Culturele toedeling

“Tegenstanders van de traditionele Zwarte Piet wijzen op het racistische uiterlijk, de stereotypische karikatuur van de zwarte mens, het gebruik van ‘blackface’ in een kinderfeest. Fans van Zwarte Piet buitelen vervolgens over elkaar heen om die vergelijkingen te ontkennen: nee hoor, is niet hetzelfde, dit komt van de schoorsteen. Doe me even een lol. Zoek een plaatje van zwarte piet en zoek vervolgens een plaatje van een blackface minstrel uit de VS,”

Aldus Pascal Vanenburg bij Joop. Na het lezen van dit citaat moest ik denken aan het begrip culturele toe-eigening, het door de dominante ‘witte’ cultuur overnemen van zaken uit de cultuur van een minderheid. Bijvoorbeeld de Maori-tatoeage op een blanke Amsterdamse arm.

nandi

Illustratie; Wikimedia Commons

Als er sprake kan zijn van culturele toe-eigening, zou er dan ook sprake kunnen zijn van culturele toedeling? Het aan een bepaalde cultuur koppelen van zaken uit een andere cultuur en daarmee het importeren van argumenten uit die ene cultuur voor jou zaak in de andere? Zo kom ik bij Vanenburg, hij legt een verband tussen de Amerikaans, Engelse ‘blackface’ en ‘Zwarte Piet’. Iets wat Sunny Bergman in haar documentaire Zwart als roet’ ook doet. Wordt door een koppeling te leggen tussen twee ‘culturele uitingen’ die niets met elkaar te maken hebben, niet de beleving, de verontwaardiging en afschuw over de ene uiting aan de andere toebedeeld?

Zo is er veel te zeggen over de wreedheid van het stierenvechten, het doden van een dier voor het plezier. Zouden die argumenten worden versterkt door ze in India te laten zien en de Indiër zijn afschuw te laten uitspreken over deze barbaarse behandeling van dit heilige vervoermiddel van de god Shiva? Deel je dan de Spaanse stierengevecht cultuur niet iets toe dat er geen onderdeel van uitmaakt?

Een ander voorbeeld. De Vastelaovend, een traditie waarbij mensen zich verkleden en zo de bestaande orde op de kop zetten. De bestaande orde op de hak te nemen. Als je deze context niet begrijpt of weglaat, dan zie zou je stereotypen die je als belediging of zelfs als racistisch kunt ervaren kunnen zien. Deel je de Vastelaovescultuur zo niet iets toe dat er geen deel vanuit maakt?

Moeten we niet heel voorzichtig zijn met ‘culturele toedeling’? Voorzichtig omdat zo argumenten en sentimenten in de strijd worden gegooid die er eigenlijk geen plaats in hebben. Argumenten en sentimenten die  mensen verdelen en ons verder van huis brengen. Om bij Zwarte Piet te blijven, dat er mensen zijn die zich niet prettig voelen bij Piet is voldoende aanleiding om naar de ‘vorm en kleur’ van piet te kijken. Daar hebben we de Amerikaans, Engelse blackface niet voor nodig.

‘Alternatieve, krachtige’ liberalen

“Een voorstander van een zo groot mogelijke vrijheid op economisch en cultureel gebied, van een zo gering mogelijke overheidsbemoeienis,”

De betekenis die de Van Dale geeft aan het woord liberaal. Zo helder als deze definitie is de politieke betekenis van liberaal niet. Centraal in deze definitie staat het begrip vrijheid en zoals Isaiah Berlin in zijn boek Twee opvattingen over vrijheid liet zien kun je vrij zijn ‘van’ (negatieve vrijheid) en vrij zijn ‘om’ (positieve vrijheid).

liberaal

Illustratie: Liberale verkiezingsaffiche, 1958 | Campaign poster, Belgi… | Flickr

Vrij ‘van’ dwang en inmenging door anderen waaronder een overheid. Vrij ‘om’ dat te doen wat iemand wil. Iemand kan vrij zijn van dwang en inmenging maar toch niet vrij om dat te doen wat hij of zij wil. Zo kan het hem of haar aan de middelen (geld, voedsel) ontbreken om dat te doen wat hij wil. Dat zijn zoals Berlin schrijft: “twee sterk afwijkende, onverenigbare houdingen ten opzichte van de doeleinden van het leven.” 

Vanwaar deze uitwijding over het liberalisme en vooral vrijheid? Omdat het verkiezingsprogramma van Leefbaar Rotterdam (LR) samen met het Forum voor Democratie (FvD) komende gemeenteraadsverkiezingen de slogan: “het krachtvoer voor echte liberalen,” draagt, zo is bij de NOS te lezen.

Wie zijn die ‘echte’ liberalen’ die de beide partijen van krachtvoer willen voorzien? En hoe ziet dat krachtvoer eruit? Daarvoor zou het programma moeten worden bestudeerd. Het jammere is dat dit nog niet te vinden is op het Net. Wel al enige eerste punten. Zo zijn straten ‘voor veel mensen onherkenbaar. Er zit geen groenteboer meer maar wel een Marokkaanse slager. Om daar wat aan te doen moet er een vestigingswet komen. Een wat? Een wet die het mogelijk moet maken om die Marokkaanse slager te weren, zo valt te lezen bij De Dagelijkse Standaard.

Krachtig ‘voer’ maar wat is er liberaal aan? Hoe bevordert dit idee de vrijheid op economisch en cultureel gebied? Wordt de Marokkaanse slager zo niet belemmerd in zijn economische mogelijkheden? Worden de Marokkaanse slager en zijn klanten niet belemmerd in hun culturele vrijheid? Verkleint het niet de vrijheid ‘van’ dwang en inmenging, de negatieve vrijheid? Om over de positieve vrijheid, de vrijheid ‘om’ maar te zwijgen.

Er zijn politici die er ‘Alternatieve feiten’ op na houden. Zouden LR en het FvD er een nog onbekende ‘alternatieve’ versie van het liberalisme op na houden? Een versie die de vrijheid vergroot door ze te verkleinen?

Kijken

Wat is het eerste wat u te binnenschiet als u de onderstaande foto ziet?

ruud gullit

Foto:  329 × 562 – it.wikipedia.org 

“Weer ging het niet over wat ze kan, maar over haar kleur. Tuurlijk, het is een legitieme vraag, want het is tenslotte nieuwswaarde. Maar het is ook iets geks. Alsof mensen eerst haar kleur zien, en dan pas haar als actrice. Het legt wel feilloos bloot hoe wij kijken. Over colourcasting gesproken.” 

Dit concludeert Jeffrey Spalburg in zijn opiniebijdrage in de Volkskrant naar aanleiding van de Theo d’Ore voor actrice Romana Vrede, of moet ik in dit genderneutrale tijdperk acteur zeggen. Spalburg verbaast zich erover dat het alleen maar over haar kleur gaat en niet over haar acteerprestaties. Ik mag er toch van uitgaan dat de jury juist wel naar de acteerprestaties van Vrede heeft gekeken.

Terug naar de conclusie van Spalburg. Zien mensen werkelijk eerst de kleur van Vrede? Ja, Vrede is de eerste gekleurde actrice die deze prijs wint en dat is nieuwswaardig en daar wordt naar gevraagd. Betekent dat dan ook dat eerst haar ‘ kleur’ wordt gezien? Ja, toen ik naar haar keek, zag ik haar kleur, want ik kende Vrede niet. Niet als actrice en al helemaal niet als persoon. Net zoals ik de meeste winnaars van deze prijs niet ken. Dat ligt vooral aan mij, niet aan Vrede en de eerdere winnaars. Het lijkt mij daarom logisch dat ik haar niet als eerste als actrice zie. Als vervolgens wordt vermeld dat zij actrice is, dan zie ik nog steeds haar kleur, maar denk ik: dan zal ze wel een heel goede actrice zijn anders had ze die prijs niet gewonnen. Daarmee lijkt het dat de casus Ballonnendoorprikker Spalburg gelijk geeft, ik zie immers eerst de kleur van Vrede en zie haar pas als actrice als ik lees dat ze dat is.

Ik heb alleen het gevoel dat Spalburg het anders bedoelt. Ik heb het gevoel dat hij bedoelt dat mensen die weten dat Vrede actrice is, haar nog steeds eerst als gekleurd zien en dan pas als actrice en dat is iets wat ik waag te betwijfelen. Laat ik eens een ander voorbeeld nemen: Ruud Gullit. Wordt Gullit eerst als gekleurd gezien of eerst als voetballer, iets wat hij trouwens als jaren niet meer is? Spalburg zal mij, als hij me tegenkomt, eerst als blanke (of tegenwoordig waarschijnlijk witte) zien en niet als schrijver van stukjes. Zou dat nog steeds zo zijn als hij me kent als stukjesschrijver? Zou het werkelijk zo zijn dat mensen die iemand kennen, eerst de ‘kleur’ zien en dan pas de persoon die zij kennen? Zou het kunnen dat Spalburg, omdat hij is gefocust op kleur, denkt dat dit voor iedereen zo is?

Terug naar de vraag waarmee ik begon, ik ben benieuwd naar jullie antwoord op die vraag.

Leeg Europa

  “… het goede willen, ook voor mensen die niet tot de eigen stam of etnische groep behoren. Zijn vijanden kunnen vergeven of in staat zijn de spons te vegen over andermans fouten. Elke mens als individu respecteren, ook zwaar mentaal gehandicapten. De behoeften van de naasten voorrang geven op de eigen behoeften. Alle mensen als gelijkwaardig behandelen, dus ook vrouwen en andersgelovigen.”

Dat zijn volgens Juliaan van Acker de centrale, op de ethiek van het jodendom en het christendom gebaseerde, waarden van ‘onze Europese beschaving. “Wie zich aan deze waarden niet kan aanpassen, hoort niet thuis in Europa,” aldus van Acker bij TPO. Laten we die centrale ethiek eens wat nader bestuderen.

st martinus

Illustratie: Wikimedia Commons

In Europa lopen veel mensen rond die het goede willen. Het vervelende met het goede is dat dit per persoon kan verschillen. Eind 2015 schreef ik in een prikker met als titel Het Goede Doel waarin ik aandacht besteedde aan mensen en stromingen die zich beroepen op het goede. Ik stelde daar de vraag: “Beroepen de jihadisten, als meest vergaande vorm van moslimfundamentalisme, zich ook niet op het goede en dus rechtvaardige? Al zullen er niet veel andere mensen zijn die dit ‘goede’ als goed beoordelen.” 

Willen Europeanen werkelijk het goede voor mensen die niet tot de eigen stam of etnische groep behoren? Lijkt het er niet meer op dat velen in Europa mensen die niet tot de eigen stam of etnische groep behoren het allerbeste toewensen zolang ze maar niet in Europa en vooral niet in Nederland zijn? Daarbij lijkt het niets uit te maken of ze zich aan ‘deze waarden’ van Van Acker willen aanpassen. Wordt dat zelfs niet regeringsbeleid van het kabinet dat nu wordt geformeerd? De vier betrokken partijen willen immers meer Turkijedeals.

Is met een spons over andermans fouten vegen moeilijk? Ja, als die fout van een ander je schade heeft berokkent, dan kan het lastig of pijnlijk zijn. Maar wordt het niet pas echt lastig als je met die spons over je eigen fouten moet vegen? Hoeveel mensen draaien niet om de hete brei van de eigen fouten heen? In de politiek zijn er vele voorbeelden van te vinden. Neem de Teevendeal of de Van Rey-affaire om er eens twee te noemen.

Hoeveel Sint Martinussen lopen er rond? U weet wel de Romeinse soldaat die, volgens de overleveringen, zijn mantel doorsneed en de helft aan een arme medemens gaf. Zouden er niet veel meer ‘heiligen’ moeten zijn als Sint Martinus’ gedrag ingeburgerd zou zijn? Of anders gesteld, zou er een ‘heilige’ zijn als dit normaal gedrag was?

Beste meneer Van Acker, als aanhanger van de christelijke ethiek kent u vast de uitdrukking ‘hij die zonder zonde is werpe de eerste steen.’ Zou Europa niet een lege vlakte zijn als eenieder die de ethiek van u niet praktiseerde het continent zou moeten verlaten.

Groot in kleinheid

Formule 1-coureur Max Verstappen heeft een rechtszaak gewonnen tegen de online-supermarkt Picnic, zo valt in menig krant te lezen. Picnic maakte een parodie op een spotje van de Jumbo. In het Jumbo spotje bezorgt Verstappen met zijn formule1-bolide boodschappen voor Jumbo. Jumbo wil hiermee waarschijnlijk de nadruk leggen op hun snelle service. In picnics parodie gaat iemand die op Verstappen lijkt en gekleed gaat in een racepak met een klein Picnic-autootje rustig rijdend de boodschappen bezorgen met als moto:

“Als je op tijd bent, dan hoef je niet te racen.” 

Jumbo nam geen aanstoot aan de parodie en liet het passeren. Immers wie geschoren wordt moet stilzitten. Verstappen kon de parodie niet waarderen en spande een rechtszaak aan omdat zijn portretrecht was aangetast. Hierin heeft de rechter Verstappen gelijk gegeven.

knippen

Foto: Pixabay

Nu ben ik geen rechter en ook geen kenner van het portretrecht. Het vonnis roept toch wat vragen bij mij op. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: hoe zit het dan met het portretrecht van de man in het Picnic-spotje? Dat hij hetzelfde postuur heeft, dezelfde haarkleur en hetzelfde silhouet, wat kan hij daar aan doen? Wordt die man door dit vonnis niet in zijn portretrecht aangetast? Want wordt hij zo niet ingeperkt in zijn mogelijkheden om iets met zijn portret te doen? Wat zou er zijn gebeurd als deze man Verstappen had aangeklaagd? Je zou immers met evenveel recht van spreken kunnen claimen dat Verstappen inbreuk heeft gemaakt op het portretrecht van deze man door in de Jumbo-reclame op te treden.

Of de Picnic-man iets heeft overgehouden aan zijn optreden weet ik niet. Veel kan het niet zijn want het spotje schijnt maar tweehonderd euro te hebben gekost. Dat is waarschijnlijk minder dan dat de lucht in een van de banden van Verstappens formule 1-bolide kost en Verstappen zal er niet eens voor zijn bed uit komen. Of Verstappen een groot coureur wordt die vele races en kampioenschappen wint, moeten we afwachten. Kunnen we nu wel al concluderen dat Verstappen groot is in zijn kleinheid?

 

Marx en het monster van Frankenstein

Na het vallen van de muur werd het denken van Karl Marx bij het grofvuil gezet. Het liberale kapitalisme of kapitalistisch liberalisme had definitief gewonnen en de geschiedenis, de strijd tussen ideologieën werd in navolging van Francis Fukuyama voor beëindigd verklaard. De laatste tijd lijkt het alsof er te vroeg is gejuicht want Marx blijkt slimmer dan we dachten. Het denken van Marx ligt aan de basis van de  ‘identiteitspolitiek’. Als we tenminste mensen als Thierry Baudet, Paul Cliteur en ook Teunis Dokter mogen geloven. Zo’n beetje alles wat deze heren niet aanstaat, is het gevolg van cultuurmarxisme.

FRankenstein

Foto: Flickr

Neem Dokter bij ThePostOnline: De definitie van de ‘Inclusive Society’ –een inherent marxistisch concept– vormt de grondslag voor de sociaal-culturele programma’s en subsidienetwerken van de Verenigde Naties en de Europese Unie.” Dit is allemaal een gevolg van het streven naar gelijkheid uit het denken van Marx. En: “De ironie wil dat dit streven naar gelijkheid van klassen leidt tot identiteitspolitiek. Want wanneer men de gelijkheid tussen verschillende klassen wil doen toenemen moet men deze klassen kunnen onderscheiden en aanwijzen. Zodra een benadeelde klasse is ontdekt wordt deze verheven terwijl andere groepen geen aandacht krijgen.” Zo schrijft Dokter.

Marx schreef over de strijd tussen de kapitalistische klassen en het proletariaat en in zijn theorie zou het proletariaat die strijd winnen. Deze strijd zou, volgens Marx, door het proletariaat worden gewonnen, waarna er een klasseloze samenleving zou ontstaan. Marx schreef niet over culturen of identiteiten. De kreet ‘proletariërs aller landen verenigt u’ getuigt niet echt van het denken in culturen en identiteiten. Iets wat duidelijk werd bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In de loopgraven stonden de proletariërs uit ‘allerlei’ landen tegenover elkaar verenigd onder een nationale en culturele vlag.

Op het historicisme van Marx is ook veel aan te merken en daar zijn al vele boeken over vol geschreven. Neem bijvoorbeeld Karl Poppers The Open Society and it’s Enemies om er een te noemen. Wat Marx goed zag is dat een samenleving met grote economische ongelijkheid niet stabiel is. Marx min of meer benoemen tot de vader van de ‘identiteitspolitiek is een gotspe.

Er is ook veel aan te merken op de ‘identiteitspolitiek’ en het ‘pseudo-wetenschappelijk fabuleren’ dat eraan ten grondslag ligt. Een terecht punt van zorg dat de ‘identiteitspolitici’ maken is de ongelijke behandeling van mensen vanwege hun uiterlijk, sekse, religie enzovoorts. Een punt dat hun overschreeuwen en pseudo-wetenschappelijkheid ondersneeuwt.

Zouden de bedenkers van het ‘cultuurmarxisme theorie’ denken dat hun argumenten sterker worden door hun twee ‘vijanden’ in elkaar te knutselen tot een soort ‘monster van Frankenstein’?

Selectief winkelen

“Erkennen van het Nederlandse aandeel in slavernij is erkennen dat er in Nederland een systematische ongelijkheid bestaat voor een groep Nederlanders met een cultureel diverse achtergrond.”

Dit schrijft Jörgen Tjon A Fong in de Volkskrant in reactie op een column van Martin Sommer in dezelfde krant. Tjon A Fong vindt dat Sommer het slavernijverleden bagatelliseert en dat hij door: “betwisten van de cijfers de weg naar gelijkheid juist vertroebelt.” 

slavernijFoto: Pixabay

Het gaat mij er niet om wie gelijk heeft en hoe groot of klein het Nederlandse aandeel in de slavernij handel was. Het gaat mij om deze bewering van Tjon A Fong. Hij beweert hier dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de slavenhandel en de huidige ongelijkheid die er bestaat tussen Nederlanders met diverse culturele achtergronden. Tjon A Fong beweert hier dat het laatste is veroorzaakt door het eerste. Of hemzelf aan het woord te laten: “Het gaat erom dat we in de tijd die we de Gouden Eeuw noemen een sociale constructie hebben gebouwd waarin wit als superieur werd gezien en niet wit als minderwaardig.”

Hoe is dan die ‘sociale constructie’ in de Gouden Eeuw ontstaan? De westerse slavenhandelaren zagen immers niet iedere niet blanke als slaaf. Ze handelden er vrolijk op los met niet blanke slavenhandelaren die hun kleurgenoten verhandelden. Als ze pech hadden, werden ze zelf tot slaaf gemaakt door Arabieren en Noord-Afrikanen.

Ik ben benieuwd hoe het verband dat Tjon A Fong schets eruitziet. Dat twee gebeurtenissen na elkaar optreden wil niet zeggen dat er een oorzakelijk verband is tussen die twee. Kan Tjon A Fong of iemand anders mij dit verband uitleggen? Volgens Tjon A Fong gaat het erom de: “bouwstenen van de huidige maatschappij bloot te leggen. En daar vormt de geschiedenis een onuitwisbaar fundament van.” De slavenhandel heeft hierbij tot een ‘constructiefout’ geleid. Winkelt Tjon A Fong zo niet selectief in de geschiedenis?

Als de geschiedenis het fundament van het bouwwerk is, behoort dan de afschaffing van de slavernij niet ook tot die fundamenten? Net als een Grondwet die iedereen gelijk behandelt?

Zou het kunnen dat de oorzaak van de ongelijkheid niet systematisch is, maar een oorzaak in de menselijke natuur heeft? Identificeert een mens zich niet met degenen die op hem lijken. Zou dat niet de oorzaak van de ongelijkheid kunnen zijn?

Gevangen in het eigen web

“Ik ben meer dan mijn kleur,” aldus de titel boven een column van Kiza Magendane in de Volkskrant. Magendane schets zijn droombeeld: “Hierin schrijven en praten de zogenaamde allochtonen over iets anders dan uitsluitend over racisme, discriminatie, de islam en diversiteit.” Dat dit er voorlopig niet van gaat komen, is een gevolg van de ‘mentale tirannie’ die ‘biculturele’ intelligentsia teistert: “Ze verkeren in een ‘psychologisch gevangenis’ zoals ik dat zelf noem. Hun identiteit wordt gereduceerd  tot hun culturele en etnische hokjes.” Hierdoor wordt: “het cultuurverschil tussen diverse etnische groepen als de meest doorslaggevende factor gezien in het verklaren van maatschappelijke problemen.” Een analyse die tot nadenken stemt en die aansluit bij eerdere prikkers.

spin in web

Foto: Pixabay

Ik moest denken aan een eerdere prikker, Cultuur, die ik in 2015 schreef. In haar commentaar stelde Dagblad de Limburger dat de Friese of Groningse cultuur anders is dan de Brabantse of de Limburgse. Waarop ik me afvroeg of er dan ook verschil zou kunnen zijn tussen de Venlose en Maastrichtse cultuur of tussen de culturen binnen de Venlose gemeenschap? Magendane noemt zichzelf een biculturele Nederlander. Wanneer ben je een biculturele Nederlander? Ik ben geboren in Velden, woon in Venlo, die plaatsen liggen in Limburg, in Nederland, in de Europese Unie, in Europa en de wereld? Voldoe ik daarmee aan de criteria om biculturele Nederlander te worden genoemd? Of, als je het op de keper beschouwt, multiculturele Nederlander? Het zijn immers meer dan twee culturen.

Ik sloot de genoemde prikker af met de vraag: “Is cultuur daarmee een woord dat we gebruiken om anderen, al naar wat we willen bereiken, binnen of buiten te sluiten?”  Een interessante vraag die ook naar aanleiding van de column van Magendane gesteld kan worden. Sluit hij zichzelf niet op in een hokje? Of om zijn eigen woorden te gebruiken, ‘reduceert’ hij zichzelf door zich biculturele Nederlander te noemen  tot een ‘cultureel en etnisch hokje’? Zet hij zich zo, om hem te parafraseren, niet ‘gevangen in een ‘psychologische gevangenis’? Zit hij zo niet gevangen in zijn eigen web?

Zucht …

“Lijdt u, mijn onderzaten die oprecht zijt van aard, God zal u niet verlaten, al zijt gij nu bezwaard. Die vroom begeert te leven, bidt God nacht ende dag, dat Hij mij kracht zal geven, dat ik u helpen mag.” 

Wat is de betekenis van dit stukje tekst? Dit zou zomaar eens een vraag kunnen zijn in een proefwerk (of wellicht examen) ‘Wilhelmuskunde’. Want zoals jullie vast al weten krijgen Nederlandse kinderen binnenkort het vak ‘Wilhelmuskunde’. Tenminste, als het aan de partijen ligt die de komende regering willen vormen.

wilhelmus.jpg

Foto: Wikimedia Commons

Tja, die onderzaten zijn natuurlijk de Nederlanders en die zijn perfect, ze zijn immers ‘recht van aard’. God zal hen, waarschijnlijk als gevolg van die perfectie, niet verlaten. Dat sinds Nietsche God dood heeft verklaard, inmiddels meer dan de helft van de Nederlanders God heeft verlaten, dat laten we even buiten beschouwing. Dat velen van degenen die nog wel in een God geloven, in een andere geloven dan de God waarover hier wordt gezongen, laat we ook maar even buiten beschouwing. Of is het de bedoeling van de ‘christelijke mannenbroeders’ om juist via het vak ‘Wilhelmuskunde’ zieltjes te winnen?

Zieltjes die moeten bidden, niet voor hun eigen heil, nee voor kracht voor de koning zodat die de bidders helpen kan. Hoe verhoudt zich dit tot de doelstellingen achter de participatiesamenleving die toch de eigen kracht centraal stelt? Zouden degenen ‘die vroom begeren te leven’ dan niet beter voor hun eigen kracht kunnen bidden? Vol verwachting zie ik uit naar de beleidsnota van het nieuwe kabinet die deze hiaat probeert te dichten.

Naast kennis van de inhoud en de tekst, dienen onze kinderen ook kennis van de melodie te hebben. De melodie? Tranentrekkende saaie en slaapverwekkend! Zeker als je naast het gebruikelijke eerste couplet ook de rest moet aanhoren, aldus de Ballonnendoorprikker. Die hoort liever het Frans of het Italiaans volkslied, levendige vrolijke melodieën waar je blij van wordt. Ik ben benieuwd hoe musicoloog Buma daar een draai aan gaat geven. Gelukkig hoeven de kinderen er niet bij te staan, staande in slaap vallen houdt meer risico’s in.

Is dit nu werkelijk iets waar vier ‘leiders’, gesecondeerd door vier ‘eerste luitenanten’ onder begeleiding van een informateur hun tijd aan voldoen? Geen wonder dat de formatie zo lang duurt.

‘Nails in shallow water

Josephine Bersee uit Hong Kong reageert via een ingezonden brief in de Volkskrant van woensdag 21 juni op een uitspraak van Jamile el Mourabet, diversity consultant bij Aan Amro, in dezelfde krant maar dan op de 20ste juni. El Mourabet vroeg zich af waarom mensen zich bemoeiden met de namen van haar kinderen (Hicham en Louay). Met Nederlands klinkende namen zouden die kinderen het immers veel makkelijker hebben in dit land, El Mourabet hierover: “Waarom zouden mijn zoons niet zichzelf mogen zijn, met hun eigen naam en hun eigen cultuur?” Dit vormt de kern van haar werk aldus El Mourabet: “Ik sta voor iets anders.”

Namen

Illustratie: Fieggentrio – blogger

Volgens Bersee is: “het aanpassen van namen een gewoonte van immigranten uit alle windstreken in alle immigratielanden door de geschiedenis heen.” En om beide ‘culturen’ tevreden te stellen adviseert zij: “geef het kind een Nederlandse en een Marokkaanse naam. Chinezen combineren westerse en Chinese namen al eeuwen en het heeft hun culturele identiteit niet in het minst aangetast.” Overigens stelt Bersee het recht die namen te kiezen die men wil, niet ter discussie.

Wat zegt een naam tegenwoordig nog over de afkomst? De tijden dat je aan een voornaam al kon zien uit welke streek iemand kwam, is allang voorbij. De Limburgse Sjang of Sjeng is uitgestorven. Kees, Jan Marietje en Truus worden ‘al generaties’ niet meer gebruikt. Xavi, Jari, Kimberley Charlene, Milan en Roxanne komen tegenwoordig wat vaker voor. Jim, James, Jill en Ivy gevolgd door Luna, Hailay en Amber. Wat te denken van Sven, Britt, Holger, Björn, Jill, Jane of Arwen, gewoon gebruikt door Nederlandse ouders. Of wat te denken van een trio uit een geboorteadvertentie die ik recentelijk las: Djaeysen het broertje van Kaeyen en Kaeylinn, kinderen met een pa en ma met oer-Nederlandse achternamen.

Dubbele namen, een goed idee. Alleen welke Nederlandse naam gebruik je? Djaeysen-Hicham dat bekt niet helemaal lekker, net zomin als Henk-Hicham, Kimberley-Louay of Truus-Louay. Jan-Hicham allitereert dan weer lekker en zou om die reden wel een mooie combinatie zijn. Wat zijn dan nog ‘Nederlandse’ namen?

Wat zegt trouwens een naam over afkomst? Laatst zag ik iemand voor het eerst waarmee ik via mail en telefoon al vaker contact had. Een oer Friese naam en een alles behalve bijpassend uiterlijk. Is deze discussie niet ‘searching for nails in shallow water’ om een ‘Nederlandse’ uitdrukking aan te halen?  Wat zegt het trouwens over het werk van El Mourabet?