Toestemming vragen aan je ex.

Stel je bent na een paar jaar huwelijk zonder kinderen gescheiden en je wilt op vakantie. Moet je dan je ex om toestemming vragen? Nu begint u waarschijnlijk te lachen, want dit is te zot voor woorden. Maar ja, niet te zot voor het UWV als je werkloos bent en een eigen bedrijf wilt starten.

UWVIllustratie: casebase.sezen.nl

Mijn vrouw ontvangt sinds kort een werkloosheidsuitkering via het UWV en denkt erover om een eigen bedrijf te beginnen. Zij wil als zelfstandige anderstaligen Nederlands leren (NT2 onderwijs). Iemand die een bedrijf begint, kan, onder bepaalde voorwaarden, gebruik maken van een ‘startersregeling’ van het UWV. Mijn vrouw vroeg hiervoor een gesprek aan met het UWV en kreeg als antwoord: kijk een filmpje, doe een cursus op onze website, maak een bedrijfsplan en dan kunnen we wellicht met u in gesprek.

Beduusd van dit antwoord ging zij aan de slag en kwam er al snel achter dat zij niet voor de startersregeling in aanmerking kwam, maar wel voor een andere regeling. Een regeling waarbij het aantal uren uitkering wordt verminderd en deze uren worden gebruikt voor het starten van je bedrijf. Daarop vroeg zij weer om een gesprek om hier zo snel mogelijk een begin mee te maken.

Van het antwoord van het UWV, is zij nu nog niet bijgekomen: “Volgens onze informatie werkte u voordat u werkloos werd in het onderwijs of bij de overheid. Uw ex-werkgever is dan namelijk verantwoordelijk voor uw re-integratie. … Wilt u gebruikmaken van de onderzoeksperiode? Dan hebben wij van uw ex-werkgever een positief advies nodig over het onderzoeken van de mogelijkheden voor een eigen bedrijf. Wilt u gebruikmaken van de startperiode? Dit advies moet gebaseerd zijn op het ondernemingsplan. De ex-werkgever moet ook dit ondernemingsplan meesturen. Uw ex-werkgever kan deze documenten sturen naar UWV Overheid en Onderwijs. U hoeft zelf dus geen documenten op te sturen. We beslissen binnen 2 weken of u gebruik mag maken van de onderzoeks- of startperiode. Daar sturen wij u en uw ex-werkgever een brief over.” En naar een gesprek kon zij fluiten: “Wij kunnen hiervoor geen afspraak met u inplannen.”

Geen gesprek, terwijl een persoonlijk gesprek toch de meest efficiënte en effectieve manier is om informatie uit te wisselen, zaken te verhelderen en toe te lichten. Nee, een tekstvak waarin maximaal 1.500 tekens passen. Belangrijker, waarom moet een ex-werkgever een positief advies uitbrengen over de plannen van een ex-medewerker? Waarom überhaupt een advies? Wat als de ex-werkgever een negatief advies uitbrengt? Kun je dan geen gebruik maken van de regelingen? Mag je dan niet starten met een eigen bedrijf? Wat als het eigen bedrijfje een concurrent is van de ex-werkgever? Wordt de ex-werkgever zo niet een veel te grote machtspositie gegeven? Zegt het begrip ex-werkgever niet voldoende?

TTIP en welvaart

“Vrijhandel leidt tot meer welvaart.” Dit schrijft Hans Wansink in het Commentaar in de Volkskrant. In dit commentaar bespreekt hij het Transaltlantic Trade and Investment Partnership (TTIP), een handelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. TTIP kwam in het nieuws nadat Arjen Lubach in zijn programma Zondag met Lubach een item eraan besteedde. Voor en tegenstanders vallen nu over elkaar heen zonder dat de inhoud van het verdrag bekend is. Die is namelijk geheim. Althans, dat was zo tot Greenpeace deze week grote delen van het verdrag onthulde.

Wansink pleit voor voorzetting van de onderhandelingen omdat vrijhandel tot meer welvaart leidt. Een argument dat in diverse vormen, waaronder economische groei en inkomensstijging, terugkomt in de discussie. Naast meer welvaart moet het ook goedkopere producten opleveren. Vrijhandel leidt tot welvaart, is dat een wetmatigheid?

Vrijhandel is iets van redelijk recente datum. Eigenlijk pas van na het ineenstorten van het systeem van vaste wisselkoersen in 1971. De vaste wisselkoersen, met de Amerikaanse dollar als spil, waren aan het einde van de Tweede Wereldoorlog ingevoerd om de financiële chaos van de vooroorlogse jaren te voorkomen. Deze zogenaamde ‘Bretton Woods afspraken’ boden landen de ruimte om hun eigen economie te stimuleren en beschermen zonder dat het verviel in het vooroorlogse protectionisme. En laat nu net die jaren van veel minder vrije handel, zich kenmerken door de grootste economische groei. En dat niet alleen, die groei werd ook nog eens eerlijk over de bevolking verdeeld. De ongelijkheid in inkomen en vermogen waren in die periode historisch laag, zo laat Piketty zien in Capital in de Twenty-First Century.  Sinds 1971 en vooral sinds 2000 is de economische groei zeer laag en neemt de ongelijkheid flink toe.

De econoom Ha-Joon Chang (23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme) laat zien dat nu succesvolle’ landen als China en India, die de ‘neoliberale vrijhandel’ niet aanhangen, het snelst groeien. En wat verder terug in de tijd: de Verenigde Staten zijn groot geworden door hun markt af te schermen voor buitenlandse (vooral Engelse) producten.

Maken deze feiten niet duidelijk dat vrijhandel niet automatisch tot meer welvaart leidt? En zeker niet tot meer gelijkheid. Want is de ongelijkheid sinds de jaren zeventig niet flink toegenomen, omdat dat beetje groei dat er was, ook nog bijzonder oneerlijk werd verdeeld? Wansink zal met betere argumenten moeten komen.

IJsjes, de euro en ons inkomen

In zijn zaterdagse column besteedt Martin Sommer aandacht aan de toestand in Europa en in het bijzonder in Nederland. Hij legt, in navolging van Heleen Mees en de Britse UBS-bank, een verband tussen de invoering van de euro en de inkomensverdeling. Sinds de invoering van de euro zijn de lage inkomens erop achteruit gegaan en de hoge op vooruit. Net als trouwens in Oostenrijk.

ijsjesFoto: favim.com

Sommer concludeert in navolging van de eerder genoemden dat dit een gevolg is van de Euro. Bij zo’n uitspraak moet ik denken aan Ionica Smeets. Smeets gaf een klein college op het Zomerparkfeest in Venlo. Hét zomerevenement bij uitstek dat dit jaar voor de veertigste keer plaatsvindt. Een college over statistiek en de ongelukken die je ermee kunt veroorzaken. Ik moest vooral denken aan het volgende voorbeeld.

Twee grafieken vertonen in grote lijnen hetzelfde verloop. Er lijkt sprake van correlatie. De ene beschrijft de ijsverkoop en de andere het aantal verdrinkingsdoden. Een snelle conclusie en mogelijke ‘beleidsmaatregel’ is dan het verbieden van de ijsverkoop. Deze maatregel zal niet tot het gewenste resultaat leiden. ‘IJsverkoop’ correleert namelijk niet met ‘verdrinkingsdoden’. Het verband loopt via een derde grootheid, namelijk de temperatuur. Hoe warmer, hoe meer ijs er wordt gegeten en hoe meer er wordt gezwommen. Meer zwemmers leidt vervolgens tot meer verdrinkingen.

Zouden Sommer, Mees en de UBS niet op zoek moeten naar een ‘temperatuur’ bij hun  ‘ijsjes’ (euro) en ‘verdrinkingsdoden’ (inkomensverdeling)? Zou die schuldige niet het Nederlandse beleid kunnen zijn? Het beleid van de immer voortdurende loonmatiging? Het beleid van het jarenlang op de nullijn houden van uitkeringen? Het beleid van het steeds maar weer bezuinigen op sociale voorzieningen?

Zijn dat niet maatregelen die samen met een economische crisis, met name de onderkant van het inkomensgebouw hard treffen? Die nog worden versterkt door zaken als de geliberaliseerde huurverhogingen van sociale huurwoningen en eigen risico’s in de zorg ?

Dat het resultaat van deze maatregelen in euro’s wordt uitgedrukt, maakt de euro nog niet tot de oorzaak ervan. Want was met dergelijk beleid en de gulden als munt, niet hetzelfde gebeurt? Is het niet te makkelijk om de euro als schuldige aan te wijzen? De euro en de EU zijn een gewilde schuldige. Getuigt dit niet van intellectuele armoede en populisme?

Het regent in Engeland

“Langer werken, stelt hij bovendien, was vroeger heel gewoon, en in China nog steeds.” De reactie van de Britse minister van Volksgezondheid Jeremy Hunt op de staking van ziekenhuisartsen in opleiding, de junior doctors. Die staken omdat de minister een zevendaagse gezondheidszorg wil zonder extra personeel en geld. De werkweek van de artsen is nu begrensd op 72 uur, die gaat vervallen. Dit roept de vraag op of er in Engeland dan dagen zijn waarop er geen zorg is. Daar gaat het nu niet om. Het gaat om de uitspraak van Hunt.

regenFoto: www.urban75.org

Vroeger was het onthoofden van criminelen heel gewoon en in Saoedi-Arabië en bij IS is dat nog steeds heel gewoon. Dus maar weer invoeren? Vroeger was er een absolute vorst en hadden we als ‘gepeupel’ niets in te brengen en in Noord-Korea is dat nog steeds het geval. Dus maar weer invoeren? Vroeger hadden we een kerkelijke inquisitie die heidenen en zondaars strafte en in Pakistan en bij IS is dat nog steeds zo. Dus maar weer invoeren? Eenzelfde redenering als Hunt: ‘in China werken ze langer en vroeger was dat ook hier heel gewoon.’ Zet Hunt hier anderhalve eeuw aan beschaving bij het vuilnis?

Niet alleen beschaving. De geschiedenis van de verkorting van de arbeidstijd leert dat door die verkorting de arbeidsproductiviteit toenam. Zweden denkt er mede daarom over om de werkdag te verkorten van 8 naar 6 uur. De medewerkers hebben dan meer energie en kunnen zich beter concentreren. Wat zou het terugdraaien ervan betekenen voor de arbeidsproductiviteit?

Dezelfde geschiedenis leerde ons ook dat het aandeel bedrijfsongevallen flink verminderde door het verkorten van de arbeidstijd. Logisch als je de Zweden mag geloven, meer energie en betere concentratie voorkomt fouten en ongelukken. Zou minister Hunt geopereerd willen worden door een arts die aan zijn 8-ste uur begint die week? Wat zou dit betekenen voor de gezondheid van mensen en de kosten van de zorg? In ieder geval moeten de artsen dan nog langer werken.

Van de Franse Beeldhouwer Auguste Rodin is de uitspraak: “Beschaving is niet meer dan een verflaagje dat bij de minste regen verdwijnt.”  Zou die Engelse regen aan ons voorbij gaan?

Het paard van Troje

De stad Troje werd jaren, zonder veel succes, belegerd door de Grieken. De Griekse held Achilles vond in deze oorlog zijn dood door een pijl in zijn beroemde hiel. Pas toen Odysseus de list met het paard verzon, lukte het de Grieken de stad te veroveren. Daaraan moest ik denken na het lezen van de plannen die Saoedi-Arabië kiest, om de economie te hervormen.

paard van TrojeIllustratie: www.geschiedenisbeleven.nl

Het land is verslaafd aan olie, of eigenlijk aan het geld verdiend met die olie. Het land verdiende ieder jaar zoveel met de verkoop van olie, dat alle onvrede kon worden afgekocht en de sjeiks het breed konden laten hangen. Die bouwden grote luxe paleizen, kochten de Londense en New Yorkse binnenstad op en besteedden sloten geld aan verliesgevende voetbalclubs. Het afgelopen jaar daalde de olieprijs fors en kwam er veel minder binnen dan er werd uitgegeven. Daarom wil het land het over een andere boeg gooien.

Het land heeft ambitieuze plannen. Er worden metro’s en spoorwegen aangelegd en midden in de woestijn worden vijf ‘economische steden’ gebouwd. Wat ‘economische steden’ zijn wordt niet duidelijk. Dit moet ervoor zorgen dat het een dynamisch land wordt dat voor minstens 60% leeft van de particuliere sector. Om dit te betalen, wordt het  staatsfonds voor beleggingen (PIF) vergroot van €142 miljard naar €1,66 biljoen. Hiervoor wordt 5% van de aandelen van de staatsoliemaatschappij Aramco verkocht.

Goed idee van het land om de economische basis te verbreden. Door de zonnepanelen, windmolens en andere alternatieve energiebronnen proberen ook andere landen hun afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. En niet alleen landen, ook steeds meer individuele burgers plaatsen zonnepanelen en kopen elektrische of hybride auto’s.

Maar wacht eens. Als steeds meer mensen en landen overschakelen op schone energie, wat zijn dan die aandelen waard? Aramco’s waarde wordt mede bepaald door de Saoedische oliereserve’s. Komen we zo niet bij een kritisch punt in de plannen van de Saoediërs: de verkoop van aandelen in een olie maatschappij? De Saoediërs willen af van hun oliebedrijf, omdat het geen toekomst heeft.

Als olie en fossiele brandstoffen een aflopende zaak zijn, waarom zou iemand dan die aandelen kopen? Wie investeert er in een verliezende en verdwijnende industrie? Wie wil er aandelen kopen en zo een paard van Troje binnenhalen? Is dat de Achilleshiel van de Saoedische plannen?

Thuishulpstudent

De Christen Unie wil dat studenten ‘sociaal dienstrecht’ krijgen. Door na hun studie op vrijwillige basis ouderen te helpen of taalles te geven aan vluchtelingen zouden zij een deel van hun studieschuld kunnen aflossen. Volgens fractievoorzitter Gert-Jan Segers zou dit studeren voor studenten met ‘smalle beursouders’ aantrekkelijker maken. Een mes dat aan twee kanten snijdt: “het hoger onderwijs wordt toegankelijker en de samenleving wordt geholpen, doordat studenten nuttig maatschappelijk werk doen. Daar komt nog bij dat studenten op die manier werkervaring krijgen.” Sympathiek idee of …?

studieschuld

Illustratie: www.viisi.nl

Een eerste kleine bedenking. Segers denkt aan ouderen helpen en taalles geven. Hoe zit het dan met training geven aan voetbalpupillen, penningmeester zijn van de scouting of flyeren voor politieke partijen? Welk vrijwilligerswerk telt mee en welk niet?

Een tweede wat grotere bedenking. Duurt zo de studie voor de arme student niet langer? Die maanden ’sociale corvee’ tellen immers ook mee. De rijke ingenieur kan meteen beginnen, de arme moet eerst een half jaar poetsen. Hoe zwaar telt de ‘poetsdienst’ bij ouderen’ mee voor een elektrotechnisch ingenieur op het CV?

Wordt op deze manier bijvoorbeeld de thuishulp niet verdrongen door een ‘poetsende elektrotechnicus’? Welk werk blijft er dan voor de thuishulp over? Extra wrang wordt het als we kijken naar de beloning voor de student. Voor een paar maanden een verlaging van de schuld met €5.000 tot €10.000. Voor een paar maanden werk, is dat een aardige netto beloning. Is er dan nog wel sprake van vrijwilligerswerk? Hoe verhoudt dit zich tot het salaris van de huidige thuishulp?

Goed dat Segers studeren ook voor mensen met een smalle portemonnaie betaalbaar wil houden. Alleen is het erg wrang om een dergelijke beloning te geven als dank voor het ‘vrijwillig’ poetsen of de taalles. Waarom dan geen goed betaalde baan voor die thuishulp en voor de docent die de asielzoeker Nederlands leert? Er zijn vast andere manieren om de ‘arme’ student te helpen. Een basisbeurs afhankelijk van het inkomen van de ouders bijvoorbeeld. Of een basisinkomen?

Wie een kuil graaft

Als werkloze en bijstandsgerechtigde word je flink achter de veren gezeten om betaald werk te zoeken. Om je daarbij te helpen is een hele ‘industrie’ opgezet. Als bijstandsgerechtigde kom je in aanraking met gemeentelijke werkcoaches of werkconsulenten, je moet allerlei trainingen volgen zoals sollicitatietrainingen en CV-pimpcursussen. Als werkloze moet je verplicht een aantal brieven schrijven, is er ondersteuning van re-integratiecoaches al dan niet ingehuurd.

kuilFoto: www.ad.nl

“Haast geen enkele maatregel die het CPB is tegengekomen, leidt tot meer werkgelegenheid. Het ontzorgen van werkgevers als ze een arbeidsgehandicapte in dienst nemen? Geen effect. Ambtenaren bijscholen over wat wel en niet werkt? Geen effect. Intensievere samenwerking met uitzendbureaus? Onduidelijk wat dat doet.” De korte samenvatting in Trouw van de resultaten van dit activerende arbeidsmarktbeleid dat gemeenten en UWV loslaten op mensen zonder betaald werk. Trouw haalt het onderzoeksrapport Kansrijk arbeidsmarktbeleid van het Centraal Planbureau aan.

‘Geen effect’ voor de lieve som van meer dan één miljard euro. Gemeenten ontvangen ruim €600 miljoen voor het activeren van bijstandsgerechtigden en het UWV geeft ruim €500 miljoen uit aan re-integratieactiviteiten voor werklozen en arbeidsongeschikten. Dus stoppen met al die inspanningen. Is het verbazend dat het geen effect heeft om mensen te begeleiden bij het zoeken naar werk, dat er niet is?  Was er voldoende werk, dan zouden vele werklozen niet werkloos zijn. Als er tien werklozen zich voor één baan melden, wordt er hooguit één aangenomen. Daar kan geen CV-pimpcursus of sollicitatietraining wat aan veranderen. Zou het bovendien kunnen dat degene die voor die ‘trainingen’ de beste kans had, die na de trainingen nog steeds heeft?

Minister Asscher denkt er anders over: “Daarbij lijkt een effect van 0,1 procent niet veel, maar het gaat dan wel om zevenduizend banen.”Inderdaad is 7.000 banen niet niks. Alleen, wat kosten die banen? Landelijk wordt er ruim één miljard euro aan re-integratieactiviteiten uitgegeven. Dat is ruim € 140.000 per baan. Stel al die 7.000 gelukkigen ontvangen een modaal inkomen, in 2016 is dat € 36.000 bruto. Hiervan komt dus ook nog weer eens € 12.000 terug via belastingen en premies. Dus om iemand een baan met een inkomen van € 24.000 te bezorgen, wordt bijna zes keer zijn salaris uitgegeven? Hoe efficiënt is dit?

Natuurlijk is er nog een ander effect. Door dat miljard aan re-integratie te vertimmeren, zijn die vele consulenten, coaches en managers toch maar mooi van de straat. Die verdienen eraan. Maar hoe bevredigend is het, om werk te verrichten dat geen effect heeft? Om week na week een kuil te graven en met het zand uit die kuil de kuil van vorige week weer dicht te gooien?

Druk, druk, druk

‘De basis is de bal zo snel mogelijk onder controle krijgen, zodat je iets meer tijd hebt om te kijken,’ aldus Johan Cruijff. Doe iets sneller dan hou je meer tijd over voor iets anders. Voor een voetballer is dat anders, om je heen kijken en vervolgens de juiste keus maken. En dat gaat niet alleen op voor de voetballer.

Toch is er iets vreemds aan de hand. Ondanks alle moderne technieken waardoor alles steeds sneller gaat, heeft menigeen een gebrek aan tijd. Je krijgt de ‘bal’ steeds sneller onder controle en toch heb je geen tijd om ‘om je heen’ te kijken. Hoe kan dit? Die vraag houdt Ignaas Devisch bezig in zijn interessante en makkelijk te lezen boek Rusteloosheid. Pleidooi voor een mateloos leven. Hoe kan het dat de zoektocht naar rust niet tot rust leidt, hooguit tot rusteloosheid?

DevischIllustratie: www.uitinvlaanderen.be

Devisch onderscheidt drie ontwikkelingen: versnelling, secularisering en individualisering die zorgen voor permanente druk. De moderne technieken, de snellere sociale en economische processen, de ‘pingen’ op je telefoon, het flexwerk zorgen voor versnelling. Die versnelling maakt dat de mens met meer dingen tegelijk bezig is, verdichting noemt Devisch dit. Versnelling en verdichting zorgen voor onrust. De voetballer heeft de bal sneller onder controle, maar door de fittere en sterkere tegenstander mist hij nog steeds de tijd om te kijken. Om die onrust te lijf te gaan, wordt bijvoorbeeld een cursus time-management, yoga, een training communicatieve vaardigheden enzovoorts gevolgd. Dit zorgt voor een gevulde werktijd en trouwens ook voor gevulde vrije tijd, want versnelling en verdichting werken ook in de vrije tijd door.

Als dit de oorzaak was van de drukte, dan was het eenvoudig op te lossen: langzamer lopen of minder doen. Dat dit niet gebeurt, komt, volgens Devisch, omdat de westerse mens van nature rusteloos is. Die rusteloosheid is een gevolg van de secularisatie. Secularisatie betekent voor Devisch vooral een andere manier van omgaan met tijd. De seculiere mens weet dat het leven op aarde, zijn enige is. Er is geen ‘leven na de dood’ en dat betekent dat alles in dit leven moet gebeuren. De film The Bucket list illustreert dit, volgens Devisch goed, een lijst met activiteiten die je toch echt nog moet doen voordat je sterft. En omdat de wereld een ‘global village’ is, weet en zie je steeds meer dingen om op die lijst te zetten.

Als laatste de individualisering. Waar voor onze voorouders veel keuzes vastlagen, je vader was slager, dus jij werd ook slager, je was huisvrouw en dat was ook het lot van je dochter, maakt ieder nu zijn eigen keuzes. Het: “heeft te maken met ons verlangen iets of iemand te willen zijn,” zo schrijft Devisch. Alleen wie is die zelf en blijft die steeds hetzelfde? Devisch: We bouwen onze identiteit op door onszelf te vergelijken met anderen. Zo concurreren we met elkaar om liefde, ‘likes’ op Facebook en ‘volgers’ op Twitter of andere fora. Niet zozeer wie of wat we zijn doet ertoe, maar wie we zijn in verhouding tot anderen.” En dit vergelijken is een continuproces. Een proces dat door de Franse filosoof René Girard mimetische begeerte is genoemd. Die begeerte wakkert die rusteloosheid en onrust nog verder aan.

‘Druk, druk, druk’ is het meest voorkomende antwoord op de vraag hoe het met iemand gaat. Hoe dan die druk te ontvluchten? Devisch kiest een compleet andere benadering. Want: De ‘oplossingen’ die tot doel hebben de rusteloosheid te bestrijden … lijken geen structurele uitweg te bieden.” Het zijn manieren om de wereld te ontvluchten en dat lukt wellicht even, of je moet kluizenaar worden. Bij terugkomst in de wereld blijkt er niets te zijn veranderd en draaf je weer mee in het ‘eeuwige gejaag’. Devisch kiest ervoor om de positieve kanten van die rusteloosheid te benaderen, het mateloze. Want juist in het mateloze van de mens zit ook het creatieve, het scheppende, het vernieuwende. Ze brengen de mens tot grootse daden. Maar: “Het blijft echter noodzakelijk die mateloosheid ter discussie te blijven stellen opdat die geen maatschappelijke norm of plicht wordt.”

Of moeten we toch naar de gevatte reactie van Theo Maassen op het antwoord ‘druk, druk, druk’. luisteren: ‘Als je het drie keer kunt zeggen, heb je het niet druk,’?

De vorige oorlog

Op de site JOOP pleit journalist Clarice Gargard ervoor om blanke mensen wit te noemen. Door het woord ‘blank’ worden witte mensen: “… neutraal, de standaard, het beginpunt, de oerknal, het baken van waaruit het licht der objectiviteit stroomt. En zo worden ‘blanke’ mensen in de taal als superieur gesteld tegenover ‘anderen.”  Door ‘wit’ te gebruiken wordt deze bevoorrechte positie verlaten. Zij wil via het taalgebruik een historische scheefheid recht zetten. Dat kan maar is er niet iets anders om je druk over te maken? In haar betoog schrijft zij iets opmerkelijks als het gaat over kolonialisme. Zij schrijft: “ in principe is het wereldwijd vrij not done om een gebied binnen te vallen en te stellen dat het nu van jou is (tenzij je Rusland bent). Maar zouden we daarom de nasleep van die eeuwenlange onderdrukking niet meer voelen?”

neokolonialisme

Illustratie: www.siliconafrica.com

Bij kolonialisme wordt al snel aan de Europese ‘verovering’ van de wereld gedacht. Was niet juist een belangrijk kenmerk van kolonialisme dat je een gebied binnenwandelde en vervolgens verklaarde dat het vanaf dat moment van jou was? Was dat in vroeger eeuwen niet gewoon ‘business as usual’? En niet alleen moderne westerse landen zoals Engeland, Frankrijk en Nederland. Hoeveel oorlogen zijn er in de geschiedenis niet gevoerd tussen koninkrijken en vorstendommen? Oorlogen met als doel het grondgebied van de ander te bezitten, er een kolonie van te maken. Hoeveel grote beschavingen en wereldrijken zijn niet ten onder gegaan, omdat ze werden bezet, gekoloniseerd, door anderen die na de strijd verklaarden: dit is van ons? Wat te denken van het Sumierische rijk, het Perzische rijk? De Griekse stadstaten die ‘kolonie’ werden van het Romeinse rijk. Een rijk dat ook weer ten onder ging omdat Germaanse volkeren Rome bezetten? Wat te denken van de kolonisatie van China door de Mongolen? En niet alleen China, half Eurazië werd door de Mongolen ‘gekoloniseerd’.

Tegenwoordig lijkt het inderdaad ‘not done’ om gebieden binnen te trekken en te zeggen: dit is van ons. Behalve dan voor Poetin. Gargard gaat uit van de stabiliteit en integriteit van landsgrenzen. Het internationaal recht gaat daar ook van uit.  Zou het kunnen dat de tegenwoordige tijd een tijdelijke uitzondering is op de normale situatie?

Of een neokoloniale modernisering van de oude situatie? Neem de invallen in Irak en Afghanistan. Inderdaad, er werd niet gezegd: ‘en dit is nu van ons!’ Eerder een indirecte manier van overheersing, waarbij er op papier sprake is van zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Is dit niet gewoon neokolonialisme?

Wacht nog eens. Hoe zit het met economisch kolonialisme? Het opkopen van onder andere grond en mijnrechten door grote bedrijven en niet alleen westerse? Opkopen voor een veel te lage prijs, verkocht door corrupte bestuurders ten koste van de bevolking? Is dat niet een nieuwe manier om te stellen ‘dit is van mij’? Is dit niet gewoon kolonialisme met andere middelen? Kolonialisme waarbij de slachtoffers alle kleuren hebben en in ieder land wonen.

Zou Gargard haar energie niet beter kunnen richten op deze huidige neokoloniale oorlog?

Appels en peren

In Trouw een sympathiek pleidooi van Wouter Beekers en Jochem Westert voor een bijstand die ‘bijstaat’. Een bijstand met meer aandacht voor de bijstandsgerechtigden. Met recht op positieve prikkels: “Bijvoorbeeld dat de werkzaamheden aantoonbaar bijdragen aan de ontwikkeling van mensen, dat de arbeidsomstandigheden goed zijn en dat de werkzaamheden niet vernederen … zodat bijstandsgerechtigden weer ‘met opgeheven hoofd’ de samenleving in kunnen gaan.”

appels en perenFoto: www.vanbeek.com

In hun betoog stippen ze, het door ‘links’ bepleite, onvoorwaardelijke basisinkomen aan. Een situatie die in hun ogen na de invoering van de bijstand was ontstaan. En waarvan een onderzoekscommissie in 1993 constateerde dat er sprake was van georganiseerde oplichting, calculerend gedrag en het ontlopen van werk. “De pleidooien voor een basisinkomen getuigen dus van weinig historisch besef,” zo schrijven de beide heren. Hier rammelt hun betoog.

Friedrich van Hayek en Milton Friedman, bepleitten een basisinkomen. Zij noemde het een negatieve inkomstenbelasting. Beide heren zijn nu niet bepaald links te noemen en stonden aan de basis van het economisch beleid van Reagan en Thatcher, die ook niet bekend stonden om hun linkse sympathieën. Rammelt er wellicht iets aan het historisch en economisch besef van de heren?

Kenmerkt het basisinkomen zich niet juist door de onvoorwaardelijkheid? Dat iedereen het krijgt zonder voorwaarden en dus ook zonder de voorwaarde dat er naar werk wordt gezocht? Is het bij een onvoorwaardelijk basisinkomen niet juist aan de ontvanger zelf wat hij verder nog met zijn leven doet? En is werk dan een keuze die gemaakt kan worden, maar waar ook van kan worden afgezien, die dus kan worden ontlopen? Is het calculeren niet een van de kenmerken van een basisinkomen? Calculeren wat het beste bij de dromen en wensen van het individu past? Werken, studeren, zorgen voor iemand, vrijwilliger bij de sportclub, helemaal niets doen of een combinatie. Rammelt de vergelijking van het basisinkomen met de bijstand? Als de bijstand als basisinkomen zou hebben gefunctioneerd, dan waren verwijten als ‘het ontlopen van werk’ en ‘calculerend gedrag’ misplaatst.

De bijstand is nooit bedoeld als een onvoorwaardelijk basisinkomen. Kenmerk van de bijstand was en is, dat je er alleen voor in aanmerking komt, als je zelf (of je partner) geen inkomsten uit arbeid of andere bron van inkomsten hebt. Een tijdelijke ondersteuning waarbij je de plicht hebt om te zoeken naar betaald werk: het einddoel. En juist vanwege de beperkingen en voorwaarden, is de bijstand bevattelijk voor (georganiseerde) oplichting, calculerend gedrag en kan worden geconstateerd dat er bijstandsgerechtigden zijn die (het zoeken naar) werk ontlopen.

Vergelijken Beekers en Westert appels met peren?