The spirit of Christmas

Volledig open grenzen betekent voor de laagst betaalden het einde van de welvaart en voor iedereen het einde van de welvaartsstaat.” Dit schrijft hoogleraar openbare financiën Harry Verbon in de Volkskrant. De niet hoogopgeleiden kunnen volgens Verbon alleen worden beschermd tegen de verarming als de instroom van concurrerend arbeidsaanbod uit het buitenland wordt beperkt. Dus als de grenzen worden gesloten. Worden de grenzen niet gesloten dan moeten niet hoogopgeleiden concurreren met buitenlandse instroom en zal de druk op de sociale voorzieningen groot worden: “Die pot wordt niet groter. Dan zal de aanwezigheid van vluchtelingen gevoeld worden in de vorm van lagere uitkeringen.” Een op het eerste gezicht redelijk en veel gehoord betoog.

christmas caroll

Illustratie: filmdoctor.co.uk

Toch kunnen er wat vragen bij worden gesteld. Als een welvaartsstaat alleen maar mogelijk is binnen een land, wat zou er dan gebeuren als de hele wereld een land is? De grenzen zijn gesloten, we hoeven immers geen Marsmannetjes te verwachten. Is dan een welvaartsstaat en welvaart mogelijk? Als dat mogelijk is, waarom moeten we dan de grenzen sluiten? Moeten we dan niet inzetten op een wereldwijde welvaartsstaat? Wat zou dat betekenen voor vluchtelingenstromen? Zouden er dan nog stromen gelukzoekers zijn? Wellicht is dit een conferentie zoals de afgelopen klimaatconferentie, waard?

Als een welvaartsstaat alleen maar binnen huidige landen mogelijk is. Wat zou er dan gebeuren als alle landen tot hetzelfde niveau van welvaart komen? Hebben we dan niet een wereldwijde welvaartsstaat en wereldwijde welvaart? Of is welvaart alleen maar voor een paar landen mogelijk en willen die koste wat het kost hun bevoorrechte positie vasthouden?

Of zit de crux op een ander punt in het verhaal van Verbon? Is dat punt misschien dat die pot niet groter wordt omdat juist degenen die nu flink van de welvaart profiteren, niet willen delen? Want waarom zou die  pot niet groter kunnen worden? Als de economie groeit, groeit de pot dan niet mee? Vermogens zijn steeds oneerlijker verdeeld, zo toonde Thomas Piketty aan, ook in Nederland? En als we wat willen doen aan de ongelijkheid, kan dan de pot niet harder groeien dan de economie?

Zijn het misschien de grenzen tussen de haves en de have nots die gesloten moeten blijven? Toch maar eens ‘A Chrismas Caroll’ van Dickins lezen of kijken in deze Kersttijd?

Het Goede Doel

In mijn vorige drie prikkers schreef ik over het utilitarisme. Dit naar aanleiding van een uitspraak dat economische groei goed is. Het utilitarisme streeft naar zoveel mogelijk geluk. In Hoofdprijs was de vraag of dat wat het meeste ‘geluk’ oplevert ook per definitie goed en rechtvaardig is. Lone Survivor handelde over spijt van Marcus Lutrell. Spijt die hij onderbouwde met een utilitaristische redenering.

goede doel

Illustratie: merchandise-entertainment.nl

Het verhaal van Lutrell, bevat nog een tweede voorbeeld van denken over wat goed en rechtvaardig is. De zwaargewonde Lutrell wist uit de handen van de Taliban te blijven en werd uiteindelijk opgevangen in een Afghaans dorpje. Dit dorp nam hem op als gast, verzorgde en beschermde hem. Ook toen de Talban Lutrell met geweld wilde komen halen. De dorpelingen beriepen zich daarbij op het aloude gebruik dat een gast diende te worden beschermd. Het dorp handelde niet vanuit geluk, want voor hun geluk hadden ze Lutrell beter aan de Taliban uit kunnen leveren. Zij handelden vanuit wat voor hen rechtvaardig was en dat was het goede doen, de gast beschermen. Een positieve insteek zo op het eerste gezicht. Is goed doen altijd goed?

Goed doen doet goed, maar wat is goed? Wie bepaalt wat goed is? En op basis waarvan? ‘Wie goed doet, goed ontmoet’, luidt het gezegde. Zou dat ook gelden als christenen, moslims, hindoeïsten, socialisten, communisten of bolsjewisten deze vragen anders beantwoorden?

Hoeveel doden zijn er niet gevallen in godsdienstoorlogen, in de strijd voor de (nationaal) socialistische heilstaten. Beroepen de jihadisten, als meest vergaande vorm van moslimfundamentalisme, zich ook niet op het goede en dus rechtvaardige? Al zullen er niet veel andere mensen zijn die dit ‘goede’ als goed beoordelen. Worden minder aantrekkelijke zaken door hen die zich beroepen op het goede niet vaker verdedigd met het beroep op dat goede doel?

Hebben die stromingen misschien allemaal een ander beeld van dat wat als goed wordt gezien? Vraagt goed doen vanuit een ‘goed doel’ niet om goed uitkijken? Of dat doel nu hemel of heilstaat is?

Hoofdprijs

In Het geluk van een kopje koffie en Lone Survivor schreef ik over het utilitarisme. Hierbij kaartte ik al de moeilijkheid van het meten en de moeilijkheid van het weten (hoe ziet de toekomst eruit) aan. Het utilitarisme kent nog een heikel punt. Het maakt voor een utilitarist niet uit hoe het maximale geluk wordt behaald.

staatsloterij

Illustratie: casinogokken.net

De vader van het utilitarisme, Jeremy Bentham, geeft een mooi voorbeeld hiervan. Bentham wilde de problemen met armen en bedelaars aanpakken. Hij stelde voor om ze in werkhuizen op te sluiten alwaar ze konden verblijven en werken voor hun kost en inwoning. Het geluk zou hierdoor toenemen omdat de aanblik van een bedelaar bij teerhartige zielen de pijn van het medeleven veroorzaakt en bij hardvochtigere mensen de pijn van walging. In beide gevallen vermindert de ontmoeting met bedelaars het welbevinden van het publiek op straat. Haal ze van straat en het probleem is opgelost.

Nu naar het heden: een tegenprestatie eisen voor een uitkering. Dit kun je zien als een utilitaristische oplossing. Een individu krijgt financieel ondersteuning en moet een tegenprestatie verrichten (vuilprikken of parkjes aanharken). Een aanpak waarvan het de vraag is of die wel succesvol is. Hier heb ik in Tegenprestatie al aandacht aan besteed.

Heeft iemand die werkloos raakt niet al betaald voor zijn uitkering? De ww is immers toch een verzekering die je verplicht moet afsluiten als werknemer? En bijstand dan? Iedere werkende betaalt belastingen waarvan een ondersteuningspakket bij ‘ellendige omstandigheden’ van wordt betaald. Je betaalt die belasting voor mensen die er nu gebruik van maken. En je doet dit in het vertrouwen dat er ook voor jou gezorgd wordt als jij in de ellende zit. Laat je zo iemand niet voor een tweede keer betalen voor iets?

Levert door deze dwang en drang het betrokken individu niet een flink deel van zijn handelingsvrijheid in? De afstand tot de arbeidsmarkt wordt verkleind en dat vergroot de kans op een baan en van een baan wordt men gelukkig. Dit is de redenatie erachter. In Werken om te leven of leven om te werken stelde ik al de vraag naar het doel. Een controlevraag voor het doel: wat zou u doen als u de hoofdprijs in de Staatsloterij won?

En als het doel werk is, heiligt het doel dan de ingezette middelen?

Lone Survivor

In Het geluk van een kopje koffie schreef ik over het utilitarisme. Voor het utilitarisme is iets rechtvaardig als het maximaal geluk oplevert. In die column stond de uitspraak van Einstein centraal dat niet alles van waarde te meten is en niet alles wat te meten is van waarde is. Nu een ander probleem van het utilitarisme en rechtvaardigheid. Het resultaat telt, niet je intentie.

Maar hoe weet je het resultaat? Om dit dilemma duidelijk te maken, een voorbeeld dat ik vond in het boek Rechtvaardigheid. Wat is de juiste keuze, van de filosoof Michael J. Sandel. Dit voorbeeld is echt gebeurd en is verfilmd. De titel van de film is Lone Survivor (zie trailer onder deze prikker). Ja hoor, filosofie in een oorlogsfilm.

lone survivorIllustratie: electric-shadows.com

Een viertal Amerikaanse soldaten in Afghanistan onder leiding van korporaal Marcus Lutrell komt tijdens een gevaarlijke geheime missie twee Afghaanse boeren en een kind van 14 jaar tegen. Hun missie was het opsporen en arresteren (of doden) van een Taliban-leider. Ze weten niet of de drie tot de Taliban behoorden of niet. De Taliban zat dichtbij.

Wat te doen? Ze meenemen kan niet. Hen laten lopen kan betekenen dat hun positie aan de Taliban wordt verraden en zij in gevecht zullen geraken. Het alternatief is de boeren en de jongen doden. Dat zal hun leven in ieder geval redden, maar wellicht dood je drie onschuldige mensen. Wat doe je? Wat is de juiste en/of rechtvaardige keuze?

Ze besluiten de drie te laten gaan. Dit leidt tot de dood van de drie collega’s van Lutrell en nog 16 andere Amerikanen die hen in een helikopter probeerden te redden. Hoeveel Taliban erbij omkwamen is niet bekend. Lutrell had achteraf spijt van zijn beslissing en onderbouwde die met een utilitaristische redenering: had ik de drie maar gedood, dat had veel levens gespaard.

Lutrell maakt een eenvoudige rekensom. Maar klopt die wel? Wellicht gaat het kind in de toekomst een belangrijke rol spelen in het beëindigen van de ellende in Afghanistan en de wereld of in de wetenschap? En hoe weeg je dat dan weer mee? Wegen bij zo’n keuze bekenden niet altijd zwaarder dan onbekenden? En weegt de nabije toekomst zo niet altijd zwaarder? Is dat niet ook het probleem waarmee in Parijs op de klimaatconferentie werd geworsteld?

 

Het geluk van een kopje koffie

“Dat het goed gaat in Nederland, blijkt ook uit de raming van het CPB dat de economie volgend jaar met 2,1 procent groeit (neem ik aan, dit laatste woord ontbreekt).” Een citaat op de site van Trouw. Een citaat waarbij veel mensen zullen staan te juichen: de economie groeit en dat is goed. Dit is een utilitaristische denkwijze.

EinsteinIllustratie: funmozar.com

Het utilitarisme is een stroming in de filosofie die gaat voor maximaal geluk. Probleem is alleen, hoe bereken je geluk? Bijvoorbeeld het geluk van een kopje koffie. Is dat voor iedereen op ieder moment hetzelfde?  Ook is het lastig om het toekomstig geluk van een actie te bepalen. Door geluk te koppelen aan geld, kan er wel worden gerekend. Het geluk van een kopje koffie is dan de prijs ervan. Het bruto binnenlands product (bbp) is dan de maatstaf voor geluk. Een economische groei van 2,1 procent betekent dat het bbp met dat percentage groeit. Gaat het wel goed als de economie groeit?

“Not everything that counts can be counted, and not everything that can be counted counts.” een uitspraak van de natuurkundige Albert Einstein. Is deze uitspraak niet ook op het gebruik van het bbp als maatstaf voor geluk van toepassing ?

Telt alles wat van waarde is wel mee? Geluk zit voor mij ook in een knuffel van mijn dochter of een homerun geslagen door mijn zoon. Dit telt niet mee. Vrijwilligerswerk telt niet mee. Dit terwijl het geluk dat de trainer van een honkbalteam zijn pupillen (en hun ouders) bezorgt, van grote waarde is voor hen. En waarschijnlijk ook voor hemzelf. Mantelzorg telt ook niet mee, maar een zelfde activiteit verricht door een ‘zorgprofessional’ wel. Is dat niet meten met twee maten? Een milieuvervuilende activiteit, zoals de teerzand oliewinning in Canada telt mee. De olie heeft waarde. Maar de vernietiging van het landschap en het land telt niet mee.

Is alles wat meetelt wel van waarde? De schadelijke financiële producten die de financiële crisis en de daarop volgende economische crisis veroorzaakten, tellen mee. Wat was en is hun waarde? Wat dragen die bij aan het geluk?

Als laatste zegt de grootte van de taart, niets over de verdeling. Als de groei slechts bij een paar personen terechtkomt, gaat het dan wel goed? Gaat het werkelijk goed met een land en haar inwoners als de economie groeit?

Een Glazen bol

In een artikel in Trouw betoogt JOVD-voorzitter Matthijs van de Burgwal dat Turkije op vele punten niet voldoet aan de eisen voor toetreding. Zo is het slecht gesteld met de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en weigert Turkije om Cyprus te erkennen. Het land is duidelijk niet klaar om lid van de EU te worden, aldus Van de Burgwal.

Glazen bolFoto: grenswetenschap.nl

Van de Burgwal heeft gelijk dat Turkije niet klaar is om lid te worden als het niet voldoet aan de voorwaarden. Dat andere landen, die ook niet aan de huidige eisen voldoen, wel al lid zijn doet nu niet terzake. Als je eisen stelt moet je ze handhaven. Landen die er niet aan voldoen en wel al lid zijn, zouden onder druk moeten worden gezet om er wel aan te gaan voldoen zodat uiteindelijk ieder land aan de eisen voldoet.

“Het is aan de Nederlandse regering om van 14 december 2015 écht een historisch moment te maken en een definitief veto uit te spreken tegen Turkse toetreding tot de Europese Unie,” aldus Van de Burgwal. Wordt het dan niet een ander verhaal? Een ander verhaal omdat definitief een definitieve uitspraak is?

Heeft Van de Burgwal een glazen bol waarin hij kan zien dat Turkije nooit en te nimmer aan de toelatingseisen zal voldoen? Want dan kan definitief worden bepaald dat Turkije nooit kan toetreden.

Zonder deze ‘glazen bol’ wekt zo’n uitspraak bevreemding. Wat als Turkije aan alle eisen voldoet? Sterker nog, als beste van alle landen op de lijstjes scoort? Mag het land dan nog steeds geen lid worden van de EU? Als dat niet het geval is, dan zijn er nog andere toelatingseisen of criteria, maar welke zijn dat dan?

Als Turkije voldoet aan de eisen, wil worden toegelaten en het niet wordt, dan is het een ander verhaal. Dan wil de EU Turkije niet als lid. In dat geval maakt het niet uit wat Turkije doet en hoe goed het op welke ranglijst dan ook scoort. Als dat het geval is, dan kan het beter meteen worden gezegd. Liefst met redenen waarom niet. Dat scheelt veel geld en energie.

Is er bij Van de Burgwal sprake van een glazen bol of wil hij Turkije om welke reden dan ook, er niet bij?

Waar vóór?

Grasduinend op LinkedIn kwam ik een post tegen van een van mijn contacten:“ Van Rijn: Meer jeugdwerk tegen radicalisering.” Niet de eerste keer dat ik las dat iemand weer nieuwe ideeën had om radicalisering van jeugdigen tegen te gaan. Het zal ook niet de laatste zijn. De suggestie van staatssecretaris Van Rijn in het korte stukje is positief. Zet jeugdwerkers in om radicalisering te voorkomen. Toch bekruipt mij een angstig gevoel bij deze en alle andere oproepen om radicalisering tegen te gaan.

voor_4Illustratie: www.fonts2u.com

Een groot deel van de jeugdigen begint zich, als ze de puberteit bereiken, af te zetten. Ze worden ‘rebels’ en lijken moeite met regels te hebben. Een waardevolle periode in het opgroeien want de jeugdigen beginnen hun omgevingen er de personen erin te ontdekken en ontdekt zo wie hij of zij zelf is en wat zij of hij kan en wil. Ze gaan op zoek naar hun zin van het leven. Het is de periode in het leven dat de mens het meeste warm loopt voor grote ideeën en idealen. In revoluties vervullen jeugdigen een belangrijke rol. Zie bijvoorbeeld dat wat we toen de Arabische lente noemden.

Veel jeugdigen zijn gevoelig voor idealen en ideeën en een groot deel gaat er ook naar op zoek. Op zoek, maar wat is er te vinden? En wat is er spannend genoeg?  Waar kunnen ze hun energie en enthousiasme kwijt? De Christelijke religies hebben sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw flink aan aantrekkingskracht ingeboet. Afgezien dan van nieuwe stromingen als de Doorbrekers die een ‘feelgood’ religie bieden, maar dat spreekt ook niet iedereen aan.

De politieke stromingen dan? Missen we daar niet grote, inspirerende verhalen? Draait het daar niet alleen maar om een half procent koopkracht of een procent economische groei? Om economisme: “Het is het terugbrengen van alle vraagstukken tot een financieel-economische kwestie. En het is een impliciete ideologie die gedeeld wordt door bijna alle partijen hier in de Tweede Kamer. Dat betekent dat er in de Kamer eigenlijk altijd naar dezelfde oplossing wordt gezocht: meer markt, minder overheid, meer groei.” zoals GroenLinks fractievoorzitter Jesse Klaver het omschreef?

Missen we verhalen zoals de vroegere communistische-, socialistische of de vroegere liberale verhalen? Verhalen die mensen raakten, enthousiasme opwekten en aanzetten tot actie.

De oproepen om iets te doen tegen radicalisering roepen bij mij een vraag op. Welke alternatieven kunnen we jeugdigen en ook de potentiële radicalisme bieden?  Welke inspirerende alternatieven zijn er voor de jeugd?

De ezel en de steen

“Geschiedenis herhaalt zich op de keper beschouwd nooit, zo simpel is dat. Wie dat denkt, gaat ervan uit dat je nieuwe ziekten het best met oude medicijnen kunt bestrijden.” Woorden van toekomstonderzoeker en econoom Patrick van der Duim in de Volkskrant. Van der Duim pleit voor veel minder aandacht voor de geschiedenis bij het nemen van beslissingen die onze toekomst moeten bepalen. Volgens Van der Duim is er een automatische nadruk op historische continuïteit en wordt het nieuwe, dat vaak ongrijpbaar is, genegeerd en hebben lessen uit het verleden daarom beperkte waarde.

 

verleden heden toekomstIllustratie:www.spirithunters.nl

Veel mensen gaan er inderdaad van uit dat de geschiedenis veel op het verleden lijkt. Daar heeft Van der Duim een punt. Om bij Van der Duims vakgebied te blijven, groeit de economie, dan zal dat zo blijven en zijn ze verbaasd als er plotseling een teruggang is. De geschiedenis leert echter dat economieën ook kunnen krimpen, dat rijke gebieden kunnen verarmen. Democratie lijkt nu heel natuurlijk en gewoon, maar of dat zo blijft? Hebben we hierover zekerheid? De mens heeft langer geleefd zonder dan met. Leert de geschiedenis ons niet dat perioden van relatieve vrede worden afgewisseld met perioden van oorlog? Dat perioden van nadruk op het individu worden afgewisseld met perioden waarbij het collectief centraal staat?

‘Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.’ Om te voorkomen dat hij zich geen tweede keer stoot, moet de ezel wel leren van zijn fouten uit het verleden. Inderdaad herhaalt de geschiedenis zich nooit precies, de uitkomst is altijd iets anders. Maar het blijven mensen die erbij betrokken zijn. Door het bestuderen van de handelingen, het denken van de erbij betrokken voorvaderen en de uitkomsten ervan, kunnen we inzicht krijgen in hoe mensen in bepaalde omstandigheden reageren. Zou die informatie niet nuttig kunnen zijn bij besluiten die we nu moeten nemen? Wellicht kun je de nieuwe ziekte niet met oude medicijnen bestrijden, maar zouden die medicijnen niet een goed aanknopingspunt bieden bij het zoeken naar het nieuwe medicijn? Moet je anders niet steeds opnieuw beginnen? En kost het dan niet veel tijd om weer tegen dezelfde problemen aan te lopen?

Heeft de Amerikaanse filosoof George Santayana niet een punt toen hij schreef: “ Those who do not know history’s mistakes are doomed to repeat them”?

Best and Brightest

In Lijdende’ cultuur’ schreef ik over het CDA-Kamerlid Pieter Heerma. Heerma wil de leidende cultuur en dat is er bij hem een die gebaseerd is op de joods-christelijke traditie, actief uitdragen. Anders mislukt volgens hem de integratie. In het artikel van Heerma vallen nog twee zinnen op: “Om aan alle individuele behoeften te voldoen is een grote, onpersoonlijke en bureaucratische overheid gebouwd. In plaats van die grote overheid moet weer een sterke samenleving ontstaan.” Twee zinnen waaraan toch wel wat knelt.

best and brightestIllustratie: www.baudville-bnb.com

De overheid is, volgens Heerma, ‘groot, onpersoonlijk en bureaucratisch’ gebouwd om aan individuele behoeften te voldoen. De overheid was er toch voor maatschappelijke behoeften en de markt voor individuele? En een van die maatschappelijke behoeften is toch dat we een fatsoenlijke en rechtvaardige samenleving willen zijn?  Een samenleving die ervoor zorgt dat niemand hoeft te creperen. Wordt dat niet ingevuld door een basisvoorzieningenniveau te garanderen?  Ja, deze basisvoorzieningen worden aan individuen verstrekt. Maar wordt via het voorzien in de individuele behoeften niet een maatschappelijk doel nagestreefd?

En inderdaad is het gebouwde apparaat bureaucratisch, groot en onpersoonlijk. Maar, is dat niet een keuze? Een keuze waarbij we uitgaan van wantrouwen in mensen? En zou een keuze die uitgaat van vertrouwen, bijvoorbeeld een basisinkomen, niet tot een veel persoonlijkere, kleinere en minder bureaucratische overheid leiden?

In de tweede zin suggereert Heerma dat een grote overheid tot een zwakke samenleving leidt en hij suggereert dat een kleine daarmee tot een sterke samenleving leidt. Waarop baseert hij deze uitspraak? Is dit wel de juiste vergelijking? Vergelijkt hij geen appels met peren? Zou het niet kunnen zijn dat er om een sterke samenleving  te kunnen zijn, een samenleving met een sterke vrije markt er juist ook een sterke overheid nodig nodig is? Sterk om als markt- en samenlevingsmeester’ op te treden? Sterk om daar op te treden waar de sterken de belangen van de zwakkeren met voeten treden? En dat groot of klein niets zegt over de sterkte van een overheid? Zouden we niet moeten streven naar een sterke overheid waar de ‘best en brightest’ werken?

Op de man

Als je tegenstander bij het voetballen je steeds te vlug en slim af is, wat rest je dan? Geef hem een flinke beuk, speel op de man. Ook in een debat of discussie is op de man spelen en niet ingaan op de inhoud of de argumenten van de tegenstrever, een veel voorkomende tactiek. In realisten schreef ik er ook al over. Zeg van jezelf dat je realistisch, praktisch of pragmatisch bent en je tegenstrevers zijn direct gedegradeerd tot idealistische dromers en daar hoef je niet naar te luisteren.

op de man
Generated by IJG JPEG Library

Foto: www.alletop10lijstjes.nl

In het Commentaar van de Volkskrant van zaterdag 5 december 2015 geeft Arnout Brouwers een prachtig voorbeeld van het op de man spelen als hij schrijft: “Veel van de weerzin tegen beperkt ingrijpen tegen IS in Syrië stoelt op intellectuele luiheid en moralistisch gepreek waar niemand iets voor koopt – en zeker de duizenden slachtoffers van IS in Syrië niet.” In deze zin beschuldigt hij tegenstanders van ‘bommen op Raqqa’ in één zin van niet willen nadenken (intellectuele luiheid), mooie verhalen ophangen maar geen vuile handen willen maken (moralistisch gepreek) en als laatste van medeplichtigheid aan de dood van Syriërs. Dat moeten toch wel heel erge mensen zijn, die tegenstanders van het gooien van bommen op Syrië. Maar.

Wie is er intellectueel lui? Zijn dat werkelijk de tegenstanders van bombarderen? Of is dat Brouwers die de beschuldiging uit en zichzelf daarmee een vrijbrief geeft om niet in te hoeven gaan op de redeneringen en argumenten van zijn tegenstrevers in het debat? Wie gaat het debat en de discussie uit de weg?

Wie preekt er? Zijn dat de tegenstanders van bombardementen omdat zij niet zien hoe dat tot een duurzame oplossing moet leiden? Duurzaam in Syrië maar ook hier? Of is dat Brouwers die het niet kunnen zien van een einddoel alleen maar als een praktisch bezwaar ziet? Lijkt Brouwers hiermee niet op Alice die aan de Cheshire kat om de weg vraagt? En als de kat vraagt waar de reis heen moet gaan, antwoordt: ‘dat weet ik niet, ergens’. Waarop de kat zegt dat het dan ook niets uitmaakt welke weg je neemt als je maar lang genoeg loopt.

Niet bombarderen betekent niet dat er geen doden vallen. Vallen er met bombarderen niet met zekerheid doden? Als je als tegenstander van bombardementen al medeplichtig bent, wat ben je dan als je bombardeert?