Aandelen ziekenhuis

Waar zou het uitgeven van aandelen door ziekenhuizen toe kunnen leiden? Die vraag schoot mij te binnen toen ik de column van Frank Kalshoven in de de Volkskrant las. Kalshoven pleit er terecht voor om niet te beginnen met argumenteren maar eerst eens te observeren. Een paar dagen geleden gaf ik al een aanzet tot dat observeren. Observeren kan ook door te kijken op plekken waar het al praktijk is, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten.

ziekenhuisFoto: www.dutchcowboys.nl

In de Verenigde Staten ken je publieke en private ziekenhuizen. De private, goed uitgeruste ziekenhuizen, zijn alleen voor verzekerden toegankelijk. Ben je niet of onderverzekerd, dan kun je naar een publiek ziekenhuis. Dat is veel minder goed uitgerust dan de private. Leidt die marktwerking tot betere resultaten? In zijn boek The Rise and Fall of American Growth besteedt Robert J. Gordon ook aandacht aan de Amerikaanse gezondheidszorg.

Gordon (eigen vertaling): “De ‘medische wapenwedloop’ is een vaak gebruikte term als de evolutie van de Amerikaanse ziekenhuizen wordt beschreven. Geen coördinerend toezichtsorgaan dat een ziekenhuisbedrijf belet om een, volledig met state-of-the-art apparatuur uitgeruste, nevenlocatie te bouwen in de nabijheid van een ziekenhuis van een ander ziekenhuisbedrijf. … Kosten worden opgedreven door het excessief kopen van high-tech medische onderzoeksapparatuur. In 1978 was er in Indiana bijvoorbeeld voor iedere 100.000 inwoners één CT-scan, vergeleken met één per miljoen in Canada en één per twee miljoen in Groot Brittannië, met geen duidelijk voordeel in outcome.”

Verspilling van middelen en geld want de totale zorguitgaven per inwoner in de VS zijn bijna twee keer zo hoog als in de rest van de Westerse wereld, terwijl de gemiddelde levensverwachting ongeveer twee jaar lager is. Verspilling ook, omdat de zorg en middelen zich concentreren in gebieden en bij mensen die geld hebben, terwijl makkelijke resultaten bij armen achterwege blijven.

Nu is dit een paar stappen verder dan ‘geld van de markt’ aantrekken via aandelenuitgifte. Het laat wel zien dat marktwerking niet automatisch tot een beter en goedkoper product leidt.

Iets extra’s voor Bill

Verdere commercialisering van de de zorg, dat wordt een van de punten in de campagne voor de verkiezingen van 15 maart 2017.  Commercialisering die bestaat uit het aantrekken van particulier geld (van grote investeerders en beleggers), die hiervoor rendement ontvangen. Ik schreef er al eerder over. Raoul du Pré pleit in het commentaar in de Volkskrant voor ruimte om: “te onderzoeken of er nieuwe geldstromen kunnen worden aangeboord. Mits het onder strenge voorwaarden gebeurt en de toegang tot zorg voor iedereen gegarandeerd blijft, is er immers geen reden te denken dat er meteen grote ongelukken zullen gebeuren.”

marktwerking-in-de-zorgIllustratie: alkemajanet.wordpress.com

Volgens Du Pré heeft het huidige stelsel met meer marktwerking veel goeds gebracht: “De wachtlijsten zijn nagenoeg verdwenen. Er wordt veel beter op de kosten gelet. Het inkomensverschil tussen artsen en hun gemiddelde patiënt is gehalveerd (…). Het premiestelsel is nivellerender dan in de tijd van het oude ziekenfonds. En de kwaliteit van de zorg scoort onverminderd hoog op de internationale ranglijsten.”  Verdere marktwerking zou in ieder geval onderzocht moeten worden.

Een helder betoog. Maar toch, zijn die resultaten het gevolg van marktwerking of zouden ze ook te bereiken zijn in een zorgsysteem waar de markt geen rol speelt? Waarom zou een ziekenfonds niet zonder wachtlijsten kunnen werken? Waarom zou een ziekenfonds niet op de kosten kunnen letten? Of tot vermindering van inkomensverschillen of een nivellerender premiestelsel kunnen leiden?

En inderdaad, als Bill Gates het geld levert om een ziekenhuis te bouwen, dan hoeft dat niet uit de staatskas. Een voordeel voor de samenleving, dus doen. Maar is er wel sprake van een voordeel voor de samenleving? Gates zal rendement willen op zijn investering. Rendement dat de door hem gemaakte kosten vergoed plus wat extra’s waar hij van kan leven. Wie moet die kosten plus dat extra’s van Bill betalen? Dat zal de patiënt zijn en dus de betaler van verzekeringspremies. Zou die hierdoor goedkoper uitzijn?  Hij of zij moet dezelfde kosten als voorheen betalen plus het extra’s van Bill, dus iets meer.

Zo gaat de bijdrage van de overheid in de gezondheidszorg omlaag en dat is mooi voor de minister van Financiën. De kosten voor de samenleving, gaan omhoog en de vraag is of dat willen?

Curvy en hörny

Al vaker schreef ik over de kracht van taal. Taal die mensen kan in- of buitensluiten. Woorden waarmee de gebruikers (of de uitvinders) ervan een positieve draai willen geven aan iets wat eigenlijk als minder niet zo positief wordt gezien. Zo schreef ik over het woord ‘participatiesamenleving’ en integratie en inburgering het gebruik van de woorden autochtoon en allochtoon. Vandaag een luchtigere variant van verhullend taalgebruik.

CurvyFoto: www.vrouwblog.nl

Alhoewel luchtiger? Is het juist minder luchtig zijn niet het probleem van wat de, in de financiële problemen verkerende modeketen, MS Mode ‘curvy vrouwen’ noemt? Toch vreemd dat die keten in de problemen zit, terwijl de eigenaar een half jaar geleden de failliete boedel van V&D over wilde nemen, maar daar gaat het nu niet om.

Nu kenmerkt het menselijk lichaam in het algemeen en het vrouwelijke iets meer dan het mannelijke, zich door rondingen en welvingen. De ene vrouw heeft wat grotere dan de andere, ze is wat gevulder, maar ze hebben ze allemaal. ‘Curvy’, het klinkt exotiser en vriendelijker dan ‘gezet’, ’fors’, of het eerder gebruikte bijvoeglijk naamwoord ‘voller’. Bovendien is het korter dan ‘vrouwen met een grote kledingmaat’. Over het gebruik van het woord ‘dik’ zullen we maar zwijgen.

‘Curvy,’ een creatieve vervorming van het Engelse woord ‘curve’ dat: “1. gebogen lijn, kromme, curve, boog 2. bocht (in weg) 3. ronding, welving (van vrouw),” betekent. In dit geval de derde betekenis, dus een vrouw met rondingen en welvingen.

Als ‘curvy vrouw’ staat voor de wat forsere, wat gezettere, vollere vrouw, hoe moeten we dan de slankere vrouw noemen? Niet gewelfd maar hoekig, of in goed Nederengels ‘Angly vrouw’? Of wellicht moeten we naar het Zweeds kijken, een hoek is een hörn en dat maakt het de ‘hörny vrouw’. Of gaat dat de marketingmensen te ver?

Vrouwen slimmer door de stad

Het nieuwe studiejaar staat op het punt van beginnen. Dat is voor Maaike Homan van Trouw een goede aanleiding voor een artikel. Zeker als onderzoekers concluderen dat het voor vrouwelijke studenten slim is om voor hun studie naar de grote stad te trekken. “Wat blijkt: de trek van vrouwen naar de stad heeft tal van voordelen. Zo heeft de helft van de 40-45-jarigen die buiten de grote steden is geboren en als midden- of eindtwintiger in de Randstad woonde een hbo-opleiding of universitaire opleiding, tegenover 10 procent van de vrouwen die op die leeftijd niet in de grote stad woonde. En ze verdienen meer als ze in de Randstad blijven. Het gaat om 640 euro maandelijks.”

StudentesFoto: www.volkskrant.nl

De onderzoekers in kwestie zijn Jan Latten en Marjolein Das van de Universiteit van Amsterdam en het Centraal Bureau voor Statistiek. Zij hebben de levensloop van 300.000 vrouwen die in de jaren zeventig werden geboren in kleinere steden en dorpen bekeken.

Is het resultaat wel zo opmerkelijk? Universiteiten en hbo-instellingen zijn veelal gevestigd in een grote stad. Hebben de vrouwen (net als de mannen) wel een keus? Ja, ze kunnen op en neer reizen vanuit hun ‘kleine dorp’. Velen zullen toch kiezen voor een kamer en naar de stad trekken omdat de reistijd te belastend is. Mbo-instellingen worden veel verspreider over het land aangeboden, dus ook in kleine steden of grote dorpen. Daarvoor hoef je niet zo ver te reizen en is op kamers gaan wonen vaak niet de meest praktische oplossing. Zij blijven dan ook veel vaker in hun ‘kleine dorp’ wonen.

Als we dit in ogenschouw nemen, is de uitkomst van de onderzoekers dan zo vreemd? Grote steden met een universiteit kennen immers onevenredig een grote groep mensen in de ‘studentleeftijd’. ‘Studenten’ die na hun dertigste met hun gezin betaalbaar willen wonen en dan de stad weer verlaten. Is het vreemd dat de helft van de vrouwen die buiten de grote steden is geboren en gedurende hun twintigerjaren in een grote stad woonden, een hbo- of universitaire opleiding heeft gevolgd? Je gaat immers zoeken bij een groep die voor een groot deel een hbo- of een universitaire opleiding heeft gevolgd, want die trekken voor een studie naar de stad. Terwijl je bij de groep die in die leeftijd niet in de grote stad woonde, vooral gaat zoeken bij mbo-ers. Dat zouden statistici toch moeten weten.

Het is niet de grote stad die dat verschil verklaart, het is de universiteit of hbo-instelling in die stad.

De utopie van de vrijhandel

Op de opinie-site Jalta houdt Joshua Livestro in zijn artikel Leve de globalisering een pleidooi voor de zegeningen van vrijhandel en globalisering. In een met grafieken gelardeerd betoog concludeert hij, dat internationale vrijhandel de hoeksteen moet blijven vormen van het denken over economie en intenationale aangelegenheden. Zijn betoog steunt op drie, zoals hij het noemt, kernfeiten: “1. het aantal allerarmsten is in dertig jaar tijd met meer dan een miljard mensen afgenomen; 2. de levensverwachting voor mensen geboren in landen die we vijftig jaar geleden nog ‘ontwikkelingslanden’ noemden is nadrukkelijk gestegen; en 3. in voormalige ontwikkelingslanden als China en India is een middenklasse ontstaan van vele honderden miljoenen mensen.” Die feiten staan niet ter discussie, wel het causale verband dat Livestro legt met de vrijhandel.

causaalIllustratie: eurolactatie.net

Als eerste vrijhandel en absolute armoede. Livestro noemt China en India als voorbeelden van landen waar de absolute armoede snel daalde. Inderdaad hebben China en India hun economieën geopend voor de wereld. Geopend maar niet voor vrijhandel. In beide landen zijn vele beperkende maatregelen van kracht. Maatregelen die de economie moeten beschermen. Maatregelen die de Chinese en Indiaase bedrijven beschermen. Zonder die maatregelen zouden de bedrijven in beide landen zijn weggevaagd door westerse bedrijven met funeste gevolgen voor de werkgelegenheid en de armoedebestrijding. Juist beschermde handel levert welvaart op. Zou het toevallig zijn dat de westerse economieën de grootste groei kenden juist in een periode (van 1945 tot ongeveer 1975) van gereguleerde wereldhandel?

Dan de stijgende levensverwachting, hygiene en schoon drinkwater spelen hier een belangrijke rol gevolgd door het terugdringen van kindersterfte. Is dit een gevolg van de wetenschappelijke ontwikkeling of van vrijhandel? Handel levert geen vaccins of medicijnen op, handel verdeelt ze slechts en soms ook nog eens slecht, omdat de uitvinder ervan de prijs zo hoog maakt dat ze voor de armen niet te betalen zijn.

Als laatste, de groeiende middenklasse. Ongereguleerde vrijhandel zorgt voor enkele zeer rijken en zeer veel armen. Iets wat we in Rusland zien en ook in toenemende mate in de Verenigde Staten waar juist de door Livestro bewierookte middenklasse, wordt uitgehold. Gereguleerde handel geeft de overheid een sterke positie. Een positie waardoor die overheid de welvaart eerlijker kan verdelen en waardoor juist die middenklasse kan ontstaan. Waardoor zij voor sociale rust kan zorgen.

Livestro moet met betere argumenten komen om zijn causale verband aan te tonen.

Kuifje naar de Maan

Voor het eerst mag een commercieel bedrijf naar de Maan vliegen. “De Amerikaanse luchtvaartautoriteiten maakten de goedkeuring woensdag bekend, na overleg met onder andere het Witte Huis en ruimtevaartorganisatie NASA. Aan boord van de maanlander zijn apparaten voor wetenschappelijke onderzoeken, maar ook de as van enkele gecremeerde mensen.” Zo valt in de Volkskrant te lezen. Het bedrijf Moon Express is de gelukkige: “We mogen nu als ontdekkingsreizigers naar het achtste werelddeel zeilen, op zoek naar nieuwe kennis en grondstoffen voor het welzijn van alle mensen.”

Kuifje naar de maan

Illustratie: www.stripspeciaalzaak.be

Dat klinkt allemaal mooi en uitdagend en sluit aan bij het positieve beeld dat ‘ontdekkingsreizigers’ in het geheugen van veel mensen hebben. Het zijn avonturiers die zoeken naar nieuwe zaken. Door het woord ‘zeilen’ te gebruiken, lijkt het bedrijf aan te haken bij die traditie. Maar toch.

Van wie is de Maan eigenlijk? Het bedrijf zegt te werken voor ‘het welzijn van alle mensen’. Ook dat klinkt mooi of is dat welzijn toch beperkt tot de aandeelhouders van het bedrijf? Die gedachte suggereert dat ook de aarde er voor het welzijn van de mens is. Hoe zit het met het welzijn van de andere bewoners van deze planeet? Hoe zit het met de rechten van het ‘mannetje op de maan’? Dat is er niet, maar wat als er op een volgende reisdoel wel leven is? Welk rechten heeft dat leven dan? Kan dat leven dan ook een claim op de aarde leggen? De ervaringen met de Aarde leren dat de mens andere levensvormen vooral als ‘hulpmiddel’ ziet en niet als wezens op zich.

Dit is allemaal nog ver van ons bed. Wat dichter bij dat bed. Zijn de Amerikaanse luchtvaartautoriteiten, het Witte Huis en de NASA bevoegd om hier goedkeuring aan te verlenen? Ja, ze zijn bevoegd voor wat betreft het Amerikaanse luchtruim, maar ook voor dat van de Maan? En als ze die bevoegdheid hebben, van wie hebben ze die dan gekregen en waar is die op gebaseerd? Stel het commerciële bedrijf vindt waardevolle grondstoffen, van wie zijn die dan?

Zou Kuifje zich die vragen ook hebben gesteld toen hij naar de Maan vloog?

Vrouwelijk orgasme en evolutie

Iedere dag een stukje schrijven. Dat heb ik me voorgenomen en dat lukt tot nog toe heel aardig. Iedere dag gebeurt er wel iets of schrijft er iemand iets waar ik vragen bij kan stellen. Soms ‘regent’ het zelfs onderwerpen en moet ik een keuze maken. Dat zijn de mooie dagen voor een columnist, dan heb je het voor het uitkiezen. Of je schrijft er meer tegelijk en dat komt wel eens goed uit, want er zijn dagen dat andere zaken om tijd vragen. Soms ook zit een onderwerp al in het hoofd en is het wachten op een aanleiding om erover te beginnen.

orgasmeFoto: www.welingelichtekringen.nl

Vandaag is een dag van een ander soort, een gebrek aan onderwerpen of goede aanleidingen om iets ter discussie te stellen. Waar schrijf je dan over? Dan ontbreekt een doel. Over doel gesproken. Een groep wetenschappers heeft gezocht naar het doel van het vrouwelijke orgasme, zo lees ik in de Volkskrant. Want, zoals biologieprofessor Elisabeth Lloyd in het artikel zegt: “Het lijkt allemaal vrij doelloos – behalve voor het plezier, natuurlijk. Dat betekent niet dat het niet belangrijk is, maar gewoon dat het geen evolutionair doel heeft.”

Lloyd reageert op een onderzoek dat is gedaan naar de oorsprong van dat ‘evolutionair nutteloze’ orgasme van vrouwen. Het voorlopige antwoord: “het vrouwelijk orgasme bij mensen komt voort uit het mechanisme waarbij de eitjes pas vrijkomen tijdens de seks. Dat mechanisme werd overbodig toen de spontane ovulatie intrad.” Voorlopig omdat: “het onderzoek houdt geen rekening met de neurologische en musculaire aspecten van het orgasme,” bovendien is er: “weinig bekend over vrouwelijke orgasmes bij andere soorten.” Het had vroeger dus wellicht wel evolutionair nut, nu niet meer en: “Dat zou ook verklaren waarom veel vrouwen geen orgasme krijgen tijdens de seks: het is niet nodig.”

Het had dus vroeger waarschijnlijk nut, maar dat nut ontbreekt nu. Of zouden de onderzoekers verkeerd om zoeken? Verkeerd om omdat ze het nut in het verleden zoeken. Wellicht zit er een groot plan achter de evolutie en ligt het nut van het vrouwelijke orgasme in de toekomst?

Gelukkig is er meer dan biologie en evolutie. Voor de vrouw en de kwaliteit van de sex is het toch wel een belangrijk iets. En misschien is dat wel het doel en nut van het vrouwelijk orgasme.

Wetenschappelijke waarheden

Volgens socioloog Ruud Koopmans, in een interview in De Groene Amsterdammer, is discriminatie een gevolg van de radicalisering. Hij draait daarmee de veel gehoorde verklaring om, dat radicalisering een gevolg is van discriminatie. Koopmans baseert zich op zijn onderzoeken die laten zien dat bijna de helft van de moslims fundamentalistische ideeën zouden aanhangen en negatief denken over joden en homo’s. Bert Brussen vraagt bij ThePostOnline aandacht voor dit interview omdat het: “bomvol herkenbare observaties en verfrissende wetenschappelijke waarheden,” bevat. Waarheden?

Waarheid

Foto: www.geheugenvannederland.nl

Wetenschap is een manier om de werkelijkheid beter te begrijpen. Een manier die gebruik maakt van theorieën en hypotheses. Een wetenschapper stelt een theorie of een hypothese op, een vooronderstelling. Vervolgens gaat hij onderzoek doen, experimenten uitvoeren. Dat onderzoek en die experimenten bevestigen of ontkennen zijn hypothese of theorie. De theorie is een verklaring van de werkelijkheid en niet de werkelijkheid. In de wetenschap is er één zekerheid en dat is dat alles voorlopig is.

Koopmans is een socioloog en de sociologie is, net als alle sociale- en menswetenschappen, een toegepaste wetenschap. Een wetenschap die naast dat ze is gericht op het verwerven van kennis van de werkelijkheid, ook gericht is op het beïnvloeden van die werkelijkheid. Economen, ook sociale wetenschappers, ontwerpen modellen waarmee zij het effect van maatregelen willen voorspellen. Die voorspellingen beïnvloeden vervolgens keuzes die worden gemaakt. Via hun onderzoek en publicaties beïnvloeden ze zo de beleidskeuzes.

Bovendien geldt voor sociologen hetzelfde als wat Churchill over economen zei: “Zet twee economen samen en je krijgt twee tegengestelde meningen. Behalve als een van de twee Lord Keynes is, dan krijg je er drie.” En dat is niet erg want zit de vooruitgang niet juist in een (al dan niet wetenschappelijk) gesprek of discussie over de verschillen.

Of zou Koopmans, zoals Brussen, lijkt te betogen ‘goddelijke inzichten’ hebben? Of zijn het gewoon inzichten die goed in de ‘theorieën van Brussen passen?

Kinderarbeid

In India is een controversiële wet aangenomen die het mogelijk maakt dat kinderen voor hun ouders werken buiten schooltijd en tijdens vakanties. De wet is bedoeld om kinderarbeid verder terug te dringen en bevat enkele uitzonderingen omdat veel families afhankelijk zijn van het werk van hun kinderen. Omdat kinderen hierdoor gedwongen kunnen worden te werken zonder dat er zicht op is, staan mensenrechtenorganisaties en de VN kritisch tegenover de nieuwe wet, zo is in Trouw te lezen. Een tweede punt van kritiek betreft de mogelijkheid die de wet biedt aan kinderen van vijftien tot achttien jaar om in meerdere bedrijfstakken te mogen werken. De mijnbouw en gevaarlijke industrieën  zijn nog wel verboden.

kinderarbeid

Foto: www.jumbowerkt.nl

Dat er in India kinderen zijn vanaf 5 jaar die werken, is natuurlijk niet goed en iedere wet die dit verder beperkt, is een stap vooruit. Daarbij moeten we ons realiseren dat de kinderarbeid in Nederland en het gehele westen, ook geleidelijk is afgeschaft.

Alhoewel afgeschaft. Bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning gaan gemeenten ervan uit dat jeugdigen huishoudelijk werk verrichten als de ouders het niet kunnen. En hoeveel kinderen tussen de dertien en achttien jaar hebben een bijbaantje. Vakkenvuller of achter de kassa in de supermarkt, tomaten plukken, kranten bezorgen, poetsen in bejaardenhuizen, afwassen in een restaurant, in de winkel om schoenen of kleding te verkopen, allemaal om een centje bij te verdienen. En als goede ouders zeggen we dan: goed zo, zo leren ze dat niets voor niets is en leren ze de waarde van geld waarderen. En er zijn al bedrijven waar je dat baantje kwijtraakt als je negentien of twintig bent, want dan ben je te oud. Of beter gezegd, te duur want iemand van vijftien kan het ook en die krijgt veel minder betaald.

Zou dat voor die Indiaase leeftijdgenoten niet ook gelden? Sterker, zouden die jeugdigen niet moeten werken om te kunnen eten? Zouden die mensenrechtenorganisaties en de VN Nederland hiervoor ook op de vingers tikken en in een mooi rapport aan de schandpaal nagelen?

Wie een kuil graaft …

Ivar Scheers betoogt bij The PostOnline dat er een verschil is tussen ideeën en mensen. Ideeën hebben zoals hij terecht zegt geen rechten, mensen wel. Ook terecht constateert hij dat je ideeën niet kunt discrimineren zonder het vrije debat te smoren. Scheers betoogt dat het woord islamofobie een non-woord is, dat beoogt kritiek op de islamitische leer gelijk te stellen aan discriminatie. Als dat de bedoeling van dat woord is, dan zou dat inderdaad schadelijk zijn.

kuil

Foto: janssenspatrick.skynetblogs.be

Maar hoe vast is Scheers zelf in deze redenering? Scheer: “In een functionerende democratie hebben ideeën geen rechten. Mensen hebben rechten. Daarmee wordt dan ook direct het essentiële verschil tussen islamofobie en antisemitisme duidelijk: het eerste gaat om een set van ideeën (islam), het tweede om een ras (Joden).” 

Wat betekent het dan als er wordt gezegd dat Europa en ook Nederlands een joods, christelijke traditie hebben? Als het jodendom een ras is, betekent dat dan niet dat er twee verschillende grootheden met elkaar worden vergeleken? Is de Europeaan dan van het joodse ras en hangt die het christenlijk geloof aan?

Ik dacht dat het jodendom een religie was, heb ik me dan altijd vergist? Of zou Scheers zich  misschien vergissen. Scheers zou niet de eerste zijn die het jodendom als een ras betiteld en met de belangrijkste vertolkers van deze gedachte wil ik hem toch niet vergelijken. Als hij zich vergist, en het jodendom is een religie en dus een set van ideeën waarop je kritiek kunt leveren. Net als het christendom, het boeddhisme of de islam. Wat is dan het verschil tussen islamofobie en antisemitisme? Is er dan nog wel verschil of zijn beiden dan gewoon een vorm van kritiek op een set van ideeën? Kritiek die iets zegt over de ideeën en niet over de mensen die ze aanhangen. Want ideeën, zo betoogt Scheers terecht, hebben geen rechten.

Valt Scheers dan niet in de kuil die hij voor een ander graaft?