Patent op het ‘goede leven’

De gewone mensen zijn terecht ongerust over wat de kosmopolieten en de hen steunende gevestigde politieke partijen hebben aangericht en nog aanrichten.” Een zin uit een artikel van Juriaan Van Acker bij ThePostOnline. In dat artikel betoogt hij dat populisme eigenlijk gedefinieerd moet worden als: “opkomen voor de gewone man, voor het goede leven en voor het behoud van tradities en de eigen identiteit.”

kreeft

Illustratie: Visionair

Wat deze zinnen en daarmee het betoog van Van Acker bijzonder maakt, is dat hij zijn eigen positie, zijn eigen levensopvatting of mening, voorziet van kwalificaties als ‘gewoon’. Anderen, noemt hij ‘kosmopolieten’ en betitelt ze als ‘elite’, het onvermijdelijke woord om iemand met een andere opvatting te diskwalificeren. Zijn mensen die er een andere mening of levensopvatting op nahouden dan ongewoon? Is iemand met ‘kosmopolitische opvattingen’ ongewoon en maakt die persoon dan meteen ook deel uit van de ‘elite’?  Ook bepaalt Van Acker en passant meteen wat een leven goed maakt. Het leven zoals hij het zich voorstelt, is het ‘goede leven’.

Het mag geen verbazing heten dat zijn vorm van populisme aan de goede kant van de streep staat. Je eigen positie onderbouwen met woorden die een positieve connotatie hebben, je ziet het vaker. Je voegt woorden als praktisch, pragmatisch of realistisch toe en dat maakt de ander meteen onpraktisch, niet-pragmatisch of irreëel. Voeg de ander dan ook meteen wat kwalificaties toe die door velen tegenwoordig als negatief worden ervaren zoals ‘kosmopoliet’ of ‘elite’, en je hoeft ze niet meer serieus te nemen. Ze staan aan de verkeerde kant en zijn, volgens Van Acker schuldig aan de vernietiging van de aarde en de natuur, aan de massa-migratie, eigenlijk aan alles wat er fout gaat.

Als, in de ogen van Van Acker, ongewoon mens maak ik mij zorgen over deze manier van discussiëren die mensen met andere opvattingen buiten het ‘gewone’ plaatst. Ja, ik behoor tot de mensen die vooral naar het heden en de toekomst kijken. Ik denk trouwens dat ook Van Ackers ‘gewone mensen’ dat doen. In het verleden kun je immers niet leven je kunt er wel veel van leren.

Beste meneer Van Acker, tenzij u mij de ‘patenten’ kunt laten zien, bepaalt u niet wie ‘gewone mensen’ zijn, en wat het ‘goede leven’ is. De strijd om het ‘goede leven’ is trouwens een zeer bloedige, een die we niet zouden moeten willen voeren. Immers wat goed voor u is, is niet persé goed voor anderen. Wist u trouwens dat ook IS voor het goede strijdt?

Door de bank genomen

De Brexit is nu al een flinke tijd in het nieuws. Alle hel en verdoemenis scenario’s aan de ene en jubelscenario’s aan de andere kant zijn de revue al een gepasseerd. De Amsterdamse wethouder Kajsa Ollongren zet alles op alles om haar stad te laten profiteren van die Brexit.

verleiders

Namens het het bestuur van Amsterdam probeert zij allerlei financiële instellingen te verleiden om naar Amsterdam te komen, zo valt te lezen in de Volkskrant. Die‘ bedienen’ nu vanuit Londen de Europese markt en als de Britten werkelijk afscheid hebben genomen van de Europese Unie, dan wordt dat lastig omdat Londen dan buiten die Unie ligt. En, net als bij de ‘Tesla-frabiek’ strijden ook hier meerdere steden (overheden) om de gunsten van de financiële sector, naast Amsterdam strijden Dublin, Frankfurt en Parijs. Ollongren wil hierbij het Nederlandse ‘bonussen beleid’ opnieuw bezien: “We moeten kijken in hoeverre wij als Nederland last hebben van deze regel.” Een discussie waard, maar een die ik nu niet wil voeren.

Waarover dan wel? Over de vraag of we die grotere financiële sector wel moeten willen? “We doen dit niet voor de banken. We doen dit omdat de financiële sector als geheel belangrijk is voor de Nederlandse economie en de Amsterdamse werkgelegenheid. Ik vind dat we daarbij moeten inzetten op wat moet worden in plaats van wat is – de klassieke banken dus. Daarom praat ik in Londen met fintech-bedrijven. Vernieuwende start-ups,” aldus Ollengren. Is die financiële sector wel zo belangrijk? Of eigenlijk moet ik de vraag anders stellen: is de financiële sector niet te belangrijk gemaakt? Wat voor een financiële sector willen we?

‘Fintech-bedrijven’ en vernieuwende start-ups’ dat klinkt spannend en uitdagend. De ‘klassieke bank’ van Ollengren ontwikkelde rente derivaten, verzamelde leningen in grote pakketten waarvan niemand meer wist wat ze nu eigenlijk waard waren en drong je deze producten vervolgens op. Die waren innoverend, vernieuwend en vooral op zoek naar eigen winst. Hierbij namen ze onverantwoorde risico’s waar de belastingbetaler de ‘rekening’ van moest betalen. Die werd zo ‘door de bank genomen’ om het plastisch uit te drukken.

Moet de financiële sector niet saai en doorzichtig zijn? Eigenlijk niet meer als een klassieke bank, bijvoorbeeld de ouderwetse Boerenleenbank. Een bank waar mensen hun geld stalden en die dat heel voorzichtig uitleende aan particulieren en bedrijven. De bankdirecteur kende iedereen want hij woonde immers in dezelfde stad of hetzelfde dorp. Moet de financiële sector niet weer gewoon saai, doorzichtig en vooral dienend worden?

Welkom! Of niet?

Als je in Nederland asiel zoekt en krijgt, dan krijg je in eerste instantie een verblijfsvergunning voor vijf jaar. Kun je dan nog niet veilig terug naar je land van herkomst, dan krijg je een permanente verblijfsvergunning. CDA en SGP willen dit anders, deze partijen willen de tijdelijke verblijfsduur oprekken naar zeven jaar. Veel vluchtelingen hebben een gebrek aan perspectief in Nederland. Bovendien: “het doel moet zijn dat na afloop van een oorlog mensen weer terug gaan om te helpen bij de wederopbouw,” zo beweert CDA-leider Buma in Elsevier. Door de tijdelijke status op te rekken, heeft de Nederlandse overheid meer tijd om vluchtelingen terug te sturen.

kikker

Van iemand die de asielstatus heeft gekregen, wordt verwacht dat hij zich snel de taal en gebruiken eigen maakt en op zoek gaat naar werk, hij moet ‘inburgeren’ en deel gaan nemen aan de Nederlandse samenleving. Zou het kunnen dat een tijdelijke status daarbij hindert?  Het kan immers zomaar gebeuren dat alle inspanningen die je als vluchteling in je inburgering stopt, na vijf jaar voor niets is geweest. Als de oorlog in je land van herkomst is beëindigd, moet je van Buma immers terug om dat land mee op te bouwen. Is dat niet dubbel? De Nederlandse overheid verplicht je om in te burgeren, maar geeft je geen zekerheid dat je mag blijven? Vluchtelingen moeten goed hun best doen, maar krijgen geen garanties, behalve dan als ze: “kunnen aantonen dat ze een inkomen hebben en voldoende zijn ingeburgerd.” 

De christelijke mannenbroeders Buma en Van der Staaij signaleren een gebrek aan perspectief en daarom willen zij de tijdelijke status verlengen. Als een gebrek aan perspectief het probleem is, zou daar dan niet wat aan moeten worden gedaan? Wie is er verantwoordelijk voor dat perspectief? Moet perspectief niet worden geboden? Heb je daar niet anderen voor nodig? Is dat niet juist een opgave van de samenleving die de vluchteling asiel biedt? Is dat niet juist de opgave waar de politiek in het algemeen en vooral de christelijke mannenbroeders die de naastenliefde hoog in het vaandel hebben staan in het bijzonder, aan moet werken? Aan een perspectief in Nederland en niet alleen vluchtelingen ‘na de oorlog’ uitzetten om te helpen bij de ‘wederopbouw’?

Zou een verlengde tijdelijke status het perspectief van de vluchteling verbeteren? Of, en dan draaien we het om, zou het gebrek aan perspectief niet een gevolg kunnen zijn van die tijdelijke status? Zou meteen een permanente status daarbij niet veel uitnodigender zijn? Zij die ‘na de oorlog’ terug willen om hun land van herkomst op te bouwen, zullen zich door die permanente Nederlandse status niet laten weerhouden.

Ach, die arme geschiedenis

Zit u goed? Als dat niet zo is, ga dan even goed zitten voor u de volgende zin leest. “Onze samenleving vindt haar oorsprong in de joods-christelijke traditie, het humanisme, de Verlichting en het liberalisme, fundamenten die hebben geleid tot een vrije en tolerante samenleving.” De openingszin van een artikel op de opiniesite Jalta van VVD-kamerlid Malik Azmani. U weet wel het kamerlid dat het VVD-vluchtelingenbeleid van ‘opvang in de regio’ verzon. Een prachtige ronkende openingszin joods, christelijk, humanisme, Verlichting, liberalisme die de fundamenten van onze vrije en tolerante samenleving vormden. Haast te mooi om waar te zijn. Haast te mooi of gewoon te mooi?

kantIllustratie: Emaze

Neem dat joods-christelijke, Azmani is niet de enige die deze woorden tegenwoordig achter elkaar zet alsof ze bij elkaar horen. Toch dachten christenen daar eeuwen lang, eigenlijk nog tot kort geleden, anders over. De Europese christelijk geschiedenis loopt nu niet over van enthousiasme voor joden. Van buitensluiting, via progoms tot systematische vernietiging in gaskamers. Ook onderling waren die christenen niet altijd, of eigenlijk bijna nooit, goede vrienden. Denk maar eens aan de godsdienstoorlogen.

De Verlichting en het christendom en ook het jodendom, ook geen gelukkige combinatie. Verlichte denkers zetten zich juist af tegen voorgekookte waarheden van een religie. Zij moedigden mensen, in tegenstelling tot de dominees en priesters, juist aan tot zelfstandig denken en zoeken naar de waarheid. Gebruik de rede en kom tot de waarheid, zo zou je het kort kunnen samenvatten. Dat is trouwens ook in het kort de samenvatting van het humanisme. Ook dat zette zich juist af tegen het ‘bovennatuurlijke’ geloof en ging daar verder waar klassieke denkers waren opgehouden, of beter gezegd verdrongen door christelijke denkers. Nee, die vrije en tolerante samenleving is er eerder ondanks, dan dankzij het christendom gekomen.

Dan het liberalisme, welk liberalisme bedoelt hij? Zou een negentiende-eeuwse liberaal zich herkennen in de VVD-variant van nu? Een eeuw geleden was de liberaal Pieter Cort van der Linden premier, hij zou de huidige ‘liberale’ premier Rutte waarschijnlijk bestrijden. Zou Azmani weten dat het socialisme en zelfs het communisme ‘kinderen’ zijn van het liberalisme? En hoewel ze onderling flink van mening konden verschillen en elkaar de koppen in konden slaan, waren de confessionelen toch hun belangrijkste tegenstanders.

Beste meneer Azmani, achter die mooie ronkende zin zit veel meer dan u denkt. De werkelijkheid achter de combinatie van deze woorden is heel anders, heel wat minder mooi dan u hier suggereert. Maar ja wie maalt daar om. Het is geschiedenis en die kun je te pas en te onpas gebruiken om je eigen waarheid te creëren. Daarin staat u niet alleen.

Als historicus rest mij te verzuchten: ach, die arme geschiedenis.

The battle for Tesla

Elon Musk is een populair en bekend miljardair-ondernemer en zijn bedrijf Tesla, de maker van elektrische auto’s, schijnt een fabriek te willen gaan bouwen in Europa. Vele steden en streken schijnen te azen op die nieuwe fabriek. In Nederland zijn Noord-Nederland Twente, Rotterdam en Noord-Brabant in de race. Volgens Elsevier dingen: Van Portugal tot het noorden van Duitsland: zo’n 300 gebieden (…) mee, die allemaal zeggen hun eigen unieke voordeel te hebben.” 

tesla

Foto: Bloomberg

Een strijd tussen overheden om een bedrijf binnen te halen. Een strijd waaraan vast veel tijd, energie en geld wordt besteed. De komst van de fabriek naar de stad of streek geeft immers een boost aan de werkgelegenheid. En niet alleen in de fabriek, maar ook bij toeleveranciers. Bovendien is het voor een streek een mooi pr-verhaal. Toch knelt er iets.

Waarom strijden al die steden en streken (en dus hun overheden) om een fabriek? Sterken nog, waarom gaan overheden op deze manier de competitie met elkaar aan? Een competitie waaraan volgens Elsevier 300 gebieden deelnemen en er tussen de 297 en 299 verliezen? Waarmee concurreren die gebieden? Waarom laten overheden zich tot zo’n onderlinge strijd verleiden? Welke middelen gooien ze in de strijd, goedkope grond, belastingvoordelen of allebei?

Begin vorig jaar stond het warenhuisconcern V&D op omvallen en dat zou voor kaalslag in binnensteden zorgen. Kaalslag die, volgens velen door de gemeenten bestreden moet worden. De gemeente als redder van de beleggers in winkelpanden. Daar heb ik toen vraagtekens bij geplaatst. Ik vroeg me af wat het algemeen belang is van zo’n geldverslindende strijd tussen steden om winkelketens naar binnensteden te lokken.

Kunnen we bij ‘de strijd om Tesla’ niet ook de vraag stellen wat het algemeen belang is van een strijd tussen overheden? Is dit niet veel te ver doorgevoerde ‘marktwerking’?

What are words worth?

Het commentaar in de Volkskrant behandelt de participatiesamenleving. “… ouderen en zieken moeten niet meer meteen bij de overheid aankloppen, maar hun zorg voortaan zo veel mogelijk zelf organiseren, met behulp van hun sociale netwerk en hun eigen geld.,” met dat streven is volgens de krant niets mis, alleen blijkt de regelgeving van diezelfde overheid dat niet altijd in de hand te werken. Dit commentaar deed mij denken aan een van mijn eerste columns, geschreven voordat deze site de lucht in ging. De titel luidde Uitsluiten met woorden. En omdat hij nog steeds actueel is, publiceer ik hem nog een keer.

“Muren zijn de stenen manifestaties van uitsluiting, intolerantie en ongelijkheid,” woorden van Edith Tulp, gastcollumniste in de Volkskrant. Muren zijn hard, je ziet ze en ze blokkeren je. Taal kan net zo uitsluitend, intolerant en ongelijk zijn. Alleen zie je het niet, het werkt sluipend, maar is uiteindelijk net zo hard als een muur.

Een goed voorbeeld hiervan (er zijn er vele) is het begrip participatiesamenleving. In de diverse beleidsnota’s en brieven wordt dit begrip omschreven als een samenleving, waarin iedereen die dat kan, verantwoordelijkheid moet nemen voor zichzelf en zijn of haar leefomgeving. Dit klinkt positief. Waar zit dan die uitsluiting en intolerantie?

Die zit in de samentrekking van de woorden participatie en samenleving. Om te beginnen met samenleving. Van een samenleving maakt iedereen deel uit die zich erin bevindt; jong en oud, man en vrouw, gezond en ziek, rijk en arm. Er zijn geen uitzonderingen. Alleen al door er te zijn, acteer je in de samenleving.

Door er participatie aan toe te voegen gebeurt er iets bijzonders. Participatie betekent deelnemen en zo staat er deelnemen aan de samenleving. Hierdoor  ontstaat ook de ontkenning ervan, het niet-deelnemen aan de samenleving. Iets dat eigenlijk niet kan, maar door het toevoegen van het woord participatie kan het ineens wel. Zo kunnen mensen en groepen worden benoemd die niet bij de samenleving horen, die niet deelnemen en kunnen mensen dus worden buitengesloten.

Wie worden er buitengesloten? Werkelozen, mensen met gebreken, mensen met een ander geloof, criminelen.  Mensen die afwijken van de norm. Mensen die ‘iets’ moeten doen en ‘aantonen’ om wel ‘bij de samenleving‘ te horen. Dit wordt bevestigd door een overheid die een wet ‘Participatiewet’ noemt. Een wet die aangeeft wat bepaalde mensen moeten doen om bij de samenleving te horen.

‘Eigen god eerst’

Verschillen moslims hierin van christenen, van andere gelovigen? Een vraag die bij mij opkwam toen ik in het AD een interview las van Wierd Duk met hoogleraar sociologie Ruud Koopmans.“Van de moslims van Turkse en Marokkaanse komaf in Nederland moet 45 procent als ‘fundamentalistisch’ worden beschouwd. Zij tolereren maar één interpretatie van de Koran en stellen die boven de Nederlandse wet. Bij deze groepen is er sprake van sterke segregratie: hun hele leven is ingericht op omgang met gelijkgezinden.” Na het lezen van deze uitspraak van Koopmans, kwam die vraag bij mij op.

dead-kennedys

Wat het laatste deel van het citaat betreft, is het leven van bijna ieder mens niet gericht op omgang met gelijkgezinden? Verkeren hervormden niet het liefst met hervormden, katholieken met katholieken, soennieten met soennieten, communisten met communisten, skaters met skaters, punkers met punkers enzovoorts?

Is het vreemd, om zoals hij in het middelste deel beweert, dat aanhangers van een godsdienst de ‘wetten’ van die godsdienst als enige en hoogste wetten zien? Dat zij deze wetten dus hoger aanslaan dan de Nederlandse wet? Als god ondergeschikt zou zijn aan de Nederlandse wet was hij immers niet de hoogste en almachtig. En mogen zij zich niet gewoon aan hun strenge religieuze wetten houden zolang ze maar binnen de Nederlandse wet blijven? Net zoals een studentenvereniging, punkers en skaters eigen regels mogen hebben.

Als laatste het eerste deel van het citaat. Als we bijvoorbeeld de geschiedenis van het christendom en dan vooral de protestantse tak bekijken, dan zien we een baaierd aan schisma’s, afscheidingen en scheuringen. Allemaal het gevolg van een andere, enig juiste, interpretatie van de bijbel en de boodschap van god. Zou het niet vreemd zijn als een monotheïstische godsdienstige stroming zou accepteren dat er ook een andere interpretatie van de boodschap van die god mogelijk is? Dat zou betekenen dat die ene god met gespleten tong zou spreken. Of nog erger, dat er meerdere goden zouden kunnen zijn.

Is het niet eigen aan monotheïstische godsdienstige stromingen van welke aard dan ook, dat zij zich ziet als de enige en juiste boodschapper van de enige en juiste god? Eigen god eerst om het eens op een andere manier te zeggen.

‘Vluchtelingenmagneet’

Het ANP bericht dat er in 2016 bijna 7.500 mensen zijn overleden tijdens hun reis naar Europa, een tragische record. De voorgaande twee jaar waren het er ongeveer 6.000 per jaar. Die aantallen zijn, zo valt in het artikel te lezen, waarschijnlijk het topje van de ijsberg. Ik lees dit trieste bericht bij ThePostOnline dat het bericht integraal over heeft genomen van het ANP. Het enige wat Annabel Nanninga van ThePostOnline eraan heeft toegevoegd is de kop en de onderkop. Die luiden: “Lokroep ‘wir schaffen das’ leidt tot recordsterfte: 7500 mensen verdronken in 2016 bij overtocht. Asielindustrie en welkomstpolitiek vormen magneet voor ‘migranten’ die enorme risico’s nemen.” 

magneet

Illustratie: Speeltechniek

Een manier om naar dit tragische feit te kijken: geef je politieke tegenstander de schuld. Voor Nanninga is dit Merkel. Nu deed Merkel deze uitspraak medio 2015 terwijl er in 2014 ook al zo’n zesduizend mensen verdronken. Die hadden Merkel nog niet horen roepen. Zou je boven ditzelfde artikel ook de kop ‘Turkije-deal leidt tot recordsterfte’ kunnen plaatsen? Immers, door die deal is de korte Griekse route ‘gesloten’ en moet de veel langere ‘Italiaanse route’ worden genomen. Wie zou met een dergelijke kop de schuld krijgen.

Volgens Nanninga vormt het ‘beleid van Merkel’ een magneet voor ‘migranten’. Europa trekt aan. Een magneet is een bijzonder stukje metaal met twee polen, de ene is ‘positief’ geladen en de andere ‘negatief’. De positieve kant, trekt negatief geladen deeltjes aan en omgekeerd. Laten we zo ook eens naar de ‘migrantenproblematiek’ kijken. Inderdaad kan het zijn dat Europa zo aantrekkelijk is, dat mensen ernaartoe worden getrokken. De magneetmetafoor biedt nog een mogelijke verklaring.

Zou het kunnen dat de situatie in de landen van waaruit wordt gevlucht, mensen afstoot? Dat de situatie daar zo ellendig is, dat je er weg wilt? Als je de verhalen van vele Syrische en Eritrese vluchtelingen hoort en leest, dan hoor je iets anders. Dan hoor je iets zoals: wij willen hier niet zijn, maar thuis is het zo onveilig. Duidt dit er niet veeleer op dat het niet zozeer de aantrekkingskracht van Europa is die deze mensen in beweging brengt, maar de afstotende werking  in het land van herkomst?

Reizen naar Absurdistan

Na iedere aanslag wordt er gevraagd hoe het toch mogelijk was. Meestal wordt er geroepen om ‘maatregelen’ die de volgende aanslag moeten voorkomen. Een voorstel om in een ‘Passagiers Namen Register’ te gaan bijhouden wie waar naar toe vliegt binnen Europa is al in voorbereiding. “De gedragingen en verplaatsingen van verdachte personen kunnen zo voor, tijdens en na de reis worden geanalyseerd,” zo valt in de Volkskrant te lezen. De Belgische regering pleit ervoor om dit register uit te breiden naar bus-, trein en bootreizigers en wil dit op de Europese agenda, dat draagt de Belgische minister van Binnenlandse zaken Jan Jambon uit.

absurdistanIllustratie: https://www.flickr.com

Beste minister Jambon, vergeet u niet wat mee te nemen in uw voorstel? Ik mis namelijk de tram en de metro. Ook daarmee kan een ‘onverlaat met snode plannen’ zich verplaatsen. En nu we toch bezig zijn, waarom niet alle taxipassagiers, ook die gebruikmaken van Ubertaxi’s. Als u toch werkt aan een plan, neem dan ook de automobilisten en motorrijders mee. Als rechtgeaarde Belg had u toch echt aan de fietsers moeten denken. Daarmee kun je als terrorist van Berlijn naar Turijn. Dat zou goed zijn voor de fitheid van de betreffende terrorist, dat terzijde. De bromfiets- en scooterrijders, zouden die zich niet moeten melden? Wat te denken trouwens, van de voetganger? Te voet kun je immers flinke afstanden afleggen. En tegenwoordig de scootmobiel?

Maar, beste minister Jambon, zou het dan niet verstandiger zijn om mensen te verbieden om hun huizen te verlaten? Dat is makkelijker, dan hoeven de veiligheidsdiensten alleen maar de mensen die zich op straat begeven, op te pakken. Die zijn immers in overtreding. De medewerkers van de veiligheidsdiensten moeten dan wel toestemming krijgen om de straat op te gaan. Of iets minder vergaand, neem een voorbeeld aan de feodale tijd, toen de mensen aan het land gebonden waren en het alleen mochten verlaten als de landheer toestemming gaf.

Toch, beste minister Jambon, blijft er dan nog steeds een probleem. Hoe pakt u de digitale terrorist? Die komt immers niet op straat. Of gaat u de digitale snelweg ook tot verboden gebied verklaren?

Beste minister Jambon, wordt het niet tijd om eens goed te kijken waarmee u bezig bent? Holt u zo niet juist de sterke punten en de kracht van de Westerse samenleving uit? Speelt u zo de terroristen die uit zijn op de vernietiging van onze levensstijl, niet juist in de kaart? Bent u zo niet op reis naar Absurdistan?

21ste eeuwse oplossing

Beste meneer Asscher,

Met veel belangstelling heb uw artikel bij Joop gelezen waarin u reageert op een kritiek op u van Barbara Baarsma in de Telegraaf. U verzet zich tegen de voorstellen van Baarsma die erg overeenkomen met: “de ideeën van D66 en de VVD, die ook vinden dat hét recept voor onze arbeidsmarkt bestaat uit het afschaffen van vaste contracten — via de duur of de uitholling van de ontslagbescherming. ‘Vast’ aantrekkelijker maken voor werkgevers, door ‘vast’ af te schaffen of anders te definiëren.”  U maakt zich hard voor een eerlijke beloning voor eerlijk werk en vaste arbeidscontracten voor vast werk. Baarsma slaat de plank volgens u mis met haar voorstellen: “ook al worden ze geflankeerd door aantrekkelijke woorden als “modern” en “positieve prikkel.”  U geeft aan: “graag in discussie met experts van diverse gebieden,” te gaan.

21ste-eeuw

Beste meneer Asscher, ik ben geen econoom, geen arbeidsmarktdeskundige doch slechts een eenvoudig historicus. Ik lees wel geregeld werk van economen en een van hen, de Zuid Koreaan Ha-Joon Chang, schreef dat economie voor 95% gezond verstand is en dat de overige 5% ook geen hogere wiskunde is. Laat ik, al zeg ik het zelf, wel in bezit zijn van gezond verstand, daarom deze brief aan u.

Ik ben het met u eens dat vele veranderingen tegenwoordig worden verkocht met ‘positieve’ termen als modern(iseren) flexibiliseren enzovoorts en het afschaffen van vaste contracten is, daar ben ik het met u eens, niet erg modern. Sterker, dat is terug naar de negentiende eeuw, de eeuw van de dagloner die maar moest afwachten of er die dag voor hem werk en dus inkomen was.

Voor u is: “het vaste contract (de) hoeksteen van zekerheid voor werknemers en gezinnen.” Dat mag dan wel uw uitgangspunt zijn, het is voor velen niet de werkelijkheid en die velen worden er steeds meer, ondanks al uw pogingen om daar wat aan te doen. Zou het kunnen dat uw oplossing ook ‘de plank misslaat’ en niet ‘modern’ is? Lijkt het vaste contract niet een twintigste eeuwse oplossing die niet meer voldoet in de eenentwintigste eeuw? Een oplossing die het probleem niet oplost, lijkt mij geen oplossing.

Zou het helpen om het probleem vanuit een ander frame te bekijken? Een frame waarin betaald werk niet meer de oplossing is van alle kwalen omdat er niet voldoende werk is voor iedereen? Wat als we ‘er zijn’ zien als het belangrijkste in het leven? En voor dat ‘er zijn’ krijg je een voldoende basis(inkomen)? Voor meer dan die basis moet je zelf zorgen en dat kan via werk. Zou dat de positie van de werknemer niet enorm versterken? Wellicht zijn flexibele contracten dan helemaal geen probleem meer. Zou dat een eenentwintigste eeuwse oplossing kunnen zijn?

Als u hierover met mij van gedachten wilt wisselen, laat het me weten.