It’s the society, stupid!

Gisteren vroeg ik me al af of de strijd tegen de EU niet de verkeerde strijd is en het niet veeleer een strijd is tussen ‘arbeid’ (als we daar nog van kunnen spreken) en kapitaal. Vandaag een slag dieper.

It’s the economy, stupid,” Deze woorden vatten de verkiezingsstrijd tussen de toenmalige president George H. Bush en zijn uitdager Bill Clinton in het kort samen. Bush had internationaal veel lof geoogst met de overwinning in wat nu de Eerste Golfoorlog heet. Met die overwinning op zak en de roem en glorie die dat nationaal en internationaal opleverde, dacht hij de presidentsverkiezingen te kunnen winnen. Waar hij minder of geen oog voor had, was hoe de gemiddelde Amerikaan ervoor stond: economisch minder florisant en tegenstrever Clinton wist daar goed op in te spelen. Hij sprak de kiezers aan op dit, door Bush ‘verwaarloosde’, thema. Hij sloot goed aan bij onvrede onder de Amerikaanse bevolking en het resultaat is inmiddels geschiedenis: Clinton won. Waarom dit uitstapje naar presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten van ongeveer 25 jaar geleden? Omdat we hier iets van kunnen leren. De les die Bush ervan leerde (maar het was toen al te laat) was dat de economie ook een rol speelt in het leven van mensen. Dit is een les die we heel goed hebben geleerd, tegenwoordig lijkt alles om de economie te draaien.

clinton

Illustratie: www.slideshare.net

Dat bleek weer rond het Brexit referendum. Vooraf werd flink gewaarschuwd voor de economische gevolgen. Met angst en beven werd verwezen en gekeken naar de financiële markten: wat zouden die doen? Na het bekend worden van de uitslag van het zelfde laken een pak. ‘Het uittreden moet dan maar snel, want onzekerheid is slecht voor de markt’ of ‘onze economie groeit net weer een beetje en die loopt nu gevaar”. Berichten vanuit de financiële- en aandelenmarkten: het Britse pond daalde fors in waarde,  aandelen die kelderen.

Zou het daar fout gaan: als eerste denken aan wat het voor de economie betekent? Als Europa alleen maar om de economie draait, dan begrijp ik heel goed waarom de Britten eruit stappen. En inderdaad lijkt Europa alleen maar om de economie te draaien. Zagen we dat niet ook al in de ‘Griekse’ crisis die eigenlijke bankencrisis was?  Een crisis die werd geframed als een ‘wedstrijden’ tussen landen. Ook daar stond de economie centraal en werd de mens, de gewone Griek, vergeten.

Europese samenwerking

Even terug in de tijd, de tijd van de ‘Duits, Franse twisten’. Twisten met als hoogtepunten de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871, een oorlog die een belangrijke rol speelde in de Duitse eenwording. Nee, niet die van eind vorige eeuw, maar ruim een eeuw eerder toen alle Duitse vorstendommen in het nieuwe Duitse keizerrijk werden opgenomen. Een tweede hoogtepunt: de Great War, de Eerste Wereldoorlog, als je de massale slachting van mensen in de loopgraven in Europa een hoogtepunt mag noemen. Als laatste de Tweede Wereldoorlog die nog meer dood, verderf en vernieling zaaide in Europa. Dat nooit meer dachten enkele Europese leiders. Zij zochten naar een manier om het nationalisme te ‘overwinnen’ en dat werd economische samenwerking; als eerste op het gebied van kolen en staal. Een begin van economische samenwerking en integratie met als doel, het voorkomen van een volgende, nog vernietigendere, oorlog. Economische samenwerking als middel tot een doel: vrede. Een aanpak die nu al ruim zeventig jaar voor vrede zorgt.

Die samenwerking op economisch gebied is flink uitgebreid en leidde tot een toename van welvaart voor iedereen. Alleen met welk doel wordt er economisch samengewerkt? Het vroegere vredesdoel lijkt, of is, buiten beeld. Na zeventig jaar zijn de mensen die zich de oorlog kunnen herinneren hoogbejaard of dood en de rest kan zich geen voorstelling maken van een oorlog tussen EU landen. Besturen lijkt tegenwoordig alleen te bestaan uit het reguleren van de economie en dat reguleren is gericht op het ‘organiseren’ van voldoende economische groei. Zou de les die we nu leren de omgekeerde zijn van de ‘Bush-les’? Dat er meer is dan economie? Dat het om mensen, om de samenleving draait? Om sociale banden?

Wederkerigheid en herverdeling

Economisch historicus Karl Polanyi (The Great Transformation) maakt duidelijk dat voor het overleven van een samenleving het onderhouden van sociale banden cruciaal is: “First, because by disregarding the accepted code of honor, or generosity, the individual cuts himself off from the community and becomes an outcast; second, because in the long run, all social obligations are reciprocal, and their fulfillment serves also the individual’s give-and-take interest best.” Volgens Polanyi zijn de wederkerigheid en herverdeling cruciaal voor het voortbestaan van een samenleving en zijn deze principes niet primair verbonden met de economie. Ze zorgen voor tevredenheid in het dorp, binnen de stam of de samenleving.

Hans Achterhuis en Nico Koning (De kunst van het vreedzaam vechten) zien zes verschillende manieren om herverdeling en de wederkerigheid, of zoals zij het noemen toe-eigenen, vorm te geven:

  1. de individuele productie. Dat wat het individu zelf maakt, produceert, jaagt of verzamelt.
  2. de huishouding. De gemeenschappelijke huishouding is gedurende eeuwen de meest belangrijke vorm van samenleven en dus toe-eigenen geweest. Hierin staat de groep centraal, niet het individu. Hierbij moeten we het huishouden niet eng opvatten. Een huishouden was veel meer dan een gezin.
  3. toedeling. het groter worden van de sociale verbanden, een bundeling van stammen of huishoudens, maakt een aanvullende manier van verwerven nodig. Een manier passend bij de hiërarchische samenlevingsvorm. Dat is toedeling geworden, een vorm waarbij de hoogst geplaatste toedeelt aan de lager geplaatsten. De tegenprestatie bij toedeling bestaat uit onderwerping.
  4. schenking. Met het nog groter worden van de wereld komen deze sociale verbanden in aanraking met aangrenzende sociale verbanden. Dit kan leiden tot gewelddadige en destructieve vormen van toe-eigening bijvoorbeeld oorlogen en andere soorten van geweld. Een vreedzame manier van toe-eigening wordt gevormd door de schenkingsrituelen en bruiloften. Hiermee wordt een band gecreëerd tussen schenker en ontvanger. Met een schenking ontstaat een blijvende relatie, een verplichting, tussen de twee partijen. De relatie wordt verzwaard.
  5. handel. Kenmerk van ruil is dat de beide partijen in de ruil gelijk zijn en er geen verplichting of verzwaring ontstaat in de relatie.
  6. roof: Daar waar er bij de eerste vijf vormen van toe-eigening voordeel is voor alle betrokken partijen, is dat bij roof niet het geval. Roof is het verwerven ten kosten van anderen. Tot deze vorm van toe-eigening horen ook slavenhandel, dwangarbeid en kolonisatie.

Zes vormen van toe-eigening waarbij vanuit een individu geredeneerd, de afstand tot de ander groter wordt. Bij de eerste, de individuele ontplooiing is er geen andere en bij het andere uiterste, de roof, doet de ander er niet toe.

Te veel markt?

Het dominante, neoliberale, economische denken ziet de markt als hét middel om ervoor te zorgen dat iedereen zijn deel krijgt. Is de markt wel het meest passende instrument om hierin te voorzien? Volgens Achterhuis en Koning is de markt: “… de laatste dam tegen roof, het is de maximaal haalbare vorm van exterioriteit zonder dat men ten prooi valt aan vormen van geweld.” Zou het kunnen dat de ander door die centrale plek van de markt (en door alles met markt te overgieten) te veraf is komen te staan? Te ver voor wederkerigheid? Te ver om nog gevoelig te zijn voor zijn ellende en dus te ver om te ‘herverdelen’ en zijn ellende te verminderen? De winnaars die te ver af staan van de wereld van de verliezers? Bovendien wordt de verliezer psychologisch nog verder weg gezet, verliezen is toch je eigen schuld? Dan heb je je talenten niet benut. Dan heb je er niet hard genoeg voor gewerkt en waarom zou ik dan medelijden met je moeten hebben? Waarom zou ik voor jou falen moeten betalen? Zou het kunnen dat de markt alleen te zwak is om een samenleving leefbaar te houden?

De Europese Unie heeft de deelnemende landen onmiskenbaar meer welvaart gebracht. Landen wel, maar hoe zit het met de inwoners? Is het Europese samenwerkingsproject, sinds het ineenstorten van de Berlijnse muur en de ‘overwinning’ van het vrijemarktkapitalisme, niet alleen maar een economisch project geworden?  Een project waarbij doel en middel gelijk zijn: economische groei? Alles voor de groei! Alles zoals het afbreken van de ‘verzekeringen tegen tegenslag’, de sociale voorzieningen. Afbreken van zekerheid voor werknemers onder de eufemistische vlag van de ‘flexibilisering’. Alles voor de economische groei omdat door die groei iedereen het ‘als vanzelf’ beter zou krijgen.

Alleen laat de werkelijkheid zien dat de winnaars alles krijgen en de verliezers niets. Bovendien wordt de groep van verliezers, door de verder gaande automatisering, steeds groter. De geringe groei die er is, wordt scheef verdeeld en verliezers verliezen op alle fronten. Achterhuis en Koning:“De motivatie van de marktsfeer ten opzichte van de andere praktijken van behoeftevoorziening heeft ook een zekere vermenging teweeg gebracht van de mechanismen die in elke kring heersen,” en dat verandert de markt: “Markten hebben namelijk een aantal van de cruciale kenmerken van de verdrongen ordeningskringen in zich opgenomen.” Zo is de individuele productie die vroeger was gericht op de eigen behoeften, bijna volledig gericht op behoeften van anderen in ruil voor geld waarvoor de arbeider dan in zijn eigen behoeften kan voorzien. Daar komt bij dat arbeid steeds meer een intrinsieke waarde heeft voor de arbeider: arbeid moet voldoening schenken en bijdragen aan de ontplooiing van het individu. Bedrijven zijn tegenwoordig meer dan plaatsen waar wordt geproduceerd. Onderlinge relaties, gezelligheid en de bedrijfscultuur zijn belangrijk geworden. Dit waren de kenmerken van het oude huishouden. Als de verzekering tegen tegenslag ontbreekt en werk als ‘alles’ wordt gezien, verlies je als verliezer echt.

Beleid en politiek die het ‘samen’ in de samenleving afbreekt. Beleid en politiek die nationale overheden over hun inwoners uitstorten met als enige argument ‘we moeten wel, er is geen alternatief omdat we internationaal concurrerend moeten blijven en de slag met China moeten winnen’. Zo wordt de economie alles en alles economie. Zo wordt de samenleving economie en de economie de samenleving. Economie is een middel om een doel te bereiken. De Europese Unie krijgt hiervan de zwarte piet toegespeeld. De Britten hebben NEE gezegd tegen de EU, zouden de ‘economische verliezers’ het daardoor beter krijgen? Zouden zij daardoor een samenleving krijgen die uit veel meer dan economie bestaat?

Wie heeft het voor het zeggen in die Unie? Worden belangrijke besluiten niet genomen in de ellenlange nachtelijke vergadering van de regeringsleiders? Is het raamwerk waarbinnen de Europese Unie functioneert en ook het raamwerk rond de Euro niet een resultaat van besluiten van nationale regeringsleiders die vervolgens door nationale parlementen zijn goedgekeurd? De EU is een gevolg van het dominante (neoliberale) economische denken. Dat denken is nationaal en Europees dominant. Als we een ander Europa willen, moeten we dan niet nationaal beginnen, want zit daar niet de werkelijke macht?

Als neoliberaal denken tot deze EU leidt, zou ander denken dan tot een andere EU kunnen leiden? Een EU met een ander doel dan economische groei? Een doel dat betrekking heeft op de mensen, op de samenleving. Dat doel was vrede, zou het nieuwe doel niet een democratisch, meer egalitair en sociaal Europa moeten zijn? Of om het kort te zeggen: ‘It’s the society, stupid!’

De verkeerde oorlog

Thomas Vanheste van De Correspondent volgt Agnes Jongerius in haar strijd om het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats’ in de Europese Unie aanvaard te krijgen. Die strijd stuit op veel Oost Europese bezwaren, zo valt te lezen in zijn laatste bijdrage: “De tendens is: dit plan van de Europese Commissie tast onze concurrentiepositie aan. Wij hebben nu eenmaal nog een lager welvaartsniveau. Ontneem ons niet het ene voordeel dat we daarvan hebben: de mogelijkheid te concurreren op loon.” Een begrijpelijke kreet uit het Oosten van Europa?

MarxIllustratie: zaplog.nl

Inderdaad, als het voorstel van Jongerius werkelijkheid wordt, dan zal de Roemeense vrachtwagenchauffeur worden vervangen door een Nederlandse chauffeur. Er is immers geen prijsverschil en met een Nederlandse chauffeur is het als Nederlands bedrijf toch wat makkelijke communiceren. De Roemeen zou zonder inkomen in Boekarest zitten. Goed te begrijpen dus dat bezwaar tegen plan ’Jongerius’. Of toch niet? Aan de andere kant zijn ook de bezwaren tegen de ‘Oost-Europese arbeider die voor een karig loontje onze banen inpikt’, vanuit West-Europa te begrijpen. Viel dat bewaar niet vaak en vooral bij ‘gewonen mensen’ te horen in de Britse referendumstrijd?

Wat kan er gebeuren als deze praktijk door blijft gaan? Zou het dan kunnen zijn dat de salarissen in Nederland gaan dalen? En wat als ze dalen tot het ‘Oost Europees’ niveau? Wat gebeurt er als de Roemeen en Bulgaar worden verdrongen door een Filipijnse chauffeur (voorbeelden zijn er al) die nog goedkoper is? Wat gaat er gebeuren als ‘de Nederlander’ zegt en nu is het genoeg en besluit om de Britten te volgen, de grens sluit voor dergelijke constructies? Dan staat de Roemeen buitenspel. De Nederlander waarschijnlijk ook want dan vertrekt het bedrijf uit Nederland naar een land waar het wel volgens dergelijke constructies kan werken.

De strijd tussen kapitaal en arbeid (waarvan er steeds minder nodig is) die het kapitaal wint. Een race naar de bodem. Kan ‘arbeid’ die strijd niet alleen winnen via de overheid en dan vooral samenwerkende overheden zoals in de EU? Worden niet ook nationale overheden tegen elkaar uitgespeeld om de belastingen voor bedrijven te verlagen? Maar dan wel een andere overheid en EU dan de huidige neoliberale. Welke politicus werkt deze boodschap verder uit tot een vlammend betoog voor Europese samenwerking? Voor een EU, maar dan een andere dan de huidige?

De Britten hebben hun ‘souvereiniteit’ terug, de macht ligt nog steeds bij de markt. Hebben zij daarmee niet de verkeerde oorlog gevoerd? Vinden de Oost- en West Europeaan en ook de Brit zich niet in deze strijd tegen die gezamenlijke vijand? Een vijand die hen tegen elkaar uitspeelt? Die verdeelt en heerst? Of om Karl Marx te citeren: “De proletariërs hebben niets te verliezen dan hun ketenen. Zij hebben een wereld te winnen. Proletariërs aller landen, verenigt u!”

It ain’t what you do

“Tweede Kamer bang voor besmetting Brexit-virus.” De kop boven een artikel in de Volkskrant. Een artikel waarin politici worden geciteerd en aangehaald. Dat Wilders ook in Nederland een referendum wil, is niet nieuw. Hij wil uit de EU en denkt dat we vervolgens in het Walhalla terecht komen. Hoe dat Walhalla eruit ziet? Hij weet wat hij niet wil, maar wat hij wel wil?

golden-circle-sinek

Illustratie: dekrachtvancontent.nl

SP-leider Roemer wil een kleiner EU-verdrag waarover vervolgens een referendum wordt gehouden. Alleen hoe overtuig je de andere EU-landen daarvan? Als die al te overtuigen zijn dat er een kleiner verdrag moet komen, ga je dan eerst jaren onderhandelen en een compromis uitwerken om dat compromis vervolgens de kans te laten lopen dat het via een referendum waardeloos wordt? Is dat geen verspilling van tijd? SP-er van Bommel: Het besmettingsgevaar is niet zozeer dat er een Nederlands referendum komt, maar dat de geest uit de fles is. Dat een Nexit onderdeel wordt van de verkiezingen in 2017.” CDA-er Knops voorspeld: “Als de Britten voor een Brexit stemmen, gaat het los in Den Haag.” D’66-er Verhoeven: ‘De zorgen zijn groot.” Uitspraken waarin angst doorklinkt.

Dit lezend, moet ik denken aan de gedragsonderzoeker Simon Sinek en zijn ‘Gouden Cirkel’. Centraal in de ‘Gouden Cirkel’ staan drie vragen: Waarom, Hoe en Wat. De belangrijkste vraag hiervan is waarom? Waarom doe je wat je doet? Een vraag die met gevoel te maken heeft en mensen nemen besluiten op basis van hun gevoel en niet op basis van argumenten, zo beweert Sinek.

Wil je iets bereiken in de politiek, dan moet de vraag waarom als eerste worden beantwoord. ‘Dat je samen sterker staat’, zoals PvdA-er Marit Maij beweert, gelooft iedereen. Al die cijfers over de ‘economische schade’ van een Brexit, die maken geen indruk. Waarom moeten we samen sterker staan? Waarom is die economische schade zo erg? En voor de voorstanders van een Brexit of voor Wilders: waarom is die economische schade niet erg?

‘Omdat wij een betere wereld willen, waarin het goed toeven is voor ons, onze kinderen en alle andere levende wezens. Een wereld waar iedereen, in veiligheid, een menswaardig bestaan kan opbouwen. Die wereld is alleen te realiseren als we samenwerken en krachten bundelen. Want alleen samen staan we sterk en zijn we sterk genoeg om dit te realiseren.’ Dit zou een antwoord van een voorstander van de EU kunnen zijn. Alleen voldoet de huidige EU hier niet aan, dus zou er een toevoeging moeten komen als: ’Daarom gaan wij pleiten voor een verbeterde EU waarin niet de economie maar het welzijn van de mens centraal staat.’

Om Sinek te citeren: “People don’t buy what you do, they buy why do you it.” Hebben politici die spreken over de EU, het alleen maar over het wat? Waar zijn politici en leiders die ons verleiden met een dergelijk verhaal en ons een goed gevoel geven?

Een brug te ver?

Venlo is momenteel ‘in de ban van een kabelbaan’. Wat is er aan de hand? Tegenover het centrum van de stad, aan de overkant van de Maas ligt een het ‘kazerneterrein’. Een ‘campusachtig’ terrein met gebouwen die deels een monumentenstatus hebben. Onder het terrein, en al deels blootgelegd, ligt een nog monumentaler oud Spaans fort uit de zeventiende eeuw.

Fort sint michielIllustratie: www.l1.nl

Dit terrein krijgt een nieuwe bestemming: “Over enkele jaren zal er een ontspannen, maar ook bedrijvige sfeer hangen in het KazerneKwartier, met voor ieder wat wils. In een parkachtige setting maak je een wandeltochtje rondom de grachten en muren van het mooie Fort Sint Michiel waarna je een lekkere picknick hebt met zicht op de prachtige Maas. De kinderen ravotten, en hebben plezier van al hetgeen er te doen is. Of je ligt heerlijk met vrienden in het gras, genietend van een ijsje en het ruisen van de bomen,” in goed Nederlands Leisure and Pleisure genoemd. Winkeliers in de Venlose binnenstad zien die plannen ook zitten als er maar een ‘goede’ verbinding komt met de binnenstad. Dan komen die vele bezoekers wellicht ook even winkelen. Nu kun je het terrein via het fietspad langs de spoorbrug bereiken of per auto, fiets en te voet via de stadsbrug. Beide bruggen liggen direct naast elkaar en raken de zuidkant van zowel het stadscentrum als het kazerneterrein. Een eenvoudige en zeer goedkope oplossing zou zijn, het fietspad langs de spoorbrug, die het dichts bij beiden ligt, ‘om te bestemmen’ tot een voetgangersbrug.

Maar nee, dat is niet genoeg. Er moet een nieuwe verbinding komen. Een derde brug op steenworp afstand of: een kabelbaan. Een leuk en nieuw idee, vele steden hebben mooie bruggen, daarmee kun je je niet onderscheiden, een kabelbaan wel. De gemeenteraad is in meerderheid voor een kabelbaan. Een belangrijk argument voor de kabelbaan is dat je die kunt exploiteren en als het goed gaat kan ze zichzelf zo betalen. Dat kan met een brug niet. Die ligt er en dan kan iedereen erover.

Waarom zou je een brug niet kunnen exploiteren? Noem het een tolbrug, tolwegen zijn er al en als het met een weg kan, waarom dan niet ook met een brug? Probleem is dan alleen dat de twee andere bruggen gratis zijn. Bij een kabelbaan ligt dat anders, dat is een attractie en daarvoor wordt wel betaald, zo is de redenering. Als bezoeker van het ‘leisure and pleisure park’ kun je gratis mee, als je tenminste met de auto komt en een parkeerkaartje koopt, zo is de idee.

Waarom zou je de kabelbaan moeten ‘exploiteren’? Waarom niet ‘gratis’? Scheelt kassapersoneel en infrastructuur, maakt de attractie, de stad en het ‘leisure and pleisure park’ nog aantrekkelijker. Natuurlijk is niets gratis, maar als je het voor een doelgroep verstopt in het parkeertarief, waarom dan niet een halve euro ‘opcenten’ op alle parkeertarieven? In een kleine verhoging van pecariobelasting, dan betalen degenen die profiteren, de winkeliers en horeca? Of is dat een brug te ver?

Duettino Sull’aria

Bij De Correspondent een artikel van Malique Mohamud over hiphop. Als correspondent straatintellect richt hij zich ondermeer op het zichtbaar maken van de culturele significantie van hiphop. In een interessant artikel geeft Mohamud zeven momenten waar hiphop een belangrijke rol heeft gespeeld. Momenten waarop muziek, in dit geval hiphop, en politiek elkaar raken, zijn er veel. Muzikanten die de tijdgeest aanvoelen en er soms een klein beetje op vooruit lopen, komen veel voor. Rossini haakte goed aan bij het aanwakkerend Italiaans nationalisme. De protestsongs van Bob Dylan en de Vietnamoorlog. De rauwe harde punk van de Dead Kennedys en de effecten van het opbloeiende neoliberalisme. Muzikanten staan daarin niet alleen, veel kunstenaars proberen de tijdgeest te raken en zo een statement te maken.

Dat hiphop-muzikanten op die zeven momenten een belangrijke rol speelden in het verwoorden van gevoelens en het beïnvloeden van keuzes, daar zal Mohamud zeker gelijk hebben. Waar hij de plank misslaat is als hij beweert een overzicht te geven van: “… zeven momenten waarop hiphop de geschiedenis veranderde.” Dan kent hij hiphop wel een bijzondere kracht toe.

Hoe kun je de geschiedenis veranderen? Je kunt er een andere kijk op hebben. Je kunt nieuwe inzichten over de geschiedenis naar buiten brengen, maar veranderen? Dat lijkt me lastig. Het lijkt me sterk dat hiphop ervoor heeft gezorgd dat Martin Luther King zijn beroemde I have a dream toespraak al hiphoppend uitsprak. Of dat de beroemde aria, Duettino Sull’aria, uit Mozarts Nozze de Figaro tijdens de eerste uitvoering werd gehiphopt (als dat een goed woord is).

Misschien wel een idee om die aria, die ook een belangrijke rol speelt in de film The Shawshank Redemption, in die opera te hiphoppen, dan schrijf je geschiedenis en beïnvloed je de tijd na je. Dat is echter wat anders dan de geschiedenis veranderen. Nu, terugkijkend, kun je zeggen dat hiphop op de genoemde moment iets in een bepaalde richting heeft beïnvloed. De geschiedenis is daarmee niet veranderd.

Vrede van Westfalen

Tussen 1568 en 1648 vochten de graafschappen van de Lage landen een oorlog uit met de Spaanse koning. De Lage landen behoorden tot het Spaanse wereldrijk. Deze oorlog wordt in de volksmond de Tachtigjarige oorlog genoemd en door historici de Opstand. Een oorlog die een onderdeel was van een grotere, complexe Europese strijd waarin machtsaanspraken, sociale en economische belangen werden overgoten met een religieus sausje. In de beeldvorming is dat religieuze sausje gaan overheersen en werd het een strijd om de vrije godsdienstkeuze. Een strijd die al voor 1568 begon en waarin godsdienstfanatici mensen opzweepten tot vernielingen (denk aan de Beeldenstorm) en gewelddadige acties. Godsdienstfanatici die steden bezetten en legers van de rechtmatige landsheer de toegang weigerden. Fanatici die elk hun eigen juiste interpretatie van de bijbel gaven. Met Geuzen die steden en gebieden plunderden. Een strijd met een flinke vluchtelingenstroom.

OpstandIllustratie: www.isgeschiedenis.nl

Als je dat zo opsomt en je kijkt naar het Midden-Oosten, zijn er dan overeenkomsten? Zien we dan niet ook landsheren, Rusland en de Verenigde Staten, die proberen hun ‘rijk’ bijeen te houden en het liefst te verstevigen? Lokale potentaten die zelf meer macht willen ten kosten van de andere lokale potentaten en, al naar gelang hun doel, de landsheren bestrijden of steunen? Is dit niet wat Betsy Udink beschrijft in haar artikel in de Volkskrant?

Spelen economische motieven niet een belangrijke rol in deze strijd? Wie krijgt de zeggenschap over welke olie- en gasvelden? Spelen sociale motieven niet een belangrijke rol? De grote groep jeugdigen zonder nuttige dagvulling en inkomen en daardoor afhankelijk? Jeugdigen die strijden om gehoord te worden, om hun eigen toekomst mee te bepalen en voor een gesloten deur staan. Een strijd compleet met beeldenstormen: de vernietiging van beelden, kunst-, culturele – en historische schatten. Denk aan de vernielingen in Palmyra. En zou zou je de rol van IS niet kunnen vergelijken met de rol van de geuzen? Roofpiraten die gebieden bezetten en de lokale machthebbers verdrijven en waarbij zich anderen om opportunistische redenen aansluiten? En ook een strijd die leidt tot een flinke vluchtelingenstroom? En ja, ook hier een religieuze saus erover? De saus van de echte islam die iedereen zegt te vertegenwoordigen? De saus die ook hier de andere ingrediënten (de machtspolitieke, sociale en economische) van de ‘maaltijd’ is gaan overheersen? In de Volkskrant beschrijft Robbert van Landschot die religieuze saus mooi. een saus bedoeld om de macht te behouden.

Met de vrede van Westfalen werd een einde gemaakt aan de strijd in West-Europa. Deze vrede bestond uit een serie vredesverdragen die een einde maakten aan de strijd en die de kaart van Europa tekende voor de komende 160 jaar. Tijd voor een nieuwe vrede van Westfalen?

 

 

Nationaliseren

Enige tijd geleden schreef ik over de burgerparticipatie en stelde de vraag of deze ‘wisdom of the crowd’ ook tot betere besluiten zou leiden. Dit omdat de ratio, waarop dit denken is gebaseerd, ook het onderspit kan delven tegen de emotie. Ik moest hier weer aan denken bij het lezen van het betoog van docent politieke geschiedenis Adriejan van Veen in de Volkskrant. Van Veen pleit voor aanpassing om de inspraak van burgers bij de besluitvorming te herstellen. Van Veen stelt voor om een districtenstelsel in te voeren, de opkomstdrempel voor referenda te verlagen, bestuursbenoemingen open te stellen voor iedereen en niet alleen voor partijleden en om gemeenten een groter belastinggebied te geven.

nationaliserenIllustratie: iambtenaar.eu

Een bijzonder woord, herstellen. Het suggereert namelijk dat het vroeger beter was en dat is maar helemaal de vraag. Maar daar gaat het me niet om. Zouden deze voorstellen er werkelijk toe leiden dat ‘burgers zich niet in de steek gelaten’ voelen? In de Verenigde Staten wordt zo ongeveer iedere publieke functionaris gekozen en hebben decentrale overheden een flink belastinggebied. De Britten hebben zo’n districtenstelsel. De Zwitsers referenderen er flink op los. En dat zijn niet de enige landen. Voelen de burgers van die landen zich ‘niet’ of ‘minder’ in de steek gelaten? Is er in die landen geen ‘kloof’ tussen vertegenwoordigers en vertegenwoordigden?

Van Veen analyseert en komt tot de conclusie dat: “een serieus publiek debat,” nodig is: “over hoeveel delegatie van regelgeving en publieke dienstverlening naar de Europese Commissie en – als TiSA doorgaat – het internationale bedrijfsleven, wij bereid zijn te accepteren.”  TiSA is het Trade in Services Agreement (TiSA) waarover de VS en en de Eu, volgens Van Veen, in het geheim onderhandelen en dat ervoor kan zorgen dat: “ook zorg en onderwijs in de toekomst buiten de greep van democratisch gekozen overheden om geleverd worden. Zou daar niet de oorzaak te vinden zijn dat de burger zich ‘in de steek gelaten’ voelt? Zouden structuuraanpassingen dit kunnen veranderen en het het probleem van de ‘in de steek gelaten’ burger oplossen? Gaat de overheid na die aanpassingen wel ineens over die onderwerpen waar het ‘internationale bedrijfsleven’ over gaat?

Zou de oplossing dan niet veeleer te vinden zijn in het terugpakken van die macht? In het ‘nationaliseren’ van zaken zodat de overheid er wel over gaat?

De slager en zijn vlees

Een van de oorzaken van de bankencrisis van 2008, was het gebrek aan toezicht op de financiële instellingen. Toezichthoudende instanties lieten de teugels vieren en vertrouwden op de tuchtigende werking van de markt. Die markt ontwikkelde producten als Collateralized debt obligations (CDO’s), Credit Default Swaps (CDS) en andere. Producten die slecht enkele mensen doorzagen en die mensen waren niet de beslissers en de ratingbureaus, zoals Moody’s, die de betrouwbaarheid van dergelijke producten moesten beoordelen. Producten waarmee snel veel te verdienen viel en dat was het enige dat telde. Net als bij de ratingbureaus ontbrak het ook bij de toezichthouders, zoals de centrale banken, aan kennis van die producten. Toch kwamen ze op de markt met vernietigende gevolgen. John Cassidy beschrijft dit in geuren en kleuren in zijn boek Wat als de markt faalt.  Een van de lessen van de bankencrisis was dan ook dat het toezicht beter moest.

VIETNAM-ECONOMY-INFLATION-VENDOR

Foto: www.nrc.nl

We zijn nu enkele jaren verder en in de Volkskrant valt te lezen dat de Autoriteit Financiële Markt (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) het anders gaan aanpakken: “De financiële toezichthouders gaan start-ups en andere nieuwkomers helpen met hun vragen over nieuwe producten en diensten. Meer ruimte voor innovatieve experimenten is namelijk goed voor de concurrentie en efficiëntie in de financiële sector.” Onder aanvoering van Willem Vermeend moet: Nederland op de kaart zetten als ‘centrum van financiële vernieuwing.” Nu komt voor dat ondernemers veel tijd en geld in een nieuw product stoppen en dan van de toezichthouders te horen krijgen dat het niet mag. Behoort het niet tot het risico van de ondernemer als hij een product ontwikkelt dat niet wordt toegelaten?

Moet Nederland wel zo’n centrum van financiële vernieuwing willen zijn? Nederland is een grote speler in de financiële wereld en de gevolgen daarvan heeft de burger als belastingbetaler al ondervonden. Hij heeft miljarden van zijn belastingeuro’s besteed aan het redden van banken.

Moet de financiële markt efficiënt zijn? De Zuid Koreaanse econoom Ha-Joon Chang pleit in 23 dingen die ze niet vertellen over het kapitalisme juist voor minder efficiency op de financiële markt. Chang: “De discrepantie tussen de snelheid van de financiële sector en die van de reële sector moet kleiner worden, wat betekent dat het nodig is de financiële markt opzettelijk minder efficiënt te maken.”

Maar als belangrijkste. Beste toezichthouders, bent u er niet voor het algemeen belang in het algemeen en de consument in het bijzonder? Is het niet uw taak om producten te beoordelen op hun gevaren voor samenleving en consument. Hoe wilt u uw onafhankelijkheid als toezichthouder waarborgen als u producten mee gaat ontwikkelen? Bent u dan niet de slager die ‘zijn eigen vlees’ keurt?

Etnisch profileren

Op de de site JOOP is een interessante bijdrage te lezen van Mitchell Esajas in het racisme-debat. Esajas vraagt terecht aandacht voor de nadelen die gekleurde mensen ondervinden in Nederland. Schade niet alleen door: “PVV-klootjesvolk’ en extreemrechtse gekken,” maar ook door: “goedbedoelende witte mensen.” 

Die laatste bagatelliseren de ernst van het racisme in Nederland door bijvoorbeeld zwarte piet te vergoelijken ondanks de pijn die ‘piet’ bij gekleurde mensen veroorzaakt. “Het wordt tijd dat ‘goedbedoelende keurige witte mensen’ als van der Horst zich meer gaan verdiepen in het koloniale verleden en de betekenis van institutioneel racisme en minder whitesplainen. Dat is een term dat gebruikt worden om aan te duiden wanneer, wellicht goed bedoelende, witte mensen op een paternalistische manier aan een zwart persoon uitleggen wat wel en wat niet als racisme beschouwd dient te worden. Alsof zwarte mensen, na 400 jaar slavernij, kolonialisme en discriminatie, niet weten wat racisme is en hoe ze er tegen moeten vechten,” aldus Esajas. Daarom pleit hij voor: “een publieke campagne over het koloniale verleden en migratiegeschiedenis in combinatie met verandering van het curriculum zodat er van het basis- tot het hoger onderwijs meer aandacht komt voor de relatie tussen het koloniale verleden en het heden.” Als historicus kan ik die extra aandacht voor de geschiedenis alleen maar toejuichen want een mens is een product van zijn verleden.

RacismeIllustratie: personanongrata.nl

Alleen zit ik met een probleem. Ik weet niet wat Esajas van mij verwacht. Ik ben redelijk op de hoogte van het koloniale verleden, de migratiegeschiedenis, de effecten van twee wereldoorlogen, de ontstaansgeschiedenis van Nederland, de kruistochten, de veroveringstochten van de Mongolen, de invloed van het Romeinse rijk en de Griekse beschaving.  Alles weet ik er niet van, maar wie wel? Ik ga me er niet voor verontschuldigen, want ik heb er geen schuld aan. Ik moet het ook maar doen met de gevolgen ervan en voor wat ik ermee doe, daarvoor ben ik verantwoordelijk.

Ik stoorde me enorm aan het aanroepen van de VOC-mentaliteit door toenmalig premier Balkenende. Ik erger me rot als ik Wilders over moslims hoor praten. Als wordt ‘vergeten’ welke rol het Westen in het Midden-Oosten speelde en speelt. Net zoals ik me rot erger aan ‘gekleurde jongeren’ die een witte vrouw in een rokje hoer noemen.

Ik voel me niet aangesproken als er over racisme wordt gesproken al weet ik dat de Nederlandse maatschappij wel dergelijke trekken heeft. Die stel ik aan de kaak. Zo schreef ik over de uitsluitende werking van taal. Dat mensen liever ‘klonen van zichzelf’ aannemen weet ik, daar kan iedereen het slachtoffer van worden alleen met een kleurtje ben je dat sneller.

Ik weet dat je tegenwoordig alleen maar aandacht krijgt, als je schreeuwt en overdrijft. Dat maakt het echter wel heel lastig om na te gaan of iets gemeend is of alleen zwaar aangezet. Zo voel ik me ‘etnisch geprofileerd’ door zinnen als: “Het omvat een dominante manier waarop de Nederlanders over zichzelf denken, als een klein doch rechtvaardig, ethisch, kleurenblind, vrij van racisme, dus een baken van licht voor andere volkeren en naties,” die Esajas van professor Gloria Wekker heeft overgenomen als er wordt geschreven over het Nederlandse zelfbeeld. Ik voel me in een hoek gezet, waarin ik me niet thuis voel en waarin ik niet thuis hoor. Alleen weet ik niet hoe ik uit die hoek kan komen. Want wie weet schaad ik, als ‘goed bedoelende witte mens’, dan wel iemand door mijn ‘paternalisme’ en dat wil ik ook niet.

Beste meneer Esajas, al maak ik het niet zelf mee, ik kan met u meevoelen en wil eraan meewerken dat die gevoelens verdwijnen. Voelt u ook met mij mee als ik me in de hoek gezet voel door de manier waarop u en de uwen het debat voeren?

Economie volgens Van Klaveren (7 van 7)

Vandaag het zevende en laatste deel uit de reeks van artikelen over de economische visie die Joram van Klaveren bij The PostOnline verkondigde.

Alles van waarde is weerloos

“Klaver (Jesse Klaver) stelt dat veel wat van waarde is geen prijs heeft, en noemt vrije tijd, kunst en zeggenschap als voorbeelden. Maar alles heeft een prijs. Ook de genoemde zaken. Dit is echter helemaal niet negatief. De wetenschap dat ook deze zaken zijn uit te drukken in geld maakt dat ze onderdeel zijn van de vrije markt. En daarmee bereikbaar voor iedereen,” zo schrijft Van Klaveren. Omdat iets een prijs heeft, wordt het voor iedereen bereikbaar? Wat zou de zorgbehoevende oude man van 93 met alleen AOW van wie de huishoudelijke hulp net is wegbezuinigd daarvan vinden? Die hulp heeft nu een prijs, alleen is die van dien aard dat die hulp voor hem onbereikbaar is en daarom vervuilt zijn huis. Wat zou de alleenstaande werkende moeder ervan vinden, die moet stoppen met werken omdat de kinderopvang voor haar onbetaalbaar is?

LucebertIllustratie: www.creatov.nl

Worden deze zaken, juist doordat de markt er een prijs aanhangt, voor mensen onbetaalbaar? En geldt datzelfde niet ook voor kunst? Wie zou er nog naar een concert van het Concertgebouworkest kunnen gaan, als de kaartprijs aan de markt werd overgelaten? Om alle kosten, onder andere de salarissen van de muzikanten, te kunnen betalen zouden de kaartjes zo duur worden dat slechts weinigen het zouden kunnen betalen. Of die kosten moeten omlaag en de muzikanten moeten voor een hongerloontje spelen.

Wellicht vindt Van Klaveren hongerloontjes geen probleem. “… voedsel, kleding en meer recent: telefonie en internet. Allemaal gereguleerd door de tucht van de vrije markt. En in alle gevallen voldoende concurrentie met meer keuzevrijheid en fors dalende kosten voor de individuele consument. Dat is het ware gezicht van economische vrijheid.” De consument profiteert, de werknemer is het slachtoffer en laat dat in de meeste gevallen dezelfde persoon zijn. Die goedkope kleding wordt gemaakt in dubieuze naaiateliers in onder andere Bangladesh en onder omstandigheden waaronder Van Klaveren niet zou willen werken: lange dagen, slecht geventileerde en brandgevaarlijke gebouwen enzovoorts. Zaken die in Nederland verboden zijn omdat de wetgever hier terecht strenge eisen stelt aan de arbeidsomstandigheden. De productie is daar naar toegegaan omdat Nederlandse arbeid ‘te duur’ werd bevonden en vervolgens werkloos werd of tegen een lager salaris elders aan de slag kon. Goedkoop voedsel omdat de producent ervan, de boer en tuinder, wordt uitgeknepen om de winsten van de aandeelhouders van de grote supermarktketens en inkoopcombinaties zo hoog mogelijk te houden.

Lage prijzen voor telefonie en internet? Is het niet terecht dat door de investeringen die de overheden in de ontwikkeling van internet en mobiele telefonie hebben gedaan, de lagere prijs ten goede komt aan de investeerder in casu de belastingbetaler?  En met de belastingen zijn we bij een derde rol van de mens in de huidige samenleving. De ‘Panamapapers’ bevestigden nogmaals dat belasting ontwijken een sport is van de rijken en de grote (en niet alleen multinationale) bedrijven. Bevestigde omdat dit al bekend was en zelfs Warren Buffet zelf al zei dat hij het vreemd vond dat hij minder belasting hoeft te betalen dan zijn secretaresse. En als het grote geld (Buffet) geen of weinig belastingen betaalt, moet het kleine geld (de secretaresse) meer opbrengen. Extra wrang wordt het, als die belastingbetaler op mag draaien voor bijvoorbeeld het falen van de banken. Zou Van Klaveren zich wel eens afvragen hoe het komt dat de heel ver geliberaliseerde markt faalde? Een advies aan hem en alle andere vrije marktadepten, lees het boek Wat als de markt faalt van John Cassidy eens.

Tot slot

Ik begon met de hoop uit te spreken dat Van Klaveren niet representatief is voor politici in het algemeen en de andere 149 kamerleden in het bijzonder. Ik vrees echter dat Van Klaveren redelijk representatief is voor het economische denken onder politici, bestuurders en wellicht ook ‘gewone’ mensen. In kranten en opinie-websites van allerlei pluimage kom je, aan het denken van Van Klaveren, verwante redeneringen tegen. Dat is niet vreemd na een neoliberale indoctrinatie (of hersenspoeling) van ruim dertig jaar.

Dat een bepaalde manier van denken populair is en vele aanhangers kent, wil echter nog niet zeggen dat het denken de waarheid is, de enig juiste manier. Zeker in de sociale wetenschappen, en economie is een sociale wetenschap, is waar en juist subjectief. Of om John Stuart Mill te citeren: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.” Alleen moeten die individuen de ruimte krijgen om hun wijsheid te berde te brengen. Dat zou in het huidig tijdsgewricht van de vele digitale en analoge media geen probleem moeten zijn. Of juist wel, want om die wijsheid te horen of lezen, moet ze wel de ander bereiken. Dan moeten we voorkomen dat deze eeuw, zoals Pieter Derks vreest, de meest saaie van de eeuw wordt. Dan moeten de Bol.coms van deze wereld, om Derks te parafraseren, aan een algoritme werken dat ons niet almaar hetzelfde pad op stuurt (‘lezers van dit boek, lazen ook), maar juist naar alternatieve paden. Dan moeten mensen (veel meer) open staan voor andere manieren van denken, dan moeten ze nieuwsgierig zijn en in elkaar geïnteresseerd. Geen meningen debiteren, maar vragen stellen. Zelfs als het zo logisch klinkt en helemaal in je straatje past. Sterker nog, juist dan is jezelf bevragen aan te bevelen.

Dit is een zevende artikel in een reeks van zeven. Klik hier om het eerste, het tweede, het derde, het vierde, het vijfde en het zesde te lezen.