De paradox van de miljardairsfilantropie

Stel je wilt filantroop worden. Waaraan kun je dan het beste je geld uitgeven? Die vraag heb ik enige tijd geleden besproken, aan de hand van het boek Doing Good Better van William Macaskill. Ik moest hieraan denken toen ik het pleidooi van Maite Vermeulen bij de Correspondent las, of eigenlijk beluisterde. Vermeulen komt namelijk met een ‘goed doel’ dat volledig buiten de de scope van Macaskill, maar ook van de filantropische miljardairs als Zuckerberg en Gates ligt.

Maite VermeulenFoto: twitter.com

Vermeulen pleit, op basis van gesprekken met slumbewoners, voor bureaucratie. Ze pleit voor een goed werkend kadaster dat eigendommen registreert, een goed werkende belastingdienst die ervoor zorgt dat de verschuldigde belasting wordt geïnd, voor bouw en woningtoezicht dat ervoor zorgt dat er degelijk en veilig wordt gebouwd. Ze zou ook nog de arbeidsinspectie, gezondheidsinspectie, een goed openbaar ministerie, betrouwbare politie en goede rechtspraak kunnen noemen. Eigenlijk voor al die zaken die wij zo gewoon vinden en waarvan we soms ‘hinder’ ondervinden. Allemaal zaken die we kunnen vatten onder het Engelse begrip Rule of Law, de heerschappij van de wet. Een begrip dat inhoudt dat iedereen voor de wet gelijk is en ook als zodanig behandeld wordt.

Even terug naar die filantropische miljardairs. Eentje ervan, Bill Gates, was enkele weken geleden in Nederland op bezoek. In een interview met de Volkskrant vertelde hij dat hij zich richt op de armsten van de wereld. En een van de manieren waarop hij dat doet, is onderzoek naar bijvoorbeeld schone energie. Gates: “We hebben twintig landen zover gekregen dat zij hun onderzoeksbudget hebben verdubbeld. Natuurlijk steunen we start-ups overal ter wereld die een doorbraak op het gebied van schone energie weten te forceren. Maar als we moeten kiezen, zullen we eerder investeren in landen waarvan de overheid heeft meegedaan aan de budgetverdubbeling.”

Stel Maite Vermeulen begint een project gericht op de opbouw van Rule of Law en ze klopt bij Gates aan voor financiële ondersteuning. Zou Gates, of een van die andere miljardairs, dit financieren? Zouden zij de opbouw van belastingdiensten, kadasters, rechtbanken, arbeidsinspecties, bouwtoezicht en dergelijke steunen? Wetende dat juist hun bedrijven profiteren van het ontbreken hiervan. Wetende dat juist hun bedrijven in de VS en Europa lobbyen voor het behoud van allerlei schimmige belastingconstructies en tegen overheidsbemoeienis.

Een paradox voor de miljardairsfilantropie: help je mensen en landen ook als dat ten koste gaat van het eigen- of bedrijfsbelang?

Jiujitsu-ende IS terrorist

Hoe de situatie in Syrië op te lossen? Een goede vraag waarop geen snel en kort antwoord mogelijk is. Er zijn zoveel partijen en landen bij betrokken met allemaal een eigen inzet en eigen belangen. En sinds kort is Nederland er ook bij betrokken. Nederland is erbij betrokken om te strijden tegen de terroristen van IS, want die waren verantwoordelijk voor de verschrikkelijke aanslagen onder andere in Parijs. Nederland strijdt tegen terrorisme, maar is het wel aan te raden om ‘oorlog’ te voeren tegen terroristen?

jiujitsu

Foto: www.upjj.org

In de Volkskrant stond een column van de Amerikaan Joseph Nye waarin hij vijf feiten over het terrorisme beschrijft. Volgens Nye is terrorisme:

  • theater, en zijn terroristen meer geïnteresseerd in aandacht die ze genereren.
  • voor mensen in de geïndustrialiseerde landen niet de grootste bedreiging: “De kans is groter dat je door de bliksem wordt getroffen dan gedood door een terrorist.”
  • niets nieuws en duurt maar een generatie voor het uitdooft
  • van IS een politiek fenomeen in religieuze tooi gehuld. Een geducht fenomeen maar, volgens Nye, met beperkte reikwijdte
  • net jiujitsu. Het is een kleine actor die de kracht van de grotere vijand gebruikt om hem te verslaan.

Als dit de feiten over terrorisme zijn, waarom gaan we dan bombarderen in Syrië? Genereren de terroristen zo niet meer aandacht en moeten we dat juist niet voorkomen? Laten we ons als grotere partij niet verleiden tot een partijtje jiujitsu? Een partijtje met kans op schade en zelfs aanzienlijk verlies? Zouden we niet veel verder komen als we als vrije en open samenleving beheerstheid, bedachtzaamheid en terughoudendheid betrachten? Als we het terrorisme niet als een militair probleem zien, maar als een probleem van politie en justitie?

Als laatste sluit Nye af met de zinnen: “we moeten niet in de val van de terroristen lopen. Laat de acties van dit tuig zich in lege theaters uitspelen. Als we ze het hoofdpodium van ons publieke discours laten overnemen, laten we ze de kwaliteit van ons leven ondermijnen en onze prioriteiten verstoren. Onze kracht zal tegen ons gebruikt zijn.” Loopt Nederland niet in de val van de jiujitsu-ende IS-terrorist?

Eigen gras

Ernst-Jan Pfauth, correspondent zelfverbetering, had zich voorgenomen om een marathon te lopen. En in de training voor de marathon trainde hij, zoals wordt geadviseerd, in een iets lager tempo dan natuurlijk voor hem voelde. Dit ging goed, totdat hij werd ingehaald. Dan wilde hij de snelste zijn met als resultaat blessures en hij heeft nog steeds geen marathon gelopen.

gras

Foto: zoom.nl

Deze persoonlijke onthulling deed hij in een artikel bij de Correspondent met als titel:  “Stop toch met jezelf eindeloos met anderen te vergelijken.”  Want juist dat vergelijken met anderen en het streven om minstens even goed en liever beter dan anderen te zijn, leidt zelden tot nooit tot het gewenste resultaat, aldus Pfauth die zich baseert op een zelfhulpboek De moed van imperfectie van de Amerikaanse Brené Brown.

Volgens Brown en Pfauth leidt dit niet tot resultaat, omdat je je succes afmeet aan dat van anderen en er zijn altijd anderen die het beter voor elkaar lijken te hebben. Bovendien ga je je dan gedragen zoals je denkt dat anderen willen dat je je gedraagt en zo negeer je wat je echt wil. Het gras is bij de buren immers altijd groener. Nee, je kunt betere maling hebben aan hoe je je verhoudt tot anderen en je richten op wat je intrinsiek voldoening heeft.

Een goed te volgen betoog dat een vervolgvraag oproept. Als het voor een persoon beter is om zich niet te vergelijken met anderen, zou dat voor samenlevingen, landen maar ook streken en steden, niet ook gelden? Waarom wil een stad de meest toeristische zijn? Of de beste binnenstad hebben? De groenste gemeente zijn? De logistieke hotspot zijn? Waarom doen ze mee aan dergelijke wedstrijden? Waarom hechten ze zoveel waarde aan hun score in de Atlas der gemeenten? En geldt hetzelfde niet ook voor landen?

Maar vooral voor economieën? Waarom moet ‘Nederland’ de concurrentie met ‘China’ aangaan? Als de economie alsmaar moet groeien om anderen voor te blijven en onze (wie is trouwens die onze?) ‘concurrentiepositie’ te handhaven en te verbeteren, groeien we dan niet alleen maar om anderen voor te blijven? Lopen we dan niet een grote kans om, net zoals Ernst-Jan die andere lopers voor wilde blijven, geblesseerd te raken? Vertoont onze maatschappij al kenmerken die op blessures duiden?

Zullen we ook hier stoppen met vergelijken en onze trots ontlenen aan ‘ons eigen gras’ en niet dat van de buren?

Je verwacht meer

“Een groot Amerikaans advocatenkantoor gaat de strijd om schadevergoeding voor door VW gedupeerde beleggers aan via Nederland.” De eerste zin van een uitgebreid artikel in de Volkskrant. Deze beleggers vinden dat zij de dupe zijn van de affaire met de ‘sjoemelsoftware’ die vorig jaar groot nieuws was. Auto’s van Volkswagen bleken een stukje software te bevatten dat kan ‘ruiken’ als het aan testapparatuur wordt gekoppeld. De motor ging dan over op een energiezuinige en uitstoot-vriendelijke modus. De auto kon zo als milieuvriendelijk worden verkocht terwijl de werkelijkheid anders was. En verkopen deed Volkswagen, wellicht mede hierdoor.

volkswagen-clean-diesel-550Illustratie: www.autoblog.nl

De beleggers vinden dat zij door deze sjoemelsoftware zijn gedupeerd. Sinds het uitkomen van deze affaire zijn de aandelen flink in waarde gedaald. Bovendien hangt VW een stevige boete en schadevergoeding aan gedupeerde kopers boven het hoofd. En dat gaat ten laste van de winst en weer de waarde van het aandeel. Inderdaad, de waarde van de aandelen is fors verminderd en de verkoopbaarheid van het aandeel is wellicht verminderd. Dus terecht dat de beleggers voor een schadevergoeding gaan strijden. Of niet?

Zijn de aandeelhouders niet medeverantwoordelijk voor de sjoemelaffaire? De aandeelhouders zijn immers eigenaar van het bedrijf. Zij hebben een flinke vinger in de pap bij de benoeming van de raad van commissarissen. Die raad heeft als taak toe te zien op de bedrijfsvoering en benoemt het bestuur van het bedrijf. Zijn die commissarissen niet de eersten waarbij de aandeelhouders zich moeten melden als zij vinden dat er iets niet goed is gegaan?

Hebben aandeelhouders niet ook flink geprofiteerd van de fraude door VW? Door die fraude ging het heel goed met VW, wellicht beter dan dat het zonder de fraude zou zijn gegaan. Heeft dit de aandeelhouders niet extra rendement opgeleverd? Onverdiend extra rendement naar nu blijkt, maar nog steeds rendement dat in de zakken van de aandeelhouders is verdwenen. Zouden de aandeelhouders ook bereid zijn dit extra rendement terug te betalen? Het was immers niet verdiend.

Moeten niet juist de aandeelhouders, als eigenaren, voor de schade opdraaien? Zij hebben in goede tijden (voor het uitkomen) geprofiteerd van de fraude en willen nu, in slechte tijden, hun risico op anderen afwentelen. Maar wie is die andere? Het VW-concern zijn ze toch zelf? Je verwacht meer als je Volkswagen rijdt, aldus de reclame. Zou dat ook voor Volkswagen-aandeelhouders gelden?

Legitimate opposition

De situatie in Syrië wordt met de dag onoverzichtelijker. Wat er allemaal gebeurt, is voor een geïnteresseerde volger bijna niet meer bij te houden. De ene dag is er sprake van een soort wapenstilstand, maar dan weer niet met IS en Al Nusra. In hoeverre kun je dan van een bestand spreken? Hoe kun je aan een persoon met een Kalashnikov zien bij welke groep hij hoort? En wellicht hoorde hij gisteren wel bij de ene groep en vandaag bij een andere? De volgende dag vallen de bestandspartijen over elkaar heen, maken elkaar voor ‘rotte vis’ uit en bombarderen ze allemaal hun favoriete vijanden.

Russian Foreign Minister Lavrov stand with U.S. Secretary of State Kerry before a meeting in Vienna, Austria

Foto: www.reuters.com

Bij dat uitschelden voor ‘rotte vis’ sprak de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken John Kerry uit dat het bombarderen van “the legitimate opposition” moest stoppen. Woorden gericht aan de Russen die vrolijk stellingen van hun favoriete vijanden aan het beschieten waren. Maar ja, deze vijanden zijn in de ogen van Kerry legitimate opposition. De Russen zullen hem best kunnen volgen en zullen dan zeggen  dat zij ‘niet legitieme’ oppositie beschieten. En dan hebben ze vanuit hun standpunt bekeken, gelijk. En zullen ze zeggen: Kerry, waar zeur je over?

De Turken beschieten de Koerden, omdat die te machtig worden in het grensgebied. En die macht kan de Koerdische opstandigheid in Turkije aanwakkeren. Aangezien de Koerden het redelijk met Assad kunnen vinden, ze laten elkaar met rust, zal Turkije ook zeggen dat ze niet-legitieme oppositie bombarderen. En zullen ze zeggen: Kerry, waar zeur je over?

Voor Kerry en andere Westerse leiders, ligt dat weer anders. Die vechten niet voor iets, zoals de Koerden, Assad, IS en alle andere strijdende partijen, maar vooral tegen iets. En dat iets is IS. En in die strijd tegen IS hebben ze de steun van de Koerden en groepen die door de Russen worden beschoten, nodig. In hoeverre is het verstandig een oorlog te voeren tegen iets? Zou dat niet bijvoorbaat een verloren oorlog zijn? Kun je een oorlog tegen terrorisme, maar ook tegen drugs, ooit winnen?

En zo zijn er nog veel meer partijen die zich direct en indirect met het Syrische strijdtoneel bezighouden. Iedere partij heeft hierbij een eigen perspectief en belangen en zet die met woorden kracht bij. Maar wat als, zoals in Syrië het geval lijkt, die woorden ook het standpunt van de andere kant vertegenwoordigen? Zijn ze het dan  eens zonder het eens te zijn? Maakt dat niet alle woorden hol? Kan dat snelle overeenkomsten opleveren die vervolgens door alle partijen anders worden uitgelegd, met als resultaat dat het schieten gewoon doorgaat? Zouden we daar nu getuige van zijn?

Van de regen in de drup

De Nederlander krijgt het druk. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is bedoeld om veel meer ondersteuning en zorg door vrijwilligers en mantelzorgers te laten verrichten. Dit om alles betaalbaar te houden.

Stress

Illustratie: 855winthecase.com

Nu wordt er ook gewerkt aan een nieuwe Omgevingswet waarin de overheid zich ook terugtrekt. Wil je iets bouwen, dan moet je draagvlak zoeken. Dit klinkt mooi, maar heeft ook een andere kant. Wil je voorkomen dat iets wordt gebouwd, dan moet je dat ook zelf organiseren. Martin Sommer omschreef het in de Volkskrant als volgt: “Van de omgevingswet moeten we straks, als we vader zijn steunkousen hebben uitgetrokken, naar het buurthuis om de plannen van de projectontwikkelaars te bespreken.”

Maar daarmee zijn we er nog niet. In diezelfde Volkskrant stelt Frank Kalshoven vast: dat Nederland er lekker van zou opknappen als we erin zouden slagen het totaal aantal gewerkte uren te laten toenemen.” Zo krijgen we meer inkomen om bijvoorbeeld een energietransitie te betalen, vluchtelingen op te vangen, de AOW te verhogen, beter te eten en drinken of de schulden af te lossen. Heb je schoolgaande kinderen, dan verwacht de school dat je je actief inzetDat verwacht de sport- en/of culturele vereniging trouwens ook.

Sommer constateert:“De energieke burger is permanent bekaf.” En dat leidt weer tot meer ziekteverzuim en hogere ziektekosten. Ook krijgen de collega’s van de zieke het nog drukker, net als zijn sociale omgeving. Een neergaande spiraal.

Nederland zou lekker opknappen als er meer uren betaald worden gewerkt. Daarmee zullen veel economen en politici het eens zijn. Is het niet vreemd dat veel van diezelfde economen en politici zich ook kunnen vinden in die Wmo en de Omgevingswet? Vreemd omdat juist deze wetten leiden tot de vernietiging van banen? De Wmo omdat veel werk, en dus banen, als bijvoorbeeld huishoudelijke hulp worden geschrapt. Dat werk moet maar door vrijwilligers en mantelzorgers worden gedaan. Dit schrappen leidt tot minder betaalde uren en de druk op vrijwilligers en mantelzorgers zou ook wel eens tot minder betaalde uren kunnen leiden. En de Omgevingswet omdat hierdoor veel overheidsbanen en dus gewerkte uren verdwijnen. En zou het aantal gewerkte uren niet ook afnemen door de druk die zo op de burger wordt gelegd?

Raken we zo niet van de regen in de drup? Tijd voor herbezinning?

Maatschappelijk belang

Carlijne Vos schrijft in het commentaar in de Volkskrant over het D’66 wetsvoorstel om de donorwet aan te passen. Nu moet iemand expliciet aangeven donor te zijn, als het wetsvoorstel wordt aangenomen, moet je expliciet aangeven géén donor te willen zijn.

orgaandonor

Illustratie: afvallen-gezondleven.nl

D’66 heeft dit wetsvoorstel opgesteld, omdat er te weinig donoren zijn om aan de vraag te voldoen. Hierdoor sterven mensen, omdat er geen passende donor is. Ongeveer 25% van de Nederlanders is donor terwijl uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft wel zou willen doneren. Meer donoren vergroten de kans dat er bijvoorbeeld een passend hart is voor een donor patiënt. Daarom zou het goed zijn als meer mensen zouden aangeven donor te willen zijn. Het wetsvoorstel kan eraan bijdragen, maar daar wil ik het nu niet over hebben.

Ik wil het hebben over het argument van Carlijne Vos in de afsluitende zin van het commentaar: “Het bezwaar dat mensen nu mogelijk ongewild donor worden omdat ze hun post niet open maken of wilsonbekwaam zijn, legt het af tegen het grotere maatschappelijk belang.”

Een van de taken van de overheid is om de zwakkeren te beschermen. Zijn de wachters op een donororgaan de zwakkeren die extra beschermd moeten worden? En wordt die bescherming met dit wetsvoorstel geboden? Zou de overheid niet juist de wilsonbekwamen moeten beschermen?

Deze passage roept meer vragen op. Creëert Vos niet een oneigenlijke tegenstelling om haar opvattingen kracht bij te zetten? De belangen van de wachters op een donororgaan noemt zij een maatschappelijk  belang. Geldt datzelfde niet ook voor de belangen van de wilsonbekwamen of de ongewilde donoren? Is dat niet ook een maatschappelijk belang? Wat maakt dat het ene een maatschappelijk belang is en het ander niet? Waarin zit dat verschil? Of zijn het allemaal individuen met belangen? Heeft de overheid niet ook de taak om voorzichtig om te springen met de belangen van mensen die zo ongewild donor worden?

Werken aan geluk

“Werken maakt niet gelukkig. Studeren ook niet. Het zijn vervelende activiteiten. We doen ze omdat het moet. Als het kon, dan stopten we er direct mee.” De eerste alinea uit een artikel van Mathijs Bouman in het Financieel Dagblad. Vrijen en dansen maken wel gelukkig. Hij haalt een artikel van twee economen in het Economic Journal aan. Zij hebben een app ontwikkeld, de ‘Mappiness’ en mensen een paar keer per dag vraagt  wat ze op die momenten aan het doen zijn en hoeveel geluk zij ervaren. Zij willen zo geluk meten. Vrijen en dansen komen daar als geluksbrengers uit naar voren.

mappinessIllustratie: steamregister.com

Nu kunnen we eindelijk beleid maken gericht op geluk. Maar dan moet je geluk wel definiëren en dat doen zij. Geluk is: “een stroom van plezierige gevoelens die de mens van moment tot moment ervaart.” En niet de mate waarin iemand tevreden is met zijn leven of het gevoel van doel, betekenis en eigenwaarde. En beleid maken?

Dat wordt toch wel lastig. Mensen worden ongelukkiger van ziek zijn en daar is niet veel aan te doen. En om te kunnen vrijen, moet je toch echt minimaal met z’n tweeën zijn. Bouman: “Dit onderzoek laat precies zien waarom geluk geen beleidsdoelstelling kan zijn. Met een verbod op werken en gratis condooms voor iedereen, komt het land niet veel verder.”

Bouman stelt: “De resultaten laten weinig ruimte voor twijfel.” Is dat wel zo?  Zo worden we van een museumbezoek ruim 8% gelukkiger volgens de onderzoekers. Als een museumbezoek werkelijk zo’n gelukstoename zou betekenen, waarom is het dan niet veel drukker in musea? Maar ja, mensen die musea haten, zullen geen museum bezoeken. Hun ‘ongeluk’ wordt zo niet gemeten. Worden op deze manier niet vooral positieve gebeurtenissen gemeten?

Bouman heeft een punt dat geluk geen beleidsdoelstelling kan zijn. Zeker niet als de meting voornamelijk positieve gebeurtenissen meet. Zeggen dergelijke uitkomsten niet alleen iets over activiteiten die iedereen moet doen en laat dat net de ‘geluksverhinderaars’ zijn, zoals werken of ziekte? Ziek zijn moet niet, maar je hebt geen keus?

Inderdaad komen we zonder werk niet verder. Zou het ‘ongelukscijfer’ voor werk niet aanleiding kunnen zijn om arbeid anders in te richten? Zouden we arbeid niet veel minder centraal moeten stellen? En zou de ‘vernietiging’ van vele banen en de schaarste aan werk, niet een tweede goede aanleiding zijn voor zo’n heroverweging?

Leadership from behind

In Dagblad de Limburger roept Sjoerd Mossou de voetbalsupporter op om in actie te komen. Volgens hem laten tienduizenden zich in de stadions gijzelen door een klein groepje idioten. Hij adviseert deze tienduizenden: “Loop massaal het stadion uit. Zing een ander – veel beter – lied. Ga in discussie met je buurman. Breng de humor terug in plaats van dat verstikkende oliedomme gebrek aan relativering. Verzin een ludieke actie.” Nu denk ik dat juist dat kleine deel dat ‘poppen ophangt’ etcetera, denkt dat dit ludiek is, een vorm van humor. Volgens Mossou is het verleidelijk en ook deels terecht om naar de KNVB, de club of de overheid te wijzen.

leiderschapIllustratie: www.michellesmirror.com

In de Volkskrant heeft Max Pam een ander, wellicht aanvullend idee: “Zo kan iedereen die getuige is van een voetbalwedstrijd waarbij zich ongeregeldheden voordoen en die daar op de een of andere manier niet tegen is opgestaan, worden beschouwd als een lid van een criminele organisatie.” En om dit kracht bij te zetten, stelt hij voor om de stadionbezoekers borg te laten betalen. Die krijgen ze terug als alles goed gaat, anders niet.

Opvallend is dat beide heren de eigen verantwoordelijkheid van de stadionbezoeker aanspreken. Dat is deels ook terecht. En als niets anders werkt, dan is dat een laatste redmiddel. Laatste, omdat er ook andere zijn. Laten we eens naar de beroepsgroep van Mossou en Pam kijken. Zou het niet meer verslaan van wedstrijden door alle media, een één na laatste redmiddel kunnen zijn? Dit betekent geen TV-gelden voor de clubs en sterk verminderde aantrekkelijkheid voor sponsors.

En met die sponsors komen we bij het op twee na laatste redmiddel. Wat als sponsors zich om die reden terugtrekken? En dan de scheidsrechters? Die kunnen een wedstrijd staken of niet laten beginnen. En daar weer voor de spelers en trainers. Wat zou er gebeuren als die niet verder spelen? En daarvoor de clubs. Zouden die gasten die zich misdragen niet de deur uit kunnen zetten? Het is immers hun huis. Indien nodig kunnen ze hiervoor politieondersteuning vragen. En daar weer voor de voetbalbond. Zou die geen gedragsregels kunnen uitvaardigen hoe te handelen in een dergelijke situatie?

Toont echt leiderschap zich niet juist in moeilijke tijden? Zien we niet een schrijnend gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsbesef? Maar ja, waarom zou het voetbal een uitzondering zijn op het algehele gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsgevoel bij bestuurders, in de politiek en de samenleving? Zien we daar niet ook vormen van hooliganisme en wegduiken? Van het ontwijken en ontduiken van verantwoordelijkheid? Is dit het nieuwe ‘leadership from behind’?

Eenvoudige oplossingen

Voor de excellente, hoogbegaafde, top-presterende VWO-leerlingen komt er de mogelijkheid om het VWO in vijf in plaats van zes jaar te doen, zo valt te lezen in de Volkskrant. Een klein experiment op 2 scholen verliep succesvol en nu wordt het uitgebreid tot 25 scholen. Die scholen krijgen zelf veel vrijheid om die ‘versnelling’ in te vullen. Er was altijd al de mogelijkheid om extra vakken of modules te volgen. Daar komt nu de versnelling bij, omdat sommige leerlingen liever snel een diploma op zak willen hebben. Goed dat aan deze leerlingen extra mogelijkheden worden geboden. Maar… .

EcoFoto: www.quofataferunt.com

Kent het probleem van de excellente leerlingen niet een andere oorzaak? Is het niveau van het onderwijs de afgelopen decennia flink gedaald of wordt de mens steeds slimmer? Deze vraag stelde ik al eerder. Als de mens steeds slimmer wordt, moeten dan niet de eisen voor diploma’s worden verhoogd? Als we dat niet doen, dan is op termijn iedereen universitair geschoold. Maar wat zegt dat dan nog? Of is het niveau van het onderwijs gedaald? Dit wellicht om de beleidsdoelstellingen met betrekking tot onderwijs te halen.

Er zijn veel signalen die op dit laatste wijzen. Universiteiten geven studenten bijles wiskunde, omdat het niveau te laag is. Middelbare scholieren moeten om dezelfde reden taal en rekentoetsen maken. Nederland daalt op de Pisa-ranglijsten. Zou het aantal VWO’ers dat niet voldoende wordt uitgedaagd niet ook een signaal kunnen zijn van het dalende niveau? En kunnen de University Colleges niet ook als zo’n signaal worden gezien?  Een signaal van een dalend algemeen niveau van onderwijs?

Zouden we onze energie niet moeten richten op het verhogen van de eisen voor alle diploma’s? Niet alleen voor de excellente leerlingen, maar voor alle leerlingen? Dus minder, maar wel beter opgeleide VWO’ers. Beter opgeleide Havisten en meer en beter opgeleide VMBO’ers? Zou dit ons land niet veel meer opleveren? Zouden hiervan niet alle leerlingen profiteren door kwalitatief beter onderwijs? Door reëlere verwachtingen bij zowel de leerling als de samenleving met betrekking tot het kunnen van de leerling? Een oplossing die weliswaar leidt tot een daling van het aantal hoger opgeleiden, maar is dat erg? Zeker als die hogere opleiding voor het beschikbare werk niet nodig is.

Het versnellen van het VWO en ook het oprichten van ‘excellente universiteiten’ zijn manieren om tegemoet te komen aan de behoefte van de intelligente leerlingen en studenten. Een eenvoudige oplossing. Umberto Eco schreef in De Slinger van Foucault het volgende: “Voor ieder ingewikkeld probleem bestaat een eenvoudige oplossing en die is fout.” Zou dat hier ook het geval kunnen zijn?