De doorbraak naar duurzaam

Een klein artikeltje in Dagblad de Limburger van donderdag 17 maart, maakte gewag van de wensen van de PvdA voor 2026. Dan mogen er, als het aan die partij ligt, alleen nog maar elektrische auto’s rijden. Volgens de krant lacht de VVD zich dood om dit plan. In het artikel wordt kamerlid Barbara Visser aangehaald, die heeft het over een: “oorlogsverklaring richting acht miljoen automobilisten, gebaseerd op een groot wensdenken en een blanco cheque om al deze auto’s op kosten van de overheid te vervangen. Ambities zijn altijd mooi, maar dit heeft meer weg van een kip die zonder kop rondrent in het groene sprookjesbos.” 

TeslaFoto: www.elektrischeauto.nl

Een mooi staaltje beeldspraak van deze VVD politica. Een staaltje dat past in de Twittercratie. Ze spreekt van een ‘oorlogsverklaring’ aan de automobilisten. Hoe komt zij erbij dat dit een oorlogsverklaring is? De automobilist kan toch gewoon in de auto blijven rijden, alleen wordt die aangedreven door een andere energiebron. En het vervangen van een auto voor een nieuwe, is niets bijzonders. Dat zal iedere automobilist eens in de zoveel jaar doen.

Zou het trouwens niet kunnen zijn dat de werkelijkheid de VVD en zelfs de PvdA inhaalt? Dat de doorbraak van duurzaam sneller gaat dan beide partijen denken? Het zou kunnen als we een gelijknamige documentaire van Tegenlicht mogen geloven. Want wat belemmert de doorbraak van de elektrische auto?  Wat als de accu zo goed wordt dat je er makkelijk 800 kilometer mee kunt rijden? En dat het opladen of wisselen van de accu net zo snel gaat als het tanken van 60 liter benzine?  Wat als de prijs van een elektrische auto ongeveer gelijk is aan een op brandstof rijdende? Wat als de fabrieken groter worden en op volle capaciteit gaan produceren waardoor de prijzen gaan dalen? Waarom zou vervanging van het autopark dan door de overheid betaald moeten worden?

Is tien jaar hiervoor een korte periode? De Amerikaanse econoom Robert J. Gordon deed voor zijn boek The Rise and Fall of American Growth. The U.S. Standard of Living since the Civil War onderzoek naar de economische groei in de Verenigde Staten. Hij schenkt hierbij heel veel aandacht aan de implementatie van nieuwe uitvindingen en technieken zoals de gloeilamp, de trein, de verbrandingsmotor, de auto, de WC enzovoorts. Neem de auto, in nog geen twintig jaar tijd (tussen 1910 en 1930) had bijna ieder Amerikaans gezin een auto.

Is tien jaar dan te kort als we ons realiseren dat de belangrijkste investeringen er al liggen? Namelijk de wegen en het elektriciteitsnetwerk. Als zelf energie opwekken via bijvoorbeeld zonne-energie, steeds goedkoper wordt? Als veel mensen nu al denken over de aanschaf van een elektrische auto? Hoe zou het autopark er dan over tien jaar uitzien?

Nederland gidsland

Nederland als gidsland en dus voorbeeld voor de wereld. Nederland het meest progressieve land van de wereld dat zich altijd en overal druk maakte om de mensenrechten, om abortus, euthanasie. Het land met het meest liberale softdrugsbeleid en zo zijn er vast nog meer voorbeelden te noemen. Dat is, sinds het begin van deze eeuw, iets van het verleden. Of niet?

De TegenpartijIllustratie: tweedekamer.blog.nl

De Duitse deelstaatverkiezingen hielden de journalistieke gemoederen flink bezig. Zo ook die van Afshin Ellian. In Elsevier schrijft hij over de titanenstrijd tussen twee Duitse vrouwen. Aan de ene kant bondskanselier Angela Merkel en aan de andere kant Frauke Petry van de AfD. Hij vergeet voor het gemak dat het Duitse politieke spectrum ook nog andere partijen bevat. Partijen die ook verkiezingen wonnen en verloren. Al houdt Ellian een slag om de arm omdat de AfD eerst maar eens moet bewijzen een blijvertje te zijn.

Eén zin in zijn column viel op: “De Duitse media moeten nog veel leren van wat in Nederland sinds de opkomst van Pim Fortuyn is gebeurd.” Dit naar aanleiding van de oproep van Petry aan de Duitse media om etiketten ‘rechts-nationalistisch’ of ‘rechts-populistisch’ niet meer voor haar partij te gebruiken, omdat de AfD een gewone volkspartij is net als alle andere. Hij adviseert de Duitse media om ‘te leren’ van Nederland na Fortuyn. Stelt Ellian hier Nederland ten voorbeeld aan Duitsland? Nederland weer als gidsland?

Wat moeten de Duitse media, en in het verlengde van de media, de Duitsers leren? Dat dergelijke etiketten niet geplakt moeten worden? Dan is Nederland een erg slecht voorbeeld. Want is Nederland vrij van het plakken van deze en andere etiketten? Populist, extreem rechts, fascist ze vallen geregeld.

Moeten ze de gespeelde verontwaardiging die er vaak op volgt, onder de knie krijgen? De oproep om de uitspreker van de f-woord te ontslaan? Of moeten ze aan de slag met de vertaling van woorden als nep-parlement, demoniseren, theedrinkende knuffelaar of minder, minder, minder? Moeten ze op zoek naar ministers die niet links, niet rechts, maar recht door zee zijn?

Of moeten ze hiervan leren dat dit een heilloze weg is? Dat ze alles moeten doen om de Nederlandse weg niet in te slaan en om te keren als dat nog kan? Dus Nederland als gidsland hoe het niet moet? Wat moeten de Duitse media en de Duitsers leren van Nederland?

‘Overwinning van de democratie’

In drie Duitse deelstaten werden afgelopen zondag verkiezingen gehouden voor het parlement. De nieuwe partij AfD komt in alle drie de parlementen. De kiesdrempel van 5% bleek geen belemmering voor deze nieuwe partij. Sterker nog, de partij haalde veel meer dan die 5%. In de deelstaat Saksen-Anhalt zelfs 20%. En zoals altijd na verkiezingen, zijn de druiven voor de verliezers zuur en staan de winnaars te jubelen. AfD is een van de winnaars, niet de enige.

AfD

Foto: ejbron.wordpress.com

In de Volkskrant was te lezen dat de leider van de AfD, Frauke Petry, de uitslag ‘een overwinning van de democratie’ noemde. Een bijzondere uitspraak want wie was dan de tegenstrever van de democratie?  Duitsland was ook voor gisteren toch gewoon een democratie waar geregeld volksvertegenwoordigers worden gekozen? Gisteren was het de beurt aan drie deelstaten om nieuwe volksvertegenwoordigers te kiezen.

Een korte, niets zeggende zin. Niets zeggend, maar wel suggestief? Want wilde de spreekster, mevrouw Petry, duidelijk maken dat haar partij de enige is die voor de democratie is? Dan kan ze niet echt spreken van een overwinning van de democratie, omdat haar partij nergens meer dan 20% van de stemmen haalde. Dan heeft de democratie toch verloren? Mocht de AfD over vier jaar minder stemmen halen, verliest de democratie dan?

Wilde Petry aangeven dat door de overwinning van haar partij een nieuw geluid een plek krijgt en dat dit hét geluid van het volk is? Een suggestie waarvan Wilders en de PVV in Nederland zich ook vaak bedienen. Kunnen andere partijen niet met evenveel recht verklaren namens het volk te spreken?

Manoeuvreert Petry met deze korte zin haar politieke tegenstrevers in het ‘ondemocratische’ kamp en eigent ze zichzelf en haar partij de democratie toe? Is de democratie niet van ons allemaal en veel te kostbaar om ze te laten toe-eigenen door welke partij dan ook?

Wat belangrijker is, is democratie niet veel meer dan verkiezingen? Gaat het niet veeleer om wat wij doen op al die  dagen dat er geen verkiezingen zijn? Of om de Amerikaanse filmmaker Michael Moore aan te halen: “Democracy is not a spectator sport, it’s a participatory event. If we don’t participate in it, it ceases to be a democracy.”

Stem blanco

“Er resteert nog een jaar om die burgers te overtuigen én te mobiliseren. Werk aan de winkel dus.” Met deze woorden eindigt politiek filosoof Jurriën Hamer zijn betoog in de Volkskrant waarin hij oproept om in opstand te komen. In opstand om: “oude idealen, van mensenrechten, van gelijkwaardigheid en van tolerantie … ,” uit te venten, omdat deze idealen dreigen te worden verkwanseld. Als voorbeelden hiervoor haalt hij de vluchtelingencrisis en de milieucrisis aan. De ‘vijanden’ van deze idealen weten zich in de media goed te profileren en domineren het debat en met de verkiezingen van volgend jaar in aantocht, wordt het hoog tijd dat ook de aanhangers van deze idealen zich gaan roeren.

ik-stem-blancoIllustratie: www.bndestem.nl

Maar hoe mobiliseer je mensen voor deze idealen? Welke van de huidige politieke partijen kan deze idealen nog geloofwaardig en met verve uitdragen, omdat zij niet  ‘besmet’ is door het verleden? Of toch maar een nieuwe partij? Vervolgens, waar is die dito partijleider, een soort ‘Bernie Sanders’?  En als die partij en leider er zijn, hoe breng je een genuanceerde boodschap in een ongenuanceerde ‘sloganwereld’? En dan nog de vraag wat die partij kan bereiken in onze veelpartijendemocratie? Nopen die vragen daarom niet tot realistische verwachtingen? Zal succes daarmee niet iets van lange adem zijn? En geldt tegenwoordig niet het adagium dat Queen bezong? “I want it all, I want it all and I want it now!”

Een cynicus zou zeggen, begin er maar niet aan. En dat zou jammer zijn. Want zouden de aanhangers van deze, door Hamer genoemde, idealen zich niet juist nu moeten roeren? Ook de ballonnendoorprikker heeft zich, in diverse prikkers, uitgesproken voor deze waarden. Dus zijn steun heeft hij. Want is de slinger de afgelopen twee decennia niet vervaarlijk ver doorgeschoten naar de kant van de ‘vijanden’ van deze waarden? Zover dat veel voormalige aanhangers van deze waarden, van hun ankers zijn geslagen? En zou een partij of groep die deze waarden aanhangt, voor het broodnodige tegenwicht kunnen zorgen, zodat er weer een goed ankerpunt is?

Zou het ook anders kunnen? Zouden de aanhangers van deze waarden gebruik kunnen maken van een kans die de tegenstanders bieden? Zou het komende ‘Oekraïne-referendum’ zo’n kans kunnen zijn? Zou dat kunnen door de blanco-stem te bestempelen als een stem vóór deze waarden? Voor het verdrag stemmen hoeft niet, als de meerderheid maar niet tegen stemt en die meerderheid kan best blanco stemmen. Zou het mogelijk zijn om de beeldvorming zo te framen dat deze waarden gediend zijn bij een blanco-stem? Zou het mogelijk zijn om dit frame via de digitale media in heel korte tijd geaccepteerd te krijgen?

De illusionist

De kosten voor massamigratie zijn veel hoger dan de kosten van grenscontroles:“Een realistische raming van de kosten komt uit op een jaarlijks bedrag van twee tot vijf miljard euro. … De kosten van de opvang en verzorging van asielzoekers werd onlangs op 20 miljard euro per jaar geschat.” Een Duits instituut voor economisch onderzoek heeft deze berekening voor Duitsland gemaakt. Zo valt te lezen in Elsevier. Die 5 miljard euro steken schril af tegen de ‘alarmistische’ geluiden dat gesloten grenzen, zeer duur zouden zijn.

mindfuckIllustratie: www.burovoormuziek.nl

Nu komen er ieder jaar vluchtelingen, maar niet ieder jaar evenveel. In 2015 zullen de kosten verbonden met asielzoekers voor Duitsland best 20 miljard euro zijn geweest. Maar hoe hoog waren ze in 2014 en hoe hoog zullen ze in 2020 zijn? Het gaat mij niet om de bedragen en of die kloppen of niet. Zet twee economen in een ruimte en laat ze hiervoor een berekening maken en je krijgt drie verschillende uitkomsten.

De vraag die dit artikel oproept is van een andere orde. Met welk doel ‘vergelijk’ je de kosten van grenscontroles met die van de opvang en verzorging van asielzoekers? Welke suggestie wil je hiermee wekken? Zeker omdat het Duitse ‘berekeningen’ betreft en voor Nederland kan en zal dat heel anders liggen.

Wat is de relatie tussen het sluiten van grenzen en de opvang en verzorging van vluchtelingen? Willen grenscontroles zeggen dat vluchtelingen het land niet meer inkomen? Want dat is wat het artikel lijkt te suggereren. Nu hebben we na de Tweede Wereldoorlog een lange periode met grenscontroles gehad. In die tijd kwamen er ook vluchtelingen, denk onder andere aan de Hongaarse, de Tsjechoslowaakse en de Vietnamese.

Is het niet veeleer zo dat de kosten van grenscontroles bovenop die voor de opvang en verzorging van vluchtelingen komen? Tenzij we géén vluchteling meer toelaten. Dan moeten wel de internationale verdragen rondom de omgang met vluchtelingen worden opgezegd en onze wetgeving daaromtrent worden aangepast. En als alle landen dit doen, dan zit iedereen vast in het eigen land? Wat doen we dan als de dijken breken?

“Wahn ist kurz, die Reu ist lange,(kort is de illusie, lang de spijt)” aldus de Duitse dichter Friedrich von Schiller. Hoe lang en groot zou de spijt zijn als blijkt dat na het sluiten van de grenzen er ook vluchtelingen blijven komen. We moeten immers iedereen die zich aan de grens meldt en asiel aanvraagt, gewoon in procedure nemen. Dus ook worden opgevangen en verzorgd. Dan zitten we met dubbele kosten. Wat zou Elsevier willen bereiken met een dergelijk artikel? Toch oppassen voor de illusie die Elsevier lijkt te suggereren?

I’m leaving on a jet plane

PvdA-leider Diederik Samsom is blij met de afspraken die de Europese Unie met Turkije gaat maken. Samsom in Trouw: “Misschien is dit akkoord met Turkije wel een blauwdruk voor het reguleren van die andere routes.”  Wat houden die afspraken in? “6 miljard euro voor de opvangkampen in Turkije; opheffing van de visumplicht voor Turkse toeristen die naar Europa reizen; een versnelling van de onderhandelingen over het Turkse EU-lidmaatschap; en tot slot en niet het minst moet de EU evenveel Syrische vluchtelingen legaal uit Turkije overnemen als dat land er uit Griekenland terugneemt.” Zo valt te lezen in de Volkskrant.

Nu liggen er vele landen op de route naar de Europese Unie. Het is iets verder varen, maar ook vanuit Libanon, Egypte, Syrië, Egypte, Libië, Tunesië en ga zo maar door, kun je op een bootje stappen. Dus er kunnen nog veel van dergelijke afspraken volgen als we Samsom mogen geloven. Hierbij zijn vele vragen te stellen. Belangrijker dan deze vragen, zijn vragen bij de de afspraken. Welk probleem wordt er met deze afspraken opgelost? Wordt de komst van vluchtelingen naar Europa, het vluchtelingenprobleem opgelost? Of zouden er weer andere routes komen? Samsom lijkt daar wel van uit te gaan. Bovendien blijven er vanuit Turkije vluchtelingen komen, nu met het vliegtuig. En als er de komende maanden vanuit Turkije toch Syriërs per bootje naar Griekenland blijven gaan en die worden teruggebracht, komen er dan met dit akkoord evenveel vluchtelingen per vliegtuig? Ook als dit er één miljoen zijn?

Voor de Syriër blijft er zo een, zij het beperkte, route naar Europa bestaan. Maar wat biedt deze oplossing de Afghaanse, Irakese of Somalische vluchteling? Die kan Europa bijna niet meer in. Duwt Turkije die verder terug de regio in? Zodat die Afghaan uiteindelijk weer terug is bij de Taliban? Nu zou die Afghaan natuurlijk ook vanuit buurland Kirgizië per vliegtuig naar Amsterdam kunnen vliegen. Dat spaart hem een lange reis die strandt op het Turkse strand. Een reis die bovendien veel goedkoper is. Maar wordt hen dat niet onmogelijk gemaakt door Europese regels? Als iemand niet in een land wordt toegelaten, moet de vliegmaatschappij de terugreis betalen. Dus laten de vliegmaatschappijen alleen mensen met een geldig visum instappen. En laat vluchtelingen hier nu juist niet aan voldoen. Zou aanpassing van deze regels de mensensmokkel tegen woekerprijzen niet voorkomen? Zou dit niet veel ellende voorkomen? En zou het niet veel goedkoper zijn? Bovendien hoeven er dan geen afspraken te worden gemaakt met weinig democratische regeringen.

Belangrijker dan het vluchtelingenprobleem, is het probleem van de vluchteling. Wordt dat niet pas echt opgelost als het land van herkomst veilig is en voldoende levenskwaliteit biedt? En zullen er tot die tijd niet mensen blijven vluchten? Zeker als we blijven bombarderen.

Wat wil Bussemaker?

“Parttime werken is voor vrouwen vooral een strategie om niet overbelast te raken. Het is niet een doelbewuste keuze voor minder carrièrekansen en financiële afhankelijkheid van hun partner.” Zo valt te lezen in de Volkskrant. Dit omdat vrouwen, zo blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau, werk, zorg en ontspanning minder goed kunnen scheiden dan mannen. Gevolg is wel dat veel vrouwen financieel afhankelijk zijn. Dit zou volgens minister Bussemaker wel moeten. Bovendien leidt dit, volgens haar, tot verspilling van talent. Dit moet niet alleen thuis maar ook op het werk worden besproken. Bussemaker: Het zou goed zijn als werkgevers vrouwen vragen wat zij kunnen doen om hen te ontlasten en tegelijk meer uren te laten werken. Dat kan bijvoorbeeld gaan om meer mogelijkheden voor flexibele werktijden of thuis werken.”

stressIllustratie: www.loyalist.nl

Dus om financieel onafhankelijk te zijn en zorg en werk goed te kunnen combineren en zo de druk te verminderen moeten vrouwen meer gaan werken. Zou meer en flexibeler werken ervoor zorgen dat vrouwen minder voelen dat ze “tekortschieten op het werk en voor naasten”? Dat vrouwen minder spanning ervaren en meer relaxt gaan leven? Zou dit probleem, dat ‘in het hoofd’ van vrouwen zit, zo worden opgelost?

Niet alleen vrouwen ervaren problemen, één op de vijf fulltime werkende vaders wil korter werken om voor hun kinderen te zorgen. Zo valt te lezen in een ander artikel in de Volkskrant. En ook dat moet met de werkgever worden besproken. Deze mannen hebben volgens dezelfde minister goede redenen om korter te willen werken. Ze zijn “belangrijke bondgenoten in de vrouwenemancipatie.” Wat als die mannen door korter te werken ineens niet meer financieel op eigen benen kunnen staan? Is dat dan géén probleem?

Maar is het niet vreemd dat de minister mannen adviseert om minder, en vrouwen juist om meer te werken? Zou de minister in de gaten hebben dat haar adviezen op het oog tegenstrijdig zijn?

Zou een verkorting van de werkweek een oplossing kunnen zijn? Naar 30 uur zoals in Zweden? Dit leidt wel tot minder inkomen bij een fulltime baan, maar zou banen creëren voor werklozen. Of wellicht een basisinkomen? Waarschijnlijk leidt dat via een omweg ook tot een verkorting van de gemiddelde werkweek en tot werk voor meer mensen. Beide ideeën zouden de druk verminderen. Een experiment waard?

Not everything that counts can be counted

“Subsidies in Venray zijn doelloos,”  de kop van een artikel in Dagblad de Limburger. Het artikel bespreekt de uitkomst van een onderzoek dat de Venrayse rekenkamer heeft uitgevoerd naar het gemeentelijke subsidiebeleid. De gemeente heeft geen helder beeld wat ze met de subsidies wil bereiken. Doelen zijn niet helder, effecten blijven onduidelijk en daarom is het moeilijk om goede prestatieafspraken te maken met de instellingen die subsidie ontvangen. Het is daarom een raadsel  voor de gemeenteraad of het geld goed wordt besteed. De raad kan zo haar controlerende taak niet goed vervullen.

doelmatigheid

Illustratie: www.focusopdalton.nl

Venray zal niet de eerste en zeker niet de laatste gemeente zijn waar de rekenkamer of een andere onderzoeker tot soortgelijke conclusies komt. En ook daar zal worden geconcludeerd dat een schouwburg of een kunstencentrum vele tonnen subsidie krijgen, zonder dat precies duidelijk is wat zij moeten bereiken voor dat geld.

Dit concluderen is één, maar wat eraan te doen? Simpel duidelijke doelen en meetbare effecten formuleren en goede prestatieafspraken maken. Dat is ook wat meestal wordt geadviseerd. Als het zo simpel is, waarom gebeurt het dan niet?

Het is inderdaad heel simpel om een doel te formuleren. Ook is het makkelijk om effecten te formuleren. Goede prestatieafspraken maken het lastiger maar zal ook nog wel lukken. Maar hoe bepaal je de relatie tussen het doel en het effect en hoe meet je het? En nog lastiger, hoe bepaal je wat en zo ja op welke wijze een actie, die je in je prestatieafspraken maakt, bijdraagt aan het effect?

Een sportpark, sporthal of zwembad, een schouwburg en een kunstencentrum waar inwoners laagdrempelig les kunnen krijgen in diverse vormen van kunst. Om een beetje leefbaar te zijn, moet een dorp of stad bepaalde voorzieningen hebben. Hoe groter de stad, hoe meer van dergelijke voorzieningen er moeten zijn. Net zoals voor de leefbaarheid de verenigingen die activiteiten organiseren en mogelijk maken onmisbaar zijn.

Van Einstein is de gevleugelde uitspraak: “Not everything that counts can be counted. And not everything that can be counted counts.”  Zou deze uitspraak voor dergelijke onmisbare voorzieningen kunnen gelden? En als dat zo is, zouden we dan niet beter kunnen stoppen met dergelijke voorzieningen te benaderen vanuit het doelmatigheidsdenken?

Weapons of Mass destruction

In de Volkskrant valt te lezen dat de Verenigde Naties (VN) zeer strenge sancties tegen Noord-Korea hebben uitgevaardigd. Het land wordt gestraft voor een kernproef van begin januari 2016. Nu zou geen enkel land naar het bezit van kernwapens en andere massa-vernietigingswapens moeten streven of ze moeten bezitten. Laat er nu veel meer landen zijn die dergelijke wapens hebben en ernaar streven. Zoals de Verenigde Staten, zij bezitten dergelijke wapens en hebben in het verleden dergelijke proeven gehouden. Net als trouwens Rusland, China, India, Pakistan en nog enkele andere landen. Dit zonder dat de VN sancties aan deze landen hebben opgelegd. Over deze ongelijke behandeling schreef ik al eerder.

belastingontwijkingIllustratie: antioligarch.wordpress.com

De Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Samantha Powers, rechtvaardigt de strenge sancties omdat het land: “nagenoeg alle hulpbronnen van Noord-Korea worden aangewend voor zijn roekeloze en niet aflatende zucht naar massa-vernietigingswapens.” Dit roept vragen op. Mag het ene land oordelen over de manier waarop het andere land zijn hulpbronnen inzet? Of is dit aan de regering van het betreffende land? In hoeverre mag het ene land zich met de binnenlandse aangelegenheden in het andere land bemoeien?

Als een dergelijke bemoeienis is toegestaan, zou op basis van een dergelijke redenering niet ook Rusland kunnen worden veroordeeld? Dit land zet hulpbronnen in voor ‘een roekeloze en niet aflatende zucht naar macht en invloed’ en schuwt geweld hierbij niet. Zouden trouwens ook de VS niet met een soortgelijk redenering worden veroordeeld vanwege hun zucht naar grondstoffen van andere landen? Een zucht waarbij geweld en oorlog niet wordt geschuwd. Iets wat nog schadelijker is dan het inzetten van eigen hulpbronnen.En zouden zo niet aan vele landen sancties opgelegd kunnen worden?

Wie bepaalt dan waarvoor hulpbronnen wel mogen worden gebruikt? Mogen ze wel worden gebruikt voor een roekeloze en niet aflatende zucht’ naar winst? Zeker als die winst in de zakken van slechts enkelen verdwijnt? Zeker als die winst vervolgens met behulp van schimmige belastingconstructies via van de Kaaiman-eilanden en een dubbele sandwich tussen Ierland en de Amsterdamse Zuidas, aan de belastingbetaling worden onttrokken? Is dit geen ‘weapon of mass destruction’ dat wellicht nog schadelijker is dan een atoombom in een schuur in Noord-Korea?

Zijn in de tijd

Als jullie dit lezen, is hij weer voorbij en duurt het weer vier jaar tot de volgende. De schrikkeldag. En zoals tegenwoordig bij alles, moeten ook de kosten van een schrikkeldag worden berekend. €60 extra uitgaven en €47 extra inkomsten voor een gezin en dus kost die dag €13, aldus het NIBUD. We vinden tijd belangrijk en willen er het liefst meer van hebben. Zeker omdat we tegenwoordig het maximale moeten halen uit de schaarse tijd die ons is gegeven. Tijd is immers geld en je mag geen kostbare tijd verloren laten gaan.

SchrikkeldagIllustratie: nl.dreamstime.com

In Trouw besteedt Ger Groot er een column aan en concludeert dat met tijd niet valt te manipuleren. Wel constateert hij dat we collectief de grootste tijdswinst hebben geboekt met de spectaculaire stijging van de levensverwachting. Maar hoe spectaculair die stijging ook is, als je tijd is gekomen ontsnapt je niet. Geniet van de tijd die je is gegeven en bekommer je niet teveel om de prijs ervan, zo concludeert Groot. Een wijze raad?

Tijd vervult een belangrijke rol in onze samenleving en ons leven. Zou dat altijd zo zijn geweest? Of zouden onze voorvaderen een heel ander begrip van tijd hebben gehad? Of wellicht wel helemaal geen?

Volgens Hannah Arendt (The Human Condition) vormde, vóór de komst van het christendom, de samenleving (stam, familie) de kern van het denken. De stam of familie en het overleven ervan, stond centraal en daarop was alle actie gericht. Ook acties die een einde maakten aan het leven van een individu. Die stierf in het belang van het voortbestaan van de familie of stam. Min of meer vergelijkbaar met het huidige ‘vallen voor het vaderland’. En stammen en families hebben generaties de tijd. Het christendom daarentegen plaatste het (leven van het) individu centraal. Dit betekende een flinke beperking van de tijdshorizon en maakte tijd schaars. Die is immers beperkt tot één mensenleven. Daarin moet hét gebeuren.

Genieten we dan het meeste van betaald werk, de scholing ervoor of de zoektocht ernaar? Want besteden we daar niet het grootste deel van onze tijd aan? Door toegenomen levensverwachting wordt immers ook de pensioenleeftijd steeds hoger. “In de ene helft van ons leven offeren we ons leven op om geld te verdienen, in de andere offeren we geld om weer gezond te worden. En al die tijd gaan gezondheid en leven er zachtjesaan van door”,  zo omschreef de achttiende-eeuwse Franse filosoof en schrijver Voltaire het. Hollen we zo niet onze eigen staart achterna?