Romeinen, Arabieren en Hollanders

“Ken jij een ander systeem waarbij gedurende drie eeuwen zo’n 12.5 miljoen mensen in op elkaar gepakte ruimen een oceaan over werden verscheept, onderweg ~1.5 miljoen mensen stierven, de overlevenden onderworpen werden aan een systeem dat hen en al hun kinderen behandelde als objecten, allemaal om wat geld te kunnen verdienen?” Die wedervraag stelde Sander Philipse  een half jaar geleden in een artikel bij Oneworld, op de bewering dat trans-Atlantische slavenhandel niet zo uniek was. Een artikel dat ik nu pas las.

Slavernij monument Rotterdam

Foto: Pixabay

Inderdaad een treurig cijfer, dat is meer dan driekwart van de Nederlandse bevolking. Voor de gevoeligen onder ons komt er nu wat kil rekenwerk. 12,5 miljoen in driehonderd jaar, dat zijn er net geen 42.000 per jaar. Nu heb ik pas het boek De zijderroutes van Peter Frankonpan gelezen. Dat makkelijk te lezen boek beschrijft de wereldgeschiedenis vanuit een ander dan het Westerse perspectief. In dit boek een speciaal hoofdstuk gewijd aan de slavenhandel met de toepasselijke naam De slavenroute. Ik citeer: “Recent onderzoek lijkt erop te wijzen dat het Romeinse rijk op het hoogtepunt van zijn macht elk jaar zo’n 250.000 à 400.000 nieuwe slaven nodig had om het slavenbestand op pijl te houden.” Dat zijn er tussen de zes en ruim negen keer meer dan er jaarlijks werden verscheept via de Atlantische slavenroute. Het toppunt van het Romeinse rijk besloeg ook ongeveer 3 eeuwen en met 250.000 slaven per jaar, komt dat neer op zo’n 75 miljoen verhandelde slaven. Inderdaad werden die niet allemaal in schepen verpakt. Om jaarlijks aan die hoeveelheid nieuwe slaven te komen, zullen er onderweg ook wel de nodigen zijn gesneuveld.

Frankonpan gaat verder: “De markt in de Arabische sprekende landen was aanzienlijk groter – ervan uitgaande dat de vraag naar slaven min of meer identiek was – want die strekte zich uit van Spanje tot Afghanistan, wat erop zou kunnen duiden dat het aantal verkochte slaven veel groter is geweest dan het aantal dat voor Rome bestemd was.”  Slik! Nog meer? Nou voor één systeem wel. Naast het Romeinse rijk op zijn hoogtepunt, lag ook nog het Perzische rijk en ook dat kende slaven.

De vraag van Philipse moet ik daarom volmondig met JA beantwoorden. JA, er waren andere systemen die dergelijk aantallen slaven kenden. Sterker nog, met veel grotere aantallen. Nee, die werden niet allemaal in schepen gestopt en over een oceaan versleept. Frankonpan: “Men heeft voet- en handboeien en kluisters aangetroffen langs de slavenroutes, met name in Noord- en Oost Europa, terwijl nieuw onderzoek erop lijkt te wijzen dat stallen waarvan werd gedacht dat die voor vee bestemd waren, in feite gemaakt waren om mensen op te sluiten die later verkocht moesten worden ….” En ja, ook in die systemen werden mensen en ook kinderen als objecten beschouwd waaraan geld kon worden verdiend.

Inderdaad is de trans-Atlantische slavenhandel met de ‘kennis van nu’ bezien mensonterend, net als alle slavernij. Alleen bekeken de Romeinen, Arabieren en ook de Venetianen, Portugezen en Hollanders het niet met de ‘kennis van nu’. Is het voor nu niet goed om kennis te nemen van wat ‘toen’ normaal was en op welke schaal? En om ons te realiseren dat de wereld er op dit gebied een stuk beter op geworden is?

Grenzen, begrenzen, grenzeloos

De Volkskrant kent een leuke rubriek waar mensen aan het woord komen die ergens over van mening zijn veranderd. Als laatste in 2017 mocht Tommy Wieringa vertellen dat hij van mening was veranderd over grenzen. “Grenzen beschouwde ze (Wieringa’s moeder) als een achterlijk en beperkend verschijnsel. Ze hinderden haar. Ik heb dat eigenlijk ook altijd zo gevoeld.” Zo dacht Wieringa lange tijd, maar nu niet meer: “om de open Europese binnengrenzen te verantwoorden en te kunnen laten voortbestaan, is een harde buitengrens noodzakelijk.” Die buitengrens is volgens Wieringa noodzakelijk immers: “Als je zelf bepaalt wie je toelaat, kun je ruimhartig zijn voor vluchtelingen en streng voor economische migranten; niet dat halfslachtige gerotzooi van nu. Degenen die we toelaten moeten we stevig omhelzen door ze onmiddellijk de taal te laten leren en onderdeel te maken van deze waardengemeenschap.”

Mongoolse rijk

Illustratie: Wikimedia Commons

We kunnen het ons nu niet meer voorstellen, maar landsgrenzen en grenscontroles zijn pas een kleine honderd jaar oud. Vroegere rijken en rijkjes omvatten een bepaald gebied, maar het was voor iedereen, nou ja alleen de vrije burgers, mogelijk om zonder al te veel moeite van het ene, naar het andere gebied te reizen. Als lijfeigene niet, dan was je gebonden aan de grond die je voor je heer moest bewerken. Dat beperkte zeer veel mensen. Om van Franse koninkrijk via de diverse Duitse vorstendommen, eventueel het Oostenrijkse keizerrijk naar het Rusland van de tsaar te reizen, had je geen paspoort of visum nodig. Het tv programma Verborgen verleden geeft hiervan mooie voorbeelden.

Grenscontroles, visa en paspoorten zouden leven in mijn woongemeente Venlo onmogelijk hebben gemaakt. Er waren momenten dat dit grondgebied tot vier verschillende rijken behoorden. Rijken en rijkjes met grondgebied dat verspreid lag over Europa en niet aan elkaar grensde. Wilde je van het ene deel van het rijk naar een ander, dan moest je via een of meer andere rijken reizen. Voor toenmalige bewoners maakte dat echter niet veel uit. Of ze nu in het Pruisische Velden, het Gulickse Tegelen of het Republikeinse Venlo behoorden, de stad Venlo was er als ze iets bijzonders nodig hadden of iets wilden verkopen.

Ook de grote Romeinse en Perzische rijken en latere het nog veel grotere Mongoolse rijk kenden poreuze grenzen voor vrije burgers. Poreuze grenzen zelfs in tijden van grote strijd. Voor iedere vrije man tot welke ‘waardengemeenschap’, meestal een ander woord voor religie, je ook behoorde. Als vrij man kon je je meestentijds vrijelijk bewegen als je de locale gebruiken (wetten) maar respecteerde.

Grenzen die mensen niet begrenzen zorgden voor welvaart en voorspoed, voor grenzeloze mogelijkheden. Vrijheid alleen begrenst door de ‘locale gebruiken’, de wet, waarom zou dat nu niet ook kunnen?

De kleur van je hart

Een nieuw jaar. Wat het ons allemaal brengt? Een aantal zaken weten we nu al, tenzij de aarde voor die tijd vergaat. Zo zal het eerste kwartaal van het jaar in het teken staan van de gemeenteraadsverkiezingen en de Olympische Winterspelen. Alhoewel, de eerste anderhalve maand staan in het teken van Vasteloavend, je moet natuurlijk je prioriteiten stellen. Daar begint het verlangen naar het voorjaar. Dat verlangen wordt mooi bezongen in het Venlose vasteloavesleedje ‘Lekker Zunke’.

2018

Illustratie: Pixabay

Het voorjaar dat start met ‘La Primavera’, de wielerwedstrijd Milaan-San Remo, die in het weekend voorafgaande aan de verkiezingen wordt verreden. In Venlo kondigt de Venloop het voorjaar aan. Het wandel- en hardloopevenement dat zich in zeer snel tempo een plek heeft weten te verwerven op de Venlose evenementenkalender.

Zo kan het komende jaar alweer worden ingevuld met allerlei evenementen. Ieder jaar een vaste agenda. En net als afgelopen jaren zal er worden gesproken over de economie en het ‘democratisch gebrek’ ook wel bekend als de ‘kloof’. In de sport zal het zeker gaan over doping. Welke sporter, behalve ‘natuurlijk’ alle Nederlanders, is wel en welke niet te vertrouwen? Het zal gaan gaan over ‘Europa’ dat teveel of te weinig doet. Het zal ook weer gaan over Wilders en Baudet en in het verlengde daarvan zullen woorden als ‘extreem rechts’, ‘racisme’ en ‘Nederlandse identiteit’ of ‘cultuur’ vallen. Ook zal het nog steeds gaan over kleur en ook daarbij zal het woord ‘racisme’ worden genoemd, net als ‘onschuld’ en ‘privilege’. Hierbij zal het vooral gaan tussen deze beide kampen. Kampen die elkaar voor van alles en nog wat zullen uitmaken.

“En ik hef het glas op jouw gezondheid, want jij staat niet alleen. Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen.” Deze boodschap gaf ik jullie in de eerste prikker van 2017 mee. Want de wereld is van ons allemaal en we moeten er samen het beste van maken. Een jaar eerder hield ik een pleidooi voor nieuwsgierigheid, een pleidooi dat ik gisteren nog een keer herhaalde. Nieuwsgierigheid ligt immers aan de basis van kennis maar ook aan de basis van elkaar kennen. Van het met elkaar in gesprek gaan. Alleen als we elkaar kennen, kunnen we er samen het beste van maken.

“Denk goed na aan welke kant je staat. Denk niet wit, denk niet wit. Denk niet zwart, denk niet zwart. Denk net zwart-wit, maar in de kleur van je hart, maar in de kleur van je hart.”

Aldus de Nijmeegse musicus Frank Boeijen. Zou dat niet een goede raad zijn voor 2018? Een goede raad om samen het gesprek mee aan te gaan? Om elkaar beter te leren kennen?

 

Beste mevrouw Simons,

“Als zwarte vrouw ben ik me bewust van denigrerend taalgebruik. Het voorval met Martin Simek is een klassiek voorbeeld van hoe over vluchtelingen denigrerend wordt gesproken in de media en hoe aanstootgevend dat is voor hen en voor zwarte mensen.”

Dat zegt u, Sylvana Simons, in een interview met het AD. U geeft in dit interview aan dat: “Het is vermoeiend om continu bezig te zijn leugens over mij te ontkrachten.” Dat er leugens worden verspreid is volgens u geen toeval: “Daar is hard aan gewerkt door media die mijn woorden verdraaien en extreemrechtse websites die nepnieuws brengen. Het is een actieve campagne om alles van mij uit de context te halen. Nog steeds wordt alles wat ik zeg en doe negatief ontvangen en zo vertaald in de media.’’

Gaypride

Foto: Flickr

U heeft een punt als u beweert dat er veel mensen zijn die alles wat u zegt verdraaien, die verdraaiing vervolgens uitvergroten en u zo in een kwaad daglicht stellen. Zoek op sites als TPO en De Dagelijkse Standaard en het regent voorbeelden. Dat u hier veel last van heeft, kan ik me heel goed voorstellen. Alleen is hier weinig aan te doen, dat is het maatschappelijke klimaat van tegenwoordig. Een klimaat waarin snel scoren ten koste van anderen hoogtij viert.

Weinig, maar niet niets. Het enige wat we eraan kunnen doen, is ons niet te verlagen tot het met ‘gelijke wapens’ terugslaan. Door ons niet schuldig te maken aan verdraaien van de woorden en bedoelingen van anderen. Schort het daar bij u ook niet aan?

Zo ageerde u tegen uitspraken van de heren Derksen en Van der Gijp bij Voetbal Inside. Van der Gijp had het gewaagd om te zeggen dat hij liever naar darts kijkt dan naar het trouwen van twee homo’s, waarvan Gordon er eentje was. Dat is wat anders dan “walgt van homoseks” dat u ervan maakt. Derksen omschrijft de Gaypride volgens u als een ‘bloemencorso’ van ‘heren met een veer in hun reet.” Iemand die een blik werpt op de botentocht kan er vele conclusies uit trekken, ook de ‘veren’ van Derksen. Maakt een dergelijke mening over de Gaypride of het niet willen kijken naar Gordon gaat Trouwen iemand meteen homofoob?

Ik begon mijn brief niet voor niets met het citaat waarin u refereert aan het ‘voorval’ met Martin Simek. Een citaat waarin u precies dat doet wat u andere verwijt. Als u het interview met Simek nog eens terugkijkt, dan ziet u iemand die enorm begaan is met de vluchtelingen die in Italië aankomen. Je ziet iemand die moeite heeft met de oneerlijkheid, ze het liefste allemaal wil helpen en dan op hele vertederende manier zegt: “ik heb af en toe die zwartjes meegenomen.” Niets denigrerends en dat bevestigt hij ook als u  hem ernaar vraagt, waarna u aangeeft geen moeite te hebben met het gebruik van het woord zwart. Maakt u door uw uitspraak waarmee ik begon, niet ook schuldig aan ‘ uitvergroten’ en ‘in een kwaad daglicht stellen’ van in dit geval Martin Simek?

Beste mevrouw Simons, hoe staat u als ‘aanklager’ als u hetzelfde handelt als degenen die u ‘aanklaagt’?

Baudet, Beethoven en barbaren

“Ik lees al jaren geen kranten meer. De televisie heb ik twaalf jaar geleden de deur uitgedaan. Netflix: ik kijk dat allemaal nooit. Ik leef als een 19de-eeuwer. Als ik wat zie ben ik ’s nachts onrustig, bangig. Reclames ook: ik vind het allemaal zo indringend.” Een uitspraak van Thierry Baudet in een interview met de Volkskrant. Of we waarde aan deze uitspraak moeten hechten? Iets verder in het interview legt hij uit waarom hij Facebook en Twitter gebruikt: “Het is nodig omdat de gewone media zo slecht zijn, omdat er zo’n gekleurde berichtgeving is, omdat je niet meer door die politieke correctheid heen kan breken.” Je zou de vraag kunnen stellen hoe Baudet weet dat die media zo slechts zijn als hij ze al tien jaar niet meer raadpleegt en er alles aan doet om erin te verschijnen? Daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om zijn kijk op de samenleving.

Baricco

“Wat wij onze kinderen toch aandoen, door ze die afgrijselijke populaire popcultuur maar op te leggen. In plaats dat wij Shakespeare en Puccini onderwijzen, wordt het gestimuleerd dat ze staan te schuren op schoolfeesten met Lil’ Kleine of hoe dat ook heet.” Vroeger was het allemaal beter, zo lijkt Baudet te zeggen. “Elegantie, puurheid en maat, die de basisprincipes van onze kunst vormden, maken geleidelijk plaats voor een nieuwe, frivole en pompeuze stijl die wordt gehanteerd door de oppervlakkige talenten van onze tijd. Hersenen die door opvoeding en gewoonte, nergens anders aan kunnen denken dan aan kleren, mode, roddels, romans lezen en morele losbandigheid zijn nauwelijks in staat te genieten van ingewikkeldere, minder koortsachtige geneugten van de wetenschap en de kunst.” Aldus een negentiende eeuwse kunstcriticus die Alessandro Baricco in zijn zeer lezenswaardig boek De barbaren citeert. Baudet zou het hem zo na kunnen zeggen. De Criticus gaat verder: “Beethoven schrijft voor dié hersenen, en daarin schijnt hij tamelijk succesvol te zijn, als ik de lofuitingen moet geloven die ik overal hoor opkomen voor dit laatste werk van hem.” Beethoven als de Lil’ Kleine van begin negentiende eeuw. Voor de negentiende eeuwse criticus was het vroeger ook allemaal beter.

Als we de lijn van Baudet en de criticus volgen, dan moet er ooit heel vroeger een tijd zijn geweest, dat alles perfect was. Zij sluiten aan bij een lange traditie die de geschiedenis als achteruitgang ziet. Een traditie die teruggaat tot de Griekse schrijver Hesiodos die dit verval, voor zover bekend, als eerste onder woorden bracht met zijn gouden, zilveren, bronzen en ijzeren geslachten.

Baudet zou het boek van Baricco eens moeten lezen. Hij ziet net als Baricco ‘barbaren’ die de hem geliefde en bekende wereld bedreigen. Baricco ziet ‘barbaren’ in de boekenwereld, in de wijnindustrie en het voetbal waarover ik al eerder schreef. In het laatste hoofdstuk blikt Baricco vanuit 2026 terug op de tijd dat hij het boek schreef en spreekt waarderend over die ‘barbaren: “Van die barbaren ontvangen we een lay-out van de wereld die is aangepast aan de ogen die we hebben, een mentaal ontwerp dat geschikt is voor onze hersenen, en een hoopvol plot dat is opgewassen tegen ons hart, bij wijze van spreken.” Geen achteruitgang, ook geen vooruitgang trouwens, maar aanpassen aan nieuwe opstandigheden.

Jozef en de moslims

In Zwolle staat de grootste levende kerststal van Nederland. In de stal staan mensen die het verhaal rond de geboorte van Jezus moeten uitbeelden. Jozef, Maria, de drie wijzen, de herdertjes die bij nachte lagen, allemaal mensen van vlees en bloed. Of de os, ezel en schapen ook van vlees en bloed zijn, weet ik niet. Als u dat wilt weten, moet u maar zelf gaan kijken. Nu is er iets met deze levende kerststal. De organisator geeft aan dat moslims niet welkom zijn om een van de rollen te spelen.

Gladiator

Illustratie: Flickr

Moslims zijn wel welkom: “als vrijwilliger voor bijvoorbeeld het opbouwen van het evenement en ook het inschenken van koffie en thee in de kerk is geen enkel probleem.” Zo is te lezen in de Stentor. Volgens Cees Scholten, de mede-organisator van het evenement, is het: “voor een moslim, denk ik, lastig om ons beeld van kerst naar voren te brengen. Wie geen christen is, kan bijvoorbeeld moeilijk de rol van bijvoorbeeld Jozef (uitbeelden). Je moet de bezoekers het kerstverhaal kunnen uitleggen.”

Nu gebeurt het in de wereld van film en theater wel vaker dat iemand een rol moet spelen. Het is immers het werk van een acteur om een rol, en niet zichzelf, te spelen. Tom Cruise als aanhanger van de Scientology kerk die de klassieke Duitser Claus Schenk von Stauffenberg speelt in de film Valkyrie. Ben Kingsley die een prachtige vertolking neerzet van de Indiër Mahatma Gandhi. De Nieuw-Zeelandse acteur Russell Crowe die de Romein van Hispaniaanse afkomst Maximus Decimus Meridius speelt in de film Gladiator. Abbie Chalgoum die Jesus speelde bij de Passiespelen in Tegelen. Allemaal zeer geloofwaardige vertolkingen door mensen uit een heel andere tijd en cultuur. Als kijker leef je met hen mee. Je voelt de pijn van Maximus als hij zijn vrouw en kind zwart geblakerd en opgehangen aantreft. Waarom zou een islamiet dan niet de rol van Jozef kunnen spelen? Waarom moet dat een christen zijn?

Even wat anders. De grondlegger van die religie wordt immers pas in die stal geboren. De religie die zich zijn naam toe-eigende ontstond pas veel later. Iedereen in die stal hing daarom een andere religie aan dan het christendom. Als we de redenering van Scholten volgen, kunnen christenen dan wel een rol spelen in een kerststal?

 

PS. voor alle liefhebbers van de film Gladiator en vooral de muziek klik hier voor het mooiste muziekfragment Elysium

Tapijt

Witte Onschuld het laatste boek van Gloria Wekker . Ik schreef er twee keer eerder over. De eerste keer over ‘ witte onschuld’ een gebrek aan kennis dat volgens Wekker tot macht leidt. De tweede keer over het alles verklarende ‘culturele archief’ waarnaar zij verwijst. Er is nog een punt in haar boek dat grote vraagtekens bij mij oproept.

tapijt

Foto: Pixabay

Dat punt heeft betrekking op een manier waarop zij tot algemene uitspraken komt. In haar boek schrijft ze over protesten die het project Read the Masks: Tradition is not Given in Eindhoven dat handelde over zwarte piet. Het project bestond onder andere uit een protestmars. Die protestmars leidde tot reuring en dan volgt er een bijzonder redenering. Lees mee op pagina 208: “Over de protestmars, die in de zomer was gepland, werd geschreven in het rechtse dagblad De Telegraaf, dat indertijd de grootste oplage in het land had. Dit leidde tot een lawine van overwegend negatieve reacties.” Wekker rubriceert en analyseert de ongeveer vijftienhonderd reacties en komt dan tot de volgende conclusie: “Omdat de thema’s elkaar overlappen en in elkaar overvloeien, betoog ik dat ze samen een dik tapijt vertegenwoordigen van de huidige Nederlandse zelfrepresentatie, belaagd door vijanden binnen en buiten de natie.” Lezen we hier dat de lezers van, of eigenlijk nog beter de reageerders op een artikel in De Telegraaf het denken van Nederland vertegenwoordigen? Ja, De Telegraaf had in die tijd de grootste oplage. Ja, vijftienhonderd reacties is veel. Maar om te concluderen dat dit representatief is voor Nederland?

Heeft mevrouw Wekker geen kennis van de basisbeginselen van statistisch onderzoek? Dat er, om valide uitspraken te kunnen doen over een groep als de Nederlanders, meer nodig is dan vijftienhonderd reacties uit één hoek van de Nederlandse samenleving? Het is zelfs maar helemaal de vraag of die 1.500 reageerders een goede afspiegeling vormen van de toenmalige Telegraaflezer. De meeste krantenlezers reageren immers niet op artikelen, het is maar een kleine groep lezers die zich die moeite getroost. Bovendien is de vraag opportuun hoe sturend het bericht in De Telegraaf is geformuleerd.

Ja, de in thema’s gerubriceerde reacties vertegenwoordigden een dik tapijt van de toenmalige Telegraafreageerder. Voor alle Telegraaflezers zal dat tapijt al flink wat dunner zijn en voor de Nederlander wellicht niet meer dan wat versleten draden.

Beste mevrouw Wekker

In haar column in de Volkskrant vergelijkt Elma Drayer de recente ontwikkelingen binnen de antiracisme beweging met godsdienstfanatici: “Wij hebben het licht gezien, de rest van de mensheid wandelt in duisternis. Wij hebben de waarheid in pacht.” Een godsdienstige sekte met een eigen heilige: “De Amsterdamse emeritus-hoogleraar Gloria Wekker, bijvoorbeeld. Haar naam wordt eerbiedig gepreveld, haar geschriften hebben langzamerhand de status van openbaringen waaraan niemand mag twijfelen.” Als u, Gloria Wekker de heilige bent dan is uw boek Witte Onschuld de bijbel of koran van die beweging.

Wekker

Gelovigen twijfelen niet aan de teksten in hun heilige boeken, ze willen ze liefst zo precies mogelijk naleven. Op dit punt is het denken van u vergelijkbaar met de heilige boeken. U laat geen ruimte voor andere verklaringen dan de uwe. Voor degenen die: “zich verre houdt van het ongeremde, onbehouwen racisme, en zich tegelijk niet actief wil teweerstellen tegen witte onschuld omdat dat onaangenaam en pijnlijk is en mogelijk vérstrekkende gevolgen zal hebben voor de eigen ‘onverdiende voordelen’, resteert een slecht geweten, dat vaak weggestopt moet worden, en dan geprojecteerd wordt op degenen die deze zaken aan de orde stellen. Ook resteert ongemak.” Zo schrijft u op bladzijde 264. Die verklaring van u is dat ’Witte onschuld’, witte onwetendheid die tot superioriteit leidt en zo tot ‘onverdiende voordelen’ ook wel ‘witte privileges’. Witte onschuld die haar oorsprong vindt in een cultureel archief dat het gevolg is van vierhonderd jaar kolonialisme, is de enige juiste verklaring voor onze huidige samenleving die, volgens u, diep racistisch is. Voor u ben ik daarmee een racist of een lafaard. Zou er niet ook een andere verklaring mogelijk zijn?

Beste mevrouw Wekker, ik zie ongelijkheid in behandeling in Nederland en wil samenwerken met iedereen die deze ongelijkheid mee wil wegnemen. En ja, ik stel me te weer tegen racistische schreeuwlelijken. Ik weiger echter ‘te geloven’ in uw theorie van ‘witte onschuld’ en het ‘culturele archief’ en kan me er dus ook niet ‘actief tegen teweerstellen’.

Ik ben het met u eens dat er meer aandacht moet zijn voor de geschiedenis en vooral voor verschillende perspectieven op die geschiedenis. In uw boek geeft u wat flarden van een perspectief waarin de transatlantische slavenhandel en de slavernij van Afrikanen centraal staat en verklaart dat tot de ‘waarheid’. In uw betoog gebruikt u uw kijk op het het heden, een volgens u diep racistische samenleving, om het verleden te verklaren. Die zeevaarders van vroeger moesten dus ook wel gewoon racisten zijn. En als zij racisten waren, dan was de hele toenmalige samenleving racistisch. Dit terwijl meer dan negentig procent van de mensen gewoon bezig waren om te leven en te overleven in hun kleine wereld die vaak niet groter was dan een straal van twintig kilometer om hun huis. Dat stukje wereld vormde hun perspectief en hun ‘culturele archief’. Zou het kunnen dat een andere verklaring dan uw ‘witte onschuld’ mogelijk is. Dat het ‘culturele archief’ veel gevarieerder is gevuld?

Beste Sylvana Simons

“Ik beweer dat identiteitspolitiek iets van de afgelopen honderden jaren is. Alleen het was één dominante identiteit dus niemand had er een probleem mee.”

Een uitspraak van u, Sylvana Simons, in een gesprek met De Correspondent. Volgens u valt de identiteitspolitiek nu pas op omdat er andere identiteiten ‘on the scene’ zijn verschenen.

identiteit

Illustratie: Pixabay

Beste mevrouw Simons, onder welke steen heeft u gelegen? Was er in de voorgaande eeuwen werkelijk maar één dominante identiteit in Nederland en wat breder in Europa? Wellicht zijn de vele godsdienstoorlogen aan uw aandacht ontsnapt. Oorlogen met vele slachtoffers. Die godsdienststrijd vormde ook een belangrijk onderdeel van de Opstand tegen de ‘Spanjaard’. Een ‘Opstand’ die voor de streek en plaats waar ik woon, heel andere gevolgen had, dan voor Amsterdam en Holland. Het huidige Limburg en een groot deel van Brabant werden ‘generaliteitslanden’ genoemd, een soort kolonie avant la lettre. Godsdienst is zelfs tot ver in de twintigste eeuw en voor sommigen zelfs nog steeds een belangrijk onderdeel van hun identiteit. Iets waarmee ze zich onderscheiden van mensen met een andere of geen godsdienst.

Voor mij, als Venlonaer, is de Vastelaovend, een belangrijk onderdeel van mijn identiteit. Niet die van Maastricht of van de Brabantse Carnaval, nee de Venlose Vastelaovend. Ik zie mijn identiteit daarom als anders dan iemand uit Maastricht of Brabant en zeker dan van een Hollander. Waarbij ik met de Mestreechter op dit punt meer affiniteit heb dan met de Brabander en zeker dan met de Hollander. Op andere gebieden heb ik misschien weer meer gemeen met u of een Hollander dan met de anderen en misschien wel dan mijn mede Venlonaeren. Ik zou me zo kunnen voorstellen dat de waardering voor de politicus Wilders zo’n punt is.

Het valt me tegen dat iemand die terecht aandacht vraagt voor de geschiedenis en positie van de voormalige koloniën en haar inwoners, die aandacht vraagt voor diversiteit, die diversiteit in de geschiedenis van het gebied waar we nu wonen, niet lijkt te kennen. Sterker nog, die diversiteit lijkt te ontkennen.

Beste mevrouw Simons, het lijkt erop dat u ‘identiteit’ versmalt tot de kleur van iemands huid. Vindt u niet dat dit een wel erg smalle definitie is? Zijn er niet veel meer zaken die iemands identiteit bepalen dan alleen de huidskleur?

 

Met de kennis van straks …

“Onderzoekers hebben lijsten aangetroffen met namen en achtergronden van 1.500 sollicitanten; aan 225 van hen werd een baan bij de gemeente ontzegd omdat er vermoedens bestonden van homoseksualiteit. Ook als een sollicitant een homo in familie- of vriendenkring had, kon dat reden zijn die persoon te weren.”

De eerste alinea uit een artikel in de Volkskrant. Schande! Discriminatie! En: “het COC (vindt) nieuwe excuses op zijn plaats.” De uitspraken schande en discriminatie worden, net als de vraag om excuses, in het heden gedaan. De lijsten komen uit het verleden, ze zijn tijdens archiefonderzoek gevonden en hebben betrekking op de jaren vijftig van de vorige eeuw.

heksen

IllustratiePixabay

Als we even verder zoeken dan komen we ook lijsten tegen van mensen met echte of vermoede communistische sympathieën die geweerd moesten worden. Bij het doorzoeken van de archieven komen we wellicht ook de brieven tegen waarmee vrouwen ontslag werd aangezegd op het moment dat ze in het huwelijk traden. Gaan we iets verder terug dan zullen er vast ook wel ‘ketterlijsten’ te vinden zijn van de inquisitie of heksenlijsten. Allemaal activiteiten die ‘met de kennis van nu’ anders hadden gemoeten, daar zullen veel mensen het over eens zijn. Veel, niet allemaal want ook nu zijn er veel mensen die nog denken met de ‘kennis van toen’.

Aan die lijsten van ‘toen’ die met de ‘kennis van nu’ anders hadden gemoeten, kunnen we heel veel aandacht besteden. We kunnen gezagsdragers van nu er excuses voor laten maken of parlementaire onderzoeken aan wijden. Dat kan allemaal, het verandert echter niets aan het gegeven dat de ‘kennis van nu’, er ‘toen’ niet was. Dat men het ‘toen’ met de ‘kennis van toen’ moest doen. Alhoewel niet was? In sommige gevallen was de ‘kennis van nu’ er ‘toen’ ook, alleen was die kennis nog geen gemeengoed. Was die ‘kennis’ bekend bij een groep die men toen wellicht ‘extremisten’ noemde of ‘nieuwlichters’ die tegen de ‘traditie’ dachten en handelden.

Dat brengt mij bij iets ander. Zouden we van die lijsten kunnen leren, dat we eens goed moeten kijken naar de ‘lijsten van nu’? Of iets breder, naar zaken die nu voor ‘normaal’ doorgaan om dat ze met de ‘kennis van nu’ normaal lijken, maar waarvoor met de ‘kennis van straks’ straks excuses aangeboden moeten worden?

Hoe zal met de ‘kennis van straks’ gekeken worden naar bijvoorbeeld de ‘opvang in de regio’, het ‘inburgeringsexamen‘ of de ‘participatieverklaring’? Zaken waarbij je met de ‘kennis van nu’ al kunt zeggen dat men er in de toekomst schande van gaat spreken, alleen word je nu als ‘niet goed snik’ of ‘dromer’ weggezet als je er iets van zegt.