Més que un club?

Mijn cluppie, VVV(-Venlo, staat er normaal achter, maar de eerste V staat al voor Venlo, dus die laat ik weg), zit in de financiële problemen. Na de degradatie uit de Eredivisie drie jaar geleden, moest er flink worden bezuinigd. Dat is gebeurd en nog is de club te afhankelijk van ‘vermogende vrienden’ zoals voorzitter Hay Berden. Bureau Hypercube heeft, als onderdeel van afspraken tussen de gemeente Venlo en de club, de zaak onderzocht en komt tot de conclusie dat de club: “in een nieuw stadion wel structureel een middenmoter in het Nederlandse voetbal kan zijn.” In het huidige stadion, het legendarische De Koel zou dat niet kunnen.

Seacon Stadion "De Koel"

Foto: www.flickr.com

Ik wil de kwaliteiten van het bureau niet ter discussie stellen, maar…, waar hebben we dat meer gehoord? En hoeveel clubs hebben al zo’n nieuw stadion gebouwd? Een stadion dat de bezoeker comfort biedt, een skybox voor de sponsor die er zijn gasten met alle egards kan ontvangen en dat is gelegen op een industrieterrein liefst op een kruispunt van snelwegen. Stadions van het type dertien in een dozijn die multifunctioneel te gebruiken zijn en waar dus ook concerten gehouden kunnen worden. Clubs als Fortuna Sittard, Roda JC, NAC, Vitesse, FC Twente, Heracles, AZ, Heerenveen en zo zijn er vast wel meer te noemen. Sommigen spelen ‘in de middenmoot’ andere niet. En laat eerdere plannen van VVV en de gemeente Venlo om een nieuw stadion te bouwen op het ‘Kazerneterrein’ mislukt zijn. De financiën bleken een onoverkomelijk probleem. Nu komt een soortgelijke oplossing die structureel tot een plek in ‘de middenmoot’ of nog zo’n mooie ‘het linkerrijtje’ moet leiden. Hoeveel plekken kent dat rijtje eigenlijk?

Wanneer komt er iemand met andere ideeën? Voorbeelden van andere ideeën zijn er voldoende. Neem FC United of Manchester. Een club opgericht door boze supporters van Manchester United. Boos vanwege de steeds verder doorgevoerde commercialisering en vooral de exponentieel stijgende prijs van een kaartje. Die club laat ook zien hoe je op een andere manier een stadion kan bekostigen. Over stadions gesproken, FC Union Berlin laat mooi zien hoe je ook een stadion kunt verbouwen. Twee voorbeelden, er zijn er meer die laten zien dat het ook anders kan.

Zou dat in Venlo ook kunnen? Zou VVV een vereniging kunnen worden met leden? Leden die een netwerk vormen dat staat voor de club en voor elkaar? Die de club en elkaar helpen als dat nodig is? Een club met het gezamenlijk gerenoveerde stadion De Koel als thuisbasis. Waar het voetbal de bindende factor is, maar het draait om meer? ‘Més que un club’, om de spreuk van FC Barcelona aan te halen?

 

It ain’t what you do

“Tweede Kamer bang voor besmetting Brexit-virus.” De kop boven een artikel in de Volkskrant. Een artikel waarin politici worden geciteerd en aangehaald. Dat Wilders ook in Nederland een referendum wil, is niet nieuw. Hij wil uit de EU en denkt dat we vervolgens in het Walhalla terecht komen. Hoe dat Walhalla eruit ziet? Hij weet wat hij niet wil, maar wat hij wel wil?

golden-circle-sinek

Illustratie: dekrachtvancontent.nl

SP-leider Roemer wil een kleiner EU-verdrag waarover vervolgens een referendum wordt gehouden. Alleen hoe overtuig je de andere EU-landen daarvan? Als die al te overtuigen zijn dat er een kleiner verdrag moet komen, ga je dan eerst jaren onderhandelen en een compromis uitwerken om dat compromis vervolgens de kans te laten lopen dat het via een referendum waardeloos wordt? Is dat geen verspilling van tijd? SP-er van Bommel: Het besmettingsgevaar is niet zozeer dat er een Nederlands referendum komt, maar dat de geest uit de fles is. Dat een Nexit onderdeel wordt van de verkiezingen in 2017.” CDA-er Knops voorspeld: “Als de Britten voor een Brexit stemmen, gaat het los in Den Haag.” D’66-er Verhoeven: ‘De zorgen zijn groot.” Uitspraken waarin angst doorklinkt.

Dit lezend, moet ik denken aan de gedragsonderzoeker Simon Sinek en zijn ‘Gouden Cirkel’. Centraal in de ‘Gouden Cirkel’ staan drie vragen: Waarom, Hoe en Wat. De belangrijkste vraag hiervan is waarom? Waarom doe je wat je doet? Een vraag die met gevoel te maken heeft en mensen nemen besluiten op basis van hun gevoel en niet op basis van argumenten, zo beweert Sinek.

Wil je iets bereiken in de politiek, dan moet de vraag waarom als eerste worden beantwoord. ‘Dat je samen sterker staat’, zoals PvdA-er Marit Maij beweert, gelooft iedereen. Al die cijfers over de ‘economische schade’ van een Brexit, die maken geen indruk. Waarom moeten we samen sterker staan? Waarom is die economische schade zo erg? En voor de voorstanders van een Brexit of voor Wilders: waarom is die economische schade niet erg?

‘Omdat wij een betere wereld willen, waarin het goed toeven is voor ons, onze kinderen en alle andere levende wezens. Een wereld waar iedereen, in veiligheid, een menswaardig bestaan kan opbouwen. Die wereld is alleen te realiseren als we samenwerken en krachten bundelen. Want alleen samen staan we sterk en zijn we sterk genoeg om dit te realiseren.’ Dit zou een antwoord van een voorstander van de EU kunnen zijn. Alleen voldoet de huidige EU hier niet aan, dus zou er een toevoeging moeten komen als: ’Daarom gaan wij pleiten voor een verbeterde EU waarin niet de economie maar het welzijn van de mens centraal staat.’

Om Sinek te citeren: “People don’t buy what you do, they buy why do you it.” Hebben politici die spreken over de EU, het alleen maar over het wat? Waar zijn politici en leiders die ons verleiden met een dergelijk verhaal en ons een goed gevoel geven?

Een brug te ver?

Venlo is momenteel ‘in de ban van een kabelbaan’. Wat is er aan de hand? Tegenover het centrum van de stad, aan de overkant van de Maas ligt een het ‘kazerneterrein’. Een ‘campusachtig’ terrein met gebouwen die deels een monumentenstatus hebben. Onder het terrein, en al deels blootgelegd, ligt een nog monumentaler oud Spaans fort uit de zeventiende eeuw.

Fort sint michielIllustratie: www.l1.nl

Dit terrein krijgt een nieuwe bestemming: “Over enkele jaren zal er een ontspannen, maar ook bedrijvige sfeer hangen in het KazerneKwartier, met voor ieder wat wils. In een parkachtige setting maak je een wandeltochtje rondom de grachten en muren van het mooie Fort Sint Michiel waarna je een lekkere picknick hebt met zicht op de prachtige Maas. De kinderen ravotten, en hebben plezier van al hetgeen er te doen is. Of je ligt heerlijk met vrienden in het gras, genietend van een ijsje en het ruisen van de bomen,” in goed Nederlands Leisure and Pleisure genoemd. Winkeliers in de Venlose binnenstad zien die plannen ook zitten als er maar een ‘goede’ verbinding komt met de binnenstad. Dan komen die vele bezoekers wellicht ook even winkelen. Nu kun je het terrein via het fietspad langs de spoorbrug bereiken of per auto, fiets en te voet via de stadsbrug. Beide bruggen liggen direct naast elkaar en raken de zuidkant van zowel het stadscentrum als het kazerneterrein. Een eenvoudige en zeer goedkope oplossing zou zijn, het fietspad langs de spoorbrug, die het dichts bij beiden ligt, ‘om te bestemmen’ tot een voetgangersbrug.

Maar nee, dat is niet genoeg. Er moet een nieuwe verbinding komen. Een derde brug op steenworp afstand of: een kabelbaan. Een leuk en nieuw idee, vele steden hebben mooie bruggen, daarmee kun je je niet onderscheiden, een kabelbaan wel. De gemeenteraad is in meerderheid voor een kabelbaan. Een belangrijk argument voor de kabelbaan is dat je die kunt exploiteren en als het goed gaat kan ze zichzelf zo betalen. Dat kan met een brug niet. Die ligt er en dan kan iedereen erover.

Waarom zou je een brug niet kunnen exploiteren? Noem het een tolbrug, tolwegen zijn er al en als het met een weg kan, waarom dan niet ook met een brug? Probleem is dan alleen dat de twee andere bruggen gratis zijn. Bij een kabelbaan ligt dat anders, dat is een attractie en daarvoor wordt wel betaald, zo is de redenering. Als bezoeker van het ‘leisure and pleisure park’ kun je gratis mee, als je tenminste met de auto komt en een parkeerkaartje koopt, zo is de idee.

Waarom zou je de kabelbaan moeten ‘exploiteren’? Waarom niet ‘gratis’? Scheelt kassapersoneel en infrastructuur, maakt de attractie, de stad en het ‘leisure and pleisure park’ nog aantrekkelijker. Natuurlijk is niets gratis, maar als je het voor een doelgroep verstopt in het parkeertarief, waarom dan niet een halve euro ‘opcenten’ op alle parkeertarieven? In een kleine verhoging van pecariobelasting, dan betalen degenen die profiteren, de winkeliers en horeca? Of is dat een brug te ver?

Détournement de Pouvoir

Na zo’n titel dreig je, behalve als je Francofiel bent, meteen af te haken. Toch even niet doen! Het handelt namelijk over bestuurlijk misbruik, namelijk het gebruiken van een bevoegdheid waarvoor die niet is bedoeld: machtsmisbruik. En de raadsfractie van de Venlose SP pleit hiervoor.

SP

Illustratie: westfrieslandoost.sp.nl

Een in Venlo gevestigd transportbedrijf buit Filipijnse truckers uit. Zijn de Polen of Bulgaren al te duur of te mondig geworden? De Filipijnse chauffeurs moeten onder slechte omstandigheden werken. Ze krijgen de opdracht om de rij- en rusttijdenwet te overtreden. Ze wonen wekenlang in de cabine van hun truck en ontvangen hiervoor slechts €690 salaris per maand, waarvan ze ook nog eventuele boetes moeten betalen. Dit valt te lezen in Dagblad de Limburger van zaterdag 18 juni 2016 in een uitgebreid en niets verhullend artikel.

Schandalig en daartegen moet hard worden opgetreden. Hiervoor hebben we in Nederland de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de vroegere Arbeidsinspectie, waarom toch steeds nieuwe minder sprekende namen?), de politie en vast nog wel enkele andere toezichthouders. Die moeten er bovenop zitten. Iedere truck van het bedrijf aanhouden en controleren. Vaste inspecteurs dagelijks het bedrijf laten bezoeken. Zo zijn er nog wel meer maatregelen te verzinnen.

De Venlose SP-fractie wil meer actie van het Venlose college. De partij denkt aan ‘maatregelen in de vergunningensfeer of op het gebied van milieuhandhaving’ om dit, volgens de partij terecht verwerpelijk genoemde gedrag, tegen te gaan. En gaat de partij daar niet te ver? Ja, het Venlose college moet optreden als het bedrijf de voorwaarden bij de verleende vergunningen schendt. Als het de milieuregels overtreedt. Het Venlose college mag geen ‘arbeidsvoorwaarden’ stellen in een bouw-, milieu-, of tegenwoordig omgevingsvergunning. Als het college dat doet, dan gebruikt het een bevoegdheid, bijvoorbeeld het weigeren of nadere ‘arbeidsvoorwaardelijke’ eisen stellen die niets met het milieu te maken hebben, voor oneigenlijke doeleinden.

Détournement de Pouvoir dus. Mag je van een Nederlandse politieke partij niet verwachten dat zij de wet kent? Dat zij geen voorstellen doet die in strijd zijn met de wet? Dat zij niet pleit voor willekeur? Hoe schandalig de praktijken van het bedrijf ook zijn.

Moeten de heren politici niet de belangrijkste maatregelen nemen? Maatregelen die constructies verbieden waarbij personeel tegen een hongerloon moet werken? Maatregelen die de veel te ver gaande ‘liberalisering’ ongedaan maken? Maatregelen die de positie van de werknemer versterken? Maar of dat erin zit?  Moet het arbeidsrecht immers niet ‘geliberaliseerd’ en ‘versoepeld’ worden om concurrerend te blijven?

Nationaliseren

Enige tijd geleden schreef ik over de burgerparticipatie en stelde de vraag of deze ‘wisdom of the crowd’ ook tot betere besluiten zou leiden. Dit omdat de ratio, waarop dit denken is gebaseerd, ook het onderspit kan delven tegen de emotie. Ik moest hier weer aan denken bij het lezen van het betoog van docent politieke geschiedenis Adriejan van Veen in de Volkskrant. Van Veen pleit voor aanpassing om de inspraak van burgers bij de besluitvorming te herstellen. Van Veen stelt voor om een districtenstelsel in te voeren, de opkomstdrempel voor referenda te verlagen, bestuursbenoemingen open te stellen voor iedereen en niet alleen voor partijleden en om gemeenten een groter belastinggebied te geven.

nationaliserenIllustratie: iambtenaar.eu

Een bijzonder woord, herstellen. Het suggereert namelijk dat het vroeger beter was en dat is maar helemaal de vraag. Maar daar gaat het me niet om. Zouden deze voorstellen er werkelijk toe leiden dat ‘burgers zich niet in de steek gelaten’ voelen? In de Verenigde Staten wordt zo ongeveer iedere publieke functionaris gekozen en hebben decentrale overheden een flink belastinggebied. De Britten hebben zo’n districtenstelsel. De Zwitsers referenderen er flink op los. En dat zijn niet de enige landen. Voelen de burgers van die landen zich ‘niet’ of ‘minder’ in de steek gelaten? Is er in die landen geen ‘kloof’ tussen vertegenwoordigers en vertegenwoordigden?

Van Veen analyseert en komt tot de conclusie dat: “een serieus publiek debat,” nodig is: “over hoeveel delegatie van regelgeving en publieke dienstverlening naar de Europese Commissie en – als TiSA doorgaat – het internationale bedrijfsleven, wij bereid zijn te accepteren.”  TiSA is het Trade in Services Agreement (TiSA) waarover de VS en en de Eu, volgens Van Veen, in het geheim onderhandelen en dat ervoor kan zorgen dat: “ook zorg en onderwijs in de toekomst buiten de greep van democratisch gekozen overheden om geleverd worden. Zou daar niet de oorzaak te vinden zijn dat de burger zich ‘in de steek gelaten’ voelt? Zouden structuuraanpassingen dit kunnen veranderen en het het probleem van de ‘in de steek gelaten’ burger oplossen? Gaat de overheid na die aanpassingen wel ineens over die onderwerpen waar het ‘internationale bedrijfsleven’ over gaat?

Zou de oplossing dan niet veeleer te vinden zijn in het terugpakken van die macht? In het ‘nationaliseren’ van zaken zodat de overheid er wel over gaat?

De slager en zijn vlees

Een van de oorzaken van de bankencrisis van 2008, was het gebrek aan toezicht op de financiële instellingen. Toezichthoudende instanties lieten de teugels vieren en vertrouwden op de tuchtigende werking van de markt. Die markt ontwikkelde producten als Collateralized debt obligations (CDO’s), Credit Default Swaps (CDS) en andere. Producten die slecht enkele mensen doorzagen en die mensen waren niet de beslissers en de ratingbureaus, zoals Moody’s, die de betrouwbaarheid van dergelijke producten moesten beoordelen. Producten waarmee snel veel te verdienen viel en dat was het enige dat telde. Net als bij de ratingbureaus ontbrak het ook bij de toezichthouders, zoals de centrale banken, aan kennis van die producten. Toch kwamen ze op de markt met vernietigende gevolgen. John Cassidy beschrijft dit in geuren en kleuren in zijn boek Wat als de markt faalt.  Een van de lessen van de bankencrisis was dan ook dat het toezicht beter moest.

VIETNAM-ECONOMY-INFLATION-VENDOR

Foto: www.nrc.nl

We zijn nu enkele jaren verder en in de Volkskrant valt te lezen dat de Autoriteit Financiële Markt (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) het anders gaan aanpakken: “De financiële toezichthouders gaan start-ups en andere nieuwkomers helpen met hun vragen over nieuwe producten en diensten. Meer ruimte voor innovatieve experimenten is namelijk goed voor de concurrentie en efficiëntie in de financiële sector.” Onder aanvoering van Willem Vermeend moet: Nederland op de kaart zetten als ‘centrum van financiële vernieuwing.” Nu komt voor dat ondernemers veel tijd en geld in een nieuw product stoppen en dan van de toezichthouders te horen krijgen dat het niet mag. Behoort het niet tot het risico van de ondernemer als hij een product ontwikkelt dat niet wordt toegelaten?

Moet Nederland wel zo’n centrum van financiële vernieuwing willen zijn? Nederland is een grote speler in de financiële wereld en de gevolgen daarvan heeft de burger als belastingbetaler al ondervonden. Hij heeft miljarden van zijn belastingeuro’s besteed aan het redden van banken.

Moet de financiële markt efficiënt zijn? De Zuid Koreaanse econoom Ha-Joon Chang pleit in 23 dingen die ze niet vertellen over het kapitalisme juist voor minder efficiency op de financiële markt. Chang: “De discrepantie tussen de snelheid van de financiële sector en die van de reële sector moet kleiner worden, wat betekent dat het nodig is de financiële markt opzettelijk minder efficiënt te maken.”

Maar als belangrijkste. Beste toezichthouders, bent u er niet voor het algemeen belang in het algemeen en de consument in het bijzonder? Is het niet uw taak om producten te beoordelen op hun gevaren voor samenleving en consument. Hoe wilt u uw onafhankelijkheid als toezichthouder waarborgen als u producten mee gaat ontwikkelen? Bent u dan niet de slager die ‘zijn eigen vlees’ keurt?

Paradoxale economie

Een paar jaar geleden gaf een Nederlandse politieke partij (de PVV) een ‘gerenommeerd onderzoeksbureau’ de opdracht om uit te zoeken wat het effect zou zijn als Nederland de Europese Unie  (EU) zou verlaten. In het kort was de conclusie: Nederland is economisch, politiek en maatschappelijk gezien, beter af bij het verlaten van de EU.

monopolieIllustratie: www.favrify.com

Nu heeft ons gerenommeerde Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) onderzoek gedaan naar de effecten van een uittreden uit de EU van Groot Brittannië voor de Nederlandse economie. Conclusie in de Volkskrant: “De kosten van een Brexit – het uittreden van Groot-Brittannië uit de EU – kunnen oplopen tot 1.000 euro per Nederlander.” Dit wordt veroorzaakt door een vermindering van de handel, de innovatie en productiviteitsstijging. Alle EU-landen ondervinden economische nadelen van het uittreden van de Britten, Nederland na de Ieren en de Maltezers het meeste.

Zou de conclusie zijn dat uittreden winst oplevert en het verlies bij de achterblijvers terecht komt? Dan zou handel een ‘zero sum game’ zijn, de winst van de een is het verlies van de ander. Maar hoe is dat te rijmen met de economische theorie dat vrijhandel voor beide partijen tot winst leidt, een ‘win-win game’? Een Brexit belemmert handel tussen de Britten en de EU-landen. Het inrichten van handelsbelemmeringen zou dan een ‘lose-lose game zijn. Dan moeten de Britten, net als de andere EU-landen, ook verliezen.

Als dat het geval is, hoe kan het dan dat Nederland er, volgens het ‘PVV-onderzoek’ na het uittreden uit de EU op vooruitgaat? Dat is in het vrijhandelsdenken onmogelijk. Meer vrijhandel is win-win voor alle partijen. Het uittreden van Nederland betekent minder vrije handel en dus zouden alle betrokken partijen in meer of mindere mate moeten verliezen. Bij uittreden winnen kan immers alleen bij een ‘zero sum game’. 

Als de EU werkelijk een ‘zero sum game’ is, waarom stappen dan niet alle landen eruit? Maar wacht eens, als ze er allemaal tegelijk uitstappen, wie wint en wie verliest er dan? Als de EU een economische ‘zero sum game’  is, waarom zouden landen er dan lid van zijn geworden en willen er nog steeds landen bijhoren? Waarom dan steeds verdergaande vrijhandelsverdragen afsluiten zoals TTIP? Toetreden levert je dan immers economisch verlies op.

Of slaat een van de twee gerenommeerde onderzoeksbureaus de plank mis? Welk bureau? Dat zullen we weten als de Britten werkelijk besluiten om de EU te verlaten.

Economie volgens Van Klaveren (7 van 7)

Vandaag het zevende en laatste deel uit de reeks van artikelen over de economische visie die Joram van Klaveren bij The PostOnline verkondigde.

Alles van waarde is weerloos

“Klaver (Jesse Klaver) stelt dat veel wat van waarde is geen prijs heeft, en noemt vrije tijd, kunst en zeggenschap als voorbeelden. Maar alles heeft een prijs. Ook de genoemde zaken. Dit is echter helemaal niet negatief. De wetenschap dat ook deze zaken zijn uit te drukken in geld maakt dat ze onderdeel zijn van de vrije markt. En daarmee bereikbaar voor iedereen,” zo schrijft Van Klaveren. Omdat iets een prijs heeft, wordt het voor iedereen bereikbaar? Wat zou de zorgbehoevende oude man van 93 met alleen AOW van wie de huishoudelijke hulp net is wegbezuinigd daarvan vinden? Die hulp heeft nu een prijs, alleen is die van dien aard dat die hulp voor hem onbereikbaar is en daarom vervuilt zijn huis. Wat zou de alleenstaande werkende moeder ervan vinden, die moet stoppen met werken omdat de kinderopvang voor haar onbetaalbaar is?

LucebertIllustratie: www.creatov.nl

Worden deze zaken, juist doordat de markt er een prijs aanhangt, voor mensen onbetaalbaar? En geldt datzelfde niet ook voor kunst? Wie zou er nog naar een concert van het Concertgebouworkest kunnen gaan, als de kaartprijs aan de markt werd overgelaten? Om alle kosten, onder andere de salarissen van de muzikanten, te kunnen betalen zouden de kaartjes zo duur worden dat slechts weinigen het zouden kunnen betalen. Of die kosten moeten omlaag en de muzikanten moeten voor een hongerloontje spelen.

Wellicht vindt Van Klaveren hongerloontjes geen probleem. “… voedsel, kleding en meer recent: telefonie en internet. Allemaal gereguleerd door de tucht van de vrije markt. En in alle gevallen voldoende concurrentie met meer keuzevrijheid en fors dalende kosten voor de individuele consument. Dat is het ware gezicht van economische vrijheid.” De consument profiteert, de werknemer is het slachtoffer en laat dat in de meeste gevallen dezelfde persoon zijn. Die goedkope kleding wordt gemaakt in dubieuze naaiateliers in onder andere Bangladesh en onder omstandigheden waaronder Van Klaveren niet zou willen werken: lange dagen, slecht geventileerde en brandgevaarlijke gebouwen enzovoorts. Zaken die in Nederland verboden zijn omdat de wetgever hier terecht strenge eisen stelt aan de arbeidsomstandigheden. De productie is daar naar toegegaan omdat Nederlandse arbeid ‘te duur’ werd bevonden en vervolgens werkloos werd of tegen een lager salaris elders aan de slag kon. Goedkoop voedsel omdat de producent ervan, de boer en tuinder, wordt uitgeknepen om de winsten van de aandeelhouders van de grote supermarktketens en inkoopcombinaties zo hoog mogelijk te houden.

Lage prijzen voor telefonie en internet? Is het niet terecht dat door de investeringen die de overheden in de ontwikkeling van internet en mobiele telefonie hebben gedaan, de lagere prijs ten goede komt aan de investeerder in casu de belastingbetaler?  En met de belastingen zijn we bij een derde rol van de mens in de huidige samenleving. De ‘Panamapapers’ bevestigden nogmaals dat belasting ontwijken een sport is van de rijken en de grote (en niet alleen multinationale) bedrijven. Bevestigde omdat dit al bekend was en zelfs Warren Buffet zelf al zei dat hij het vreemd vond dat hij minder belasting hoeft te betalen dan zijn secretaresse. En als het grote geld (Buffet) geen of weinig belastingen betaalt, moet het kleine geld (de secretaresse) meer opbrengen. Extra wrang wordt het, als die belastingbetaler op mag draaien voor bijvoorbeeld het falen van de banken. Zou Van Klaveren zich wel eens afvragen hoe het komt dat de heel ver geliberaliseerde markt faalde? Een advies aan hem en alle andere vrije marktadepten, lees het boek Wat als de markt faalt van John Cassidy eens.

Tot slot

Ik begon met de hoop uit te spreken dat Van Klaveren niet representatief is voor politici in het algemeen en de andere 149 kamerleden in het bijzonder. Ik vrees echter dat Van Klaveren redelijk representatief is voor het economische denken onder politici, bestuurders en wellicht ook ‘gewone’ mensen. In kranten en opinie-websites van allerlei pluimage kom je, aan het denken van Van Klaveren, verwante redeneringen tegen. Dat is niet vreemd na een neoliberale indoctrinatie (of hersenspoeling) van ruim dertig jaar.

Dat een bepaalde manier van denken populair is en vele aanhangers kent, wil echter nog niet zeggen dat het denken de waarheid is, de enig juiste manier. Zeker in de sociale wetenschappen, en economie is een sociale wetenschap, is waar en juist subjectief. Of om John Stuart Mill te citeren: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.” Alleen moeten die individuen de ruimte krijgen om hun wijsheid te berde te brengen. Dat zou in het huidig tijdsgewricht van de vele digitale en analoge media geen probleem moeten zijn. Of juist wel, want om die wijsheid te horen of lezen, moet ze wel de ander bereiken. Dan moeten we voorkomen dat deze eeuw, zoals Pieter Derks vreest, de meest saaie van de eeuw wordt. Dan moeten de Bol.coms van deze wereld, om Derks te parafraseren, aan een algoritme werken dat ons niet almaar hetzelfde pad op stuurt (‘lezers van dit boek, lazen ook), maar juist naar alternatieve paden. Dan moeten mensen (veel meer) open staan voor andere manieren van denken, dan moeten ze nieuwsgierig zijn en in elkaar geïnteresseerd. Geen meningen debiteren, maar vragen stellen. Zelfs als het zo logisch klinkt en helemaal in je straatje past. Sterker nog, juist dan is jezelf bevragen aan te bevelen.

Dit is een zevende artikel in een reeks van zeven. Klik hier om het eerste, het tweede, het derde, het vierde, het vijfde en het zesde te lezen.

Economie volgens Van Klaveren (6 van 7)

Vandaag het zesde deel uit de reeks van zeven artikelen over de economische visie die Joram van Klaveren bij The PostOnline verkondigde.

Welvaart en Armoede 

Inkomen en dan vooral nationaal inkomen zegt niets over welvaart of armoede in een land. Als een klein deel van de inwoners het inkomen verdelen en de rest heeft bijna niets, dan zal er geen sprake zijn van welvaart, wel van armoede. Het is dus ook belangrijk om te kijken hoe het inkomen, maar ook het vermogen wordt verdeeld over de inwoners van een land.

Armoede

illustratie: eunmask.wordpress.com

Het boek Capital in the Twenty-first Century van de Franse econoom Thomas Piketty plaatste inkomens- en vooral vermogensongelijkheid op de agenda. Meteen werd er geroepen dat het in Nederland wel meeviel met die ongelijkheid. Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) heeft de vermogensopbouw voor 2014 goed en beeldend in beeld gebracht en hieruit blijkt dat er ook in Nederland sprake is van grote vermogensverschillen en dat die -verschillen toenemen. Zo bezit 1,67% van de huishoudens 35% van het vermogen.

Nu wil een scheve verdeling van het vermogen niet meteen zeggen dat er sprake is van armoede, hooguit relatieve armoede ten opzichte van mensen in je omgeving. Er is meer, aan de onderkant groeit de armoede dit terwijl Van Klaverens neoliberale economische vrijheid, hoog in het vaandel stond en staat. Van Klaverens redenering dat armoedebestrijding en welvaartsvergroting het beste kan op de vrije markt, lijkt niet te werken. De ‘trickle down economics’, zoals de redenering achter dit denken wordt genoemd, werkt niet. Deze redenering gaat als volgt: zorg dat de vrije markt zijn werk kan doen en dat ondernemers succesvol en rijk kunnen worden.

Tot zover stemde theorie nog overeen met de praktijk. Die ondernemers pakken een groot stuk van de koek, maar zorgen er ook voor dat de koek groter wordt. Hier knelt het al, inderdaad pakken sommige ondernemers een groot (steeds groter) stuk van een koek die wel groeit, maar toch veel minder dan hij deed voordat dit beleid werd ingezet.

Waar het helemaal gaat knellen is het laatste deel van de redenering. Die luidt: omdat de totale koek groeit, zullen ook de armen profiteren. Hun deel van de koek groeit wellicht niet, maar omdat de koek groeit, gaan ze er toch op vooruit. De koek blijkt echter maar weinig te groeien en de groei die er is, wordt door de rijken ingepikt. Sterker nog, zij nemen ook nog een deel van de oude koek van de armen. Het grote verschil tussen geld en water is, dat water, als er niet wordt ingegrepen, naar beneden sijpelt. Geld niet, dat sijpelt naar boven.

Dit is een zesde artikel in een reeks van zeven. Klik hier om het eerste, het tweede, het derde, het vierde en het vijfde te lezen.

Economie volgens Van Klaveren (5 van 7)

Vandaag het vijfde deel uit de reeks van zeven artikelen over de economische visie die Joram van Laveren bij The PostOnline verkondigde.

Inkomen

Die economische vrijheid, die vrije markt van vraag en aanbod zal, zo schrijft Van Klaveren: “inkomens creëren, welvaart vergroten en armoede verkleinen.” De econoom Jaap Van Duijn geeft specifiek Nederlandse cijfers voor de periode vanaf 1948. Hij doet dit per conjunctuurcyclus die hij in die periode onderscheidt. In de tabel zijn bevindingen.

conjunctuurcyslus

econ. groei

groei beroepsbev.

groei arbeidsprod.

1948 – 1956

5,3%

1,1%

4,4%

1957 – 1966

4,4

1,1

3,6

1966 – 1973

4,9

1,1

5,2

1974 – 1980

2,3

0,9

2,4

1981 – 1990

2,2

1,4

2,2

1991 – 2000

3,2

1,7

1,7

2001 – 2008

1,9

1,0

2,2

2009 – 2014

-0,4

0,4

0,5

Economische groei is het resultaat van de groei van de beroepsbevolking en een toename van de arbeidsproductiviteit. In de ideale situatie (volledige werkgelegenheid) is de economische groei precies gelijk aan de som van de andere twee. De situatie is echter zelden normaal. Zo zou de economie tussen 2009 en 2014 met 0,9% per jaar hebben kunnen groeien. Er is echter sprake van krimp. Dit is een gevolg van de toegenomen werkeloosheid waardoor een flink deel van de beroepsbevolking niet productief is. De grote groei van de beroepsbevolking na 1981 is vooral een gevolg van de toetreding van vrouwen op de arbeidsmarkt. Die kwam in de jaren negentig tot een hoogtepunt en dat verklaart ook voor een belangrijk deel de grotere economische groei na 1991.

Rijkdom
Illustratie: www.ans-online.nl

“Economisch onderzoeker Johan Norberg stelde al eens dat 3 procent groei onze economie, ons kapitaal en ons inkomen iedere 23 jaar verdubbelt. Is de groei twee keer zo groot dan gaat het om slechts 12 jaar. Een ongeëvenaarde welvaartsgroei die zelfs door de meest robuuste overheidsmaatregelen om inkomens te herverdelen, niet gehaald wordt. Sterker nog, het is gevaarlijk omdat hoge, nivellerende belastingen de broodnodige groei juist afremmen,” schrijft Van Klaveren. Als we kijken naar de laatste drie decennia waarin het door Van Klaveren voorgestelde beleid, leidend was en dat is het nu nog steeds, dan zien we dat dit een periode is met relatief geringe economische groei, zeker sinds 2001. Op basis van ‘rendementen uit het verleden’ lijkt het dat Van Klaverens beleid niet tot een extra toename van de welvaart leidt. De drie procent wordt alleen in het begin even gehaald.

Kijken we naar de periode tot 1980, dan zien we robuuste groeicijfers die bijna de hele periode boven de 3 procent liggen. In die periode lag het financieel kapitaal stevig aan banden, had de overheid een stevige vinger in de economische pap, werd het stelsel van sociale zekerheid opgebouwd, steeg de levensverwachting, kenden we nog een toptarief in de inkomstenbelasting van 60 procent en kende Nederland relatief geringe verschillen in inkomen en vermogen. Net als trouwens de rest van de westerse landen.

Sterker nog beleid met hoge, nivellerende belastingen en robuust overheidsbeleid om inkomens te herverdelen, lijkt betere resultaten te behalen. Betere resultaten voor wat betreft de groei van het nationaal inkomen, het creëren van inkomens voor mensen en het verkleinen van de armoede. Lees het boek 23 Dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme van de Zuid-Koreaanse econoom en docent aan de Cambridge University Ha-Joon Chang, en dan vooral Ding 7 vanaf pagina 81. “Met slechts een paar uitzonderingen, zijn alle landen die nu rijk zijn, inclusief Groot Brittannië en de Verenigde Staten – de veronderstelde bakermatten van vrijhandel en vrije markten – rijk geworden door een combinatie van protectionisme, subsidies en andere maatregelen die we nu de ontwikkelingslanden adviseren niet toe te passen. Vrijemarktbeleid heeft tot op heden weinig landen rijk gemaakt en zal er ook in de toekomst maar weinig rijk maken. Nee, van de markt alleen moet je het niet hebben als je welvaart en inkomens voor mensen wilt creëren en de armoede wilt verkleinen.

Dit is een vijfde artikel in een reeks van zeven. Klik hier om het eerste, het tweede, het derde en het vierde te lezen.