Zwarte Piet fundamentalisme

Beste George Arakel,

Met veel belangstelling heb ik uw artikel bij Joop met als titel Vijf feiten die aantonen dat Zwarte Piet racistisch is’ gelezen. Laat ik ook even voorop stellen dat het voor mij niets uitmaakt welke kleur Piet heeft. Het valt me trouwens op dat het vooral een discussie is tussen mensen die niet meer in Sinterklaas geloven, maar wel ‘geloven’ in Zwarte Piet. De ene kant gelooft dat Piet zwart moet zijn en de andere kant dat Piet racistisch is omdat hij zwart is. Een geloof dat van beide kanten fundamentalistische karaktertrekken vertoont. Nee, het gaat mij om de vijf ‘feiten’ die voor u het racistische karakter van Zwarte Piet aantonen.

Uw eerste ‘feit’ is een blanke, als Zwarte Piet verklede, mevrouw die met een Surinaams accent praat. Voor u bewijst dit het koloniale en racistische verleden van Piet. Ik zie er even vanaf dat er ook blanke Surinamers zijn die ‘met een Surinaams accent’ spreken. Het gaat mij erom dat u een algemene conclusie trekt uit één voorbeeld. Is dat wel verantwoord? Bewijst dit dat de eerste Piet ook met een dergelijk accent sprak? Nu ben ik in mijn leven ook Zwarte Pieten tegen gekomen die gewoon Nederlands spraken of zelfs het mooie Venlose dialect. Dat zou dus ook kunnen betekenen dat Piet een Nederlander of zelfs ‘unne Venlonaer’ is. Gaat u hier niet te kort door de bocht?

Uw tweede ‘feit’ zijn de neo-nazi’s die: “met hart en ziel Zwarte Piet verdedigen en dat als gelegenheid gebruiken om allochtonen en, vooral, zwarte mensen verbaal en fysiek aan te vallen.” Daarom moet Zwarte Piet wel koloniaal en racistisch zijn, zo betoogt u, want neo-nazi’s zetten hem als instrument in. Zijn de valse noten van een slecht saxofonist dan ook de verantwoordelijkheid van het instrument?

Er worden aan de lopende band donkere mensen voor Zwarte Piet uitgemaakt,” uw derde feit. Dat mensen iemand voor ‘Zwarte Piet’ uitmaken, zegt iets over die mensen, niet over Zwarte Piet. Marokkanen maken, als ik het mag geloven, blanke Nederlanders ‘aan de lopende band’ uit voor kaas, ook een vorm van racistisch profileren. Betekent dat dan ook dat een kaas racistisch is?

Bij uw vierde feit combineert u het laatste feit met het knechtschap van Piet: “Want feitelijk worden donkere mensen dan uitgemaakt voor knecht, en laat dat nou iets uit de geschiedenis zijn.” Wist u dat het verleden ook zeer veel blanke knechten kende? Honderd jaar geleden had iedere boer en niet alleen een boer, knechten en ‘dienstmeisjes’ in de vrouwelijke vorm.

Als laatste ‘feit’ de weigering om een zwarte Sinterklaas toe te laten. Zegt dat niet veeleer iets over de overspannen reacties van de overheid? Overspannen reacties gebaseerd op juist die ‘fundamentalistische gelovigen van beide kanten?

Als uw ‘feiten’ al iets aantonen, zou het dan niet juist die overspannenheid zijn? Overspannenheid die het belemmert om feit van fictie te onderscheiden, die het denken belemmert?

Fabeltjeskrant-wetenschap?

Bij De Correspondent las ik een week geleden een artikel van Rufus Kain. In de titel van het artikel stelde hij  de centrale vraag: “Waarom wereldmuziek een vorm van westerse geschiedvervalsing is.” ‘Witte’ westerse muzikanten die iets overnemen uit andere landen en culturen en er succes mee hebben worden onderdeel van de popmuziek, de ‘originele’ muzikant zit in het bakje wereldmuziek en blijft onbekend.

In het artikel behandeld hij bubbling als voorbeeld. Een uitvinding van twee muzikanten van Antilliaans afkomst uit Den Haag die niemand kent. “Bubbling is een van de hoekstenen van dancemuziek. Hardwell, jaren Nederlands nummer-één-dj, begon bij bubbling. Wereldhits van Major Lazer zijn er ook op gebaseerd. De bubblingbeat is nu Nederlands trots, maar de Antilliaanse bedenkers ervan zijn na 25 jaar nog onbekend bij het grote publiek. We nemen hun stijl over én distantiëren ons van ze.” 

fabeltjeskrantIllustratie: Mediasmarties

In gesprek met de lezers kwam al snel het begrip ‘cultural appropriation’ of wel culturele toe-eigening, voorbij waarover ik al eerder schreef. In het verdere verloop van het gesprek gaf Kain aan dat het zijn uitdaging was om: “wereldmuziek, bubbling en westerse geschiedvervalsing samenbrengen in één essay.” Westerse Geschiedvervalsing? Hoezo? Wie geeft er bewust een verkeerde voorstelling van zaken? Wikipedia levert alle informatie over de geschiedenis van bubbling, zelfs meer dan Kain.

Het komt wel vaker voor dat ontdekkers onbekend zijn bij mensen, zo kent vrijwel iedereen Marc Zuckerberg of Page en Brin van Google. Wat niemand weet is dat zij zonder Tim Berners-Lee niets hadden bereikt. Berners-Lee is de grondlegger van het wereldwijde web en hij is er niet rijk mee geworden. Dat de meeste mensen dit niet weten en de uitvinders van bubbling niet kennen, is dat geschiedvervalsing? Het is hooguit onwetendheid. Als Hardwell beweerde en ermee wegkwam dat hij bubbling of Elvis dat hij de Rock & Roll uitvond, dat zou geschiedvervalsing zijn.

Het artikel en het gesprek met Kain gaf mij het gevoel dat het niet zozeer ging om de uitvinders van bubbling te eren of een les muziekgeschiedenis te geven. Maar het lijkt er meer op dat er iets moet worden ‘bewezen’. Dat ‘iets’ is een vooropgezette plan van de ‘witte westerse (liefst boze) man’ om de wereld te domineren.

Dit gevoel werd nog versterkt toen ik ook bij De Correspondent een artikel las van Malique Mohamud: “de (linkse) liberalen stellen de verkeerde vragen. Waarom hebben we het niet over de oorzaken? Waar is het historische besef? Waar is de koloniale geschiedenis? En wat is de historische context van onze economische welvaart? Waarom concentreert die zich bij een minderheid?” Volgens Mohamud kostte “Het gebrek aan historische kennis en gevoel voor causaliteit (…) Hillary Clinton en daarmee de Democraten de verkiezing.”

Ja, waarom concentreert welvaart zich bij een minderheid? Daar zijn in het verleden al aardig wat boeken over geschreven. Karl Marx gaf hier in zijn belangrijkste werk Daß Kapital een goede verklaring voor. Recenter gaf Thomas Piketty in zijn boek Kapitaal in de eenentwintigste eeuw en Joseph Stiglitz in zijn boek The Price of Inequality er er ook een hele goede verklaring voor.

Alleen krijg ik het gevoel dat Mohamud bedoelt dat de welvaart bij weer die ‘witte (boze) man’ terecht is gekomen. De titel van zijn artikel (Hoe we de angsten van witte mensen serieus kunnen nemen) maakt dit in ieder geval heel plausibel. Waar komt toch het generaliserende beeld vandaan dat ‘witte mensen’ boos en bang zijn? De antwoorden op de vragen die ‘(linkse) liberalen’ niet stellen, moeten onderbouwen dat er een vooropgezet plan is van de ‘witte westerse (alweer boze) man’ om de wereld te exploiteren? Als dat plan er zou zijn, hoe komt het dan dat veel van die ‘witte mannen’ niet tot de minderheid behoren waar de welvaart zich concentreert? En waar komt die groep ‘zwarte (blije) mannen’ vandaan is die in welvaart leven? Of zijn dat alleen maar ‘excuustruussen’?

Mohamud en Kain haken aan bij het denken over de ‘witte onschuld’ van Gloria Wekker zoals zij dat in het begin van dit jaar bij De Correspondent uiteenzette; het denken dat ook Sunny Bergman in haar greep heeft zoals ik vorige week schreef. Is dit denken niet een mening of een redenering, aangezien een deugdelijke onderbouwing wordt niet geleverd? Wekker verwijst in haar Correspondent-artikel naar het ‘cultureel archief’ van Edward Said waarmee West-Europese landen: “de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.” Waar is dat ‘bijna zeshonderd jaar oude Risk-opdrachtkaartje’, waarover ik eerder schreef, waaruit dit blijkt? Er wordt onderling verwezen naar elkaars mening, maar hiervoor geldt niet dat iets ‘waar’ of ‘feit’ wordt als je het maar vaak genoeg herhaald. Het krijgt pas gewicht als het wordt onderbouwd met documenten en bronnen die aantonen dat er sprake is van een vooropgezet plan van die ‘witte man’. Een plan dat tevens een ‘paragraaf’ bevat over hoe dit bij alle ‘witte mannen’ wordt ingeplant.

Dat er in Nederland te weinig aandacht wordt besteed aan het verleden, in het bijzonder het verleden van gekleurde Nederlanders, zal ik als historicus niet ontkennen, dit moet evenwichtiger. Die lacune wordt niet opgelost door er ongefundeerd op los te theoretiseren zonder een degelijke bodem. Peter Sloterdijk beschrijft het treffend in zijn boek Het Kristalpaleis uit 2006 (orginele Duitse uitgave is van 2004). Ook Sloterdijk erkent dat een meer ‘symetrisch wereldbeeld’ zoals hij het noemt nodig is. Het schiet echter te ver door als: ”Men (…) intussen zo vrij (is) om te stellen dat de Europeanen in oktober 1492 door Caribische inboorlingen ontdekt werden. Voor de bedroefde ontdekkers bleek het voortaan raadzaam om gegevens te verzamelen ter bestudering van hun bezoekers; deze archieven hoeven alleen nog geëvalueerd te worden.”

Is het denken van Kain, Mohamud, Wekker en Bergman  niet een vorm van fabuleren? Fabuleren dat leidt tot een pseudo-wetenschappelijke Fabeltjeskrant, een schadelijke Fabeltjeskrant omdat hij ‘witte boze mannen’ zelf creëert? Fabuleren met een tweede kwalijke kant, de ontkenning of zelfs maar twijfel eraan wordt door de aanhangers ervan gezien als een bevestiging ervan, de ontkenner/twijfelaar leidt immers aan ‘witte superioriteit’. Is het daarmee niet op twee manieren een gevaarlijke self fulfilling prophecy?

Wer ist das Volk?

“De bevolking is blijkbaar slimmer dan de journalisten.” De reactie van Jos van Rey, in Dagblad de Limburger op de uitverkiezing van Trump tot president van Amerika. Hij is niet de enige die zich op een dergelijke manier uitlaat. Volgens Wilders is het volk het zat, het wil verandering en heeft daarom Trump gekozen. Dergelijke leuzen zijn populair en je hoort ze na iedere verkiezing. Je hoort ze niet alleen van politici, ook ‘duiders’ en journalisten bezigen ze. “De Amerikaanse kiezers hebben ook de heersende progressieve media in Amerika en Europa weggestemd,” zo schrijft Afshin Ellian  bij Elsevier. De Nederlandse partijen die in maart zetels winnen, zullen iets soortgelijks roepen. Ook uitslagen van referenda, zoals over de Europese grondwet en het Oekraïne-verdrag, worden op verschillende manieren geduid. ‘Het volk wil minder Europa, is tegen de EU, is tegen de elite.’

loesje

Illustratie: https://www.loesje.nl/posters/nijmegen-1111_2/

Zijn dergelijke interpretaties wel correct? Inderdaad is Trump verkozen tot president van de Verenigde Staten, dat kan niemand ontkennen.  De uitslag laat zien dat een minderheid van de mensen die is komen stemmen, op Trump heeft gestemd. Clinton kreeg meer stemmen, maar ook minder dan de helft.

Gaat het dan niet wat te ver om dan te zeggen dat ‘het volk’ iets wil? Bestaat het volk alleen maar uit de mensen die op de winnaar van de verkiezingen hebben gestemd? Horen in dit geval diegenen die niet op Trump hebben gestemd dan niet bij het volk? Om een beroemde Oost-Duitse spreuk uit 1989 wat te verbasteren: ‘Wer ist daß Volk?’

Doet zo’n versimpeling wel recht aan de verkiezingsuitslag? In Nederland kreeg minister Asscher de afgelopen week de wind van voren. In de ‘Zwarte Pieten-discussie’ had hij het gewaagd te zeggen dat de meerderheid van tachtig procent die Piet zwart wil laten, rekening moest houden met de gevoelens van de minderheid. ‘Democratie is toch de meerderheid beslist’, zo wordt hem tegen geworpen. Een zelfde soort versimpeling.

Het vreemde is dat dezelfde mensen die onze democratie zo smal uitleggen, de grootste criticasters zijn van de Turkse president. Die is gekozen door een meerderheid van de Turkse kiezers en houdt ook geen rekening met de gevoelens en wensen van de minderheid. Sterker nog, hij sluit ze op en als het hem lukt om de doodstraf weer in te voeren, dan moet de minderheid voor het leven vrezen.

Zouden onze ‘smalle democraten’ leiden aan een dissociatieve identiteitsstoornis?

Europese ‘Risk opdracht’

“West-Europese landen hebben eeuwen deelgehad aan een algemeen Europees ethos – een ‘cultureel archief,’ zoals Edward Said het noemt in zijn boek. Lees hier Edward Saids boek. Culture and Imperialism (1993) – waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.” Een zin uit een artikel van Gloria Wekker bij de Correspondent van begin dit jaar, waaraan ik een artikel wijdde. ‘Oud nieuws’ dat weer actueel werd toen ik voor het schrijven van mijn brief aan Sunny Bergman Wekkers artikel nog eens las.

riskFoto: eBay

Begin dit jaar legde ik hier de link naar het imperialisme, het bouwen van grote rijken. Iets wat niet specifiek Europees is. Nu viel me iets anders op in deze zin. Europese landen ‘die de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en volkeren te onderwerpen’. Waaruit blijkt dat dit ‘een plicht’ was?

Dat West-Europeanen de wereldzeeën bevoeren, valt niet te ontkennen. Dat hierbij gebieden onder Spaanse, Portugese, Hollandse, Engelse, Franse controle werden gebracht evenmin. Avonturiers en handelslieden uit de genoemde landen, gingen op zoek naar de bron van ‘Oosterse’ producten. Dat deden zij waarschijnlijk om minder afhankelijk te zijn van Italiaanse steden die de handel tot die tijd domineerden als laatste schakel in de ‘zijderoute’. Zij wilden de ‘tussenpersoon’ uitschakelen en zelf meer winst maken.

Belangrijke voorwaarde voor dit zoeken van een andere route naar Indië en China, was het geloof (dat een feit is geworden) dat de aarde rond was, zo beweert de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in zijn boek Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering. Volgens Sloterdijk ligt de periode van globalisering achter ons. Voor Sloterdijk is globalisering het in kaart brengen en verbinden van de gehele wereld. Een proces onder Europese dominantie. Die periode begon met de tocht van Columbus in 1492 en eindigde in 1945. De hele wereld was immers ontsloten en de Europese dominantie beëindigd.

Redenerend vanuit het heden, zou je, zoals Wekker doet, kunnen beweren dat de Europeanen een op een plan gebaseerde plicht hadden om de volkeren te onderwerpen. Wil er werkelijk sprake zijn van plan en plicht, dan moet er ergens een bijna zeshonderdjarig ‘Risk-opdrachtkaartje’ opduiken dat ondertekend is door alle toenmalige Europese heersers met een verhaal dat alle Europeanen moest inspireren. Sloterdijk hierover: “op geen enkel moment is er zoiets geweest als een gemeenschappelijk plan voor een Europese verovering van de wereld, zodat er in actu ook nooit behoefte is geweest aan een gecentraliseerd inspirerend verhaal over het handelen van een veroverend collectief.” 

Wekker lijkt de geschiedenis aan te willen passen aan haar huidige mening over het heden. Totdat het ‘risk opdrachtkaartje er is, hou ik me vast aan Sloterdijk.

Beste Sunny Bergman

Ik heb u hoog zitten als documentairemaakster. Uw werk raakt de tijdgeest en roept op tot discussie en gesprek omdat het een vaak andere invalshoeken biedt om naar zaken te kijken. Waarschijnlijk trekt mij dat, omdat ook ík zoek naar andere invalshoeken, omdat alternatieven en het gesprek erover ons verder helpen. Na het lezen van de ingekorte versie van uw Van der Leeuwlezing in de Volkskrant moet mij echter iets van het hart.

Ik mis in uw lezing de uitnodiging om het gesprek aan te gaan. Ik zal u proberen uit te leggen waarom. Ik krijg uit uw betoog namelijk het gevoel dat het niet uitmaakt wat ik zeg of inbreng. Wat ik zeg zult u, zo maak ik uit uw betoog op, altijd als een bevestiging van uw gelijk opvatten. Enkele voorbeelden.

handen

foto: Regina Coeli

Als ik zeg dat ik, in tegenstelling tot wat u schrijft, als blanke (volgens u witte), hoogopgeleide man, mijzelf niet als fragiel zie en als wel behorende tot een raciale categorie, dan loop ik het risico dat u zult antwoorden dat ik door zo te reageren blijk geef van ‘boosheid en verontwaardiging’, dat ik mij aangevallen voel omdat ik word beschuldigd van racisme en dat zijn nu precies de kenmerken van ‘white fragility’ dat u leent van Robin DiAngelo.

Het begrip ‘witte superioriteit’ dat u leent van Gloria Wekker. Ik beken, ik vind menig Wildersaanhanger ‘dom’, maar dat heb ik ook met VVD’ers, GroenLinksers, PvdA’ers, CDA’ers enzovoorts. Die opvatting baseer ik niet op hun politieke voorkeur, maar op de manier waarop ze hun meningen, plannen en opvattingen onderbouwen. Als iemand op een vraag op onderbouwing antwoordt: ‘dat heb ik gelezen op Facebook’ of ‘dat heeft …. gezegd’ of nog platter: ‘dat vind ik gewoon’, dan houdt het voor mij op. Als politieke partijen bijvoorbeeld het vluchtelingenprobleem willen oplossen via opvang in de regio en daarbij helemaal voorbij gaan aan het probleem van de vluchteling, dan houdt het op. Betekent dat meteen dat ik mezelf superieur vind en het daardoor moeilijker vind om mijn ‘witte’ superioriteit’ te onderzoeken?

Dan de vraag of ik ‘witte superioriteit’ heb, als ik het zo tenminste goed omschrijf? Heb je het, lijdt je eraan of wordt je erdoor verblind? Ik ben er in ieder geval nooit van uitgegaan dat ik wel die ‘neutrale scheidsrechter’ kon spelen. Ik identificeer mij en Nederland niet met een zelfbeeld van ‘klein, onschuldig land’. Als historicus ben ik me er terdege van bewust dat er in het verleden verschrikkelijke zaken gebeurden en dat ook mensen die uit het gebied dat nu Nederland heet, zich daaraan schuldig hebben gemaakt. Slavernij is echter geen blanke uitvinding. Het is een menselijke uitvinding waaraan alle kleuren mensen zich schuldig maakten en het slachtoffer van waren. Ik weet niet of u nog weet van het Europese feodale stelsel, een stelsel met vele horigen en dat is een andere naam voor ‘slaaf’. Zo waren er ook vele blanke slaven in de Arabische wereld en werden vele donkere mensen door andere donkere mensen gevangen of ontvoerd en tot slaaf gemaakt. Ik weiger echter om de complexiteit van het verleden te vereenvoudigen tot ‘zwart’ tegen ‘wit’ met ‘wit’ als bij voorbaat fout. Want dat is wat ik proef in het denken van u en Gloria Wekker.

Ik weiger mee te gaan in een dergelijke, zoals ik het zie, oversimplificering van de werkelijkheid. In een artikel bij de Correspondent zette Gloria Wekker haar denken begin dit jaar uiteen en in een reactie daarop heb ik mijn vragen erbij verwoord. Dat mensen mensen bevoordelen die veel op hen lijken, is niet iets wat alleen licht gekleurde mensen hebben. Denk maar eens aan de donker gekleurden die over hun kleurgenoten spreken als ‘brothers en sisters’. Dergelijk taalgebruik sluit ook mensen uit. Dat bevoordelen soms te ver gaat en tot discriminatie leidt, daar ben ik me terdege van bewust. Daarvoor wil ik mijn ogen niet sluiten en daar wil ik tegen strijden. In die strijd kunnen we ons vinden, maar niet als dat betekent dat ik mee moet in het denken van u en Wekker. Dat weiger ik. Ik weiger om, u te citeren, te: “accepteren dat we in mindere of meerdere mate gesocialiseerd zijn met witte superioriteit,” en dat wij ‘witte mensen’ dat moeten accepteren. Al denk ik dat dit u waarschijnlijk zal bevestigen in uw denken. Want net als het zetten van kanttekeningen bij  ‘white fragility’ zal ook het stellen van vragen en het ter discussie stellen van ‘witte suprematie’ worden gezien als een bevestiging van het hebben van, lijden aan of verblind zijn door die ‘witte suprematie’.

Mocht ik het mis hebben en u wilt toch het gesprek aangaan, neem contact met mij op.

Met vriendelijke groet,

de Ballonnendoorprikker

Inburgeringsexamen

“De zus van Arend heeft al twee jaar een nieuwe vriend. Ze nodigt Arend uit om te komen eten. Arend vindt dat mensen die een relatie hebben ook moeten trouwen. Wat doet hij” De eerste vraag uit een oefenexamen inburgering. Een vraag uit de categorie ‘omgangsvormen, waarden en normen’. Dat moet Arend zelf weten, zou ik denken en antwoorden.

DEN HAAG-INBURGERING-ADVIES

Foto: nos.nl

Helaas kan een inburgeraar dat niet kiezen. Er moet gekozen worden uit: “ a. Hij zegt tegen zijn zus dat hij niet komt eten. b. Hij stuurt zijn zus een e-mail waarin hij vraagt waarom ze niet getrouwd is. c. Hij neemt de uitnodiging aan.” Welk antwoord is goed? Ze kunnen allemaal en er zijn er nog veel meer mogelijk. In plaats van mailen kun je ook bellen en het via de telefoon vertellen. Of niet gaan en aan haar uitleggen waarom niet.

Iets verder onder het kopje ‘gezondheid en gezondheidszorg. “Yasmines moeder is zo vergeetachtig dat ze niet meer voor zichzelf kan zorgen. Wat doet Yasmine?” Weer drie mogelijkheden: “a. Ze geeft haar moeder haar logeerkamer. b. Ze probeert een plaats voor haar moeder te vinden in een verzorgingshuis. c. Ze probeert haar moeder op te laten nemen in het ziekenhuis.” Yasmine zou voor b moeten kiezen, maar wellicht denken de zorgverzekeraar en de gemeente daar anders over. Als Yasmine voor a kiest, scheelt dat hen een hele hoop geld. Yasmine zou zelfs a en b tegelijk kunnen doen. Dus zoeken naar een plek in een verzorgingshuis en om de tijd te overbruggen haar moeder de logeerkamer aanbieden.

Even verderop is Yasmine secretaresse (waarom Yasmine en niet Arend?) die een brief af moet krijgen en last heeft van een collegaatje dat steeds door haar dochter wordt gebeld waardoor Yasmine zich niet kan concentreren. Wat moet ze doen? “a. Ze zegt tegen haar collega dat het bellen haar stoort. b. Ze gaat naar haar manager en zegt dat ze de brief niet af krijgt. c. Ze werkt gewoon door en probeert haar oren dicht te houden voor haar collega.” Weer drie mogelijkheden die kunnen, de ene is niet beter of slechter dan de andere. Zou het bovendien niet ook uit kunnen maken wat er speelt tussen de collega en haar dochter? Een zieke cavia is dan van een andere orde en zou tot een andere reactie kunnen leiden dan het op sterven liggen van de moeder van haar beste vriendin.

Ik heb de tien-vragen-durende test ingevuld en: “U hebt te veel fouten gemaakt. U moet nog goed leren.” Gelukkig hoef ik het ‘examen’ niet te maken. Welke vragen ik, volgens de makers, fout had, kom ik niet te weten. Is een test met dergelijke vragen niet een ‘motie van treurnis’ waard?

Crucialer. Na het behalen van bijvoorbeeld het rij-examen, mag je autorijden. Na het behalen van een vwo-diploma, kan je naar de universiteit. Ben je als je het examen haalt, ingeburgerd en volwaardig burger van Nederland?

‘By your command’

Volgens het CDA valt de samenleving langzaam uit elkaar: “Mensen leven langs elkaar heen en er ontstaan nieuwe scheidslijnen: tussen hoog- en laagopgeleiden, tussen jong en oud, tussen oorspronkelijke en nieuwe Nederlanders. We wonen in andere wijken en gaan naar andere scholen. We ontmoeten elkaar niet meer en begrijpen elkaar daarom steeds minder.” Dit valt te lezen in haar verkiezingsprogramma.  Daarom wil de partij de samenleving versterken en zet in op burgerschap. Wat is burgerschap? Daarover wordt geen uitsluitsel gegeven. Als inwoner van een stad of land ben je een burger van die stad of dat land, je hebt het burgerschap ervan. Dat betekent dat je alle plichten (houden aan de wetten en het betalen van belastingen) nakomt en aanspraak mag maken op de geldende rechten, bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst.

Cylon.png

Illustratie: Keep Calm-o-Matic

Het CDA lijkt er van alles aan toe te willen voegen: “Burgerschap vraagt om een gedeeld besef van waarden en normen,” en daarmee zijn we er nog niet: “…de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen voor de mensen om je heen en om te zien naar elkaar. Het gaat om de inzet voor anderen die het eigen belang overstijgen.” En als klap op de vuurpijl: “Burgerschap vraagt om een brede acceptatie van onze kernwaarden en tradities, zoals die in symbolen als het Koninklijk Huis en het volkslied tot uitdrukking komen. Historisch besef, de beleving van tradities en het respect voor hetgeen onze voorouders met elkaar hebben opgebouwd, bevorderen het gevoel van saamhorigheid en identiteit, ook voor nieuwkomers in onze samenleving. Daarbij zorgen gemeenschappelijke nationale en religieuze feestdagen voor een gevoel van herkenning en verbinding.”

Sinterklaas, kerst vieren en op tweede kerst- en paasdag naar de meubelboulevard, het Wilhelmus zingen en trots zijn op het koningshuis. Ik begin me toch wat zorgen te maken of ik wel aan de burgerschap-eisen van het CDA kan en wil voldoen. Ik heb niets met het koningshuis. ‘Onze voorouders’ hebben goede en ook slechte dingen op hun kerfstok. Voor veel wat ze hebben gedaan, heb ik respect, voor veel ook niet. Zo kan ik geen respect opbrengen voor het slavernij- en koloniale verleden. Ik kan wel begrijpen hoe het zo is gekomen, dat de normen, waarden en gebruiken in het verleden anders waren. Is er trouwens ook plek voor een islamitische feestdag of voor een ‘dag van de atheïst’?

Fundamenteler wordt het als het gaat over het nemen van verantwoordelijkheid voor elkaar, of je inzetten voor een ander. Daarmee is niets mis, het overgrote deel van de mensen zal dat ook al doen: op het kind van de buren passen, de tuin van een vriend in orde maken, leider zijn van een jeugdelftal of het schrijven van columns op een website. Wordt het niet een ander verhaal als de overheid dit gaat ‘afdwingen’ en die richting lijkt het CDA op te willen gaan? ’Afdwingen’ via morele druk? Zou de overheid zich daar niet verre van moeten houden?

Oei, ik groei!

Zou ‘evenwichtige groei in balans met de wereld om ons heen’ mogelijk zijn? De econoom Tim Jackson denkt in zijn boek Prosperity without Growth van niet: “To resist growth is to risk economic and social collaps. To persue it relentlessly  is to endanger the ecosystems om which we depend for long-term survival.”

groene-groei

Foto: ESB

D66 denkt daar in haar  verkiezingsprogramma anders over. De partij wil naar een ‘toekomstbestendige’ economie en die: “is schoon en gebouwd op de grote kansen die duurzaamheid biedt.” De partij is niet tevreden met de verwachte economische groei: “Meer en schonere groei, met al haar voordelen voor iedereen, ligt binnen handbereik.” Want: “Wij (D66) zijn ervan overtuigd dat er geen grenzen aan de groei zijn, maar wel aan wat de aarde aankan.” 

Economische groei is belangrijk, volgens D66: “Groei geeft zuurstof. Een samenleving zonder groei bloeit niet. Groei zorgt voor dynamiek en voor kansen. Kansen op werk, op zelfstandigheid en zelfverwezenlijking. En heel basaal: groei zorgt voor de middelen om te investeren in onderwijs, in zorg, in elkaar. Wij willen schone groei. Groei die houdbaar is, evenwichtig en in balans met de wereld om ons heen. Een toekomstbestendige economie is schoon en gebouwd op de grote kansen die duurzaamheid biedt.”

Inderdaad, in onze op schulden gebaseerde economie is groei van essentieel belang. Die groei zorgt er namelijk voor dat de aangegane schulden betaalbaar blijven. Op de in de toekomst te verwachten groei kun je vooruitlopen door te lenen. Een lening waarvan je de rente en aflossing betaalt, uit die te verwachten groei. De economische crisis maakte duidelijk hoe kwetsbaar dit een samenleving maakt. Valt de groei weg, dan moet de lening even goed worden betaald en het geld dat daarvoor nodig is, moet ergens anders vandaan komen. Er moet dan worden bezuinigd. Bezuinigingen remmen vervolgens de groeimogelijkheden en zo raak je van de regen in de drup.

Volgens de filosoof Peter Sloterdijk (in zijn boek Sferen band 2 III Schuim) is onze samenleving de schaarste voorbij en is groeien om schaarste tegen te gaan en armoede te bestrijden, niet nodig. Volgens Jackson is de mens bang voor zijn eigen leegheid of onbeduidendheid. Die leegheid maskeert hij met producten. Producten als een manier om je als mens te onderscheiden van de groep, of er juist bij te horen.

Ons wereldbeeld is echter gebaseerd op schaarste en: “bedient zich van scherp ingestelde schaarste-optieken om zichzelf te observeren,” aldus Sloterdijk. Met andere woorden, we zien de wereld door een ‘schaarste-bril’ en de enige schaarste die we niet zien is de schaarste aan schaarste. Zou hij gelijk hebben?

Een fundamentele vraag aan D66: met welk doel moet de economie groeien?

 

Wat ben ik?

Nog iets naar aanleiding van het verkiezingsprogramma van het CDA. Na het lezen van het programma, kwam de vraag bij mij op of je als vluchteling ook een ‘inburgeringsplicht’ hebt?

wie-is-wieIllustratie: Upcoming

Deze vraag kwam bij me op omdat het programma verwarring oproept. Een vluchteling, of ik moet eigenlijk zeggen ‘werkelijke vluchteling’ want alleen die zijn nog welkom in Nederland, krijgt: “een ontheemdenstatus” Wat het verschil is tussen een vluchteling, die in de regio moet worden opgevangen, en een ‘werkelijke vluchteling’, daarover laat de partij zich niet uit. Zo’n onderscheid roept als vanzelf de vraag op wat er moet gebeuren als er ineens te veel ‘werkelijke vluchtelingen’ voor de deur staan? Komt er dan een nieuwe definitie de ‘echt werkelijke vluchteling’? Maar ik dwaal af, of eigenlijk ook niet, want naast vluchtelingen, ‘werkelijke vluchtelingen’, zijn er asielzoekers, nieuwkomers, reguliere migranten, wat meteen impliceert dat er ook niet-reguliere migranten zijn.

Want voor: “reguliere migranten geldt een strikt beleid van toelating en inburgering.”  Voor niet-reguliere migranten dan niet? Zijn die gewoon welkom of juist niet? Nieuwkomers: “die hier mogen blijven zijn via de inburgeringsplicht als eerste zelf verantwoordelijk voor hun integratie.” Omdat zowel de ‘reguliere migrant’ als de ‘nieuwkomer’ moet inburgeren zou je kunnen concluderen dat een nieuwkomer een reguliere migrant is. De inburgering eindigt met het Nederlanderschap: “Als kroon op de integratie hechten wij een groot belang aan een plechtige inburgeringsceremonie om de naturalisatie tot Nederlander te markeren.”

De ‘werkelijke vluchteling’ krijgt dus een ontheemdenstatus: “ waarbij enerzijds de vluchteling de ruimte krijgt om zich via opleiding of (vrijwilligers)werk te ontwikkelen, maar anderzijds vanaf het begin af aan eerlijk en duidelijk wordt vermeld dat het verblijf hier tijdelijk is” ‘Werkelijke vluchtelingen’ mogen hier niet blijven, ze zijn slechts tijdelijk welkom en dat tijdelijk kan ieder moment eindig zijn. Zijn ‘werkelijke vluchtelingen’ dan een vorm van niet-reguliere migranten? Die komen zeker niet in aanmerking voor die ‘kroon’. Daarmee ook geen plicht tot inburgering? Want moet de ‘werkelijke vluchteling’ zich niet voorbereiden op terugkeer?

Veel gegoochel met woorden dat het er helaas niet duidelijker op maakt. En wat gebeurt er trouwens met hier geboren kinderen van ‘werkelijke vluchtelingen’ die al jaren hier verblijven, als hun ouders terug moeten?

De vijand van mijn vijand

Stel iemand heeft een boek geschreven waarin hij kritisch is over het beleid van de voetbalclub Ajax. Ik lever kritiek op het boek, maakt dat mij dan meteen tot een fan van Ajax? Of zou mijn kritiek ook over de gebruikte onderzoeksmethode kunnen gaan, de onderbouwing van de conclusies of de geldigheid van de gehanteerde rederingen? Nee, dit gaat niet over voetbal. Ik start alleen met een voorbeeld waarin ik voetbalclubs gebruik.

zeeFoto: Nieuw Religieus Peil

Bij Elsevier concludeert Afshin Ellian het volgende: “Ik had nooit gedacht dat bij Nederlandse dagbladen en sommige websites (onder meer Joop.nl, de site van de progressieve VARA) zo veel passie voor de toepassing van de sharia zou bestaan.” Ellian concludeert dit op basis van de storm van kritiek die er ontstond op het boek Heilige identiteiten van Machteld Zee, dat ik nog steeds niet heb gelezen. Ellian verwijt de critici terecht dat ze het boek en het proefschrift niet moeten verwarren. Dat het boek geen basis is voor kritiek op de wetenschappers die betrokken waren bij het beoordelen van het proefschrift. Het boek schijnt, deels gebaseerd te zijn op het proefschrift van Zee.

Dat er op het wetenschappelijk karakter van het boek het nodige valt af te dingen laat Ewout Klei bij Jalta zien: “… het boek Heilige identiteiten is een politiek pamflet. Op zich is er niks mis met een pamflet, maar het probleem bij het schotschrift van Zee is dat dit wel een beetje pretendeert een wetenschappelijk verhaal te zijn en bovendien dat veel mensen, laat ik ze ‘nuttige gelovigen’ noemen, het ook op die manier lezen. Heilige identiteiten krijgt hierdoor een wetenschappelijke ‘air’ die het boek niet verdient.” Hij verwijt Zee vooral auteurs aan te halen die haar mening bevestigen.

Slaat Ellian de plank niet vreselijk mis als hij concludeert dat de criticasters van het boek ‘passie voor de toepassing van de sharia’ hebben? Geen enkele criticus, zelfs niet Sander Philipse bij Joop, trouwens het enige artikel bij Joop over het boek van Zee, of Peter Middendorp in de Volkskrant verdedigt de Sharia. Wel maken zij zich schuldig aan kritiek op de bij het proefschrift betrokken wetenschapper.

Beste meneer Ellian, de vijand van mijn vijand kan ook mijn vijand zijn. Kritiek op het werk van Zee wil niet meteen zeggen dat de criticaster aanhanger is van de sharia. Ook een Feyenoord fan kan kritiek hebben op een boek over Ajax.