zij verwijst. Er is nog een punt in haar boek dat grote vraagtekens bij mij oproept.

tapijt

Foto: Pixabay

Dat punt heeft betrekking op een manier waarop zij tot algemene uitspraken komt. In haar boek schrijft ze over protesten die het project Read the Masks: Tradition is not Given in Eindhoven dat handelde over zwarte piet. Het project bestond onder andere uit een protestmars. Die protestmars leidde tot reuring en dan volgt er een bijzonder redenering. Lees mee op pagina 208: “Over de protestmars, die in de zomer was gepland, werd geschreven in het rechtse dagblad De Telegraaf, dat indertijd de grootste oplage in het land had. Dit leidde tot een lawine van overwegend negatieve reacties.” Wekker rubriceert en analyseert de ongeveer vijftienhonderd reacties en komt dan tot de volgende conclusie: “Omdat de thema’s elkaar overlappen en in elkaar overvloeien, betoog ik dat ze samen een dik tapijt vertegenwoordigen van de huidige Nederlandse zelfrepresentatie, belaagd door vijanden binnen en buiten de natie.” Lezen we hier dat de lezers van, of eigenlijk nog beter de reageerders op een artikel in De Telegraaf het denken van Nederland vertegenwoordigen? Ja, De Telegraaf had in die tijd de grootste oplage. Ja, vijftienhonderd reacties is veel. Maar om te concluderen dat dit representatief is voor Nederland?

Heeft mevrouw Wekker geen kennis van de basisbeginselen van statistisch onderzoek? Dat er, om valide uitspraken te kunnen doen over een groep als de Nederlanders, meer nodig is dan vijftienhonderd reacties uit één hoek van de Nederlandse samenleving? Het is zelfs maar helemaal de vraag of die 1.500 reageerders een goede afspiegeling vormen van de toenmalige Telegraaflezer. De meeste krantenlezers reageren immers niet op artikelen, het is maar een kleine groep lezers die zich die moeite getroost. Bovendien is de vraag opportuun hoe sturend het bericht in De Telegraaf is geformuleerd.

Ja, de in thema’s gerubriceerde reacties vertegenwoordigden een dik tapijt van de toenmalige Telegraafreageerder. Voor alle Telegraaflezers zal dat tapijt al flink wat dunner zijn en voor de Nederlander wellicht niet meer dan wat versleten draden.

Witte zwanen, zwarte zwanen

“And it’s true we are immune, when fact is fiction and tv reality” Een zin uit een van de laatste coupletten van de song Sunday Bloody Sunday van de Ierse band U2. Feiten, fictie en alternatieve feiten, wie kan ze tegenwoordig nog uit elkaar houden. In Trouw een interessant opiniërend artikel van Rob Hamers. De titel ervan dekt de lading: “Feiten blijken later toch vaak minder feit.”

Zwarte zwanenFoto: Pixabay

Hamers besteedt in zijn artikel aandacht aan de ‘gekleurde bril’ waarmee wetenschappers naar de werkelijkheid kijken. In de jaren zestig en zeventig was het veelal een ideologische ‘bril’ die de kijk van wetenschappers beïnvloedde en de uitkomsten van hun onderzoek vervuilde. Tegenwoordig wordt, zo schrijft Hamers, de ‘bril’ vaak bepaald door degene die betaalt en dat is in toenemende mate het bedrijfsleven. “Zo ook werden door wetenschappers bepaalde medicijnen goedgekeurd als veilig, achteraf ten onrechte.” Verzuchtend lijkt Hamers zich af te vragen: “Wat zijn feiten?”

Ja, wat zijn feiten? Wetenschappers die aantonen dat iets zo is, worden tegengesproken door collegae die beweren dat het toch net iets anders is. Wetenschappers die onderzoeksresultaten verzinnen en manipuleren, we hebben het allemaal al gezien, gehoord en gelezen. Wat hebben we dan nog aan de wetenschap? Lang leve de feitenvrije politiek en journalistiek!

Of ligt aan deze redenering een verkeerde opvatting van wetenschap en wetenschappelijk onderzoek ten grondslag?  Levert de wetenschap feiten en onomstotelijke bewijzen op? De Oostenrijkse filosoof Karl Popper betoogde van niet. Volgens Popper is iedere wetenschappelijke theorie een hypothese, een veronderstelling, totdat ze wordt weerlegd. En ook de theorie die aan die weerlegging ten grondslag ligt, is ook weer een hypothese die op ontkenning wacht. Om zijn beroemde voorbeeld te parafraseren, ‘als je wilt aantonen dat alle zwanen wit zijn, dan moet je zoeken naar niet-witte zwanen.’ Wetenschap levert zo alleen voorlopige kennis op, voorlopige feiten. En het is aan de wetenschappers om die voorlopige kennis te falsificeren om Poppers uitdrukking te gebruiken. Is het dan niet logisch dat ‘feiten later toch minder vaak feit’ zijn? Zou dat niet een signaal zijn van toenemende wetenschappelijke kennis?

Verklaren of veroorzaken

Alleen smeltend landijs geeft zeespiegelstijging; het drijvende zee-ijs van de Noordpool smelt wel, maar door de Wet van Archimedes stijgt het zeeniveau daardoor niet.” Dit valt te lezen in een artikel van Martijn van Calmthout in de Volkskrant. In dit artikel schrijft hij over het smelten van de ijskappen aan de randen van Groenland. “Onder normale omstandigheden is de ijsmassa in die gebieden in balans: ’s zomers smelt het oppervlak wel, maar wordt het smeltwater vastgehouden door de samengepakte sneeuwlaag. Daarna vriest het in de winter vast aan het ijs.” Volgens Utrechtse experts is dit proces eind vorige eeuw uit balans geraakt: “De sneeuwlagen zijn verzadigd geraakt, zodat nieuw smeltwater grotendeels wegvloeit naar zee.”

archimedes

Illustratie: www.peternagelkerke.nl

Een zorgwekkende ontwikkeling voor de mens. Het grootste deel van de mensheid woont immers in kuststreken en rivierdelta’s. Neem Nederland, dat is eigenlijk één grote rivierdelta. Het land ligt voor de helft onder de zeespiegel en als die zeespiegel stijgt, wordt dat deel steeds groter. Bij een lek in de kustverdediging staat dan nog meer van ons land onder water. Nederland is niet het enige land dat in dit schuitje zit, ook Bangladesh, de oostkust van de Verenigde Staten en vele andere drukbevolkte delen van de wereld liggen in de gevarenzone. Reden genoeg om je zorgen te maken. Niet over de planeet, die redt zich wel.

Toch slaat Van Calmthout de plank behoorlijk mis. Niet als hij beweert dat alleen landijs tot een daling van de zeespiegel leidt en het smelten van zee-ijs daar niet aan bijdraagt. Dat is correct. Maar is het werkelijk de Wet van Archimedes die ervoor zorgt dat smeltend zee-ijs niet tot een stijging van de zeespiegel leidt? Is dat niet wat cru, want als die wet de oorzaak is, wat gebeurde er dan voordat Archimedes hem uitvond? Steeg het zeewater toen wel? Dat smeltend zee-ijs niet tot een stijging van de zeespiegel leidt, is een gevolg van het feit dat het ijs op het water drukt. Drijvend ijs neemt net zoveel plek in als het water dat het wordt als het smelt. Zo bepaalt het al mede de hoogte van de zeespiegel. Dit in tegenstelling tot landijs. Dat is er de oorzaak van dat smeltend zee-ijs niet leidt tot een stijging van de zeespiegel en smeltend landijs daar wel aan kan bijdragen. Kan, omdat het eerst in de zee terecht moet komen.

Het was Archimedes die dit verschijnsel het eerste doorgronde en verklaarde en daarop zijn beroemde wet formuleerde. Beste meneer Van Calmthout, die wet verklaart dit verschijnsel, hij veroorzaakt het niet. Dat maakt de problemen voor de mens die het smeltende landijs veroorzaakt er niet minder om.