Debat, partijen en parlement

In de Volkskrant stelt Willem van Ewijk een bijzondere vraag naar aanleiding van het Oekraïnereferendum. Een referendum waardoor er eindelijk een debat over de inhoud en niet over ‘poppetjes’ werd gevoerd. Eindelijk een debat tussen mensen die het niet met elkaar eens zijn. Eindelijk een debat over concreet beleid, zo constateert Van Ewijk, alleen jammer dat het was over een verdrag dat al getekend was.

debat

Foto: dspace.library.uu.nl

Zo’n debat smaakt naar meer, want dat is: “waar een gezonde democratie op draait: het voortdurende debat”, zoals Van Ewijk terecht constateert.  Alleen: “Het is een ideaal natuurlijk, maar iets waar de Tweede Kamer al lang niet meer in uitblinkt”  Het debat wordt, aldus Van Ewijk, nu beheerst door het kleine groepje Nederlanders dat lid is van een politieke partij. En dan stelt hij de vraag: “Als burgers niet meer debatteren via politieke partijen, waarom houden we dan zo krampachtig vast aan die parlementaire democratie?” Op de vraag wat er dan voor in de plaats moet komen, geeft hij geen antwoord, maar daar gaat het nu niet om.

Een bijzondere vraag, omdat er een relatie wordt gelegd tussen het publieke debat, politieke partijen en het parlement. Eerst de relatie tussen het publieke debat en politieke partijen. Van Ewijk lijkt het publieke debat te beperken tot de het debat in de Tweede Kamer. Is dat niet heel erg beperkt? Die partijen zouden het debat moeten voeren en dat doen ze niet. Is het publieke debat niet het gesprek tussen burgers op straat, in kranten, via Facebook en Twitter, via sites als www.ballonnendoorprikker.nl? Zijn politieke partijen hierbij onmisbaar?

Dan de relatie tussen politieke partijen en de parlementaire democratie. Van Ewijk lijkt te suggereren dat partijen cruciaal zijn in een parlementaire democratie. De Grondwet kent geen politieke partijen. Die kent parlementsleden die: “stemmen zonder last (artikel 67 lid 3). Zij zijn vrij om naar eigen oordeel en goeddunken te stemmen. Zou een parlementaire democratie kunnen functioneren zonder politieke partijen? Gewoon 150 landgenoten die we kiezen en die ons representeren, of ze representatief kunnen uitloten naar de ideeën van David van Reybrouck?

En daarmee zijn we aanbeland bij de relatie tussen parlement en publiek debat.  Parlementsleden moeten het publieke debat volgen, vragen stellen en op basis van de argumenten voor en tegen en hun eigen opvattingen, een keuze maken. Een keuze die niet overeen hoeft te komen met de ideeën en wensen van de meerderheid. Want het publieke debat kan eeuwig doorgaan, op enig moment moet er echter worden besloten en daarvoor worden die 150 mensen gekozen. Zou onze parlementaire democratie zo kunnen werken?

De wens en de gedachte

Een wel heel bijzondere conclusie op basis van het Oekraïnereferendum werd getrokken door Gerry van der List in Elsevier. In zijn column De heilzame invloed van de volkswil onderschrijft hij dat referenda nadelen hebben, zeker in een vertegenwoordigende democratie als de Nederlandse. Van der List: “Het volk is in meerderheid nogal behoudend. Het heeft in elk geval een relatief scherp oog voor de nationale belangen.” Deze conclusie is om meerdere redenen bijzonder.

Het volkIllustratie:www.lambiek.net

Als eerste heeft bij dit referendum 32% van de stemgerechtigden de stem uitgebracht. Indien dit een representatieve steekproef was, dan zouden er wetenschappelijk verantwoorde uitspraken over het geheel gedaan kunnen worden. Het betreft echter geen steekproef. De opzet van het referendum is zodanig, dat het voor een tegen-stemmer duidelijk was wat doen. Een vóór-stemmer kon kiezen uit twee mogelijkheden: vóór stemmen of niet stemmen. Hoeveel van de niet-stemmers niet stemden, omdat ze tegen waren, is niet duidelijk en dat maakt dat er geen wetenschappelijk verantwoorde uitspraken over het geheel gedaan kunnen worden.

Ten tweede concludeert Van der List dat de meerderheid van het volk behoudend is. Waarop is deze conclusie gebaseerd? Dat kan niet op basis van de referendumuitslag. Waarom iemand stemt zoals hij stemt, is niet gevraagd en niet bekend. En iemand kan om progressieve of conservatieve reden zowel vóór als tegen stemmen.

Van der List concludeert dat het volk in meerderheid behoudend is. Misschien is dit zo of wellicht varieert die ‘behoudendheid’ per onderwerp? Misschien wil hij graag dat de meerderheid behoudend is, hard maakt hij het niet en op basis van de referendumuitslag kan dat ook niet.

De bijzonderheid neemt verder toe, als hij stelt dat die ‘behoudende meerderheid’ een ‘scherp oog’ heeft voor nationale belangen. Van der List doet het voorkomen alsof het nationaal belang een objectief vaststelbaar feit is, maar is dat wel het geval? Konden zowel voor- als tegenstanders niet met even veel recht en rede verdedigen dat hun positie ten opzicht van het associatieverdrag in het nationaal belang is?

Of is bij Van der List de wens, de vader van de gedachte? Wil hij zijn behoudende denkbeelden versterken door het volk achter zich te scharen en deze denkbeelden objectiveren door ze tot nationaal belang te bombarderen?

Werk aan de winkel

Kees Kraaijeveld concludeert in Vrij Nederland dat de staat van de Nederlandse economie sinds 2010 flink is verbeterd.“Economisch gezien ziet het basispad er best aantrekkelijk uit. Niets doen is politiek-economisch niet zo’n slechte optie.”  En voegt eraan toe dat: “Dat betekent dat Rutte puik werk heeft geleverd.” Alleen de zorg vraagt de komende jaren extra aandacht. De zorgkosten dreigen weer flink te stijgen, omdat de maatregelen van minister Schippers eindigen. Die zouden een vervolg moeten krijgen. De regeringspartijen zullen dit economische succes in de komende verkiezingscampagne claimen en uitventen. Of het economische ‘succes’ werkelijk het gevolg is van kabinetsbeleid is de vraag. Een belangrijkere vraag is of het beleid maatschappelijk een succes is?

Werk aan de winkelFoto: www.ad.nl

Waar hebben bijvoorbeeld de door Kraaijeveld bejubelde maatregelen van Schippers toe geleid, behalve een lagere groei van de zorgkosten? Wat merkt de patiënt ervan, behalve dat hij bijvoorbeeld meer zelf betaalt, omdat zijn eigen risico is gestegen en dat een afspraak bij de huisarts vaak langer op zich laat wachten? Als mensen hierdoor benodigde zorg mijden? Als ouderen geen ondersteuning meer krijgen vanwege de maatregelen die Schippers’ staatssecretaris Van Rijn heeft doorgevoerd?

De werkloosheid daalt, dat lijkt positief. Maar loont werken nog wel voor iedereen? Neemt het aantal werkende armen niet flink toe? Wat betekent het voor mensen als ze op een denigrerende (soms zelfs kleinerende en vernederende) manier worden behandeld als ze een uitkering aanvragen?

Wat betekent het voor mensen als ze van alle kanten onder druk worden gezet? Onder druk, omdat ze het liefst fulltime moeten werken en daarnaast voor hun kinderen, ouders en/of grootouders moeten zorgen, zich als vrijwilliger in moeten zetten op school of de sportclub en ook nog de openbare ruimte schoon, heel en veilig moeten houden?

Wat betekent het als een steeds kleiner deel van de mensen profiteert van die economische groei? Staat de economie of de mens centraal? Wat betekent het voor een student als zijn werkende leven begint met een flinke studieschuld?

Het huidige en voorgaande kabinetten hebben flink in de winkel gewerkt en hem van binnen aangepast aan de individualistische neoliberale formule van ‘ieder voor zich en de markt voor ons allen’. Zou een nieuw kabinet niet aan de winkel moeten werken? Aan een nieuwe, meer samenbindende formule? Aan ‘samen voor elkaar’?

Het kind en het badwater

Pegida, de beweging die zich keert tegen vluchtelingen, migranten en de islam, demonstreerde in Den Haag. Een demonstratie waarbij tientallen mensen zijn opgepakt. Zij werden door de politie aangehouden, omdat er een ordeverstoring dreigde. Volgens de berichtgeving bij de NOS ging het hierbij voornamelijk om tegendemonstranten.

Demonstratie Pegida tegen de huidige vluchtelingenstroom

Foto: nos.nl

Van Dale beschrijft de openbare orde als: ”de maatschappelijke rust en orde,” waarbij orde begrepen moet worden als “een regelmatige plaatsing of schikking van iets.” Verstoring van de openbare orde is dan iets wat de normale regelmatigheid verstoort en daarmee de maatschappelijke rust. Aangezien een demonstratie niet tot de ‘normale regelmatigheid’ behoort, is er bij een demonstratie dus al sprake van een verstoring van die openbare orde. Maar in onze democratie hebben we het recht om onze mening te uiten en dat kan ook in een demonstratie, maar dan moet je wel een vergunning hebben om te demonstreren.

Een demonstratie, of uiting van een mening door een grote groep, kan ertoe leiden dat de omstanders aanstoot nemen aan die mening en hun afkeer van die mening duidelijk laten horen. Dat moet kunnen in een gezonde democratie. Het wordt pas een probleem als het tot een handgemeen of erger een vechtpartij komt. Pas dan is de openbare orde in de klassieke zin, in het geding. Dan wordt het recht met geweld in eigen hand genomen en dat kan niet, omdat de overheid immers het geweldsmonopolie heeft. Dan moet de overheid optreden.

Gaat de overheid niet te ver als zij het laten horen van een tegengeluid bij een demonstratie ziet als een verstoring van de openbare orde? Belemmert de overheid daarmee niet het publieke debat? Zeker als “Agenten … een linkse activist die met Pegida-aanhangers in discussie ging,” arresteerden. Is het in gesprek gaan, of het voeren van een discussie een (dreigende) verstoring van openbare orde?

Wordt zo een gesprek, discussie of debat tussen mensen met verschillende opvattingen niet onmogelijk? En moet een sterke democratie het niet juist van een gesprek, die discussie of dat debat hebben? Gooit, de overheid door zo te handelen, het democratische kind niet met het badwater weg?

 

 

Dwalende dwaallichten

In Dagblad de Limburger van 8 april 2016, betoogt Henk Steenbekkers dat, zoals de titel van zijn bijdrage luidt, (de) islam (een) bron van terreur is. In zijn betoog haalt hij onder ander Palestijnse lesboekjes aan en sluit hij af met de zin: Het fundament, de islam, de geloofsbeleving, de navolging van Mohammed uitroeien, is onmogelijk. Het is moeilijk te bevatten dat de politieke elite, wereldwijd, geen acht slaat op de ervaringen van de mensheid. Historisch besef ontbreekt vaak.” Dergelijke redeneringen of beweringen zijn tegenwoordig gangbaar en we kennen zelfs politieke partijen die deze uitdragen.

dwaallichtIllustratie: plazilla.com

Als er dan toch wordt gesproken over historisch besef. Hoe kan het dat de islamitische wereld en cultuur eeuwenlang niet gewelddadiger was dan de christelijke? Sterker nog, veel minder gewelddadig. Hoe kan het dan dat de islamitische wereld in haar eerste eeuwen onderdak en bescherming bood aan joden en christenen die de christelijke wereld ontvluchtten, omdat ze werden vervolgd door de katholieke kerk? Hoe kan het dat in die islamitische cultuur het denken en de wetenschap bloeiden terwijl het in de christelijke wereld onmogelijk was vanwege de geloofsdwang?

Die islamitische wereld volgde dezelfde Mohammed en dat leverde heel andere resultaten op. Hoe kan dat als het radicale jihadisme ingebakken zit in de leer van Mohammed? Hoe kan het dan dat er ook nu miljoenen moslims zijn die de leer en het leven van Mohammed heel anders uitleggen? Interpreteren deze moslims en de vroegere islamieten de leer verkeerd of zien de radicale islam en de radicale jihadisten het verkeerd? Of is die leer niet zo duidelijk als wordt beweerd en kun je er meerdere kanten mee op? Net zoals trouwens de christelijke leer op verschillende manieren kan worden uitgelegd. Een uitleg die ook tot vele godsdienstoorlogen, waanzin en extremisme heeft geleid.

De inquisitie beriep zich op de katholieke leer en was zelfs ingesteld door de kerk zelf, maakt dat het katholicisme tot een gewelddadig, wrede leer? Dat terroristen zich, gesanctioneerd door een of meerdere geestelijken, beroepen op de islam, maakt dat de islam tot een ‘terroristische leer’? Of zijn de radicalen dwalende dwaallichten? Dwalende dwaallichten gebaseerd op generalisatie? Generalisatie waaraan ook Steenbekkers zich schuldig maakt.

Poen, poen, poen, poen …

‘Geld maakt niet gelukkig’, een bekend gezegde. Gelukkig niet, maar wel hebberig zou je eraan toe kunnen voegen. Die hebberigheid wordt door de uitgelekte ‘Panama-papers’ weer goed blootgelegd. Veel hebben is niets, veel houden is de kunst. Veel houden en vooral niet willen delen door belastingen te betalen. Die centen heb je immers verdiend. Verdiend door hard te werken, door je unieke talent in te zetten of gewoon door ‘kind van’ te zijn.

kaaimanIllustratie: www.catawiki.nl

Het klinkt zo logisch, Bill Gates vindt een stukje software uit en bouwt daarop eigenhandig met hard werken een enorm bedrijf. Je bent immers  Lionel Messi, de beste voetballer van de wereld; iedereen wil je zien en je vervoert velen met je spel. Het geld dat je verdient, komt je toe vanwege je talent en je werkt er hard voor. Bovendien moet je het als speler voor je vijfendertigste verdienen. Logisch toch, dus ze moeten niet zeuren.

Wat is hierbij je eigen verdienste, afgezien van hard werken? Je intellect of talent heb je bij je geboorte meegekregen, daar heb je niets voor hoeven te doen. Bovendien zijn er veel meer mensen met een goede bovenkamer of specifieke talenten. Velen daarvan doen heel nuttige zaken. Zaken die echter veel minder goed worden beloond. Neem docenten, die werken hard en vervullen een heel belangrijke rol, zonder hen was Gates niets geweest.

Wat zou er van Messi met al zijn voetbaltalent zijn geworden als voetbal niet bestond? Of als voetbal eenzelfde status zou hebben als handboogschieten? Dan zou hij op een houtje moeten bijten. Het is niet je eigen verdienste dat de samenleving jouw talent zo belangrijk vindt. Heb je niet geluk als dat toevallig zo is? Wat zouden al die belastingontwijkende bedrijven en individuen zijn, zonder de samenleving? Wie betaalt de opleiding van de medewerkers van die bedrijven? Wie zorgt er voor de infrastructuur? Voor orde en veiligheid?

Zonder het geheel zouden individuen als Gates, Zuckerberg, Messi of wie er dan verder nog in de ‘papers’ wordt genoemd, niets zijn geweest. Natuurlijk hebben ze er hard voor gewerkt, maar dat doet bijna iedereen. Veel mensen met een talent en passie voor iets, moeten op een houtje bijten of het als hobby zien. Zouden talenten die het geluk aan hun zijde hebben hier niet blij mee moeten zijn?

Sterker, want ze zijn waarschijnlijk blij, zouden zij niet dankbaar moeten zijn? Zouden zij die dankbaarheid niet moeten uiten door gewoon belasting te betalen in het land waar ze hun geld verdienen? Zou dat niet hun belangrijkste bijdrage aan de samenleving moeten zijn waaraan zij hun toevallige geluk te danken hebben?

 

Toeval is logisch

Op diverse social media komen vaker van die leuke raadsel voorbij. Sommen waarbij je een bepaalde logica moet ontdekken en als je die logica toepast, vind je het antwoord. De laatste die ik voorbij zag komen, wil ik met jullie delen.

som

Wat moet er nu op de plek van het vraagteken?

De eerste mogelijkheid. Je telt alle getallen voor = op. 1 + 4 = 5;  5 + 2 + 5 = 12 en dan is het antwoord 21 + 8 + 11 en dat is 40. Logisch toch. Een tweede mogelijkheid is, je verhoogt het tweede getal in de optelling met één en vermenigvuldigt het met het eerste getal. 1 x (4+1) = 5; 2 x (5 + 1 ) = 12 en dan is 8 x (11 + 1)= 96. Ook logisch. Ik ben benieuwd naar je eventuele andere logische logische uitkomsten en hun verklaringen.

Een minder gebruikelijke, maar net zo logisch, is 19 als antwoord. 8 + 11 = 19, dat hebben we vroeger allemaal op school geleerd. Maar hoe zit het dan met dit antwoord als je het relateert aan de andere drie sommen? Wel heel eenvoudig. De eerste som is goed beantwoord, de tweede en derde zijn fout beantwoord en jij wordt gevraagd, het antwoord op de vierde te geven. Laat je je hierbij leiden door de fouten die de maker(s) van de tweede en derde hebben gemaakt, dan kom je op 40 of 96. Antwoorden die je logisch kunt verklaren, de logica staat hierboven immers toegelicht.

Logica die tot verschillende antwoorden leidt, dat kan toch niet? Het kan, en niet alleen bij dergelijke raadsels. Zo wordt het laatste decennium zorg georganiseerd op de aanname dat zorg beter wordt als die nabijer wordt georganiseerd. Het vluchtelingenbeleid op de aanname dat opvang in  ‘de regio’ moet. De politie maakt gebruik van profielen. Profielen gebaseerd op dadergegevens uit het verleden. Zij nemen aan dat de boef van de toekomst op die uit het verleden lijkt. Bij De Correspondent beschrijft Sinan Çankaya hierover, en vooral over de minder goede uitkomsten van dit denken. Redeneringen die zijn gebaseerd op aannames die voetstoots worden aangenomen. Redenering die vaak onderdeel zijn van een visie op de wereld die heel logisch in elkaar zit. En het maakt voor de uitkomst van een redenering nogal wat uit wat die aanname is.

Neem je iets voetstoots aan en maak je dus gebruik van het denkwerk van anderen of denk je voor jezelf? Want wat is logisch? Of zoals wijlen Johan Cruijff het formuleerde: “Toeval is logisch.”

Paard achter de wagen

Als u dit leest, zit het eerste Nederlandse raadplegende referendum erop. De uitslag is bekend en het duiden ervan zal nog wel een tijd lang doorgaan. Na zo’n eerste keer zal er ook gekeken worden naar het instrument referendum in het algemeen en het raadplegende in het bijzonder.

AchterstevorenFoto: www.zeelandnet.nl

De eerste aanzetten hiervoor zijn er al. Op de site JOOP schrijft Theo Brand het volgende: “Nederlanders moeten leren dat een referendum een nuttige en corrigerende aanvulling kan zijn op onze parlementaire democratie. Dat vraagt om volwassenheid. Een referendum moet geen stok zijn om de regering of de elite mee te slaan, maar een nuttige en positieve aanvulling op hoe wij samen democratie organiseren.” En daarom pleit hij voor hogere drempels. Voor een inleidend verzoek moet 1% van de kiezers, 129.000, de handtekening plaatsen in plaats van 10.000 nu. Vervolgens  zouden er voor het definitieve verzoek nog 4% bij moeten komen, zodat in totaal ongeveer 645.000 kiesgerechtigden een handtekening moeten zetten, tegen 300.000 nu. Ook zou de opkomstdrempel naar 50% moeten.

Begint het evalueren en het nadenken over verbeteringen niet bij het stellen van de juiste vraag? Begint het niet bij het doel dat met het referendum wordt nagestreefd? Het wetsvoorstel bij de Referendumwet geeft het volgende doel: “Indieners zien in het correctief wetgevingsreferendum een geschikt middel om de invloed van de kiezers op het beleid te vergroten.” Dit is het doel dat de wetgever beoogt. Het middel raadgevend referendum is het antwoord op deze vraag. Waarom is dit middel het juiste antwoord? Die vraag wordt in het voorstel niet beantwoord.

Invloed geven aan kiezers kan op vele manieren. Het raadplegend referendum doet dit, door de kiezer de mogelijkheid te geven helemaal aan het einde van het beleidsproces de mogelijkheid te geven een voorstel tegen te houden. In het geval van het ‘Oekrainereferendum’ is er eerst met 29 landen onderhandeld en is een akkoord bereikt en dan wordt de kiezer erbij betrokken. Zou het niet veel efficiënter zijn om de kiezer er vanaf het begin bij te betrekken? Dat zou een referendum aan het einde overbodig maken, omdat iedereen de mogelijkheid heeft om mee te denken en mee te ontwerpen. Natuurlijk krijgt ook dan niet iedereen zijn zin.

Als invloed het doel is, spant het raadplegend referendum het paard dan achter de wagen? Zouden we het paard niet beter voor de wagen spannen?

De koning van Roermond

Aan een verouderde wet hoef je je niet te houden. Dat is, zo valt in de Volkskrant te lezen, in het kort wat voormalig Roermonds wethouder Jos van Rey ter verdediging betoogde op de eerste dag van het strafproces tegen hem. Van Rey “Er vindt geen politieke benoeming plaats zonder overleg binnen de partijlijn. Dat is ingeburgerd in Nederland. We doen alsof hier hel en verdoemenis is uitgebroken, maar zo gaat het met alle benoemingen. De gemeentewet is verouderd.” Hij bekend hiermee al vast schuld aan hetgeen hem ten laste wordt gelegd.

Van ReyIllustratie: www.yoopdeloop.com

De redenatie van Van Rey volgend, zijn er twee soorten wetten: verouderde waar je je niet aan hoeft te houden en niet verouderde waar je je wel aan moet houden. Wanneer is een wet verouderd? Welke criteria worden hierbij gehanteerd? Wie bepaalt die criteria en dus welke wetten er verouderd zijn?

Van Rey noemt één criterium voor ‘verouderheid’ van een wet. Als iets bij wet verboden is en toch gangbaar is in een sector, als ongeveer ‘iedereen’ het doet, dan duidt dat op verouderde wetgeving. Zou Holleeder dit argument ook kunnen gebruiken? Zo van: ‘in mijn wereld is een moord, afpersing en bedreiging ingeburgerd, ongeveer iedereen doet het.’ Of een bouwbedrijf ‘in de bouwwereld is een steekpenninkje of een snoepreisje om iemand om te kopen heel ingeburgerd. De wet is verouderd.’ Of en hardrijder ‘in de wereld van ons asfaltracers is 150 kilometer per uur een slakkengangetje.’ Wellicht kan de liborverantwoordelijke Rabobankier er ook nog wat aan hebben: ‘in onze sector is het heel gebruikelijk dat we gezamenlijk bepalen hoe hoog die rente is.’  Holleeder, de bouwers, de asfaltpiraten en de Rabo-bankier zouden worden weggehoond met politici en bestuurders voorop.

Voor aanvang van het proces gaf Van Rey aan te vrezen geen eerlijk proces te krijgen. Mocht hij worden veroordeeld, welke wetten zouden dan nog meer verouderd zijn? Van iemand die jarenlang wethouder is geweest zou je mogen verwachten dat hij ervan op de hoogte is dat er maar één soort wet is, een geldende wet en daaraan moet iedereen zich houden.  Gelukkig bekent hij met deze woorden al vast schuld aan hetgeen hem ten laste wordt gelegd.

Als de wet tegen je is, discussier dan over de feiten. Als de feiten tegen je zijn, discussieer dan over de wetten. Als alles tegen je is, scheldt dan de advocaat van de tegenpartij uit,”  Van Rey lijkt  dit advies van de Amerikaan William Badgarden te volgen. Zou een houding zoals die van Van Rey een belangrijke oorzaak kunnen zijn van het gebrek aan vertrouwen in politiek en bestuur?

 

Verlichte islam

Vele politici en commentatoren zien de radicale islam als een islamitisch probleem. Het zou eigen zijn aan de islamitische leer. De Verlichting die het westen heeft gekend is, volgens deze politici en commentatoren, aan de islam voorbijgegaan en die leeft daarom nog in de Middeleeuwen. Zij zien een grote afstand tussen de islamitische en de westerse wereld.

 John Gray

Had het westen de Renaissance niet mede te danken aan de islamitische gebieden? Vervolgde christenen en joden vonden in het Moorse Spanje onder islamitische heerschappij een veilig heenkomen. Een heenkomen waar zij bovendien in aanraking kwamen met de werken van de oude Grieken en de erop voortbordurende Arabische wetenschappers. Zo heeft onder andere het denken en werk van de islamitische jurist, arts en filosoof Abū ‘l-Walīd Muḥammad ibn Aḥmad ibn Rushd, bij ons bekend onder de Latijnse naam Averroes, de christenlijk en westerse filosofie diepgaand beïnvloed. En kwam het in contact met het denken dan de klassieke Grieken Aristoteles en Plato.

De filosoof John Gray ziet nog een andere verbinding. In zijn boek Zwarte mis bespreekt Gray Sayyid Qutb. Volgens Gray is de radicale islam een ‘kind’ van het moderne denken, net zoals het communisme, het fascisme en het anarchisme. Gray komt tot de conclusie dat de radicale islam moderne kenmerken vermengt met oude: “De radicale islam is een moderne revolutionaire ideologie, maar ook een millennialistische beweging met islamitische wortels.”

Het millennialisme bestaat eruit dat de islam, net als trouwens het christendom, het geloof in het einde der tijden en de komst van het rijk van God/Allah centraal staat. Wie goed kijkt, of het wil zien, ziet altijd wel ‘signalen’ dat nu echt dé tijd is dat het gaat gebeuren. Of, en dat zien we ook bij IS, er worden daden verricht die als signalen in die richting worden verkocht.

Gray ziet veel invloeden van de moderne westerse revolutionaire ideologie in Qutbs denken. Gray: “Qutbs idee van een revolutionaire voorhoede die zich volledig zou wijden aan de omverwerping van corrupte islamitische regiemes en het stichten van een samenleving zonder formele machtsstructuren, ontleent niets aan de islamitische theologie en zeer veel aan Lenin. Qutbs beeld van revolutionair geweld als een zuiverende kracht heeft meer gemeen met de denkbeelden van de jakobijnen …” 

Zou Gray een punt hebben? Is de verlichting dan wel aan de islam voorbij gegaan of de radicale islam ook een kind van de Verlichting? Hoe ver staat de radicale islam werkelijk af van het westen?