Een pleidooi voor agonisme?

Deze week keek ik naar het polsstokhoogspringen bij de Olympische Spelen. De Franse favoriet Renaud Lavillenie werd uitgejouwd door het Franse publiek. Hij was immers de enige die nog in de strijd was tegen de Braziliaanse troef en latere winnaar Thiago Braz da Silva. Lavillenie’s concentratie voor de sprong werd ruw verstoord door massaal gefluit en boegeroep van grotendeels Braziliaanse publiek. Het uitjouwen van de tegenstander is bij voetbal heel gewoon, bij atletiek niet.

 

Achterhuis

Iets later las ik het boek Met alle geweld van Hans Achterhuis uit. Een passage bleef daarbij hangen en ik moest aan Lavillenie denken: “Wanneer wij een bepaald doel nastreven dat we als overlevingsmachines aan anderen betwisten, dan verklaren we dit doel tot moreel goed waardoor wij de anderen niet simpelweg opzijschuiven maar hen als laag en minderwaardig verketterenen vervolgen: wij vechten voor idealen. Als we in de strijd om erkenning de ander miskennen en vernederen, doen we er nog en schepje bovenopdoor vanuit morele superioriteit te verkondigen dat die ander niet beter verdient. En wanneer we, tot slot, een zondebok kiezen om ons op af te reageren, is het niet voldoende dat deze zwalk is: hij moet moreel slecht zijn.” De brazilianen wilden goud voor hun man en ‘verketterden’ de Fransman.

Uitjouwen komt ook in de politiek voor en daarom bleef de passage extra hangen. Hier worden in het kort de Amerikaanse presidentsverkiezingen beschreven. Ook in het Nederlandse politieke en publieke debat is het door Achterhuis beschreven mechanisme zichtbaar. Vooral op de digitale media wordt er lustig op los verketterd. De toon en beledigingen over en weer zijn van dien aard dat elkaar met wapens te lijf gaan nog maar een kleine stap lijkt.

Partijen die door een verschil van mening eigen werelden creëren. Werelden die vooral bestaan uit het zwelgen in het moreel superieure eigen gelijk aan de ene kant en de verkettering van andersdenkenden aan de andere kant. Ze leven in verschillende werelden. De andere kant wordt bijna als een monster weggezet, als niet menselijk. En als die tegenstander eenmaal niet menselijk is, waarom zouden de mensenrechten dan nog van toepassing zijn?

In de werkelijkheid is er maar één wereld. Eén wereld waar mensen conflicten met elkaar hebben. Achterhuis citeert de Belgische politiek filosofe Chantal Muffé, zij ziet de oplossing in agonisme: “Dit betekent dat ze, hoewel ze met elkaar in conflict verkeren, elkaar zien als behorend tot dezelfde politieke gemeenschap, als deelhebbend aan een gemeenschappelijke symbolische ruimte waarbinnen het conflict plaatsvindt. We zouden kunnen zeggen dat het de taak van de democratie is om het antagonisme in agonisme te transformeren.” 

Een pleidooi voor agonisme?

Iets extra’s voor Bill

Verdere commercialisering van de de zorg, dat wordt een van de punten in de campagne voor de verkiezingen van 15 maart 2017.  Commercialisering die bestaat uit het aantrekken van particulier geld (van grote investeerders en beleggers), die hiervoor rendement ontvangen. Ik schreef er al eerder over. Raoul du Pré pleit in het commentaar in de Volkskrant voor ruimte om: “te onderzoeken of er nieuwe geldstromen kunnen worden aangeboord. Mits het onder strenge voorwaarden gebeurt en de toegang tot zorg voor iedereen gegarandeerd blijft, is er immers geen reden te denken dat er meteen grote ongelukken zullen gebeuren.”

marktwerking-in-de-zorgIllustratie: alkemajanet.wordpress.com

Volgens Du Pré heeft het huidige stelsel met meer marktwerking veel goeds gebracht: “De wachtlijsten zijn nagenoeg verdwenen. Er wordt veel beter op de kosten gelet. Het inkomensverschil tussen artsen en hun gemiddelde patiënt is gehalveerd (…). Het premiestelsel is nivellerender dan in de tijd van het oude ziekenfonds. En de kwaliteit van de zorg scoort onverminderd hoog op de internationale ranglijsten.”  Verdere marktwerking zou in ieder geval onderzocht moeten worden.

Een helder betoog. Maar toch, zijn die resultaten het gevolg van marktwerking of zouden ze ook te bereiken zijn in een zorgsysteem waar de markt geen rol speelt? Waarom zou een ziekenfonds niet zonder wachtlijsten kunnen werken? Waarom zou een ziekenfonds niet op de kosten kunnen letten? Of tot vermindering van inkomensverschillen of een nivellerender premiestelsel kunnen leiden?

En inderdaad, als Bill Gates het geld levert om een ziekenhuis te bouwen, dan hoeft dat niet uit de staatskas. Een voordeel voor de samenleving, dus doen. Maar is er wel sprake van een voordeel voor de samenleving? Gates zal rendement willen op zijn investering. Rendement dat de door hem gemaakte kosten vergoed plus wat extra’s waar hij van kan leven. Wie moet die kosten plus dat extra’s van Bill betalen? Dat zal de patiënt zijn en dus de betaler van verzekeringspremies. Zou die hierdoor goedkoper uitzijn?  Hij of zij moet dezelfde kosten als voorheen betalen plus het extra’s van Bill, dus iets meer.

Zo gaat de bijdrage van de overheid in de gezondheidszorg omlaag en dat is mooi voor de minister van Financiën. De kosten voor de samenleving, gaan omhoog en de vraag is of dat willen?

De jaren zestig revisited

Tot 31 augustus mogen personen die ‘niet correct gekleed, met respect voor moreel gedrag en secularisme, hygiëne en veiligheid’ de stranden niet op.” Een uitspraak van een Franse burgemeester zo lijkt uit een artikel bij Elsevier. Als we het woord ‘secularisme’ weglaten, zou het zo een uitspraak kunnen zijn van een burgemeester uit de jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw of nog eerder.

BadmodeIllustratie: www.zwemkleding.nl

Een tijd dat mensen steeds schaarser gekleed genoten van zon, zee en strand. De tijd toen de bikini haar intrede deed en nog wat later het topless of zelfs naakt zonaanbidden. Bloot was immers aanstootgevend, niet hygienisch en zou de veiligheid van de persoon in kwestie of van anderen op het strand kunnen schaden. Een aantasting van de morele waarden.

Het is echter een uitspraak van een Franse burgemeester in 2016. Hij gebruikt dezelfde argumenten om bedekt zonaanbidden en zwemmen in een boerkini te verbieden. Als bedekt nu niet hygienisch, veilig en moreel correct is, betekent dan dat bloot het wel is?

Of zit de crux juist in dat ene extra woord secularisme? Maar als het seculiere karakter van openbare stranden in het geding is, worden dan ook kettinkjes met kruizen verboden? Zwemmen met een keppeltje? In het openbaar op het strand bidden voor een maaltijd? Het luiden van de aanpalende kerkklok? Wordt dan ook de zonderling die het woord van de Heer verkondigt, de toegang tot het strand ontzegt? Mogen de oude (of jonge) nonnetjes in hun habijt dan ook niet meer over het strand lopen? Erg lastig wordt het dan met getatoeeerde religieuze symbolen, zouden die dan juist wel bedekt moeten worden? Dit zijn immers ook allemaal daden die ‘het seculiere karakter, van de openbare ruimte aantasten. Als secularisme de crux is en het beperkt zich tot de boerkini, is er dan niet sprake van ongelijke behandeling?

Nu zou ik niemand willen adviseren om in een boerkini te gaan zwemmen, sterker nog, ik zou niemand willen adviseren hoe hij zich moet kleden. Behalve als die persoon het me direct vraagt. En zou een overheid dat al helemaal niet moeten doen? Zijn we vergeten dat het verzet van de burgemeesters uit de vorige eeuw tegen de bikini vergeefs was? Dat het juist sterker verzet opriep? Net zoals het verzet tegen lange haren, juist meer langharigen opleverde?

Zou het met moslims niet hetzelfde zijn? Dat hun geloof zo hun identeit wordt in plaats van een onderdeel van hun identiteit?

Curvy en hörny

Al vaker schreef ik over de kracht van taal. Taal die mensen kan in- of buitensluiten. Woorden waarmee de gebruikers (of de uitvinders) ervan een positieve draai willen geven aan iets wat eigenlijk als minder niet zo positief wordt gezien. Zo schreef ik over het woord ‘participatiesamenleving’ en integratie en inburgering het gebruik van de woorden autochtoon en allochtoon. Vandaag een luchtigere variant van verhullend taalgebruik.

CurvyFoto: www.vrouwblog.nl

Alhoewel luchtiger? Is het juist minder luchtig zijn niet het probleem van wat de, in de financiële problemen verkerende modeketen, MS Mode ‘curvy vrouwen’ noemt? Toch vreemd dat die keten in de problemen zit, terwijl de eigenaar een half jaar geleden de failliete boedel van V&D over wilde nemen, maar daar gaat het nu niet om.

Nu kenmerkt het menselijk lichaam in het algemeen en het vrouwelijke iets meer dan het mannelijke, zich door rondingen en welvingen. De ene vrouw heeft wat grotere dan de andere, ze is wat gevulder, maar ze hebben ze allemaal. ‘Curvy’, het klinkt exotiser en vriendelijker dan ‘gezet’, ’fors’, of het eerder gebruikte bijvoeglijk naamwoord ‘voller’. Bovendien is het korter dan ‘vrouwen met een grote kledingmaat’. Over het gebruik van het woord ‘dik’ zullen we maar zwijgen.

‘Curvy,’ een creatieve vervorming van het Engelse woord ‘curve’ dat: “1. gebogen lijn, kromme, curve, boog 2. bocht (in weg) 3. ronding, welving (van vrouw),” betekent. In dit geval de derde betekenis, dus een vrouw met rondingen en welvingen.

Als ‘curvy vrouw’ staat voor de wat forsere, wat gezettere, vollere vrouw, hoe moeten we dan de slankere vrouw noemen? Niet gewelfd maar hoekig, of in goed Nederengels ‘Angly vrouw’? Of wellicht moeten we naar het Zweeds kijken, een hoek is een hörn en dat maakt het de ‘hörny vrouw’. Of gaat dat de marketingmensen te ver?

Vrouwen slimmer door de stad

Het nieuwe studiejaar staat op het punt van beginnen. Dat is voor Maaike Homan van Trouw een goede aanleiding voor een artikel. Zeker als onderzoekers concluderen dat het voor vrouwelijke studenten slim is om voor hun studie naar de grote stad te trekken. “Wat blijkt: de trek van vrouwen naar de stad heeft tal van voordelen. Zo heeft de helft van de 40-45-jarigen die buiten de grote steden is geboren en als midden- of eindtwintiger in de Randstad woonde een hbo-opleiding of universitaire opleiding, tegenover 10 procent van de vrouwen die op die leeftijd niet in de grote stad woonde. En ze verdienen meer als ze in de Randstad blijven. Het gaat om 640 euro maandelijks.”

StudentesFoto: www.volkskrant.nl

De onderzoekers in kwestie zijn Jan Latten en Marjolein Das van de Universiteit van Amsterdam en het Centraal Bureau voor Statistiek. Zij hebben de levensloop van 300.000 vrouwen die in de jaren zeventig werden geboren in kleinere steden en dorpen bekeken.

Is het resultaat wel zo opmerkelijk? Universiteiten en hbo-instellingen zijn veelal gevestigd in een grote stad. Hebben de vrouwen (net als de mannen) wel een keus? Ja, ze kunnen op en neer reizen vanuit hun ‘kleine dorp’. Velen zullen toch kiezen voor een kamer en naar de stad trekken omdat de reistijd te belastend is. Mbo-instellingen worden veel verspreider over het land aangeboden, dus ook in kleine steden of grote dorpen. Daarvoor hoef je niet zo ver te reizen en is op kamers gaan wonen vaak niet de meest praktische oplossing. Zij blijven dan ook veel vaker in hun ‘kleine dorp’ wonen.

Als we dit in ogenschouw nemen, is de uitkomst van de onderzoekers dan zo vreemd? Grote steden met een universiteit kennen immers onevenredig een grote groep mensen in de ‘studentleeftijd’. ‘Studenten’ die na hun dertigste met hun gezin betaalbaar willen wonen en dan de stad weer verlaten. Is het vreemd dat de helft van de vrouwen die buiten de grote steden is geboren en gedurende hun twintigerjaren in een grote stad woonden, een hbo- of universitaire opleiding heeft gevolgd? Je gaat immers zoeken bij een groep die voor een groot deel een hbo- of een universitaire opleiding heeft gevolgd, want die trekken voor een studie naar de stad. Terwijl je bij de groep die in die leeftijd niet in de grote stad woonde, vooral gaat zoeken bij mbo-ers. Dat zouden statistici toch moeten weten.

Het is niet de grote stad die dat verschil verklaart, het is de universiteit of hbo-instelling in die stad.

De utopie van de vrijhandel

Op de opinie-site Jalta houdt Joshua Livestro in zijn artikel Leve de globalisering een pleidooi voor de zegeningen van vrijhandel en globalisering. In een met grafieken gelardeerd betoog concludeert hij, dat internationale vrijhandel de hoeksteen moet blijven vormen van het denken over economie en intenationale aangelegenheden. Zijn betoog steunt op drie, zoals hij het noemt, kernfeiten: “1. het aantal allerarmsten is in dertig jaar tijd met meer dan een miljard mensen afgenomen; 2. de levensverwachting voor mensen geboren in landen die we vijftig jaar geleden nog ‘ontwikkelingslanden’ noemden is nadrukkelijk gestegen; en 3. in voormalige ontwikkelingslanden als China en India is een middenklasse ontstaan van vele honderden miljoenen mensen.” Die feiten staan niet ter discussie, wel het causale verband dat Livestro legt met de vrijhandel.

causaalIllustratie: eurolactatie.net

Als eerste vrijhandel en absolute armoede. Livestro noemt China en India als voorbeelden van landen waar de absolute armoede snel daalde. Inderdaad hebben China en India hun economieën geopend voor de wereld. Geopend maar niet voor vrijhandel. In beide landen zijn vele beperkende maatregelen van kracht. Maatregelen die de economie moeten beschermen. Maatregelen die de Chinese en Indiaase bedrijven beschermen. Zonder die maatregelen zouden de bedrijven in beide landen zijn weggevaagd door westerse bedrijven met funeste gevolgen voor de werkgelegenheid en de armoedebestrijding. Juist beschermde handel levert welvaart op. Zou het toevallig zijn dat de westerse economieën de grootste groei kenden juist in een periode (van 1945 tot ongeveer 1975) van gereguleerde wereldhandel?

Dan de stijgende levensverwachting, hygiene en schoon drinkwater spelen hier een belangrijke rol gevolgd door het terugdringen van kindersterfte. Is dit een gevolg van de wetenschappelijke ontwikkeling of van vrijhandel? Handel levert geen vaccins of medicijnen op, handel verdeelt ze slechts en soms ook nog eens slecht, omdat de uitvinder ervan de prijs zo hoog maakt dat ze voor de armen niet te betalen zijn.

Als laatste, de groeiende middenklasse. Ongereguleerde vrijhandel zorgt voor enkele zeer rijken en zeer veel armen. Iets wat we in Rusland zien en ook in toenemende mate in de Verenigde Staten waar juist de door Livestro bewierookte middenklasse, wordt uitgehold. Gereguleerde handel geeft de overheid een sterke positie. Een positie waardoor die overheid de welvaart eerlijker kan verdelen en waardoor juist die middenklasse kan ontstaan. Waardoor zij voor sociale rust kan zorgen.

Livestro moet met betere argumenten komen om zijn causale verband aan te tonen.

Het talent van Sanne en Fatima

Op de arbeidsmarkt wordt gediscrimineerd. Dit valt te lezen in de Volkskrant in een artikel waar het anoniem solliciteren wordt besproken. Dat zou een middel kunnen zijn om die discriminatie terug te dringen. Als je niet weet van wie een brief is, kun je immers ook niet selecteren op naam. Alleen volgt na de brief meestal een gesprek en dan helpt het anoniem solliciteren niet meer.

Dunya en DesieFoto: www.deskepsis.nl

“Sanne krijgt sneller een baan dan Fatima ook al hebben beiden een gelijkwaardig cv. Hetzelfde geldt voor Jan en Ali. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat sollicitanten met een Nederlandse naam sneller worden aangenomen dan iemand van Marokkaanse of bijvoorbeeld Hindoestaanse afkomst. Dat is niet eerlijk en bovendien gaat er zo een hoop talent verloren.” Aldus Jurriaan Nolles, de auteur van het artikel en dat gaat: “een bedreiging vormen voor de economie. Een land laat veel talent liggen en op den duur schaadt dat de arbeidsproductiviteit.” Het is inderdaad niet eerlijk, mensen met dezelfde kwaliteiten, kwalificaties en talenten zouden evenveel kans moeten maken op een baan.

Maar gaat er talent verloren als Sanne de baan krijgt en Fatima niet? Als beide dames evenveel talenten hebben dan maakt het voor het verloren gaan van talent toch niet uit wie de baan krijgt? Waarom schaadt het laten liggen van de talenten van Fatima de economie en de arbeidsproductiviteit? Als er zo talent verloren gaat, is dat dan niet omdat er minder van dat talent wordt gevraagd dan dat er nodig is? Omdat er een overschot aan dat talent is?

Als er een overschot aan talent is, zijn er dan niet andere maatregelen nodig om het verlies aan talent en de schade aan de arbeidsproductiviteit en de economie te voorkomen? Bijvoorbeeld minder van dat talent opleiden of meer werk creëren voor dat talent? Of, als er een structureel overschot is aan talent, wellicht het eerlijker verdelen van het beschikbare werk over het aanbod aan talent?

Kuifje naar de Maan

Voor het eerst mag een commercieel bedrijf naar de Maan vliegen. “De Amerikaanse luchtvaartautoriteiten maakten de goedkeuring woensdag bekend, na overleg met onder andere het Witte Huis en ruimtevaartorganisatie NASA. Aan boord van de maanlander zijn apparaten voor wetenschappelijke onderzoeken, maar ook de as van enkele gecremeerde mensen.” Zo valt in de Volkskrant te lezen. Het bedrijf Moon Express is de gelukkige: “We mogen nu als ontdekkingsreizigers naar het achtste werelddeel zeilen, op zoek naar nieuwe kennis en grondstoffen voor het welzijn van alle mensen.”

Kuifje naar de maan

Illustratie: www.stripspeciaalzaak.be

Dat klinkt allemaal mooi en uitdagend en sluit aan bij het positieve beeld dat ‘ontdekkingsreizigers’ in het geheugen van veel mensen hebben. Het zijn avonturiers die zoeken naar nieuwe zaken. Door het woord ‘zeilen’ te gebruiken, lijkt het bedrijf aan te haken bij die traditie. Maar toch.

Van wie is de Maan eigenlijk? Het bedrijf zegt te werken voor ‘het welzijn van alle mensen’. Ook dat klinkt mooi of is dat welzijn toch beperkt tot de aandeelhouders van het bedrijf? Die gedachte suggereert dat ook de aarde er voor het welzijn van de mens is. Hoe zit het met het welzijn van de andere bewoners van deze planeet? Hoe zit het met de rechten van het ‘mannetje op de maan’? Dat is er niet, maar wat als er op een volgende reisdoel wel leven is? Welk rechten heeft dat leven dan? Kan dat leven dan ook een claim op de aarde leggen? De ervaringen met de Aarde leren dat de mens andere levensvormen vooral als ‘hulpmiddel’ ziet en niet als wezens op zich.

Dit is allemaal nog ver van ons bed. Wat dichter bij dat bed. Zijn de Amerikaanse luchtvaartautoriteiten, het Witte Huis en de NASA bevoegd om hier goedkeuring aan te verlenen? Ja, ze zijn bevoegd voor wat betreft het Amerikaanse luchtruim, maar ook voor dat van de Maan? En als ze die bevoegdheid hebben, van wie hebben ze die dan gekregen en waar is die op gebaseerd? Stel het commerciële bedrijf vindt waardevolle grondstoffen, van wie zijn die dan?

Zou Kuifje zich die vragen ook hebben gesteld toen hij naar de Maan vloog?

Pokémon Go

De rage van deze zomer. Nee, niet Turkije en Erdogan bashen, maar Pokémon Go. Met je ‘slimme-telefoon’ (wat is er trouwens slim aan dat ding?) de wereld rondstruinen op zoek naar, ja naar wat eigenlijk? Naar Pokémons, figuurtjes die het spelletje in het beeld van de omgeving plakt en die je moet vangen. Een grote rage, jong en oud rent door de stad als een kudde gnoes van de ene ‘Pokémon’ plek naar de andere. Het spel integreert het virtuele (de Pokémon) in het reële (de fysieke wereld). Het past de werkelijkheid aan.

psv-mFoto: indianexpress.com

Bij De Correspondent speelt Vera Mulder ook  Pokémon Go en schreef er een heel stuk over. Haar conclusie: “niks gezelliger dan de hele dag (en nacht) naar je telefoon staren.” Het spelletje is sociaal, je komt mensen tegen die ergens om dezelfde reden zijn en je maakt een praatje. Mulder: “nooit eerder ontmoette ik zoveel nieuwe mensen in eigen stad. De reden om elkaar op te zoeken is er al, de rest gebeurt vanzelf.” Het spelletje zorgt ervoor dat je beweegt. Vooral gamende jeugd komt er massaal voor uit de luie game-stoel. Voor sommige autisten zou het uitkomst bieden. Ja, er fiets wel eens iemand tegen een lantaarnpaal of er loopt wel eens iemand tegen een muur omdat ze te druk zijn met het scherm. En er is al sprake van Pokémonterreur. Bovendien is het een ‘verslavend’ spelletje.

De App is gratis, maar er kunnen ‘features’ worden gekocht. Ook bedrijven spelen er al op in en proberen zo mensen naar hun winkel te lokken en er zo een graantje van mee te pikken.

Lijkt dit niet op het omgekeerde muntjes gooien waarover dit jaar ophef ontstond? Voetbalsupporters die muntjes gooiden en zwervers die achter muntjes aanjoegen? Hierover werd schande gesproken. Omgekeerd omdat de zwervers, na deze vernederende vertoning, tenminste nog de muntjes kregen. Bij Pokémon Go rollen de muntjes de andere kant op.

Vrouwelijk orgasme en evolutie

Iedere dag een stukje schrijven. Dat heb ik me voorgenomen en dat lukt tot nog toe heel aardig. Iedere dag gebeurt er wel iets of schrijft er iemand iets waar ik vragen bij kan stellen. Soms ‘regent’ het zelfs onderwerpen en moet ik een keuze maken. Dat zijn de mooie dagen voor een columnist, dan heb je het voor het uitkiezen. Of je schrijft er meer tegelijk en dat komt wel eens goed uit, want er zijn dagen dat andere zaken om tijd vragen. Soms ook zit een onderwerp al in het hoofd en is het wachten op een aanleiding om erover te beginnen.

orgasmeFoto: www.welingelichtekringen.nl

Vandaag is een dag van een ander soort, een gebrek aan onderwerpen of goede aanleidingen om iets ter discussie te stellen. Waar schrijf je dan over? Dan ontbreekt een doel. Over doel gesproken. Een groep wetenschappers heeft gezocht naar het doel van het vrouwelijke orgasme, zo lees ik in de Volkskrant. Want, zoals biologieprofessor Elisabeth Lloyd in het artikel zegt: “Het lijkt allemaal vrij doelloos – behalve voor het plezier, natuurlijk. Dat betekent niet dat het niet belangrijk is, maar gewoon dat het geen evolutionair doel heeft.”

Lloyd reageert op een onderzoek dat is gedaan naar de oorsprong van dat ‘evolutionair nutteloze’ orgasme van vrouwen. Het voorlopige antwoord: “het vrouwelijk orgasme bij mensen komt voort uit het mechanisme waarbij de eitjes pas vrijkomen tijdens de seks. Dat mechanisme werd overbodig toen de spontane ovulatie intrad.” Voorlopig omdat: “het onderzoek houdt geen rekening met de neurologische en musculaire aspecten van het orgasme,” bovendien is er: “weinig bekend over vrouwelijke orgasmes bij andere soorten.” Het had vroeger dus wellicht wel evolutionair nut, nu niet meer en: “Dat zou ook verklaren waarom veel vrouwen geen orgasme krijgen tijdens de seks: het is niet nodig.”

Het had dus vroeger waarschijnlijk nut, maar dat nut ontbreekt nu. Of zouden de onderzoekers verkeerd om zoeken? Verkeerd om omdat ze het nut in het verleden zoeken. Wellicht zit er een groot plan achter de evolutie en ligt het nut van het vrouwelijke orgasme in de toekomst?

Gelukkig is er meer dan biologie en evolutie. Voor de vrouw en de kwaliteit van de sex is het toch wel een belangrijk iets. En misschien is dat wel het doel en nut van het vrouwelijk orgasme.