Onwetendheid is macht!?

‘Het is nooit goed of het deugd niet’, een uitspraak die mijn moeder vaker bezigde, maar dan in het Veldense dialect uitgesproken. Aan die uitspraak moest ik denken tijdens het lezen van de column van Asha ten Broeke in de Volkskrant. Ten Broeke schrijft over de reacties in de media op de bijdrage van Arjen Lubach aan de zwarte-pietendiscussie. Aan de ene kant bijval en aan de andere kant krijgt hij het verwijt dat hij zich op het schild hijst ten koste van ‘zwarte activisten’ die worden bedreigd. Het woord culturele toe-eigening wordt nog niet genoemd, maar daar lijkt het wel op.

Wekker

Wat moet je als blanke, al mag ik dat woord niet gebruiken omdat ik me dan een neutrale positie toedeel, dan doen? Ten Broeke geeft advies en dat advies haalt ze bij Gloria Wekker: “… het zich teweerstellen tegen witte onschuld, het zichzelf positioneren als wit, als een machtige raciale/etnische positie bezettend, het cognitief en emotioneel kennisnemen van de Nederlandse geschiedenis van imperialisme, van de vele vormen van wit privilege en dat privilege gebruiken om machtsverschillen te doorbreken…”  Kennis nemen van de geschiedenis, welke dan ook, is altijd goed. Ook ben ik me er terdege van bewust dat er machtsverschillen zijn die doorbroken moeten worden. Dat kost tijd en gezamenlijke strijd en inzet.

Meer moeite heb ik met de term witte onschuld. Die komt er volgens Wekker (pagina 31 van haar boek Witte Onschuld) op neer: “dat de epistemologie van de onwetendheid deel uitmaakt van een witte superieure staat waarbij het menselijk ras raciaal is verdeeld in volledige en onvolledige personen. Hoewel- of beter gezegd: juist doordat – ze de neiging hebben de racistische wereld waarin ze leven niet te begrijpen, zijn witte mensen in staat volledig te profiteren van deze raciale hiërarchieën , ontologieën en economieën.” Ja, er zijn mensen die zich superieur achten aan anderen, die anderen ‘onvolledig’ vinden. Die heb je echter in alle kleuren en religies. Om dit iedere blanke te verwijten, gaat mij veel te ver.

Meestal leidt kennis tot inzicht en tot een positie waarin de bezitter van die kennis de mogelijkheid heeft om te profiteren van het inzetten van die kennis. Vandaar de uitspraak kennis is macht. Wekker beweert het omgekeerde, onwetendheid is macht. Zou dat werkelijk zo zijn? Zou het werkelijk zo zijn dat de ‘witte’ het ‘spel winnen’ omdat ze het niet begrijpen?

“We are the Borg”

Bij de Volkskrant trekt historicus Willem Melching parallellen tussen het populisme van nu en het populisme van de jaren zestig van de vorige eeuw van D’66, de Boerenpartij en Provo. Zijn conclusie, de huidige ‘elite’ zou wat kunnen opsteken van de toenmalige elite door wat zaken over te nemen. Hij ziet twee punten waarop dat zou kunnen, Europa en de multi-culturele samenleving. Over die laatste schrijft hij:

“De multi-culturele samenleving is grotendeels mislukt, zelfs de optimist Merkel moest dat toegeven. Maar niemand in Europa zet deze kwestie op de agenda.”  

The Borg

Foto: Flickr

Mislukt? Is dat niet een wat vreemde constatering? “Met elementen uit verschillende culturen,” deze definitie geeft de Van Dale voor het woord multicultureel. Als we naar Nederland kijken dan zien we dat de Nederlandse samenleving bestaat uit elementen uit verschillende culturen. Dat er ‘elementen uit verschillende culturen’ in Nederland wonen is niet nieuw. Dat is altijd al zo geweest. De Friese cultuur is anders dan de Hollandse of de Limburgse. De ‘Limburgse cultuur’ bestaat niet, de Venlose cultuur is immers anders dan de Maastrichtse. Net zo bestaan de Hollandse of de Friese cultuur ook niet. 010 en 020, allebei Hollands en toch heel anders. Hierover schreef ik al eerder. Met andere woorden, is die ene Nederlandse cultuur niet een illusie?

Met de komst van mensen uit andere streken is de diversiteit nog verder toegenomen, is de samenleving nog diverser geworden. Er zijn nog meer elementen van verschillende culturen en is de samenleving als geheel nog multicultureler geworden. Is die multiculturele samenleving daarmee niet een feitelijke constatering? Hoe kan een feitelijke constatering mislukt zijn?

Wat er niet is gebeurd, is dat er één stamppot is ontstaan. Eén geheel van mensen die allemaal precies hetzelfde zijn, denken en doen. Als Melching dat bedoelt met een multiculturele samenleving, dan heeft hij gelijk, dat is mislukt. Als hij dat bedoelt, dan kun je je afvragen of dat ooit het doel van iemand is geweest? Een soort Borg uit de serie Star Trek:“We are the Borg. You will be assimilated. Resistance is futile. You’re biological and technoligical distinctiveness will be added to our own. Resistance is futile.” Als het van niemand een doel was, is het niet ontstaan ervan dan een mislukking?

Preken voor eigen parochie

“GroenLinks wil namelijk ‘de gewone man’ bereiken, want ‘identiteitspolitiek betekent in Nederland meestal het opsluiten van mensen in hun eigen groep’. Alsof al dat gepamper van de ‘gewone’, ‘hardwerkende’ en ‘bezorgde burger’ iets anders is dan identiteitspolitiek gericht op de dominante, witte meerderheid. … Terwijl GroenLinks dus haar hengel uitgooit in de drukste electorale vijver van Nederland vol gewone, witte vissen, wordt de blijkbaar abnormale, niet-witte kiezer in de netten van Denk en BIJ1 gedreven.”  Woorden van Joyce Brekelmans bij Joop als reactie op een interview met Jesse Klaver in de NRC. En dan vooral op de volgende passage:

“Als het alleen maar gaat over identiteit, migratie en andere sociaal-culturele thema’s, wint rechts. Wij willen vanaf nu de nadruk leggen op geld, werk en de macht van het bedrijfsleven.”

Mark Lilla

Als ik Brekelmans goed begrijp, dan betekent aandacht vragen  voor geld, werk en macht dat je je pijlen richt op ‘gewone witte vissen’. Dan laat je de ‘niet-witte kiezer’ aan zijn lot over of erger, je drijft ze in de netten van Denk en BIJ1. Zouden die ‘niet-witte kiezers’ niets met geld, werk en macht hebben?

In Nederland is er geen enkele ‘minderheid’ die de meerderheid heeft. De ‘niet-witte kiezer’, als die al als één blok te zien is, wat ik ten zeerste betwijfel, heeft zeker geen meerderheid. Betekent dit niet dat om iets te bereiken die ‘niet-witte kiezer’, altijd de samenwerking moet zoeken met ‘witte’ kiezers? Is een kenmerk van samenwerking niet dat er gegeven moet worden om te kunnen nemen? Dat er naar overeenkomsten gezocht moet worden in plaats van naar verschillen? Dat er gezamenlijke grond moet worden gezocht?

Dat zullen Denk en BIJ1 ook moeten doen, net zoals VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie dat nu ook hebben gedaan. Met alleen maar blijven hameren op anders zijn, op de eigen identiteit, het eigen gelijk en de verschillen met anderen, bereik je niets. Want zoals Mark Lilla zich op bladzijde 120 van het boek The Once and Future Liberal. After Identity Politics afvraagt: “Why should non-Xers give a damn about Xers, unless they believe they share something with them? Why should we expect them to feel anything at all?”

Beste mevrouw Brekelmans, net als de ‘niet-witte kiezers’ bestaat ook die  ‘dominante witte meerderheid’ niet. Roept u zo niet een schijntegenstelling op? Zou strijdt voor een een beter samenleving voor alle inwoners van dit land echt worden bereikt door te focussen op verschillen in ‘identiteit’? Leidt politiek gericht op ‘identiteit’ niet tot het failliet van een samenleving omdat het gericht is op het uitsluiten in plaats van het insluiten van mensen?

Gezond, democratisch verstand

“In een tijd van preventie, controle en het minimaliseren van risico’s kiezen bestuurders steevast voor ‘de openbare orde’.” Woorden uit een artikel van Cinan Çankaya in de Volkskrant. Aanleiding voor zijn artikel is de hele heisa rond de anti-zwarte-piet demonstranten die door pro-zwarte-piet demonstranten werden belemmerd om te demonstreren, een demonstratie waarvoor de burgemeester een vergunning had afgegeven. Çankaya concludeert:

“Zorgvuldig omgaan met grondrechten blijkt ook voor het Nederlandse bestuur, de politieorganisatie en een belangrijk deel van haar inwoners een probleem te zijn.”

demonstratie

foto: Wikimedia Commons

Het gaat mij niet om zwarte piet, daar heb ik al eerder mijn zegje over gedaan en daar laat ik het bij. Het gaat mij om het begrip ‘openbare orde’. Dat begrip wordt, samen met het woord veiligheid, vaak gebruikt als er weer eens een demonstratie of manifestatie wordt verboden door een burgemeester. Een burgemeester die bang is voor verstoring van die openbare orde. Om te bepalen of die openbare orde wordt verstoord, moet eerst duidelijk zijn hoe die niet verstoorde orde eruitziet, wat behoort tot de normale orde?

In onze democratie is het in het openbaar kunnen uiten van je mening een belangrijk grondrecht. Met mijn prikkers maak ik gebruik van dit recht. Demonstreren is ook een manier om je mening te uiten. Demonstreren kun je in je eentje en ook in een groep. Betekent dit niet dat het uiten van je mening, ook in de vorm van een demonstratie gewoon tot de normale orde behoort en dus die orde niet kan verstoren?

Begin dit jaar schreef ik hier al, naar aanleiding van Turkse ministers die op bezoek kwamen en wilden komen, over. Ik stelde toen de vraag: “ Zou niet slechts bij hoge uitzondering, of liever nog nooit, een bijeenkomst of demonstratie verboden mogen worden?” Die prikker eindigde met de vraag: “Zijn onze bestuurders niet veel te angstig en bewijzen ze de democratie en onze vrijheden niet een slechte dienst door vanuit deze angst te handelen?”  Vragen die we ook nu weer, of eigenlijk nog steeds, kunnen stellen.

Wellicht kunnen we de sinterklaastijd gebruiken om het tij te keren. Hoe? Door Sinterklaas te vragen om onze bestuurders, volksvertegenwoordigers en onszelf een dosis gezond, democratisch verstand en vooral een stevig portie moed te geven. Dat zou het door Çankaya gesignaleerde probleem oplossen.

Cliteuriaans

“Maar de rationele islam zal niet Kantiaans ontstaan, alleen Hobbesiaans.”

Niet stoppen na deze zin uit een artikel van Paul Cliteur bij TPO. Cliteur betoogt dat een ‘rationele islam’ niet vreedzaam zal ontstaan en gebruikt de denkers Immanuel Kant en Thomas Hobbes als contrapunten. Kant voor de vreedzame manier en Hobbes voor de gewelddadige manier. “Wie goed doet, goed ontmoet geldt voor een andere wereld dan de wereld waarin we leven.” Onze overheden zullen weer overheden moeten worden, onze regeringen weer moeten gaan regeren, want anders is het leven solitary, poor, nasty, brutish and short.” Welke maatregelen moeten die regeringen die weer moeten gaan regeren dan nemen? Cliteur: “De financieringsstromen vanuit Saoedi-Arabië zullen moeten worden drooggelegd. De bijzondere leerstoelen gesubsidieerd vanuit Qatar (Tariq Ramadan in Oxford) moeten worden afgeschaft. Talloze Hobbesiaanse maatregelen zullen moeten worden genomen en onze overheden zullen hun onschuld moeten verliezen.”

Cliteur

Foto: Vimeo

Vreemd is wel dat Cliteur in zijn artikel schrijft over een islamiet, Khalid Benhaddou genaamd: “hij hangt een ‘rationele islam’ aan. Dat ‘rationele’ geeft aan dat hij de islam heeft gezuiverd van al die dingen waarmee wij tegenwoordig in botsing komen.” Nu begrijp ik het even niet. Cliteut pleit voor een Hobbiaanse benadering die er nu niet is. Zonder die Hobbiaanse benadering kan er geen rationele islam ontstaan. Hoe kan Benhaddou dan een rationele islam aanhangen? Die kon toch niet ontstaan?

Zou Benhaddou trouwens de enige rationele islamiet zijn? Welke islam zouden bijvoorbeeld de burgemeesters Aboutaleb en Marcouch aanhangen? Of kamervoorzitter Khadija Arib? Zou het kunnen dat die rationele islam al lang bestaat? En al was Benhaddou op dit moment de enige rationele islamiet, bevestigt hij dan niet het ongelijk van Cliteur? Immers ook zonder die Hobbesiaanse maatregelen blijkt er immers een rationele islam te kunnen ontstaan. Dat iets is ontstaan, wat volgens je eigen theorie niet kan ontstaan en het vervolgens niet zien als een ontkrachting van je theorie, zullen we dat vanaf nu dan Cliteuriaans denken noemen?

Zou het niet precies omgekeerd zijn, dat juist het: “theoterrorisme en jihadisme,” zoals Cliteur het noemt, welvaart bij Hobbesiaanse praat en maatregelen? Maatregelen zoals het verbieden, afschaffen en overheden die hun ‘onschuld verliezen?

Journalistiek?

“Politiemensen moeten hun werk kunnen doen, journalisten moeten hun werk kunnen doen. Dit is een land waar de staat en niet de straat regeert,”

deze woorden sprak premier Rutte tijdens zijn vrijdagse persconferentie naar aanleiding van de moord op een 22 jarige man uit Blerick. Inderdaad politiemensen en journalisten moeten hun werk kunnen doen. Journalisten moeten verslag kunnen doen van het nieuws en dat is het verzamelen, controleren, analyseren van nieuws en er vervolgens over rapporteren.

PowNed

Foto: PowNed – Wikipedia

Laten we eens even kijken naar wat voorbeelden rond deze casus. Neem Elsevier: “Woensdagmiddag werd de … op straat doodgeschoten, vermoedelijk door leden van een rivaliserende Antilliaanse drugsbende.” Een schoolvoorbeeld van de huidige tijd. Er gebeurt iets, een moord of een neerstortend vliegtuig en een minuut later moet er een verklaring zijn. Alleen die verklaring is voorlopig pure speculatie. Behoort speculeren tot het werk van de journalist? Een juiste analyse zou zijn: we weten niet wie er heeft geschoten en wat de achtergrond erbij is.

In een ander artikel bij Elsevier valt het volgende te lezen: “Het slachtoffer zou familie zijn van …, oud-lid van de bende van Venlo. Deze bende zou zich in 1993 en 1994 schuldig hebben gemaakt aan meer dan 250 geweldsdelicten in de regio. Daaronder tal van moorden met geld als motief.” Het kan dat het slachtoffer familie is van, maar wat bewijst dat? Het enige wat er gebeurt is dat een man wordt gelieerd aan gebeurtenissen waaraan hij part nog deel had, hij was in 1993 en 1994 nog niet geboren. Wellicht heeft de vermoorde man ook wel een tante in de politiek of een neef die profvoetballer is, dit allemaal, net als die oom, doet niet terzake.

Een voorbeeld van de bewegende media. We gaan onder het mom van ‘proeven wat er onder de mensen leeft’ met een camera in een gebied waar iets is gebeurd en de gemoederen verhit zijn, staan en wachten af. Er is altijd wel iemand die boos reageert op de aanwezigheid van die camera en begint te schelden, je bekogelt met iets of een klap uitdeelt. Iets wat niet goed is te praten, maar in een kruitvat is een klein lontje al voldoende. Deze tactiek wordt vooral door PowNed toegepast. Om te laten zien dat je ‘gewoon je werk deed’ plaats je er wat interviews omheen, een paar over de eigenlijke zaak en na de tumult eentje met een burgemeester of andere ambtsdrager die vervolgens moet zeggen dat de ‘journalist toch gewoon zijn werk moet kunnen doen. Een werkwijze die door een voorganger bij PowNed satire werd genoemd.

Suggestie, speculatie en als klap op de vuurpijl nieuwscreatie op een kwalijke manier. Zouden de media zich niet veel terughoudender moeten opstellen? Zich alleen beperken tot de feiten en verre blijven van speculatie? Zou dat misschien ook het werk van de politie vergemakkelijken?

Uitgestoken hand

De afgelopen week gebeurde mij iets heel bijzonders. De Correspondent publiceerde in het kader van de ‘maand van de verzwegen geschiedenis’ een artikel van Patricia D. Gomes. Gomes beschrijft de afschaffing van de slavernij in Suriname. In 1863 werd de slavernij dan wel afgeschaft, dat betekende niet dat alle slaven meteen vrij waren: “Slaafgemaakten in Suriname kregen bij de proclamatie van de ‘afschaffing’ van de slavernij op 1 juli 1863 te horen dat ze nog tien jaar verplicht op de plantages en de werkhuizen moesten blijven werken, tot 1873 dus.” Gomes pleit ervoor om hier expliciet aandacht aan te besteden in de geschiedenisboeken.

uitgestoken hand

Foto: Flickr

Als dit in de geschiedenis lesboeken moet, dan met het brede perspectief, zo pleitte ik. Het verplicht blijven werken na ‘afschaffing’ van de slavernij was niet typisch Surinaams, ook Europese lijfeigenen moesten vaak nog vele jaren voor de landheer blijven werken om deze te compenseren, eigenlijk om zichzelf vrij te kopen. Gomes reageerde dat ze dit prima vond, maar dan wel speciale aandacht voor de zwarte slachtoffers, want: “vergeet niet dat de zwarte slachtoffers extra hebben geleden vanwege de geestelijke en lichamelijk ontberingen die hun weerga in de geschiedenis niet kennen. En dat hun nakomelingen – mensen als ik – nog steeds last hebben van de erfenissen wat betreft gelijke toegang tot het goede der aarde en dat witte mensen over het algemeen nog steeds denken dat ze al hun privileges geheel en al aan zichzelf te danken hebben en dat ze niet lijken in te zien (want zgn meritocratie) dat hun voordelen berusten op eeuwenlange uitbuiting en onderdrukking.” Daar sta je dan als ‘gepriviligeerde ‘witte’ en ook nog eens man. Mooi in de hoek gezet, blind voor het grote voordeel dat je hebt. Ben je, door je pleidooi voor perspectief, ineens beland in het ‘witte-privilege-denken’.

Ik antwoordde dat ik niet mee wil doen aan een spelletje ‘wie heeft het meeste geleden’, maar dat ik, omdat ik me realiseer dat door een toeval mij het geluk heeft toegelachen. Het toeval dat ik geboren ben in de situatie waarin ik geboren ben en dat dit toeval mij de plicht geeft om in het hier en nu anderen, die het minder hebben getroffen, te helpen om het beter te krijgen. Om mijn geluk te delen. Dat zij, als zij dat ook wil, mij aan haar zijde vindt.

Dat had ik verkeerd gezien: “Voor mij bestaat toeval niet en is alles oorzakelijk verbonden. We spreken alleen van toeval wanneer we we (nog) niet in staat zijn alle oorzaken en gevolgen waar te nemen vanwege onze gebrekkige waarnemingsvermogen en intelligentie die verhinderen dat we het hele plaatje zien. Mensen die in toeval geloven zeggen volgens mij zoiets als: Ik zie het niet/ ik ervaar het niet, dus bestaat het niet en wat ik wel zie/ervaar kan ook zomaar… uit het iets ontstaan. Dat is een comfortabele positie, waarbij je niet verder hoeft te kijken dan je neus lang is. Ik bedoel dit niet beledigend.” Aldus Gomes en daar sta ik dan met mijn uitgestoken hand.

Als je zelf je plek kiest waar je wordt geboren, had je dan niet beter moeten kiezen? En als er een ‘plaatsverdeler’ is, moet die er dan niet op worden aangesproken?

Wraak op vroeger

“De dominante opvattingen van die tijd waren geen opvattingen maar geloofsartikelen. Van de stelligheid waarmee ze werden uitgedragen, ging iets intimiderends uit. Wie er geen deelgenoot van was, had het gevoel te zondigen tegen de tijdgeest – na de doodverklaring van God de hoogste autoriteit.”

De mooiste zin uit het artikel van Sander van Walsum in de Volkskrant. Deze zin beschrijft de sfeer in de jaren zeventig van de vorige eeuw en beweert dat #MeToo afrekent met de ‘hardnekkige restanten’ van de jaren zeventig.

MeToo

Illustratie: Flickr

Even vooraf, natuurlijk is seksueel geweld en – misbruik afschuwelijk en moeten de daders worden gestraft.

Er is iets met dat ‘afrekenen’, worden we tegenwoordig niet overspoeld met ‘#MeToo-achtige’ golven die ons vragen om ‘af te rekenen’ met een voorbije tijd? Altijd is er wel iets uit vervlogen jaren waarmee moet worden afgerekend. De hippies waarmee nu moet worden afgerekend, rekenden af met het collectieve en de ‘groepsdruk’ en pleitten voor de ontplooiing van het individu, vrijheid en alles moet kunnen. Nou ja alles, bemoeienis met Vietnam natuurlijk niet. Via Vietnam komen we als vanzelf bij het kolonialisme, ook daar sturen velen een  ‘#MeToo-achtig’ bericht als slachtoffer van de koloniale politiek van de westerse wereld. En van het kolonialisme is het maar een kleine stap tot de slavernij en logische achterstelling en discriminatie van mensen. Ook hier wemelt het van een soort van ‘#MeToo’ berichten en moet met de schuldigen, de ‘witten’ worden ‘afgerekend’. Een andere favoriet waarmee moet worden afgerekend is de ‘links multiculturalistische Gutmensch’ uit de jaren tachtig en negentig die problemen met migratie ontkende en geloofde in de ‘hemel op aarde’, maar dan met meerdere geloven en culturen. Ook tegen hen wemelt het ‘slachtoffers’ die zich melden met een  soort’ #MeToo’ bericht.

In al die gevallen worden de ‘dominante opvattingen’ van een tijd aan de kaak gesteld waarmee afgerekend moet worden. Ze verkondigden hun opvattingen immers als ‘geloofsartikelen’ en wie zich ertegen verzette was ‘zondig’.

Wat mij opvalt aan dat ‘afrekenen met vroeger tijden’ is dat de oproepers ertoe vaak zeer dominante opvattingen hebben, zo dominant dat het wel ‘geloofsartikelen’ lijken. ‘Geloofsartikelen’ die met een stelligheid worden uitgedragen dat het intimiderend overkomt en het zeer lastig wordt om een andere, genuanceerdere boodschap te laten horen. Geloofsartikelen die verdeeldheid zaaien terwijl ze naar verbinding zeggen te zoeken. Zo intimiderend dat je je zondig gaat voelen en aan jezelf gaat twijfelen omdat je de ‘tijdgeest tegen hebt’ en daardoor maatschappelijk ‘doodverklaard’ lijkt.

Zou deze ‘wraak op vroeger’ en de verdeeldheid die het veroorzaakt iets zijn waar men zich in toekomstige tijden tegen gaat afzetten in een nieuwe ‘#MeToo’? In dat laatste geval alvast ‘#MeToo’.

Wass sich liebt das neckt sich

Identiteit staat in het brandpunt van de belangstelling, in het regeerakkoord lees je het als volgt: “De Nederlandse identiteit blijft herkenbaar in een sterke internationale inbedding.” Die identiteit is ‘onlosmakelijk’ verbonden met de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Waarheden als een koe zeggen velen en erachteraan dat bijvoorbeeld de ‘moslimcultuur’ niet is te verenigen met de Nederlandse.

Chocolademelk

Foto: Pixabay

In zijn boek Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid schetst Yuval Noah Harari een ander beeld. Volgens Harari zijn menselijke culturen continu in beweging en in beweging in een bepaalde richting. Op microniveau en op de korte termijn zou je kunnen concluderen dat ‘culturen’ uiteenvallen. Neem bijvoorbeeld het streven van de Catalanen naar autonomie, dit zou je kunnen zien als versnippering van een (de Spaanse) cultuur. Kijk je over hele lange tijd dan is: “het glashelder dat de geschiedenis genadeloos op eenheid afstevent,” zo schrijft Harari. 

Volgens Harari zijn we al een heel eind op streek: “We hebben het nog steeds vaak over ‘authentieke’ culturen, maar als we met ‘authentiek bedoelen wat zich zelfstandig heeft ontwikkeld en bestaat uit oeroude plaatselijke tradities die nooit zijn aangetast door invloeden van buitenaf, dan zijn er op de aarde geen authentieke culturen meer over.” De ‘global village’ is een feit, we zijn allemaal met elkaar verbonden.

Die verfoeide ‘moslimcultuur’ is niet zo veel anders dan andere culturen. Er wordt gehandeld, geld vervult een belangrijke rol en ook qua religie zijn er op hoofdlijnen veel meer overeenkomsten dan verschillen. Zelfs IS en Al Qaida, die terug willen naar de tijd van de profeet, maken gebruik van moderne technieken, van moderne psychologie en bespelen de massamedia. Zelfs het meest afgesloten land, Noord-Korea, maakt deel uit van die gezamenlijke cultuur. Het kan niet zonder geld, gebruikt de technologie en zelfs de ideologie is niet specifiek Noord-Koreaans.

Harari haalt mooie voorbeelden aan van culturele vermenging die maar door blijft gaan: “Een van de interessante voorbeelden van de globalisering is het fenomeen ‘nationale keuken’. In een Italiaans restaurant verwachten we spaghetti met tomatensaus, in Poolse en Ierse restaurants vooral veel aardappelen, in een Argentijns restaurant kunnen we kiezen uit tientallen biefstukken, in een Indiaas restaurant zit in bijna alles Spaanse peper en de grootste delicatesse in een Zwitsers koffiehuis is dikke, warme chocolademelk met een Alp slagroom erop. Maar die gerechten zijn helemaal niet inheems in die landen. Tomaten, Spaanse pepers en chocolade zijn Mexicaans van oorsprong … . De aardappel is pas vierhonderd jaar bekend in Polen en Ierland. De enige biefstuk die je in 1492 kon krijgen in Argentinië was lamabiefstuk.”

“Wass sich liebt das neckt sich,” volgens een bekend Duits gezegde. Zou dat ook voor ‘nationale culturen’ gelden? Wordt er met het benadrukking van die ‘eigen identiteit’ niet de nadruk gelegd op een paar verschillen in een zee van overeenkomsten?

Ben/Ken de geschiedenis

“We vinden het belangrijk de kennis over onze gedeelde geschiedenis, waarden en vrijheden te vergroten. Deze maken ons tot wat we samen zijn. In Nederland is iedereen gelijkwaardig, ongeacht geslacht, seksuele geaardheid of geloof. Tolerantie naar andersdenkenden is de norm en kerk en staat zijn gescheiden. In Nederland kun je kiezen welk geloof je wilt belijden, of om niet te geloven. Dit zijn waarden waar we trots op zijn en die ons maken tot wie we zijn. Het is van groot belang dat we die historie en waarden actief uitdragen. Het zijn ankers van de Nederlandse identiteit in tijden van globalisering en onzekerheid. Op school leren kinderen daarom het Wilhelmus, inclusief de context ervan.” 

Deze passage is te vinden op pagina 19 van het regeerakkoord met als titel Vertrouwen in de toekomst.

VOC

Illustratie: Wikimedia Commons

Zo op het oog prachtige zinnen, toch knaagt er iets. Als historicus ben ik een groot voorstander van het vergroten van de kennis van het verleden. De genoemde vrijheden en waarden kan ik onderschrijven. Waarom knaagt het dan? Het knaagt vanwege een paar zinnen. Als eerste de zin: “Dit zijn waarden waar we trots op zijn en die ons maken wie we zijn.” Moet ik als Nederlander trots zijn op die waarden en tolerant naar andersdenkenden of anders geaarden? Als dat zo is, hoe komt het dan dat er zoveel intolerante mensen rondlopen? Maken die waarden mijn identiteit of geven ze mij de ruimte om te zijn wie ik ben? Beschermen die waarden en de rechtsstaat die erop is gebouwd ons juist niet tegen gewelddadige uitingen van intolerantie?

Een tweede zin: “Het is van groot belang dat we die historie en waarden actief uitdragen.” Die waarden heb ik in de vorige alinea al besproken, nu het actief uitdragen van die geschiedenis. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Wat moet ik dan uitdragen, de trotse VOC mentaliteit van Balkenende, de anti-guerrillatactiek van Van Heutz? Trots zijn op wat we nu als wandaden zouden betitelen? Ik begrijp hoe iemand in die tijd tot dergelijke daden zou komen. Als Van Heutz of Jan Pieterszoon Coen nu nog zouden leven dan zouden ze waarschijnlijk zeggen dat ze ‘met de kennis van nu’ anders zouden hebben gehandeld. Moet ik trots zijn op de prachtig geschilderde ‘selfie’ van de Amsterdamse Nachtwacht, of de prachtige voetbalacties van Johan Cruyff? Hun daden bewonderen ja, maar trots zijn op de prestaties van een ander dat gaat me toch iets te ver.

Nog zo’n zin: Het zijn ankers van de Nederlandse identiteit in tijden van globalisering en onzekerheid.” De waarden opgenomen in de grondwet en wetten zijn de ankers van het samenleven in dit land, daar moet iedereen zich aan houden. Worden Nederlanders met een andere geschiedenis zo niet buitengesloten? Zij liggen immers niet vast aan het ‘historische anker’ en dat wordt hen extra duidelijk gemaakt via de ‘Wilhelmuskunde’. Wordt hier niet gezegd: ‘als ‘ons’ kunnen jullie nooit worden want toen waren jullie er niet.’ Dat die ‘ons’ er toen ook niet waren, wordt voor het gemak even vergeten.

Her wordt gesuggereerd: ‘Ben deze geschiedenis en waarden’. Zou dat niet ‘Ken deze geschiedenis en waarden’ moeten zijn. Eén letter, maar wel een wereld van verschil.