Maken en kraken

Op de ‘Smart Services Campus’ in Heerlen gaan onderzoekers werken aan: “niet te kraken, digitale en financiële  technologie.” Het gaat om de zogenaamde ‘blockchain-technologie’. Hoe het werkt, weet ik niet. Google het woord en je krijgt 256.000 verwijzingen die allemaal een uitleg geven. Wat het ook is, de verwachtingen zijn hoog gespannen. Nu zijn verwachtingen dat vaker.

kraken

Illustratie: oceans11.wikia.com

Wie herinnert zich de paspoortaffaire uit 1988 nog. Daarbij ging van alles fout, er werd een parlementaire enquête over gehouden en er viel een staatssecretaris over. Die fouten betroffen echter niet het doel: een ‘fraudebestendig’ paspoort. Inmiddels zijn we dertig jaar verder en zijn paspoorten nog steeds niet fraudebestendig.

Een decennium later, de dot-com hype. De nieuwe economie zou voor ‘eeuwigdurende economische groei’ zorgen. De tijden van crises waren voorbij en het Walhalla was bereikt. Met dank aan die feilloze nieuwe internettechnologie. Het bleek een grote luchtbel die knapte en een economische crises veroorzaakte. Inmiddels zijn we alweer enkele economische crises verder. Het Walhalla bleek toch verder weg te liggen.

In 2002 kregen we de fysieke Euro. De modernste beveiligingstechnieken waren erin verwerkt. Net zoals er vroeger met het goud- of zilvergehalte in munten werd gesjoemeld, bleken ook deze technieken ‘vervalst’ of ‘nagemaakt’ te kunnen worden.

Zou de blockchain niet eenzelfde leven beschoren kunnen zijn? Leren de ervaringen uit het verleden niet dat alles wat gemaakt wordt ook gekraakt kan worden? Van paspoort tot bankkluis, van geld tot software, alles heeft een zwakke plek. En die zwakke plek wordt altijd gevonden. Soms door de ‘goeden’ maar vaak ook door de ‘kwaden’.

Als, en daar geloof ik niet in, deze technologie echt niet te kraken is, zou de mens niet ook een zwakke plek kunnen zijn? Werd de banken-crisis niet mede veroorzaakt door ‘financiële producten’ gebaseerd op algoritmes die een computer uitvoerde? Algoritmes die alleen de makers ervan doorzagen. Zij, en hun opdrachtgevers, zijn er rijk van geworden en hebben de schade op de samenleving afgewenteld. Met geld werd het geweten afgekocht. Zou dat bij deze nieuwe ‘niet te kraken, digitale en financiële technologie’ ook kunnen gebeuren? Hoe betrouwbaar zijn de makers ervan?

 

Some animals are more equal

‘All animals are equal, but some animals are more equal than others.’ Een beroemde quote uit Animal farm van George Orwell. Hieraan moest ik denken toen ik las over de ‘cursus participatieverklaring’ voor nieuwkomers in Nederland. Een cursus die wordt afgesloten met het tekenen van een ‘Participatieverklaring’ die een verplicht onderdeel wordt van de inburgering van nieuwkomers. “Via dit traject laten gemeenten nieuwkomers kennis maken met de rechten en plichten en de fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving,” zo valt te lezen op de site van de Rijksoverheid.

OrwellIllustratie: babalublog.com

Benieuwd naar die kernwaarden, ben ik in de ‘cursus’ gedoken. De waarden komen aan bod in het onderdeel ‘het muurtje’. De ‘waarden’ staan op stenen waarvan een muurtje moet worden gebouwd. ‘Andere culturen leren kennen’ is zo’n kernwaarde net als ‘samen delen’ en ‘tradities’, maar ook ‘vrijheid’, en er zijn er nog meerZijn dit allemaal waarden en als het waarden zijn, zijn het dan ook de waarden van alle Nederlanders?

Verwarrend wordt als ik in de ‘docentengids’ het volgende leest: “Het kan zijn dat deelnemers een andere interpretatie hebben bij sommige begrippen. Dat is voor deze werkvorm niet erg. Een begrip als vrijheid kan voor de ene deelnemer een hele andere betekenis hebben dan voor een ander.” Gaat het er niet juist om dat waarden gedeeld worden en kan dat delen niet alleen als we er allemaal hetzelfde onder verstaan?

Uiteindelijk moet de nieuwkomer de ‘Participatieverklaring’ ondertekenen en die luidt: “Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en dat ik deze respecteer. Ik verklaar dat ik actief een bijdrage wil leveren aan de Nederlandse samenleving en reken erop dat ik daarvoor ook de ruimte krijg van mijn medeburgers.” Vreemd omdat de verklaring ook de volgende zin bevat: “In Nederland worden alle burgers gelijkwaardig behandeld. Discriminatie naar geslacht, geloof, afkomst of seksuele geaardheid wordt niet geaccepteerd.” Een nieuwkomer moet verklaren dat hij, zich aan de ‘waarden en spelregels’ houdt en dat hij ‘actief bijdraagt’. Een Nederlander hoeft dat niet. Hoe verhoudt zich dit tot het gelijk behandelen van alle burgers? Zijn onze ‘waarden en spelregels’ niet vervat in onze wet- en regelgeving?  Moet niet iedereen, die zich op het Nederlandse grondgebied bevindt, zich daaraan houden? Daarvoor is een verklaring niet nodig.

De nieuwkomer ‘rekent erop dat hij de ruimte krijgt’ van zijn medeburgers. Waarop kan hij ‘rekenen’ als de ander, de Nederlander, een dergelijke verklaring niet hoeft te tekenen? Zijn sommige dieren meer gelijk dan anderen?

Worden we ouder?

De AOW-leeftijd moet weer worden verlaagd naar 65 jaar. Dat betoogt Jelle Visser in de Volkskrant. Werk is er voor ouderen niet en door de herstellende economie en het ‘goed begroten’ is er voldoende ruimte om de AOW leeftijd te verlagen naar 65 jaar. Wellicht is er nog een reden om hier eens goed naar te kijken.

Ouderen

Foto: www.gezondheidenco.nl

Toen de AOW werd ingevoerd was de gemiddelde levensverwachting bij geboorte ongeveer 72,5 jaar. Nu is dat negen jaar meer. Dat we steeds ouder en gezonder ouder worden was een van de argumenten voor verschuiving van de pensioen- en dus AOW leeftijd. Klopt die redenering wel?

Op het eerste gezicht wel, negen jaar is negen jaar. Maar dat er meer mensen oud worden en dus de gemiddelde levensverwachting bij geboorte hoger wordt, wil niet zeggen dat we ook ouder worden.  De Amerikaanse econoom Robert J. Gordon heeft in zijn boek The Rise and Fall of American Growth een interessante tabel opgenomen. In die tabel de toename van de levensverwachting op zes momenten in een mensen leven (pagina 211). Het jaar 1870 is hierbij het basis jaar. Zo is de levensverwachting van een boreling sinds 1870 toegenomen met zo’n 33 jaar. Ben je eenmaal zeventig, dan wordt je nu gemiddeld zes jaar ouder dan je leeftijdgenoot uit 1870. En nemen we de invoering van de AOW, dan leeft de zeventigjarige een schrale drie jaar langer dan zijn leeftijdgenoot in de jaren vijftig.

De stijging van de gemiddelde leeftijd is, zo laat Gordon zien, vooral een gevolg van betere hygiëne, riolering, waterleiding en de bestrijding van dodelijke kinderziektes. Dit heeft ervoor gezorgd dat er veel minder baby’s en jonge kinderen sterven. Vervolgens hebben de betere arbeidsomstandigheden ervoor gezorgd dat er minder volwassenen een dodelijk arbeidsongeluk krijgen. Kortom, de gemiddelde leeftijd is gestegen, niet omdat we zoveel ouder worden, maar omdat er veel minder mensen jong sterven. Ben je eenmaal zeventig, dan wordt je gemiddeld maar drie jaar ouder dan in de jaren vijftig.

Die drie jaren zijn vooral een gevolg van het medische kunnen dat levensverlengend werkt. Levensverlengend bij de grootste doodsoorzaken van tegenwoordig: kanker en hart- en vaatziekten. Zijn deze drie jaar, waarvan een deel als patiënt, voldoende reden om de pensioenleeftijd te verhogen en te blijven verhogen?

Vrij is verbonden

Geachte mevrouw Hiwat-Kortstam, beste Charlene, ik heb u beloofd om vandaag ergens op terug te komen. U schrijft: “Hoe bijzonder iets als vrijheid is, wordt duidelijk zodra ik me realiseer dat we dat nog steeds niet volledig zijn. Echt vrij bedoel ik dan.” Terug te komen met de vraag hoe u denkt dat volledige vrijheid eruit ziet?

Gloria-Wekker

Foto Gloria Wekker: www.nieuwwij.nl

Zijn we echt vrij als: “…er geen sprake is van racisme of discriminatie, in welke zin dan ook. Dat je als mens gewoon kunt ‘zijn’, zonder dat je je daarvoor hoeft te verontschuldigen”?  Of om het door te vertalen naar mijn situatie, zonder dat ik het gevoel krijg dat ik me moet verontschuldigen voor wie ik ben, een blanke man van middelbare leeftijd. Verontschuldigen dat ik jou het gevoel geef dat ik je stereotypeer en het gevoel geef dat je: “twee keer zo hard moet werken voor een gemiddeld resultaat.”  Dus dat ik er gewoon mag zijn zonder gestereotypeerd te worden als iemand met, om Gloria Wekker aan te halen: “een zelfflaterend zelfbeeld.” Een zelfbeeld van witte onschuld. Kan ik er wat aan doen dat ik als witte man ben geboren? U kunt er ook niets aan doen dat u als zwarte vrouw bent geboren. Zonder, zoals ik ook al aan Mitchell Esajas heb geschreven, me in een hoek gezet te voelen. Een hoek waaruit ik niet kan ontsnappen omdat ik nu eenmaal die witte man blijf. Het enige wat verandert, is die middelbare leeftijd.

Beste Charlene, van mij hoeft u niet twee keer zo hard te werken. U hoort erbij en u mag er zijn. Ik wil samen met u, Mitchell Esajas, Gloria Wekker en anderen die er iets aan willen doen, strijden tegen alle vormen van ongelijke behandeling en ongelijkheid. Dat kan alleen als u mij als mens ziet, als individu. Niet als een wandelend “cultureel archief” om een term van Gloria Wekker te gebruiken.

Als ons dat lukt dan wordt de wereld een stuk prettiger om in te leven omdat we dan echt samenleven. Zijn we dan echt vrij? Of zijn we dan nog steeds gebonden of beter, verbonden? Verbonden aan elkaar omdat we deze aarde delen? Verbonden omdat we samenleven en er voor elkaar zijn? Als u dat met ‘volledig vrij’ bedoeld, dan zijn we volledig vrij. Voor mij is volledig vrij iets anders, het is een stille, kille wereld van niet verbonden individuen.

Om Schopenhauer aan te halen: “Geheel zichzelf zijn mag men slechts, zolang men alleen is; wie dus niet van de eenzaamheid houdt, houdt ook niet van de vrijheid, want slechts wanneer men alleen is, is men vrij.”

Verantwoordelijkheid nemen

“Vrijheid heeft voor de Afro-Nederlander een andere betekenis, althans: voor mij zeker. In de eerste plaats gaat het over de wisselende rol tussen slachtoffers en daders en de hypocrisie van Nederland.” Dit schrijft Charlene Hiwat-Kortstam, hoofdredacteur van Ethnics.nl op de opiniesite Joop. Hypocriet is Nederland als het gaat om haar verleden als ‘slavenhandelaar en -houder’. Hiervoor heeft Nederland nooit haar verantwoordelijkheid genomen alhoewel het ieder jaar de kans krijgt hiertoe, aldus Hiwat-Kortstam.

SlavernijFoto: www.flickr.com

Geachte mevrouw Hiwat-Kortsstam, beste Charlene, slavernij bestond al ver voordat Nederland in zijn huidige vorm op het wereldtoneel verscheen. Slavernij was ook niet iets typisch Nederlands. Over de hele wereld trof men slaven aan en dus slavenhouders. Wellicht bent u bekend met het feodale stelsel. Ook dat stelsel was gebaseerd op een vorm van slavernij, alleen heetten de slaven horigen of lijfeigenen. Aan het lijfeigenschap is geleidelijk een einde gekomen. In Rusland hield dit het langste stand, daar werd het in 1861 afgeschaft. Dat afschaffen gebeurde door de verantwoordelijke, de hoogste landheer. Nam die daarmee zijn verantwoordelijkheid voor iets wat in toenemende mate als een misstand werd ervaren? Ook het houden van slaven werd in hetzelfde tijdsgewricht, door steeds meer mensen gezien als een misstand die moest worden beëindigd. Als hoogste gezag was de Nederlandse regering hiervoor verantwoordelijk en zij nam die verantwoordelijkheid door de slavernij in 1863 te verbieden en af te schaffen.

Uit uw betoog begrijp ik dat u meer wilt. Wat betekent verantwoordelijkheid nemen voor u? Wat wilt u dat de Nederlandse overheid doet? Wanneer heeft zij in uw ogen haar verantwoordelijkheid genomen voor de slavernij? U schrijft dat: “…de sporen van de slavernij iedere dag opnieuw zichtbaar (zijn) voor iedereen die ze wil zien of iedereen die ze ervaart.” En : “Vrijheid zou moeten betekenen dat er gelijke kansen zijn op het gebied van scholing en het vinden van een baan. Het zou moeten betekenen dat iemand niet door autoriteiten wordt beoordeeld op de kleur van zijn of haar huid en om die reden gecontroleerd wordt. Vrijheid betekent voor mij dat er geen sprake is van racisme of discriminatie, in welke zin dan ook. Dat je als mens gewoon kunt ‘zijn’, zonder dat je je daarvoor hoeft te verontschuldigen.” Wat zijn die sporen? Ik zie ongelijke behandeling van mensen, niet alleen vanwege een huidskleur. Ongelijke behandeling van mensen met een kleur, een hoofddoek, van mensen boven een bepaalde leeftijd, van werklozen en bijstandsgerechtigden, van het denken dat de mens ziet als grondstof, een ‘loonslaaf’ en nog veel andere vormen. Het lijkt mij dat wij daar samen wat aan moeten doen, daar zijn wij nu verantwoordelijk voor en die verantwoordelijkheid moeten wij nu nemen.

Pas dan zullen wij maximaal vrij zijn. Niet volledig vrij, daar kom ik morgen op terug. Tot morgen!

Een land twee regeringen

Partijen zouden voor de verkiezingen stembusakkoorden moeten sluiten, zo betoogt de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB).  Trouw doet verslag van het rapport van de raad want die maakt zich zorgen over de regeerbaarheid van Nederland. Het zal na verkiezingen heel moeilijk worden om een coalitie te smeden die kan bogen op een meerderheid van zetels in de Tweede Kamer, laat staan in de beide kamers: “Daarvoor zijn, afgaande op de peilingen, zeker vier partijen nodig. Het is de vraag of zo’n coalitie gewenst is. In een dergelijke coalitie moeten grote compromissen gesloten worden en kunnen kiezers de individuele partijen niet meer herkennen.” gelukkig ziet de ROB een alternatief: ‘voor de verkiezingen stembusakkoorden te sluiten, zodat kiezers weten op welke coalitie ze stemmen. Een minderheidsregering, waarmee in Scandinavië goede ervaringen zijn, kan ook soelaas bieden. De voordelen, aldus de ROB: “”Het is ideologisch herkenbaar, flexibel en herkenbaar, terwijl het stembusakkoord past bij de behoefte aan invloed van kiezers.” Een akkoord voor de verkiezingen sluiten klinkt leuk, maar… .

Molina

Loop je als partij niet het risico dat je voor de verkiezingen al compromissen sluit waarvoor de kiezer je afstraft? Dat je minder zetels haalt dan dat je op eigen kracht zou doen? Op basis van welke krachtverdeling sluit je zo’n akkoord? Op basis van de huidige zegelverdeling? De peiling van TNS NIPO of die van Maurice de Hond?

Inderdaad kan een minderheidskabinet goed werken. Zouden stembusakkoorden daarbij helpen? Om als minderheidsregering te kunnen starten, moet je immers eerst op een meerderheid van stemmen in de Tweede Kamer kunnen rekenen. Dus je moet toch weer afspraken gaan maken en akkoordjes sluiten met andere partijen. Zouden die niet iets willen in ruil voor hun steun? Doet dat dan geen afbreuk aan dat stembusakkoord? Zo had gedoger Wilders flink wat in de melk te brokkelen in het eerste kabinet Rutte.

Stel alle partijen doen mee en er worden een, drie of vier stembusakkoorden gesloten, hebben we dan niet gewoon drie of vier partijen? Moet er dan niet gewoon weer worden onderhandeld over een compromis tussen stembusakkoorden? Waarin verschilt dit van de huidige situatie? Onderhandelingen waarbij kleinere groeperingen het risico lopen dat voor hun belangrijke zaken toch weer worden ‘weggegeven’. Wat doe je dan als kleine groepering? Gedoog je dan je blok ook als dat betekent dat je alleen maar zuur krijgt en geen zoet? Met een gegarandeerde zekerheid dat je de volgende verkiezingen verliest?

Of hoeft een regering bij aantreden niet meer door een meerderheid gedoogd te worden? Als dat niet meer hoeft, zouden we dan twee regeringen kunnen krijgen? Zou dat goed werken? Met de roman De nacht der Tijden van de Spaanse schrijver Antionio Muñoz Molina die zich afspeelt ten tijde van de Spaanse burgeroorlog in het achterhoofd, vrees ik dan het ergste.

Nederlandse belangen

Voor premier Rutte staan de Nederlandse belangen ‘op één, twee en drie’. Zo valt te lezen bij Elsevier in een verslag van een Tweede Kamerdebat over de Brexit. Dat is natuurlijk goed om te horen en dat is natuurlijk ook wat je van een premier van een land mag verwachten.

Slavernij

Illustratie: www.webkwestie.nl

Wat zijn eigenlijk die Nederlandse belangen? Is dat economische groei? Liberalisering van de handel, van arbeid, van financiële belemmeringen? Is dat de groei van Nederland als financieel centrum? Is dat de groei van de Rotterdamse haven of van Schiphol? De export van kazen? Is dat de kwalificatie van het Nederlands elftal voor het komende WK in Rusland? Of is dat juist nu, ruim vooraf, al zeggen dat je niet naar dat WK gaat vanwege Oekraïne, de autocratische regeerstijl van Poetin of de te verwachten vechtpartijen met Russische hooligans? Is dat een positie in de Veiligheidsraad van de VN die de gemoederen deze week bezig houdt? Is dat een goed leven voor mensen hier mogelijk gemaakt door een basisinkomen? Is dat een fatsoenlijke opvang van vluchtelingen of zijn dat akkoorden zoals met Turkije zijn afgesloten?

Hangt de formulering van dat belang niet af van politieke, maatschappelijke en economische opvattingen van mensen? Opvattingen die niet eenduidig zijn. Ik zal het Nederlands belang anders formuleren dan jij of premier Rutte het doen. Zou dat belang bovendien niet kunnen veranderen? Dat wat vandaag nastrevenswaardig is, kan morgen een blok aan het been zijn. Zo was slavenhandel voor Holland eeuwenlang een gouden bedrijfstak en dus een nationaal belang. Tegenwoordig, voortschrijdend inzicht, zouden we onze voorvaderen willen influisteren dat zij hier toch echt het verkeerde belang najoegen.

Om het nog lastiger te maken, wat te doen als nationale belangen conflicteren? Als voetballiefhebber wil ik niets liever dan dat het Nederlands elftal zich kwalificeert voor het WK. Als aanhanger van recht en democratie pleit ik voor het boycotten van Rusland. Het is natuurlijk mooi als Nederland lid van de Veiligheidsraad wordt, maar als dat (hypothetisch) leidt tot jaren van ruzie en gekibbel met andere ‘kandidaten’ als Zweden en Italië, zou het dan niet in het Nederlands belang zijn om de kandidatuur terug te trekken?

Een klinkende uitspraak van premier Rutte, maar wat zegt hij? Wat zijn, volgens hem, die Nederlandse belangen die op één, twee en drie staan?

Gouden Dwangbuis

Economie in het algemeen en de ‘vrije markt’ in het bijzonder, spelen tegenwoordig een zeer belangrijke rol in het tegenwoordig dominante, neoliberale denken. Te belangrijk? Dat was de vraag die gisteren centraal stond. Vandaag de rol van de overheid, een rol die volgens dit neoliberale denken beperkt moet zijn. De politiek econoom Dani Rodrik denkt daar heel anders over. In zijn boek The Glabalization Paradox. Democracy and the future of the world. Een interessant boek, zeker met het oog op toekomstige samenwerking binnen de Europese Unie. Neoliberalen geloven in de kracht van de markt. Volgens Rodrik kan een sterke markt niet zonder een sterke overheid: “This need for expansion isn’t just because governments are necessary to establish peace and security, protect property rights, enforce contracts, and manage de macroeconomy. It is also because they are needed to preserve the legitemacy of markets by protecting people from risks and insecurities markets bring with them.” Sociale wetgeving en zekerheden voor mensen zijn volgens Rodrik de andere kant van de medaille van een open economie en worden die niet juist afgebroken en ondermijnd?

globalization_paradox_cover

Illustratie: www.salon.com

Rodrik signaleert een spanningsveld, een Political Trilemma of te World economy, zoals hij het noemt en dat ziet er als volgt uit:

Rodrik 2

De economieën van landen zijn via de wereldmarkt steeds meer met elkaar verbonden. Handel levert welvaart op en hoe minder kosten ermee zijn gemoeid (handelsbelemmeringen), hoe meer welvaart het oplevert. Daarom zijn er diverse vrijhandelsverdragen afgesloten. Hoe meer van dergelijke afspraken en hoe opener een land zich hierin opstelt, hoe aantrekkelijker het is voor bedrijven. Rodrik noemt dit ‘hyperglobalisatie’. Een nieuwe vorm van globalisatie waarbij het managen van de binnenlandse economie ondergeschikt is aan de internationale handel en de kapitaalmarkt. Een ontwikkeling die zijn aanvang neemt met het liberaliseren van de kapitaalmarkt in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw en de oprichting van de WTO.

De keerzijde hiervan is dat de welvaart die een gevolg is van deze vrijhandel, scheef wordt verdeeld. Die nadelen zijn minder werk, lagere salarissen, afbrokkelende sociale zekerheid en grotere onzekerheid voor werknemers. Ontwikkelingen die worden verkocht door ze in een positief ‘frame’ te plaatsten. Zo worden de toenemende onzekerheden voor werknemers verkocht met de term ‘flexibilisering van de arbeidsmarkt’, wie wil er immers star worden genoemd. De afbraak van de sociale zekerheid wordt modernisering genoemd. Ook hier weer: wie wil van het tegenovergestelde (ouderwets) worden beschuldigd. De neoliberalen blinken uit in het gebruik van taal en het gebruik van framing. Door diezelfde internationale handelsverdragen nemen de mogelijkheden van landen om mensen te beschermen af. Dit terwijl die landen onder democratische druk worden gezet door de bevolking om die bescherming wel te leveren en aan de andere kant door de multinationals onder druk worden gezet om nog meer belemmeringen weg te nemen. We moeten kiezen tussen twee van de drie hoekpunten. Alle drie is, volgens Rodrik, niet mogelijk.

Het opheffen van de natiestaten is iets wat de komende decennia nog niet zal gebeuren. Daarvoor zijn de tegenstellingen en verschillen te groot. Een wereldregering zou betekenen dat er iets van een universele beschaving zou moeten ontstaan en dit is voorlopig een illusie. Gezien de culturele verschillen tussen de diverse beschavingen mag geconcludeerd worden dat een ‘wereldregering’ voorlopig een utopie zal blijven. Als we al zien hoeveel moeite het in Europa kost om intensiever samen te werken tussen een beperkt aantal landen met een min of meer vergelijkbare cultuur dan is een wereldregering op basis van een uniforme cultuur werkelijk enkele bruggen te ver. De natiestaat blijft daarmee een gegeven en een soort wereldregering op democratische leest zit er nog lang niet in.

Daarmee staat één hoekpunt vast (de natiestaat) en valt een manier om de globalisering te beheersen af (de wereldregering). Kiezen voor hyperglobalisatie betekent dat alles in het teken komt te staan van het wegnemen van beperkingen voor de handel en het bedrijfsleven. De spiegel hiervan is dat de bevolking vol in de wind komt te staan omdat dit betekent dat alle bescherming (sociale wetgeving, ontslagrecht etcetera) zullen worden afgeschaft. Dergelijke arrangementen werken immers kostenverhogend en bemoeilijken dus de vrije handel en de concurrentie. Of zoals Rodrik het beschrijf: “In this world, governments persue policies that they believe will earn them market confidence and attract trade and capital inflows: tight money, small government, low taxes, flexibel labor markets, deregulation, privatization, and openness all arround.”  De ‘Gouden Dwangbuis’ noemt Rodrik dit. De markt heerst en regeringen van de natiestaten kunnen niets anders doen dan aan de wensen van de markt tegemoetkomen. Dit betekent het opgeven van de democratische politiek. De wens van het volk is immers ondergeschikt aan de economische vrijheid.

Een tweede mogelijkheid is wat Rodrik het ‘Breton Woods compromie’ noemt.  Afspraken die gelijkenis vertonen met de wereld van de eerste dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog. De periode waar individuele landen veel mogelijkheden hadden om hun economie te sturen en hun bedrijven en inwoners, indien nodig, te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. Dit betekent de ‘macht’ terughalen van internationale organisaties als de Wereld Handelsorganisatie (WTO) naar de landen en alleen die handelsverdragen handhaven die gunstig zijn voor alle betrokken partijen. Dus het herzien van de bestaande handelsverdragen. Nu zullen economen, vooral van het neoliberale soort, tegenwerpen dat dit de economie in het algemeen en de economische groei in het bijzonder, schade toe brengt. Afgezien van de vraag of het noodzakelijk is dat een economie in het algemeen moet groeien, blijkt uit een vergelijking van de groei in het Bretton Woods tijdperk en de periode erna (de neoliberale periode) zien, dat de economie in de Bretton Woods periode sneller groeide dan de periode erna. Dit wil niet zeggen dat natiestaten niet intensief kunnen samenwerken zoals in Europa in de Europese Unie. Hierbij moeten de landen individueel maar zeker ook samen ervoor waken om niet aan de leiband van de markt te lopen.

Als we eens door deze bril naar de huidige problemen in de Europese Unie kijken, problemen die door de Brexit zeer actueel zijn. Vertoont het beleid van de EU dan gelijkenissen met een ‘Gouden Dwangbuis’? Is die ‘Gouden Dwangbuis’ niet op de muur van de Britse ‘democratische politiek’ gelopen? En met het ‘associatieverdrag-referendum’ eerder dit jaar ook al in Nederland? Zou dit een roep kunnen zijn om een sterke overheid die er voor haar inwoners is? Die voor bescherming biedt tegen ‘tegenwind’ als verlies van inkomen, arbeidsongeschiktheid, ziekte enzovoorts? Een sterke overheid als sterke en krachtige tegenspeler van de markt en die vooral oog heeft voor de ‘ongelukkigen’?

It’s the society, stupid!

Gisteren vroeg ik me al af of de strijd tegen de EU niet de verkeerde strijd is en het niet veeleer een strijd is tussen ‘arbeid’ (als we daar nog van kunnen spreken) en kapitaal. Vandaag een slag dieper.

It’s the economy, stupid,” Deze woorden vatten de verkiezingsstrijd tussen de toenmalige president George H. Bush en zijn uitdager Bill Clinton in het kort samen. Bush had internationaal veel lof geoogst met de overwinning in wat nu de Eerste Golfoorlog heet. Met die overwinning op zak en de roem en glorie die dat nationaal en internationaal opleverde, dacht hij de presidentsverkiezingen te kunnen winnen. Waar hij minder of geen oog voor had, was hoe de gemiddelde Amerikaan ervoor stond: economisch minder florisant en tegenstrever Clinton wist daar goed op in te spelen. Hij sprak de kiezers aan op dit, door Bush ‘verwaarloosde’, thema. Hij sloot goed aan bij onvrede onder de Amerikaanse bevolking en het resultaat is inmiddels geschiedenis: Clinton won. Waarom dit uitstapje naar presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten van ongeveer 25 jaar geleden? Omdat we hier iets van kunnen leren. De les die Bush ervan leerde (maar het was toen al te laat) was dat de economie ook een rol speelt in het leven van mensen. Dit is een les die we heel goed hebben geleerd, tegenwoordig lijkt alles om de economie te draaien.

clinton

Illustratie: www.slideshare.net

Dat bleek weer rond het Brexit referendum. Vooraf werd flink gewaarschuwd voor de economische gevolgen. Met angst en beven werd verwezen en gekeken naar de financiële markten: wat zouden die doen? Na het bekend worden van de uitslag van het zelfde laken een pak. ‘Het uittreden moet dan maar snel, want onzekerheid is slecht voor de markt’ of ‘onze economie groeit net weer een beetje en die loopt nu gevaar”. Berichten vanuit de financiële- en aandelenmarkten: het Britse pond daalde fors in waarde,  aandelen die kelderen.

Zou het daar fout gaan: als eerste denken aan wat het voor de economie betekent? Als Europa alleen maar om de economie draait, dan begrijp ik heel goed waarom de Britten eruit stappen. En inderdaad lijkt Europa alleen maar om de economie te draaien. Zagen we dat niet ook al in de ‘Griekse’ crisis die eigenlijke bankencrisis was?  Een crisis die werd geframed als een ‘wedstrijden’ tussen landen. Ook daar stond de economie centraal en werd de mens, de gewone Griek, vergeten.

Europese samenwerking

Even terug in de tijd, de tijd van de ‘Duits, Franse twisten’. Twisten met als hoogtepunten de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871, een oorlog die een belangrijke rol speelde in de Duitse eenwording. Nee, niet die van eind vorige eeuw, maar ruim een eeuw eerder toen alle Duitse vorstendommen in het nieuwe Duitse keizerrijk werden opgenomen. Een tweede hoogtepunt: de Great War, de Eerste Wereldoorlog, als je de massale slachting van mensen in de loopgraven in Europa een hoogtepunt mag noemen. Als laatste de Tweede Wereldoorlog die nog meer dood, verderf en vernieling zaaide in Europa. Dat nooit meer dachten enkele Europese leiders. Zij zochten naar een manier om het nationalisme te ‘overwinnen’ en dat werd economische samenwerking; als eerste op het gebied van kolen en staal. Een begin van economische samenwerking en integratie met als doel, het voorkomen van een volgende, nog vernietigendere, oorlog. Economische samenwerking als middel tot een doel: vrede. Een aanpak die nu al ruim zeventig jaar voor vrede zorgt.

Die samenwerking op economisch gebied is flink uitgebreid en leidde tot een toename van welvaart voor iedereen. Alleen met welk doel wordt er economisch samengewerkt? Het vroegere vredesdoel lijkt, of is, buiten beeld. Na zeventig jaar zijn de mensen die zich de oorlog kunnen herinneren hoogbejaard of dood en de rest kan zich geen voorstelling maken van een oorlog tussen EU landen. Besturen lijkt tegenwoordig alleen te bestaan uit het reguleren van de economie en dat reguleren is gericht op het ‘organiseren’ van voldoende economische groei. Zou de les die we nu leren de omgekeerde zijn van de ‘Bush-les’? Dat er meer is dan economie? Dat het om mensen, om de samenleving draait? Om sociale banden?

Wederkerigheid en herverdeling

Economisch historicus Karl Polanyi (The Great Transformation) maakt duidelijk dat voor het overleven van een samenleving het onderhouden van sociale banden cruciaal is: “First, because by disregarding the accepted code of honor, or generosity, the individual cuts himself off from the community and becomes an outcast; second, because in the long run, all social obligations are reciprocal, and their fulfillment serves also the individual’s give-and-take interest best.” Volgens Polanyi zijn de wederkerigheid en herverdeling cruciaal voor het voortbestaan van een samenleving en zijn deze principes niet primair verbonden met de economie. Ze zorgen voor tevredenheid in het dorp, binnen de stam of de samenleving.

Hans Achterhuis en Nico Koning (De kunst van het vreedzaam vechten) zien zes verschillende manieren om herverdeling en de wederkerigheid, of zoals zij het noemen toe-eigenen, vorm te geven:

  1. de individuele productie. Dat wat het individu zelf maakt, produceert, jaagt of verzamelt.
  2. de huishouding. De gemeenschappelijke huishouding is gedurende eeuwen de meest belangrijke vorm van samenleven en dus toe-eigenen geweest. Hierin staat de groep centraal, niet het individu. Hierbij moeten we het huishouden niet eng opvatten. Een huishouden was veel meer dan een gezin.
  3. toedeling. het groter worden van de sociale verbanden, een bundeling van stammen of huishoudens, maakt een aanvullende manier van verwerven nodig. Een manier passend bij de hiërarchische samenlevingsvorm. Dat is toedeling geworden, een vorm waarbij de hoogst geplaatste toedeelt aan de lager geplaatsten. De tegenprestatie bij toedeling bestaat uit onderwerping.
  4. schenking. Met het nog groter worden van de wereld komen deze sociale verbanden in aanraking met aangrenzende sociale verbanden. Dit kan leiden tot gewelddadige en destructieve vormen van toe-eigening bijvoorbeeld oorlogen en andere soorten van geweld. Een vreedzame manier van toe-eigening wordt gevormd door de schenkingsrituelen en bruiloften. Hiermee wordt een band gecreëerd tussen schenker en ontvanger. Met een schenking ontstaat een blijvende relatie, een verplichting, tussen de twee partijen. De relatie wordt verzwaard.
  5. handel. Kenmerk van ruil is dat de beide partijen in de ruil gelijk zijn en er geen verplichting of verzwaring ontstaat in de relatie.
  6. roof: Daar waar er bij de eerste vijf vormen van toe-eigening voordeel is voor alle betrokken partijen, is dat bij roof niet het geval. Roof is het verwerven ten kosten van anderen. Tot deze vorm van toe-eigening horen ook slavenhandel, dwangarbeid en kolonisatie.

Zes vormen van toe-eigening waarbij vanuit een individu geredeneerd, de afstand tot de ander groter wordt. Bij de eerste, de individuele ontplooiing is er geen andere en bij het andere uiterste, de roof, doet de ander er niet toe.

Te veel markt?

Het dominante, neoliberale, economische denken ziet de markt als hét middel om ervoor te zorgen dat iedereen zijn deel krijgt. Is de markt wel het meest passende instrument om hierin te voorzien? Volgens Achterhuis en Koning is de markt: “… de laatste dam tegen roof, het is de maximaal haalbare vorm van exterioriteit zonder dat men ten prooi valt aan vormen van geweld.” Zou het kunnen dat de ander door die centrale plek van de markt (en door alles met markt te overgieten) te veraf is komen te staan? Te ver voor wederkerigheid? Te ver om nog gevoelig te zijn voor zijn ellende en dus te ver om te ‘herverdelen’ en zijn ellende te verminderen? De winnaars die te ver af staan van de wereld van de verliezers? Bovendien wordt de verliezer psychologisch nog verder weg gezet, verliezen is toch je eigen schuld? Dan heb je je talenten niet benut. Dan heb je er niet hard genoeg voor gewerkt en waarom zou ik dan medelijden met je moeten hebben? Waarom zou ik voor jou falen moeten betalen? Zou het kunnen dat de markt alleen te zwak is om een samenleving leefbaar te houden?

De Europese Unie heeft de deelnemende landen onmiskenbaar meer welvaart gebracht. Landen wel, maar hoe zit het met de inwoners? Is het Europese samenwerkingsproject, sinds het ineenstorten van de Berlijnse muur en de ‘overwinning’ van het vrijemarktkapitalisme, niet alleen maar een economisch project geworden?  Een project waarbij doel en middel gelijk zijn: economische groei? Alles voor de groei! Alles zoals het afbreken van de ‘verzekeringen tegen tegenslag’, de sociale voorzieningen. Afbreken van zekerheid voor werknemers onder de eufemistische vlag van de ‘flexibilisering’. Alles voor de economische groei omdat door die groei iedereen het ‘als vanzelf’ beter zou krijgen.

Alleen laat de werkelijkheid zien dat de winnaars alles krijgen en de verliezers niets. Bovendien wordt de groep van verliezers, door de verder gaande automatisering, steeds groter. De geringe groei die er is, wordt scheef verdeeld en verliezers verliezen op alle fronten. Achterhuis en Koning:“De motivatie van de marktsfeer ten opzichte van de andere praktijken van behoeftevoorziening heeft ook een zekere vermenging teweeg gebracht van de mechanismen die in elke kring heersen,” en dat verandert de markt: “Markten hebben namelijk een aantal van de cruciale kenmerken van de verdrongen ordeningskringen in zich opgenomen.” Zo is de individuele productie die vroeger was gericht op de eigen behoeften, bijna volledig gericht op behoeften van anderen in ruil voor geld waarvoor de arbeider dan in zijn eigen behoeften kan voorzien. Daar komt bij dat arbeid steeds meer een intrinsieke waarde heeft voor de arbeider: arbeid moet voldoening schenken en bijdragen aan de ontplooiing van het individu. Bedrijven zijn tegenwoordig meer dan plaatsen waar wordt geproduceerd. Onderlinge relaties, gezelligheid en de bedrijfscultuur zijn belangrijk geworden. Dit waren de kenmerken van het oude huishouden. Als de verzekering tegen tegenslag ontbreekt en werk als ‘alles’ wordt gezien, verlies je als verliezer echt.

Beleid en politiek die het ‘samen’ in de samenleving afbreekt. Beleid en politiek die nationale overheden over hun inwoners uitstorten met als enige argument ‘we moeten wel, er is geen alternatief omdat we internationaal concurrerend moeten blijven en de slag met China moeten winnen’. Zo wordt de economie alles en alles economie. Zo wordt de samenleving economie en de economie de samenleving. Economie is een middel om een doel te bereiken. De Europese Unie krijgt hiervan de zwarte piet toegespeeld. De Britten hebben NEE gezegd tegen de EU, zouden de ‘economische verliezers’ het daardoor beter krijgen? Zouden zij daardoor een samenleving krijgen die uit veel meer dan economie bestaat?

Wie heeft het voor het zeggen in die Unie? Worden belangrijke besluiten niet genomen in de ellenlange nachtelijke vergadering van de regeringsleiders? Is het raamwerk waarbinnen de Europese Unie functioneert en ook het raamwerk rond de Euro niet een resultaat van besluiten van nationale regeringsleiders die vervolgens door nationale parlementen zijn goedgekeurd? De EU is een gevolg van het dominante (neoliberale) economische denken. Dat denken is nationaal en Europees dominant. Als we een ander Europa willen, moeten we dan niet nationaal beginnen, want zit daar niet de werkelijke macht?

Als neoliberaal denken tot deze EU leidt, zou ander denken dan tot een andere EU kunnen leiden? Een EU met een ander doel dan economische groei? Een doel dat betrekking heeft op de mensen, op de samenleving. Dat doel was vrede, zou het nieuwe doel niet een democratisch, meer egalitair en sociaal Europa moeten zijn? Of om het kort te zeggen: ‘It’s the society, stupid!’

De verkeerde oorlog

Thomas Vanheste van De Correspondent volgt Agnes Jongerius in haar strijd om het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats’ in de Europese Unie aanvaard te krijgen. Die strijd stuit op veel Oost Europese bezwaren, zo valt te lezen in zijn laatste bijdrage: “De tendens is: dit plan van de Europese Commissie tast onze concurrentiepositie aan. Wij hebben nu eenmaal nog een lager welvaartsniveau. Ontneem ons niet het ene voordeel dat we daarvan hebben: de mogelijkheid te concurreren op loon.” Een begrijpelijke kreet uit het Oosten van Europa?

MarxIllustratie: zaplog.nl

Inderdaad, als het voorstel van Jongerius werkelijkheid wordt, dan zal de Roemeense vrachtwagenchauffeur worden vervangen door een Nederlandse chauffeur. Er is immers geen prijsverschil en met een Nederlandse chauffeur is het als Nederlands bedrijf toch wat makkelijke communiceren. De Roemeen zou zonder inkomen in Boekarest zitten. Goed te begrijpen dus dat bezwaar tegen plan ’Jongerius’. Of toch niet? Aan de andere kant zijn ook de bezwaren tegen de ‘Oost-Europese arbeider die voor een karig loontje onze banen inpikt’, vanuit West-Europa te begrijpen. Viel dat bewaar niet vaak en vooral bij ‘gewonen mensen’ te horen in de Britse referendumstrijd?

Wat kan er gebeuren als deze praktijk door blijft gaan? Zou het dan kunnen zijn dat de salarissen in Nederland gaan dalen? En wat als ze dalen tot het ‘Oost Europees’ niveau? Wat gebeurt er als de Roemeen en Bulgaar worden verdrongen door een Filipijnse chauffeur (voorbeelden zijn er al) die nog goedkoper is? Wat gaat er gebeuren als ‘de Nederlander’ zegt en nu is het genoeg en besluit om de Britten te volgen, de grens sluit voor dergelijke constructies? Dan staat de Roemeen buitenspel. De Nederlander waarschijnlijk ook want dan vertrekt het bedrijf uit Nederland naar een land waar het wel volgens dergelijke constructies kan werken.

De strijd tussen kapitaal en arbeid (waarvan er steeds minder nodig is) die het kapitaal wint. Een race naar de bodem. Kan ‘arbeid’ die strijd niet alleen winnen via de overheid en dan vooral samenwerkende overheden zoals in de EU? Worden niet ook nationale overheden tegen elkaar uitgespeeld om de belastingen voor bedrijven te verlagen? Maar dan wel een andere overheid en EU dan de huidige neoliberale. Welke politicus werkt deze boodschap verder uit tot een vlammend betoog voor Europese samenwerking? Voor een EU, maar dan een andere dan de huidige?

De Britten hebben hun ‘souvereiniteit’ terug, de macht ligt nog steeds bij de markt. Hebben zij daarmee niet de verkeerde oorlog gevoerd? Vinden de Oost- en West Europeaan en ook de Brit zich niet in deze strijd tegen die gezamenlijke vijand? Een vijand die hen tegen elkaar uitspeelt? Die verdeelt en heerst? Of om Karl Marx te citeren: “De proletariërs hebben niets te verliezen dan hun ketenen. Zij hebben een wereld te winnen. Proletariërs aller landen, verenigt u!”