Eigen gras

Ernst-Jan Pfauth, correspondent zelfverbetering, had zich voorgenomen om een marathon te lopen. En in de training voor de marathon trainde hij, zoals wordt geadviseerd, in een iets lager tempo dan natuurlijk voor hem voelde. Dit ging goed, totdat hij werd ingehaald. Dan wilde hij de snelste zijn met als resultaat blessures en hij heeft nog steeds geen marathon gelopen.

gras

Foto: zoom.nl

Deze persoonlijke onthulling deed hij in een artikel bij de Correspondent met als titel:  “Stop toch met jezelf eindeloos met anderen te vergelijken.”  Want juist dat vergelijken met anderen en het streven om minstens even goed en liever beter dan anderen te zijn, leidt zelden tot nooit tot het gewenste resultaat, aldus Pfauth die zich baseert op een zelfhulpboek De moed van imperfectie van de Amerikaanse Brené Brown.

Volgens Brown en Pfauth leidt dit niet tot resultaat, omdat je je succes afmeet aan dat van anderen en er zijn altijd anderen die het beter voor elkaar lijken te hebben. Bovendien ga je je dan gedragen zoals je denkt dat anderen willen dat je je gedraagt en zo negeer je wat je echt wil. Het gras is bij de buren immers altijd groener. Nee, je kunt betere maling hebben aan hoe je je verhoudt tot anderen en je richten op wat je intrinsiek voldoening heeft.

Een goed te volgen betoog dat een vervolgvraag oproept. Als het voor een persoon beter is om zich niet te vergelijken met anderen, zou dat voor samenlevingen, landen maar ook streken en steden, niet ook gelden? Waarom wil een stad de meest toeristische zijn? Of de beste binnenstad hebben? De groenste gemeente zijn? De logistieke hotspot zijn? Waarom doen ze mee aan dergelijke wedstrijden? Waarom hechten ze zoveel waarde aan hun score in de Atlas der gemeenten? En geldt hetzelfde niet ook voor landen?

Maar vooral voor economieën? Waarom moet ‘Nederland’ de concurrentie met ‘China’ aangaan? Als de economie alsmaar moet groeien om anderen voor te blijven en onze (wie is trouwens die onze?) ‘concurrentiepositie’ te handhaven en te verbeteren, groeien we dan niet alleen maar om anderen voor te blijven? Lopen we dan niet een grote kans om, net zoals Ernst-Jan die andere lopers voor wilde blijven, geblesseerd te raken? Vertoont onze maatschappij al kenmerken die op blessures duiden?

Zullen we ook hier stoppen met vergelijken en onze trots ontlenen aan ‘ons eigen gras’ en niet dat van de buren?

Taleb-wet

Een politicus moet vrij zijn en vrij betekent: “niet gedwongen kunnen worden om te doen wat hij anders nooit gedaan zou hebben,” zoals Nassim Nicholas Taleb het omschrijf in zijn boek Antifragiel. Daar moest ik aan denken toen het VVD-Kamerlid Bart de Liefde bekend maakte het Kamerlidmaatschap in te ruilen voor een bestaan als lobbyist bij Uber. De Liefde is de laatste maar zeker niet de eerste en enige politicus die de Kamer verlaat voor een lobby en/of bestuursfunctie. Kamerleden weten hoe de politieke en ambtelijke hazen lopen, hebben de juiste connecties en dat maakt hen gewild voor deze functies. Zijn bestuurders niet ook lobbyisten? Dat even terzijde.

Taleb

Illustratie: verraes.net

In de Binnenhofse kringen wordt met onbegrip gereageerd op de overstap van De Liefde. Maar is jobhoppen tegenwoordig niet de norm? En wordt het Kamerlidmaatschap niet gezien als werk, als een baan? Is het dan niet logisch dat een Kamerlid hiervan gebruik maakt? Juist om de overeenkomst met andere banen te benadrukken is de wachtgeldregeling aangepast en meer in lijn gebracht met de reguliere ww. Moeten we dan niet blij zijn dat De Liefde nu overstapt omdat het zo wachtgeld bespaart?

Het kamerlidmaatschap of een ministerschap, is niet altijd een baan of werk geweest. Bij de oude Atheners was politiek iets voor vrije mensen. Want alleen een vrij man kon zijn eigen standpunten bepalen en was van niemand afhankelijk voor zijn levensonderhoud. Een afgeleide hiervan was het kiesrecht op basis van de hoogte van het inkomen, zoals het tot het einde van de negentiende eeuw dominant was. Politiek was iets voor de rijken en de armen moesten maar afwachten

De twintigste eeuw kende de politicus met een ‘roeping’. Na een korte carrière in het bedrijfsleven of de (semi)overheid, het bestuur in en nooit meer onder ‘de stolp’ uit. En nu kennen we de politiek als carrièrestap. Met als nadeel dat niet bekend is hoe ‘vrij’ de politicus is. Want wat is zijn vorige of volgende job en hoe beïnvloedt dit zijn handelen? Past hij, om Taleb te parafraseren ‘zijn overtuigingen aan zijn daden aan, in plaats van zijn daden aan zijn overtuigingen’?

Maar ja, hoe voorkom je dat het Kamerlidmaatschap als opstapje wordt gebruikt en de overtuigingen worden aangepast? Taleb doet de volgende suggestie: “Iedereen die een openbaar ambt bekleedt, zou verboden moeten worden daarna in een commerciële functie meer te verdienen dan de meestverdienende ambtenaar.” 

Zou dit helpen en moeten we een ‘Taleb-wet’ invoeren?

Arbeiderszelfbestuur

De Braziliaanse ondernemer Ricardo Semler heeft een succesvolle keten van bedrijven gebouwd. Bedrijven waarin iedereen mee kan beslissen en mee kan delen in de winst, maar ook in het verlies. Medewerkers krijgen de ruimte om mee te denken en te besluiten en worden uitgenodigd om zelf met alternatieven te komen. Hij gelooft in de kracht van geluk.

atlas shruggedIllustratie: www.amazon.com

Na het lezen van Atlas Shrugged van Ayn Rand moest ik hieraan denken. Een roman van ruim duizend pagina’s die door de filosoof Hans Achterhuis de utopie van het kapitalisme wordt genoemd. In dit boek is de wereld langzaam ten onder aan het gaan aan het ‘socialisme’. Dit bestaat eruit dat de behoeften van de mensen centraal staan. Die behoeften moeten worden geledigd ook al gaat dat gepaard met forse verliezen en zelfs het faillissement van bedrijven. De overheden keken alleen maar naar die behoeften. Dit leidt tot steeds grotere ellende omdat steeds minder zaken functioneren. De beste ondernemingen gaan eraan onderdoor en hun eigenaren lijken van de aardbodem te verdwijnen.

Voor Rand en haar volgers was dat logisch. Een ‘socialistisch’ systeem kan niet werken, het moet imploderen. Die volgers waren niet de minsten zoals onder andere Milton Friedman en Alan Greenspan, jawel de voormalig president van het Amerikaanse stelsel van centrale banken. Daarom waren zij fervente aanhangers van het onbegrensde kapitalisme en dus een zo klein mogelijke overheid. Een overheid die alleen maar voor de in- en externe veiligheid en de rechtspraak moet zorgen. De val van de Berlijnse muur en het uit elkaar vallen van de Sovjet Unie bevestigden de visie van Rand.

Ergens in het boek wordt de ‘ondergang’ van een bedrijf beschreven. De eigenaren van het bedrijf zijn fervente aanhangers van de ‘socialistische’ filosofie. Zij laten de werknemers de keus wie welk salaris krijgt en welk werk moet doen. Dit gaat natuurlijk helemaal fout. Er wordt meer uitgegeven dan er binnen komt. Er ‘werken’ steeds meer en nieuwe mensen die de ruif mee leegplukken en de beste medewerkers vertrekken. Uiteindelijk stort het bedrijf helemaal in. Medewerkers die een bedrijf runnen dat kan natuurlijk niet. Zonder duidelijke sturing van boven wordt dat chaos.

Als het bij een Braziliaans bedrijf werkt, zou het dan ook in andere landen en bij andere bedrijven kunnen werken? Zouden overheidsorganisaties ook op die manier kunnen werken? Zou dat veel ellende en ‘bonnetjesaffaires’ helpen voorkomen? En als altruïsme dan ook nog gezonder, stressbestendiger en gelukkiger maakt? Toch maar pleiten voor arbeiderszelfbestuur?

 

Ondertussen aan de overkant

“ACROSS the country, some 400,000 women, mostly immigrants, work in agriculture, toiling in fields, nurseries and packing plants. Such work is backbreaking and low-paying. But for many of these women, it is also a nightmare of sexual violence.” De opening van een artikel in de New York Times geplaatst op 19 januari 2016. In het artikel wordt verslag gedaan van de slechte betaling en behandeling van immigranten zonder verblijfsstatus in de landbouw. Voor vrouwen komt daar nog de grote kans op seksueel misbruik bij.

landbouwIllustratie: www.ers.usda.gov

Vanwege hun illegale status en de grote concurrentie voor een baan, durven veel vrouwen geen aanklacht in te dienen tegen opzichters die zich aan hen vergrijpen. Daar komt nog bij dat aangifte doen lastig is. Bureaus zijn alleen open als de vrouwen aan het werk zijn of het kan alleen digitaal. En als er wel aangifte is gedaan, dan duren de procedures ellenlang. Daar komt bij dat hulporganisatie bij Federale wet verboden is om de getroffen vrouwen te helpen. Hoe lichtend is het voorbeeld dat ‘the land of the free and the home of the brave’ geeft?

Seksueel geweld tegen vrouwen, hebben we dat dit jaar niet al eerder gehoord? Was er niet iets in Keulen waar Duitse vrouwen lastig werden gevallen door mannen met een Arabisch en Noord-Afrikaans uiterlijk? Een gebeurtenis die terecht tot veel verontwaardiging leidde. Werd hierbij niet door velen een verband gelegd met de ‘cultuur’ en de religie van de daders. Die zou dergelijk gedrag tolereren en in ieder geval niet verbieden.

Hoe zou dat nu op de boerderijen in de Verenigde Staten zijn? Welke cultuur zouden de daders daar hebben? Zouden die ook een Arabisch of Noord-Afrikaans uiterlijk hebben? Of zouden dat blanke  Amerikanen zijn. Zou de islam daar een belangrijke rol spelen of zou het merendeel van de daders christenlijk zijn? Helaas geeft het artikel er geen duidelijkheid over.

Wat het artikel wel duidelijk maakt, is dat seksueel geweld op de boerderijen te maken heeft met macht. De daders voelen zich machtig en onaantastbaar. De slachtoffers hebben immers geen status en aangifte doen is bijna onmogelijk. Zou bij de gebeurtenissen in Keulen niet ook een gevoel van macht en onaantastbaarheid een rol hebben gespeeld, omdat er in groepen werd geopereerd dat niet de belangrijkste oorzaak kunnen zijn?

Oude schoenen

“Wel laat deze exercitie zien hoezeer ons politiek stelsel aan een ingrijpende hervorming toe is. En hoe triest het is dat Den Haag bij alle ‘hervormingen’ die zij de afgelopen jaren hebben doorgevoerd de politieke hervormingen heel laag op de agenda had staan.” Woorden Van Maurice de Hond in een artikel op JOOP. Een artikel waarin hij de politieke verdeeldheid bespreekt en de moeilijkheid om na verkiezingen een kabinet te vormen dat op een meerderheid kan rekenen in beide Kamers.

Oude schoenenFoto: www.pinterest.com

De Hond is niet de enige die pleit voor politieke hervormingen maar wat moet er dan veranderen? De Hond doet geen voorstel, andere kwamen al met referenda, gekozen burgemeesters, gekozen ministerpresidenten, directe verkiezing van de Eerste Kamer, of afschaffing ervan. Allerlei ideeën passeerden de revue. Allemaal oplossingen, maar is het probleem wel duidelijk?

Dat er, volgens De Hond vier partijen nodig zijn om een regering te vormen, is dat het probleem? Of vraagt dat eerder om een andere meer open manier van politiek bedrijven? Een manier zonder dichtgetimmerde regeerakkoorden die in marmer gebeiteld wantrouwen uitstralen?

Dat er besluiten moeten worden genomen waar een groot deel en soms zelfs de meerderheid van het volk zich niet in kan vinden? Zijn daarvoor hervormingen nodig of vraagt dat om visie en leiderschap?

Dat er een afstand is tussen de burger en de gekozenen? Is die afstand niet een niet op te lossen kenmerk van een vertegenwoordigende democratie?

En als het probleem al duidelijk is, aan welke voorwaarden moet de oplossing dan voldoen? Hoe voorkomen we dat een oplossing wordt gekozen die onze samenleving minder prettig maakt?

Wat zijn daarnaast de ‘valkuilen’ van de nieuwe voorstellen? Welke problemen kennen democratieën die deze al hebben ingevoerd? Kennen die geen kloof,  ‘harde afspraken’ of besluiten die een meerderheid niet ziet zitten? Functioneren die stelsels vloeiend? Of zien we daar soortgelijke problemen als in Nederland?

Moeten we onze ‘oude’ parlementair democratische schoenen weggooien met alleen mooie dromen over ‘nieuwe’ betere?

Leiders of lijders

Koning Willem Alexander zei in zijn kersttoespraak: “Onze gezamenlijke kracht reikt verder en verbindt sterker dan we soms zelf denken. We kruipen niet in onze schulp. Integendeel.”  Hier suggereert hij dat Nederlanders niet bang en angstig wegduiken als ze een uitdaging op hun pad vinden. Nu is het altijd lastig om over een groep te spreken want hoe weet hij dat? Heeft hij onderzoek gedaan naar het ‘niet in de schulp kruipen’? Dan ben ik wel benieuwd naar dit onderzoek.

IMG_1151Foto: peetscrapandmore.blogspot.com

Benieuwd want hoe strookt dit met het beeld dat politiek en bestuurlijk Nederland dit jaar heeft afgegeven? Enkele ‘beelden’ van het afgelopen jaar.

De Griekse crisis. Kroop politiek Nederland daar niet in de schulp van het eigen gelijk? Het gelijk van een wedstrijd tussen landen? Het eigen gelijk van een economisch wereldbeeld waaraan koste wat kost moest worden vastgehouden? Droop hier niet de angst vanaf? De angst om de schulp van dat eigen gelijk en de angst voor de kiezer, te verlaten?

De vluchtelingen, of in schulptaal gelukszoekers. Overheerste niet de angst voor ‘een massale stroom’ die de samenleving zou ontwrichten? Moest de schulp niet dichtblijven door de vluchtelingen vooral in de regio te parkeren, wat dat ook moge zijn? Domineerde de angst niet ook de opvang van deze pechvogels die huis en haard moesten verlaten? Zijn begrip voor en inlevingsvermogen in de ander niet ver te zoeken? Zijn we ons er wel voldoende van bewust dat ons geluk niet het gevolg is van ons eigen doen en handelen maar voor het belangrijkste deel is gebaseerd op toeval en geluk?

De aanslagen. Overheerst in de reacties hierop niet angst? Is het beperken van privacy een krachtige reactie? Is het pleiten voor het verbieden van het salafisme een krachtige reactie? Of zou het uitdragen en uitventen van de kracht van de vrijheid en onze samenleving een krachtige reactie zijn?

In vroegere crisistijden stonden leiders op. Leiders die konden verbinden en emoties ten goede kanaliseerden. Leiders die met visie en overtuigingskracht hun land en de wereld door een crisis loodsten. Is er niet iets vreemds aan de hand met leiderschap in ons land en niet alleen in Nederland maar daartoe beperk ik me? Is het leiderschap niet omgedraaid en bepaalt ‘het volk’ wat de leiders moeten vinden? Worden we geleid door lijders?

The spirit of Christmas

Volledig open grenzen betekent voor de laagst betaalden het einde van de welvaart en voor iedereen het einde van de welvaartsstaat.” Dit schrijft hoogleraar openbare financiën Harry Verbon in de Volkskrant. De niet hoogopgeleiden kunnen volgens Verbon alleen worden beschermd tegen de verarming als de instroom van concurrerend arbeidsaanbod uit het buitenland wordt beperkt. Dus als de grenzen worden gesloten. Worden de grenzen niet gesloten dan moeten niet hoogopgeleiden concurreren met buitenlandse instroom en zal de druk op de sociale voorzieningen groot worden: “Die pot wordt niet groter. Dan zal de aanwezigheid van vluchtelingen gevoeld worden in de vorm van lagere uitkeringen.” Een op het eerste gezicht redelijk en veel gehoord betoog.

christmas caroll

Illustratie: filmdoctor.co.uk

Toch kunnen er wat vragen bij worden gesteld. Als een welvaartsstaat alleen maar mogelijk is binnen een land, wat zou er dan gebeuren als de hele wereld een land is? De grenzen zijn gesloten, we hoeven immers geen Marsmannetjes te verwachten. Is dan een welvaartsstaat en welvaart mogelijk? Als dat mogelijk is, waarom moeten we dan de grenzen sluiten? Moeten we dan niet inzetten op een wereldwijde welvaartsstaat? Wat zou dat betekenen voor vluchtelingenstromen? Zouden er dan nog stromen gelukzoekers zijn? Wellicht is dit een conferentie zoals de afgelopen klimaatconferentie, waard?

Als een welvaartsstaat alleen maar binnen huidige landen mogelijk is. Wat zou er dan gebeuren als alle landen tot hetzelfde niveau van welvaart komen? Hebben we dan niet een wereldwijde welvaartsstaat en wereldwijde welvaart? Of is welvaart alleen maar voor een paar landen mogelijk en willen die koste wat het kost hun bevoorrechte positie vasthouden?

Of zit de crux op een ander punt in het verhaal van Verbon? Is dat punt misschien dat die pot niet groter wordt omdat juist degenen die nu flink van de welvaart profiteren, niet willen delen? Want waarom zou die  pot niet groter kunnen worden? Als de economie groeit, groeit de pot dan niet mee? Vermogens zijn steeds oneerlijker verdeeld, zo toonde Thomas Piketty aan, ook in Nederland? En als we wat willen doen aan de ongelijkheid, kan dan de pot niet harder groeien dan de economie?

Zijn het misschien de grenzen tussen de haves en de have nots die gesloten moeten blijven? Toch maar eens ‘A Chrismas Caroll’ van Dickins lezen of kijken in deze Kersttijd?

Hoofdprijs

In Het geluk van een kopje koffie en Lone Survivor schreef ik over het utilitarisme. Hierbij kaartte ik al de moeilijkheid van het meten en de moeilijkheid van het weten (hoe ziet de toekomst eruit) aan. Het utilitarisme kent nog een heikel punt. Het maakt voor een utilitarist niet uit hoe het maximale geluk wordt behaald.

staatsloterij

Illustratie: casinogokken.net

De vader van het utilitarisme, Jeremy Bentham, geeft een mooi voorbeeld hiervan. Bentham wilde de problemen met armen en bedelaars aanpakken. Hij stelde voor om ze in werkhuizen op te sluiten alwaar ze konden verblijven en werken voor hun kost en inwoning. Het geluk zou hierdoor toenemen omdat de aanblik van een bedelaar bij teerhartige zielen de pijn van het medeleven veroorzaakt en bij hardvochtigere mensen de pijn van walging. In beide gevallen vermindert de ontmoeting met bedelaars het welbevinden van het publiek op straat. Haal ze van straat en het probleem is opgelost.

Nu naar het heden: een tegenprestatie eisen voor een uitkering. Dit kun je zien als een utilitaristische oplossing. Een individu krijgt financieel ondersteuning en moet een tegenprestatie verrichten (vuilprikken of parkjes aanharken). Een aanpak waarvan het de vraag is of die wel succesvol is. Hier heb ik in Tegenprestatie al aandacht aan besteed.

Heeft iemand die werkloos raakt niet al betaald voor zijn uitkering? De ww is immers toch een verzekering die je verplicht moet afsluiten als werknemer? En bijstand dan? Iedere werkende betaalt belastingen waarvan een ondersteuningspakket bij ‘ellendige omstandigheden’ van wordt betaald. Je betaalt die belasting voor mensen die er nu gebruik van maken. En je doet dit in het vertrouwen dat er ook voor jou gezorgd wordt als jij in de ellende zit. Laat je zo iemand niet voor een tweede keer betalen voor iets?

Levert door deze dwang en drang het betrokken individu niet een flink deel van zijn handelingsvrijheid in? De afstand tot de arbeidsmarkt wordt verkleind en dat vergroot de kans op een baan en van een baan wordt men gelukkig. Dit is de redenatie erachter. In Werken om te leven of leven om te werken stelde ik al de vraag naar het doel. Een controlevraag voor het doel: wat zou u doen als u de hoofdprijs in de Staatsloterij won?

En als het doel werk is, heiligt het doel dan de ingezette middelen?

Nieuwe Knoeperts

Minister Blok heeft plannen voor het huisvesten van de flink groeiende groep statushouders. Statushouders zijn mensen die de asielprocedure hebben doorlopen en in Nederland mogen blijven. Dit betekent dat ze de AZC’s moeten verlaten en mogen gaan deelnemen aan de Nederlandse samenleving. De eerste stap hierbij is het vinden van een woning en dat is een verantwoordelijkheid van de gemeenten waarover de statushouders worden verdeeld. Zij kunnen dus niet zelf kiezen waar ze willen wonen.

De KnoepertFoto: omroepvenlo.nl

Die huisvesting was al een probleem en dat wordt nu verergerd door de toegenomen instroom van asielzoekers. Daarom is ook minister Blok zich ermee gaan bemoeien en heeft hij een lijst van gebouwen opgesteld. “Op de lijst staan vooral grote complexen zoals leegstaande kantoorgebouwen, (monumentale) panden en voormalige gevangenissen. … Deze panden zullen (grondig) vertimmerd moeten worden om de locaties tot sobere appartementencomplexen om te bouwen,” zo valt te lezen in Dagblad de Limburger. Gebouwen die veelal in bezit zijn van het Rijk. Creatief van de minister om een leegstandsprobleem (grote kantoorkolossen en kazernes), op te lossen door het te combineren met een ander probleem, de huisvesting van statushouders.

Toch roept dit vragen op. Grote complexen met sobere appartementen, waar lijkt dit op? Dit lijkt op de gesloopte Venlose Knoepert en de oude Bijlmer. Met dit verschil dat de appartementen in deze complexen niet sober waren. Complexen waarin na verloop van tijd iedereen weg wilde en niemand wilde wonen. Complexen waar zich problemen verzamelden en die daarom gesloopt of geherstructureerd zijn. Hoe zou het dan met deze ‘sobere’ complexen gaan?

Wat betekenen die grote complexen van Blok voor de ‘integratie’ van de statushouders in de  samenleving? Leiden die niet veeleer tot segregatie? Tot stigmatisering? Statushouders moeten een hele mentale barrière overwinnen, komt daar zo niet ook nog een fysieke bij?

Zouden er geen alternatieven zijn? Structurele alternatieven waar iedereen wat aan heeft? Alternatieven die insluiten in plaats van uitsluiten? Biedt snelle nieuwbouw van sociale huurwoningen die voor iedereen geschikt zijn op goed ontsloten braakliggende percelen geen uitkomst? Zeker als we goede woningen voor € 85.000 binnen drie weken kunnen bouwen? Woningen die voor doorstroom kunnen zorgen?

Minority Report 2.0

‘Oh dan kunnen ze mooi de spellingscontrole doen’, was het eerste dat mij te binnen schoot toen ik over wetsvoorstel Computercriminaliteit III las in Dagblad de Limburger van maandag 30 november 2015. “De conceptwet geeft de politie ongekend veel bevoegdheden. Ze mag stiekem inbreken in computers, data kopiëren, toevoegen en wissen. De politie mag meekijken met webcams, afluisteren via de microfoon van een computer en live meekijken wat iemand typt. Er mag zelfs worden ingebroken bij onschuldige derden om bij een verdachte uit te komen.” Dit is volgens het artikel de korte samenvatting van de wet.

Minority reportFoto: movies2sees.com

Het is nogal een waslijst aan bevoegdheden die de politie krijgt. De uitspraak dat de politie je beste vriend is, krijgt een heel nieuwe betekenis. Zeker als die vriend alles van me weet, zelfs mijn pincode. Volgens diverse belangenverenigingen is inbreken om informatie te verzamelen zich begeven op glad ijs. Ook vinden zij het doordrukken van deze wet onder de vlag van terrorismebestrijding niet passend.

Afgezien van de al bekende vraag of we een dergelijk grote inbreuk in onze privé-sfeer wel moeten willen, zijn er andere vragen die dit wetsvoorstel oproept. Bijvoorbeeld wie een onschuldige derde is? En wat zegt dit dan over die tweede, de verdachte? Is die dan wel al schuldig? Schuldig ben je toch pas als een rechter je heeft veroordeeld? Zijn er dan überhaupt nog wel onschuldigen of is iedereen al een potentieel verdachte? Dan is Minority Report werkelijkheid geworden en wordt het mogelijk om mensen te arresteren voor een daad die ze misschien zouden kunnen gaan plegen.

Gaat deze wet zelfs niet nog verder dan die ‘filmwereld’? De politie krijgt immers ook de mogelijkheid zaken toe te voegen en te wissen. Dus om ‘bewijsmateriaal’ toe te voegen of vrijwarende zaken te verwijderen. Hoe moet ik mij daartegen verdedigen?

Wat zou de volgende stap zijn? Iedereen is tenminste een ‘onschuldige derde’ waarbij mag worden ingebroken. Dus waarom niet de politie van ieder huis een sleutel geven om ‘in te breken’ en camera’s en microfoons op te hangen en zaken toe te voegen of te verwijderen? Absurd? Waarin verschilt dit dan van het wetsvoorstel?