Utopia en Dystopia

“Het wordt hoog tijd dat we de wereld gaan veranderen. Daarbij helpt het niet om een nieuwe ‘complot God’ in het leven te roepen en de strijd aan te gaan met die God of in andere woorden ‘de elite’. Dat is als een Don Quichot strijden tegen windmolens, tegen een imaginair construct. Die verandering begint ermee dat we ons realiseren dat het dominante denken ideologisch getint is.” Schreef ik in mijn vorige Prikker. De wereld veranderen door je te realiseren dat er buiten de ideologische bril waarmee je kijkt een hele wereld ligt. En de extreem dominante bril waarmee nu en de afgelopen dertig jaar naar de wereld wordt gekeken is een neoliberale. Hoe kon het dat we onszelf indoctrineerden met die neoliberale bril?

Utopia, De Aarde, Dromen, Teken
bron: Pixabay

Een goede vraag. Goed omdat het antwoord laat zien hoe een bepaalde manier van denken dominant kan worden. Als je weet hoe dat kan gebeuren, dan geeft dat aanknopingspunten om dergelijke processen te herkennen en herkennen is een eerste stap in het voorkomen dat je er slachtoffer van wordt. Net zoals bij een religie schetsten de aanhangers of ‘priesters’ van een ideologie een ideaalplaatje, een utopie. Als je hen ‘volgt’ en handelt naar hun geboden dan ontstaat als vanzelf die ideale wereld. Dan ontstaat de hemel of het ‘arbeidersparadijs’ op aarde. Alleen op dat punt ‘op aarde’ verschillen de aanhangers van een ideologie van een religie. Voor de aanhangers van een religie ligt het ideaal in het leven na de dood. Voor joden, christenen en moslims in het paradijs en voor boeddhisten in het gereïncarneerde volgende leven of het leven daarna. Aanhangers van een ideologie situeren hun ideaal in de toekomst. Alleen blijft dat paradijs altijd net buiten bereik. De oorzaak van dat ‘buiten bereik’ blijven wordt altijd veroorzaakt door het ‘niet goed naleven van de voorschriften’.  Zo betoogden de priesters van het neoliberalisme dat de hypotheekcrisis, die overging in een banken-, economische- en een valutacrisis dat dit gebeurde omdat overheden zich teveel bemoeiden met de markten: die waren niet vrij genoeg.

De, om het zo te noemen,  ‘profeet’ van het neoliberalisme is de Oostenrijkse econoom, Friedrich A. Hayek. Hayek zag de vrije markt als een perfect functionerende machine die hij als volgt omschreef: “Als we de ware functie van het prijsmechanisme willen begrijpen, moeten we dit zien als een ( …) mechanisme waarmee informatie wordt gecommuniceerd. Het wonder bestaat erin dat in het geval van schaarste van een bepaalde grondstof, zonder dat er een bevel wordt gegeven, zonder dat meer dan misschien een handvol mensen de oorzaak weet, tienduizenden mensen wier identiteit ook door maanden onderzoek niet achterhaald kan worden, ertoe worden aangezet deze grondstof of de hieruit vervaardigde producten spaarzamer te gaan gebruiken; dat wil zeggen dat ze zich in de goede richting bewegen.”  In zijn boek Wat als de markt faalt noemt John Cassidy het ‘Hayeks telecommunicatiesysteem’. Hayeks belangrijkste werk Road to Serfdom uit 1944 is een strijd tegen collectivistisch denken en voor de vrije markt. Hayek gebruikt de Sovjet Unie en Hitler-Duitsland om aan te tonen dat collectivisme tot slavernij leidt maar schreef het boek om de politiek in Groot Brittannië te beïnvloeden omdat ook dit land al ver op weg was richting collectivisme.

Tot Hayeks frustratie werd hij in zijn tijd, de jaren dertig tot en met midden jaren zeventig van de vorige eeuw, overvleugeld door het denken van Keynes. Hayek was een wat obscure denker aan de zijlijn van de wetenschappelijk wereld. Hij werd qua invloed en populariteit overvleugeld door tijdgenoot John Maynard Keynes. Keynes was de gevierde econoom die ‘het medicijn’ had gevonden voor het overwinnen van de crisis in de jaren dertig en de mede-architect van de naoorlogse wereld. Al die lof voor Keynes was enigszins overdreven omdat de Tweede Wereldoorlog en de erop volgende wederopbouw een heel belangrijke rol speelde in het ‘oplossen van die crisis’. Keynes pleitte voor overheidsingrijpen in de economie, voor beteugeling en regulering van de markt. Hayek zag dat anders, maar door de economische successen in de eerste dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog kreeg hij geen poot aan de grond. Die successen werden toegeschreven aan het keynesiaanse economische beleid. In 1950 verruilde hij zijn plek aan de London School of Economics voor de betrekking aan de Universiteit van Chicago.

Een tweede belangrijke persoon in de verspreiding van het neoliberale denken is Ayn Rand. Rand werd geboren in 1905, in wat nu weer Sint Petersburg heet, als Anna Rosenbaum. Het gezin Rosenbaum vluchtte in 1917 voor de revolutie naar de Verenigde Staten. Rand staat aan de basis van het objectivisme, een stroming die, zoals Wikipedia het goed omschrijft: “de mens (ziet) als een heroïsch wezen, met zijn eigen geluk als zijn hoogste ethische doel, productieve prestatie als zijn nobelste activiteit en de rede als zijn enige leidraad.”  De naam die Rand haar denken gaf, het objectivisme, is daar een mooi voorbeeld van. Dit denken is natuurlijk net zo subjectief als alle andere denkrichtingen.  Precies het tegengestelde van het collectivistische denken waarvoor ze uit Rusland vluchtte. Daar hebben we waarschijnlijk ook meteen haar belangrijkste drijfveer gevonden. Zoals ik in mijn vorige Prikker al vertelde, wordt er gebruik gemaakt van verhullende taal. Rand werd dan ook een belangrijke figuur in de anticommunistische strijd in de Verenigde Staten en die woede hevig in de na-oorlogse jaren. Bij het verkopen van een ideologie kan een goed verhaal wonderen doen en daar zorgde Rand voor. Voor wie er een beeld bij wil hebben, lees haar roman Atlas Shrugged. Met goede argumenten betoogt Hans Achterhuis dat dit boek de utopie van het neoliberalisme is. In een prachtig verhaal wordt die ideale wereld afgezet tegen een instortende buitenwereld. In die ideale wereld heerst absolute vrijheid en wordt alles via vrije transacties geregeld. Een invloedrijk boek omdat het na de bijbel en wellicht Mao’s rode boekje, het meest verkochte boek in de wereld is. Waarbij de vergelijking met Mao mank gaat omdat daarbij geen sprake is van vrije keuze.

Daar waar Hayek wat aan de zijlijn van de het leven stond, stond Rand er midden in. Rond Rand verkeerde een groep van bijna idolate bewonderaars. Daarbij enkele personen die een zeer belangrijke rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van het neoliberale denken en de neoliberale beleidsontwikkeling. Zo behoorde de nobelprijs winnende econoom en neoliberaal Milton Friedman tot haar kringen. Friedman was, zo ongeveer vanaf zijn studietijd in de jaren dertig verbonden aan de universiteit van Chicago en was een van de ‘Chicago Boys’. Via Friedman beïnvloedde het denken van Hayek de groep rond Rand en werd zijn werk bekend. In Chicago verzamelde Friedman gelijkgestemden om zich heen en die gelijkgestemden wisten steeds invloedrijkere plekken in de Amerikaanse samenleving te bereiken. Een andere protegé van Rand was Alan Greenspan, van 1987 tot en met 2006 voorzitter van het Amerikaanse systeem van centrale banken de Federal Reserve System en daarmee in die periode op economisch gebied zo ongeveer de machtigste man van de wereld. Op hoe hij die macht gebruikte, kom ik in een volgende Prikker terug waarin ik inga op de aannames waarop het neoliberale denken is gebaseerd.

Een eerste kans om de economische zijlijn te verlaten kregen de ‘Chicago boys’ in 1973 in Chili. Toen werd de in 1970 gekozen president Allende via een militaire staatsgreep afgezet. Allende werd zeer tegen de zin van de Amerikaanse president Nixon gekozen. Dit ondanks Amerikaanse steun voor de tegenstander van Allende en zelfs pogingen om na de verkiezingen te voorkomen dat Allende zou worden beëdigd tot president. In die staatsgreep speelde de Amerikaanse CIA een belangrijke rol. Na de coup werden Friedman en zijn ‘Chicago boys’ gevraagd om de Chileense economie weer aan de praat te krijgen. Chili werd een militaire dictatuur met extreem liberaal (neoliberaal) beleid. Het eerste neoliberale experiment leek succesvol. De economie herstelde zich zeer snel en dat schreef Friedman op zijn conto en noemde dit ‘het wonder van Chili’. Maar zoals Geertje Dekkers schrijft: “De groei bleek deels een bubble en toen het tij begin jaren tachtig tegenzat, kwam het land in grote problemen. De Chileense crisis van 1982 vertoonde opmerkelijke overeenkomsten met de mondiale van 2008. Ook toen al moesten banken die te veel risico’s hadden genomen door de overheid worden gestut. Dat betekent het einde van het extreme neoliberalisme in Chili.” Alleen stond Chili toen niet meer in de belangstelling van de wereld, Dus die crisis en de oorzaken ervan, gingen bijna ongemerkt aan ons voorbij.

Friedman zag in de problemen in Chili geen aanleiding om zijn denken te veranderen. En waarom zou hij ook, niemand keek meer naar Chili en tussen 1973 en 1982 had zijn neoliberale denken enorm aan populariteit gewonnen. ‘Les Trente Glorieuses’ zoals de Franse de periode van economische voorspoed tussen 1945 en 1973 noemden, waren piepend en krakend tot stilstand gekomen. Keynes bleek toch niet de perpetuum-mobile -pil voor eeuwige economische voorspoed te hebben ontwikkeld en de zaak was vastgelopen in wat economen ‘stagflatie’ noemen. Een samentrekking van stagnatie die zich kenmerkt door stagnerende economische groei, hoge inflatie en hoge werkloosheid. Groot Brittannië was het eerste land dat hieraan ten prooi viel. Het Keynesiaanse denken, het economische denken van Keynes en zijn navolgers, leek hier geen oplossing voor te hebben. Friedman had die wel: het neoliberalisme.

Met het succes in Chili in zijn achterzak kreeg hij in de jaren zeventig steeds meer invloed en met de verkiezing in 1979 van Margaret Thatcher tot premier van Groot Brittannië had hij een flinke voet tussen de deur in het westen. Thatcher schoeide haar economische beleid op neoliberale leest en bond de strijd aan met hetzelfde collectivisme waarvoor Hayek in zijn Road to Serfdom waarschuwde. De vakbonden waren de belangrijkste collectieve macht en hadden een zeer grote en misschien wel een te grote invloed op de politiek in bedrijven en het land. Die invloed had ertoe geleid dat zeer veel bedrijfstakken genationaliseerd waren. Dat hieraan iets moest gebeuren was duidelijk en de neoliberalen boden een oplossing: privatiseren. Maar daarvoor moest eerst de macht van de collectieven en dus vooral de vakbonden worden gebroken. Thatcher toonde zich een goede leerling van Hayek en deed precies dat wat Hayek adviseerde en ging de strijd aan met de machtige vakbonden. Bonden die ervoor hadden gezorgd dat de staat eigenaar was van vele bedrijfstakken, onder andere de kolenmijnen.  Dat lukte na een lange strijd uiteindelijk in 1985 toen de macht van de sterkste vakbond, de National Union of Miners van Arthur Scargill werd gebroken. Voor wie een goed beeld wil hebben van die strijd, kijk de film Billy Elliot. Thatcher gaf trouwens de beste samenvatting van het neoliberale denken toen ze de woorden: “there’s no such thing as society’” uitsprak. Na het breken van de vakbonden kon ze beginnen met de grote privatiseringsoperatie. Spoorwegen, spoorbedrijven, busbedrijven, de post, energiebedrijven, het telefoonverkeer, alles werd geprivatiseerd door Thatcher en haar opvolgers. Het enige wat men in Groot Brittannië tot nu toe niet geprivatiseerd kreeg, is de National Heath Service, de publieke ziekenhuizen. Of die opvolgers nu tot haar Conservatives of tot Labour behoorden, de neoliberale aanpak bleef gehandhaafd. Net als de PvdA in Nederland onder Wim Kok, schudde Labour onder Tony Blair haar sociaaldemocratische veren af en hulde zich in nieuwe die hij ook ‘the Third Way’ noemde maar het was gewoon een setje ‘neoliberale veren’.

Met Thatcher kregen de neoliberalen een voet tussen de deur in de westerse democratische landen en konden ze, als goede ‘Jehova’s getuigen’ hun ‘wachttoren’ naar binnen schuiven. De deur werd volledig ingetrapt met de verkiezing van Ronald Reagan tot president van de Verenigde Staten in november 1980. Dat betekende dat de grootste economie en supermacht van de wereld de neoliberale weg op ging. Nu waren er in de Verenigde Staten minder collectieven te breken en minder zaken te privatiseren. Daarom richtte Reagan zijn pijlen op twee andere ‘collectieven’. Als eerste een binnenlands ‘collectief’ dat we overheid noemen. In zijn inaugurale rede maakte hij dat meteen duidelijk met de woorden: “government is not the solution to our problem, government is the problem.” Het tweede ‘collectief’ was de andere supermacht, de Sovjet Unie. Om het eerste collectief, de eigen overheid, aan te pakken werden de belastingen, vooral voor de topinkomens, fors verlaagd. Hierdoor had de overheid minder geld om alle taken uit te voeren. Om het tweede collectief aan te pakken, werd er flink geïnvesteerd in het leger en de ontwikkeling van nieuwe wapens. Nieuwe wapens zoals een ruimteschild om vijandelijke raketten uit de lucht te halen voordat ze de VS zouden bereiken: het Strategic Defence Initiative in de volksmond ook wel Star Wars genoemd.

Minder inkomsten en meer uitgaven, dat moest knellen en dat deed het. Daarom werd er in eigen land bezuinigd op de toch al vrij karige sociale voorzieningen maar vooral werd er geld geleend waardoor de overheidsschuld opliep en de mensen  aan de onderkant van de sociale ladder in de problemen kwamen. Volgens het neoliberale denken zou dat allemaal een tijdelijk probleem zijn omdat de lagere belasting tot meer economische activiteit zou leiden en die groeiende economie zou ondanks de lagere belasting tarieven toch meer overheidsinkomsten opleveren. Ook de achteruitgang aan de onderkant van de samenleving zou van tijdelijke aard zijn. De bovenkant zou het geld dat ze via die belastingverlaging overhielden immers uitgeven en dat zou leiden tot banen waarvan de onderkant zou profiteren, trickle down economics noemden ze dit. Alleen laat de geschiedenis zien, lees Piketty’s Kapitaal in de eenentwintigste Eeuw, dat geld het enige is waarvoor de zwaartekracht niet geldt. Als je er niets aan doet dan stroomt geld naar geld of om het termen van mijn moeder te zeggen: ‘d’n duuvel schiet altied op de groetste haup.’ Maar het gaat me nu niet over de ‘mankementen’ in het neoliberale denken, daar kom ik, zoals gezegd in een volgende Prikker op terug. Het gaat mij nu om de manier waarop het neoliberalisme dominant werd en wat we daarvan kunnen leren.

Bij dat dominant worden is er nog een gebeurtenis die we moeten noemen en dat is de val van de Berlijnse muur en de erop volgende instorting van de Sovjet Unie. De neoliberalen zagen het als een overwinning van hun denken en als het einde van de geschiedenis van de ideologische strijd omdat nu de hele wereld zou toegroeien naar de neutrale ideologievrije liberale vrijemarkt samenleving.  Dit was de strekking van het boek van Francis Fukuyama uit 1992 The End of History and the Last Man. Bij het ‘opbouwen’ van de ingestorte Oost-Europese en de Russische economie werd weer een beroep gedaan op het neoliberale denken dat inmiddels ook het beleid van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank bepaalde. Beide instituten speelden een rol in die wederopbouw. Die wederopbouw bestond eruit dat alle bedrijven werden geprivatiseerd. Geprivatiseerd door de burgers vouchers te geven die ze konden inruilen voor aandelen in bedrijven. Omdat voor het overgrote deel van de Russen de volgende maaltijd een probleem was, ‘verkochten’ ze hun vouchers aan het slimmere deel van de oude bureaucraten. Die kregen zo de bedrijven en grondstoffen voor een habbekrats in hun bezit en werden de oligarchen.

Tot zover in grote stappen de manier waarop het neoliberalisme de dominante ideologie werd. Zo dominant zelfs dat velen het niet meer als een ideologie herkenden. Terug naar de vraag die ik stelde in de eerste alinea hoe ging dat indoctrineren in zijn werk? In mijn vorige Prikker schreef ik dat het niet: “helpt (…)  om een nieuwe ‘complot God’ in het leven te roepen en de strijd aan te gaan met die God of in andere woorden ‘de elite’. Dat is als een Don Quichot strijden tegen windmolens, tegen een imaginair construct.” Als we iets kunnen leren van de neoliberale opgang, dan is het dat je beter molenaar kunt worden als je molens wilt ‘bevechten’. Dat is wat Hayek en Friedman deden in Chicago. Ze begonnen een ‘molenaarsopleiding’ en begeleidden hun ‘leerlingen’ naar interessante molens. Via de ‘molenaarsopleiding’ konden ze hun denken verspreiden en werken aan de verdere wetenschappelijke onderbouwing. Door hun netwerk te gebruiken en de leerlingen te helpen aan interessante plekken, kon de boodschap worden verspreid naar mensen op plekken die zicht hebben op macht. Als tweede, of eigenlijke eerste iets is dat je die ‘molenaars’ met een goed en positief verhaal op pad stuurt. Rand zorgde voor dat verhaal en in dat verhaal stond individuele vrijheid centraal en zeg nu zelf, wie is er tegen vrijheid? Als derde helpt het in de verkoop van je verhaal als je woorden gebruikt die op neutraliteit duiden. Woorden als ‘normaal’, ’zakelijk’, ‘praktisch’ en ‘realistisch’. Dergelijke woorden zetten je ‘tegenstrever’ op een achterstand.

“Filosofen hebben altijd geprobeerd de wereld te interpreteren, het wordt de hoogste tijd dat ze nu eens de wereld gaan veranderen,” zo hield Karl Marx zijn collega filosofen voor. De neoliberalen namen deze suggestie ter harte en ze gingen aan de slag met het veranderen van de wereld maar wel in een heel andere richting dan Marx voor ogen stond. Hierbij benutten ze hun sociaalwetenschappelijke positie als platform voor maatschappelijke actie. Maatschappelijke actie die door de wetenschappelijke pretentie een zweem van ‘waarheid’ of beter gezegd ‘zekerheid’ suggereert die juist niet eigen is aan de wetenschap. Sociaalwetenschappelijke kennis is per definitie onzeker. Onzeker omdat die kennis de houding en het gedrag van het studieobject, de mens, beïnvloedt. Onzeker omdat een wetenschappelijke theorie een hypothese is die, om met Karl Popper te spreken, om falsificatie vraagt en niet om bevestiging. Kenmerk van ideologisch gedreven wetenschappers is echter dat zij naar bevestiging van hun eigen gelijk zoeken.

Wellicht gaat er nu een belletje van herkenning rinkelen. In het huidige krachtenveld in Nederland zijn in ieder geval twee van dergelijk actiegedreven wetenschappelijke clusters te ontdekken. Als eerste een cluster rond Paul Cliteur en Afshin Ellian aan de rechtenfaculteit van de universiteit van Leiden. Een cluster dat een conservatief, nationalistische agenda nastreeft. Als tweede het ‘intersectionele cluster’ op en rond de Universiteit van Amsterdam waaraan ik deze zomer een Prikker weidde. Een cluster van gelijkgezinden dat anderen opleidt in hun ideologie. Een ideologie die met een ronkend verhaal wordt verkocht en bij dat verkopen speelt het gebruik van woorden een belangrijke rol. Opleidt om de wereld naar hun ideologie of blauwdruk vorm te geven. Aldus werkend aan een ideologische utopie is de kans groot dat we in een dystopie belanden.

Ellian, islamisme en zionisme

Bij Elseviers weekblad een artikel van Afshin Ellian over Trumps vredesplan. Ellian sluit af met de zin: “Zolang de Palestijnen in de greep van het islamisme zijn, komt er geen vrede.” Dat ‘islamisme’ is volgens Ellian: “de werkelijke reden waarom Arafat in 2000 niet akkoord kon gaan met een definitieve vredesovereenkomst.” En daarmee is het voor Ellian duidelijk wie er de oorzaak van is dat er nog steeds geen vrede is: het islamisme en de Palestijnen.

Laten we even teruggaan in de tijd. Nee, niet zover als in mijn vorige Prikker toen ik liet zien dat de strijd tussen de Israëlieten en de Palestijnen een lange voorgeschiedenis kent waarbij ‘verhalen’ een belangrijke rol spelen. Bij een film of in een roman krijg je bijna automatisch sympathie voor de persoon door wiens bril het verhaal is geschreven. In die strijd hebben de Israëlieten het ‘propagandavoordeel’ van de bijbel aan hun zijde. Dat boek vertelt de wereld vanuit hun perspectief. Nee, nu maar iets meer dan honderd jaar en dan zullen we zien dat verhalen en perspectief ook hier centraal staan.

Aan het einde van de negentiende eeuw ontstond het zionisme, de joodse tegenhanger van het islamisme. In A History of the Modern World (editie 1984) typeren de auteurs R.R. Palmer en Joel Colton de negentiende eeuw als een eeuw van toenemende emancipatie en assimilatie (pagina 602): “Science and secularism had the same dissolving effect upon Orthodox Judaism as upon traditional Christianity. … Individual Jews increasingly gave up their old distinctive Jewish way of life.”  Tegen het einde van de negentiende eeuw worden twee trends sterker die deze emancipatie en assimilatie tegenwerken: “ One, a cultural and political nationalism  … The other counter tendency or barrier to assimilation, was the rise of anti-Semitisme.” Die eerste trend kende ook een joodse kant: “… some of whom feared an assimilation that would lead to a loss of Jewish identity and perhaps even the disappearance of Judaism itself.”  Die trend wordt het zionisme. In 1881 vinden er verschillende, door antisemitisme en nationalisme gedreven pogroms plaats in Rusland. Die zetten Leon Pinsker, een arts uit Odessa, ertoe aan om het pamflet Autoemanzipation te schrijven. Samen met anderen richt hij de Vereniging van Zionsvrienden op. Zij eisen een vaderland voor bedreigde joden en streven naar kolonisering van Palestina door joden. Bekender in onze streken is Theodor Herzl. “Appalled by the turbulence of the Dreyfus affair in civilised France, which he observed firsthand as a reporter for a Vienna newspaper, he founded modern, or political, Zionism when he organised a first international Zionist congress at Basel in 1897.”  Zo schrijven Palmer en Colton op pagina 603 en zij vervolgen met het doel van de beweging: “ Zionist hoped to establish a Jewish state in Palestine, in which Jews from all over the world might find refuge, although there had been no independent Jewish state there since ancient times.”  

Land voor jezelf claimen waar je niet woont, is een lastige zaak. Palestina was in die tijd onderdeel van het Osmaanse rijk. Een rijk dat zich op het hoogtepunt uitstrekte van Hongarije en de Balkan tot de steppen van het zuiden van Rusland en van Algerije tot de Perzische golf. Het was daarmee de opvolger van het Oost-Romeinse rijk. Voor de liefhebbers, de serie Ottoman verhaalt over de val van Constantinopel (of Byzantium zoals de stad ook werd genoemd) in 1453. Het laatste stukje van dat Oost-Romeinse rijk. Eind negentiende eeuw was het rijk geen schim meer van zijn vroegere zelf. Nationalistische bewegingen in bijvoorbeeld Servië en Griekenland hadden tot afsplitsingen geleid en de imperialistische machten, de Britten en Fransen, namen delen in hun bezit of onder hun hoede. De Eerste Wereldoorlog betekende de uiteindelijke val van het rijk. Turkse nationalisten onder leiding van Mustapha Kemal stichtten Turkije en Engeland en Frankrijk kregen grote delen van het rijk door de Volkenbond toegewezen als protectoraat. 

In de strijd tegen het Duitse keizerrijk en zijn bondgenoten, waaronder het Osmaanse rijk, zochten de Britten steun in alle hoeken en gaten. Zo ook bij de zionisten. In 1917 stuurde de Britse minister Arthur Balfour een brief naar Lord Rothschild, een prominent Britse zionist, met daarin het volgende: “Harer Majesteits regering staat welwillend tegenover de vestiging van een nationaal huis voor het Joodse volk in Palestina, en zal naar beste vermogen het bereiken van dit doel ondersteunen, waarbij het duidelijk moet zijn dat niets zal worden gedaan dat de burgerlijke en religieuze rechten van bestaande niet-Joodse gemeenschappen in Palestina kan schaden, of de rechten en politieke status die Joden genieten in enig ander land.” Maar ook bij anderen werd steun gezocht, bijvoorbeeld bij Arabieren. Om de Arabieren te stimuleren in opstand te komen tegen de Osmaanse heersers, werd hen onafhankelijkheid toegezegd in een gebied dat ook Palestina omvatte. 

Geen van tweeën werd na de oorlog werkelijkheid. De Britten hadden namelijk nog iets anders afgesproken. Dit keer met de Fransen. Met het Sykes-Picotverdrag hadden de beide imperiale mogendheden het gebied onder zich verdeeld. Tot grote teleurstelling van zowel de zionisten als de Arabieren werden de resten van het Osmaanse rijk uiteindelijk verdeeld als ‘mandaatgebied’ gesanctioneerd door de Volkerenbond. Beide landen waren prominente leden van de Volkerenbond en de enige mogelijke tegenmacht van betekenis, de Verenigde Staten, trok zich meer en meer terug van het wereldtoneel. Palestina viel toe aan de Britten. Doel van het mandaat was het begeleiden van de bevolking naar onafhankelijkheid. Ondanks het niet nakomen van de Britse belofte en waarschijnlijk wel- dankzij de Britse toezegging trokken steeds meer joden naar het nieuwe Britse mandaatgebied Palestina. 

Deze situatie duurde voort tot na de Tweede Wereldoorlog. Toen namen de Verenigde Naties resolutie 181 aan. Het Britse mandaat over Palestina moest worden beëindigd en het land zou worden verdeeld in een onafhankelijke joodse en een onafhankelijke Arabische staat, volgens het opgestelde verdelingsplan. Van de aanwezige leden (landen) stemden er 33 voor, 13 tegen en 10 onthielden zich van stemming. Bij de 13 tegenstanders alle Arabische leden van de VN. Maar helaas de twee supermachten, de Verenigde Staten en de Sovjet Unie stemden voor. De tegenstemmers beriepen zich op een schending van het zelfbeschikkingsrecht, de bevolking van het gebied zou zelf moeten besluiten en niet de VN. Ellian heeft daarmee gelijk als hij beweert dat: “De Joden (…) de resolutie (hebben) aanvaard, de Arabieren hebben haar afgewezen.” Zou dat er misschien ook mee te maken kunnen hebben dat de resolutie de joden iets gaf en de Palestijnen het gevoel gaf dat ze iets verloren? 

Daarop brak een burgeroorlog uit en zo begon de geschiedenis van het Israëlisch-Arabische conflict,” vervolgt Ellian. Een conflict dat via verschillende oorlogen tot de huidige situatie heeft geleid. Verschillende oorlogen, opstanden, bezetting van gebieden, maar ook pogingen om een einde te maken aan het conflict. Dat is tot op heden niet gelukt. Het islamisme, dat Ellian als schuldige aanwijst, doet pas vrij laat haar intrede in het conflict. De PLO van Arafat was vooral panarabisch. Een beweging die is te omschrijven als seculier, socialistisch en antiwesters en was de dominante partij in alle vredesoverleggen tot nu toe. Het islamitische Hamas werd pas in 1988 opgericht en pas in 2007 kwam het in de Gazastrook aan de macht.

Met de PLO werden in 1993 de Akkoorden van Oslo getekend. Een weg naar vrede in het Midden-Oosten. Die weg werd in 2000 abrupt beëindigd. Toen Arafat, zo betoogt Ellian, bang was voor het islamisme. In die periode ondernamen beide betrokken partijen acties die vrede belemmerden. Toen, maar ook daarna nog. Raketten afgeschoten door de ene partij, bombardementen door de andere. De bouw van nederzettingen, gebruik van water, de bouw van een muur, terreur van beide zijden. Maar ook pogingen om het conflict te beëindigen. Pogingen al dan niet gesteund door andere partijen. Andere partijen zoals de Verenigde Staten die, onder leiding van president Clinton,  ’bemiddelden’ tussen beide partijen Maar ook anderen. Zo was er een Saoedisch vredesplan in 2002 dat behelsde dat Israël vrede en normale relaties met de Arabische landen zou krijgen in ruil voor het ongedaan maken van de bezetting die in 1967 begon. Een plan dat door Israël werd afgewezen. 

Het conflict kent, zoals ik hier heb proberen aan te tonen, een lange vooral Europese geschiedenis. Een Europese geschiedenis die is ‘geëxporteerd’ naar het Midden-Oosten. Een lange geschiedenis met vanuit joods perspectief het zionisme, het joodse politieke programma, als belangrijkste drijfveer. Een zeer succesvol programma omdat de doelstelling ervan, een onafhankelijke joodse staat in Palestina, is gerealiseerd. Gerealiseerd ten koste van een groot deel van de oorspronkelijke bewoners van dat gebied, de Palestijnen. Palestijnen van wie het leven op dit moment van alle kanten wordt bemoeilijkt door de Israëlische bezettingspolitiek. Voor wie een  actueel beeld wil krijgen van die politiek, de Israëlische verdediging ervan en de ellendige gevolgen voor de Palestijnen, kijk naar de serie Het Israeël van Heertje en Bromet. Is het niet erg kort door de bocht om het mislukken in 2000 aan alleen de Palestijnen te wijten en hun eventuele ‘angst voor het, van recente datum zijnde, islamisme’?

Historische bijziendheid

Het einde van een jaar is voor veel ‘meningenmensen’ een moment om terug of vooruit te blikken. Nu eindigt er een decennium en is die verleiding nog groter. Eigenlijk loopt er geen decennium af, dat gebeurt pas aan het einde van 2020. We begonnen immers te tellen bij het jaar één en dan eindigt een decennium met een jaar met een nul aan het einde. Dit even terzijde. Bij Elsevier maakt columnist Afshin Ellian ook van de gelegenheid gebruik. Hij blikt terug op de eerste twee decennia van deze eeuw. Een terugblik met een bijzondere kijk op de geschiedenis. 

Bron: Wikipedia

“Het eerste decennium van deze eeuw verliep gewelddadig. Het terroristische geweld werd naar het westen gebracht.” Inderdaad was het eerste decennium niet vrij van geweld. Als we de geschiedenis van de mensheid bekijken, dan was er waarschijnlijk nog geen enkel decennium dat geweldloos verliep. Of het eerste decennium van de 21ste eeuw gewelddadiger was dan andere, daar valt het nodige over te zeggen. Daar kom ik later op terug. Nu eerst de tweede zin, het terroristische geweld dat naar het Westen werd gebracht. Bijzonder omdat terrorisme, zoals ik een Prikker van bijna een jaar geleden al schreef, de naam ontleent aan een periode uit Franse revolutie. Een periode met de naam la Terreur. In die Prikker beschreef ik de bijzondere omkering van het begrip terreur en terrorisme.  Van de staat als dader naar de staat als slachtoffer.

Sindsdien heeft terreur en terrorisme Europa en het Westen nooit verlaten. Zo vreest men dat het terroristische geweld  in Noord-Ierland na de Brexit weer hervat kan worden. Dat de tijden van The Troubles weer terugkeren.  In Spanje ligt het terrorisme van de ETA nog vers in het geheugen. Net als de RAF in Duitsland de Rode Brigades in Italië. Vanuit het Westen vond het terrorisme zijn weg naar de rest van de wereld. Al zal er ook in de rest van de wereld, net als in het Westen, wel terrorisme avant la Lettre zijn geweest. In eerste instantie vooral als verzet tegen de koloniale overheersing door het Westen. De strijders voor onafhankelijkheid kregen het stempel ‘terrorist’ opgeplakt. De neiging om iedereen die tegen het leiderschap van een land is ‘terrorist’ te noemen, bestaat nog steeds. Onder andere Erdogan, Poetin en Xi Jinping maken er nog graag gebruik van. 

Nee ‘terroristisch geweld’ werd niet naar het Westen gebracht. Wat er wel gebeurde is dat door fundamentalistische islamitische stromingen geïnspireerde ‘fanatici’ als een soort moderne ‘Zeloten’ geweld gingen gebruiken in hun strijd tegen ‘ongelovigen’ en om een islamitisch Kalifaat te stichtingen. Voor degenen die nog nooit van Zeloten hebben gehoord. Zeloot betekent ‘ijveraar’ en zo noemde zich een groep joden die geen ander gezag dan het goddelijke erkenden. De Zeloten verzetten zich met alle middelen tegen de Romeinse overheersing. Wat dat betreft staan de islamitische fanatici in een lange traditie.

Ellian vervolgt: “De aanslagen van 9/11 en wat daarop volgde, leidde tot twee grote oorlogen: Afghanistan en Irak. In beide landen is het niet gelukt om vrede en veiligheid te brengen.” Deze woorden suggereren dat de invallen in de beide landen tot doel hadden om vrede en veiligheid te brengen. Als dit de bedoeling was, dan zou je kunnen concluderen dat het gebruikte middel, de oorlog, de situatie zelfs flink heeft verslechterd. Nee, die oorlogen hadden geheel andere doelen. Doelen die heel weinig te maken hadden met vrede en veiligheid voor de Afghanen en Irakezen. In Afghanistan draaide het om Bin Laden. Die moest en zou koste wat het kost worden gepakt. De aanslagen van 11 september moesten worden vergolden en de Taliban liepen daarbij ‘in de weg’. Over wat er daarna zou moeten gebeuren, werd helemaal niet nagedacht. Dat gebeurde ook niet in het geval Irak. Daar moest Saddam weg. De jonge Bush wilde afmaken wat zijn vader had laten liggen. Omdat er geen aanleiding voor was, werd die gecreëerd. Hiervoor werd een verhaal ondersteund met vage beelden gefabuleerd dat wereld en vooral de Amerikaans bevolking moet overtuigen. Nee, nadenken over ‘na de oorlog’ gebeurde niet. De Amerikaanse troepen zouden immers makkelijk zegevieren en daarna zou als vanzelf een ‘liberale democratie’ uitbreken. Tenminste volgens het absurde neoconservatieve geloof van de regering Bush.

Bron: WikimediaCommons

Ellian gaat verder: “Wat niemand in het eerste decennium van deze eeuw voor mogelijk hield, dreigt nu werkelijkheid te worden: de rechtstreekse onderhandelingen tussen de politieke islam (Taliban) en het Westen. Wellicht komt er binnenkort nog een sharia-regime bij, wanneer Afghanistan met de instemming van het Westen aan terreurbeweging Taliban wordt overgedragen.” Nu waren de Taliban al eens aan de macht. Namelijk voordat de Amerikanen binnenvielen. Al vanaf 1996 regeerden ze in Afghanistan op een klein gebied in het Noorden van het land na. De Taliban maakten een einde aan de oorlogen die woedde tussen verschillende stammen die sinds het vertrek van Sovjets in 1989. Het streng islamitische karakter van de Taliban was ook toen al wijd en zijd bekend. Nee, de machtsovername door de Taliban in 1996 was hooguit goed voor een klein berichtje op pagina zes van die krant. Het Westen, de Verenigde Staten voorop, stemde niet expliciet in maar deed er ook niets aan om te voorkomen dat de Taliban aan de macht kwamen. Zelfs niet toen ze in maart 2001 de twee grote in steen uitgehouwen Boeddhabeelden van Bamyan vernietigden. De Verenigde Staten hadden na het vertrek van de Sovjets haar belangstelling voor het land verloren. Nee, het Westen had het  land allang ‘overgelaten aan terreurbeweging Taliban’. Wellicht was het in 2001 verstandiger geweest om te onderhandelen over de uitlevering van Bin Laden. Toen, in dat onderhandelingsproces, had het ‘Westen’ misschien nog iets voor de Afghanen kunnen betekenen. Nu staan de Taliban sterk in de onderhandelingen omdat het Westen niet de tijd, het geld en de wil heeft om er iets van te maken. Er wordt onderhandeld om van ‘het probleem’ af te komen.

Iets verderop in zijn betoog schrijft Ellian: “Het tweede decennium werd een bloedbad: de opkomst en bloei van Islamitische Staat (IS), de reorganisatie van Al-Qa’ida en aanverwante groepen liet ook een spoor van dood en verderf achter op straten van Europa: Parijs, Nice, Berlijn, Londen enzovoort. Wat een bloedbad, wat een slachting!” En daarmee kom ik terug op de ‘gewelddadigheid’ van decennia. Inderdaad dood en verderf in Europese steden. Als we het tweede decennium van vorige, de twintigste, eeuw nemen, dan zien we pas echt een bloedbad. Dat was het decennium van de zinloze slachtingen van de Eerste Wereldoorlog. Een oorlog waarvan al met Kerst in 1914 duidelijk was dat geen van de partijen hem op het slagveld zou kunnen winnen. Dat weerhield de betrokken landen echter niet om er nog drie jaar en miljoenen doden aan vast te plakken waardoor het aantal doden op zo’n 17 miljoen uitkwam. Qua bloedbad waren er echter nog ergere decennia in diezelfde eeuw. Neem het vierde decennium, de jaren dertig van de vorige eeuw. Het decennium van de tweede Japans-Chinese oorlog met tussen de 20 en 30 miljoen doden. Die vallen weer in het niet bij de 75 miljoen doden die een decennium later, tijdens de Tweede Wereldoorlog, vielen. Daarna werd het wat vreedzamer, maar toch nog steeds minstens zo bloedig als het nu aflopende decennium. Bij de oorlogen in de twintigste eeuw vallen oorlogen in Afghanistan en Irak in het niet.

De slag bij Borodino. Bron: Wikipedia

De twintigste eeuw stond daarin trouwens niet alleen. In de negentiende eeuw was het niet veel minder wreed en bloedig. Neem bijvoorbeeld het tweede decennium van die eeuw. Napoleon trok toen moest zijn Grande Armée door Europa en probeer Rusland te verslaan. In die eeuw vielen in China ook zo’n 12 miljoen slachtoffers in de Dungan Opstand en nog eens 20 miljoen in de Taiping Rebellie. In de jaren zestig van die eeuw werd de Amerikaanse burgeroorlog uitgevochten en in die gehele eeuw werden de Noord-Amerikaanse indianenvolken bijna uitgeroeid. Hierbij moeten we ons realiseren dat er in die tijd veel minder mensen op de aarde rondliepen.

Zo kunnen we doorgaan en verder de geschiedenis van de mensheid induiken. Dan kunnen we constateren dat die geschiedenis gewelddadig en bloederig was en dat de laatste twee decennia waarschijnlijk tot de minst bloederige en gewelddadige behoren. Maar ja, aangezien wij nu leven, lijkt alles wat er nu gebeurt altijd net iets groter, en belangrijker dan wat er vroeger is gebeurd. Wat dat betreft lijkt Ellian en met hem de gemiddelde mens op de Amerikaanse president Trump. Die plakt ook voor alle woorden als ‘greatest’ en ‘best’. De mens lijdt aan ‘historische bijziendheid’.

Recht in ‘kromme’ omstandigheden

“De bevrijde die de bevrijder aansprakelijk stelt, verdient moreel en juridisch geen enkel respect. In een rechtvaardige oorlog kan de bevrijder niet aansprakelijk worden gesteld.” Zo. Die uitspraak van rechtsgeleerde Afshin Ellian kunnen de Irakezen zich in hun zak steken. In een artikel bij Elsevier legt Ellian uit dat de Iraakse burgerslachtoffers van het door een Nederlandse F16 uitgevoerde ’precisie bombardement’ dat toch ‘precies’ het verkeerde doel trof, niet bij Nederland moeten zijn. Sterker nog: “De Irakezen moeten de Nederlandse militairen dankbaar zijn voor het verslaan van IS.” 

Bron: Wikipedia

De oorlog was legaal: “De Nederlandse overheid ging in op verzoek van de Iraakse overheid deel uit maken van een coalitie in de strijd tegen IS. Daarnaast vroeg de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aan alle lidstaten actief deel te nemen aan de strijd tegen IS.” De oorlog was legitiem: “De jihadisten schonden bijna alle regels van jus in bello, het recht dat toeziet op de wijze van oorlogsvoering.”  En Nederland heeft geen oorlogsrecht geschonden: “Zodra er doden vallen, moet Defensie het Openbaar Ministerie (OM) betrekken bij de beoordeling van de eventuele strafwaardigheid van handelingen. Daaruit blijkt telkens dat Nederlandse militairen bij oorlogsvoering alle zorgvuldigheid in acht nemen.” Dat het toch zo verschrikkelijk fout ging, lag aan de omstandigheden: “De militairen kozen voor een nachtelijk bombardement met een lichte bom, juist om burgerslachtoffers te voorkomen. Er was (…) alleen niet bekend dat er meerdere vrachtwagens en grote hoeveelheden springstof aanwezig waren in het gebouw. Die hebben geleid tot aanvullende explosies met vernietigend effect.” Domme pech dus. Als de Irakezen dan toch ergens willen gaan klagen of hun rechts halen, dan moeten ze bij hun eigen regering zijn: “Immers, de Nederlandse krijgsmacht opereerde op verzoek en met goedkeuring van de Iraakse overheid.” Juridisch geen speld tussen te krijgen. 

Alleen zijn die ‘rare’ Irakezen niet dankbaar zo constateert Ellian: “Maar de Irakezen voelen zich niet bevrijd. Dat doet pijn!’’ Pijn, niet bij de Irakezen  maar bij de ‘Nederlanders.“Stelt u zich voor dat in 1950 de Nederlandse nabestaanden van doden die zijn gevallen door bombardementen van de geallieerden, Amerika of Groot-Brittannië aansprakelijk zouden stellen voor het vernietigen van de Duitse bezetter. Ja, daarbij kwam per ongeluk een behoorlijk aantal onschuldige Nederlandse burgers om het leven. Maar wilden we wel of niet worden bevrijd?” ‘Ondankbaar volk die Irakezen’, zo, lijkt Ellian te denken. En vervolgens concludeert hij: “Het recht dat ruimte geeft de bevrijder aansprakelijk te stellen voor oorlogshandelingen tijdens een bevrijdingsoorlog, verdient het niet om als recht te worden beschouwd.” 

Het recht waar Ellian zich op beroept is duidelijk. De VN veiligheidsraad vraagt om actie, de Iraakse overheid ook, dus geen vuiltje aan de lucht. Maar hoe recht is recht in ‘kromme’ omstandigheden? De ‘kromheid’ van de omstandigheden bestaat uit de voorgeschiedenis. Hoe kon het dat IS in Irak voet aan de grond kreeg? Dat was niet het gevolg van, zoals in het Nederland van 40 – 45, van een bezetting door een buitenlandse mogendheid. Het was niet zo dat delen van Irak werden veroverd en bezet door het land IS. Nee, IS was geen land. Het bestond, zoals ik in deel drie van de serie Wat was en IS schreef, uit een combinatie van Arabische Afghanistan-veteranen aan de ene kant. Die werden aangetrokken door: “de Iraakse puinhopen. Die boden hen een mogelijkheid om tegen de ‘grote Satan’ te vechten.” En aan de andere kant: “commandanten van Saddams oude leger,” die allemaal opzij werden geschoven. Zij troffen elkaar in gevangenissen zoals Abu Ghraib en vonden elkaar in hun onvrede met de situatie in Irak. 

Met die commandanten komen we op een volgende aspect van ‘kromheid’. Die commandanten zaten in het gevang omdat de machthebbers, ingegeven door de Verenigde Staten, hen een bedreiging vonden. Zij waren immers van het verslagen leger van Saddam Hoessein. Een leger dat werd verslagen door de ‘Coalition of the Willing’ onder leiding van de Verenigde Staten. Een coalitie die met een zeer dubieuze onderbouwing Irak binnenviel en de regering van dat land afzette. Om de juridische aspecten even te duiden: zonder mandaat van Verenigde Naties noch verzoek daartoe van de wettige Iraakse regering, viel die coalitie een land binnen en bezette het. Voor iedereen die een positie had in het oude Irak was geen plaats meer. Daarmee kwam vooral het soennitisch deel van Irak buitenspel te staan. Na die inval begon een periode van binnenlands geweld en sektarisme dat nog steeds voortduurt. Een periode waarbij het niet uitmaakt of ze door de kat (IS) of de hond (de door de Verenigde Staten gesteunde Iraakse regering) worden gebeten. 

Hoe sterk is het in dergelijk ‘kromme’ omstandigheden om je op het recht te beroepen? Omstandigheden die in het geheel niet vergelijkbaar zijn met de Nederlandse situatie van 40 – 45. 

What you get is not allways what you see

De ‘hoofddoekjesaffaire’ bij de Amsterdamse politie laat Afshin Ellian niet los. na zijn bezorgdheid over de rechtsstaat waar ik al eerder over schreef, maakt hij zich nu bij Elsevier druk over de rol die Fatima Elatik bij de Amsterdamse politie speelt. Elatik doet als ingehuurd persoon iets met diversiteit voor de politie. Ellian: “En zelfs nu verdient u 12.000 euro per maand voor een onverklaarbare en onbegrijpelijke functie. Wanneer u dit fantastische leven als een lijdensweg beschouwt, kan ik me voorstellen dat velen in Nederland zonder bezwaar in uw schoenen willen staan.” Ik ben ook benieuwd wat Elatik voor dat geld moet doen.

Big Mac

Illustratie: RandomWeirdness.com

Elatik is, volgens haar LinkedIn profiel managing director van Elatik Consultancy. Net zoals ik managing director en hoofdredacteur ben van de Ballonnendoorprikker. Dat klinkt geweldig maar ik typ gewoon mijn eigen stukjes en verdien er niets mee (tenzij jullie mijn activiteiten middels een gift willen steunen). Elatik is waarschijnlijk niet veel meer dan een ZZp-er actief in de advieswereld. Voorheen werkte ze als stadsdeelraadsvoorzitter in Amsterdam. Laten we voor het gemak aannemen dat zij daar bruto € 100.000 verdiende. Als zzp’ er moet zij zich zelf verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid, sparen voor haar pensioen en rekening houden met geheel of gedeeltelijk werkloze periodes. Laten we er voor het gemak mee rekenen dat ze gemiddeld tweederde van een werkweek opdrachten heeft, dat zijn 24 uur. Om haar oude brutosalaris te halen, zal zij met een uurtarief van ongeveer €115 moeten rekenen. Dit komt bij 24 uur neer op ongeveer €12.000 per maand (€115 x 24 x 4,33).

Laten we naar Ellian kijken, hij is hoogleraar en krijgt het bijbehorende CAO-loon betaald en dat is (bij een fulltime aanstelling in trede 15 schaal H1) €8.971 bruto per maand. Met vakantiegeld en eindejaartoeslagen komt dat neer op ongeveer €126.000. Dit is exclusief zijn vergoeding als Elsevier-columnist en directeurschap van Metajuridica en eventuele andere inkomsten als spreken.

Volgens de kop boven het artikel is het een ‘gangsterbedrag’. Natuurlijk, het is veel geld en als er maar een uurtje of dagje werk tegenover staat, dan is het heel veel. Maar ja, wat is veel als een voetballer als Messi een contract voor €35 miljoen per jaar afwijst? Dat is net geen €675.000 per week en daar staat iedereen voor te juichen. En €12.000 is €12.000 maar ‘what you see is not allways what you get’ om de titel van mijn column van gisteren te parafraseren.

 

Neutraliseer onze rechtsstaat

Toen ik gisterochtend naar mijn werk reed, besteedde Radio1 aandacht aan het ‘hoofddoekjesidee’ van de Amsterdamse politiechef Aalbersberg. En zoals was te voorspellen, leidde dit idee tot een lawine aan afkeurende reacties. Zo maakt ook Afshin Ellian bij Elsevier zich druk om het idee van Aaldersberg. “De politie is de gewapende hoeder van de rechtsstaat, een neutrale staat,” zo betoogt Ellian. Dat neutraliteit uitstralen wat anders is dan neutraal zijn, realiseert hij zich ook: “Neutraliteit gaat niet over wat deze ambtenaren denken, maar over hoe ze verschijnen en wat ze doen.” Als politie-agenten een hoofddoekje gaan dragen dan is die neutraliteit ver te zoeken, zo betoogt Ellian: “Een hoofddoek bij de politie is geen teken van diversiteit, maar van islamisering van de politiemacht.” Is die rechtsstaat wel zo neutraal?

spaghettemonster

Illustratie: https://www.kerkvanhetvliegendspaghettimonster.nl/ons-geloof/

“Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.,” de eerste zin van iedere Nederlandse wet. ‘Bij de gratie Gods’, hoe neutraal is die rechtsstaat als god in iedere wet aanwezig is? Wat heb ik aan ‘neutraal verschijnende politie-agenten’ als de wetten die ze moeten handhaven, partijdig zijn omdat er wordt gerefereerd aan een god?

Hoe neutraal is onze overheid als verplichte feestdagen allemaal zijn gelieerd aan het christendom? Niet allemaal, zult u tegenwerpen, koningsdag niet! Die inderdaad niet direct, maar zorgt ‘de gratie Gods’ die de koning op zijn troon heeft gezet, niet voor een sterke band tussen deze feestdag en het christendom? Zou een neutrale dag niet iedere gelovige de gelegenheid bieden om de voor zijn of haar geloof belangrijke feestdagen op gelijke voet te vieren?

Zo waarlijk helpe mij God almachtig,” een van de twee manieren om je als politicus in te zweren. Geeft dit de christenen een flinke voorsprong op de islamieten, hindoes of  of aanhangers van de kerk van het vliegende Spaghettimonster? Die laatsten mogen zelfs niet met het voor hun ‘heilige’ vergiet op hun hoofd op de pasfoto, terwijl dat met een hoofddoek  of de ‘staphorster hoedjes’ wel mag.

Valt er zo niet nog heel wat te ‘neutraliseren’ voordat we kunnen spreken van een neutrale rechtsstaat? Daar zal nog veel werk voor moeten worden verzet en weerstand voor moeten worden overwonnen. En bij dat werk en het overwinnen van die weerstand “mogen wij ons gesteund weten door het besef dat velen ons wijsheid toewensen” om het bijna standaard einde van een troonrede te citeren. Dat neutraliseren zou al kunnen beginnen als de koning de op deze zin volgende woorden niet meer uitspreekt, “en met mij om kracht en Gods zegen voor u te bidden.”

Het failliet van de identiteitspolitiek

“De verkiezingen moeten dus ook gaan over de gemeenschappelijke identiteit en dat is de Nederlandse rechtsorde en moraal.” De laatste zin uit een column van Afshin Ellian bij Elsevier. Ellian komt tot deze conclusie op basis van het rapport Kwesties voor het kiezen van het Sociaal Cultureel planbureau. Dat is, volgens Ellian nodig omdat: “40 procent van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders zich niet thuis voelt in dit land. Dat begrijp ik ook. Nederland is nog geen onderdeel van de ummah, dat leidt inderdaad tot grote teleurstelling. En het is ook niet onbegrijpelijk wanneer het SCP rapporteert dat ook veel autochtone Nederlanders onbehagen voelen over Nederland, en ‘in dat onbehagen speelt het thema “integratie en immigratie” een belangrijke rol.”

identiteitIllustratie: Fight4YourRights

Het rapport toont daarmee volgens Ellian het failliet van de multiculturele ideologie aan. “De rechtsstaat en de mensenrechten lopen gevaar in een samenleving waarin een serieus deel daarvan zijn identificatie bij de ummah zoekt,” zo beweert Ellian. Nu zoekt een katholiek een deel van zijn identificatie in Rome, Trekkies (aanhangers van Star Trek) zoeken een deel van hun identificatie in fictie, Menig Venlonaar haalt een belangrijk deel van zijn identificatie uit de Vastelaovend. Waarom levert dat gevaar op voor de rechtstaat en de mensenrechten?

Zou een discussie over identiteit ertoe bijdragen dat mensen zich thuis gaan voelen en bij anderen het onbehagen afneemt? Leidt een discussie over wat wel en wat niet tot de ‘Nederlandse identiteit’ hoort er niet juist toe dat mensen tegen elkaar worden opgezet? Immers door te bepalen wat ‘erbij’ hoort, bepaal je ook wat er niet bij hoort. Is dat niet juist wat er u al gebeurt? Gaat het maatschappelijk debat de laatste ruim vijftien jaar niet juist over identiteit? Over wat wel en wat niet ‘Nederlands’ is? Over zwarte Piet die volgens de een bij die identiteit hoort en minaretten die er volgens de ander (trouwens vaak dezelfde als de een) niet bijhoren?

Verwisselt Ellian niet oorzaak en gevolg? Is Ellians oorzaak, het niet thuis voelen en het onbehagen, niet juist het gevolg van de discussie over de gemeenschappelijke identiteit, die hij wil gaan voeren? Zou het rapport van het SCP niet veeleer het failliet van de ‘identiteitspolitiek’ aantonen?

Is de kracht van onze rechtsstaat niet juist dat mensen de ruimte hebben om zichzelf te zijn en te worden? Om hun eigen inspiratiebronnen te kiezen of dat nu een godsdienst, een tv-serie of de Vastelaovend is? Is de kracht niet juist gelegen in de vrijheid om af te wijken? Dit alles natuurlijk binnen de grenzen van de wet? Een wet die deze ruimte aan iedereen biedt?

Wer ist das Volk?

“De bevolking is blijkbaar slimmer dan de journalisten.” De reactie van Jos van Rey, in Dagblad de Limburger op de uitverkiezing van Trump tot president van Amerika. Hij is niet de enige die zich op een dergelijke manier uitlaat. Volgens Wilders is het volk het zat, het wil verandering en heeft daarom Trump gekozen. Dergelijke leuzen zijn populair en je hoort ze na iedere verkiezing. Je hoort ze niet alleen van politici, ook ‘duiders’ en journalisten bezigen ze. “De Amerikaanse kiezers hebben ook de heersende progressieve media in Amerika en Europa weggestemd,” zo schrijft Afshin Ellian  bij Elsevier. De Nederlandse partijen die in maart zetels winnen, zullen iets soortgelijks roepen. Ook uitslagen van referenda, zoals over de Europese grondwet en het Oekraïne-verdrag, worden op verschillende manieren geduid. ‘Het volk wil minder Europa, is tegen de EU, is tegen de elite.’

loesje

Illustratie: https://www.loesje.nl/posters/nijmegen-1111_2/

Zijn dergelijke interpretaties wel correct? Inderdaad is Trump verkozen tot president van de Verenigde Staten, dat kan niemand ontkennen.  De uitslag laat zien dat een minderheid van de mensen die is komen stemmen, op Trump heeft gestemd. Clinton kreeg meer stemmen, maar ook minder dan de helft.

Gaat het dan niet wat te ver om dan te zeggen dat ‘het volk’ iets wil? Bestaat het volk alleen maar uit de mensen die op de winnaar van de verkiezingen hebben gestemd? Horen in dit geval diegenen die niet op Trump hebben gestemd dan niet bij het volk? Om een beroemde Oost-Duitse spreuk uit 1989 wat te verbasteren: ‘Wer ist daß Volk?’

Doet zo’n versimpeling wel recht aan de verkiezingsuitslag? In Nederland kreeg minister Asscher de afgelopen week de wind van voren. In de ‘Zwarte Pieten-discussie’ had hij het gewaagd te zeggen dat de meerderheid van tachtig procent die Piet zwart wil laten, rekening moest houden met de gevoelens van de minderheid. ‘Democratie is toch de meerderheid beslist’, zo wordt hem tegen geworpen. Een zelfde soort versimpeling.

Het vreemde is dat dezelfde mensen die onze democratie zo smal uitleggen, de grootste criticasters zijn van de Turkse president. Die is gekozen door een meerderheid van de Turkse kiezers en houdt ook geen rekening met de gevoelens en wensen van de minderheid. Sterker nog, hij sluit ze op en als het hem lukt om de doodstraf weer in te voeren, dan moet de minderheid voor het leven vrezen.

Zouden onze ‘smalle democraten’ leiden aan een dissociatieve identiteitsstoornis?

De vijand van mijn vijand

Stel iemand heeft een boek geschreven waarin hij kritisch is over het beleid van de voetbalclub Ajax. Ik lever kritiek op het boek, maakt dat mij dan meteen tot een fan van Ajax? Of zou mijn kritiek ook over de gebruikte onderzoeksmethode kunnen gaan, de onderbouwing van de conclusies of de geldigheid van de gehanteerde rederingen? Nee, dit gaat niet over voetbal. Ik start alleen met een voorbeeld waarin ik voetbalclubs gebruik.

zeeFoto: Nieuw Religieus Peil

Bij Elsevier concludeert Afshin Ellian het volgende: “Ik had nooit gedacht dat bij Nederlandse dagbladen en sommige websites (onder meer Joop.nl, de site van de progressieve VARA) zo veel passie voor de toepassing van de sharia zou bestaan.” Ellian concludeert dit op basis van de storm van kritiek die er ontstond op het boek Heilige identiteiten van Machteld Zee, dat ik nog steeds niet heb gelezen. Ellian verwijt de critici terecht dat ze het boek en het proefschrift niet moeten verwarren. Dat het boek geen basis is voor kritiek op de wetenschappers die betrokken waren bij het beoordelen van het proefschrift. Het boek schijnt, deels gebaseerd te zijn op het proefschrift van Zee.

Dat er op het wetenschappelijk karakter van het boek het nodige valt af te dingen laat Ewout Klei bij Jalta zien: “… het boek Heilige identiteiten is een politiek pamflet. Op zich is er niks mis met een pamflet, maar het probleem bij het schotschrift van Zee is dat dit wel een beetje pretendeert een wetenschappelijk verhaal te zijn en bovendien dat veel mensen, laat ik ze ‘nuttige gelovigen’ noemen, het ook op die manier lezen. Heilige identiteiten krijgt hierdoor een wetenschappelijke ‘air’ die het boek niet verdient.” Hij verwijt Zee vooral auteurs aan te halen die haar mening bevestigen.

Slaat Ellian de plank niet vreselijk mis als hij concludeert dat de criticasters van het boek ‘passie voor de toepassing van de sharia’ hebben? Geen enkele criticus, zelfs niet Sander Philipse bij Joop, trouwens het enige artikel bij Joop over het boek van Zee, of Peter Middendorp in de Volkskrant verdedigt de Sharia. Wel maken zij zich schuldig aan kritiek op de bij het proefschrift betrokken wetenschapper.

Beste meneer Ellian, de vijand van mijn vijand kan ook mijn vijand zijn. Kritiek op het werk van Zee wil niet meteen zeggen dat de criticaster aanhanger is van de sharia. Ook een Feyenoord fan kan kritiek hebben op een boek over Ajax.

Provocerende puber

Scholen en leraren hebben het moeilijk met radicalisering en de gespletenheid in de klas. Gespletenheid door de totaal verschillende wereldbeelden. De ene groep wantrouwt westerse media en ziet overal complotten van de Verenigde Staten en Israel. De andere groep wantrouwt alles wat met moslims te maken heeft en ziet overal extremisten. In de Volkskrant een interview met Margalith Kleijwegt die in opdracht van het Ministerie van Onderwijs onderzocht hoe docenten omgaan met deze problematiek. In dit interview wordt de volgende vraag gesteld:“Stel een leerling roept dat het westen dit soort aanslagen over zichzelf afroept. Wanneer is zo’n opmerking een signaal van radicalisering en wanneer is het provocerend pubergedrag?”

provoceren

Foto: www.fcupdate.nl

Een zeer bijzonder vraag want er worden meteen twee mogelijke antwoorden bij gegeven: radicalisering of pubergedrag. Kleijwegt antwoordt: “Dat weet je niet” en geeft vervolgens een voorbeeld waaruit je kunt opmaken hoe moeilijk het is om te kiezen tussen de twee mogelijke antwoorden. Zijn dat echter de enige antwoorden? Wordt het niet interessant als de achtenvijftigjarige Henk, die van Ingrid, beweert dat het westen dit soort aanslagen over zichzelf afroept? Is Henk dan ook aan het radicaliseren of is er dan sprake van puberaal gedrag?

Wordt het niet nog interessanter als een wetenschapper en publicist een soortgelijke uitspraak doet? Ook in de Volkskrant een interview met rechtsfilosoof Afshin Ellian. Ellian maakt zich zorgen over het salafisme dat hij als zeer gevaarlijk beschouwt en hij ziet te weinig urgentie om het te bestrijden. Het interview sluit af met de volgende zinnen: “Als het salafisme echt groot wordt, is het steeds moeilijker te bestrijden. Dan bestaat het gevaar van gewelddadige conflicten. En daarom moet je ingrijpen nu het nog kan.” Staat hier niet met andere woorden hetzelfde als die leerling in de vraag roept, maar dan geprojecteerd in de toekomst en met iets wat er nu nog tegen gedaan kan worden?

Is het volgens Ellian niet al te laat als hij het volgende beweert: “Alle moslims krijgen met de paplepel ingegoten dat ze superieur zijn en het voorbeeld van Mohammed moeten volgen. En wat is dat voorbeeld? De profeet dwong mensen tot bekering, voerde de sharia in en stichtte een islamitische staat. Want alleen in een islamitische staat kun je de islamitische wetten toepassen”? Dit is geen radicale versie van de islam het is, aldus Ellian, dé islam.

Is Ellian een provocerende puber of is hij aan het radicaliseren, maar dan de andere kant op? Wie gaat het gesprek aan met dit radicalisme?