Grensland

Bij de Correspondent doet Rob Wijnberg een interessante exercitie. Hij stelt de vraag wat er overblijft van Nederland als er geen buitenland zou zijn. De top veertig zou een groot deel van de liedjes verliezen. We hadden geen tulpen. Van het Nederlands elftal zouden maar vier spelers overblijven. En zo gaat hij nog even door. Nederland is, zoals hij terecht constateert, een: “resultaat van een immer voortdurende uitwisseling met de wereld om ons heen.”

BelgieIllustratie: stamboombernaards.nl

Dit riep bij mij de vraag op of er zonder buitenland wel een landsgrens zou zijn? Een grens is immers een duidelijke afbakening van ‘binnen’- en ‘buiten’land. Bestaat het binnenland daarmee niet juist bij de gratie van het buitenland? Ontstaan grenzen niet juist door botsingen? Botsingen waarbij vreedzaam of met geweld (oorlog) tot een overeenkomst wordt gekomen. Een overeenkomst met een tijdelijk karakter: immers tot het conflict weer oplaait.

Geboren in het Limburgse Velden en wonend in Venlo ben ik Nederlander. Als het iets anders was gelopen was ik Belg geweest. Als de eisen van de Belgen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog waren ingewilligd, dan was Limburg naar België gegaan. En als in 1839 de werkelijke situatie was bestendigd, dan had Limburg (op Maastricht na) toen al bij België gehoord.

Met hetzelfde gemak, was ik Duitser geweest. De grens tussen het koninkrijk der Nederlanden en Pruisen (dat toen de baas was in het Duitse Rijnland) is bepaald met de kanonskogel. Met een kanon mocht je de boten op de Maas niet kunnen raken. Waren de kanonnen iets minder ontwikkeld, dan was ik wellicht in Duitsland geboren. Hadden ze iets verder geschoten, dan was Nederland groter geweest. Had Nederland na de Tweede Wereldoorlog zijn zin gekregen, dan was dat zeker het geval geweest. Dan lag Venlo nu redelijk centraal in het land. Nederland wilde immers het gebied tot aan de Rijn als herstelbetaling.

En wie weet wat de toekomst brengt. Het lijkt absurd, maar waarom zou een Lexit (Limburg dat zich van Nederland afscheidt) niet ooit werkelijkheid kunnen worden? En wellicht gevolgd door een Vexit, Venlo dat zich van Limburg afscheidt? Want is ook een land zelf niet, om Wijnberg weer aan te halen, het: “resultaat van een immer voortdurende uitwisseling met de wereld om ons heen”?

Wij …, zij en de ‘Hollandse droom’?

Als je voor een dubbeltje geboren bent, kun je nog steeds een kwartje worden, dat is de ‘Hollandse droom’ en die bestaat aldus de PvdA en de VVD. Zo valt in de Telegraaf te lezen. Voor iedereen onder de twintig jaar: een dubbeltje was een munt van tien cent en een kwartje een van vijfentwintig cent toen we in Nederland nog betaalden met de gulden. De twee partijen maken zich zorgen over de toegenomen spanningen en polarisatie in de Nederlandse samenleving. Om te voorkomen dat het ontspoort vinden de beide partijen dat er een sterk ‘wij’ gecreëerd moet worden.

stamFoto: www.goal.com

Volgens de partijen creëer je het ‘wij’: “door tegenstellingen weg te halen en scherp te definiëren wat je verwacht van mensen in dit land.”  Wat, behalve dat ze zich aan de wet houden, zijn dan de zaken die we van ‘mensen in dit land’ mogen verwachten? Is dat het aantal ‘koekjes bij de koffie’? Of dat ‘buren elkaar helpen’ zoals in de taalcursussen voor anderstaligen  wordt gesuggereerd? Dat we allemaal een oranje shirt aandoen als het Nederlands elftal voetbalt? Een strafschop missen op een belangrijk moment? Wat zijn die verwachtingen die ‘wij’ van elkaar hebben? Zonder dit in te vullen blijft het een loze ‘wij’? Dus PvdA en VVD: invullen die verwachtingen!

Of is dat een probleem, omdat jullie andere verwachtingen hebben? En wellicht zijn er anderen die weer andere verwachtingen van die ‘wij’ hebben. Zo zullen er mensen zijn die ‘verwachten’ dat die ‘wij’ vrij is van moslims en mij lijkt dat jullie partijen dat toch anders zien.

Als het jullie toch lukt die verwachtingen in te vullen en dus aan te geven waaraan ‘wij’ te herkennen zijn, creëren jullie dan niet meteen een probleem? Want maak je door ‘wij’ te definiëren, niet meteen ook duidelijk waaruit het ‘niet wij’ in goed Nederlands het ‘zij’ bestaat? Staat dan die ‘wij’ niet meteen tegenover die ‘zij’? En zou dat voor spanningen zorgen? Zou dat bijdragen aan polarisatie? Zou dan jullie ‘Hollandse droom’ ook een ‘nachtmerrie’ kunnen worden?

Is die ‘wij’ niet al gedefinieerd? Heeft de wet niet al bepaald wie die ‘wij’ zijn? Namelijk iedereen met een Nederlands paspoort?

Zelfredzame overheid

Zelfredzaamheid. Een woord dat tegenwoordig een centrale rol vervult in overheidsland. We zijn een ‘participatiesamenleving’ een samenleving waarin iedereen meedoet en zichzelf moet redden. Eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid zijn woorden die hierin centraal staan. Zijn er ook samenlevingen waarin niet iedereen meedoet? Dat er aan die zelfredzaamheid het een en ander schort blijkt uit de vele mensen die aanspraak maken op de schuldhulpverlening. In een artikel in de Volkskrant pleit WRR-onderzoeker Will Tiemeijer voor overheidsbeleid dat rekening houdt met  mensen die niet aan de: “veel te hoge verwachtingen heeft van de financiële zelfredzaamheid van mensen,” die de overheid heeft, voldoen.

Sennett

Een prachtig woord zelfredzaam, wie wil het niet zijn? Wie wil er afhankelijk zijn van de goedertierenheid van anderen? Net zoals eigen verantwoordelijkheid, wil er niet zelf verantwoordelijk zijn? Toch wringt er iets.

Laatst las ik het boek De cultuur van het nieuwe kapitalisme van Richard Sennett weer eens. Een boek waarin Sennett, zoals de achterkaft vermeldt: “een haarscherp en genadeloos beeld (geeft) van hoe de nieuwe economie ingrijpt in ons dagelijks leven.” Hij beschrijft hoe bedrijven veel verwachten van hun medewerkers. Werk is gefragmenteerd, veel losstaande activiteiten en dat vraagt veel van medewerkers. De bedrijven verwachten ‘zelfdiscipline zonder afhankelijkheid’. Klinkt dat niet verdacht naar ‘zelfredzaamheid’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’? De cultuur van ‘het nieuwe kapitalisme’ is ook de cultuur achter het overheidsbeleid.

Sennett ziet een risico en waarschuwt op pagina 52: “Maar het is helemaal niet zo onschuldig de zelfredzaamheid te prijzen. Het bedrijf hoeft dan niet meer na te denken over zijn eigen verantwoordelijkheid jegens de werknemer.” Cru geformuleerd, de bedrijven nemen hun ‘eigen verantwoordelijkheid’ niet. Zou dat dan ook opgaan voor de overheid? Neemt de overheid haar verantwoordelijkheid in onvoldoende mate en is zij daarom niet zelfredzaam? Een interessante vraag.

In de retoriek legt de overheid de nadruk op wat zij van de burgers verwacht. Net zoals de bedrijven aangeven wat zij van werknemers verwachten. Zou de overheid niet haar verantwoordelijkheid moeten nemen en zelfredzaamheid moeten tonen door duidelijk aan te geven wat zij doet en wat de burgers van haar kunnen verwachten?

Om John F. Kennedy te parafraseren: “Ask not what your citizens can do for you, but what you do for your citizens!”

‘Bountykeurslijf’

In de Volkskrant een uitgebreid artikel over de strategie van de partij Denk. Je moet het ze nageven, de twee mannen van Denk, ze komen goed in het nieuws. Sterker nog, voor hun achterban maken ze zelf het nieuws. Als volleerde Vloggers geven ze zelfs Rutger Castricum van Powned een koekje van eigen deeg.

BountyIllustratie: www.youtube.com

In het artikel in de Volkskrant komt het woord ‘bountykeurslijf’ voor dat de twee kamerleden van Denk hanteren. En de bounty die zij bedoelen, is niet het schip van de muiterij maar de reep: chocola van buiten en witte kokos van binnen. En ‘gekleurde’ kamerleden van andere partijen voldoen hier ook aan: ze zijn gekleurd maar handelen ‘in strijd’ met wat je, in de ogen van Denk, van die kleur mag verwachten. Moet je, zoals in het voorbeeld in het artikel, als moslim instemmen met een voorstel om de dag dat de ramadan afloopt geen stemmingen in de Tweede Kamer te houden?

Het ‘bountykeurslijf’ is van eenzelfde orde als de ‘witte onschuld’. Het zijn beschuldigingen waartegen je je niet kunt verdedigen. Hoe kun je het ‘bountykeurslijf’ afleggen? Wanneer heb je geen last meer van ‘witte onschuld’? Wie bepaalt wat het juiste handelen is bij een kleur als dat er al is? Hoe kun je aantonen dat je mening niets met je kleur te maken heeft? Heeft Denk het monopolie op het bepalen welk gedrag en welke opvattingen bij welke kleur horen? Wie bepaalt of je als ‘witte’ de ‘witte onschuld achter je hebt gelaten?

Is het niet heel gemakkelijk om dergelijke begrippen te gebruiken? Gemakkelijk omdat je dan een inhoudelijk gesprek uit de weg gaat? Is het niet een voorbeeld van luiheid en goedkope scoringsdrift? Of nog sterker, getuigt het niet van intellectuele armoede?

Wordt de democratie en de samenleving niet een slechte dienst bewezen door deze manier van mensen in de hoek zetten?

Vrij is verbonden

Geachte mevrouw Hiwat-Kortstam, beste Charlene, ik heb u beloofd om vandaag ergens op terug te komen. U schrijft: “Hoe bijzonder iets als vrijheid is, wordt duidelijk zodra ik me realiseer dat we dat nog steeds niet volledig zijn. Echt vrij bedoel ik dan.” Terug te komen met de vraag hoe u denkt dat volledige vrijheid eruit ziet?

Gloria-Wekker

Foto Gloria Wekker: www.nieuwwij.nl

Zijn we echt vrij als: “…er geen sprake is van racisme of discriminatie, in welke zin dan ook. Dat je als mens gewoon kunt ‘zijn’, zonder dat je je daarvoor hoeft te verontschuldigen”?  Of om het door te vertalen naar mijn situatie, zonder dat ik het gevoel krijg dat ik me moet verontschuldigen voor wie ik ben, een blanke man van middelbare leeftijd. Verontschuldigen dat ik jou het gevoel geef dat ik je stereotypeer en het gevoel geef dat je: “twee keer zo hard moet werken voor een gemiddeld resultaat.”  Dus dat ik er gewoon mag zijn zonder gestereotypeerd te worden als iemand met, om Gloria Wekker aan te halen: “een zelfflaterend zelfbeeld.” Een zelfbeeld van witte onschuld. Kan ik er wat aan doen dat ik als witte man ben geboren? U kunt er ook niets aan doen dat u als zwarte vrouw bent geboren. Zonder, zoals ik ook al aan Mitchell Esajas heb geschreven, me in een hoek gezet te voelen. Een hoek waaruit ik niet kan ontsnappen omdat ik nu eenmaal die witte man blijf. Het enige wat verandert, is die middelbare leeftijd.

Beste Charlene, van mij hoeft u niet twee keer zo hard te werken. U hoort erbij en u mag er zijn. Ik wil samen met u, Mitchell Esajas, Gloria Wekker en anderen die er iets aan willen doen, strijden tegen alle vormen van ongelijke behandeling en ongelijkheid. Dat kan alleen als u mij als mens ziet, als individu. Niet als een wandelend “cultureel archief” om een term van Gloria Wekker te gebruiken.

Als ons dat lukt dan wordt de wereld een stuk prettiger om in te leven omdat we dan echt samenleven. Zijn we dan echt vrij? Of zijn we dan nog steeds gebonden of beter, verbonden? Verbonden aan elkaar omdat we deze aarde delen? Verbonden omdat we samenleven en er voor elkaar zijn? Als u dat met ‘volledig vrij’ bedoeld, dan zijn we volledig vrij. Voor mij is volledig vrij iets anders, het is een stille, kille wereld van niet verbonden individuen.

Om Schopenhauer aan te halen: “Geheel zichzelf zijn mag men slechts, zolang men alleen is; wie dus niet van de eenzaamheid houdt, houdt ook niet van de vrijheid, want slechts wanneer men alleen is, is men vrij.”

Verantwoordelijkheid nemen

“Vrijheid heeft voor de Afro-Nederlander een andere betekenis, althans: voor mij zeker. In de eerste plaats gaat het over de wisselende rol tussen slachtoffers en daders en de hypocrisie van Nederland.” Dit schrijft Charlene Hiwat-Kortstam, hoofdredacteur van Ethnics.nl op de opiniesite Joop. Hypocriet is Nederland als het gaat om haar verleden als ‘slavenhandelaar en -houder’. Hiervoor heeft Nederland nooit haar verantwoordelijkheid genomen alhoewel het ieder jaar de kans krijgt hiertoe, aldus Hiwat-Kortstam.

SlavernijFoto: www.flickr.com

Geachte mevrouw Hiwat-Kortsstam, beste Charlene, slavernij bestond al ver voordat Nederland in zijn huidige vorm op het wereldtoneel verscheen. Slavernij was ook niet iets typisch Nederlands. Over de hele wereld trof men slaven aan en dus slavenhouders. Wellicht bent u bekend met het feodale stelsel. Ook dat stelsel was gebaseerd op een vorm van slavernij, alleen heetten de slaven horigen of lijfeigenen. Aan het lijfeigenschap is geleidelijk een einde gekomen. In Rusland hield dit het langste stand, daar werd het in 1861 afgeschaft. Dat afschaffen gebeurde door de verantwoordelijke, de hoogste landheer. Nam die daarmee zijn verantwoordelijkheid voor iets wat in toenemende mate als een misstand werd ervaren? Ook het houden van slaven werd in hetzelfde tijdsgewricht, door steeds meer mensen gezien als een misstand die moest worden beëindigd. Als hoogste gezag was de Nederlandse regering hiervoor verantwoordelijk en zij nam die verantwoordelijkheid door de slavernij in 1863 te verbieden en af te schaffen.

Uit uw betoog begrijp ik dat u meer wilt. Wat betekent verantwoordelijkheid nemen voor u? Wat wilt u dat de Nederlandse overheid doet? Wanneer heeft zij in uw ogen haar verantwoordelijkheid genomen voor de slavernij? U schrijft dat: “…de sporen van de slavernij iedere dag opnieuw zichtbaar (zijn) voor iedereen die ze wil zien of iedereen die ze ervaart.” En : “Vrijheid zou moeten betekenen dat er gelijke kansen zijn op het gebied van scholing en het vinden van een baan. Het zou moeten betekenen dat iemand niet door autoriteiten wordt beoordeeld op de kleur van zijn of haar huid en om die reden gecontroleerd wordt. Vrijheid betekent voor mij dat er geen sprake is van racisme of discriminatie, in welke zin dan ook. Dat je als mens gewoon kunt ‘zijn’, zonder dat je je daarvoor hoeft te verontschuldigen.” Wat zijn die sporen? Ik zie ongelijke behandeling van mensen, niet alleen vanwege een huidskleur. Ongelijke behandeling van mensen met een kleur, een hoofddoek, van mensen boven een bepaalde leeftijd, van werklozen en bijstandsgerechtigden, van het denken dat de mens ziet als grondstof, een ‘loonslaaf’ en nog veel andere vormen. Het lijkt mij dat wij daar samen wat aan moeten doen, daar zijn wij nu verantwoordelijk voor en die verantwoordelijkheid moeten wij nu nemen.

Pas dan zullen wij maximaal vrij zijn. Niet volledig vrij, daar kom ik morgen op terug. Tot morgen!

Nederlandse belangen

Voor premier Rutte staan de Nederlandse belangen ‘op één, twee en drie’. Zo valt te lezen bij Elsevier in een verslag van een Tweede Kamerdebat over de Brexit. Dat is natuurlijk goed om te horen en dat is natuurlijk ook wat je van een premier van een land mag verwachten.

Slavernij

Illustratie: www.webkwestie.nl

Wat zijn eigenlijk die Nederlandse belangen? Is dat economische groei? Liberalisering van de handel, van arbeid, van financiële belemmeringen? Is dat de groei van Nederland als financieel centrum? Is dat de groei van de Rotterdamse haven of van Schiphol? De export van kazen? Is dat de kwalificatie van het Nederlands elftal voor het komende WK in Rusland? Of is dat juist nu, ruim vooraf, al zeggen dat je niet naar dat WK gaat vanwege Oekraïne, de autocratische regeerstijl van Poetin of de te verwachten vechtpartijen met Russische hooligans? Is dat een positie in de Veiligheidsraad van de VN die de gemoederen deze week bezig houdt? Is dat een goed leven voor mensen hier mogelijk gemaakt door een basisinkomen? Is dat een fatsoenlijke opvang van vluchtelingen of zijn dat akkoorden zoals met Turkije zijn afgesloten?

Hangt de formulering van dat belang niet af van politieke, maatschappelijke en economische opvattingen van mensen? Opvattingen die niet eenduidig zijn. Ik zal het Nederlands belang anders formuleren dan jij of premier Rutte het doen. Zou dat belang bovendien niet kunnen veranderen? Dat wat vandaag nastrevenswaardig is, kan morgen een blok aan het been zijn. Zo was slavenhandel voor Holland eeuwenlang een gouden bedrijfstak en dus een nationaal belang. Tegenwoordig, voortschrijdend inzicht, zouden we onze voorvaderen willen influisteren dat zij hier toch echt het verkeerde belang najoegen.

Om het nog lastiger te maken, wat te doen als nationale belangen conflicteren? Als voetballiefhebber wil ik niets liever dan dat het Nederlands elftal zich kwalificeert voor het WK. Als aanhanger van recht en democratie pleit ik voor het boycotten van Rusland. Het is natuurlijk mooi als Nederland lid van de Veiligheidsraad wordt, maar als dat (hypothetisch) leidt tot jaren van ruzie en gekibbel met andere ‘kandidaten’ als Zweden en Italië, zou het dan niet in het Nederlands belang zijn om de kandidatuur terug te trekken?

Een klinkende uitspraak van premier Rutte, maar wat zegt hij? Wat zijn, volgens hem, die Nederlandse belangen die op één, twee en drie staan?

Més que un club?

Mijn cluppie, VVV(-Venlo, staat er normaal achter, maar de eerste V staat al voor Venlo, dus die laat ik weg), zit in de financiële problemen. Na de degradatie uit de Eredivisie drie jaar geleden, moest er flink worden bezuinigd. Dat is gebeurd en nog is de club te afhankelijk van ‘vermogende vrienden’ zoals voorzitter Hay Berden. Bureau Hypercube heeft, als onderdeel van afspraken tussen de gemeente Venlo en de club, de zaak onderzocht en komt tot de conclusie dat de club: “in een nieuw stadion wel structureel een middenmoter in het Nederlandse voetbal kan zijn.” In het huidige stadion, het legendarische De Koel zou dat niet kunnen.

Seacon Stadion "De Koel"

Foto: www.flickr.com

Ik wil de kwaliteiten van het bureau niet ter discussie stellen, maar…, waar hebben we dat meer gehoord? En hoeveel clubs hebben al zo’n nieuw stadion gebouwd? Een stadion dat de bezoeker comfort biedt, een skybox voor de sponsor die er zijn gasten met alle egards kan ontvangen en dat is gelegen op een industrieterrein liefst op een kruispunt van snelwegen. Stadions van het type dertien in een dozijn die multifunctioneel te gebruiken zijn en waar dus ook concerten gehouden kunnen worden. Clubs als Fortuna Sittard, Roda JC, NAC, Vitesse, FC Twente, Heracles, AZ, Heerenveen en zo zijn er vast wel meer te noemen. Sommigen spelen ‘in de middenmoot’ andere niet. En laat eerdere plannen van VVV en de gemeente Venlo om een nieuw stadion te bouwen op het ‘Kazerneterrein’ mislukt zijn. De financiën bleken een onoverkomelijk probleem. Nu komt een soortgelijke oplossing die structureel tot een plek in ‘de middenmoot’ of nog zo’n mooie ‘het linkerrijtje’ moet leiden. Hoeveel plekken kent dat rijtje eigenlijk?

Wanneer komt er iemand met andere ideeën? Voorbeelden van andere ideeën zijn er voldoende. Neem FC United of Manchester. Een club opgericht door boze supporters van Manchester United. Boos vanwege de steeds verder doorgevoerde commercialisering en vooral de exponentieel stijgende prijs van een kaartje. Die club laat ook zien hoe je op een andere manier een stadion kan bekostigen. Over stadions gesproken, FC Union Berlin laat mooi zien hoe je ook een stadion kunt verbouwen. Twee voorbeelden, er zijn er meer die laten zien dat het ook anders kan.

Zou dat in Venlo ook kunnen? Zou VVV een vereniging kunnen worden met leden? Leden die een netwerk vormen dat staat voor de club en voor elkaar? Die de club en elkaar helpen als dat nodig is? Een club met het gezamenlijk gerenoveerde stadion De Koel als thuisbasis. Waar het voetbal de bindende factor is, maar het draait om meer? ‘Més que un club’, om de spreuk van FC Barcelona aan te halen?

 

Een brug te ver?

Venlo is momenteel ‘in de ban van een kabelbaan’. Wat is er aan de hand? Tegenover het centrum van de stad, aan de overkant van de Maas ligt een het ‘kazerneterrein’. Een ‘campusachtig’ terrein met gebouwen die deels een monumentenstatus hebben. Onder het terrein, en al deels blootgelegd, ligt een nog monumentaler oud Spaans fort uit de zeventiende eeuw.

Fort sint michielIllustratie: www.l1.nl

Dit terrein krijgt een nieuwe bestemming: “Over enkele jaren zal er een ontspannen, maar ook bedrijvige sfeer hangen in het KazerneKwartier, met voor ieder wat wils. In een parkachtige setting maak je een wandeltochtje rondom de grachten en muren van het mooie Fort Sint Michiel waarna je een lekkere picknick hebt met zicht op de prachtige Maas. De kinderen ravotten, en hebben plezier van al hetgeen er te doen is. Of je ligt heerlijk met vrienden in het gras, genietend van een ijsje en het ruisen van de bomen,” in goed Nederlands Leisure and Pleisure genoemd. Winkeliers in de Venlose binnenstad zien die plannen ook zitten als er maar een ‘goede’ verbinding komt met de binnenstad. Dan komen die vele bezoekers wellicht ook even winkelen. Nu kun je het terrein via het fietspad langs de spoorbrug bereiken of per auto, fiets en te voet via de stadsbrug. Beide bruggen liggen direct naast elkaar en raken de zuidkant van zowel het stadscentrum als het kazerneterrein. Een eenvoudige en zeer goedkope oplossing zou zijn, het fietspad langs de spoorbrug, die het dichts bij beiden ligt, ‘om te bestemmen’ tot een voetgangersbrug.

Maar nee, dat is niet genoeg. Er moet een nieuwe verbinding komen. Een derde brug op steenworp afstand of: een kabelbaan. Een leuk en nieuw idee, vele steden hebben mooie bruggen, daarmee kun je je niet onderscheiden, een kabelbaan wel. De gemeenteraad is in meerderheid voor een kabelbaan. Een belangrijk argument voor de kabelbaan is dat je die kunt exploiteren en als het goed gaat kan ze zichzelf zo betalen. Dat kan met een brug niet. Die ligt er en dan kan iedereen erover.

Waarom zou je een brug niet kunnen exploiteren? Noem het een tolbrug, tolwegen zijn er al en als het met een weg kan, waarom dan niet ook met een brug? Probleem is dan alleen dat de twee andere bruggen gratis zijn. Bij een kabelbaan ligt dat anders, dat is een attractie en daarvoor wordt wel betaald, zo is de redenering. Als bezoeker van het ‘leisure and pleisure park’ kun je gratis mee, als je tenminste met de auto komt en een parkeerkaartje koopt, zo is de idee.

Waarom zou je de kabelbaan moeten ‘exploiteren’? Waarom niet ‘gratis’? Scheelt kassapersoneel en infrastructuur, maakt de attractie, de stad en het ‘leisure and pleisure park’ nog aantrekkelijker. Natuurlijk is niets gratis, maar als je het voor een doelgroep verstopt in het parkeertarief, waarom dan niet een halve euro ‘opcenten’ op alle parkeertarieven? In een kleine verhoging van pecariobelasting, dan betalen degenen die profiteren, de winkeliers en horeca? Of is dat een brug te ver?

Duettino Sull’aria

Bij De Correspondent een artikel van Malique Mohamud over hiphop. Als correspondent straatintellect richt hij zich ondermeer op het zichtbaar maken van de culturele significantie van hiphop. In een interessant artikel geeft Mohamud zeven momenten waar hiphop een belangrijke rol heeft gespeeld. Momenten waarop muziek, in dit geval hiphop, en politiek elkaar raken, zijn er veel. Muzikanten die de tijdgeest aanvoelen en er soms een klein beetje op vooruit lopen, komen veel voor. Rossini haakte goed aan bij het aanwakkerend Italiaans nationalisme. De protestsongs van Bob Dylan en de Vietnamoorlog. De rauwe harde punk van de Dead Kennedys en de effecten van het opbloeiende neoliberalisme. Muzikanten staan daarin niet alleen, veel kunstenaars proberen de tijdgeest te raken en zo een statement te maken.

Dat hiphop-muzikanten op die zeven momenten een belangrijke rol speelden in het verwoorden van gevoelens en het beïnvloeden van keuzes, daar zal Mohamud zeker gelijk hebben. Waar hij de plank misslaat is als hij beweert een overzicht te geven van: “… zeven momenten waarop hiphop de geschiedenis veranderde.” Dan kent hij hiphop wel een bijzondere kracht toe.

Hoe kun je de geschiedenis veranderen? Je kunt er een andere kijk op hebben. Je kunt nieuwe inzichten over de geschiedenis naar buiten brengen, maar veranderen? Dat lijkt me lastig. Het lijkt me sterk dat hiphop ervoor heeft gezorgd dat Martin Luther King zijn beroemde I have a dream toespraak al hiphoppend uitsprak. Of dat de beroemde aria, Duettino Sull’aria, uit Mozarts Nozze de Figaro tijdens de eerste uitvoering werd gehiphopt (als dat een goed woord is).

Misschien wel een idee om die aria, die ook een belangrijke rol speelt in de film The Shawshank Redemption, in die opera te hiphoppen, dan schrijf je geschiedenis en beïnvloed je de tijd na je. Dat is echter wat anders dan de geschiedenis veranderen. Nu, terugkijkend, kun je zeggen dat hiphop op de genoemde moment iets in een bepaalde richting heeft beïnvloed. De geschiedenis is daarmee niet veranderd.