De illusie van het autonome individu

“Hoe vinden wij deze nieuwe grond als individu dat de basis dient te zijn voor een nieuw wij?”  Die vraagt stelt Tom Ribbens zich in een artikel bij Joop. Ribbens maakt zich, zoals velen druk om de manier waarop de overheid de coronapandemie bestrijdt. Een bijzonder artikel.

Bron: Pxhere

Ribbens: “Als we dan kijken naar het gemak waarmee we vanuit een grote angst voor ziekte en dood onze individualiteit loslaten en laten manipuleren door de overheid, lijkt het alsof we onszelf meer dan ooit zijn kwijtgeraakt in een technocratisch en manipulerend systeem dat het van ons mensen aan het overnemen is.” Gelukkig worden: “Steeds meer mensen (…) zich bewust van deze situatie en komen in verzet, terwijl een grote groep het nog steeds normaal vindt om hun vrijheid op te geven voor een gevoel van veiligheid, dat geen enkele wetenschappelijk en feitelijke grond meer heeft.” Ik vraag me af waarop Ribbens zich baseert dat ‘een grote groep’ het normaal vindt en dat ze dat doen voor een ‘gevoel van veiligheid’, maar daar gaat het mij nu niet om.

Het gaat mij om de manier waarop Ribbens naar dat ‘nieuwe wij’ wil zoeken. Hij zoekt het wij in het ik: “Op de eerste plaats door naar binnen te gaan. Door het aankijken van onze grootste angsten, namelijk die van de dood en de angst om uit de groep te vallen.” Want, zo gaat hij verder: “Deze beide, vaak onbewuste angsten zorgen ervoor dat we onszelf als individu loslaten, de redding buiten onszelf zoeken en daardoor makkelijk te manipuleren zijn.”  En: “Onze angsten, maar ook ons lijden zijn de ingang om contact te maken met dat deel, waar onze werkelijke individualiteit begint, namelijk onze essentie, ons geestelijk deel.”  

Ribbens gaat via het individu op zoek naar de groep. Een groep als een verzameling individuen die bewust voor de groep kiezen. “Het mooie is dat in die diepere grond van onze essentie we allen verbonden zijn met elkaar ook al zijn we verschillend. Dat maakt dat dit wij zo sterk en gelijkwaardig is en niet discriminerend of polariserend. Vanuit dit nieuwe wij zullen nieuwe vormen ontstaan, nieuwe vormen van leiderschap en samenwerking, een nieuwe democratie, veel dichter bij de mensen om wie het gaat dan nu het geval is.”  De komende gemeenteraadsverkiezingen bieden, zo betoogt Ribbens een kans om te: “laten zien dat we ons niet langer laten manipuleren en opkomen voor onze grondrechten als autonoom individu.”

Ribbens stelt het individu centraal en toont daarmee een ware neoliberaal. In het neoliberale kapitalisme staat het autonome individu dat opkomt voor zichzelf immers centraal. Bijzonder omdat hij zich daar juist tegen lijkt te verzetten als hij de manier: “hoe wij omgaan met de natuur, met dieren, met natuurlijke grondstoffen en wij de aarde niet respecteren naar de grote intrinsieke waarde die zij in zich draagt. Maar vanuit ons kapitalistisch systeem ermee omgaan als een gebruiksvoorwerp voor onze eigen macht, om geld te verdienen, rijk te worden.”

Begint het wij niet juist bij het je realiseren dat een autonoom individu een illusie is? Zeker in onze moderne samenleving.

Afhankelijk onafhankelijk of onafhankelijk afhankelijk

Een van mijn laatste Prikkers schreef ik naar aanleiding van het boek De Tweede Slaap van Robert Harris. Een geromantiseerde thriller met de risico’s van een hoog technologische samenleving als achtergrond. Ik eindigde die Prikker met de verwachting dat de huidige ‘primitieve mens’ waarschijnlijk een grotere kans heeft om te overleven na een instorting van onze hoog technologische samenleving. Een paar dagen na het schrijven van die Prikker moest ik denken aan een ander opvallend kenmerk van onze huidige Westerse samenleving. Of eigenlijk twee opvallende kenmerken. 

Als eerste de zeer ver gaande specialisatie. Arbeidsdeling is van alle tijden. Onze voorvaderen de jager-verzamelaars kenden al een, zij het beperkte, arbeidsdeling: de mannen joegen, de vrouwen verzamelden. Dat deden ze in kleine groepen. In die groep konden ze overleven. Alleen zouden ze het lastig hebben. Tegenwoordig gaat die deling veel verder. Die deling maakt ons veel productiever en vergroot de welvaart. Adam Smith beschreef dit goed in zijn boek De Welvaart van Landen. Laat ik mezelf als voorbeeld nemen. Het beleidsadvies dat ik produceer is niet te eten, het beschermt me niet tegen de kou en ik kan er niet in wonen. De jager-verzamelaars zouden mij met wantrouwen aankijken en waarschijnlijk wegjagen. Aan dat ‘beleidsadvies’ daar hadden ze niets aan. Voor hen zou ik geen meerwaarde hebben. Ik zou worden gezien als een profiteur. In onze moderne samenleving is het gevraagd en zijn er mensen die mij ervoor betalen. Met dat geld kan ik eten en kleren kopen en voor onderdak zorgen. Met die steeds groeiende arbeidsdeling groeit ook het aantal mensen waarvan je afhankelijk bent. Alleen zou ik met mijn ‘beleidskennis’ niet overleven.

De tweede ontwikkeling is de nog steeds groeiende individualisering. Opgroeien is ‘jezelf ontdekken’ en erachter komen ‘wie je bent’ en ‘onafhankelijk’ worden. Zelfs als volwassene ben je er nog niet. Het aantal trainingen en workshops om jezelf te ‘vinden’ is overweldigend. Nog overweldigender is het aantal ‘coaches’ dat je helpt. Je hebt lifestyle coaches, loopbaan coaches, kleding coaches, personal coaches, talent coaches. Het lijkt wel alsof er meer coaches zijn dan mensen om te coachen. Allemaal helpen ze je bij het worden van dat ‘unieke individu’, die ‘krachtige onafhankelijke persoon’.

Twee ontwikkelingen die in een tegengestelde richting wijzen. De een in de richting van afhankelijkheid en de andere in de richting van onafhankelijkheid. Hoe verklaren we dit? Als we ze combineren zijn er twee mogelijkheden. Als eerste hoe afhankelijker we van elkaar worden, hoe onafhankelijker we willen zijn. Of het omgekeerd, hoe onafhankelijker we willen zijn hoe afhankelijker we van elkaar worden. Welke van de twee zou het zijn?

Economie volgens Van Klaveren (2 van 7)

Vandaag het tweede deel uit de reeks van zeven artikelen over de economische visie die Joram van Laveren bij The PostOnline verkondigde.

De rol van de markt

Neem de ‘heilige markt’ waar Van Klaveren op vertrouwt. Een op de markt georiënteerde (kapitalistische) samenleving is van recente datum. Daarvoor speelde hij slechts een heel beperkte rol. Beperkt omdat er niet voor de markt werd geproduceerd. Mensen produceerden voor het overgrote deel voor eigen gebruik. En dat eigen gebruik betrof het eigen huishouden en de eigen gemeenschap (het dorp of de stam). De molenaar maalde graan voor de boeren en kreeg  een zak meel of wat anders in ruil voor zijn werk, hetzelfde geldt voor de smid. Bovendien hadden de molenaar en de smid zelf vaak ook nog een klein lapje grond. Alleen dat wat over was, kon worden geruild op de markt. Geruild tegen zaken waaraan men een tekort had. Mensen produceerden naar behoefte overwegend agrarische producten en dat viel soms mee en soms tegen. Niet alleen de markt, ook inkomen en geld speelde slechts een marginale rol. Op deze manier hebben onze voorvaderen eeuwen, zelfs millennia lang overleefd, soms in voorspoed en soms in tegenspoed.

De Beurs.jpgFoto: www.dailytradingprofits.com

Zou een toekomstige samenleving met maar een beperkte rol voor de markt mogelijk zijn? Wat zou er gebeuren als we niet iedere twee jaar een nieuwe mobiel kochten, maar een blokphone? Als we producten makkelijk reparabel maken? Als we producten maken die, net als de schoffel van vroeger, een heel leven en vaak zelfs langer, meegaan? Als we producten maken waarvan de onderdelen te hergebruiken zijn? Als we ons niet laten leiden door mode? Als niet het bezit centraal zou staan, maar het gebruik zoals Thomas Rau predikt? Dan zou de rol van de markt veel beperkter zijn en zouden we met veel minder inkomen toekomen. Dan zouden de markt en inkomen een minder belangrijke rol vervullen. De Engelsman Paul Mason (zie zijn boek Postkapitalisme) denkt ook dat minder markt de toekomst is. Volgens Mason leidt de verdere robotisering, automatisering en dataïsering van de samenleving tot een overvloed aan producten die bijna niets kosten en zelfs gratis zijn. En, stelt hij, wat is de rol van de markt in een samenleving die is gebaseerd op een overvloed aan gratis producten?

Dat er in het verleden alternatieven voor de markt waren, zou dat kunnen betekenen dat er ook in de toekomst andere vormen van economie mogelijk zijn? Mason schetst een alternatief, wellicht zijn er zo meer. Zouden we daar niet wat meer denkkracht en tijd in moeten stoppen?

Dit is een tweede artikel in een reeks van zeven. Klik hier om ook het eerste te lezen