‘Hedendaagse Europeanen’

Bij Elsevier een stukje geschiedenis om te verklaren waarom iets in het heden geen goed idee is door Jelte Wiersma. Volgens Wiersma ontwikkelt de Europese Unie zich tot een multicultureel en multi-etnisch rijk. Geen goed idee want de recente geschiedenis laat dit zien: “Het Britse, Franse, Duitse, Russische, Spaanse en Oostenrijks-Hongaarse. In deze rijken woonden mensen met verschillende talen, religies en etniciteiten. Ook woonden er soms mensen buiten deze rijken die zich tot een volk binnen de rijken voelden behoren. Zij waren als het ware geboren in een verkeerd (staats-)lichaam. Drie grote oorlogen verder en twee lessen konden worden getrokken. Een rijk kan alleen een stabiel land worden met een homogene bevolking onder buitenlandse druk of door gedwongen volksverhuizingen.” Niet doen dus, want multi-culturele en multi-etnische rijken dat is vragen om problemen.

Romeinse RijkIllustratie: commons.wikimedia.org

Jammer dat Wiersma niet verder teruggaat dan de negentiende eeuw, want als hij verder terug zou gaan, dan zou hij zeer succesvolle multiculturele en multi-ethnische rijken tegenkomen. Wat bijvoorbeeld te denken van het Ottomaanse rijk, dat bracht haar inwoners eerst ruim driehonderd jaar stabiliteit en een redelijke vorm van welvaart, alvorens het in de negentiende eeuw bergafwaarts ging. Of het Romeinse rijk, waarin mensen van verschillende etniciteit en cultuur hun thuis vonden. Dat bestond bijna duizend jaar. Trouwens, ook het heden kent nog zeer succesvolle multiculturele en multi-etnische rijken, wat bijvoorbeeld te denken van de Verenigde Staten of het huidige Rusland.

Volgens Wiersma ontstaat een stabiel land: “als een homogene bevolking samenwoont binnen duidelijke grenzen zonder minderheden die zich miskend voelen of inwoners die fundamenteel andere opvattingen huldigen.” Landen die dit niet hebben zijn instabiel. Om die instabiliteit weg te nemen maakte: “Het militaire apparaat dat de Franse ondergang moest voorkomen, (…) van Basken, Bretons en Normandiërs Fransen. Minder dan de helft van de Fransen sprak ruim honderd jaar geleden Frans. Door de invoering van de dienstplicht, als reactie op de Duitse dreiging en het bewust mengen van de volkeren binnen het Franse rijk ontstonden de hedendaagse Fransen.” Maar beste meneer Wiersma, bestond dat Franse rijk, zonder die ‘hedendaagse Fransen’ niet al enkele eeuwen?

Zou de ‘ondergang’ van multiculturele en multi-etnische rijken niet juist een gevolg kunnen zijn van het creëren van ‘hedendaagse Fransen’ en natuurlijk ook Duitsers, Nederlanders, Russen, Engelsen, Belgen enzovoorts? Van het opkomend nationalisme en het uitventen van verschillen tussen‘wij’ en zij’? Waren die oorlogen niet juist het gevolg van juist het maken van die ‘hedendaagse Fransen, Duitsers et cetera en juist niet van die multiculturele en multi-etnische rijken? Bovendien, als je ‘hedendaagse Fransen’ kunt creëren, zou je dan niet ook ‘hedendaagse Europeanen’ kunnen creëren?

‘Terror after the terror’

Na een daad van terreur hoor je steevast dezelfde riedels. Riedels waarin aan de ene kant erop wordt gehamerd dat we ‘ons niet laten afschrikken’, dat ‘we zullen overwinnen’ en dat we ‘schouder aan schouder’ moeten staan. Al snel daarna volgen ‘het duidelijk benoemen’ van de oorzaken die tegenwoordig dan gelegen zij in ‘de islam’ of het islamisme’ en dat het niet benoemen een vorm van ‘politiek correct wegkijken’ is dat op instigatie van de ‘elite’ door de ‘mainstream media’ wordt overgenomen. ‘Schouder aan schouder’ staan verwordt zo al heel snel tot ‘met de rug naar elkaar toe’ staan.

kleuters

Illustratie: Bloggen.be

Na de aanslag in London van zaterdag jongstleden lijkt er een nieuwe fase ingetreden. Eentje waarin de Amerikaanse president zich met de zaken gaat bemoeien door er wat tweets tegenaan te gooien en zich bemoeit met de binnenlandse aangelegenheden van een bevriend land, gaat reageren op uitspraken van de burgemeester van Londen. Is dat niet diep treurig? Gelukkig laat de burgmeester op een onderkoelde Britse manier via zijn woordvoeder weten dat: “He has more important things tot do than to respond to Donald Trump’s illinformed tweet …” Voor de media is dit ‘smullen geblazen’ en er worden weer veel ‘papieren en digitale kolommen ‘aan besteed.

Zelfs de niet zo mainstream Ballonnendoorprikker schrijft er nu al over. Hij vraagt zich af hoe het kan dat iemand die tot president van de Verenigde Staten is gekozen, het niveau van de kleuterschool niet ontstegen lijkt. Een president die het als een van zijn belangrijkste opdrachten ziet om islamisten van IS te bestrijden, die vervolgens voor 110 miljard dollar aan wapens verkoopt aan de islamisten in Saoedi-Arabië en vervolgens ruzie gaat zoeken met bondgenoten.

Ook vraagt de Ballonnendoorprikker zich af of die ‘papieren en digitale en kolommen’ geen beter lot verdienen. En dus vooral of deze ‘terror after the terror’ hem niet bespaard kan blijven.

What you (want to) see is what you get

In mijn vorige column vergeleek ik aan de hand van een song van de Dead Kennedys de huidige wereld met die van vijfendertig jaar geleden. In precies die periode schreef historicus Maarten van Rossum de artikelen die zijn gebundeld in het boek De draagbare van Rossum. Een bloemlezing die tezamen een goed inzicht geven in de geschiedenis van de vorige eeuw. Het derde hoofdstuk behandelt het wedervaren van het stadje Muncie in Indiana. In de studies wordt het plaatsje Middletown genoemd omdat het model moet staan voor een gemiddelde plaats in de VS. Dit stadje stond centraal in drie sociologische onderzoeken in de vorige eeuw. De eerste in 1925 en de tweede in 1935 werden verricht door Robert Lynd, de laatste eind jaren zeventig door Theodor Caplow, Howard M. Bahr en Bruce A. Chadwick.

Van Rossum

Lynd maakte zich zorgen om het verval van ‘gemeenschapszin’ in de Verenigde Staten en dacht dat de sleutel voor het stoppen van dit verval in kleine gemeenschappen lag. Als je verval wilt aantonen, dan moet er wel een referentiepunt zijn. Voor Lynd was dat het Muncie van zo rond 1890, de jeugdjaren van Lynd en die bracht hij door in een naburig stadje. Enige probleem, het Muncie van 1890 was niet op dezelfde manier bestudeerd. Dat beeld schetste Lynd op basis van wat globale informatie en zijn eigen jeugdervaringen. Een zeer mooi en positief beeld waarbij de jaren twintig, ondanks de toegenomen welvaart, schril afstak. Van Rossum waarschuwt: “We moeten niet vergeten dat Lynd ons oordeel gemanipuleerd heeft door op het doek achter het concrete beperkte Middletown in 1925 steeds het idyllische Middletown van 1890 te projecteren. Hij heeft zichzelf en zijn lezers met een romantisch plaatje in de luren gelegd.” Teloorgang van de gemeenschapszin, het zwarter maken van de huidige werkelijkheid door deze af te zetten tegen een extra gefotoshopte achtergrond.

De drie onderzoekers uit de jaren zeventig constateerden dat het stadje zo ongeveer het Walhalla was, het paradijs op aarde waar de verandering tot stilstand was gekomen omdat het hoogste punt van ontwikkeling bereikt was. En dat paste volgens Van Rossum precies bij hun ‘neoconservatieve zonnebril. Volgens Van Rossum, maakten zij zich aan hetzelfde feit als Lynd schuldig, maar dan omgekeerd. Zij zetten hun witter gefotoshopte werkelijkheid van de jaren zeventig af tegen Lynds zwart gefotoshopte en constateerden dat er niets aan de hand was in het stadje.

Is deze manier van ‘overdrijven’ niet nog steeds actueel? ’What you see is what you get’ een bekende uitdrukking in de automatiserings- en computerwereld. Zou voor de maatschappijwetenschappen en de politiek niet gelden ‘what you want to see is what you get? Het noopt in ieder geval tot kritisch bevragen van onderzoeksresultaten.

Neutraliseer onze rechtsstaat

Toen ik gisterochtend naar mijn werk reed, besteedde Radio1 aandacht aan het ‘hoofddoekjesidee’ van de Amsterdamse politiechef Aalbersberg. En zoals was te voorspellen, leidde dit idee tot een lawine aan afkeurende reacties. Zo maakt ook Afshin Ellian bij Elsevier zich druk om het idee van Aaldersberg. “De politie is de gewapende hoeder van de rechtsstaat, een neutrale staat,” zo betoogt Ellian. Dat neutraliteit uitstralen wat anders is dan neutraal zijn, realiseert hij zich ook: “Neutraliteit gaat niet over wat deze ambtenaren denken, maar over hoe ze verschijnen en wat ze doen.” Als politie-agenten een hoofddoekje gaan dragen dan is die neutraliteit ver te zoeken, zo betoogt Ellian: “Een hoofddoek bij de politie is geen teken van diversiteit, maar van islamisering van de politiemacht.” Is die rechtsstaat wel zo neutraal?

spaghettemonster

Illustratie: https://www.kerkvanhetvliegendspaghettimonster.nl/ons-geloof/

“Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.,” de eerste zin van iedere Nederlandse wet. ‘Bij de gratie Gods’, hoe neutraal is die rechtsstaat als god in iedere wet aanwezig is? Wat heb ik aan ‘neutraal verschijnende politie-agenten’ als de wetten die ze moeten handhaven, partijdig zijn omdat er wordt gerefereerd aan een god?

Hoe neutraal is onze overheid als verplichte feestdagen allemaal zijn gelieerd aan het christendom? Niet allemaal, zult u tegenwerpen, koningsdag niet! Die inderdaad niet direct, maar zorgt ‘de gratie Gods’ die de koning op zijn troon heeft gezet, niet voor een sterke band tussen deze feestdag en het christendom? Zou een neutrale dag niet iedere gelovige de gelegenheid bieden om de voor zijn of haar geloof belangrijke feestdagen op gelijke voet te vieren?

Zo waarlijk helpe mij God almachtig,” een van de twee manieren om je als politicus in te zweren. Geeft dit de christenen een flinke voorsprong op de islamieten, hindoes of  of aanhangers van de kerk van het vliegende Spaghettimonster? Die laatsten mogen zelfs niet met het voor hun ‘heilige’ vergiet op hun hoofd op de pasfoto, terwijl dat met een hoofddoek  of de ‘staphorster hoedjes’ wel mag.

Valt er zo niet nog heel wat te ‘neutraliseren’ voordat we kunnen spreken van een neutrale rechtsstaat? Daar zal nog veel werk voor moeten worden verzet en weerstand voor moeten worden overwonnen. En bij dat werk en het overwinnen van die weerstand “mogen wij ons gesteund weten door het besef dat velen ons wijsheid toewensen” om het bijna standaard einde van een troonrede te citeren. Dat neutraliseren zou al kunnen beginnen als de koning de op deze zin volgende woorden niet meer uitspreekt, “en met mij om kracht en Gods zegen voor u te bidden.”

Fijne feestdagen

Bij De Dagelijkse Standaard krijgt Denk-kamerlid Farid Azarkan de wind van voren van Tim Engelbart. Toen aan Azarkan werd gevraagd om te kiezen tussen Koningsdag en het Suikerfeest, koos Azarkan voor het Suikerfeest. Dit was dus tegen het zere been van Engelbart: “Farid Azarkan spreekt graag over Nederlanders met een migratie-achtergrond”- een hele mond vol, maar oké. Het blijft echter vreemd om over Nederlanders te spreken als je niet eens de meest Nederlandse feestdag van allemaal – vermoedelijk zelfs de enige – niet eens kan verkiezen boven één van de vele belangrijke dagen in een uitheemse traditie als de islam.” Engelbart ziet zich nu: “gedwongen een even ongemakkelijke vraag te stellen: waar ligt eigenlijk de loyaliteit van dit Kamerlid? Ligt die hier, in Nederland. Of toch elders?”

suikerfeest

Illustratie: Plazilla

Beste meneer Engelbart, mag je als staatsburger van dit land alleen maar inheemse tradities aanhangen? Hebben we in dit land niet de vrijheid om te geloven in wat je wilt? U mag best in de christelijke god geloven en u houden aan de tradities van die religie. Azarkan mag geloven in allah en zich houden aan die tradities en ik mag geloven in niets en me houden aan de tradities van niets. Stelt u die vraag ook aan katholieken, gereformeerden en hervormden die kerstmis verkiezen boven koningsdag?

Beste meneer Engelbart, als u mij vraagt om te kiezen tussen koningsdag en drie dagen vastelaovend in Venlo, dan kies ik voor de vastelaovend. Ik heb niets, maar dan ook helemaal niets met de, zoals u het noemt, ‘meest Nederlandse feestdag van allemaal’ omdat ik niets heb met het koningshuis. Ook heb ik niets met andere ‘inheemse tradities’ zoals de klederdracht in Volendam, Zeeland en Staphorst. Ik kan nog geen seconde luisteren naar de vele Volendamse zangers, de Toppers en vele andere Nederlandstalige zangers.

Gaat u mij nu ook vragen waar mijn loyaliteit ligt? Als je al een maatstaf hebt waaraan je loyaliteit aan het land waarvan je staatsburger bent kunt afmeten, maar daar schreef ik al eerder over.

Populistisch anti-populisme

Burgerschapsonderwijs, in mijn ogen bijzonder dat dit een ‘vak’ op school is. Is immers het doel van het onderwijs niet om onze kinderen de bagage te geven om samen met anderen hun weg te kunnen vinden in onze democratische samenleving? Om volwaardig, autonome denkende burger te zijn van die samenleving en is het totale curriculum daar niet opgericht? Wellicht zie ik het verkeerd en is het doel een middel geworden? Over de invulling van dat middel wordt gediscussieerd.

populistisch anti-populisme

Illustratie: Tja burgerschap wat is dat nou?

Bij Joop houdt bestuurskundige Dave Ensberg-Kleijkers een pleidooi om populisme te integreren in het burgerschapsonderwijs, door te: “investeren in een positief schoolklimaat, waar geen ruimte is voor angst als zuurstof voor gestold onbehagen of schools populisme, is de basis voor het leerlingen laten leren over populisme en hen te vormen als waardengedreven burgers. … ik pleit niet voor de bestrijding van politiek populisme an sich, maar ik pleit voor het bestrijden van onwetendheid en angst als drager voor waardeloos populisme en juist voor het investeren in waardevol burgerschap.” Wat zie als je wat dieper over dit pleidooi nadenkt?

Als ik de eerste zin lees, dan zijn er scholen die investeren in een negatief schoolklimaat, waar ruimte is voor angst en schools populisme. Wat ik me bij dat laatste moet voorstellen, wordt niet duidelijk uit het pleidooi Ensberg-Kleijkers. Zouden er werkelijk scholen zijn die investeren in een ‘negatief schoolklimaat’ een klimaat waar angst heerst. Angst voor gestold onbehagen?

Die scholen moeten leerlingen vormen als ‘waardengedreven burgers’. Zegt Ensberg-Kleijkers daarmee dat populisten niet door waarden worden gedreven? Zouden er werkelijk mensen zijn die niet door waarden worden gedreven? Als er iets centraal staat in het debat van tegenwoordig, dan zijn het ‘normen en waarden’. Alleen zijn die van ‘ons’ anders dan die van ‘hen’. Investeren niet zowel die ‘ons’ als die ‘hen’ in waardevol burgerschap en verschilt alleen de inhoud van dat burgerschap?

Ensberg-Kleijkers beschrijft populisme als een: “partiële ideologie die zich in al haar verschijningsvormen afzet tegen de politieke en/of economische elite, de wil van ‘het ware volk’ normerend wil laten dicteren en gedijt bij zowel sociaaleconomische als sociaal-culturele spanningen en vooral: angst.”  Wil hij niet ook ‘normerend dicteren’ door te bepalen wat ‘positief’ en wat ‘negatief’ is? Wat ‘waardevol’ en wat dus ‘waardeloos’ burgerschap is?  Pleit hij niet voor populistisch anti-populisme en heeft hij zo zijn doel, het integreren van populisme in burgerschapsonderwijs integreren, niet al bereikt?

‘De bank van Sigmund’

Frank Kalshoven besteedt zijn wekelijkse column in de Volkskrant deze week aan de medicalisering van het leven. “Druk kind? Naar de dokter. Sombere puber? Naar de dokter. Niet direct zwanger? Naar de dokter. Overbelast met werk en kinderen? Naar de dokter. Lijden aan ouderdom? Drie keer raden.” Onterecht volgens Kalshoven: “Kinderen zijn druk. Ouderdom komt met gebreken. De combinatie van jonge kinderen, hard werken en zorg voor je eigen ouders is een aanslag op je gestel. Dat is altijd al zo geweest. En zal altijd zo blijven. De vraag is hoe we hier mee om willen gaan.” Medicalisering lijkt te lonen: “Een sticker met hierop een medische aandoening is een waardevol papiertje. Het papiertje legitimeert ander gedrag.” Bovendien is het goed voor de dokter en de medische industrie. Bovendien kost het de samenleving veel geld en het: “vertroebelt onze blik op wat er echt met ons (leven) aan de hand is en ontneemt ons hiermee ook zicht op echte oplossingen of op acceptatie van lek en gebrek.” Wat zou er werkelijk aan de hand zijn?

SigmundIllustratie: conservatorial.rssing.com

Kalshoven geeft daarop geen antwoord. Zou Belg Dirk De Wachter in zijn boek Borderlinetimes. het Einde van de Normaliteit het antwoord op die vraag geven? Hij vergelijkt onze samenleving met de stoornis Borderline. “BPS of Borderline Personality Disorder is ‘een diepgaand patroon van instabiliteit en intermenslijke relatie, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties… .” De Wachter legt onze samenleving langs de negen situaties van BPS. Als een persoon er vijf vertoont is er sprake van BPS. Die negen situaties zijn:

  • krampachtig proberen te voorkomen om feitelijk offerend in de steek gelaten te worden;
  • een patroon van instabiele en intense intermenselijke relaties;
  • identiteitsstoornis: duidelijk of aanhoudende instabiel zelfbeeld of zelfgevoel;
  • impulsiviteit op ten minste twee gebieden die in potentie de betrokkenen zelf kunnen schaden;
  • recidiverende suïcidale gedragingen, gestes of dreigingen, of automutilatie;
  • effectlabiliteit als gevolg van duidelijke reactiviteit van de stemming;
  • chronisch gevoel van leegte;
  • inadequate, intense woede of moeite om kwaadheid te beheersen;
  • voorbijgaande, aan stress gebonden paranoïde indelen of ernstige dissociatieve verschijnselen.

Heeft De Wachter een punt met zijn bewering dat de samenleving aan borderline lijdt? Zou de medicalisering die Kalshoven constateert hier een gevolg van kunnen zijn? Wat zou dan de echte oplossing zijn, de-medicaliseren van de individuen of de samenleving op de bank van de psychiater?

 

Het vrije woord en reclame

Geenstijl en Dumpert doen ‘huilie huilie’ om hun eigen vocabulaire te gebruiken. Zoals jullie wellicht al hebben gelezen, staat er in de Volkskrant en het NRC een oproep aan bedrijven om nog eens na te denken over het uitzenden van reclameboodschappen via deze twee websites. De ondertekenaars van deze oproep, een honderdtal vrouwen, ergert zich aan het seksisme op deze sites: “U betaalt mee aan een site waar vrouwenvernedering en racisme de norm is, niet de uitzondering.” 

Die oproep is tegen het zere been van GeenStijl. Als je het niet wilt lezen, blijf dan weg van onze site, zo reageert de site en met de site ook anderen zoals Paroolcolumnist Theodoor Holman. Een wat vreemd argument, je hoeft de Privé niet te lezen om er toch in te staan en zo hoef je de sites niet te bezoeken om er toch afgebrand te worden. Als de Privé alleen over haar eigen lezers mocht schrijven, dan was het een saai blad en als GeenStijl alleen de bezoekers, je ‘vrienden’, mag  afzeiken, dan zou niemand de site bezoeken.

Nog vreemder, de oproep is, volgens GeenStijl: een regelrechte aanval op onze vrijheid,” door: “clubje bezemvliegers met lange tenen.” Hoezo een aanval op uw vrijheid? Wordt u door die oproep belemmerd om uw vuil te spuiten? Uw reactie laat het tegendeel zien. Dat er adverteerders afhaken ook dat belemmert uw vrijheid niet. Zonder deze adverteerders, zelfs zonder alle adverteerders, heeft u nog steeds de mogelijkheid om uw ‘mening’ te geven. Als je een vraag om ‘iemand te doen’ al het hebben van een mening kunt noemen. De Ballonnendoorprikker draait ook zonder reclame en zelfs zonder abonnementsgelden.

Ja, het verlies van de advertentie-inkomsten zal ertoe kunnen leiden dat u, de medewerkers van GeenStijl, brodeloos wordt, maar dan nog wordt u niet gehinderd in het geven van uw vaak abjecte meningen. Ja, jullie zullen op een andere manier inkomen moeten verwerven, iets wat wel meer mensen overkomt.

Voor een site die mensen de stevig en vaak onder de gordel, de maat neemt, laat u zich nu wel erg kennen door uw reactie op die ‘bezemvliegers met lange tenen’. Over ‘lange tenen’ gesproken. Of in termen die u beter begrijpt, bent u wel erg snel ‘op uw pik getrapt’, voelt u zich ‘in uw kruis getast’ of op z’n Vlaams ‘in uw gat gebeten’.

 

Verdeel en verlies

Als het over twerken of blubbling gaat, dan sla ik een artikel over. Dat zegt vast iets over mij. Soms mis je dan een interessant artikel. Zo stuitte ik dit weekend bij de Correspondent op een artikel met de titel Waarom je Kendrick Lamar serieus moet nemen en niet zomaar kunt twerken op Byoncé, geschreven door Anoucha Nzume. Aanleiding voor dit artikel was het verschijnen van Nzume’s boek Hallo witte mensen. Nzume schreef over culturele toe-eigening, een begrip waarover ik al eerder schreef.

Een interessant artikel omdat het in vier stappen uitlegt hoe culturele toe-eigening werkt:

  • Eerst vat hebben op privilege. Als je niet snapt dat er machtsverhoudingen zijn in onze maatschappij, dan zal je culturele toe-eigening nooit begrijpen. Zonder machtsverhoudingen zou er namelijk ook geen sprake zijn van culturele toe-eigening, maar van culturele uitwisseling. 
  • Vervolgens moeten de machtsverhoudingen gespecificeerd worden: je moet begrijpen dat er in een land als Nederland heel veel niet-westerse culturen gemarginaliseerd zijn. Als je op een mondiaal niveau kijkt, zie je hetzelfde.
  • Dan kun je zien dat witte Nederlanders culturele gebruiken, symbolen, eten, et cetera, klakkeloos overnemen, badend in hun machtspositie en enorme verlangen naar de exotische supermarkt van cultuur. Voordat het culturele aspect zich door witte mensen was toegeëigend, werd het vaak als een beetje infantiel, ridicuul, extreem, te etnisch, of inferieur beschouwd. Maar als witte mensen gebruik gaan maken van zo’n aspect, is het opeens oké, cool, gezellig of spannend.
  • Vervolgens wordt er status, eer of geld mee verdiend door die witte mensen.”

Een interessante theorie die niet onweersproken kan blijven omdat het een grote ballon lijkt met gebakken lucht. Met iedere stap wordt er meer van die lucht in geblazen.

Bron: WikimediaCOmmons

De eerste stap, de machtsverhoudingen, ik weet dat die er zijn. Die zijn er in iedere samenleving en tussen alle mensen. Als ik het goed begrijp is er alleen sprake van culturele uitwisseling als er geen machtsverhouding is. Als je het zo stelt, kan er dan ooit sprake zijn van culturele uitwisseling? Want is er niet altijd sprake van machtsverhoudingen tussen mensen?

Dan de tweede stap, de gemarginaliseerde niet-westerse culturen tegenover, ja tegenover wat eigenlijk? De dominante westerse cultuur? Of de dominante Nederlandse cultuur? “De Friese, of Groningse cultuur is anders dan de Brabantse of de Limburgse,” las ik zo’n anderhalf jaar geleden in het commentaar van een Limburgse krant. Commentaar dat me verleidde tot een reactie. Waaruit bestaat die ‘dominante cultuur’? Zijn er niet ook gemarginaliseerde ‘westerse culturen’? Nzume schets een beeld van een grote homogene westerse of Nederlandse cultuur en zo’n homogeen blok is er nu niet, is nooit geweest en zal er ook nooit zijn.

De derde stap, het overnemen van, gebruiken, symbolen, eten etcetera. Zijn het alleen ‘witte Nederlanders’ die zich om een voorbeeld van Nzume aan te halen, tooien met Samoaanse tatoeages zonder te weten waar Samoa ligt? Zijn het alleen ‘witte Nederlanders’ die ‘zomaar twerken op Byoncé. Daarmee zijn we er nog niet. Deze stap is de kern van de theorie van culturele toe-eigening en er zijn veel vragen bij te stellen.

Om te beginnen zijn het alleen ‘witte mensen’ die zich iets toe-eigenen? Rijden alleen witte mensen auto? Zijn er geen ‘gekleurde mensen’ die gebruik maken van de trein van elektriciteit? Die weleens naar een verre bestemming vliegen? Zijn het alleen ‘witte mensen die gebruikmaken van de vrijheid van meningsuiting en de democratische rechten? Allemaal resultaten van de ‘witte westerse cultuur’. Ook deze culturele uitingen worden gebruikt binnen machtsverhoudingen en niet alleen machtsverhoudingen tussen ‘witte’ en ‘niet witte’ mensen, ook machtsverhoudingen tussen ‘witte mensen’ die deel uitmaken van ‘gemarginaliseerde westerse culturen’.

Neem de titel van Nzume’s artikel. Ik geloof best dat ik Kendrick Lamar serieus moet nemen, ik neem iedereen serieus totdat de persoon er blijk van heeft gegeven dat dit niet nodig is. Lamar is, net als Nzume, ‘niet wit’, alleen komt Lamar uit Compton, een heel andere ‘cultuur’ dan Nzume’s. Dan Byoncé Knowles, waar we niet zomaar op mogen twerken, afkomstig uit Texas, weer een heel andere cultuur dan die van Lamar en Nzume. Maakt de overeenkomstige huidskleur van Nzume, Lamar en Knowles dat ze een zelfde ‘culturele achtergrond’ hebben?  Maakt de uitvinding van de verbrandingsmotor door de Duitser Benz, dit tot een ‘witte’ uitvinding, een ‘Europese’ een ‘Duitse’ of was het een uitvinding van het individu Benz? Is Twerken ‘zwart’ of is het van … (geen idee wie het heeft uitgevonden). Vindt een cultuur uit of een individu? Wie eigent zich iets toe en dan niet van cultuur, maar van iemands prestaties?

Hangt het dagelijkse leven niet aan elkaar van het gebruik van ‘uitvindingen’ van anderen. Ontwikkelt de mens zich niet juist omdat hij of zij gebruik maakt van wat anderen die hen voorgingen hebben verzonnen en ontwikkelt hij of zij dit zo verder? Zo heeft Benz voortgebouwd op hen die aan hem vooraf gingen. Wil Nzume dit stopzetten? Of moeten we ons bij alles waar we over praten, wat we doen en gebruiken realiseren van wie het afkomstig is en vooral tot welke ‘cultuur’ de persoon behoorde? Dan kunnen we het autorijden wel vergeten. Niet omdat we Benz niet meer kennen, maar omdat de naam en de cultuur van de uitvinder van het wiel geheel onbekend is, net als de eerste ijzersmelter.

Of zijn het alleen mensen van eenzelfde kleur als de ‘uitvinder’ die er iets mee mogen doen? Als dat zo is, hoe bepaal je dan iemands kleur? Wat is dan de kleur van iemand met een blanke en een zwarte ouder? Is die blank of zwart? En als we dan enkele generaties verder zijn en er zijn verder alleen nog maar witte partners in het spel, welke kleur heeft de verre nazaat met éénvierenzestigste zwart in zich? Lijkt dit niet ook een doodlopende weg?

Is het werkelijk zo dat iets pas cool en hip wordt als ‘witten’ er iets mee doen? Nzume noemt het voorbeeld: “Döner bij Donnies. Twee witte Nederlanders die döner zo hebben ‘verwit’ dat ook Het Parool vindt dat döner nu eindelijk noemenswaardig is. Of, zoals het in de recensie werd beschreven, eindelijk meer is dan ‘ordinair katervoedsel.’ De recensie opent met een quote van de witte eigenaar van het restaurant: ‘We komen een beetje uit het verdomhoekje.” Döner is nu pas salonfähig? Wat een onzin, zonder al die ‘witte Nederlanders’ waren er nooit zoveel dönerzaken in Nederland. Ja, nu zijn er twee ‘hipsters’ met goede journalistieke contacten en gevoel voor marketing die er wat geitenkaas, kikkererwten en pompoenpitten en vooral veel gebakken lucht aan toevoegen en zich op een ‘andere markt’ richten. Döner wordt er niet anders door en blijf van eenzelfde categorie als de gyros en de shoarma die eraan vooraf gingen. Trouwens, een flinke stap boven de ‘witte’ hamburger van de bekende keten.

Daarmee zijn we bij de laatste stap van Nzume aanbeland: wie verdient ergens geld mee. Volgens Nzume zijn dat ‘witte mensen’ die zich iets toe-eigenen. Ja, Miley Cyrus vond twerken niet uit, deed het twintig jaar na dato en het werd hip. Kun je dat haar verwijten? Werd twerken bekend door Cyrus of Cyrus door twerken? Was het wel oké geweest als Byoncé ervoor had gezorgd dat twerken bekend werd? Byoncé zat en zit in eenzelfde machtspositie als Miley Cyrus. Zou dat voor Nzume verschil uitmaken? Zou dat voor de uitvinder verschil uitmaken? Ja, het komt helaas heel vaak voor dat de werkelijke uitvinder niet de credits krijgt, die krijgen uitvinders zelden. Net zoals ze de grootste verdiensten aan hun neus voorbij zien gaan. Dat is niet iets waar alleen ‘gekleurde’ mensen tegenaan lopen. Dat gebeurt ‘witte mensen’ net zo veel en vaak. Want ook het overgrote deel van de ‘witte mensen’ ontbeert de vaardigheid, de mogelijkheid en de middelen om iets tot een succes te maken. Geld is immers het enige in de wereld dat zich niet aan de zwaartekracht houdt, het valt niet naar de ‘have not’s’ beneden, maar naar de ‘have’s’ boven. Of zoals mijn moeder altijd zei: ‘den duvel schiet altied op de groeëtste haup’. 

Daarmee kom ik op het belangrijkste punt. Een punt waar Nzume en de Ballonnendoorprikker elkaar vinden zoals ik al concludeerde naar aanleiding van een interview met Nzume in de Volkskrant. De machts- en middelenverdeling in Nederland en de wereld. Die is behoorlijk scheef en is extra in het nadeel van mensen met een kleurtje omdat er weinig ‘kleur’ te bekennen is in de ‘powers that be’. Het kost tijd en dan moeten we niet in jaren maar in generaties denken, om tot dat ‘machtscentrum’ door te dringen.

Een proces dat kan worden versneld, door dat ‘machtscentrum’ onder druk te zetten en daarvoor hebben we elkaar nodig. Die strijd wil ik graag samen met Nzume aangaan, maar dan hindert een slordige ‘culturele toe-eigeningstheorie, of die van de ‘witte onschuld’ waarover ik al eerder schreef in een brief aan Sunny Bergman. Deze theorieën hinderen omdat ze niet onweersproken mogen blijven. Dat weerspreken kost energie en tijd die anders kon worden ingezet. Belangrijker is echter dat er zo verdeeldheid ontstaat en als het ‘machtscentrum’ ergens van profiteert, dan is het wel verdeeldheid. Of om een bekend Nederlands gezegde (verdeel en heers) wat te verhaspelen: ‘verdeel en verlies’.

Mogen of moeten?

Vaste Joop-columnist Han van der Horst behandelt in een van zijn columns het begrip politieke correctheid. Dit doet hij in de vorm van een soort recensie van een aflevering van Opiniemakers van WNL waarin Wierd Duk verdedigt dat er sprake is van politieke correctheid. Van der Horst is het daar niet mee eens en sluit af met: “Hoe dan ook, politieke correctheid is net zo’n hersenschim als Allah zelf.”

Hans TeeuwenFoto: Nu

Het gaat mij er niet om wie van de twee er nu ‘gelijk’ heeft. Het gaat mij om de reactie van ene harry (27 april at 08:06). Hij, ik neem aan dat harry een hij is, schrijft: “Er bestaat zelfcensuur, dat geven artiesten en cartoonisten zelf toe. Dat dit een schande is, in een vrije samenleving mag Wierd Duk toch laten zien?” Hij reageert op de volgende passage van Van der Horst: “Koning kijkt liever niet voor aanvang de zaal in omdat hij bang is te harde grappen over Erdogan te maken als er bijvoorbeeld vijf Turken in het publiek zijn. Ook Hans Teeuwen wees op de gevaren die de maker van harde grappen over de islam bedreigen. Dat komt omdat de moslims dit soort humor niet accepteerden, terwijl de christenen – door Freek de Jonge zo heftig aangepakt – hierover geëmancipeerd glimlachen. Als je een grap over Allah maakte, zo wilde hij maar zeggen, ben je tegenwoordig je leven niet meer zeker en daarom doen cabaretiers aan zelfcensuur, doet iedereen aan zelfcensuur.”

Zelfcensuur mag niet, iedereen moet kunnen zeggen wat hij wil. Zo betoogt harry. Inderdaad moet iedereen kunnen zeggen wat hij wil en, beste harry, volgens mij mag ook iedereen zeggen wat hij wil. Maar, beste harry, is er niet een verschil tussen mogen en moeten? Dat je alles mag zeggen, betekent dat ook meteen dat je alles maar moet zeggen? Als ik iemand een verschrikkelijke idioot vind, maar die persoon is wel een directe collega, zou het dan helpen als ik hem een idioot noem omdat het mag? En al is die persoon geen collega moet ik hem dan een idioot noemen, omdat het kan.” 

Beste harry, is het werkelijk een schande als ik rekening houd met de ander en mijn boodschap daarop aanpas, als ik zelfcensuur toepas? Zou dat voor een cabaretier anders zijn? Zegt een cabaretier trouwens altijd wat hij denkt en omgekeerd zou hij ook werkelijk ‘denken’ (beter is vinden) wat hij zegt? Zou Hans Teeuwen werkelijk menen wat hij over de toenmalige koningin Beatrix zei? Of zou het kunnen dat hij rekening houdt met het effect dat zijn boodschap heeft? Is dat niet juist de kern van het cabaretier zijn?