Nederlandse belangen

Voor premier Rutte staan de Nederlandse belangen ‘op één, twee en drie’. Zo valt te lezen bij Elsevier in een verslag van een Tweede Kamerdebat over de Brexit. Dat is natuurlijk goed om te horen en dat is natuurlijk ook wat je van een premier van een land mag verwachten.

Slavernij

Illustratie: www.webkwestie.nl

Wat zijn eigenlijk die Nederlandse belangen? Is dat economische groei? Liberalisering van de handel, van arbeid, van financiële belemmeringen? Is dat de groei van Nederland als financieel centrum? Is dat de groei van de Rotterdamse haven of van Schiphol? De export van kazen? Is dat de kwalificatie van het Nederlands elftal voor het komende WK in Rusland? Of is dat juist nu, ruim vooraf, al zeggen dat je niet naar dat WK gaat vanwege Oekraïne, de autocratische regeerstijl van Poetin of de te verwachten vechtpartijen met Russische hooligans? Is dat een positie in de Veiligheidsraad van de VN die de gemoederen deze week bezig houdt? Is dat een goed leven voor mensen hier mogelijk gemaakt door een basisinkomen? Is dat een fatsoenlijke opvang van vluchtelingen of zijn dat akkoorden zoals met Turkije zijn afgesloten?

Hangt de formulering van dat belang niet af van politieke, maatschappelijke en economische opvattingen van mensen? Opvattingen die niet eenduidig zijn. Ik zal het Nederlands belang anders formuleren dan jij of premier Rutte het doen. Zou dat belang bovendien niet kunnen veranderen? Dat wat vandaag nastrevenswaardig is, kan morgen een blok aan het been zijn. Zo was slavenhandel voor Holland eeuwenlang een gouden bedrijfstak en dus een nationaal belang. Tegenwoordig, voortschrijdend inzicht, zouden we onze voorvaderen willen influisteren dat zij hier toch echt het verkeerde belang najoegen.

Om het nog lastiger te maken, wat te doen als nationale belangen conflicteren? Als voetballiefhebber wil ik niets liever dan dat het Nederlands elftal zich kwalificeert voor het WK. Als aanhanger van recht en democratie pleit ik voor het boycotten van Rusland. Het is natuurlijk mooi als Nederland lid van de Veiligheidsraad wordt, maar als dat (hypothetisch) leidt tot jaren van ruzie en gekibbel met andere ‘kandidaten’ als Zweden en Italië, zou het dan niet in het Nederlands belang zijn om de kandidatuur terug te trekken?

Een klinkende uitspraak van premier Rutte, maar wat zegt hij? Wat zijn, volgens hem, die Nederlandse belangen die op één, twee en drie staan?

Més que un club?

Mijn cluppie, VVV(-Venlo, staat er normaal achter, maar de eerste V staat al voor Venlo, dus die laat ik weg), zit in de financiële problemen. Na de degradatie uit de Eredivisie drie jaar geleden, moest er flink worden bezuinigd. Dat is gebeurd en nog is de club te afhankelijk van ‘vermogende vrienden’ zoals voorzitter Hay Berden. Bureau Hypercube heeft, als onderdeel van afspraken tussen de gemeente Venlo en de club, de zaak onderzocht en komt tot de conclusie dat de club: “in een nieuw stadion wel structureel een middenmoter in het Nederlandse voetbal kan zijn.” In het huidige stadion, het legendarische De Koel zou dat niet kunnen.

Seacon Stadion "De Koel"

Foto: www.flickr.com

Ik wil de kwaliteiten van het bureau niet ter discussie stellen, maar…, waar hebben we dat meer gehoord? En hoeveel clubs hebben al zo’n nieuw stadion gebouwd? Een stadion dat de bezoeker comfort biedt, een skybox voor de sponsor die er zijn gasten met alle egards kan ontvangen en dat is gelegen op een industrieterrein liefst op een kruispunt van snelwegen. Stadions van het type dertien in een dozijn die multifunctioneel te gebruiken zijn en waar dus ook concerten gehouden kunnen worden. Clubs als Fortuna Sittard, Roda JC, NAC, Vitesse, FC Twente, Heracles, AZ, Heerenveen en zo zijn er vast wel meer te noemen. Sommigen spelen ‘in de middenmoot’ andere niet. En laat eerdere plannen van VVV en de gemeente Venlo om een nieuw stadion te bouwen op het ‘Kazerneterrein’ mislukt zijn. De financiën bleken een onoverkomelijk probleem. Nu komt een soortgelijke oplossing die structureel tot een plek in ‘de middenmoot’ of nog zo’n mooie ‘het linkerrijtje’ moet leiden. Hoeveel plekken kent dat rijtje eigenlijk?

Wanneer komt er iemand met andere ideeën? Voorbeelden van andere ideeën zijn er voldoende. Neem FC United of Manchester. Een club opgericht door boze supporters van Manchester United. Boos vanwege de steeds verder doorgevoerde commercialisering en vooral de exponentieel stijgende prijs van een kaartje. Die club laat ook zien hoe je op een andere manier een stadion kan bekostigen. Over stadions gesproken, FC Union Berlin laat mooi zien hoe je ook een stadion kunt verbouwen. Twee voorbeelden, er zijn er meer die laten zien dat het ook anders kan.

Zou dat in Venlo ook kunnen? Zou VVV een vereniging kunnen worden met leden? Leden die een netwerk vormen dat staat voor de club en voor elkaar? Die de club en elkaar helpen als dat nodig is? Een club met het gezamenlijk gerenoveerde stadion De Koel als thuisbasis. Waar het voetbal de bindende factor is, maar het draait om meer? ‘Més que un club’, om de spreuk van FC Barcelona aan te halen?

 

Een brug te ver?

Venlo is momenteel ‘in de ban van een kabelbaan’. Wat is er aan de hand? Tegenover het centrum van de stad, aan de overkant van de Maas ligt een het ‘kazerneterrein’. Een ‘campusachtig’ terrein met gebouwen die deels een monumentenstatus hebben. Onder het terrein, en al deels blootgelegd, ligt een nog monumentaler oud Spaans fort uit de zeventiende eeuw.

Fort sint michielIllustratie: www.l1.nl

Dit terrein krijgt een nieuwe bestemming: “Over enkele jaren zal er een ontspannen, maar ook bedrijvige sfeer hangen in het KazerneKwartier, met voor ieder wat wils. In een parkachtige setting maak je een wandeltochtje rondom de grachten en muren van het mooie Fort Sint Michiel waarna je een lekkere picknick hebt met zicht op de prachtige Maas. De kinderen ravotten, en hebben plezier van al hetgeen er te doen is. Of je ligt heerlijk met vrienden in het gras, genietend van een ijsje en het ruisen van de bomen,” in goed Nederlands Leisure and Pleisure genoemd. Winkeliers in de Venlose binnenstad zien die plannen ook zitten als er maar een ‘goede’ verbinding komt met de binnenstad. Dan komen die vele bezoekers wellicht ook even winkelen. Nu kun je het terrein via het fietspad langs de spoorbrug bereiken of per auto, fiets en te voet via de stadsbrug. Beide bruggen liggen direct naast elkaar en raken de zuidkant van zowel het stadscentrum als het kazerneterrein. Een eenvoudige en zeer goedkope oplossing zou zijn, het fietspad langs de spoorbrug, die het dichts bij beiden ligt, ‘om te bestemmen’ tot een voetgangersbrug.

Maar nee, dat is niet genoeg. Er moet een nieuwe verbinding komen. Een derde brug op steenworp afstand of: een kabelbaan. Een leuk en nieuw idee, vele steden hebben mooie bruggen, daarmee kun je je niet onderscheiden, een kabelbaan wel. De gemeenteraad is in meerderheid voor een kabelbaan. Een belangrijk argument voor de kabelbaan is dat je die kunt exploiteren en als het goed gaat kan ze zichzelf zo betalen. Dat kan met een brug niet. Die ligt er en dan kan iedereen erover.

Waarom zou je een brug niet kunnen exploiteren? Noem het een tolbrug, tolwegen zijn er al en als het met een weg kan, waarom dan niet ook met een brug? Probleem is dan alleen dat de twee andere bruggen gratis zijn. Bij een kabelbaan ligt dat anders, dat is een attractie en daarvoor wordt wel betaald, zo is de redenering. Als bezoeker van het ‘leisure and pleisure park’ kun je gratis mee, als je tenminste met de auto komt en een parkeerkaartje koopt, zo is de idee.

Waarom zou je de kabelbaan moeten ‘exploiteren’? Waarom niet ‘gratis’? Scheelt kassapersoneel en infrastructuur, maakt de attractie, de stad en het ‘leisure and pleisure park’ nog aantrekkelijker. Natuurlijk is niets gratis, maar als je het voor een doelgroep verstopt in het parkeertarief, waarom dan niet een halve euro ‘opcenten’ op alle parkeertarieven? In een kleine verhoging van pecariobelasting, dan betalen degenen die profiteren, de winkeliers en horeca? Of is dat een brug te ver?

Duettino Sull’aria

Bij De Correspondent een artikel van Malique Mohamud over hiphop. Als correspondent straatintellect richt hij zich ondermeer op het zichtbaar maken van de culturele significantie van hiphop. In een interessant artikel geeft Mohamud zeven momenten waar hiphop een belangrijke rol heeft gespeeld. Momenten waarop muziek, in dit geval hiphop, en politiek elkaar raken, zijn er veel. Muzikanten die de tijdgeest aanvoelen en er soms een klein beetje op vooruit lopen, komen veel voor. Rossini haakte goed aan bij het aanwakkerend Italiaans nationalisme. De protestsongs van Bob Dylan en de Vietnamoorlog. De rauwe harde punk van de Dead Kennedys en de effecten van het opbloeiende neoliberalisme. Muzikanten staan daarin niet alleen, veel kunstenaars proberen de tijdgeest te raken en zo een statement te maken.

Dat hiphop-muzikanten op die zeven momenten een belangrijke rol speelden in het verwoorden van gevoelens en het beïnvloeden van keuzes, daar zal Mohamud zeker gelijk hebben. Waar hij de plank misslaat is als hij beweert een overzicht te geven van: “… zeven momenten waarop hiphop de geschiedenis veranderde.” Dan kent hij hiphop wel een bijzondere kracht toe.

Hoe kun je de geschiedenis veranderen? Je kunt er een andere kijk op hebben. Je kunt nieuwe inzichten over de geschiedenis naar buiten brengen, maar veranderen? Dat lijkt me lastig. Het lijkt me sterk dat hiphop ervoor heeft gezorgd dat Martin Luther King zijn beroemde I have a dream toespraak al hiphoppend uitsprak. Of dat de beroemde aria, Duettino Sull’aria, uit Mozarts Nozze de Figaro tijdens de eerste uitvoering werd gehiphopt (als dat een goed woord is).

Misschien wel een idee om die aria, die ook een belangrijke rol speelt in de film The Shawshank Redemption, in die opera te hiphoppen, dan schrijf je geschiedenis en beïnvloed je de tijd na je. Dat is echter wat anders dan de geschiedenis veranderen. Nu, terugkijkend, kun je zeggen dat hiphop op de genoemde moment iets in een bepaalde richting heeft beïnvloed. De geschiedenis is daarmee niet veranderd.

Etnisch profileren

Op de de site JOOP is een interessante bijdrage te lezen van Mitchell Esajas in het racisme-debat. Esajas vraagt terecht aandacht voor de nadelen die gekleurde mensen ondervinden in Nederland. Schade niet alleen door: “PVV-klootjesvolk’ en extreemrechtse gekken,” maar ook door: “goedbedoelende witte mensen.” 

Die laatste bagatelliseren de ernst van het racisme in Nederland door bijvoorbeeld zwarte piet te vergoelijken ondanks de pijn die ‘piet’ bij gekleurde mensen veroorzaakt. “Het wordt tijd dat ‘goedbedoelende keurige witte mensen’ als van der Horst zich meer gaan verdiepen in het koloniale verleden en de betekenis van institutioneel racisme en minder whitesplainen. Dat is een term dat gebruikt worden om aan te duiden wanneer, wellicht goed bedoelende, witte mensen op een paternalistische manier aan een zwart persoon uitleggen wat wel en wat niet als racisme beschouwd dient te worden. Alsof zwarte mensen, na 400 jaar slavernij, kolonialisme en discriminatie, niet weten wat racisme is en hoe ze er tegen moeten vechten,” aldus Esajas. Daarom pleit hij voor: “een publieke campagne over het koloniale verleden en migratiegeschiedenis in combinatie met verandering van het curriculum zodat er van het basis- tot het hoger onderwijs meer aandacht komt voor de relatie tussen het koloniale verleden en het heden.” Als historicus kan ik die extra aandacht voor de geschiedenis alleen maar toejuichen want een mens is een product van zijn verleden.

RacismeIllustratie: personanongrata.nl

Alleen zit ik met een probleem. Ik weet niet wat Esajas van mij verwacht. Ik ben redelijk op de hoogte van het koloniale verleden, de migratiegeschiedenis, de effecten van twee wereldoorlogen, de ontstaansgeschiedenis van Nederland, de kruistochten, de veroveringstochten van de Mongolen, de invloed van het Romeinse rijk en de Griekse beschaving.  Alles weet ik er niet van, maar wie wel? Ik ga me er niet voor verontschuldigen, want ik heb er geen schuld aan. Ik moet het ook maar doen met de gevolgen ervan en voor wat ik ermee doe, daarvoor ben ik verantwoordelijk.

Ik stoorde me enorm aan het aanroepen van de VOC-mentaliteit door toenmalig premier Balkenende. Ik erger me rot als ik Wilders over moslims hoor praten. Als wordt ‘vergeten’ welke rol het Westen in het Midden-Oosten speelde en speelt. Net zoals ik me rot erger aan ‘gekleurde jongeren’ die een witte vrouw in een rokje hoer noemen.

Ik voel me niet aangesproken als er over racisme wordt gesproken al weet ik dat de Nederlandse maatschappij wel dergelijke trekken heeft. Die stel ik aan de kaak. Zo schreef ik over de uitsluitende werking van taal. Dat mensen liever ‘klonen van zichzelf’ aannemen weet ik, daar kan iedereen het slachtoffer van worden alleen met een kleurtje ben je dat sneller.

Ik weet dat je tegenwoordig alleen maar aandacht krijgt, als je schreeuwt en overdrijft. Dat maakt het echter wel heel lastig om na te gaan of iets gemeend is of alleen zwaar aangezet. Zo voel ik me ‘etnisch geprofileerd’ door zinnen als: “Het omvat een dominante manier waarop de Nederlanders over zichzelf denken, als een klein doch rechtvaardig, ethisch, kleurenblind, vrij van racisme, dus een baken van licht voor andere volkeren en naties,” die Esajas van professor Gloria Wekker heeft overgenomen als er wordt geschreven over het Nederlandse zelfbeeld. Ik voel me in een hoek gezet, waarin ik me niet thuis voel en waarin ik niet thuis hoor. Alleen weet ik niet hoe ik uit die hoek kan komen. Want wie weet schaad ik, als ‘goed bedoelende witte mens’, dan wel iemand door mijn ‘paternalisme’ en dat wil ik ook niet.

Beste meneer Esajas, al maak ik het niet zelf mee, ik kan met u meevoelen en wil eraan meewerken dat die gevoelens verdwijnen. Voelt u ook met mij mee als ik me in de hoek gezet voel door de manier waarop u en de uwen het debat voeren?

Invictus

Race can be erased,” is de conclusie van Mark van Vugt in Trouw. Hij haalt hiervoor een onderzoek aan waarbij mensen zich moesten herinneren wie wat zei over een basketbalwedstrijd. Het antwoord: ja, mensen wisten of het een man of vrouw was en welke huidskleur de persoon had. Toen de sprekers een shirt aantrokken van een van de twee clubs, wisten zij alleen nog van welke club de persoon was, het geslacht of de huidskleur was niet meer relevant. “Trek een oranje shirt aan en je huidskleur doet er niet meer toe, aldus Van Vugt: “Sport verbroedert, letterlijk. Jammer dat we er niet bij zijn op het EK voetbal!”

Jonah Lomu

Foto: www.1eyedeel.com

Toen ik dit las moest ik denken aan de documentaire The Sixteenth Man. Een documentaire over Zuid-Afrika dat bij het aantreden van Nelson Mandela als president in 1994, dreigde te vervallen in een bloedige burgeroorlog. Mandela zag het wereldkampioenschap rugby van 1995, dat in Zuid-Afrika werd gehouden, als een grote kans om blank en zwart te verzoenen en te verbroederen.

Rugby was in die jaren de sport van de blanken. Zwarten waren bij wedstrijden van de Springboks (de nationale ploeg) altijd voor de tegenstander. De ‘Bokken’ waren immers van de blanke vijand. Een vrijwel hopeloze uitgangssituatie die nog werd verergerd door de staat van het rugbyteam dat in de aanloop naar het WK een hopeloze indruk maakte. Toch werden de Springboks in 1995 wereldkampioen en het land schaarde zich als één man achter het team en de president. Die eenheid werd goed verwoord door aanvoerder Francois Pienaar toen hij direct na de wedstrijd antwoord gaf op de vraag: ‘Was dit onmogelijk geweest zonder de steun van de 63.000 fans?’ Pienaar antwoordde: “we werden niet gesteund door 63.000 Zuid-Afrikanen, maar door 43 miljoen.’  Voor de filmliefhebbers, de film Invictus geeft een iets geromantiseerd beeld van dezelfde gebeurtenis. De voice-over van de documentaire, Morgan Freeman, speelt Mandela.

En nu we het over die film hebben. Als Mandela te horen heeft gekregen dat de sportraad heeft besloten om het shirt en de naam Springboks af te schaffen, komt hij in actie. Zijn politiek assistente waarschuwt hem dat het volk (het zwarte deel) de Springboks haat en dat dit besluit goed zal vallen bij de achterban. Daarop antwoordt hij: “In this instance the people are wrong. And it is my duty as their elected leader to show them that.”  Waarop zijn assistente hem eraan herinnert dat hij zo het vertrouwen van zijn achterban verliest en zijn toekomst als leider op het spel zet. Waarop hij haar antwoordt: “The day that I‘m afraid to do that, is the day that I’m no longer fit to lead.”  Missen we dergelijk leiderschap? Zou de rassendiscussie dan anders verlopen?

Enige minpunt aan film en documentaire, is dat mijn favoriete rugby-speler de wedstrijd verloor en nooit wereldkampioen werd. De legendarische, helaas te vroeg overleden Nieuw-Zeelander Jonah Lomu. Vandaar zijn foto als eerbetoon.

 

Een bus met gekleurde agenten

De politie staat de afgelopen dagen weer volop in het nieuws. Rapper Typhoon werd staande gehouden vanwege ‘etnisch profileren’: een jonge, donkere man in een SUV.  Sander van Walsum schrijft in het commentaar in de  Volkskrant: “Voor gekleurde Nederlanders – bekend of minder bekend – is het vernederend om zonder deugdelijke reden staande te worden gehouden door de politie. Zeker als zoiets vaak gebeurt en zeker als de betrokken agent blank is.” Daarom moet de politie qua samenstelling veel meer een afspiegeling zijn van de samenleving.

politie

Foto: powervrouwen.blog.nl

Natuurlijk is het vervelend als je door de politie staande wordt gehouden, zeker als andere mensen hiervan getuige zijn. Er is dan iets waardoor de ‘politiebellen’ gingen rinkelen, iets waardoor je ‘verdacht’ werd. Zou staande worden gehouden voor een ‘gekleurde’ Nederlander anders zijn dan voor een ‘ongekleurde’ Nederlander? Beiden worden immers even ‘verdacht’? Je voldoet aan een profiel.

Wanneer is een reden voor het staande houden deugdelijk? Is dat alleen als blijkt dat de persoon die staande is gehouden daadwerkelijk in overtreding is? Als Typhoon daadwerkelijk een kilo heroïne bij zich had of de auto had gestolen? Dat zou het politiewerk erg lastig maken want wanneer ben je honderd procent zeker. Hoe zou de politie zonder profielen moeten werken? Profielen zijn ‘voor-oordelen’ op basis van ervaringen uit het verleden, zonder welke het leven en zeker politiewerk, onmogelijk is. Na staande houding wordt het voor-oordeel getoetst en komt de politie tot een oordeel.

Zou het hierbij wat uitmaken welke ‘kleur’ de betrokken agent heeft? Is het minder erg als een agent met eenzelfde ‘kleur’ als Typhoon hem had staande gehouden op basis van hetzelfde profiel dat nu de ‘blanke’ agent gebruikte? Als dat het criterium is, dan wordt politiewerk nog lastiger. Dat wordt patrouilleren in een bus met agenten van alle mogelijke ‘kleuren’ en de juiste kleur de aanhouding laten verrichten. Natuurlijk zou het goed zijn als de politie een goede ‘afspiegeling’ is van de bevolking. Maar ook dan zal er met profielen moeten worden gewerkt en zal een agent van de ene kleur iemand van een andere kleur aanhouden en zal dat vaak onterecht zijn. Ook dat voorkomt niet dat in de ene buurt meer mensen worden staande gehouden dan in de andere.

Handelde de agent die Typhoon aanhield niet correct? Staande houden op basis van een profiel. En in deze fase al op een vriendelijke manier het waarom vertellen, dus het profiel uitleggen. Onderzoeken en komen tot een oordeel. Is er niets aan de hand, dan excuses en fijne dag verder. Zou die agent niet ten voorbeeld moeten worden gehouden aan zijn collega’s?

The colour of music

De nieuwe directeur van MOJO, Wilbert Mutsaers, gooide deze week weer een knuppel in het zwart/wit hoenderhok: Nederlandse festivals moeten kleurrijker. Er moet meer zwarte muziek worden geprogrammeerd: R&B, hiphop en de grote artiesten als Beyoncé en  Kanye West komen er nooit, wel stokoude rockers als Bruce Springsteen, the Rolling Stones en Paul McCartney. De festivals lopen zo: “het risico te vervreemden van het poppubliek, als daar geen poging wordt gedaan de grote zwarte muziek een plaats te geven.” Een paar dagen later geeft de rapper Fresku zijn analyse: “Maar we denken op een of andere manier dat pop wit is. Ten onrechte. We moeten niet onderschatten dat zwarte muziek in alles zit, maar dat toch altijd witte mensen het gezicht van een zwart genre worden.

Dead KennedysIllustratie: alibi.com

Waar komt toch de idee vandaan dat alles een afspiegeling moet zijn van ‘de samenleving’? Dat er evenveel mannen als vrouwen, gele rooie, blauwe en groene mensen, linkse als rechtse, ‘grachtengordel-‘ en ‘achterbuurtmensen’ enzovoorts, op tv en gast in talkshows moeten zijn? En nu ook muzikanten op festivals? Als artiesten op festivals een afspiegeling van de samenleving moeten zijn, dan claim ik ook een positie als ‘hoofdact’. Ik behoor tot de categorie vals zingende a-muzikalen en die moeten ook een plek hebben. Suggestie voor de programmeur, zet me als laatste dan is het terrein snel leeg.

Dat is natuurlijk absurd. Bij muziekfestivals draait het gelukkig om de muziek en het is aan de organisator om een programma samen te stellen. Een organisator van een hiphopfestival, zal Jan Smit niet programmeren. Dat is niet omdat Jan blank is, maar omdat hij geen hiphop maakt. De organisator zal ook de ‘zwarte’ band Living Colour niet uitnodigen omdat ze geen hiphop maken. Een organisator van een hardrockfestival zal Rihanna niet vragen, niet omdat ze zwart is, maar omdat zij geen hardrock speelt. Living Colour wordt wellicht wel gecontracteerd. Het Concertgebouworkest zal ook niet gevraagd worden voor Pinkpop. Richt ieder festival zich niet op een deel van het muzikale spectrum en betekent dit niet dat een ander deel er niet komt?

Heeft muziek een kleur of kent het verschillende stromingen als jazz, punk, new wave, hiphop enzovoorts? Wordt er niet al zolang als er muziek wordt gedraaid op de radio door artiesten geklaagd dat ze niet worden gedraaid en door fans dat ze hun muziek niet op de radio horen? Zo was mijn favoriete punkband Dead Kennedys zelden te horen op de radio. Zou de huidskleur van de artiest hierbij werkelijk een belangrijke rol spelen zoals Fresku beweert in zijn song Zo doe je dat? Of zou het aan de smaak van de discjockeys liggen of de kwaliteit van de muziek liggen?

Voorrechten of vooroordelen?

In de Volkskrant reageert auteur Renzo Verwer op een eerdere bijdrage van geschiedenisdocent Lofti Abdel Hamid. Hamid betoogde dat het islamdebat geen dialoog is op gelijkwaardige basis omdat: “moslims voornamelijk worden neergezet als theologisch denkende en handelende mensen met een in essentie achterlijk waardenstelsel,” en dan: “is een gesprek bij voorbaat een verspilling van tijd en energie.” Volgens Verwer is het in groepen wegzetten van mensen, eigen aan een debat. Zeker als een groep, zoals de moslims voorrechten hebben en speciaal worden behandeld. Waaruit bestaan die volgens Verwer: “ze mogen met hun haar onzichtbaar op de paspoortfoto (niet-moslims niet), ze mogen gescheiden zwemmen, ze mogen vrouwen discrimineren (geen hand geven, weigeren geholpen te worden in een winkel in het dorp Oranje), en we pikken het allemaal!”

vooroordelenIllustratie: arkompas.com

Laten we het eens nalopen. Een foto voor het paspoort moet aan strikte eisen voldoen. Hierbij moet het hoofd onbedekt zijn behalve als: “het om godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen niet toegestaan (is) om uw hoofd onbedekt te laten.” Het geldt voor iedereen die godsdienstige bezwaren heeft tegen een ontbloot hoofd. Dat kan een moslima zijn, maar ook van een sikh of welke andere religie dan ook. Is dit een voorrecht specifiek voor moslims?

Is gescheiden zwemmen een (voor)recht? Is iemand vrij om een zwembad af te huren en er vervolgens alleen met vrouwen of mannen in te zwemmen? Mag een zwembad als marktproduct niet een uurtje zwemmen voor alleen vrouwen aanbieden? Er wordt ook zwemmen met baby’s, zwemmen voor ouderen en wellicht nog andere doelgroepen aangeboden. Hoe moet het dan met wedstrijdzwemmen? Heeft Verwer wellicht ook bezwaar tegen gescheiden voetballen of hockeyen?

Het geven van een hand is een gebruik in Nederland, maar is het daarmee een verplichting? Staat het iemand niet vrij om zelf te bepalen wie hij of zij een hand geeft en met welke reden? Heb je, want dat is de andere kant van de medaille, recht op een hand? Staat het mij ook vrij om in een winkel te weigeren door iemand geholpen te worden? Is het dan niet aan de winkelier om daarop te reageren door iemand anders mij te laten bedienen of mij als klant de deur te wijzen en dat heb ik dan te accepteren?

Verwer windt zich op over het frame: “dat de eigenlijke slachtoffers van de terroristische aanslagen door moslims de moslims zelf zijn. Want die krijgen het nu zo zwaar.”  Kijkt Verwer wellicht met een frame dat van vooroordelen voorrechten maakt?

De volgende genocide?

Sylvana Simons kreeg een hele strontkar aan verwensingen en verwijten over zich, toen ze bekend maakte als politica actief te willen worden bij de nieuwe partij DENK. Vervolgens werden en worden nieuwe strontkarren uitgekeerd over de hoofden van de ‘kiepers van de karren’ over Simons. In dit ‘strontkarren kiepen’ speelt ook het woord genocide een rol en dan vooral de Armeense genocide. Aan de hand van een gebeurtenis in het verre verleden, nu de Armeense genocide maar het kan ook de slavernij of het kolonialisme zijn, een gebeurtenis waar de laatste overlevende waarschijnlijk al van is overleden, wordt bepaald hoe fout iemand in het heden is. Zo ook in de discussie onder een column van collega Sylvia Witte.

genocideFoto: www.examiner.com

Nu dus het onderwerp Armeense genocide, een gebeurtenis uit 1915 terwijl het woord genocide pas in 1944 is gemunt. Was er dan sprake van een genocide avant la lettre? Er wordt een nieuwe lat langs oud verleden gelegd en het is de vraag of dat wel correct is. Het is verleidelijk om te doen. Ligt echter misbruik van het verleden voor doelen in het heden dan niet op de loer? Houdt die fixatie op ‘fout’ zijn in de vorige, niet meegemaakte, oorlog niet het risico in dat we de huidige oorlog missen?

Neem het begrip genocide. De Engelse wikipedia onderscheidt acht stadia. Stadium één: mensen worden verdeeld in wij en zij. Stadium twee: als dit wordt gecombineerd met haat kunnen symbolen aan de paria-groepen worden opgedrongen. Stadium drie: de ene groep ontkent de menselijkheid van de andere groep en vergelijkt ze met dieren, ongedierte en ziektes. Stadium vier: speciale ‘legereenheden en milities’ worden getraind en bewapend. Stadium vijf: haatgroepen zenden hun propaganda uit. Stadium zes: slachtoffers worden geïdentificeerd en gesepareerd. Stadium zeven: de uitvoering van de ‘uitroeiing van de ander die toch geen mens is. Stadium acht: de ontkenning van de begane misdaad.

Wij versus zij, komt dat bekend voor? Symbolen als de ‘varkenskop’? De  IS-vlag? Vergelijkingen: de tsunami van islamisering? Onze cultuur is superieur? Ongelovigen mogen worden gedood? En ik vergeet vast nog wel iets. Hoe moeten we het duiden als steeds dezelfde mensen het slachtoffer zijn van de oorlog tegen het jihadisme? Als zij steeds uit de rij worden gepikt, uit vliegtuigen verwijderd omdat ze er ‘anders’ uitzien, je raar aankijken of een differentiaalvergelijking oplossen? Staan de sociale en reguliere media niet vol met propaganda voor ‘het goede doel’ en met afkeer van de andere? Hoe moeten we de segregatie in de samenleving duiden? Is dit een voorstadium van separatie. Gelukkig is de uitroeiing nog niet aan de orde. Maar komt het toejuichen van verdrinkende vluchtelingen niet al in de buurt?  Zouden de strontkarren die onder het mom van de vrije meningsuiting worden gestort, straks als ‘ontkenning’ worden gebruikt: ik maakte alleen van het recht op vrije meningsuiting gebruik?