Modern Times

Maurice de Hond pleit in de Volkskrant voor het op een heel andere manier vormgeven van het onderwijs. De wereld verandert volgens De Hond: “Door Google en Wikipedia, smartphones en sociale media heb je waar ook ter wereld altijd de beschikking over alle informatie in de wereld. Dit leidt tot een compleet andere wereld dan de wereld waarin de mensen boven de veertig jaar zijn opgegroeid.”

ChaplinIllustratie: decentfilms.com

Daarom moet er in het huidige curriculum worden geschrapt (hij denkt aan bijvoorbeeld Latijn, Grieks of wiskunde) om plek te maken voor bijvoorbeeld programmeren en ondernemen. “We leren je het nu, wie weet heb je het ooit nodig. Veel van wat je leerde, was in de rest van je leven nooit meer relevant.” Omdat informatie nu in overvloed beschikbaar is, is dat niet nodig. Als je het nodig hebt, zoek je het immers gewoon even op. De Hond lijkt ervoor te pleiten om het onderwijs af te stemmen op dat wat de markt vraagt.

Volgens De Hond is andere kennis en zijn andere vaardigheden nodig: “We moeten veel ruimte geven aan creativiteit, kritisch denken, leren leren, burgerschap.” Was en is dat niet altijd de opdracht van het onderwijs geweest? Is het daarom niet juist van belang om te weten wat de generaties voor jou dachten? Moet je dan ook niet de kennis van hun taal voor de samenleving behouden zodat die teksten uit de eerste hand gelezen kunnen worden? Is wiskunde niet ook van belang omdat het logisch nadenken en redeneren ontwikkelt en bevordert? Zou de wereld niet juist gebaat zijn bij meer logisch nadenken? En bovenal, is dat niet juist een vaardigheid die je goed van pas komt bij het schrijven van algoritmes en het programmeren?

De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum hield een paar jaar geleden in haar boek Not for Profit juist een pleidooi voor het opwaarderen van wat zij humanities, de geesteswetenschappen noemt. Zij waarschuwt voor de dominantie van het ‘marktdenken’: “Hongerig naar winst, verwaarlozen landen en hun onderwijssystemen vaardigheden die nodig zijn om de democratie levend te houden. Als die trend doorzet, produceren landen van over de hele wereld generaties van bruikbare machines in plaats van complete burgers die zelf kunnen denken, tradities bekritiseren en die het belang inzien van andermans lijden en prestaties. De toekomst van de democratie staat op het spel (eigen vertaling).” 

Heeft zij hier een punt? Stimuleer je creativiteit niet juist door kinderen kennis te laten maken met andere culturen, of dat nu huidige of vergane culturen zijn? Zou dat niet ook de nieuwsgierigheid en het empathisch vermogen vergroten? Kan dit geen positieve invloed hebben op de samenleving en dus bijdragen aan ‘burgerschap’? Spant De Hond het paard niet achter de wagen?

Hoe krom is recht

“Niet de media, maar politici moeten steun vinden voor het migratiebeleid. Dat wordt weleens vergeten. Nogmaals, niet Bild, de Volkskrant of de tv-programma’s moeten draagvlak creëren voor het beleid inzake migratie.” woorden van rechtsgeleerde Afshin Ellian in Elsevier. In zijn column waarin hij de media verwijt dat zij: “zich willen gedragen als de poortwachter van Nederland en alsof zij het migratiebeleid mogen bedenken en organiseren.”  Maar dat zal niet lukken omdat: “Wie in de media op grond van bijvoorbeeld humaniteit via bekende Nederlanders noodzakelijk draagvlak wil scheppen voor opname van meer migranten, zal uiteindelijk zijn gezag verliezen.”

JungIllustratie: www.reddit.com

Ellian heeft gelijk dat het uiteindelijk de democratisch gekozen politici zijn, die verantwoordelijkheid dragen voor het beleid. Maar is het zo dat, zoals Elian beweert, beleid door een meerderheid van de bevolking moet worden gedragen? Of is een kamermeerderheid voldoende? En mogen de media en ‘entertainers’ dat proces niet beïnvloeden door hun mening te laten horen en te pleiten voor wat zij de goede zaak vinden? Ook als die mening in de ogen van Ellian ‘politiek correct’ is. Want dat betoogt Ellian. Media zijn er immers alleen, “om kritisch verslag te doen van beleid en uitvoering daarvan.” Waar ligt de grens tussen ‘kritisch verslag doen’ aan de ene kant en beïnvloeden aan de andere kant? Beïnvloed je door kritisch verslag te doen van huidig (falend) beleid niet ook het beleid?

Wie bepaalt trouwens wat politiek correct is? Is het politiek correct om voor of tegen meer vluchtelingen te zijn? Of hangt het antwoord op die vraag af van je positie of mening? Is politiek correct een term om iemand met een andere mening te declasseren en niet serieus te nemen? Dus een vorm van gespreksvermijding? Moeten we niet juist het gesprek aan met andersdenkenden omdat, zoals de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung zei: “Everything that irritates us about others can lead us to an understanding of ourselves.”

Vreemd trouwens dat Ellian, zelf onderdeel van het meningencircus, zijn ‘concullega’s’ die er anders over denken dan hij, verwijt wat hij zelf ook doet. En dat is draagvlak creëren voor zijn ‘beleid’ in zake migratie. Een voorbeeld van de pot die de ketel verwijdt dat hij zwart ziet?

Maar is het niet nog vreemder dat een rechtsgeleerde als Ellian ervoor lijkt te pleiten dat de vrijheid van meningsuiting voor ‘entertainers’ en ‘politiek correcten’ beperkt moet worden. Hoe krom is het recht van Ellian?

Maar is het niet nog vreemder dat een rechtsgeleerde als Ellian ervoor lijkt te pleiten dat de vrijheid van meningsuiting voor ‘entertainers’ en ‘politiek correcten’ beperkt moet worden. Hoe krom is het recht van Ellian?

Think different

In zijn boek Over Vrijheid behandelt de Engelse filosoof John Stuart Mill de relatie tussen het individu en de publieke opinie. Mill: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.” En als we de geschiedenis bezien, dan staan dwarsdenkers inderdaad steeds aan de basis van vernieuwing en ontwikkeling. Daarom hebben democratische machthebbers, volgen Mill, de plicht om in tijden dat de druk van de publieke opinie groot is naar dit individu te luisteren: “Juist in deze omstandigheden moeten uitzonderlijke personen niet afgeschrikt, maar aangemoedigd worden om anders te handelen dan de massa.*”

Think DifferentIllustratie: gazoz5.deviantart.com

Hieraan moest ik denken bij het lezen van een artikel in Elsevier. Een artikel waarin de krant bericht over een interview van de NRC met Frits Bolkestein. In dat interview pleit Bolkestein voor het afsluiten van de buitengrens van de Europese Unie. Volgens Bolkestein kan de EU het aantal vluchtelingen niet aan en zal het tot integratieproblemen leiden.

Het gaat mij niet om de grenzen sluiten of de eventuele (on)mogelijkheid van integratie. Ook daar is een en ander over te zeggen. Het gaat om de volgende zin: “Er is allerwegen op Orbán gescholden vanwege onmenselijk gedrag maar hij doet tenminste waar wij allemaal om vragen.”

Bolkestein spreekt blijkbaar namens een groep die allemaal hetzelfde wil. Wie zijn die ‘wij’ waar Bolkestein het over heeft? Zijn dat alle Nederlanders of slechts een deel ervan? Behoor ik ook bij die ‘wij’? Mij is niets gevraagd en hoe kan Bolkestein dan weten wat ik wil? Vraag ik om hekken om Europa? Daar was ik me niet van bewust. Hoe groot is die ‘wij’? Dat lijkt me wel belangrijk om te weten.

En vooral waarom vragen ‘wij’ dat? Welke redenering en welke argumenten gebruiken ‘wij’? En welke alternatieven zijn mogelijk? Zouden dat niet de vragen zijn die een politicus en landsbestuurder zou moeten stellen, alvorens tot actie over te gaan? En kan dat er niet toe leiden dat bestuurders wel eens anders moeten handelen dan ‘wij’ vragen? Is het dan niet de taak van de leider om dat besluit uit te leggen ook als dat tot veel onbegrip leidt? Is dat niet wat wij van leiders vragen?

Computerfabrikant Apple had het in 1997 goed gezien: Think different

* Zie John Stuart Mill, Over Vrijheid Uitgeverij Boom 2009, pagina 115

Who has a dream?

“Ik vroeg me onmiddellijk af wie of wat de bondskanselier het recht gaf om met zoveel aplomb het Duitsland van het jaar 2040 neer te zetten?” Dit schrijft Sylvain Ephimenco in Trouw in een column waarin hij ingaat op de toespraak die Bondskanselier Merkel hield op het CDU-partijcongres. De toespraak van Merkel deed hem denken aan de ‘I have a dream’-toespraak van Martin Luther King met dit verschil dat de King droomde van een toekomst en Merkel het, in de ogen van Ephimenco, als een vaststaand feit neerzette.

ML KingFoto: www.paradiso.nl

Nu lijkt het me lastig om de samenleving van over 25 jaar als een vaststaand feit neer te zetten. Dus ook Merkel zal een droom of visioen hebben geschetst. Als het een droom is dan roept Merkels droom vragen op.

Is Duitsland nu dan nog geen nieuwsgierig, tolerant en spannend land? Heeft het nu nog geen sterke identiteit met gelijkwaardigheid van man en vrouw, met afkeuring van antisemitisme, racisme en discriminatie van homoseksuelen? Is dat nu nog geen werkelijkheid want Merkel schetst het pas over 25 jaar? Schetste Merkel wel een toekomstbeeld? Of bedoeld Merkel dat Duitsland dan nog steeds zo’n land is? Inderdaad zijn er nu vele gebeurtenissen die hiermee vloeken, maar betekent dit dat het land nog niet zo is? Of is het de droom van Merkel dat die gebeurtenissen er in 2040 niet meer zijn? Met andere woorden is de toekomstvisie van Merkel niet conservatief namelijk de voortzetting van het heden?

En als antwoord op de vraag van Ephimenco een wedervraag: waarom zou de bondskanselier dat recht niet hebben? En als vervolg erop. Wie heeft dan het recht om het recht te geven het wel te doen? Heeft niet iedereen het recht om zijn eigen toekomst te dromen?

Sterker nog. Missen we juist niet de dromen in de politiek? Dromen die mensen kunnen inspireren en tot actie aanzetten om de droom te verwezenlijken? Zouden dergelijke dromen niet een alternatief kunnen bieden tegen het jihadisme, zoals ik me in Waar vóór al afvroeg? Zouden degelijke dromen de betrouwbaarheid van de politiek niet ten goede komen, zoals ik me in La politique est comme l’oiseau de Twitter afvroeg? Is het niet juist een kenmerk van een echte leider dat hij of zij, zoals Martin Luther King dat kon, een positief toekomstbeeld schetst dat mensen verbindt, zoals ik me in I have a dream afvroeg? Zou Ephimenco zich niet moeten afvragen wat de toekomstdroom van die andere politieke leiders is?

La politique est comme l’oiseau de Twitter

In de Volkskrant schrijft student entrepreneurship Lex Cornelissen over onze representatieve democratie. “Het huidige politieke stelsel creëert echter politiek wantrouwen dat funest is voor de gezondheid van onze democratie. Beperkte referenda zijn een veilige manier om daar iets aan te doen,” aldus Cornelissen en hij is niet de enige die met dit soort analyse komt. Verouderd omdat eens in de vier jaar stemmen wel erg weinig is, politieke partijen hun aantrekkingskracht verliezen en de kloof tussen vertegenwoordigers en vertegenwoordigden maar blijft groeien. Een stelsel dat verrijkt zou moeten worden met referenda.

StromaeIllustratie: www.a113animation.com

In Kloof en Tautologie met gevolgen heb ik al vragen gesteld bij het dichten van de kloof tussen volksvertegenwoordigers en de vertegenwoordigden. In Kater stond de vraag centraal hoe we voorkomen dat besturen per het feest van het referendum uitdraait op een maatschappelijke kater. Nu nog meer vragen.

“Pap ik wil later een carrière bij de  georganiseerde misdaad,” zo viel te horen in een sketch van Komt een man bij de doktor. Waarop de vader vroeg:”Wil je dan bij een bank werken of in de politiek? Humor maar met een kern van waarheid omdat er wordt gerefereerd aan de veronderstelde onbetrouwbaarheid  van politici en bestuurders.

Politiek is verworden tot het verkopen van wasmiddel. Het is een reclamespot geworden waarbij het kleine beetje eventuele inhoud naar de achtergrond is verdwenen. Dus lijkt Cornelissen gelijk te hebben. Lijkt, want is dat gebrek aan vertrouwen wel het gevolg van het politieke systeem, van onze representatieve parlementaire democratie? We hebben het systeem al sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1917. Als het aan het systeem zou liggen, had dat wantrouwen dan niet eerder naar boven moeten komen?

Zou het wantrouwen niet een gevolg zijn van het verdwijnen van de grote verhalen waardoor politiek is verworden tot een onsje economische groei? Zijn de werkelijke beginselen als leidraad voor het handelen niet verdreven door de verkiezingsprogramma’s en vooral  hun doorrekening door het CPB? Zou een structuuraanpassing dit cultuurprobleem oplossen?

Zou het verschil in snelheid tussen de media en de bedachtzaamheid die goede politieke besluiten vragen niet het echte probleem zijn? Vraagt politiek niet meer tijd dan een halve minuut of 140 tekens? Vloekt de parlementaire democratie niet met de Twittercratie?

 

Voor de liefhebbers Carmen van Stromae

Het Goede Doel

In mijn vorige drie prikkers schreef ik over het utilitarisme. Dit naar aanleiding van een uitspraak dat economische groei goed is. Het utilitarisme streeft naar zoveel mogelijk geluk. In Hoofdprijs was de vraag of dat wat het meeste ‘geluk’ oplevert ook per definitie goed en rechtvaardig is. Lone Survivor handelde over spijt van Marcus Lutrell. Spijt die hij onderbouwde met een utilitaristische redenering.

goede doel

Illustratie: merchandise-entertainment.nl

Het verhaal van Lutrell, bevat nog een tweede voorbeeld van denken over wat goed en rechtvaardig is. De zwaargewonde Lutrell wist uit de handen van de Taliban te blijven en werd uiteindelijk opgevangen in een Afghaans dorpje. Dit dorp nam hem op als gast, verzorgde en beschermde hem. Ook toen de Talban Lutrell met geweld wilde komen halen. De dorpelingen beriepen zich daarbij op het aloude gebruik dat een gast diende te worden beschermd. Het dorp handelde niet vanuit geluk, want voor hun geluk hadden ze Lutrell beter aan de Taliban uit kunnen leveren. Zij handelden vanuit wat voor hen rechtvaardig was en dat was het goede doen, de gast beschermen. Een positieve insteek zo op het eerste gezicht. Is goed doen altijd goed?

Goed doen doet goed, maar wat is goed? Wie bepaalt wat goed is? En op basis waarvan? ‘Wie goed doet, goed ontmoet’, luidt het gezegde. Zou dat ook gelden als christenen, moslims, hindoeïsten, socialisten, communisten of bolsjewisten deze vragen anders beantwoorden?

Hoeveel doden zijn er niet gevallen in godsdienstoorlogen, in de strijd voor de (nationaal) socialistische heilstaten. Beroepen de jihadisten, als meest vergaande vorm van moslimfundamentalisme, zich ook niet op het goede en dus rechtvaardige? Al zullen er niet veel andere mensen zijn die dit ‘goede’ als goed beoordelen. Worden minder aantrekkelijke zaken door hen die zich beroepen op het goede niet vaker verdedigd met het beroep op dat goede doel?

Hebben die stromingen misschien allemaal een ander beeld van dat wat als goed wordt gezien? Vraagt goed doen vanuit een ‘goed doel’ niet om goed uitkijken? Of dat doel nu hemel of heilstaat is?

Vrijheid, democratie en verbieden

”Salafisme met verbod bestrijden” De kop van een artikel op de voorpagina van Dagblad de Limburger van zaterdag 28 november 2015. In dit artikel wordt aandacht besteed aan een motie van de Kamerleden Marcouch (PvdA) en Tellegen (VVD),  waarin de minister van Veiligheid en Justitie wordt verzocht: “onderzoek te (laten) doen naar de mogelijkheid om salafistische organisaties vanwege strijd met de openbare orde te laten verbieden.”  Omdat zij constateren dat: “ het salafisme in Nederland isolationistisch van karakter is gericht op onverdraagzaamheid, antidemocratische activiteiten en polarisatie en daarmee een kweekvijver vormt voor radicalisering en gewelddadig jihadisme.” Krachtige taal en dat gaat er wel in, zo kort na aanslagen gepleegd door mensen die zich op een van de salafistische stromingen beroepen. Populair of niet, is verbieden de juiste weg?

vrijheidIllustratie: www.amnesty.nl

Hoe verhoudt zich het verbieden van een manier van denken en naar de wereld kijken met de vrijheid van meningsuiting? Of met de vrijheid van godsdienst? Of het verbieden van organisaties met de vrijheid van vereniging en vergadering? Vrijheden waarvoor in het verleden hard is gevochten. Vrijheden die tot de kernwaarden van onze samenleving behoren. Zijn deze vrijheden niet de waarden die we moeten verdedigen en niet het ‘recht om op een terras te zitten’?

Hoe verhoudt het verdedigen van deze rechten zich met het verbieden van een religieuze stroming? Of een politieke ideologie, ook al is het een kwaadaardige? Hebben stromingen die isolationistisch van karakter zijn geen recht op bescherming? En van de andere kant, moeten dan ook niet enkele streng gereformeerde stromingen verboden worden? Stromingen waarbij de vrouw het ‘aanrecht’ heeft? Hoe democratisch is het om stromingen die de democratie afwijzen, te verbieden? Zou niet ook de extreem-rechtse ideologie waarnaar Marcouch ter vergelijking wijst, ook ruimte moeten krijgen?

Is het niet veel verstandiger en beter voor de openbare orde om iedereen de ruimte te bieden om te denken wat hij wil en zijn leven zo in te richten als hij wil, als het maar binnen de wet is? En ligt de grens niet precies daar: bij de wet? Is het niet juist de kracht van onze democratie en de waarden, (vrijheid van meningsuiting, godsdienst en vereniging en vergadering) waarop deze is gebaseerd, dat deze meningen en ideologieën in een open debat worden besproken? Begrijpen de Kamerleden het concept democratie wel?

Een eigen land

Zorg en ondersteuning voor hulpbehoevenden, het runnen van gemeenschapshuizen, het schoonhouden van de buurt. Voorbeelden van taken waarvoor gemeenten het liefst inwoners inschakelen. En er is wat nieuws. Als inwoners denken het beter te kunnen, dan kunnen ze de overheid uitdagen: “Dit heet Right to Challenge (het recht om uit te dagen). Het initiatief verschuift dan van overheid naar burger: meedoen, eigen initiatief nemen en met dit Right krijgen bewoners ook de middelen en verantwoordelijkheid.” De bewoners moeten aangeven hoe ze een dienst zelf denken uit te voeren. Dit wordt beoordeeld en na instemming kunnen de bewoners aan de slag. Goed om zo gebruik te maken van de kracht van de inwoners.

Challenge

Illustratie: www.iewm.net

Stel een groep mensen richt een zorgcorporatie op, een van de voorbeelden op de site. Een corporatie op streng christelijke, stalinistische of wahabistische grondslag. Die corporatie mag een dienst in een wijk of buurt gaan leveren. Welke keuze heb ik dan als vrijdenker? Of een groep neemt het park over naast mijn huis en beheert dat op een manier waarin ik en meerdere andere mensen zich helemaal niet kunnen vinden. Bij wie kunnen we dan terecht? Of kunnen we de uitdagers ook weer uitdagen?

Wie beoordeelt de uitdagingen trouwens? En op basis van welke bevoegdheid? In Eindhoven doet een ‘beoordelingscommissie’ dit, volgens de site en het college mag dan alleen toetsen op de financiën. Wie zitten er dan in die commissie die het inhoudelijke besluit neemt? Wie benoemt die personen? En wie controleert die commissie? Kan ik trouwens die commissie ‘uitdagen’ als ik denk dat ik het beter kan?

Kan ik het gemeentebestuur uitdagen als ik denk dat ik dat beter kan? En nu we toch bezig zijn, waarom niet ook Rijkstaken? Ik denk dat ik een veel beter belastingregime kan ontwerpen en ook veel beter ben in het innen van de belastingen. Waar kan ik mijn ‘uitdaging’ indienen? Kan ik het buitenlandbeleid uitdagen? Of het gehele landsbestuur als ik denk dat ik het beter kan?

Absurd? Wellicht wel. Maar waarom stoppen bij het reinigen van de straat of het organiseren van dagbesteding voor oudjes? Of is er een andere reden voor dit nieuwe ‘recht’? Wellicht een plattere die te maken heeft met geld?

‘Twijfel is het begin van wijsheid’

“Volgens Taheri werkt maar één ding: jongeren door ‘deskundigen in de Koran’ onderwijzen ‘in de juiste leer’.” Een zin uit een verslag over de Schilderswijk in Dagblad de Limburger van 21 november 2015. Ik weet niet wie de twee stukken in de zin tussen haakjes heeft gezet. Ze suggereren wel iets en de vraag is of de spreker, Taheri, die suggestie heeft bedoeld. In dit verslag vragen Taheri en andere geïnterviewden terecht aandacht voor de scheve media-aandacht. Vele pagina’s en dagen over Parijs en niets over Beiroet. De Limburger levert er in deze editie weer een voorbeeld van. De aanslag in Mali moet het doen met een klein stukje op de voorpagina. terwijl Parijs in de overige pagina’s nog volop aanwezig is.

godsdienstIllustratie: cn.dreamstime.com

Om de haakjes en de selectieve media-aandacht, gaat het mij niet. Het gaat mij om de bewering van Taheri en dan zonder de aangebrachte haakjes. Taheri spreekt over de Islam, ik wil het generaliseren naar alle geloof. Want als die bewering voor een geloof geldt, dan ook voor de andere. Verkeerde interpretaties van geloof is alleen te verhelpen door deskundigen die de juiste leer uitleggen. Dit roept vragen op.

Wat is dan die juiste leer van welk geloof dan ook? Hoeveel verschillende varianten en stromingen van het Christendom, de Islam, het Hindoeïsme en het Boeddhisme zijn er niet? En ook seculiere geloven als het communisme telde vele varianten. Elk vinden ze van zichzelf dat ze de juiste leer vertonen.

Zou het advies van Taheri niet tot veel meer geweld kunnen leiden? De geschiedenis stelt hierbij niet gerust. Er zijn tot op heden vele malen meer doden gevallen bij geweld en godsdienstoorlogen tussen stromingen van eenzelfde geloof, dan tussen verschillende geloven. Taheri wil de ene leer door een andere vervangen en denkt zo zekerheid te kunnen bieden. Maar wat is die nieuwe zekerheid meer dan de oude? Hebben we niet meer behoefte aan onzekerheid, aan twijfel.  “Twijfel is het begin van wijsheid,”  zo sprak de Franse filosoof René Descartes. En hebben we, en zeker deze jongeren, niet juist wijsheid nodig?

Hebben de jongeren niet veel meer aan het advies van de Engelse wiskundige en filosoof Bertrand Russel: “I should say, love is wise, hatred is foolish. In this world which is getting more and more closely interconnected, we have to learn to tolerate each other, we have to learn to put up with the fact that some people say things that we don’t like. We can only live together in that way — and if we are to live together and not die together, we must learn a kind of charity and a kind of tolerance, which is absolutely vital to the continuation of human life on this planet.”  

 

‘I have a dream…’

In de prikkers Les banlieues  en The Meaning of Life ben ik op zoek gegaan naar mogelijke verklaringen voor het radicaliseren van mensen. Vandaag nog een andere invalshoek. Een invalshoek vanuit het denken van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum. In haar boek Politieke emoties. Waarom een samenleving niet zonder liefde kan, gaat Nussbaum in op de rol en het belang van emoties in de politiek. Nussbaum betoogt dat die rol onderbelicht is en breekt een lans voor emoties.

nussbaum

Foto: www.vanstockum.nl

Nog meer emotie? Als we het huidige debat volgen dan lijkt er eerder sprake van een teveel dan een tekort aan emotie. Om de emoties tot bedaren te brengen, wordt immers de ene na de andere ‘harde’ maatregel afgekondigd en worden er bommen en raketten op steden afgevuurd. Een pleidooi voor ratio in het debat zou meer voor de hand liggen. Niet meer maar minder emotie! Of?

Inderdaad spat de emotie in chocolade letters van het krantenpapier en leiden de tranen van verdriet en woede bijna tot kortsluiting in het beeldscherm. Al die emoties zijn nogal eenzijdig (angst en woede) en eenzijdig gericht (harde maatregelen).

Zou het debat niet ook wat positieve emotie kunnen gebruiken zoals liefde en trots? Liefde voor en trots op onze vrije, open en nog steeds redelijk rechtvaardige samenleving? Een samenleving waar de vrijheid van meningsuiting, van vereniging en verzameling en van godsdienst groot goed zijn. Trots op deze verworvenheden en onze welvaart. Maar ook empathie en compassie voor hen (waar ook ter wereld) die het minder hebben getroffen.

Nussbaum haalt grote leiders aan die emoties gebruikten om een boodschap van tolerantie, gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid te brengen. Leiders als Gandhi, Marten Luther King jr, Franklin Delano Roosevelt.

Leiders die mensen verbonden. Mensen van verschillend ras, geloof en achtergrond. Waar vinden we een leider (liefst meer) die in hun voetsporen treedt? Een leider die mensen verbindt.