Economie volgens Van Klaveren (4 van 7)

Vandaag het vierde deel uit de reeks van zeven artikelen over de economische visie die Joram van Klaveren bij The PostOnline verkondigde.

Vrijheid en de markt

Van Klaveren wil inzetten op economische vrijheid want dat brengt voorspoed. Wat verstaat hij onder economische vrijheid? En voor wie is die vrijheid? Welke vrijheid hebben we als we de markt de dominante rol geven? Heeft die vrije markt ervoor gezorgd dat de slavernij werd afgeschaft? Heeft die economische vrijheid ervoor gezorgd voor het ‘kinderwetje van Van Houten’ en dus de afschaffing van de kinderarbeid werd gerealiseerd? Schaft die vrije markt kinderarbeid af in India, Bangladesh en andere landen? Voorkomt die vrije markt kinderarbeid door Syrische vluchtelingen in Turkije? Zorgt die vrije markt ervoor dat de Bulgaarse chauffeur die via een uitzendconstructie voor een Nederlandse transporteur rijdt, hetzelfde loon krijgt als de Nederlandse chauffeur? Nee, dat doet een vrije markt niet. “It is not individuals who are set free bij free competition; it is, rather, capital which is set free.Dit schreef de groot kenner van het kapitalisme, Karl Marx, in 1858 in zijn Grundrisse. 

Anarchie

Illustratie: www.thecurrent.org

Daarvoor is een overheid nodig die spelregels formuleert waaraan iedereen moet voldoen. Spelregels die ervoor zorgen dat er geen misbruik wordt gemaakt van de zwakke positie van de individuele medewerker. De afgelopen twee decennia zijn veel van die spelregels afgeschaft waardoor de lonen laag zijn gebleven, werk is ‘geflexibiliseerd’ (een andere term voor het leggen van alle risico’s bij de werknemer) en de arbeidsinkomensquote is gedaald ten faveure van de winsten. En ook spelregels die het financieel kapitaal aan banden leggen. Ook deze spelregels zijn sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw meer en meer verdwenen. Met alle ‘financiële massavernietigingswapens’ als bundels van rommelhypotheken en andere financiële producten zonder fundament in de werkelijke wereld tot gevolg.

Een overheid die als marktmeester controleert of alle partijen zich aan de regels houden. En heeft het niet juist ook aan dat goed en stevig toezicht geschort? Geschort omdat het voor ‘bureaucratie’ en ‘regeldruk’ zorgde en vooral omdat de markt zelf wel voor dat toezicht zou zorgen? Ook geschort omdat de ‘markt’ te verweven was met de toezichthouder? Medewerkers van banken die toezicht gaan houden en toezichthouders die bij banken gaan werken. En omdat je tegenwoordig iedere paar jaar ander werk en een andere werkgever moet hebben, moet je niet te lelijk doen tegen je mogelijke toekomstige werkgevers.

Voor wie het liever uit een moderne mond hoort. De internet-ondernemer maar ook internet-criticus Andrew Keen vergelijkt de ontwikkelingen rond de grote tech-bedrijven als Apple, Google en Facebook met het Amerika van eind negentiende eeuw, het tijdperk van Rockefeller, Carnegies en andere monopolisten: “Badass entrepreneurs like Travis Kalanick and Peter Thiel have much in common with the capitalist robber barons of the first industrial revolution. Internet monopolists like Google and Amazon increasingly resemble the bloated multinationals of the industrial epoch.” Alleen gaan zij nog een stap verder dan de ‘robber barons’ van vroeger. Zij willen: “… onze particuliere leefwerelden binnendringen,” om onze:”primaire impulsen ter aansporing van de consumptie , oftewel reductie van het bestaan tot het niveau van driftmatige behoeftebevrediging,” om met de filosoof Hans Schnitzler te spreken.

Dat annexeren van onze particuliere leefwereld gebeurt via sociale media zoals Facebook, Twitter, WhatsApp, Instagram maar ook via zoekmachines als Google. Geheel vrijwillig wordt via producten van deze bedrijven informatie gedeeld. En dat delen gebeurt niet alleen met  vrienden of volgers, maar met de hele wereld en vooral met deze bedrijven. Informatie die eeuwig beschikbaar blijft en die door deze bedrijven gebruikt wordt om ‘ons als consument’ op maat te kunnen bedienen met aanbiedingen. Via deze weg worden ons producten en behoeften opgedrongen en voelt het alsof we er zelf om gevraagd hebben.

Bijzonder aan het model van deze bedrijven is, zoals Andrew Keen opmerkt, dat de gebruikers ervan eigenlijk de belangrijkste medewerkers zijn. Hoe meer er via Google wordt opgezocht, hoe preciezer en beter de zoekmachine wordt. Hoe meer informatie op Facebook wordt gedeeld, hoe beter het product van Zuckerberg wordt. Of zoals Keen het voor Instagram schrijft toen voor één miljard dollar werd opgekocht door Facebook: ”So Who is axectly doing the work, providing all the labor, in a billion-dollar startup that employed only thirteen people? We are, 150 million of us are members of the new Snap Nation.

De gebruikers zijn de medewerkers die geheel vrijwillig de database van deze bedrijven vullen met gegevens. Hun enige vergoeding is het ‘gratis’ mogen gebruiken van het product. Het enige wat deze bedrijven doen is er vervolgens geheel automatisch wat algoritmen overheen jagen zodat deze gegevens kunnen worden gebruikt voor het aanbieden van producten waarin wij ook weleens geïnteresseerd zouden kunnen zijn: ‘Anderen die dit boek kochten, kochten ook de volgende boeken’ valt er bij bol.com te lezen en op soortgelijke wijze gebeurt het ook op andere sites. Bij het radioprogramma De Nieuws BV op Radio1 maakte cabaretier Pieter Derks zich zorgen dat: “… als dit zo doorgaat stevenen we af op de aller saaiste meest voorspelbare eeuw ooit.” De gebruikers zijn medewerker van een bedrijf zonder dat ze het weten en zonder dat ze ervoor betaald krijgen.

Absolute vrijheid leidt niet tot vrijheid maar absoluut tot anarchie en het recht van de sterkste. Absolute vrijheid leidt tot tirannie, onderdrukking en misbruik en zeker niet tot vrijheid. De afgelopen jaren hebben we vele voorbeelden van misbruik gezien, zich verrijkende topmannen, belasting ontwijkende bedrijven, de uitzendconstructie bij onze Bulgaarse chauffeur, de Libor-affaire en de grote bankencrisis die is afgewenteld door er een ‘landen’ en dan met name ‘Griekse’ crisis van te maken. Vrijheid is alleen prettig als zij wordt beperkt, maar ook als zij mensen de mogelijkheid biedt om die vrijheid te gebruiken. Want wat heb je aan vrijheid als je geen mogelijkheid hebt om er gebruik van te maken?

Dit is een vierde artikel in een reeks van zeven. Klik hier om het eerste, het tweede en het derde te lezen.

Economie volgens Van Klaveren (3 van 7)

Vandaag het derde deel uit de reeks van zeven artikelen over de economische visie die Joram van Klaveren bij The PostOnline verkondigde.

De vrije markt en innovatie

Al die innovatieve ontwikkelingen, die ons leven makkelijker maken, de smartphone, het internet, dat komt toch maar mooi door die innovatieve bedrijven die op de vrije markt in de volle wind van de concurrentie moeten overleven. Ook dat ligt iets genuanceerder want ook voor innovatie moet je voor een belangrijk deel bij de overheid zijn. Mariana Mazzucato geeft in haar boek De ondernemende staat het voorbeeld van het ‘innovatieve’ Apple en de succesproducten de iPod, iPhone en de iPad. Steve Jobs stond ze glunderend te presenteren als een wonder van Apple-innovatie.

iPad

Illustratie: www.a-n-v.be

Mazzucato zet in het onderstaande schema op een rij wie de belangrijke technieken heeft ontwikkeld.

 

Mazzacuto

Zie: Mariana Mazzucato, De Ondernemende Staat. Waarom de markt niet zonder de overheid kan, Nieuw Amsterdam, pagina 151
MvD  = Ministerie van defensie,
MvE  = Ministerie van Energie,
DARPA = Defense Advanced Research Projects Agency (is een instituut van het Amerikaanse ministerie van defensie dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van militaire technologie. De voornaamste taak is het beheer van onderzoeksgelden)
NSF = National Science Foundation
NIH = National Institutes of Health
CIA = Central Intelligence Agency
CERN = Conseil European pour la Recherche Nucleair

Allemaal instituten van, gelieerd aan en gefinancierd door overheden en met name de Amerikaanse overheid.

De belastingbetaler heeft al die zaken betaald en dat maakt het extra wrang dat degenen die er nu geld aan verdienen, dat geld via allerlei schimmige constructies aan belastingbetaling onttrekken.

Voor wie nog niet is overtuigd van de kracht van overheidsbeleid. De landen die nu de grootste groei en ontwikkeling laten zien, zijn landen waar de overheid juist een stevige vinger in de pap heeft zoals China en India. Maar ook bijvoorbeeld Zuid-Korea, een land dat door duidelijke overheidssturing is uitgegroeid tot een economische macht in deze wereld. Door actieve overheidsbemoeienis werden grote en succesvolle concerns als staalgigant POSCO, LG en Hyundai wereldspelers (zie Ha-Joon Chang, 23 Dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme, Nieuw Amsterdam 2010, pagina 150).

Dit is een derde artikel in een reeks van zeven. Klik hier om het eerste en het tweede te lezen.

 

Economie volgens Van Klaveren (2 van 7)

Vandaag het tweede deel uit de reeks van zeven artikelen over de economische visie die Joram van Laveren bij The PostOnline verkondigde.

De rol van de markt

Neem de ‘heilige markt’ waar Van Klaveren op vertrouwt. Een op de markt georiënteerde (kapitalistische) samenleving is van recente datum. Daarvoor speelde hij slechts een heel beperkte rol. Beperkt omdat er niet voor de markt werd geproduceerd. Mensen produceerden voor het overgrote deel voor eigen gebruik. En dat eigen gebruik betrof het eigen huishouden en de eigen gemeenschap (het dorp of de stam). De molenaar maalde graan voor de boeren en kreeg  een zak meel of wat anders in ruil voor zijn werk, hetzelfde geldt voor de smid. Bovendien hadden de molenaar en de smid zelf vaak ook nog een klein lapje grond. Alleen dat wat over was, kon worden geruild op de markt. Geruild tegen zaken waaraan men een tekort had. Mensen produceerden naar behoefte overwegend agrarische producten en dat viel soms mee en soms tegen. Niet alleen de markt, ook inkomen en geld speelde slechts een marginale rol. Op deze manier hebben onze voorvaderen eeuwen, zelfs millennia lang overleefd, soms in voorspoed en soms in tegenspoed.

De Beurs.jpgFoto: www.dailytradingprofits.com

Zou een toekomstige samenleving met maar een beperkte rol voor de markt mogelijk zijn? Wat zou er gebeuren als we niet iedere twee jaar een nieuwe mobiel kochten, maar een blokphone? Als we producten makkelijk reparabel maken? Als we producten maken die, net als de schoffel van vroeger, een heel leven en vaak zelfs langer, meegaan? Als we producten maken waarvan de onderdelen te hergebruiken zijn? Als we ons niet laten leiden door mode? Als niet het bezit centraal zou staan, maar het gebruik zoals Thomas Rau predikt? Dan zou de rol van de markt veel beperkter zijn en zouden we met veel minder inkomen toekomen. Dan zouden de markt en inkomen een minder belangrijke rol vervullen. De Engelsman Paul Mason (zie zijn boek Postkapitalisme) denkt ook dat minder markt de toekomst is. Volgens Mason leidt de verdere robotisering, automatisering en dataïsering van de samenleving tot een overvloed aan producten die bijna niets kosten en zelfs gratis zijn. En, stelt hij, wat is de rol van de markt in een samenleving die is gebaseerd op een overvloed aan gratis producten?

Dat er in het verleden alternatieven voor de markt waren, zou dat kunnen betekenen dat er ook in de toekomst andere vormen van economie mogelijk zijn? Mason schetst een alternatief, wellicht zijn er zo meer. Zouden we daar niet wat meer denkkracht en tijd in moeten stoppen?

Dit is een tweede artikel in een reeks van zeven. Klik hier om ook het eerste te lezen

Economie volgens Van Klaveren (1 van 7)

Bij ThePostOnline geeft Joram van Klaveren van de nieuwe ‘klassiek-liberale’ partij VNL, zijn economische visie. Daar waar GroenLinks voorman Jesse Klaver pleit voor minder, pleit hij voor meer economisme. In ongeveer 650 woorden zet hij zijn visie op de wereld in het algemeen en de economie in het bijzonder neer. Het kost mij helaas meer dan zes keer zoveel woorden om er wat van te zeggen. Zes keer zoveel omdat hij relaties legt die er niet zijn en zaken beweert die hij niet onderbouwt. In verschillende delen, zal ik zijn bijzondere kijk op economie onderzoeken, bevragen en van kritische noten voorzien. Dit kost meer dan één A-4tje, laat staan in 140 tekens omdat achter de redeneringen van Van Klaveren een hele grote, gecompliceerde en genuanceerde wereld schuilgaat. Laat ik beginnen met mijn hoop uit te spreken dat Van Klaveren niet representatief is voor politici in het algemeen en de andere 149 kamerleden in het bijzonder. Dat zou te denken geven. Deze woorden komen tot jullie in verschillende prikkers die ieder zijn gewijd aan een specifiek punt uit het betoog van Van Klaveren. Het zijn er zeven en om de dag komt er een. Plak ze allemaal achter elkaar en je hebt een lange analyse van de economische plannen van Van Klaveren.

Van KlaverenFoto: www.dagelijksestandaard.nl

Verleden, heden, toekomst

Van Klaveren start met een ronkende passage: “Door in te zetten op de fundamentele uitgangspunten voor welvaart: vrij ondernemerschap, individualisering, lage belastingen, deregulering en het principe van prijsbepaling door vraag en aanbod. Kortom, inzetten op meer economische vrijheid,” zullen we: “inkomens creëren, welvaart vergroten en armoede verkleinen.”  Het leest lekker weg en lijkt logisch en past in het dominante neoliberale discours. Maar toch. Van Dale geeft een “toestand van maatschappelijke voorspoed,” als betekenis voor welvaart. Zijn de door Van Klaveren genoemde zaken fundamentele uitgangspunten voor welvaart? Kan er zonder deze ‘fundamentele uitgangspunten’ geen welvaart zijn? En welvaart voor wie? Heeft welvaart wel uitgangspunten? Als we naar het verleden kijken, dan zijn er diverse rijken en landen geweest waar het maatschappelijk voorspoedig ging, neem het Romeinse rijk, de Inca’s of het oude Egypte. Kenden deze vrij ondernemerschap? Was individualisering er niet ver te zoeken? Speelde de markt niet een heel marginale rol, laat staan de vrije markt? Van Klaveren lijkt te denken dat het huidige economische systeem met een belangrijke rol voor de vrije markt en ondernemers, altijd heeft bestaan. Hij kent aan het huidige economische systeem eeuwigheidswaarden toe die het niet heeft. Niet naar het verleden en waarschijnlijk ook niet naar de toekomst. Want zou het niet toevallig zijn dat de economische ontwikkeling, precies nu wij leven, haar eindpunt heeft bereikt?

En ’t werd zomer

“De overheid als grote herverdeler, als bezorger van banen en een basisinkomen. Een overheid die ondernemers hun winsten afroomt en verwacht dat zij risico’s voor lief nemen. Een droomwereld waar de overheid zorgt en regelt, waar nivelleren een nationale feestdag heeft en waar kleinschalige landbouw 7 miljard mensen voedt.”  Dat is het grote ‘linkse’ wensdenken volgens Roderick Veelo in zijn column op RTL Z.

Zwaluw.jpgFoto: zoom.nl

In die column verwijt hij ‘links’ dat het onmogelijke zaken belooft, dat weet en eenmaal aan de macht deze beloften moet breken dus liegt. Hij vraagt zich af waarom het vertrouwen van links in de overheid nog fier overeind staat na alle ellende die de overheid heeft veroorzaakt. Want de crisis is immers een gevolg van het beleid van de Amerikaanse regering dat iedere Amerikaan een eigen huis zou moeten bezitten, aldus Veelo. Dit heeft immers tot al die rommelhypotheken geleid. Is het beloven van zaken die niet waar worden gemaakt alleen iets van ‘links’ of is dit eigen aan de politiek?

Ja, inderdaad heeft overheidsbeleid in Amerika de weg vrijgemaakt voor rommelhypotheken die uiteindelijk tot de financiële en economische crisis hebben geleid. Alleen, zouden daar niet wat stappen tussen zitten? Was dat beleid niet gebaseerd op het ‘rechtse’ neoliberale vrije-markt-utopisme? Het absolute vertrouwen in de vrije markt en het absolute wantrouwen in de overheid? Leidde dit beleid er niet toe dat de overheid de rol van toezichthouder op de markt slechts zeer beperkt invulde? En bood dat de banken en financieel dienstverleners niet de mogelijkheid om veel verder te gaan in het verlenen van kredieten dan goed voor hen en voor de kredietontvangers was?

Kwam deze crisis niet van ‘rechts’? En is dat ‘rechtse’ neoliberale vrije-markt-utopisme niet nog steeds dominant in politiek en bedrijfsleven? Heeft het niet werkelijke hervormingen weten tegen te houden?

Liet de periode tussen 1945 en pak weg 1970 zien wat een actieve overheid kon bereiken: welvaartsgroei voor iedereen bij een beperkte inkomens- en vermogensongelijkheid, welvaarts- en economische groei, innovatie gebaseerd op overheidsinvesteringen? Zou het ‘linkse’ vertrouwen in de overheid hierop gebaseerd zijn?

Inderdaad kon het Griekse Syriza haar belofte niet waarmaken, het strijden tegen een ‘rechtse’ neoliberale overmacht. ‘Een zwaluw maakt nog geen zomer,’ luidt het spreekwoord. Wat als Syriza de eerste zwaluw is? Inmiddels is er Podemos in Spanje doet Jesse Klaver het goed in Nederland, hebben we Corbyn in Engeland en Sanders in de VS. Zou het toch zomer worden?

‘Just because you can’

“Jolene, Jolene, Jolene, Jolene I’m begging of you, please don’t take my man. Jolene, Jolene, Jolene, Jolene. Please don’t take him just because you can.” Aan deze song van Dolly Parton moest ik denken toen ik het commentaar van Fokke Obbema in de Volkskrant las.

SterksteFoto: www.youtube.com (voor de liefhebber is hier ook de song te beluisteren)

Het streven van de Franse regering om het ontslagrecht te versoepelen, is volgens Obbema geen overbodige luxe. Het land kent een hoge werkloosheid en: “Elders in Europa drong al eerder het inzicht door dat ontslagbescherming nieuwe toetreders tot de arbeidsmarkt in de weg kan zitten.” Is het inzicht of geloof dat elders doordrong? Geloof dat een vrije markt het algemeen belang het beste dient?

Zorgt dat geloof er niet voor dat de positie van het individu (de werknemer) wordt uitgehold ten gunste van de werkgever? Voor neerwaartse druk op de beloning? Inderdaad hebben andere landen, waaronder Nederland, het ontslagrecht al eerder versoepeld en ook die landen kampen met werkloosheid. Werkloosheid die weer leidt tot pleidooien voor verdere versoepelingen van het ontslagrecht. En de banen die het oplevert, zijn veelal te mager om fatsoenlijk van te kunnen leven.

Bizar wordt het als Obbema de wet omschrijft: “… ook al gaat het om een verder weinig effectieve wet,” een: “wettekst die vis noch vlees is.” Een wet van niks die niet zal bijdragen aan het bereiken van het doel. Toch drukt Obbema de Franse regering op het hart om door te gaan en geen ‘bakzijl te halen onder druk van de straat’. Waarom een flutwet erdoor drukken? Omdat: “Een volgende nederlaag voor een linkse regering zou bewijzen dat de Franse politieke klasse niet tot dit soort hervormingen in staat is.” 

Alleen maar om aan te tonen dat je in staat bent om dit soort hervormingen door te drukken? Om te laten zien dat je een wet aan kunt nemen, dat je kunt ‘hervormen’, moet je het doen? Al is het een wet waar niemand iets mee opschiet en dus geen toonbeeld van een ‘hervorming’? ‘Pietje, waarom sla je Jantje? Omdat ik het kan!’

Dat moet volgens Obbema omdat een nederlaag, en dat zou het intrekken van deze wet zijn, de: “… toch al grote afkeer van de politiek,” voedt en dat zou extreem-links en extreem-rechts in de kaart spelen. Kracht tonen om te laten zien dat je het kunt, is dat geen zwaktebod? Zou dat niet juist leiden tot een grotere afkeer van de politiek?

Helikoptergeld en helikopters met geld

Helikoptergeld, een term gemunt door Milton Friedman en de laatste tijd hoor je hem weer vaak. Als de economie in het slop zit, deel dan geld uit aan de mensen. Je vliegt met een helikopter over het land en gooit het geld eruit. De mensen gaan het uitgeven en dan gaat de economie weer groeien. In de Volkskrant schrijft Derk-Jan Eppink er het volgende over: “Helikoptergeld is sluipend gif. Welvaartcreatie ontstaat uit werk gebaseerd op goed onderwijs, innovatie, ondernemerschap, open markten en prikkels tot prestatie. Geld drukken brengt geen welvaart. Helikoptergeld is verslavend als ooit het opium in China.” Voor hem moet de helikopter aan de grond blijven, andere economen denken daar anders over.

helicoptergeldIllustratie: www.marctomarket.com

Vliegen er niet al sinds 2015  transporthelikopters met geld rond?  Die vliegen van de Europese Centrale Bank (ECB) naar de banken en kopen daar staats- en bedrijfsobligaties mee op? Die banken krijgen zo meer geld ter beschikking. Ook kunnen banken geld van de ECB lenen en hoeven daarvoor geen of slechts weinig rente te betalen. Gratis geld dus. Dit allemaal met de bedoeling om het weer uit te lenen aan bedrijven. De ECB doet dit om de inflatie aan te wakkeren. Die is nu ongeveer 0% en zou minimaal 2% moeten zijn. Alleen bereikt slechts een klein deel van dat geld de bedrijven. De banken potten het op en vullen er hun buffers mee aan.

Vlogen er vóór de crisis niet ook al helikopters met geld rond? Helikopters van de banken en wat die helikopters deden, leek verdacht veel op het ‘helikoptergeld’? Werd het niet steeds makkelijker om een steeds hogere hypotheek te krijgen, die niet afgelost hoefde te worden? Was, en en is het niet nog steeds verrassend eenvoudig om te kopen op afbetaling? Helikopters van banken die heel eenvoudig geld kunnen creëren waar de actiegroep Ons geld zich druk om maakt?

Vliegen er niet al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw helikopters die geld van de kleine man naar de 1% en vooral naar de 0,1% rijksten transporteren? Helikopters die vliegen via Panama, de Kaaimaneilanden en die een tussenlanding maken op de Amsterdamse Zuidas? Die vliegen om belastingen te ontwijken waardoor de kleine man meer belasting moet betalen? Helikopters die via speculatie op de beurzen vooral de kleine man en zijn pensioenspaargeld plunderen?

Zijn die helikopters niet ook sluipend gif? Helikopters die de kleine man en overheden verschulden en de 1% en vooral de 0,1% verrijken, zoals Piketty aantoont? Helikopters die samenlevingen ontwrichten. Wat zou er gebeuren als ze niet meer zouden vliegen en de ‘Friedman helikopter’ wel? En wellicht zou dan de ‘Friedman helikopter’ ook overbodig zijn?

En de boer, hij ploegde voort

“Tweederde boeren verdwijnt.” Een alarmerende kop waarmee Dagblad de Limburger op maandag 9 mei opende. Tussen nu en twintig jaar staat dit in Midden-Limburg te gebeuren, zo blijkt uit een onderzoek van de Rabobank Midden-Limburg. Het verdienmodel van bulkproductie tegen lage kostprijs heeft zijn langste tijd gehad. “De boer van de toekomst moet zich richten op onderscheidende producten en nichemarkten, marketing en innovatie,” zo valt te lezen. Dat vraagt om ondernemerschap en daaraan ontbreekt het bij de boeren. Daarom gaat de bank masterclasses ondernemerschap aanbieden.

PloegenFoto: nl.kverneland.com

Ter geruststelling van eenieder die hierdoor in paniek raakt. Tweederde van de boeren is allang gestopt. Dat het aantal boeren vermindert, is iets wat al bijna twee eeuwen aan de gang is. Het is al zo oud als de Industriële revolutie. Sterker nog, het is nog ouder. Niets nieuws onder de zon dus. In 2000 waren er nog 97.000 boerenbedrijven, in 2014 nog maar 65.000. Sinds 1950 daalt het aantal boerenbedrijven met gemiddeld 15 per dag. Dit alles leert het CBS ons.

Dat de resterende boerenbedrijven groter worden, is ook niets nieuws. De benodigde investeringen in gebouwen en materialen zijn immers hoog. Omdat dergelijke kapitaalintensieve investeringen goedkoper worden naarmate de productie hoger is, is het logisch dat de bedrijven groter worden.

Boeren zijn gemiddeld ouder dan de algemene bevolking. Als we de leeftijdsopbouw van de boeren  bekijken, dan was de meerderheid van de boeren in 2007 ouder dan 50 jaar. Door sterfte en vanwege ouderdom verdwijnt zo al een fors deel van de boeren. Zou het niet kunnen zijn dat dit veelal kleinere wat verouderde boerenbedrijven zijn? Bedrijven waarvan de gronden worden opgekocht door een jongere boer die hectares nodig heeft om te groeien?

Hebben boeren aan de afzetkant niet te maken met zeer grote inkoopcombinaties die hun macht gebruiken om prijzen te verlagen? En ook met consumenten die lage prijzen gewend zijn?

Bieden de ‘nichemarkten’ hoop? Hoeveel boeren en tuinders kunnen zich richten op een nichemarkt voordat die verzadigd is en de prijzen gaan dalen? Hoeveel ‘onderscheidende producten’ zijn er te verzinnen waarvoor een markt is? Hoe onderscheidend is een aardappel of gerst? Zijn die nichemarkten trouwens niet al bezet door innoverende en ondernemende boeren?

Geld voor het boerenbedrijf niet nog steeds dat je heel groot moet zijn op de bulkmarkt en dat dit ‘heel groot’ steeds groter wordt? Of met een klein bedrijf groot op een nichemarkt en dat dit klein ook steeds groter wordt?

Back to the Future

“Begrijp me goed: ik ben hier niet tegen. Maar het werkt zo niet, ben ik bang. Lonen laten zich niet zo gemakkelijk omhoog praten, ook niet als vakbonden zich hard zouden maken voor een loongolf.” Zo betoogt Frank Kalshoven in zijn wekelijkse column in de Volkskrant. Dat ‘het’ waar hij over schrijft is een flinke loonsverhoging die ervoor zou moeten zorgen dat de binnenlandse bestedingen stijgen en dat tevens het grote handelsoverschot kleiner wordt. Volgens Kalshoven gaat het niet werken omdat de arbeidsmarkt ruim is en: “Op een ruime arbeidsmarkt pleiten voor een loongolf – omdat het macro-economisch lekker zou uitkomen – is wel begrijpelijk. Maar het gaat niet gebeuren.”

Back to the Future DeLorean Time Machine

Illustratie: en.wikipedia.org

Volgens de nu gebruikelijke economische theorieën heeft Kalshoven gelijk. Een te groot aanbod zorgt voor lage prijzen. Maar wat als er een permanent overaanbod is op de arbeidsmarkt? Wat als de de automatisering en robotisering tot minder werk leidt? Welke oplossingen bieden die modellen dan? Bieden ze wel oplossingen of moet er vanuit een ander paradigma naar oplossingen worden gezocht?

Dat laatste doet Paul Mason, economieredacteur bij Channel 4 News in zijn laatste boek Postkapitalisme. Een gids voor de toekomst. Hij betoogt dat het kapitalistische systeem op zijn einde loopt omdat steeds meer producten uit ‘informatie’ bestaan. Mason zoekt oplossingen voorbij de huidige kapitalistische economische modellen. Geen kapitalisme? Dat klinkt vreemd, we zijn immers niet anders gewend en de enige concurrent, het communisme, heeft bijna dertig jaar geleden het loodje gelegd. Zoals Mason terecht betoogt, is het kapitalisme pas iets van de laatste 250 jaar. De mensheid heeft eeuwen zonder gekund. In het boek beschrijft Mason het ontstaan van het kapitalisme en, in navolging van de Russische econoom Kondratieff, de verschillende ongeveer vijftig jaar durende cycli. Cycli met eerst een periode van voorspoed en ontwikkeling en daarna een ongeveer even lange periode van stagnatie en crises.

Een cyclus begint met een innovatie, denk aan de stoommachine, de spoorwegen maar ook aan de arbeidsdeling van Taylor en de lopend band van Ford. Dit trekt kapitaal omdat investeren hierin lucratief is. Het kost echter ook arbeid en om daar een plek voor te vinden worden nieuwe ‘markten’ ontwikkeld. Tegenwoordig zijn dat diensten en vooral diensten die eerst gratis waren zoals hulp in de huishouding, kinderopvang en ouderenzorg. Diensten die vroeger tot het huishouden behoorden. Als de markt verzadigd is, op het hoogtepunt van de cyclus, rendeert het kapitaal niet meer en dat gaat op zoek naar rendement. Dat zijn meestal financiële producten: er wordt geld met geld gemaakt. Tegenwoordig bijvoorbeeld de bundels van verschillende hypotheken, rentes en andere -swaps en dergelijke. Dit gaat een tijdje goed en dan klapt de financiële markt. Waarna een nieuwe cyclus begint.

De belangrijkste innovatie nu, is informatie. Informatie heeft tegenwoordig als kenmerk dat zij oneindig en onbeperkt wordt gedeeld en dat betekent dat de prijs ervan naar nul neigt en het dus gratis is. Kapitalisme kan hier, volgens Mason, niet mee omgaan omdat het een systeem is dat is gebaseerd op schaarste. Als een machine van €1 miljoen oneindig lang producten en dus oneindig veel kan maken, dan bedragen de machinekosten per product €1 miljoen gedeeld door oneindig en dat neigt naar € 0, dus gratis.

De enige manier waarop kapitalisme er wel mee kan omgaan, is via een monopolie en dat is wat we tegenwoordig zien. Facebook monopoliseert informatie die mensen er gratis in hebben gestopt. Google, Apple maar ook bijvoorbeeld Appie Heijn met de bonuskaart, doen precies hetzelfde. Zij monopoliseren informatie die zij gratis hebben gekregen. En die berg informatie neemt, volgens Mason, de komende jaren alleen nog maar toe. Omdat steeds meer apparaten aan het internet worden gekoppeld, het Internet of things. Het monopoliseren van informatie leidt in een netwerksamenleving tot steeds meer wrevel en die wrevel leidt tot wiki-oplossingen. Gezamenlijk ontwikkelde producten die geen eigenaar kennen en die gratis beschikbaar zijn. Producten zoals Linux, Android en Wikipedia waaraan mensen met veel energie werken zonder er ook maar een cent aan te verdienen. Hoeveel rendement kan kapitaal maken op gratis?

Een tweede reden waarom Mason voorbij het kapitalisme zoekt, heeft te maken met de ecologische crisis, gecombineerd met de bevolkingscrisis, groei in met name Afrika en vergrijzing in de rest van de wereld. Volgens Mason kan die crisis niet worden opgelost door de markt en dus niet binnen het kapitalisme. Die crisis vraagt om een ‘open source’ aanpak. Een aanpak waarbij we voort kunnen borduren op elkaars werk. Het kapitalisme, met een belangrijke rol voor eigendom en patenten, maakt een dergelijke aanpak onmogelijk

Een overgang naar postkapitalisme gaat niet van de ene op de andere dag, daar gaan jaren overheen. Het feodalisme is immers ook niet van de ene op de andere dag verdwenen. Mason ziet vier topdoelstellingen op de korte termijn voor zijn postkapitalisme-project. Het terugdringen van de CO2 uitstoot, het stabiliseren van het financiële systeem, het bieden van materiële voorspoed en als laatste het afstellen van de technologische ontwikkeling op het terugdringen van ‘noodzakelijke arbeid’. Dit laatste om de transitie naar een geautomatiseerde economie te bevorderen en daarmee een samenleving waarin werk niet langer belangrijk is. De vrije beschikbaarheid van informatie is voor deze doelstellingen cruciaal. Zijn beleidsvoorstellen bevatten daarom het stimuleren van WIKI oplossingen, het beteugelen of socialiseren van monopolies en ook het financieel systeem.

Terug naar de arbeidsmarkt. Die is ruim en Mason pleit voor nog veel meer ruimte. Hij wil immers een samenleving waarin werk geautomatiseerd is, een arbeidsvrije samenleving. Volgens de huidige economische logica is loonsverhoging een manier om die ruimte te creëren. Als arbeid duurder wordt, zal er sneller naar een machinale, dus geautomatiseerde oplossing worden gezocht. Probleem is alleen, zoals Kalshoven aandraagt, dat de arbeidsmarkt al ruim is en naar verwachting ruim zal blijven. Bovendien is de arbeidersmacht zeer beperkt omdat de positie van vakbonden sinds de jaren tachtig ernstig is uitgehold. Een gebeurtenis die Mason ook beschrijft. Wie dwingt die hogere lonen af? Toch hoeft de zwakke vakbondsmacht geen belemmering te zijn. De acties voor een verhoogd minimumloon in de VS, kennen successen. Successen met als keerzijde dat er banen door verdwijnen en er weer nieuwe moeten komen. Laagwaardige banen die Mason ‘bullshit banen’ noemt zoals boodschappen inpakkers, banen zoals de oude Melkert-, en ID banen in Nederland. Banen zoals ze nu gecreëerd moeten worden om de Participatiewet een succes te laten zijn. Mason wil af van de centrale rol van arbeid.

Een van de maatregelen die Mason bepleit, is het basisinkomen. Dit laatste tenminste voor zo lang als nodig. Want als bijna alles gratis is, dan is inkomen overbodig. Zou een basisinkomen voor krapte op de arbeidsmarkt kunnen zorgen omdat mensen hun ‘bullshit baan’ opzeggen of gedeeltelijk stoppen met werken? Krapte waardoor de innovatie die nodig is om de geautomatiseerde economie dichterbij te brengen, wordt aangewakkerd?

Het interessante van Mason is dat hij buiten de gebaande paden kijkt en zoekt. Alhoewel buiten de gebaande paden? In hoeverre verschilt de ideale netwerksamenleving van Mason waarin delen centraal staat, van de oude pre-kapitalistische samenleving? Het ‘netwerk’ was veel kleiner, maar delen en gezamenlijkheid stonden daarin centraal. Misschien moeten we de verbouwde DeLorean Van Emmett Brown (Doc) uit Back to the Future lenen en net als Marty McFly teruggaan naar het verleden om daar ideeën en contouren voor de toekomstige samenleving op te doen.

TTIP en welvaart

“Vrijhandel leidt tot meer welvaart.” Dit schrijft Hans Wansink in het Commentaar in de Volkskrant. In dit commentaar bespreekt hij het Transaltlantic Trade and Investment Partnership (TTIP), een handelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. TTIP kwam in het nieuws nadat Arjen Lubach in zijn programma Zondag met Lubach een item eraan besteedde. Voor en tegenstanders vallen nu over elkaar heen zonder dat de inhoud van het verdrag bekend is. Die is namelijk geheim. Althans, dat was zo tot Greenpeace deze week grote delen van het verdrag onthulde.

Wansink pleit voor voorzetting van de onderhandelingen omdat vrijhandel tot meer welvaart leidt. Een argument dat in diverse vormen, waaronder economische groei en inkomensstijging, terugkomt in de discussie. Naast meer welvaart moet het ook goedkopere producten opleveren. Vrijhandel leidt tot welvaart, is dat een wetmatigheid?

Vrijhandel is iets van redelijk recente datum. Eigenlijk pas van na het ineenstorten van het systeem van vaste wisselkoersen in 1971. De vaste wisselkoersen, met de Amerikaanse dollar als spil, waren aan het einde van de Tweede Wereldoorlog ingevoerd om de financiële chaos van de vooroorlogse jaren te voorkomen. Deze zogenaamde ‘Bretton Woods afspraken’ boden landen de ruimte om hun eigen economie te stimuleren en beschermen zonder dat het verviel in het vooroorlogse protectionisme. En laat nu net die jaren van veel minder vrije handel, zich kenmerken door de grootste economische groei. En dat niet alleen, die groei werd ook nog eens eerlijk over de bevolking verdeeld. De ongelijkheid in inkomen en vermogen waren in die periode historisch laag, zo laat Piketty zien in Capital in de Twenty-First Century.  Sinds 1971 en vooral sinds 2000 is de economische groei zeer laag en neemt de ongelijkheid flink toe.

De econoom Ha-Joon Chang (23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme) laat zien dat nu succesvolle’ landen als China en India, die de ‘neoliberale vrijhandel’ niet aanhangen, het snelst groeien. En wat verder terug in de tijd: de Verenigde Staten zijn groot geworden door hun markt af te schermen voor buitenlandse (vooral Engelse) producten.

Maken deze feiten niet duidelijk dat vrijhandel niet automatisch tot meer welvaart leidt? En zeker niet tot meer gelijkheid. Want is de ongelijkheid sinds de jaren zeventig niet flink toegenomen, omdat dat beetje groei dat er was, ook nog bijzonder oneerlijk werd verdeeld? Wansink zal met betere argumenten moeten komen.