Common sense

In de Volkskrant maakt Derk Jan Eppink zich zorgen over de Brexit. Hij concludeert dat de personen die, zowel aan Britse als aan Europese kant, een belangrijke rol gaan spelen, niet van ‘onbesproken’ gedrag zijn. Dat vergroot zijn vrees dat het ‘gezond verstand’ het onderspit gaat delven tegen de rancune. Hij vreest “dat het interne markt-concept – vrij verkeer van goederen, diensten, werknemers en kapitaal – uit elkaar valt.” Dit kan voor Nederland slecht uitpakken: “Een economische breuk staat haaks op het Nederlands belang. Dat vereist nieuwe, inventieve vormen van samenwerking die verbinden.” 

gezond-verstandIllustratie: Iris Papilio – WordPress.com

Daarom ziet Eppink wel wat in: “het voorstel van een ‘Noordzee Unie’.  … Landen aan de Noordzee, zoals Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Denemarken en Noorwegen, bespreken gemeenschappelijke aspecten van de Noordzee. Neem: scheepvaart, veiligheid, milieu, (wind)energie, havens.” Begrijp ik het goed?  Ja, dat is waar Eppink voor pleit: “de Noordzee moet een baken van vrijhandel blijven, met de maritieme blik op de wereld. Er is geen enkele economische reden om eeuwenoude handelstradities rond de Noordzee te ontwrichten, alleen omdat Brussel boos is.” 

Zou deze Noordzee-Unie, naast de Europese Unie moeten bestaan? Dan zouden alle lidstaten lid zijn van twee unies behalve de Britten. Welk voordeel zou dat bieden? Hoe verhoudt dit zich trouwens tot de afspraak dat handelsverdragen alleen gezamenlijk worden afgesloten?

Of stelt Eppink voor om de Europese Unie, dat ‘interne markt-concept’, op te heffen ten faveurs van een Noordzee Unie? Een Unie die vooral de Nederlandse handelsbelangen lijkt te dienen. Waarom zou Duitsland uit de EU treden en in deze Noordzee Unie zonder Frankrijk? Ja, de Britten zijn een belangrijke Duitse handelspartner, dat zijn de Fransen ook, zelfs nog een grotere. Een Unie zonder Oostenrijk, Polen Tsjechië, Hongarije, allemaal belangrijke handelspartners van Duitsland die wel bij de EU horen en niet bij Eppink’s Noordzee Unie. Waarom zou België kiezen voor een nieuwe unie zonder haar belangrijkste Europese handelspartner Frankrijk?

Beste meneer Eppink, u vreest dat de andere landen de: “Britten straffen om uittreding van andere EU-landen af te schrikken.” Zijn het niet de Britten zelf die zich hebben ‘gestraft’ door, als handel zo belangrijk is, met hun’gezonde verstand’ ervoor te kiezen de Europese Unie, het ‘interne markt-concept’, te verlaten? Een Unie waar zeven van hun tien belangrijkste handelspartners deel van uitmaken.

Arbeidsrechtenjurist: stem VVD!

Gisteren vroeg ik mij af of de VVD wel gelooft in de kracht van onze vrije democratische samenleving. Dit naar aanleiding van een passage in het VVD-verkiezingsprogramma. Iets verder in het verkiezingsprogramma wil de VVD bereiken dat meer mensen een vaste baan krijgen, werk moet zekerder worden. Een goed streven en:  “Daarvoor is nodig dat cao’s niet meer algemeen verbindend worden verklaard. Bedrijven die niet betrokken zijn bij de totstandkoming van een cao, vallen niet verplicht onder die cao. Dit geeft ruimte om zelf afspraken te maken over jouw contract,” aldus de VVD. Dit komt neer op het afschaffen van Collectieve Arbeidsovereenkomsten (CAO) en het breken van het kleine beetje macht dat vakbonden nog hebben. Dit is volgens de partij nodig: “ Want door starre wet- en regelgeving worden steeds minder vaste banen aangeboden.”

caoFoto: van ANP bij www.bnr.nl

Welke werkende kent zijn arbeidscontract en de onderliggende CAO tot in detail? Als er geen CAO meer is om op terug te vallen, moet over alle onderdelen in het contract worden onderhandeld. Welke werknemer is daartoe in staat? Wie is er voldoende juridisch onderlegd om een dergelijk gesprek met een bedrijf of instelling aan te gaan? En van diegenen die dat zijn, wie zou er hetzelfde resultaat als in een CAO uit kunnen slepen?  Welke horeca-medewerker met een MBO niveau drie diploma of universitair geschoolde natuurkundige kan dit? Wie beschikt er over voldoende juridische kennis, onderhandelingsvaardigheden en positie om hier een succes van te maken? Met positie bedoel ik dat er geen tien of meer anderen in de rij staan voor die baan.

Voor een werkzoekende die het zich kan veroorloven, kan een jurist arbeidsrechten wellicht uitkomst bieden. Die zorgt in ieder geval voor de juridische kennis en dan moet jezelf alleen de onderhandelingsvaardigheden (wellicht ook in te huren) en de positie hebben. Je kunt je dan afvragen hoe je binnenkomt als je een jurist en een onderhandelaar meeneemt naar je sollicitatiegesprek.

Zou dit werkelijk leiden tot meer vaste contracten? Wellicht wel. Want zou dat niet leiden tot ‘vaste’ contracten zonder zekerheid? Een beetje werkgever heeft een jurist arbeidsrechten in dienst of huurt deze in. In het overgrote deel van de gevallen zal dat voldoende zijn om een vast contract op te stellen dat zonder meerkosten voor de werkgever eenvoudig kan worden opgezegd. Brengt deze ‘flexibele wetgeving’ ook de door VVD gewenste werkzekerheid?

Oh ja, het zal ook leiden tot meer werk en wellicht vaste banen, voor juristen arbeidsrecht. Of zouden die als ZZP’er aan de slag gaan?

Collectieve energie

Neoliberalen en libertariers hebben een grenzenloos vertrouwen in de werking van de vrije markt. Bemoei je niet met de markt, laat iedereen zijn eigen belang najagen en dan krijg je het beste resultaat. Dat resultaat is het algemeen belang en dat is de optelling van die individuele belangen. Hieraan moest ik denken toen ik in de Volkskrant las dat stroomproducent Engie enkele gascentrales sluit. “Omdat het productieproces in gascentrales kostbaarder is dan dat van kolengestookte centrales raken die centrales steeds meer marktaandeel kwijt aan de meer vervuilende kolencentrales.” Schonere gascentrales worden gesloten en vervuilende kolencentrales blijven open?

cassidy

“Als we de ware functie van het prijsmechanisme willen begrijpen, moeten we dit zien als een (…) mechanisme waarmee informatie wordt gecommuniceerd. … Het wonder bestaat erin dat in het geval van schaarste van een bepaalde grondstof, zonder dat er een bevel wordt gegeven, zonder dat meer dan misschien een handvol mensen de oorzaak weet, tienduizenden mensen wier identiteit ook door maandenlang onderzoek niet achterhaald kan worden, ertoe worden aangezet deze grondstof of de hieruit vervaardigde producten spaarzamer te gaan gebruiken; dat wil zeggen dat ze zich in de goede richting bewegen.” Zo omschreef Friedrich Hayek, een van de grondleggers van dit denken, de werking van de vrije markt. In zijn boek Wat als de markt faalt?, waaruit dit citaat afkomstig is, noemt John Cassidy dit ‘het telecommunicatiesysteem van Hayek’. Dient de stroommarkt het algemeen belang?

De overheid is al actief, zij stimuleert de opwekking van duurzame vormen van elektriciteit (wind- en zonne-energie). Hayek zou foei zeggen en dat lijkt energiedeskundige Sjak Lomme te beamen als hij zegt dat dit de markt verstoort. Een verstoring die wel bijdraagt aan het algemene belang, minder vervuiling. Nu is het overschot aan stroom niet alleen een gevolg van de verstoring door zonne- en windenergie. Stroomproductie was tot het eind van de vorige eeuw een publieke taak. Lokale en provinciale energiebedrijven zorgden voor voldoende stroom voor hun inwoners. Onder neoliberale druk is op Europees niveau besloten er een markt van te maken waarop bedrijven met elkaar concurreren. Bedrijven die zoeken naar maximaal rendement. Als de verwachtingen zijn dat de vraag naar stroom groeit met bijvoorbeeld tien procent, dan gaan al die bedrijven bijbouwen. Ieder bedrijf wil het grootste deel van die groei krijgen en dat heeft tot gevolg dat de capaciteit met meer dan tien procent toeneemt. Er worden dus teveel centrales gebouwd. En omdat kolenstroom het goedkoopste in productie is, bouwen traditionele stroombedrijven kolencentrales want die leveren het meeste winst op. De stroombedrijven handelen op dezelfde manier als de Amerikaanse ziekenhuizen die de econoom Robert J. Gordon in zijn boek The Rise and Fall of American Growth beschrijft.

Engie handelt in het eigen belang, net als de andere stroomproducenten. Kolenstroom is goedkoper, dus produceren we die en maken we meer winst, logisch toch. Toch leidt dit najagen van het eigen belang niet tot het gewenste maatschappelijk belang, namelijk minder luchtvervuiling. Cassidy noemt dit rationele irrationaliteit: “Een situatie waarin handelen uit rationeel eigen belang op de markt tot resultaten die maatschappelijk gezien irrationeel en inferieur zijn.” De stroomproducent die het maatschappelijk belang najaagt en zijn kolencentrales sluit, ziet zijn winst verdampen en waarschijnlijk zijn klanten weglopen. Weglopen omdat hij een hogere prijs voor stroom moet rekenen dan de andere producenten. De producenten zitten gevangen in een prisoners dilemma.

In zijn boek geeft Cassidy een voorbeeld van zo’n dilemma. Een voorbeeld dat, heel toepasselijk, gaat over stroom en kolen. In dit voorbeeld strijden twee bedrijven A en B met een kolencentrale om de plaatselijke energiemarkt. Ze maken allebei jaarlijks 20 miljoen winst. In het stadje is echter verzet tegen de uitstoot van rook door de twee centrales. Dit leidt tot veel juridische procedures waardoor de winst daalt van 20 naar 10 miljoen. Nu maakt de techniek het mogelijk om de uitstoot van de rook te voorkomen. Het installeren van deze techniek verlaagt de winst van 20 naar 15 miljoen, maar de elektriciteitsprijs moet dan wat worden verhoogd.

Wat moeten de bedrijven doen, wat is de rationele keuze? Is dat de techniek te installeren, dat zorgt immers voor meer winst. Maar het ene bedrijf weet niet wat het andere doet. Als A het wel doet en B niet dan kan B tegen een lagere prijs leveren en zal daarmee een groter markt aandeel krijgen en dus meer winst maken. In het voorbeeld daalt dan de winst van A tot 5 miljoen en B maakt meer winst, 20 miljoen. Rationeel handelend vanuit hun eigen belang zouden beide bedrijven kiezen voor niet installeren. Je weet dat je winst 10 is en hebt kans op 20, terwijl je bij installeren weet dat je winst 5 bedraagt en je hebt kans op 15. Lijkt de werkelijkheid van de stroombedrijven niet sprekend op dit voorbeeld? Hoe uit dit dilemma te komen?

Een mogelijkheid. De betreffende bedrijven gaan met elkaar aan tafel zitten en spreken af om alleen kolencentrales te sluiten en ook welke. Hierdoor neemt de winstgevendheid van alle stroombedrijven af, maar verandert hun concurrentiepositie ten opzichte van elkaar niet. ‘Kartelvorming! Dan maken ze meteen afspraken om de stroomprijs te verhogen om de winst op peil te houden,’ hoor ik u roepen. Inderdaad, dat is een risico. Zou die tafel trouwens niet geleid kunnen worden door de overheid?

Willen we dat risico niet lopen dan moet de overheid optreden. Als kolenstroom goedkoper is dan gasstroom, zou dan het duurder maken van kolenstroom door extra belasting, niet ook kunnen helpen? Dan betaalt de vervuiler en is de kans groot dat kolencentrales sluiten omdat er minder kolenstroom wordt gekocht. Sluiting van kolencentrales kan ook worden afgedwongen door ‘kolenstroom’ te verbieden.

Of zou voortzetten van het stimuleren van zonne- en windenergie een oplossing kunnen zijn? Een overheid die individuen, groepen burgers en zelfs gemeenten stimuleert om selfsupporting te worden door ook flink te investeren in de ontwikkeling van elektriciteitsopslag. Individuen en collectieven die onafhankelijk worden van de markt. Maar wacht eens, lijkt dat niet op vroeger?

Recht op zelfbeschikking

Niet zo lang geleden nam de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel van D66 kamerlid Pia Dijkstra aan, dat van iedereen een orgaandonor maakt, behalve als je expliciet hebt aangegeven geen donor te willen zijn. Als de Eerste Kamer hier ook mee instemt dan wordt deze wet ingevoerd en komt er een einde aan het huidige systeem waarbij je aangeeft donor te willen zijn. Waar je eerst JA moest zeggen, moet je nu NEE zeggen. De initiatiefnemers van de wet hopen zo het tekort aan orgaandonoren op te lossen en wat te doen aan de jaarlijks hondervijftig mensen die overlijden omdat er niet tijdig een passend orgaan is.

orgaandonatieFoto: www.wijchensnieuws.nl

In Trouw breekt Joost Snellen, de directeur van het wetenschappelijk bureau van D66 een lans voor de nieuwe wet. Hij doet dit in reactie op een eerdere bijdrage van zijn collega Patrick van Schie van het wetenschappelijk bureau van de VVD in de Volkskrant. Een discussie tussen liberalen over het al dan niet liberaal zijn van de nieuwe wet. Daar gaat het mij niet om.

Waarom wel? Snellen verwijt Van Schie dat hij: “het recht op zelfbeschikking van meer dan duizend mensen op wachtlijsten, die door hun ziekte niet (goed) kunnen functioneren, buiten beschouwing,” laat. Het zelfbeschikkingsrecht met betrekking tot het individu betekent dat iemand zelf mag bepalen hoe hij zijn leven inricht. Hij hoeft zich hierbij niet te laten leiden door wat andere willen, denken, vragen of verlangen. Hij is hierin helemaal vrij. Hoe wordt het zelfbeschikkingsrecht van de mensen op de wachtlijst aangetast door het huidige systeem? Zijn zij niet even vrij als ieder ander om te doen wat zij willen binnen hun kunnen? Of is er iemand anders die over hun rechten beschikt?

Natuurlijk moet je het wel doen met lijf, leden en intellectuele vermogens die je ter beschikkig hebt. Die vormen je beperkingen en beperken je vermogens en functioneren. Zo kan ik wel de opvolger van Einstein willen zijn, als mijn hersens dat niet toelaten, dan zit dat er niet in. Ik kan wel sneller willen lopen dan Usain Bolt, als mijn gestel dat niet toelaat, heb ik pech. Dat een donororgaan de vermogens van de ontvanger vergroot, staat buiten kijf. Het zelfbeschikkingsrecht verandert er echter niet mee. Verwart Snellen niet ‘vermogens’ met ‘zelfbeschikking’?

Dat er mensen op de wachtlijst voor een orgaan overlijden is triest voor hen en hun nabestaanden. Daarom is de Ballonnendoorprikker ook donor geworden, van bloed, bij leven, en organen na zijn overlijden en hoopt hij dat iedereen dat gaat doen.

Karikaturale discussie

Als je je eigen standpunt kracht wil bijzetten en het ontbreekt je aan argumenten, dan kun je nog altijd een karikatuur maken van je tegenstrevers. De Amerikaanse verkiezingscampagnes staan er bol van. Ook student health economics, policy & law aan de Erasmus Universiteit Sebastiaan van Meggelen kan er wat van.

efficientieindezorg

Illustratie: medischeethiek.blogse.nl

In de Volkskrant zet hij zijn bezwaren tegen het afschaffen van de eigen bijdrage in de zorg uiteen. Zijn eerste en enige argument: “Zonder eigen risico wordt de zorg feitelijk gratis. Wanneer dit het beleid wordt, zullen wij in 2040 als land en als individu de helft (!) van ons inkomen uitgeven aan zorg, waar dat nu ongeveer 15 procent is.” Ik schreef er eergisteren ook over. 

Beste Sebastiaan, ook met eigen bijdrage zal in 2040 veel meer dan die vijftien procent aan zorg worden uitgegeven. Het aantal hulpbehoevenden zal stijgen en daarmee de kosten ervan. Dat meerdere zal iemand moeten betalen, of er moeten mensen afzien van zorg omdat ze de eigen bijdrage niet kunnen betalen. Je kunt je afvragen of zorg mijden verstandig is. De vraag is of we het grootste deel door de zorgbehoevenden laten betalen via een eigen bijdrage, wat erg cru is als je chronisch ziek bent, of dat ‘gezonden’ solidair zijn. Of er moeten echt goedkope, innovatieve manieren van zorg worden ontwikkeld. En een tweede of, en dat is ook een mogelijkheid, als er op een andere manier naar gezondheidszorg in de laatste levensfase wordt gekeken.

En Sebastiaan, ook zonder eigen bijdrage wordt de zorg niet gratis, zelfs niet feitelijk. Het enige wat er verandert is de financiering ervan. Daar valt het kleine beetje eigen bijdrage weg en wordt het deel dat uit premies en belastingen wordt betaald wat groter. En wie betalen die premies en belastingen?

Sebastiaan, daarna vlieg je uit de bocht en verwijt je je tegenstrevers iets wat ook voor je eigen standpunt geldt. Volgens jou betekent afschaffing van de eigen bijdrage: “… terug naar de jaren tachtig en negentig. Weet u nog, de tijd van het ziekenfonds en particuliere verzekeringen, waarin de rijken meer en betere zorg kregen dan Jan Modaal.”  Onstaat juist door die eigen bijdrage niet een tweedeling tussen degenen die het kunnen betalen en zorg blijven krijgen en degenen die het niet kunnen betalen en dus geen zorg krijgen? Net zoals uitgeklede verplichte basispakketten en aanvullende pakketten waarvoor vrij kan worden gekozen, tot een tweedeling leiden?

Sebastiaan, echt karikaturaal wordt het als je je tegenstrevers verwijt dat ze terug willen naar: “De tijd dat u, wanneer het budget van een ziekenhuis op was, tot het volgende jaar moest wachten voor uw behandeling, wat leidde tot wachtlijsten van hier tot Tokio.” Ook in het huidige systeem zijn er wachtlijsten. Wachtlijsten zijn geen gevolg van een eigen bijdrage, maar van organisatiekeuzes. Organisatiekeuzes kun je via financiële prikkels sturen. Alleen wat is het verband tussen een eigen bijdrage en deze organisatiekeuzes. Zou je niet ook zonder eigen bijdrage en marktwerking bedrijfsmatig, efficient en doelmatig kunnen werken en met marktwerking en eigen bijdrage verspillend zoals de Amerikaanse econoom Robert J. Gordon aantoont?  Ik hoop dat de Erasmus Universiteit je beter leert beargumenteren en nadenken dan op deze karikaturale manier.

Bestuurders en opvattingen

Bij ThePostOnline neemt Ralph Posset, Timothy Michael Kain de maat. Kain is de democratische vice-presidentskandidaat en is: “De man die een mogelijk doodzieke presidente Clinton zal opvolgen.” Nu heeft Clinton een longontsteking, maar ben je dan doodziek? Ja natuurlijk is ieder levend wezen doodziek. Het leven eindigt immers met de dood. Of je moet de dood als een tussenfase van het leven zien?

kain

Foto: www.bostonglobe.com

Volgens Posset heeft Kain nogal vreemde opvatting: En hij heeft vooral ook vreemde opvattingen over zijn opvattingen. Zo is hij fel gekant tegen de doodstraf. Wat hem als toenmalige gouverneur voor Virginia dan weer niet belette om 11 maal in te stemmen met dodelijke executies in zijn staat. Dat is toch alsof een vegetariër wel gaat jagen op wild maar de geschoten dieren vervolgens niet eet vanwege zijn overtuiging. Hij is tegen abortus maar wil geen wetgeving die het aborteren verbiedt. Verder is hij tegen het homohuwelijk. Voor Nederlandse begrippen zeker geen progressieve geest.” Is de opvatting van Kain over zijn opvattingen wel zo vreemd?

Als gouverneur staat hij aan het hoofd van de uitvoerende macht in een staat. En als, volgens de geldende wet, bij die uitvoering het instemmen met een uitkomst van een rechtsgang hoort, is het dan zo vreemd dat hij instemt? Natuurlijk kan hij als goeverneur wel een voorstel tot wijziging van de wet indienen en zich daarvoor hard maken. Zou het niet vreemder zijn als hij, tot die tijd, die wet aan zijn laars lapte omdat het niet strookt met zijn opvattingen? Wat als rechters gaan weigeren om scheidingen uit te spreken omdat scheiden volgens hun geloof niet mag? Wat is het recht waard als ieders persoonlijke opvattingen domineren?

Waarom moet iemand die tegen bijvoorbeeld abortus is, voor een wet tegen abortus zijn? Waarom moet iemand met dergelijke opvattingen wetgeving op deze gebieden nastreven? Getuigt het niet juist van tollerantie en van een liberale inslag als iemand zijn persoonlijke opvattingen voor zichzelf laat en anderen de ruimte geeft om er andere op na te houden? Een wet die abortus mogelijk maakt, beperkt Kain niet in zijn daden. Een wet die abortus verbiedt, belemmert voorstanders van abortus wel in hun daden.

Maakt een dergelijk flexibele en vooral liberale geest Kain niet uitermate geschikt voor een bestuursfunctie?

Logica

Op de opiniesite Joop reageert Tweede Kamerlid Selçuk Öztürk op een artikel van Joopcolumnist Han van der Horst. Onderwerp van hun meningsverschil is een wetsvoorstel van PvdA-kamerlid Yücel. Als dat wetsvoorstel wordt aangenomen dan moeten ondernemingen verantwoording afleggen aan de ondernemingsraad over het beleid dat ze hebben gevoerd om gelijke beloning tussen mannen en vrouwen te bevorderen. Öztürk heeft een amendement ingediend om die verantwoording te verbreden naar de afkomst van mensen. Volgens Van der Horst is dit: “extreem gevaarlijk.” 

logica

Illustratie: slides.com

Het gaat mij niet om het al dan niet gevaarlijk zijn van ‘etnische registratie’ door bedrijven. Het gaat mij om de logica achter het argument van Öztürk. Of eigenlijk het gebrek aan logica.  “Als men het geheel intersectioneel benadert zou een vrouw met een migrantenachtergrond dubbel benadeeld kunnen worden in haar loon: vanwege haar geslacht en vanwege haar afkomst,” stelt Öztürk. Klopt die redenering wel? Iedere werknemer in een bedrijf is man of vrouw, meer smaken zijn er niet (of is ‘onzijdig’ er ook? Dan is er een derde smaak). Als het doel van de wet is om ervoor te zorgen dat mensen die hetzelfde werk doen een gelijke beloning te laten krijgen, dan is het vergelijken van mannen en vrouwen meer dan voldoende. Alle werknemers vallen immers in die onderverdeling. Als er beloningsverschillen bij gelijk werk zijn, dan komen die zo naar boven.

Met dat naar boven komen verandert er echter niets en daar zit de zwakte van de wet.  Een ondernemingsraad moet instemmen met belonings- en functiewaarderingssystemen. Vervolgens gaat de leiding van het bedrijf aan de slag en is de rol van de Ondernemingsraad uitgespeeld. Welke ‘macht’ heeft de ondernemingsraad om op te treden en de bedrijfsleiding te dwingen zich aan het vastgestelde beleid te houden? Een Ondernemingsraad is geen parlement. Wie garandeert trouwens dat een ondernemingsraad de door de wetgever gewenste richting ondersteunt?

De directie moet afwijkingen in een jaarverslag motiveren. Is dat niet heel makkelijk? Je hoeft slechts te verwijzen naar de ‘kwaliteiten’ of een gebrek eraan van medewerkers. Beoordeling is altijd subjectief en gebeurt door … de bedrijfsleiding.

Sterker nog, zelfs het onderscheid ‘man’ versus ‘vrouw’ is overbodig. Het is voldoende om te kijken of de vervullers van eenzelfde functie gelijk worden beloond. Alle ongelijkheid in beoordeling wordt zo duidelijk. Maar ook zo verandert er niets, want nog steeds is er niemand die iets kan afdwingen.

Geheime complotten

Complotten, samenzweringen veel mensen zien ze overal. In Nederland is het ‘geloof in een links complot’ groot. Onderzoeker Robert Grimes heeft onderzoek gedaan naar complotten en vooral naar hun houdbaarheid.

complotIllustratie: complotdenken.wordpress.com

Geheel volgens verwachting vraagt een complot dat lang verborgen moet blijven om weinig mensen die ervan weten. Wil je dat je geheim vijf jaar houdt, dan moet je het aan niet meer dan 2.531 mensen vertellen. Bij een geheim dat het honderd jaar moet uithouden, moeten niet meer dan 125 mensen betrokken zijn. Grimes komt tot deze cijfers op basis van populaire voorbeelden zoals de maanlanding.

Ik moest aan dit onderzoek denken toen ik las dat in Turkije weer 50.000 ambtenaren op non actief waren gezet vanwege de mislukte staatsgreep van juli. Daarmee zijn er in totaal al 130.000 ambtenaren ontslagen en zijn hun diploma’s ingenomen. En dan betreft het nog alleen maar ambtenaren en alleen maar in Turkije. In de beeldvorming in de media lijkt het alsof de Turkse regering iedere ‘aanhanger’ van Gülen verdenkt van betrokkenheid. Dan hebben we het over miljoenen mensen.

Als je zoveel mensen ontslaat en van alles uitsluit, dan moet je toch enig bewijs tegen ieder van hen hebben.Zoveel mensen die ‘betrokken’ zouden zijn bij de couppoging. En een coup pleeg je niet van vandaag op morgen, die vraagt om een flinke voorbereidingstijd dan kom je er niet met een weekje. Zeker niet met zoveel mensen die erbij betrokken zijn.

Gezien het grote aantal betrokken mensen komt de vraag op hoe het komt dat er uberhaupt een coup is gepleegd? Had die niet al uitgelekt moeten zijn voordat hij plaatsvond? Wellicht is de coup uitgelekt voordat hij plaatsvond en heeft de Turkse regering hem plaatslaten vinden om nu de teugels aan te trekken?

Nee, dat is denken in complotten. Want zouden er ook bij dat complot zouden niet zoveel mensen betrokken moeten zijn, dat het, volgens het onderzoek van Grimes, al zo ongeveer uit had moeten komen?

Trouw aan een land

Bij The PostOnline bekritiseert columnist Ralph Posset cultuurhistoricus en oud-hoogleraar Gerard Rooijakkers. Volgens Rooijakkers zorgen de sterke familiebanden ervoor dat Turken loyaal blijven aan Turkije. Volgens Posset is dit: “een absoluut kulargument. Je bent niet trouw aan een land dat in jouw ogen slecht voor jouw familie zorgt. … Het heeft er alles mee te maken dat men wel met voeten in de Nederlandse klei staat maar dat hun hart nog steeds klopt voor het Ottomaanse rijk.”  Een land dat je familie slecht behandelt, is je trouw niet waard. Een interessante redenering van Posset.

trouw aan je land

Illustratie: www.considerati.com

Laten we eens met de redenering van Posset naar de Nederlandse situatie kijken. Als een land slecht slecht voor jou en de familie zorgt, dan verdient dat land je trouw niet. Zou het kunnen dat velen die in dit land ‘allochtoon’ worden genoemd en zo met woorden buiten de samenleving worden gezet, niet zo’n warme band hebben met Nederland? Als je steeds te horen krijgt dat er nog iets schort aan je ‘inburgering’. Als je steeds wordt aangesproken op, en je moet distantiëren van het gedrag van anderen die tot ‘dezelfde groep’ behoren. Als je als groep en probleem wordt gezien en niet als individu. Zou je dan de indruk kunnen krijgen dat dat land ‘slecht voor je zorgt’? Zou je je dan af kunnen vragen of dat land je ‘trouw’ wel waard is?

Zou het dan kunnen dat je hart meer klopt voor een land dat jij ooit hebt verlaten? Of zelfs een land dat je ouders of grootouders ooit hebben verlaten? Een land dat je alleen maar kent van die jaarlijkse vakantie als iedereen blij is elkaar weer te zien en alles leuk lijkt. Een land dat je verder kent van de televisiezenders uit dat land. Televisiezenders die, net als de Nederlandse, een vertekend beeld van de werkelijkheid geven. Een land dat je hierdoor warmere gevoelens bezorgt dan het land waar je woont.

Zou de redenering van Posset, dat een land dat slecht voor je is, je trouw niet waard is, een kern van waarheid bevatten? Met dat verschil dat het land niet Turkije is, in het voorbeeld van Posset, maar Nederland?

Vooruitgang

Op het moment van schrijven van deze prikker, moet het nog beginnen. Het leukste festival van de wereld, oké ik overdrijf, van Venlo en omstreken. Het gratis toegankelijke vier dagen durende Zomerparkfeest in het Julianapark. Vier dagen met muziek, theater, literatuur, cabaret en nog veel meer. Een festival georganiseerd door een hele grote groep vrijwilligers. Het festival wordt dit jaar voor de veertigste keer georganiseerd.

ZomerparkfeestIllustratie: www.zomerparkfeest.nl

Dit jaar ook weer een gevarieerd programma. Voor de tieners komen bijvoorbeeld Ronnie Flex en Lil’ Kleine. Voor de oude punkers komt The Gang of Four, al komen ze met maar één lid van de orginele bezetting. Jeff Mills treedt op met de Philharmonie Zuid Nederland. En ik verheug me, sinds gisteravond, op Andy Frasco. Alleen als je dit leest, kun je hem al niet meer zien. Hij trad donderdagavond op. Sinds gisteren omdat woensdagavond de speciale vriendenavond was en daar zagen we Andy al als een klein voorproefje. Voor een klein bedrag van vijfendertig euro ben je vriend en steun je het festival. Steun die nodig is omdat het weer het soms laat afweten en dan de belangrijkste inkomstenbron (de drankconsumptie) tegenvalt.

Mijn eerste bezoek dateert van de jaren tachtig toen de legendarische post-punkband The Sound optrad. In al die jaren is er veel veranderd. Daar waar het podium die eerste keer bestond uit een oplegger, is het nu een groot en mooi vormgegeven geheel aangevuld met diverse kleinere podia in de openlucht en mooie tenten. En daar waar in de jaren tachtig de Venlose goegemeente het Zomerparkfeest meewarig bekeek en het publiek vooral uit ‘alternatieve’ jongelui bestond, zit het festival nu in de harten van jong en oud.

Al denk ik ook met weemoed terug aan die ‘goeie ouwe tijd’ toen ik nog jong was. Het park was toen nog geheel open en je kon het festivalterrein van alle kanten oplopen. Die openheid had en gaf charme. Nu is het park omzoomd door hoge hekken en is er slechts één ingang. Hekken nodig voor de veiligheid van spullen en mensen, al had ik niet het idee dat dit bij het Zomerparkfeest ooit een probleem was. Zou het tegenwoordig nog kunnen, zo’n open terrein? Kunnen wellicht wel, maar mogen niet. Regelgeving en voorwaarden van verzekeraars en  vergunningverleners maken dat onmogelijk. Misschien is het veiliger, maar of het ook vooruitgang is?

Voor nu genieten van  het programma en praatjes met oude bekenden en minder bekenden.