Schuimende samenleving

Er komt een Kleurijke Top 100, zo valt te lezen bij Joop. Een lijst van honderd mensen die, zoals de initiatiefnemers Raja Felgata en Khalid Ouaziz het uitdrukken, goed is voor diversiteit: “wij laten Nederlanders zien die al dan niet met een culturele achtergrond, het verschil maken. Die geloven in de kracht van diversiteit en verbinding. Rolmodellen. Helden.” Dit is nodig: “Onze samenleving staat in brand en bestaat uit parallelle samenlevingen. Ooit begonnen met kleine haardvuurtjes door politici als Hans Janmaat en Pim Fortuyn, om aangewakkerd te worden door Geert Wilders en opiniemakers die vrijheid van meningsuiting misbruiken om rechtse en racistische geluiden mainstream te maken.” En daarover maken de initiatiefnemers zich zorgen.

schuimFoto: vanmeeuwen.com

Dat er tegengas wordt gegeven tegen racistische geluiden is een goede zaak en als deze lijst daarbij kan helpen, stel ze dan op. Of het lukt om de parallelle samenlevingen de nek om te draaien en te komen tot één samenleving? De filosoof Peter Sloterdijk beschrijft in zijn boek Sferen. Band II – Schuim  het geloof in die eenheidsamenleving als volgt: “Ze presenteren zichzelf als betoverde ruimten die profiteren van imaginaire immuniteit en magisch gekleurde wezens- en keuzegemeenschap” een geloof in sprookje dus.

Volgens Sloterdijk moet, wie serieus over een samenleving wil spreken: “zich buiten het terrein van de wij-beneveling begeven. Pas als men daarin geslaagd is, zal men inzien dat ‘samenlevingen’ of volken zelf veel vlottender, tweeslachtiger, poreuzer en promiscuer zijn dan hun homogene namen suggereren,” Bestaat niet iedere samenleving uit ‘parallelle samenlevingen’? Is niet ieder gezin, bedrijf, vereniging, vriendenclub een samenleving op zichzelf? Samenlevingen met eigen kenmerken, woorden en gebruiken die parallel naast en met elkaar functioneren, of ‘microsferen’ zoals Sloterdijk ze noemt. Een sameneleving is: “een aggregaat van microsferen … van verschillend formaat, die net als afzonderlijke bellen in een schuimberg aan elkaar grenzen en in lagen op of onder elkaar liggen, zonder dat ze echt voor elkaar bereikbaar of effectief van elkaar gescheiden zijn.”

De samenleving als schuim, een mooie metafoor omdat schuim niet kan branden. Sterker, het wordt door de brandweer gebruikt om branden te blussen. Zou het bestaan van juist die parallelle samenlevingen, microsferen of schuimbellen en -belletjes er niet voor zorgen dat een samenleving leefbaar blijft? Zou een mens niet juist verdwalen of verwezen zonder die ‘microsferen’? Verdwalen in samenlevingen die zich zien als een grote eenheid of eenheidsworst?

Beste Raja Felgata en Khalid Ouaziz, zouden we niet juist die ‘parallelle samenlevingen moeten koesteren? Is het echte probleem niet juist het denken in eenheid, het geloof in die “magisch gekleurde wezens- en keuzegemeenschap” ? Ligt dat niet juist aan de basis van het ‘racistisch’ denken? Moeten we de schuimbellen niet koesteren om een brand te voorkomen?

Universitaire diversiteit

De Universiteit van Amsterdam is in de ban van diversiteit. Een diversiteitscommissie onder leiding van Gloria Wekker is aan het werk. Dit leidt tot veel discussie. In de Volkskrant pleit universitair docent conflictstudies aan de UvA Martijn Dekker voor een universiteit die ongelijkheid bestrijdt. Bestrijdt door ‘affirmative action’ zoals hij het noemt: het ondersteunen en soms bevoordelen van mensen die vanwege oorzaken buiten henzelf om, een achterstand hebben.

diversiteit

Foto: www.rectec.nl

Achterstanden veroorzaakt door vooroordelen, stereotypen en angsten. Achterstanden door je huidskleur of de sociale status van je ouders. Vanwege deze achterstanden leidt gelijke behandeling van mensen tot ongelijke resultaten: “als je het gelijkheidsbeginsel in die situatie gaat toepassen, dan komt dat voornamelijk ten goede van hen die al een voorsprong hebben.” Hiermee zet hij zich af tegen de filosoof Sebastien Valkenberg die in dezelfde krant pleit voor gelijke behandeling van iedereen: “Wat is het gelijkheidsbeginsel nog waard als het terzijde wordt geschoven zodra het even niet uitkomt?” Voor Valkenberg moet kwaliteit centraal staan.

Als aanhanger van de rechtvaardigheidstheorie van John Rawls en de erop voortbordurende  vermogensbenadering van Martha Nussbaum en Amartya Sen, kan ik mij vinden in het betoog van Dekker. Toch wringt er iets in Dekkers betoog en vooral in zijn gebruik van cijfers. Dekker: “Slechts 15 procent van de studenten (van de Universiteit van Amsterdam) heeft een zwarte, migranten- of vluchtelingenachtergrond, tegenover 51 procent van de jongeren in Amsterdam. Dit moet toch zelfs de grootste liberaal aan het denken zetten?” Dekker zou een punt hebben als die Universiteit alleen toegankelijk zou zijn voor inwoners van Amsterdam en als de inwoners van Amsterdam naar geen andere universiteit zouden kunnen. Dat is allebei niet het geval. De UvA staat open voor iedereen en Amsterdammers kunnen ook naar Groningen.

Is een vegelijking met de jeugdige bevolking van Amsterdam dan wel de juiste? Laten we de populatie van de UvA eens vergelijken met de Nederlandse bevolking. Nederland kent iets meer dan twee miljoen jeugdigen van vijftien tot vijfentwintig jaar (de studentenleeftijd) ongeveer 520.000 hiervan is allochtoon. Hiervan zijn er 340.000 niet westers (zwarte, migranten of vluchtelingen achtergrond), dat is zeventien procent. De situatie is daarmee lang niet zo dramatisch als Dekker schetst. Sterker nog, zou je niet kunnen concluderen dat de UvA er nog niet is maar wel goed op weg is?

Cognitieve dissonantie

Volgens Sietske Bergsma, zo schrijft ze bij ThePostOnline, heeft een groot deel van Nederland last van cognitieve dissonantie. Wat? “Het ongemakkelijke gevoel dat we hebben als iets wat we geloven of hopen wordt tegengesproken door de feiten, of als ons gedrag niet overeenkomt met het positieve beeld dat we van onszelf hebben.” Omdat onze hersenen niet kunnen leven met dergelijke tegenstrijdigheden, wordt de waarneming of tegenspraak aangepast of ‘in overeenstemming gebracht’ met het geloof of eigen beeld. De roker die de gezondheidsschade van roken bagataliseert door te  verwijzen naar zijn opa die met twee pakjes sigaren honderdenvijf is geworden.

cognitieve-dissonantieIllustratie: www.kennislink.nl

Terecht wijst Bergsma erop dat cognitieve dissonantie gevaarlijk kan zijn omdat: “Door een vertrouwd wereldbeeld (en niet de mens zelf) in bescherming te nemen, hoeven de nieuwe feiten niet echt bij mensen binnen te komen, en zo hoeft niemand ergens actie op te nemen.”

Volgens Bergsma leidt een groot deel van Nederland hieraan. Welk deel? De wandelaars van de ieder1-mars bijvoorbeeld. De aanhangers van: “het nieuwe, activistische geloof in het behoud van een vrij, blij, vredig en divers Nederland.” Een geloof dat steeds meer: “in een wanverhouding (komt) te staan ten opzichte van de feiten: onrustige wijken, terreurdreiging, groeiend anti-semitisme, overbevolking, een stuurloze EU, Trump, steeds meer islam in de publieke ruimte en -hoewel dat allerminst een feit is, noem het een stevig gerucht- het algehele gevoel dat Nederland zijn identiteit verliest.” De ‘gelovigen’ passen deze werkelijkheid aan: “Dan krijg je na een aanslag ‘feiten’ over bijvoorbeeld de kans dat zo’n noodlot jou treft, dat die klein is en dat er in de middeleeuwen ook vreemdelingen naar ons land kwamen.”

Ook bij ThePostOnline krijgt zij bijval van Sid Lukkassen. Hij ziet Nederland uiteen vallen in vier zuilen: de Kosmopolitisch/Postmodern/Progressief; de Islam; de Biblebelt/SGP/ChristenUnie, en de Soevereine patriotten/humanistisch realisme/post-progressieven. Ronkende beschrijvingen. Alleen de laatste groep, waartoe: “geaarde mensen die bespiegelingen als die van Bergsma serieus nemen en met interesse lezen” behoren, leidt niet aan cognitieve dissonantie. De groep waartoe Lukkassen zelf behoort. Vandaar natuurlijk ook de woorden realist en soeverein in de omschrijving, dan zijn de andere groepen immers irreëel.

Nu lees ook ik de bespiegelingen van Bergsma en de verhalen van Lukkassen en ik ken het begrip cognitieve dissonantie daarom stel ik ook overal vragen bij. Dus ook bij de analyse van Bergsma. Zou het werkelijk zo zijn dat alleen deze mensen, die het niet met Bergsma en Lukkassen eens zijn, aan cognitieve dissonantie leiden? Zouden Bergsma en Lukkassen er zelf niet ook last van kunnen hebben?

In het land der blinden…

Aan de vooravond van de Amerikaanse verkiezingen trekken programmamakers weer naar de overkant van de plas. Zo trekt Eva Jinek dwars door de Verenigde Staten om met ‘de gewone man’ te praten. Ook Eelco Bosch van Rosenthal bezoekt Droomland Amerika en doet verslag. Het is immers ook voor Nederlanders van belang om te weten hoe Amerikanen denken. De afgelopen jaren heeft Jelle Brand Corstius al enkele mooie documenairereeksen gemaakt over het leven in Rusland en in Langs de oevers van de Yangtze leerden we China en de Chinezen nader kennen.

droomland-amerikaFoto: www.nrc.nl

De programmamakers kunnen en konden op veel lof rekenen. Ze laten en lieten de ‘gewone’ Amerikaan, Rus en Chinees zien en dat bleken heel gewone mensen te zijn. Eigenlijk net Nederlanders alleen spraken ze een andere taal. Een deel van de wereld dat er bekaaid vanaf komt en dat we bijna alleen maar lijken te kennen van oorlogen, opstanden en vluchtelingen, is de Arabische wereld. Bij de NPO dachten ze: laten we eens aandacht besteden aan de gewone Arabier. Laten we eens kijken wat hen beweegt. De NPO wil laten zien dat het Midden-Oosten: “een enorm veelzijdige regio met de meest uiteenlopende verhalen en personen”, is. Eigenlijk precies hetzelfde doel als Jinek, Bosch van Rosenthal, Brandt Corstius en de makers van de Yangtze. Waarbij de regimes in Rusland en China ook niet uitblinken in vrijheden, democratie en mensenrechten.  Een goed idee want hoe beter het beeld is dat mensen van elkaar hebben, hoe beter we elkaar kunnen begrijpen. En begrip kan de angst voor elkaar verminderen toch?

Nou, dat is buiten PVV-kamerlid Martin Bosma gerekend, zo valt te lezen bij Elsevier “Waarom zouden we geen angst mogen hebben voor de Arabische dictaturen gezien de totalitaire islam, het gebrek aan democratie en het hardnekkige verlangen van die landen in de middeleeuwen te blijven steken?”  Volgens de partij is het niet aan de NPO om ‘reclame te maken voor Arabische dictaruren’ zo tweet hij. Hij heeft daarom Kamervragen gesteld om te achterhalen: “‘waarom de mening van de Nederlanders inzake de Arabische dictaturen volgens de NPO niet deugt.” Het kan zijn dat Bosma niet verder heeft gelezen dan de kop boven het artikel op mediacourant.nl. Die spreekt over angst wegnemen, iets wat in het hele artikel niet terugkomt.

Zou Bosma en zijn PVV bang zijn dat er wel eens begrip zou kunnen ontstaan voor vluchtelingen en migranten? Zou hij een genuanceerder beeld van het Midden-Oosten vrezen omdat dan de ‘vijand’ een menselijk gezicht zou kunnen krijgen? Zou hij bang zijn dat begrip de PVV stemmen gaat kosten? Zou hij kennis vrezen omdat in het land der blinden eenoog immers koning is?

Bomen en het bos

Als kind speelde ik vaak in de bossen rondom de boerderij van mijn ouders. Krijgertje, vlagveroveren, in de herfst dode takken uit het bos slepen om een sintmaartenshoop te bouwen en op tien november genieten van het vuur van die hoop. In het bos hadden we verschillende boom- en grondhutten gebouwd. Onze mooiste boomhut zat in een grote dikke eik. De hut kende wel zeven etages en je kon er alleen maar via een touw in. Soms viel je uit de boom en dat deed pijn. Vaak meer voor je ego dan fysiek. Van wie het bos was weet ik niet en de eigenaar wist, volgens mij, ook niet veel van onze activiteiten in het bos.

boomhutFoto:www.omroepbrabant.nl

Als ik nu eigenaar zou zijn van zo’n bos, dan zou ik mij grote zorgen moeten maken. Er zou eens een kind uit een boom of een in het bos gemaakte boomhut vallen. Zou ik dan aansprakelijk worden gesteld voor de eventuele gebroken arm of het gekrenkte ego dat natuurlijk met een bezoek aan een psycholoog opgekalefaterd moet worden? Hoe zou ik me hier als eigenaar tegen kunnen beschermen? Een metershoog hek om het bos zetten? Maar wat als daar een kind opklimt en ervan af valt? Nee, de enig veilige manier zou zijn om het bos te rooien. Jammer voor die bomen. Maar wacht eens, daar krijg ik natuurlijk geen vergunning voor van de gemeente. Groen en zeker zo’n mooi bos als het mijne, moet worden behouden. Rest het afsluiten van een verzekering. Alleen zal die eisen dat ik het bos goed onderhoud en eventuele dode bomen en takken verwijder. Maar dat vloekt met mijn en de huidige filosofie dat de natuur haar beloop moet krijgen. Dat dode bomen en takken gewoon om moeten kunnen vallen en alleen aan de randen preventief gekapt moeten worden.

Absurd? Wellicht alleen begint de werkelijkheid er verdacht veel op te lijken. In Tilburg bouwden kinderen een boomhut in een kers die in hun woonwijk staat. De kers is van de gemeente. En die gemeente heeft de hut, na anderhalf jaar, verwijderd met een verwijzing naar de aansprakelijkheid van de gemeente als er een kind uitvalt, zo valt in de Volkskrant te lezen. Hierboven een foto van de boom en dan vraag ik me af, of de gemeente wel genoeg doet om een val te voorkomen. De boom ziet er makkelijk beklimbaar uit. Moet hij daarom niet worden gekapt?

Absurd? Ja want een kind kan ook van zo’n mooi, kostbaar, modern, geheel aan de eisen van het attractiebesluit voldoende en dus veilige klimtoestel vallen, dus moeten die ook weg. Maar is het meest absurde niet dat de gemeente (of andere eigenaar van een boom) aansprakelijk gesteld wordt voor de val van iemand uit een boom? En is het niet helemaal van de pot gerukt als dat aansprakelijk stellen ook nog lukt?

 

Leestip voor autoriteiten

Je kunt er deze week niet omheen, de vloggers. Om de jeugdigen met een camera die filmpjes maken en zo ‘beroemd’ willen worden. Sommigen maken onschuldige filmpjes zoals ’10 irritantste opmerkingen van ouders’ van Dylan Haegens. Anderen filmen hun ‘dagelijkse’ leven. En omdat dit vooral vreselijk saai is, ‘leuken ze het op’ door anderen uit te dagen. Zo rukte de politie massaal uit om een vechtpartij tussen twee rivaliserende vloggende rappers of rappende vloggers te voorkomen. Of door anderen lastig te vallen zoals het geval is in de Zaanse wijk Poelburg.

provo

Foto: www.socialisme21.be

De autoriteiten hebben het maar wat lastig met vooral de laatste groep vloggers. Die zorgen voor overlast want er wordt wel eens wat beklad en er worden mensen lastig gevallen. Een Zaans raadslid stelde de overlast door een vlogger en zijn vrienden aan de kaak en kon daardoor op extra aandacht van hen rekenen. Door deze extra aandacht voelde zij zich bedreigd en deed daarop aangifte. De Zaanse burgemeester kreeg de wind van voren dat zij niet voldoende optrad net als de politie. Ook riep de politie om extra bevoegdheden om de ‘relschoppers’ aan te pakken. Zelfs premier Rutte, al staande in campagnemodus en met het oog en oor bij de Wilderskiezer, heeft zich erover over uitgesproken en noemde de jongeren: “tuig van de richel.” Op de (a)sociale media zijn de verwijten, verwensingen en bedreigingen aan het adres van vloggers niet van de lucht.

Dit doet me denken aan de jaren zestig. Niet dat ik die bewust heb meegemaakt. “Het lijkt wel alsof met het bijeenbrengen van de jeugdstijlen ook alle tradities van wantrouwen, onbegrip en bestrijding bij politie en justitie eveneens werden gebundeld. Daarop kon het spel beginnen en de hoofdstedelijke autoriteiten speelden het verschrikkelijk slecht. Ze snapten niets van de spelregels, ook al werden die hen soms uitgelegd, … .” Zo beschrijft P. de Rooy de strijd tussen provo en later de hippies en de Amsterdamse autoriteiten in de jaren zestig. (In: Wederopbouw Welvaart en Onrust, H.W von der Dunk e.a. pagina 138-139). De provos en hippies dat was langharig tuig (nog niet van de richel). Daar moest hard tegen worden opgetreden. Die moesten worden kaalgeschoren en naar werkkampen. Mariniers uit Den Helder voegden zelfs de daad bij het woord en sloegen de op de Dam slapende hippies van het plein af.

De later verketterde criminoloog Buikhuisen weidde in de jaren zestig zijn proefschrift aan provo en gaf handvatten hoe om te gaan met deze jeugdigen (het citaat hierboven gaat als volgt verder: “compleet met verwijzingen naar de passages over relpreventie uit de dissertatie van Buikhuisen.” Een leestip  voor de huidige autoriteiten?

Gelijkheid en geweld

Een tijd geleden las ik het boek De kunst van het vreedzaam vechten van Hans Achterhuis en Nico Koning. Een boek waarin de schrijvers  oorzaken van geweld en de manier waarop de mens geweld door de eeuwen heen heeft beteugeld, onderzoeken. Zij zien gelijkheid als een van de belangrijkste oorzaken van geweld.

Als de beteugeling van geweld van boven komt, dan is er, volgens hen, sprake van een verticale beschavingsorde. Dit was eeuwen lang de manier om het onderling geweld in een clan, stam, dorp, stad of rijk te beteugelen. Beteugelen door ongelijkheid aan te brengen. Het gezag kwam van boven en werd uiteindelijk gesanctioneerd door een god of de goden. In sommige culturen werd aan de hoogste leider zelfs een goddelijke status toegekend. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Egyptische farao’s maar ook de Chinese en Japanse keizers. Dit zorgde voor stabiliteit en meestentijds voor interne vrede, meestentijds maar niet altijd. Rebellie tegen een heerser betekende dan vaak ook rebellie tegen de heersende godsdienst en dat zorgde voor een flinke drempel. Maar te brute uitoefening van gezag, het ontstaan van een concurrerende religie, ideologie of identiteit of langdurige onvrede over de manier waarop de macht wordt uitgeoefend, waren en zijn de drie hoofdoorzaken waarom mensen in opstand komen.

vreedzaam-vechten

Wat zien we als we naar onze huidige westerse samenleving kijken? Dan zien we dat gelijkheid samen met vrijheid de basis vormt van die samenleving. Onze samenleving kent, in de woorden van Achterhuis en Koning een horizontale beschavingsorde. De orde wordt niet van bovenaf afgedwongen en gesanctioneerd, dat kan immers niet tussen gelijken. De eerste artikelen van onze grondwet handelen over gelijkheid en vrijheid. Als gelijkheid een van de belangrijkste oorzaken van geweld is, zoals de auteurs beweren, hoe komt het dan dat onze samenleving die is gebaseerd op gelijkheid, toch relatief vreedzaam is? Volgens de auteurs is dit een gevolg van een proces van modernisering. Een proces dat ervoor heeft gezorgd dat in de westerse wereld de verticale ordening is vervangen door horizontale vormen van beschavingsordening. We hebben manieren gevonden om zonder de hiërarchie toch geweld te beteugelen. Hierbij moeten we denken aan beschavingsordening via: “… de rechtsorde, de marktorde, de wetenschap, de sport, de overlegcultuur en de democratische procedures.” Dit zijn manieren om de gevaren van gelijkheid te beteugelen en beheersen.

Laten we eens wat verder kijken? Lijkt er dan niet een vorm van verticale ordening te groeien in onze samenleving die horizontaal van aard is? Kijken we naar de marktorde dan zien we dat hier onder invloed van het neoliberalisme een verticale ordening te ontstaan tussen rijk en arm. De groeiende tweedeling tussen tussen de 1% en de overige 99%, zoals Joseph Stiglitz het noemt in zij  boek The Price of Inequality noemt, lijkt die richting op te wijzen. En voor wat betreft de Verenigde Staten toont Stiglitz aan dat die 1% ook de rechtsorde, de (economische en sociale) wetenschap, en de democratische procedures naar hun hand aan het zetten zijn. Barber noemt het in Consumed. How Markets Corrupt Children, Infantilize Adults & Swallow Citizens Whole het ‘consumer capitalism’ en komt tot eenzelfde conclusie.

Kijken we naar de politieke discussie dan is er steeds sprake van ‘elite’ en ‘volk’ die tegenover elkaar staan. Al is niet duidelijk wie  wanneer tot ‘volk’ of ‘elite’ behoort. Het denken in ‘elite’ en ‘volk’ is dat niet denken in verticale structuren? En als we kijken naar verschillende migranten, in hoeverre kennen de landen waaruit de migranten zijn geëmigreerd een verticale ordening? Zou dat een reden kunnen zijn voor wrijving tussen migrant en ‘land van aankomst’?

Een westerse wereld met een horizontale ordening en nu lijkt er onder de grote druk van de markt een nieuwe verticale ordening te ontstaan. Wat zou dat voor de westerse samenleving betekenen?  Achterhuis en Koning laten zien dat dit knellen in het verleden vaak gepaard gingen met veel geweld tenzij andere factoren een dempend effect hadden. Zou de manier waarop solidariteit of, zoals ik eerder schreef, empathie en compassie wordt vormgegeven niet een belangrijke ‘geweldsdempende’ factor kunnen zijn?

Verslaafd en borderline

Een van de opdrachten bij de Jeugdwet die per 1 januari 2015 van kracht werd, is zoveel mogelijk proberen te normaliseren. In plaats van de jeugdige uit zijn omgeving te lichten en hem te ‘behandelen’, moet gekeken worden hoe de jeugdige met zijn omgeving kan omgaan én de omgeving met de jeugdige. Of zoals in de memorie van toelichting beschreven staat:”Aan dit wetsvoorstel ligt de visie op de pedagogische civil society ten grondslag waarin ieder kind een veilige omgeving om zich heen heeft, waarin de school, de naschoolse opvang, de sportclub en de buurt een belangrijke rol spelen. Investeren in een positieve opvoeding, talentontwikkeling, een succesvolle schoolloopbaan en doorstroom naar werk ligt aan de basis van welbevinden, economische zelfstandigheid en democratisch burgerschap. Algemene jeugdvoorzieningen zoals de kinderopvang, de jeugdgezondheidszorg, scholen, sportclubs, buurthuizen, jongerenwerk en vrijwillige inzet dragen bij aan een positief opgroei- en opvoedklimaat.” De wetgever wil dat de samenleving problemen met jeugdigen zoveel mogelijk oplost. Dat is een nobel streven en daar kan niemand iets op tegen hebben. In ’t Schaep met de 5 pooten werd immers al gezongen: “We benne op de wereld om mekaar om mekaar om mekaar om mekaar te helpen, nietwaar?”

DSM V

Wat als de Belg, Dirk de Wachter, gelijk heeft? Hij vergelijkt in zijn boek ‘Borderlinetimes. Het einde van de Normaliteit’ onze samenleving met de stoornis Borderline: “BPS of Borderline Personality Disorder is ‘een diepgaand patroon van instabiliteit en intermenslijke relatie, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties… .” Hoe normaal is de samenleving?

De bijbel voor psychische of psychosociale stoornissen de DSM V bevat naast borderline ook verslaving als stoornis. Iemand is verslaafd als hij drie of meer van de volgende zeven kenmerken vertoont binnen twaalf maanden:

  1. Tolerantie treedt op, dat wil zeggen dat er steeds meer van het verslavende middel nodig is om het gewenste effect te bereiken of dat steeds minder effect optreedt bij het gebruik van eenzelfde hoeveelheid van het verslavende middel;
  2. Er treden ontwenningsverschijnselen op, specifiek voor dat middel, of er worden gelijksoortige middelen genomen om de ontwenningsverschijnselen het hoofd te bieden;
  3. Het middel wordt in steeds grotere hoeveelheden genomen, over een langere tijd dan eigenlijk de bedoeling was;
  4. Er is de drang om te stoppen met het middel, verschillende (mislukte) pogingen zijn ondernomen om te stoppen, te minderen;
  5. Veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van het middel en/of het gebruiken van het middel;
  6. Belangrijke sociale activiteiten, werk en/of vrijetijdsbesteding worden opgegeven of verminderd voor het middelengebruik;
  7. Ook al weet de persoon dat het middel dat wordt genomen zorgt voor fysieke of psychologische aandoeningen of verslechtering daarvan, hij of zij blijft doorgaan met het gebruik ervan.

De DSM V is er om een individu te beoordelen, maar wat als de samenleving langs deze kenmerken wordt gelegd. Economische groei is de norm en die groei moet het liefst stevig en robuust zijn. Als de groei een half procent is dan noemen we het zwakke groei en we vergelijken ons altijd met landen die een hogere groei hebben. Die doen het beter. Met een beetje fantasie kun je beweren dat onze samenleving aan het eerste criterium voldoet.

Als de economie krimpt, dan ontstaat paniek en slaat de stress toe. Ook het tweede kenmerk, de ontwenningsverschijnselen, lijkt van toepassing.

Hoe hoger de groei, hoe beter het wordt beoordeeld. Groei wordt beoordeeld in vergelijking met andere landen en andere perioden. Het streven is daarbij om het beter te doen. Ik ben geen psycholoog en kan daarom niet goed beoordelen of daarmee wordt voldaan aan het derde kenmerk.

Het vierde kenmerk is slechts bij een klein deel van de samenleving te herkennen en nog zeker niet doorgedrongen tot politici en bestuurders. De samenleving zit nog in de ontkenningsfase: nee, wij zijn niet verslaafd. Economische groei staat centraal in politiek en beleid. In  verkiezingstijd komt dit bijvoorbeeld tot uiting en gaat het debat vooral over een paar tienden meer of minder economische groei bij het uitvoeren van de maatregelen uit de verkiezingsprogramma’s. Hierbij vervult het Centraal Plan Bureau de rol van ‘onafhankelijk scheidsrechter’. Alsof de modellen die hierbij worden gebruikt vrij van waarden en interpretaties zijn. Dus ja, veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van economische groei en daarmee aan het vijfde kenmerk.

Als het daarbij tegenzit, dan moet er worden bezuinigd en dat gebeurt vooral op zaken waarvan het economische rendement lastig tot niet te berekenen is, zaken zoals cultuur, sport en natuurbeheer. Zaken die wel belangrijk zijn voor het functioneren van een samenleving (zesde kenmerk).

Ook is bij een groot deel van de samenleving inmiddels het besef doorgedrongen dat we, het voor ons overleven zo belangrijke milieu, schoon water, schone lucht, schone bodem, de vernieling in helpen als het zo door gaat. Dat de grondstoffenvoorraad zo snel wordt uitgeput dat het leven van onze kinderen en kleinkinderen in gevaar komt. Het besef is er maar het wordt nog steeds verdoofd door het geloof in het technisch vernuft, de technologische ontwikkeling zal de reddende engel zijn en voor alle problemen oplossingen vinden.

Kan de conclusie worden getrokken dat onze samenleving niet alleen aan borderline lijdt, maar ook nog verslaafd is? Zouden de problemen met de jeugdigen voor een deel niet een gevolg kunnen zijn van deze ‘ziekte’ van de samenleving?

Trouw aan een land

Bij The PostOnline bekritiseert columnist Ralph Posset cultuurhistoricus en oud-hoogleraar Gerard Rooijakkers. Volgens Rooijakkers zorgen de sterke familiebanden ervoor dat Turken loyaal blijven aan Turkije. Volgens Posset is dit: “een absoluut kulargument. Je bent niet trouw aan een land dat in jouw ogen slecht voor jouw familie zorgt. … Het heeft er alles mee te maken dat men wel met voeten in de Nederlandse klei staat maar dat hun hart nog steeds klopt voor het Ottomaanse rijk.”  Een land dat je familie slecht behandelt, is je trouw niet waard. Een interessante redenering van Posset.

trouw aan je land

Illustratie: www.considerati.com

Laten we eens met de redenering van Posset naar de Nederlandse situatie kijken. Als een land slecht slecht voor jou en de familie zorgt, dan verdient dat land je trouw niet. Zou het kunnen dat velen die in dit land ‘allochtoon’ worden genoemd en zo met woorden buiten de samenleving worden gezet, niet zo’n warme band hebben met Nederland? Als je steeds te horen krijgt dat er nog iets schort aan je ‘inburgering’. Als je steeds wordt aangesproken op, en je moet distantiëren van het gedrag van anderen die tot ‘dezelfde groep’ behoren. Als je als groep en probleem wordt gezien en niet als individu. Zou je dan de indruk kunnen krijgen dat dat land ‘slecht voor je zorgt’? Zou je je dan af kunnen vragen of dat land je ‘trouw’ wel waard is?

Zou het dan kunnen dat je hart meer klopt voor een land dat jij ooit hebt verlaten? Of zelfs een land dat je ouders of grootouders ooit hebben verlaten? Een land dat je alleen maar kent van die jaarlijkse vakantie als iedereen blij is elkaar weer te zien en alles leuk lijkt. Een land dat je verder kent van de televisiezenders uit dat land. Televisiezenders die, net als de Nederlandse, een vertekend beeld van de werkelijkheid geven. Een land dat je hierdoor warmere gevoelens bezorgt dan het land waar je woont.

Zou de redenering van Posset, dat een land dat slecht voor je is, je trouw niet waard is, een kern van waarheid bevatten? Met dat verschil dat het land niet Turkije is, in het voorbeeld van Posset, maar Nederland?

De jaren zestig revisited

Tot 31 augustus mogen personen die ‘niet correct gekleed, met respect voor moreel gedrag en secularisme, hygiëne en veiligheid’ de stranden niet op.” Een uitspraak van een Franse burgemeester zo lijkt uit een artikel bij Elsevier. Als we het woord ‘secularisme’ weglaten, zou het zo een uitspraak kunnen zijn van een burgemeester uit de jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw of nog eerder.

BadmodeIllustratie: www.zwemkleding.nl

Een tijd dat mensen steeds schaarser gekleed genoten van zon, zee en strand. De tijd toen de bikini haar intrede deed en nog wat later het topless of zelfs naakt zonaanbidden. Bloot was immers aanstootgevend, niet hygienisch en zou de veiligheid van de persoon in kwestie of van anderen op het strand kunnen schaden. Een aantasting van de morele waarden.

Het is echter een uitspraak van een Franse burgemeester in 2016. Hij gebruikt dezelfde argumenten om bedekt zonaanbidden en zwemmen in een boerkini te verbieden. Als bedekt nu niet hygienisch, veilig en moreel correct is, betekent dan dat bloot het wel is?

Of zit de crux juist in dat ene extra woord secularisme? Maar als het seculiere karakter van openbare stranden in het geding is, worden dan ook kettinkjes met kruizen verboden? Zwemmen met een keppeltje? In het openbaar op het strand bidden voor een maaltijd? Het luiden van de aanpalende kerkklok? Wordt dan ook de zonderling die het woord van de Heer verkondigt, de toegang tot het strand ontzegt? Mogen de oude (of jonge) nonnetjes in hun habijt dan ook niet meer over het strand lopen? Erg lastig wordt het dan met getatoeeerde religieuze symbolen, zouden die dan juist wel bedekt moeten worden? Dit zijn immers ook allemaal daden die ‘het seculiere karakter, van de openbare ruimte aantasten. Als secularisme de crux is en het beperkt zich tot de boerkini, is er dan niet sprake van ongelijke behandeling?

Nu zou ik niemand willen adviseren om in een boerkini te gaan zwemmen, sterker nog, ik zou niemand willen adviseren hoe hij zich moet kleden. Behalve als die persoon het me direct vraagt. En zou een overheid dat al helemaal niet moeten doen? Zijn we vergeten dat het verzet van de burgemeesters uit de vorige eeuw tegen de bikini vergeefs was? Dat het juist sterker verzet opriep? Net zoals het verzet tegen lange haren, juist meer langharigen opleverde?

Zou het met moslims niet hetzelfde zijn? Dat hun geloof zo hun identeit wordt in plaats van een onderdeel van hun identiteit?